Plantoelichting en -regels bestemmingsplan Aalscholverlaan - gewijzigd
Tekst van het document
Gemeente Vlaardingen Bestemmingsplan Aalscholverlaan Vaststelling
Februari 2023
Gemeente Vlaardingen Bestemmingsplan Aalscholverlaan Vaststelling
werknummer: 621.154.70 datum: februari 2023 bestand: J:\621\121\60\3.projectresultaat
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Vlaardingen Bestemmingsplan Aalscholverlaan Toelichting
Februari 2023
Inhoudsopgave van de toelichting 1.
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer 2.
1
1 1 2
Planbeschrijving
3
2.1 Bestaande situatie 2.2 Ontwikkelingen 2.3 Juridische aspecten
3 6 8
3.
Ruimtelijke Ordening
10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
10 11 14 14 17
4
Natuur en landschap
18
4.1 Kader 4.2 Onderzoek 4.3 Conclusie
18 20 20
5
Water
21
5.1 Kader 5.2 Onderzoek 5.3 Conclusie
21 24 25
6
Archeologie en cultuurhistorie
21
6.1 Kader 6.2 Onderzoek 6.3 Conclusie
26 26 27
7
Milieu
27
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid
28 28 29 30 31 33 33 37 37
8
Uitvoerbaarheid
8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.3 Handhavingsaspecten
38
38 38 39
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 13 mei 2022 Verkennend bodemonderzoek, Terra Milieu, 2 december 2021 Parkeerdrukmeting en parkeertoets, Mobycon, 1 juni 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 23 februari 2022 Oriënterend onderzoek flora en fauna, Blom Ecologie B.V., 18 juni 2019 Aanvullend vleermuisonderzoek, Blom Ecologie B.V., 18 december 2020 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 28 april 2022 Watersleutel, 6 december 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 30 november 2022 Participatieverslag
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Woningstichting Samenwerking heeft het voornemen om de vier bestaande flats aan de Aalscholverlaan in Vlaardingen te renoveren. Daarbij worden de bestaande appartementen gerenoveerd en wordt de begane grond gereconstrueerd. Hierbij wordt achterstallig onderhoud in de appartementen en overige gebouwonderdelen uitgevoerd en worden de appartementen en de gebouwen energetisch verduurzaamd. De reconstructie van de begane grond houdt in dat de bestaande bergingsruimte wordt uitgebreid met een scootmobielruimte, een opstelplaats voor (elektrische) fietsen en een warmte-invoerruimte. Met het realiseren van deze laatste ruimte wordt geanticipeerd op de toekomstige aansluiting van de gebouwen op stadswarmte. Door deze reconstructie van de begane grond wordt een kleine wijziging in de indeling van de (privé) parkeerplaatsen aangebracht. Verder wordt de bestaande entreehal gemoderniseerd en uitgebreid. Om de menselijke maat terug te brengen op de locatie, de sociale veiligheid te vergroten en aanvullende woningen te realiseren bestaat het voornemen om daarnaast op de begane grond per flat 4 extra woningen te realiseren (er zijn nu geen woningen op de begane grond). In totaal worden er dus 16 woningen extra gerealiseerd.
In het ontwerp en de bouw wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat één van deze woningen mogelijk als een maatschappelijke ruimte kan worden ingericht. Deze nieuwe woningen worden aan de zuidwestzijde (lange zijde) van de bestaande flats gezet. Voor de realisatie van deze 16 woningen is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Doel De nieuwbouw van de 16 woningen past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in de wijk Holy Zuid, ten noordwesten van Knooppunt Kethelplein (A4 / A20) in Vlaardingen. Deze wijk is in de jaren 1960 aangelegd als een enkele nieuwbouwwijk en is nu goed voor ongeveer één derde van de bebouwde oppervlakte van de stad. Het plangebied bevindt zich aan de Aalscholverlaan. Verder wordt het plangebied grofweg begrensd door: - De tramlijn aan de noordzijde; - de Korhoenlaan in het oosten; - bestaande woonbebouwing aan de west- en zuidzijde.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
2
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied
De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven. 1.3
Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaat in op, onder andere, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en milieu. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
3
2.
Planbeschrijving
2.1
Geschiedenis plangebied De geschiedenis van de wijk Holy is nauw verbonden met de geschiedenis van de voormalige heerlijkheid en ridderhofstad Holy. De ridderhofstad, gelegen aan de Holyweg in de Holiërhoekse en Zouteveense polder onder Vlaardinger-Ambacht, was het centrum van de heerlijkheid en bestond uit een toren, een herenhuis en een boerderij. Boerderij Holy stond op de plaats van het voormalige Holyziekenhuis, ten westen van de huidige Holysingel. Na de dood van de eigenaar in 1858 werden de toren, het woonhuis en alle andere opstallen gesloopt. Enkele jaren later werd op het terrein een nieuwe boerderij gebouwd. De naam Holy is afgeleid van ‘Hoylede’, wat een samentrekking is van ‘Hoge Lede’, een hoger gelegen plaats aan een lede of watering. Hiermee werd waarschijnlijk de prehistorische kreek ‘de oude Vlairdingh’ bedoeld, die ten oosten van de heerlijkheid lag. Onder ‘heerlijkheid’ verstaan we overigens het gebied van een heer, aan het bezit waarvan een titel en een aantal rechten en bevoegdheden waren verbonden. Plannen voor de bouw van de wijk werden door de gemeenteraad definitief goedgekeurd op 4 augustus 1960. Na het bouwrijp maken van de grond werd op 6 augustus 1963 de eerste paal geslagen voor de bouw van 288 huizen. De eerste buurt die gereedkwam in het zuidelijke deel van de wijk was de Vogelbuurt-Zuid, tevens de dichtstbevolkte buurt van Holy.
De Vogelbuurt-Noord, gelegen tegen de grens met Schiedam, wordt gekenmerkt door veel hoogbouw. Aan de oostzijde verrees een sportpark. Dat de wijk Holy zo snel groeide werd mede veroorzaakt door de ontdekking van grote hoeveelheden verontreinigd havenslib in de Broekpolder, het gebied waar oorspronkelijk stadsuitbreiding was gepland. Aan de oostkant van de wijk ligt sinds 1969 het dijklichaam waarop nu de verlengde A4 is gerealiseerd.
2.2
Bestaande situatie plangebied Het plangebied bestaat uit vier flatgebouwen aan de Aalscholverlaan. Op de begane grond bevinden zich, naast de entree, bergingen en technische ruimtes. De verdiepingen bestaan uit 6 appartementen per verdieping. In totaal kennen de flats tien verdiepingen en bieden plaats aan 60 woningen per flat.
Afbeelding 2.1: bestaande situatie (bron Woningstichting Samenwerking)
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
4
Afbeelding 2.2: Plattegrond begane grond bestaande situatie
Afbeelding 2.3: Impressie Aalscholverlaan met één van de te renoveren flats.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
5
Vigerend bestemmingsplan Voor de planlocatie vigeert het bestemmingsplan Holy Zuidoost Noord (vastgesteld 28 juni 2012). De flats hebben de enkelbestemming ‘Wonen-2’. Dit artikel is specifiek voor de gestapelde bouw opgesteld. Rondom de flats gelden de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Water’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Daarnaast kent het plangebied momenteel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 1’. Voor het beoordelen van de bouwmogelijkheden is in dit geval vooral de regeling voor bijbehorende bouwwerken relevant. In deze regeling is opgenomen dat bijbehorende bouwwerken op het achter- en zijerf van een bijbehorend oorspronkelijk hoofdgebouw mogen worden gebouwd, voor zover het plan dat toelaat. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het oppervlak van het achter- en zijerf van het oorspronkelijk hoofdgebouw. In deze regeling schuilt een mogelijkheid het bouwvolume in de plint te verruimen. Voor de bouw van extra woningen biedt het bestaande bestemmingsplan echter geen ruimte. Ter plaatse van het plangebied gelden ook de bestemmingsplannen ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’ en ‘Paraplubestemmingsplan Wonen’. Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuwe planologisch kader gemaakt.
Afbeelding 2.2: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
6
2.2
Ontwikkelingen
2.2.1 Ontwerp Alle vier de flats worden op dezelfde wijze aangepast. De appartementen op de verdiepingen worden gerenoveerd. Op de begane grond worden de faciliteiten aangepast en wordt extra ruimte geboden aan bergingen, fietsen en scootmobielen. Aan de westzijde worden per gebouw vier appartementen toegevoegd. De hoofdentree wordt verruimd en richting Aalscholverlaan uitgebouwd. In totaal worden er dus 16 woningen aan het plangebied toegevoegd. In het ontwerp en de bouw wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat één van deze woningen mogelijk als een maatschappelijke ruimte kan worden ingericht. De ‘footprint’ van de vier gebouwen neemt hiermee toe. Dit heeft ook effect op de ruimtelijke inrichting van de omgeving. De ingreep leidt tot een aanpassing van de tussenruimtes tussen de flats.
Afbeelding 2.4: Toekomstige situatie (bron: Zijdekwartier Architecten)
Afbeelding 2.5: Plattegrond begane grond toekomstige situatie Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
7
2.2.2 Verkeersgeneratie en parkeren Parkeren Door Mobycon is een parkeerdrukonderzoek en een parkeertoets uitgevoerd. Hierin is de parkeerdruk op de private parkeerplaatsen rondom de flats en de openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving inzichtelijk gemaakt. Vervolgens is de toename in parkeervraag als gevolg van de uitbreiding van vijf sociale huurwoningen per flat berekend. Hiermee is getoetst of de toename in parkeervraag kan worden opgevangen op het eigen terrein. De volledige memo is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. In een eerder stadium was er sprake van vijf extra woningen per flat, de memo gaat dan ook uit van 20 extra woningen in totaal. Dit kan gezien worden als worst-case benadering ten opzichte van de 16 extra woningen die middels dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. De parkeernormen van de gemeente Vlaardingen zijn vastgelegd in de Beleidsregel Parkeernormen 2019. De gemeente maakt alleen onderscheid in koop- en huurwoningen, sociale huurwoningen is geen aparte categorie. Er wordt wel onderscheid gemaakt in oppervlakte per woning, voor de sociale huurwoningen wordt uitgegaan van een huurwoning van 50 tot 75 m2. Qua normgebied liggen de flats aan de Aalscholverlaan in het gebied ‘Woonwijken’. De stedelijkheidsgraad wordt gebaseerd op omgevingsadressendichtheid, in Vlaardingen geldt ‘zeer sterk stedelijk’ (2763 OAD).
Dit maakt de parkeernorm voor de aanvullende sociale huurwoningen 0,9 inclusief 0,2 parkeerplaatsen voor bezoekers. De totale parkeervraag voor de extra sociale huurwoningen per flat bedraagt dus 4,4 parkeerplaatsen per flat. Conform de Beleidsregel Parkeernormen mag er echter nog rekening worden gehouden met aanwezigheidspercentages van bewoners en bezoekers. Op de maatgevende momenten is de extra parkeervraag 4 parkeerplaatsen per flat. Uit het onderzoek blijkt dat de hoogst gemeten parkeerdruk rondom de flats aan de Aalscholverlaan 77% is, bij de flat ‘Duif’ op de werkdagnacht. Bij deze telling waren echter vier parkeerplaatsen niet beschikbaar. De op één na hoogste gemeten parkeerdruk was 75% bij de flat ‘Buizerd’ op de werkdagnacht. Het toevoegen van sociale huurwoningen genereert een extra parkeervraag van vier parkeerplaatsen op de werkdagnacht. Voor beide flats stijgt daarbij de parkeerdruk naar respectievelijk 100% en 164%. Dat betekent dat de huidige parkeercapaciteit op privéterrein de extra parkeervraag niet toelaat. Om de parkeerdruk weer terug te brengen naar het beleidsmatige maximum van 90% moeten er bij de flat ‘Buizerd’ weer 5 plaatsen worden toegevoegd en bij de flat ‘Duif’ 21 plaatsen. Bij de uitvoering van de plannen zullen de extra benodigde parkeerplaatsen worden aangelegd. Verkeersgeneratie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit 240 woningen.
Uitgaande van de kencijfers voor een sociale huurwoning (conform de CROW, publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren) kennen deze woongebouwen een verkeersgeneratie van minimaal 672 en maximaal 864 motorvoertuigbewegingen. Op basis van de CROW-publicatie is ook de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie bepaald. In het plan worden 16 extra appartementen gerealiseerd, waarmee het totaal aantal woningen uitkomt op 256 appartementen. De toekomstige verkeersgeneratie komt inclusief de nieuwe appartementen op minimaal 717 en maximaal 922 motorvoertuigbewegingen. Dit is tussen de 45 en 58 verkeersbewegingen meer dan in de huidige situatie. Het omliggende wegennet kan deze lichte toename aan verkeersbewegingen goed verwerken.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
8
2.3
Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.
2.3.1 Planmethodiek Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn opgesteld conform de SVBP 2012. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tuin Deze bestemming geldt aan de westzijde van de flats. Binnen deze bestemming zijn in principe geen gebouwen toegestaan, maar wel bouwwerken zoals toegangsportalen. Ook is ontsluiting in de vorm van wandel- en fietspaden toegestaan, evenals het realiseren van straatmeubilair zoals fietsparkeerplaatsen en voorzieningen voor rolcontainers. Wonen De flats zijn bestemd als ‘Wonen’, waarbij is aangesloten bij de vigerende regeling uit het bestemmingsplan Holy Zuidoost Noord.
Per bouwvlak is de maximale bouwhoogte aangegeven. De bouwregels voor de woningen en de bijbehorende bouwwerken zijn in de bestemming opgenomen. Bij de twee middelste flats heeft een van de vier nieuwe appartementen de aanduiding ‘maatschappelijk’ gekregen. Indien gewenst, kan hier een maatschappelijke (buurt)functie worden gerealiseerd. Waarde - Archeologie 1 Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het behoud en het veiligstellen van de archeologische waarden van deze gronden. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mogen geen grondwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan 2 m of die een oppervlakte bedragen van meer dan 100 m2. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
9
Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aanvullende bouwregel opgenomen die voor alle bestemmingen geldt, met betrekking tot ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft voor dit plan een beperking met betrekking tot het toegestane gebruik van gronden. Het gaat hierbij om ongewenst gebruik of gebruik dat enige vorm van hinder kan veroorzaken waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden.
Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Overige regels In dit artikel is een regeling van het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 opgenomen, waarin is bepaald dat moet worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen zoals vastgelegd in het Parkeernormen 2019. Via een wijzigingsbevoegdheid kunnen B&W deze bijlage desgewenst actualiseren (bijvoorbeeld als een nieuwe versie is vastgesteld). Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd.
In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
10
3.
Ruimtelijke Ordening
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 16 nieuwe woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met 16 woningen dus ladderplichtig. Beschrijving behoefte woningen De Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) geeft voor elke regio inzicht in hoeveel extra woningen er nodig zijn. Voor de periode na 2019 tot 2030 geldt in de regio Rotterdam een
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
11
gewenste woningvoorraadtoename van 51.310 woningen. Voor de gemeente Vlaardingen geldt een gewenste woningvoorraadtoename van 1.770 woningen. In 2021 is de Woonvisie Vlaardingen 2021-2030 'Samen bouwen aan Vlaardingen' vastgesteld. Er is een grote vraag naar woningen in Vlaardingen door een gevarieerde groep woningzoekenden. Met de stijgende druk op de woningmarkt stelt het college voor om de woningbouwambitie tot 2030 te verhogen met bijna 1.000 woningen. Dit betekent dat er circa 4.500 woningen gebouwd moeten gaan worden tot 2030. Hiervan zijn ruim 2.900 inmiddels vastgelegd in overeenkomsten met marktpartijen. De gemeente streeft naar voldoende én kwalitatief goede sociale huurwoningen in elke wijk. De ambitie is om de sociale huurvoorraad in kwaliteit te verbeteren. De gemeente maakt hiervoor afspraken met de woningcorporaties dat in de periode 2017-2030 minimaal 600 sociale huurwoningen worden vervangen door nieuwe sociale huurwoningen. Hierbij wordt gekeken naar wat per wijk wat nodig is en worden ook nieuwe plekken betrokken. Voor wat betreft de wijk Holy wordt benoemd dat deze wijk met tramlijn 24 goed ontsloten is en zich bevindt op loop-en fietsafstand van voorzieningen en werkgelegenheid. Ook in Holy zijn er volgens de woonvisie mogelijkheden om op diverse plekken nieuwe woningen te realiseren.
Voorgenomen ontwikkeling ziet in een kwaliteitsverbetering van de sociale huurvoorraad, en een lichte toename in het aantal sociale huurwoningen (16 stuks). Op basis van de grote woningbehoefte in de regio en de bijdrage aan de gemeentelijke pijlers, kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; 2. De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; 3. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
12
4. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
13
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – Jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Ook is een deel van het plangebied aangeduid als ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Richtpunten hierbij zijn dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden en dat waar mogelijk de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar worden gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’.
Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. • Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een beperkte ruimtelijke wijziging en sluit aan bij de kenmerken uit de omgeving. Er wordt geen (nieuwe) hoogbouw mogelijk gemaakt. De ontwikkeling wordt dus ingepast in de bestaande structuren en dragen bij aan de ontwikkeling van de stad. Ad.
4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
14
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐ 2030 (januari 2019) Gemeenten, woningcorporaties en de provincie Zuid-Holland tekenden het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 ‐ 2030. De veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen maken zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. Op basis van deze afspraken worden in Vlaardingen meer dan 2.400 woningen toegevoegd. Voorgenomen ontwikkeling levert hier een bijdrage aan. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 In de toekomstvisie beschrijft de gemeente wat voor stad zij in 2040 wil zijn. De ambities die de gemeente hierbij stelt zijn als volgt: • Ambitie 1: Vlaardingen is sociaal en veilig • Ambitie 2: Vlaardingen een woonstad voor iedereen • Ambitie 3: Vlaardingen als innovatieve opleider • Ambitie 4: De Vlaardingse binnenstad leeft Vlaardingen is in 2040 dé inclusieve woonstad in de metropoolregio. Er zijn woningen voor iedereen: bij de bouw van extra woningen en het opknappen en transformeren van bestaande woningen is ingezet op een gedifferentieerd en evenwichtig woningaanbod. Daarnaast is groen belangrijk in de gemeente. Ook bij de bouw van nieuwe woningen wordt hier rekening mee gehouden, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en groene gevels. Voorliggend plan sluit aan bij deze ambitie, voegt 16 woningen toe aan de Vlaardingse woningvoorraad en voorziet in een renovatie van de bestaande woningen. 3.4.2 Woonvisie 2021-2030 ‘Samen bouwen aan Vlaardingen’ In 2021 heeft de gemeente Vlaardingen een nieuwe woonvisie opgesteld met een horizon tot 2030. In Vlaardingen moet een woningzoekende een goede start kunnen maken en vervolgens ook een wooncarrière. Vlaardingen wil een aantrekkelijke woongemeente zijn voor alle inkomensgroepen met een mix van diverse soorten woningen.
De huidige woningvoorraad is echter onevenredig verdeeld en er is schaarste op nagenoeg alle woningcategorieën. Hierdoor zijn de mogelijkheden om te starten op de woningmarkt, of om door te stromen naar een nieuwe woning, beperkt. Daarom gaat de gemeente Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
15
bouwen en is er oog voor de bestaande woningvoorraad. Hierbij wordt rekening gehouden met het huidige tekort, de bevolkingsprognoses en variatie in aanbod. Ook nieuwe inwoners kunnen een plek vinden in de gemeente Vlaardingen. Wat wil de gemeente bereiken? 1. groeien naar 39.000 woningen in 2030; 2. de woningvoorraad in balans brengen, ook in de wijken; 3. extra aandacht geven aan mensen en buurten waar dit nodig is; 4. verbeteren van de bestaande woningvoorraad door onderhoud en verduurzaming te stimuleren; 5. Vlaardingen uitdragen als een prachtige, veelzijdige (woon)stad. Richtinggevende kaders nieuwbouw – stad in balans Met de stijgende druk op de woningmarkt verhoogt de gemeente Vlaardingen de woningbouwambitie naar 39.000 woningen in 2030. Minimaal 50% van deze nieuwe woningen moet in het duurdere koopsegment worden gebouwd. Uitganspunt bij het bouwen van nieuwe woningen is ook de juiste woning op de juiste plek. Dit om nieuwe woonmilieus bij gebiedsontwikkeling toe te kunnen voegen en bestaande woonmilieus te kunnen versterken. De gemeente werkt hiermee aan een betere spreiding over de stad van de sociale huur, de middeldure huur en diverse prijscategorieën in koop en zo een stad in balans. Uitgangspunt is daarom om ook in gebiedsontwikkeling gemengde woonwijken te realiseren.
In Vlaardingen wordt maximaal ingezet op het ontwikkelen van nieuwe woningen in de buurt van de bestaande openbaar vervoerslijnen. De gebieden in de nabijheid van de drie metrohaltes in Vlaardingen bieden hiervoor voldoende mogelijkheden. De nadruk ligt op het toevoegen van een groot aantal woningen in de buurt van het metrostation Centrum. De grote nieuwbouwambitie van de gemeente wordt ook gezien als een kans om te zorgen dat er meer geschikte woningen en nieuwe woonvormen voor ouderen worden gerealiseerd. Dit ten gunste van doorstroming vanuit de bestaande woningvoorraad en het in gang zetten van een maximale verhuisketen. Maar er wordt ook ingezet op het bouwen voor starters en middeninkomens. Klimaatbestendige nieuwbouw Bij het bouwen van woningen is in Vlaardingen aandacht voor groen en moet rekening gehouden worden met de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling over een lange periode. Het uitgangspunt bij alle gebiedsontwikkelingen is dat de kwetsbaarheid van het bestaande gebied niet toeneemt. In Vlaardingen wordt duurzaam en klimaat adaptief gebouwd. Nieuwbouwlocaties worden daarmee plekken die beter bestand zijn tegen de gevolgen van extremen door klimaatverandering.
Randvoorwaarden kwaliteit woningbouw Om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van woningen te borgen worden randvoorwaarden gesteld aan nieuw te bouwen woningen, zoals minimale gebruiksoppervlakte en beukmaat, en worden initiatieven aan de Vlaardingse pijlers voor woonkwaliteit getoetst. Deze pijlers zijn: • Gedifferentieerd woningaanbod zowel in prijs en als in grootte • Behouden en waar mogelijk versterken van het groene karakter van de stad • Stimuleren en faciliteren ontmoeting • Duurzaam en circulair bouwen • Doorstroming bevorderen in de stad en in de wijk Voor appartementen geldt een minimale gebruiksoppervlakte van 50 m2 en voor eengezinswoningen een minimaal gebruiksoppervlakte van 100 m2 en een beukmaat van minimaal 4,80m. Bij bepaalde Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
16
plannen kan gemotiveerd afgeweken worden van de gestelde kaders. Bijv. bij woningbouw voor specifieke doelgroepen of vernieuwende woonconcepten. Particuliere initiatieven De gemeente Vlaardingen biedt ruimte aan particuliere initiatieven om nieuwe woningen te bouwen die passen binnen de kaders van het kwaliteitsbeleid en een bijdrage leveren aan een stad in balans. Deze initiatieven zorgen voor verdere variatie in de wijken en bieden mogelijkheden om kleinschalig op meerdere plekken woningen te realiseren. Het uitgangspunt hierbij is dat goede initiatieven mogelijk gemaakt worden maken, passend binnen de gedachte van de nieuwe Omgevingswet en met behulp van de zogenaamde intaketafel voor (woningbouw) initiatieven. Verdichting Verdichting biedt kansen voor de woningbouwopgave van Vlaardingen. Door te bekijken wat de mogelijk - heden zijn van woningen op bijvoorbeeld kopgevels, plinten en door extra verdiepingen toe te voegen, hoeft er minder hoogwaardig groen aangetast te worden. Dit biedt mogelijkheden om woningen te realiseren voor bijvoorbeeld studenten, starters en ouderen. Hierdoor wordt ook de doorstroom bevorderd. Er wordt daarom bekeken welke mogelijkheden verdichting kan hebben voor wijken zoals bijvoorbeeld in Vlaardingen Holy. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.1 is de ontwikkeling passend binnen de kaders en uitgangspunten van het gemeentelijke woonbeleid.
3.4.3 Gebiedsgericht milieubeleid Vlaardingen (ambitiedocument, 2013) Het ambitiedocument Gebiedsgericht milieubeleid Vlaardingen biedt de basis voor duurzame gebiedsontwikkeling in de gemeente Vlaardingen. Beschreven is welke milieu‐ en duurzaamheidsambities Vlaardingen heeft voor de verschillende deelgebieden in de gemeente en hoe deze ambities input zullen gaan vormen bij ruimtelijke planontwikkeling. Het projectgebied maakt onderdeel uit van deelgebied stedelijk wonen. Hiervoor gelde de volgende ambities.
Het project voldoet aan de gestelde ambities voor stedelijk wonen. In de verschillende deelparagrafen van hoofdstuk 7 is de ontwikkeling nader getoetst per milieuthema.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
17
3.5
Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
18
4
Natuur en landschap
4.1
Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.
4.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.
Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ✓ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: • de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
19
3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Vlaardingen is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).
Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.1 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
20
4.2
Onderzoek
4.2.1 Soortenbescherming Door onderzoeksbureau Blom Ecologie B.V. is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar beschermde flora en fauna, welke is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de te slopen bebouwing, behoudens mogelijk vleermuis, geen essentiële betekenis voor beschermde soorten heeft. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor foeragerende vleermuizen, insecten en algemene broedvogels. De werkzaamheden leiden echter (met voorbehoud ten aanzien van vleermuis) niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Uit het oriënterend onderzoek blijkt dat middels een aanvullend onderzoek te worden dient te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor vleermuis. In de periode april - november 2020 is daarom onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. Tijdens het onderzoek zijn 12 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld binnen het plangebied. Het betreffen 4 winterverblijfplaatsen (met hierbij indicaties voor ten minste een ‘massawinterverblijfplaats’ in de flat Albatros), 1 zomerverblijfplaats en 7 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis.
De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.5, lid 4 (wegnemen vaste rust- en/of verblijfplaatsen). Als gevolg van de verstoring van de verblijfplaatsen, het functionele leefgebied en overige verstoring door de werkzaamheden leiden de werkzaamheden tot overtreding van Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep uitgevoerd kan worden. 4.2.2 Gebiedsbescherming Beoordeeld is of de aanleg- en gebruiksfase van de nieuwe woningen leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. De notitie inclusief complete berekeningen is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat zowel de aanleg als de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt. 4.3
Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd. Op dit moment wordt er een projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag opgesteld. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze ontheffing wordt verleend. Uitgaande van het uitgevoerde stikstofonderzoek blijkt daarnaast dat significant negatieve effecten op de instandhouding van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
21
5
Water
5.1
Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet.
5.1.1 Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterplan 20162021 is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.
In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden.
Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
22
5.1.2 Provinciaal beleid Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 – 2021 In het Regionaal Waterplan wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010 2015. Voortgangsnota KRW In de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021, vastgesteld op 14 oktober 2015, zijn de doelen en maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater vastgelegd. Deze nota fungeert als een regionaal waterplan conform de Waterwet, voor het thema waterkwaliteit. Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht.
Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. 5.1.3 Beleid waterbeheerder Keur Hoogheemraadschap van Delfland Voor werkzaamheden en activiteiten aan het water of aan waterkeringen geldt een aantal regels, zodat het hoogheemraadschap zijn taken goed kan uitoefenen. Deze regels zijn vastgelegd in een verordening, genaamd Delflands Algemene Keur. In deze Keur staan gedoogplichten, geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. In de Keur is geregeld dat kern- en beschermingszones voor waterkeringen (en watergangen) in acht dienen te worden genomen. Het komt erop neer dat binnen deze zones niets zonder meer gebouwd en opgeslagen mag worden, waarbij voor de kernzone een strenger regime (bouwen binnen de kernzone is niet toegestaan) geldt dan voor de aangrenzende beschermingszone. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast dan wel het onderhoud wordt gehinderd. De breedte en maatvoeringen van deze zones is vastgelegd in de ‘legger’. Voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem, zoals bouwen binnen de kern of beschermingszone van een waterkering, dient bij het hoogheemraadschap ontheffing te worden aangevraagd op grond van de Keur (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet).
Voor eventuele lozingen op het oppervlaktewater dient toestemming verkregen te worden in het kader van de Waterwet. Ten slotte is in 2012 de Handreiking Watertoets vastgesteld. Deze handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor ruimtelijke planvorming. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
23
Standstill-beginsel Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van het ruimtelijke plan. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijke plan worden gecompenseerd. Compensatie moet worden gerealiseerd door middel van bergen óf in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, waarin de verslechtering optreedt. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, doordat water niet langer in de bodem kan infiltreren maar oppervlakkig of via (hemelwater)riolering wordt afgevoerd. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren is gebruik gemaakt van de Watersleutel. Deze rekentool heeft Delfland ontwikkeld om voor eenvoudige plannen op basis van een aantal kenmerken van de ontwikkeling en het watersysteem snel inzicht te krijgen in de benodigde compensatie. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 10 maart heeft het bestuur van Delfland het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 (WBP6) vastgesteld.
Het Hoogheemraadschap van Delfland is als waterschap verplicht elke zes jaar een Waterbeerprogramma op te stellen. Dit document bevat de strategische beleidskaders voor de jaren 2022 t/m 2027. In het WBP6 zijn de waterbeheertaken van de waterschappen voor de komende zes jaar op een overzichtelijke wijze gepresenteerd via verschillende thema’s, die per thema concrete maatregelen bevat. 5.1.4 Beleid gemeente Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijft hoe de gemeente Vlaardingen invulling geeft aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit plan vertaalt de gemeente de ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een strategie en daarvoor benodigde activiteiten. De gemeente Vlaardingen werkt samen met haar gebiedspartners aan de thema’s: • Schoon & Gezond • Droog & Veilig • Duurzaam & Doelmatig. Hemelwaterverordening In de hemelwaterverordening stelt de gemeente eisen aan het lozen van grond- en hemelwater op de openbare riolering. De verordening bevat: Een lozingsverbod voor grondwater op het vuilwaterriool in de aangewezen gebieden. Een lozingsverbod voor hemelwater op het vuilwaterriool in de aangewezen gebieden. Een verplichting tot waterberging bij nieuwbouw.
De verplichting tot waterberging bij nieuwbouw betekent concreet dat het niet meer is toegestaan om bij nieuwbouw hemelwater te lozen op het openbaar riool, tenzij een waterbergingsvoorziening is aangebracht en in stand gehouden op particulier terrein. Deze voorziening dient een minimale inhoud te hebben van 60 liter per m² bebouwd oppervlak en moet binnen 24 tot 96 uur weer voor 90% leeg zijn om een volgende bui te kunnen opvangen.
Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling
24
5.2
Onderzoek Hieronder volgt de inhoudelijke toetsing van het plan aan de verschillende ‘waterthema’s’, zoals die beschreven staan in de Handreiking Watertoets. Toetsing aan deze thema’s levert de watertoets op. Huidig watersysteem Het plangebied kent een vastgesteld waterpeil van -3,00 m NAP. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan een primaire watergang.
Afbeelding 5.1: Uitsnede Leggerkaart Hoogheemraadschap van Delfland
Waterkwantiteit Bij de toekomstige verkaveling is stilgestaan bij het aantal m2 verhard oppervlak. Het aantal m2 bebouwing en verharding neemt toe, en het percentage onverhard af. Uit de watersleutel (bijlage 8 bij deze toelichting) van het hoogheemraadschap blijkt dat er als compensatie van de toename aan verharding 78 m² oppervlaktewater dient te worden gerealiseerd. In de berekening is er van uitgegaan dat de parkeerplaatsen halfverhard worden uitgevoerd. Op basis van de gemeentelijke hemelwaterverordening moet er 60 liter per m² bebouwd oppervlak aan hemelwaterberging worden gerealiseerd. Dit betekent met 1.956 m² extra bebouwing een waterbergingsopgave van 117,4 m3. Hoe deze watercompensatie wordt ingevuld wordt momenteel nader uitgewerkt. Om te borgen dat deze watercompensatie wordt gerealiseerd, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Hierbij dient advies te worden ingewonnen van het Hoogheemraadschap. Veiligheid Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone van een waterkering. Volksgezondheid Overstorten van vuilwater dient te worden voorkomen. Door het afkoppelen van hemelwater van de droogweerafvoer (DWA) worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Bestemmingsplan “Aalscholverlaan” Toelichting Vaststelling