Personeelshandboek Vlaardingen (2021)
Tekst van het document
28
c. € 103,72 voor logies (logiescomponent); d. € 10,13 voor een ontbijt (ontbijtcomponent).
Artikel 5
Declaratie
1.
De werkgever vergoedt de zakelijke reis- en verblijfskosten en parkeer-, tol- en veerkosten achteraf op declaratiebasis. De werknemer dient zijn declaraties te voorzien van originele, deugdelijke bewijsstukken.
2.
De werknemer dient zijn declaraties als bedoeld in lid 1 binnen 1 maand na de kalendermaand waarin hij de kosten heeft gemaakt, in te dienen. Als de werknemer zijn declaraties te laat indient, kan de werkgever besluiten om deze niet te vergoeden.
Artikel 6
(fiscale) Regelgeving
Lid 1 De gemeente Vlaardingen behoudt zich het recht voor om de in deze regeling genoemde bedragen aan te passen in verband met fiscale wijzigingen of andere wijzigingen in de huidige regelgeving. Artikel 7
Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
29
Hoofdstuk 9: Regeling reiskostenvergoeding woon- werkverkeer
Artikel 1 Algemeen Lid 1 De werkgever vergoedt de reiskosten voor woon-werkverkeer als aan de voorwaarden van deze regeling is voldaan. Lid 2 De werkgever stimuleert werknemers om voor het woon-werkverkeer zoveel mogelijk gebruik te maken van milieuvriendelijke vervoersmiddelen. Lid 3 De werknemer dient een wijziging van zijn woonadres zo spoedig mogelijk aan de werkgever door te geven. Lid 4 De werknemer dient voor zijn woon-werkverkeer de kortste route af te leggen. Artikel 2 Vergoeding openbaar vervoer (OV) Lid 1 De kosten van de daadwerkelijke reisbewegingen door middel van OV worden 100% vergoed op basis van declaraties. Lid 2 Indien een werknemer vanwege de aard van de functie of vanwege een Arbo-gerelateerde kwestie geen gebruik kan maken van hybride TPAW, dan wordt de vergoeding voor het reizen met het OV tussen de woning en de werkplek toegekend op grond van 100% van de werkelijk gemaakte kosten van een abonnement van het OV 2e klasse. Om voor deze tegemoetkoming in aanmerking te komen dient een afschrift van het abonnement gemaild te worden naar teamhrm@vlaardingen.nl. Artikel 3 Vergoeding woon-werkverkeer met eigen vervoer Lid 1 De vergoeding per maand bij gebruik van eigen vervoer is afhankelijk van het aantal dagen dat gereisd wordt tussen de woning en de standplaats.
Lid 2 Indien de werknemer de standplaats bereikt door gebruik van eigen vervoer, wordt een vergoeding van € 0,06 cent per kilometer toegekend voor de reisafstand van de woning tot de standplaats. Lid 3 De werknemer ontvangt de vergoeding als hij/ zij verder dan 3 km van de standplaats woonachtig is tot een maximum van 20 kilometer enkele reis. Lid 4 De werkgever neemt voor de berekening van de afstand het woonadres van de werknemer en het adres van de standplaats van de werknemer als begin- en eindpunt.
30
Artikel 4 Individueel Keuze Budget reiskosten woon- werkverkeer Lid 1 De werknemer heeft, afhankelijk van de fiscale wetgeving en mogelijkheden, de mogelijkheid om het IKB uit te ruilen en een belastingvrije vergoeding te ontvangen tot maximaal de fiscale ruimte. De werknemer heeft alleen recht op fiscale uitruil woon- werkverkeer als in een kalenderjaar 128 reisbewegingen of meer gemaakt worden. Lid 2 De fiscale ruimte bestaat uit het positieve verschil tussen de maximale belastingvrije ruimte en de daadwerkelijk belastingvrij ontvangen kilometervergoeding. Lid 3 Er kunnen door deelname aan de uitruil (=verlaging van het fiscaal loon) gevolgen optreden die van invloed zijn op de belastingteruggave eventuele uitkeringen en toeslagen van de medewerker. Artikel 5 Uitbetaling De vergoeding van de reiskosten wordt eenmaal per kalendermaand bij het salaris als vergoeding aan de medewerker uitbetaald. De werkgever vergoedt de kosten achteraf op declaratiebasis.
Artikel 6 Overgangsbepaling De werknemer in dienst voor 1 januari 2011, die op grond van hoofdstuk 18 van de toenmalige CAR/UR/NUR een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer ontving, die hoger was dan de vergoeding die de medewerker toekomt op basis van de huidige regeling, blijft, onder gelijkblijvende omstandigheden, de reiskostenvergoeding behouden waar hij recht op had voor de inwerkingtreding van deze regeling (garantie reiskosten woon- werkverkeer).
Artikel 7 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
31
Hoofdstuk 10
Lokale IKB-regeling
Artikel 1 Uitgesloten van deelname Stagiaires, buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand en politieke ambtsdragers van de gemeente Vlaardingen kunnen niet deelnemen aan de IKB-regeling. Artikel 2 Lokale doelen Naast de in artikel 4.3 Cao Gemeenten vermelde landelijke doelen (kopen van vakantie-uren, extra inkomen door uitbetaling en financieren van een opleiding, indien en voor zover deze niet door de werkgever wordt vergoed en de geldende fiscale regelgeving) gelden de volgende lokale doelen: a. fiets; b. vakbondscontributie; c. fiscale uitruil woon-werkverkeer. Artikel 3
Fiets
Lid 1 De medewerker heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (minimaal 1 jaar) of onbepaalde tijd. Lid 2 De medewerker kan eenmaal in de 36 maanden de keuze maken om het IKB te gebruiken voor de aanschaf van een fiets. Lid 3 Door deze keuze te maken, verklaart de medewerker dat de fiets voor meer dan de helft van het voor hem of haar van toepassing zijnde aantal werkdagen voor het woon-werkverkeer wordt gebruikt. Lid 4 De keuze van het type fiets is in die zin beperkt, dat de medewerker geen kinderfietsen of motorisch aangedreven fietsen mag kiezen. Fietsen met elektrische trapondersteuning, ook wel e-bikes genoemd, zijn toegestaan. Lid 5 Het maximale bedrag dat hiervoor kan worden aangewend is € 749,- bruto, vermeerderd met maximaal € 246,- aan fietsbonnen en een verzekeringspremie. Lid 6 De medewerker kan de keuze alleen maken indien hij of zij voldoende IKB heeft. Lid 7 De medewerker vult het aanvraagformulier in. Het formulier wordt medeondertekend door de leidinggevende. Na ondertekening dienen de formulieren naar de sectie Personeel & Organisatie van de afdeling Middelen gestuurd, waarna de fiets besteld wordt. Bij het afhalen kan de rijwielhandelaar een legitimatiebewijs vragen.
Lid 8 De werkgever is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door verlies, diefstal of beschadiging van de fiets, voor enige schade die het gevolg is van het gebruik van de fiets of voor eventuele andere gevolgen die deelname voor de medewerker met zich meebrengt. Artikel 4 Vakbondscontributie Indien de medewerker lid is van een vakbond die de belangen van medewerkers in de gemeentelijke sector behartigt, kan het IKB een keer per jaar worden aangewend voor het doel vakbondscontributie. Artikel 5
Fiscale uitruil woon-werkverkeer
Lid 1 De medewerker kan - indien hier fiscale ruimte toe is - maandelijks het IKB aanwenden voor de fiscale uitruil woon-werkverkeer.
32
Lid 2 Hiertoe wordt fiscale ruimte bepaald die maandelijks belastingvrij kan worden uitgeruild. Lid 3 De medewerker kan via de IKB-module aangeven gebruik te willen van de fiscale uitruil woonwerkverkeer. Lid 4 In geval van verhuizing dient de medewerker dit direct aan de werkgever door te geven. Lid 5 Bij een aanpassing van het aantal dagen waarop de medewerker werkt, wordt dienovereenkomstig het uit te ruilen bedrag aangepast. Lid 6 In geval van afwezigheid of ziekte van de medewerker van meer dan 30 dagen wordt de uitruil stopgezet. Lid 7 Indien de medewerker de maandelijkse uitruil wil stoppen dan dient de medewerker dit in de IKBmodule aan te geven. Het initiatief hiertoe rust uitdrukkelijk bij medewerker. Artikel 6
Gevolgen keuzes
Het bepaalde in artikel 4.6 Cao Gemeenten is van toepassing op deze regeling.
33
Hoofdstuk 11
Regeling functiebeschrijven, functiewaarderen en inpassing
Artikel 1
Reikwijdte
Lid 1 Het niveau van alle bij de gemeente voorkomende functiebeschrijvingen zal worden vastgelegd volgens de methode van functiewaardering, met gebruikmaking van het ODRPfunctiewaarderingssysteem (OFS). Lid 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts ten aanzien van functiebeschrijvingen waarvoor een salarisschaal wordt vastgesteld volgens de conversietabel. Artikel 2
Functieboek
Lid 1 Het functieboek wordt vastgesteld door het college. Lid 2 Het functieboek wordt alleen gewijzigd voor nieuwe functiefamilies en/of bandbreedtes welke duurzaam moeten worden vervuld en welke niet op basis van het vigerende functieboek kunnen worden vervuld. Lid 3 De functiedeskundige stelt de conceptfunctiebeschrijvingen op. Lid 4 De gemeentesecretaris stelt de functiebeschrijvingen vast, met uitzondering van de functiebeschrijving voor de functiefamilie "directeuren", welke wordt vastgesteld door het college. Artikel 3
Functiewaardering
Lid 1 De functiebeschrijvingen worden aan de functiedeskundige voor een concept waarderingsadvies voorgelegd. Lid 2 De functiedeskundige vervaardigt aan de hand van de functiebeschrijvingen een concept waarderingsadvies. Lid 3 De concept waarderingsadviezen worden getoetst door de toetsingscommissie. Artikel 4
Vaststellen functiewaardering alsmede conversietabel
Lid 1 Alvorens tot definitieve vaststelling over te gaan, worden de concept waarderingsadviezen en de daarbij behorende stukken ter advisering voorgelegd aan de toetsingscommissie. Lid 2 De toetsingscommissie wordt ingesteld door het college en bestaat uit: a. een lid namens de werkgever, voorgedragen door de directie; b. een (in- of extern) lid namens de werknemers, voorgedragen door de Ondernemingsraad; c. een lid, tevens voorzitter, zijnde het hoofd afdeling Concernondersteuning dan wel een aan te wijzen plaatsvervanger. Aan de toetsingscommissie worden zonder stemrecht toegevoegd: een medewerker van de afdeling Concernondersteuning als secretaris, de functiedeskundige als adviseur alsmede een plaatsvervangend (in- of extern) lid namens de werknemers, voorgedragen door de Ondernemingsraad.
34
Lid 3 Nadat de toetsingscommissie advies heeft uitgebracht stelt het college het waarderingsresultaat definitief vast. Lid 4 De toetsingscommissie wordt eveneens om advies gevraagd over de vast te stellen dan wel te wijzigen conversietabel. Lid 5 Nadat over de conversietabel overeenstemming is bereikt met het lokaal overleg, zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAO Gemeenten, stelt het college deze conversietabel vast. Lid 6 Dit artikel, alsmede artikelen 4 en 5, gelden in geval van invoering van nieuwe systematiek of in geval van wijziging van het functieboek. Artikel 5
lnpassingsvoorstel
Lid 1 De functiedeskundige stelt een gemotiveerd inpassingsvoorstel op aan de hand van een bestaande of een nieuwe taakbeschrijving, in overleg met het desbetreffende afdelingshoofd c.q. de directie dan wel een lid van het college indien het de functiefamilie "directeuren" betreft. Lid 2 lndien een medewerker structureel een gewijzigd takenpakket of een nieuw takenpakket krijgt toegewezen is het vorige lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 De inpassingsvoorstellen, zoals bedoeld onder lid 1, worden - alleen bij de invoering van de nieuwe systematiek - getoetst door de toetsingscommissie. De toetsingscommissie nodigt indien gewenst het desbetreffende afdelingshoofd, respectievelijk een vertegenwoordiger namens het college, uit tot het geven van een toelichting met betrekking tot de voorstellen. Lid 4 De toetsingscommissie legt de inpassingsvoorstellen ter vaststelling voor aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt vervolgens, gehoord de directie, de inpassingsvoorstellen vast. Met betrekking tot de functiefamilie "directeuren" worden deze ter vaststelling voorgelegd aan het college. Lid 5 Het besluit tot inpassing wordt aan de betrokken medewerker schriftelijk bekend gemaakt. Artikel 6 Geschilbeslechting Als de werknemer het niet eens is met de indeling dan deelt hij dit mee aan de werkgever.
De werkgever en werknemer werken vervolgens mee aan bemiddeling om het tussen hen bestaande geschil op te lossen. Als de bemiddeling niet tot een oplossing leidt, kan de werknemer het geschil voorleggen aan de geschillencommissie op grond van de Geschillenregeling Gemeente Vlaardingen.
35
Hoofdstuk 12
Regeling BHV en EHBO
Artikel 1
Bedrijfshulpverlening
1.
De werkgever wijst de werknemer aan als bedrijfshulpverlener, ploegleider BHV of hoofd bedrijfshulpverlener, indien de werknemer zich hiervoor heeft aangemeld. De werknemer ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging.
2. De werknemer voert de BHV-taken in principe binnen de reguliere werktijd, naast de normale werkzaamheden uit. 3. De BHV-er neemt deel aan alle BHV (herhalings-)cursussen en trainingen. 4. De kosten voor instructie als bedoeld in het vorige lid van dit artikel en de kosten van een examen ter verkrijging van het certificaat bedrijfshulpverlener, komen voor rekening van de werkgever. 5. Als de in lid 3 bedoelde cursus of training buiten de voor de BHV-er normaal vastgestelde werktijd plaatsvindt, compenseert de werkgever de betreffende uren in tijd. 6. Ten minste een keer per jaar beoordeelt het hoofd bedrijfshulpverlening de wijze waarop de BHV-taken worden vervuld. 7. Het aantal BHV-ers is afgestemd op het in alle omstandigheden kunnen vervullen van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de Arbeidsomstandighedenwet. 8.
Artikel 2
lntrekking van besluit tot aanwijzing als bedrijfshulpverlener vindt plaats: Op verzoek van de bedrijfshulpverlener. Wanneer de bedrijfshulpverlener niet meer in het bezit is van een geldig EHBO diploma en BHV certificaat. Wanneer het hoofd BHV de bedrijfshulpverlener niet meer in staat acht zijn/ haar taken uit te voeren. Bij schorsing en ontslag van de bedrijfshulpverlener. Bedrijfshulpverleningsvergoeding
1. De BHV-er ontvangt jaarlijks een bruto vergoeding. De hoogte hiervan is vastgelegd in artikel 3.21 van de Cao Gemeenten. Hiervoor geldt de voorwaarde dat de BHV-er in het bezit is van een geldig BHV-diploma en in voldoende mate deelneemt aan de BHV-(herhalings)cursussen en trainingen. De werkgever betaalt de vergoeding per maand. 2. De vergoeding wordt niet of naar evenredigheid uitbetaald, wanneer de BHV' er langer dan 6 maanden zijn taken niet heeft kunnen uitvoeren. 3. lndien de BHV-er niet meer voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden om de BHVtaken uit te mogen voeren, wordt de vergoeding met ingang van de verloopdatum ingetrokken.
Artikel 3
EHBO
1. De werkgever wijst de werknemer aan als EHBO'er, indien de werknemer zich hiervoor heeft aangemeld. De werknemer ontvangt een schriftelijke bevestiging. 2. De werknemer, zoals genoemd in het vorige lid, neemt deel aan voldoende EHBO(herhalings)cursussen en trainingen. 3. De werkgever betaalt de kosten voor de in lid 2 genoemde cursussen en trainingen.
36
4. Als de in lid 2 bedoelde cursus of training buiten de voor de EHBO-er normaal vastgestelde werktijd plaatsvindt, compenseert de werkgever de betreffende uren in tijd. 5. Ten minste een keer per jaar beoordeelt het hoofd bedrijfshulpverlening de wijze waarop de EHBO-taken worden vervuld.
Artikel 4
EHBO-vergoeding
1. De EHBO-er ontvangt jaarlijks een bruto vergoeding. De hoogte hiervan is vastgelegd in artikel 3.21 van de Cao Gemeenten. Hiervoor geldt de voorwaarde dat de EHBO-er in het bezit is van een geldig EHBO-diploma en in voldoende mate deelneemt aan de EHBO(herhalings-) cursussen en trainingen. De werkgever betaalt de vergoeding per maand. 2. De EHBO-er ontvangt de toelage niet als hij zijn EHBO-taken langer dan 6 maanden niet heeft kunnen uitvoeren. 3. lndien de EHBO-er niet meer voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden om de EHBOtaken uit te mogen voeren, wordt de vergoeding met ingang van de verloopdatum ingetrokken.
Artikel 5
Einde vergoeding
Wanneer een vergoeding op grond van deze regeling eindigt voor de werknemer, vindt er geen afbouw plaats.
Artikel 6
Onvoorziene gevallen
ln gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
37
Werktijden & verlof
37
Hoofdstuk 13
Werktijdenregeling
Algemeen Artikel 1
Toepassing
Lid 1 Deze werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard en een bijzondere regeling. De bijzondere regeling is alleen van toepassing op de in de bijlage opgenomen functiegroepen en functies. Lid 2 De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf (enige) regelruimte hebben met betrekking tot het bepalen van hun werktijden. Lid 3 De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers die op wisselende tijden/volgens rooster werken, waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. Werkgever bepaalt welke functiegroepen onder de bijzondere regeling vallen. Deze functiegroepen en functies zijn opgenomen in de bijlage van deze regeling. Artikel 2
Bedrijfstijd en arbeidsduur
Lid 1 De bedrijfstijd is vastgesteld van maandag tot en met vrijdag van 7:00 uur tot 22:00 uur. Lid 2 De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijddienstverband 36 uur per week. Voor een deeltijd medewerker komt dit overeen met de in de arbeidsovereenkomst opgenomen uren. Lid 3 lndien een medewerker meer dan 5 ½ uur tot en met 10 uur aangesloten werkt, dient hij/ zij ten minste een half uur pauze te nemen, die eventueel kan worden gesplitst in 2 pauzes van 15 minuten. Lid 4 lndien een medewerker meer dan 10 uur per dag werkt, heeft hij/zij ten minste recht op 45 minuten pauze, die gesplitst mag worden in meerdere pauzes van minimaal 15 minuten. Lid 5 De feitelijke arbeidsduur mag maximaal 11 uur per dag en 50 uur per week bedragen. De leidinggevende kan daartoe na overleg met de werknemer besluiten. Een verzoek hiertoe van de leidinggevende wordt ten minste een maand voor aanvang van de werkzaamheden aan de medewerker gedaan. W egens dienstbelang kan hiervan worden afgeweken. De standaardregeling Artikel 3 Dagvenster Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur. Artikel 4
Bezetting en werkafspraken
Lid 1 De leidinggevende draagt zorg voor een adequate en verantwoorde bezetting van zijn of haar organisatieonderdeel.
38
Lid 2 Tussen leidinggevende en medewerker worden basisafspraken gemaakt over de werktijden, verlof en werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden besproken en geevalueerd binnen de jaarlijkse gesprekscyclus. Lid 3 Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiente en effectieve bedrijfsvoering, een goede voortgang van de werkzaamheden op de afdeling, de bereikbaarheid en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen. Lid 4 Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden dient te verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd. Leidinggevende en medewerker maken afspraken om de uren op korte termijn te compenseren. De uren kunnen niet worden opgespaard of worden omgezet in vakantie uren. Artikel 5
Buitendagvenstertoelage
Lid 1 lndien de medewerker buiten het dagvenster werkzaamheden dient te verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstertoelage zoals beschreven in artikel 3:13 Cao Gemeenten. Deze bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt over het compenseren nadere afspraken met leidinggevende. Lid 2 De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is, heeft conform artikel 3.13 lid 3 geen recht op een buitendagvenstertoelage. Artikel 6
Beschikbaarheidsdiensten
Lid 1 De medewerker die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten heeft recht op een toelage zoals opgenomen in artikel 3.14 Cao Gemeenten. De bijzondere regeling Artikel 7
Bijzondere regeling
Lid 1 De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage opgenomen functiegroepen en functies. Lid 2 De werktijden voor deze groep medewerkers worden vastgesteld door werkgever, conform artikel 5.5 Cao Gemeenten. Lid 3 Werkgever kan met instemming van de OR de in de bijlage genoemde functiegroepen en functies wijzigen. Lid 4 Medewerkers die vallen binnen de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de Cao Gemeenten aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3.20), toelage onregelmatige dienst (artikel 3.12) en de beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3.14).
39
Functies en functiegroepen die vallen onder de Bijzondere regeling zoals vastgelegd in artikel 7 van deze werktijdenregeling:
Bestuurszaken Sectie Bestuursondersteuning: Bodes Facilitair VIA Sectie Facilitaire Zaken en ICT: Netwerk- en systeembeheerders Openbare W erken Sectie Stadsvoorzieningen: Medewerkers kinderboerderij Havenbeambten (inclusief adjunct havenmeester) Sectie W ijkbeheer: Medewerkers serviceteam Groenmedewerkers Medewerkers veegploeg Opzichters Sectie Toezicht en handhaving: Handhavers Toezichthouders Stadswachten Sectie Uitvoering: Groenmedewerker/chauffeur Medewerkers technische installaties Medewerkers meubilair/verkeersmaatregelen Medewerker stadswerf Medewerkers waterhuishouding/riolering (inclusief senior/opzichter) Publiekszaken Sectie Contactcentrum: Baliemedewerkers Ruimtelijke en Maatschappelijke Ontwikkeling Sectie Stadsbibliotheek: Medewerkers uitlening Bibliotheekmedewerkers I.
Te bepalen dat dit besluit met terugwerkende kracht in werking treedt op 1 maart 2014.
II.
Te bepalen dat dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Werktijdenregeling gemeente Vlaardingen.
40
Hoofdstuk 14
Regeling overwerkvergoeding
Artikel 1 Toepassing Deze regeling is van toepassing op de medewerkers voor wie de bijzondere regeling van de werktijden geldt en die een functie vervullen zoals vastgelegd in de bijlage van de werktijdenregeling gemeente Vlaardingen en voor medewerkers die uren hebben gemaakt in het kader van een beschikbaarheidsdienst en/of gladheidsbestrijding. Artikel 2 Toekenning vergoeding De medewerker die een uitdrukkelijke opdracht tot het verrichten van overwerk heeft ontvangen van de gemeentesecretaris of namens deze van zijn (direct) leidinggevende, komt in aanmerking voor een overwerkvergoeding als bedoeld in artikel 3.20 Cao Gemeenten. Artikel 3 Begrenzing uitbetaling Medewerkers die onder de bijzondere regeling van de werktijden vallen en een salaris ontvangen volgens salarisschaal 11 of hoger zoals opgenomen in art. 3.4 Cao Gemeenten, hebben ter zake van verricht overwerk geen aanspraak op het bedrag in geld als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid CARUWO. Artikel 4
Maaltijd bij overwerk
Lid 1 Voor de gemaakte kosten van een maaltijd kan een vergoeding worden verleend indien: a. de werkzaamheden niet zijn voorzien; b. er voor het nuttigen van de maaltijd geen gelegenheid is om naar huis te gaan; c. de werkzaamheden tenminste voortduren tot 21.00 uur. Lid 2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag van artikel 4 van de regeling Reis- en verblijfskosten gemeente Vlaardingen.. Lid 3 Het declareren van de gemaakte kosten geschiedt onder overlegging van de vereiste bewijsstukken.
41
Hoofdstuk 15
Verlofregeling
Artikel 1
Omvang basis vakantieverlof
Lid 1 De vakantie van de medewerker met een voltijd dienstbetrekking bedraagt overeenkomstig artikel 6.1 Cao Gemeenten ten minste 144 wettelijke verlof uren per kalenderjaar. Lid 2 Een medewerker die v66r 1 januari 2011 in dienst is getreden heeft, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, recht op 7,2 uur bovenwettelijk verlof per kalenderjaar. Lid 3 Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren zoals bedoeld in het eerste of tweede lid. Lid 4 Afronding van het verlof geschiedt op 2 cijfers achter de komma volgens de gebruikelijke rekenregels. Lid 5 In het geval een medewerker ziek is op een verlofdag wordt het verlof als niet genoten beschouwd. Artikel 2
Vermeerdering vakantieverlof
Lid 1 Het basisverlof kan overeenkomstig artikel 3a en 3b van deze regeling worden vermeerderd vanwege volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd en/of als gevolg van onregelmatige dienst en/of beschikbaarheidsdienst. Lid 2 Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren. Bij deze verlofberekening wordt allereerst het totale verlofrecht op basis van een volledige betrekking bepaald alvorens het evenredige deel te berekenen. Lid 3 In het geval van samenloop tussen het bovenstaande en de bepalingen uit de Cao Gemeenten prevaleert de meest gunstige optie voor de medewerker. Lid 4 Voor de medewerker in dienst v66r 1 januari 2017, wordt het bovenwettelijk verlof vermeerderd met 14,4 uur per kalenderjaar vanwege het vervallen van de lokale feestdagen 1 en 5 mei. Lid 5 Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder van 36 uur per week, geldt met betrekking tot het bepaalde in lid 4 een naar evenredigheid lager aantal uren. Artikel 3
Vermeerdering vakantieverlof op basis van leeftijd· en/of overheidsdiensttijd
Lid 1 De bedoelde vermeerdering vanwege volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd in het eerste lid van artikel 3 is afhankelijk van de datum van indiensttreding en bedraagt:
42
Medewerker in dienst gemeente Vlaardingen v66r 1 januari 1997 Leeftijd of diensttijd
Extra verlofuren per jaar
Leeftijd van 35 tot en met 44 jaar of een diensttijd van 15 tot en met 24 jaar
7,20 uren
Leeftijd van 45 tot en met 54 jaar of een diensttijd van 25 tot en met 34 jaar
21,60 uren
Leeftijd van 55 tot en met 59 jaar of een diensttijd van 35 tot en met 39 jaar
28,80 uren
Leeftijd van 60 of ouder of een diensttijd van 40 jaar of meer
36,00 uren
Medewerker in dienst gemeente Vlaardingen op of na 1 januari 1997 Leeftijd of diensttijd
Extra verlofuren per jaar
Leeftijd van 45 tot en met 54 jaar of een diensttijd van 25 tot en met 34 jaar
7,20 uren
Leeftijd van 55 tot en met 59 jaar of een diensttijd van 35 tot en met 39 jaar
14,40 uren
Leeftijd van 60 of ouder of een diensttijd van 40 jaar of meer
21,60 uren
Lid 2 Bepalend voor de verlofrechten is de leeftijd of diensttijd die de medewerker het betreffende jaar bereikt. Artikel 3b Vermeerdering vakantieverlof als gevolg van onregelmatigheidsdienst en/of beschikbaarheidsdienst De bedoelde vermeerdering als gevolg van onregelmatige dienst en/of beschikbaarheidsdienst bedraagt: Categorie
Extra verlofuren per jaar
De medewerker, die arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend
14,40 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten maanden regelmatig gemiddeld 60% per (36- urige) werkweek arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend.
21,60 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten maanden regelmatig gemiddeld 75% per (36- urige) werkweek arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend.
28,80 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten kalendermaanden regelmatig gedurende 13 of meer volle kalenderweken
14,40 uren
43
beschikbaarheidsdiensten heeft verricht. De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten kalendermaanden regelmatig gedurende 6 maar niet meer dan 12 volle kalenderweken beschikbaarheidsdiensten heeft verricht.
7,20 uren
Artikel 4 Feestdagen De medewerker heeft recht op verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) op de volgende feestdagen conform artikel 5.3 lid 4 Cao Gemeenten: a. b. c. d. e. f.
Nieuwjaarsdag; Tweede paasdag; Dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd; Hemelvaartsdag; Tweede pinksterdag; Eerste en tweede kerstdag.
g.
In aanvulling daarop wordt de volgende dag eveneens aangemerkt als feestdag: Goede Vrijdag;
Artikel 5
Vaststellen collectief verlof
Lid 1 Jaarlijks kan de werkgever met instemming van de Ondernemingsraad uren van het verloftegoed aanwijzen als collectieve verlofuren. Lid 2 Indien een werkdag gelegen is tussen het weekend en twee aaneengesloten feestdagen is deze dag een brugdag met collectief verlof waarvoor geen verlof hoeft te worden opgenomen. Artikel 6
Verlenen vakantieverlof
Lid 1 De leidinggevende beslist over het verlenen van verlof op basis van het dienstbelang. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de medewerker. Lid 2 Verlofaanvragen dienen tijdig voorgelegd worden aan de leidinggevende. Tijdig betekent voor incidentele verlofdagen minimaal 2 werkdagen voorafgaand aan de opname. Voor aaneengesloten perioden vakantieverlof dien je minimaal 2 maanden voorafgaand een verzoek in te dienen. In overleg met de leidinggevende kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt. Artikel 7
Opnemen verlofuren
Lid 1 Verlofuren behoren in de regel te worden opgenomen in het kalenderjaar waarover ze zijn toegekend. Lid 2 Verlofopname geschiedt op basis van het aantal uren dat de medewerker op de betreffende dag geacht wordt te werken. Lid 3 In het geval dat op verzoek van de medewerker in enig kalenderjaar niet het gehele vakantieverlof is verleend mag de medewerker het verlof over laten schrijven naar het volgende kalenderjaar. Het
44
wettelijke verlof vervalt na 12 maanden na het einde van dat kalenderjaar. Het bovenwettelijke verlof vervalt na 60 maanden na het einde van dat kalenderjaar. Lid 4 In tegenstelling tot het bepaalde in lid 3, geldt de vervaltermijn niet als de medewerker tot aan dat tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is geweest om dit vakantieverlof op te nemen, of dit vanwege dienstbelang niet mogelijk is geweest. Lid 5 Een medewerker kan een verzoek indienen om zijn wettelijk verlof gedeeltelijk in te zetten voor een langere verlofperiode. Werkgever kan daarbij de in lid 3 genoemde termijn schriftelijk verlengen. Lid 6 In geval van ontslag dient de medewerker in overleg met zijn leidinggevende zo veel mogelijk verlof voor de ontslagdatum te hebben opgenomen. Artikel 8
Buitengewoon verlof
Lid 1 Het buitengewoon verlof is geregeld in hoofdstuk 6 Cao Gemeenten en in artikel 12.4 Cao Gemeenten. Hierbuiten kent de gemeente Vlaardingen extra faciliteiten toe aan de medewerker tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten. Lid 2 De bedoelde extra faciliteiten in het eerste lid zijn: bij overlijden van echtgenoot of de geregistreerd partner, ouders, pleegouders, stiefouders, kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen gedurende vier werkdagen; bij overlijden van bloed- en aanverwanten in de 2e graad gedurende twee werkdagen, tenzij de medewerker is belast met de regeling van de begrafenis c.q. crematie of (en) nalatenschap. In dat geval wordt ten hoogste vier werkdagen verlof toegekend. Artikel 9 Ouderschapsverlof De medewerker heeft in aanvulling op het bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg, recht op betaald ouderschapsverlof conform de bepalingen in artikel 6.10 Cao Gemeenten. Het percentage van doorbetaling wordt gebaseerd op het bepaalde in artikel 6.10 lid 2 van de Cao Gemeenten.
45
Faciliteiten & Voorzieningen
46
Hoofdstuk 16
Regeling mobiele communicatiemiddelen
Artikel 1
Toepassing
Deze regeling is van toepassing op de medewerkers van de gemeente Vlaardingen. Medewerkers kunnen gebruik maken van de mogelijkheden zoals aangeboden binnen deze regeling. Artikel 2
Keuzemogelijkheden smartphones
De medewerker heeft de volgende keuzemogelijkheden: a. De medewerker gebruikt een prive smartphone met eigen abonnement voor zakelijk gebruik en ontvangt daarvoor een vaste maandelijkse vergoeding. b. De medewerker ontvangt van werkgever een smartphone, inclusief abonnement, voor zakelijk gebruik in bruikleen. Artikel 3
Vergoeding voor gebruik prive smartphone
Lid 1 De maandelijkse vergoeding bestaat uit een tegemoetkoming voor abonnements- en toestelkosten. Lid 2 Door het aanvaarden van de vergoeding stelt de medewerker zijn prive smartphone beschikbaar voor de uitoefening van zijn functie. Lid 3 De hoogte van de vergoeding bedraagt € 30, - netto per kalendermaand. Lid 4 Nadat de medewerker het aanvraagformulier heeft ingevuld, wordt de vergoeding maandelijks uitbetaald. Lid 5 De uitbetaling van de vergoeding wordt stopgezet wanneer de medewerker gedurende een periode van 4 weken aaneengesloten, anders dan wegens vakantieverlof, afwezig is geweest. De uitbetaling wordt hervat zodra de medewerker zijn werk heeft hervat. Lid 6 Alle overige kosten die gemaakt worden met het prive toestel komen voor rekening van de medewerker, inclusief kosten als gevolg van diefstal en schade. Artikel 4
Smartphone in bruikleen
Lid 1 Aan de medewerker die geen gebruik wil maken van zijn prive smartphone tegen een vergoeding, wordt een smartphone in bruikleen verstrekt. Lid 2 De smartphone is voor zakelijk gebruik bestemd. Lid 3 Beperkt prive- gebruik van de smartphone wordt toegestaan. Lid 4 Bellen of dataverbruik in het buitenland is niet toegestaan, tenzij de medewerker dit doorgeeft aan zijn leidinggevende, zodat de kosten kunnen worden ingehouden op het salaris. Lid 5 Een medewerker die een smartphone in bruikleen heeft en die gebruik wil maken van zijn prive smartphone, kan na het verstrijken van een periode van twee jaar, de bruikleen smartphone bij de
47
afdeling Facilitair VIA inleveren. Na indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 4, 4e lid, ontvangt de medewerker een vergoeding van € 30,- netto per maand. Artikel 5
Tablet in bruikleen
De leidinggevende stelt vast of een medewerker in aanmerking komt voor het in bruikleen geven van een tablet, aan de hand van de volgende criteria: a. De aard van de functie vereist dat een medewerker digitaal en plaats- en tijdonafhankelijk kan werken. b. De medewerker heeft minimaal 4 vergaderingen per week waarbij stukken digitaal aangeleverd worden en/of verricht meer dan 4 uur per week werkzaamheden bij externen. c. Ook indien na overleg met de leidinggevende blijkt dat een tablet noodzakelijk is voor de uitoefening van de werkzaamheden, kan een tablet in bruikleen worden verstrekt. Artikel 6
Algemeen gebruik
Lid 1 Een gebruiker van een communicatiemiddel houdt het in bruikleen gegeven communicatiemiddel in goede staat. Lid 2 Bij gebruik van een prive communicatiemiddel, wordt de smartphone ingericht voor het zakelijke gebruik. Lid 3 Op zowel de prive-smartphone en de bruikleen smartphone, wordt door de werkgever de app Hipper ge'nstalleerd in verband met een doorschakelingfunctie. Lid 4 Werkgever vertrouwt erop dat medewerker correct omgaat met de ter beschikking gestelde apparatuur en deze regeling naleeft. Daar waar dit niet het geval is behoudt werkgever zich het recht voor om hierop een gerichte controle uit te voeren aan de hand van de factuur van de provider. Dit zal dan ook met medewerker vooraf worden besproken. Artikel 7
Melding van schade, verlies of diefstal
Lid 1 De medewerker meldt schade, verlies of diefstal van het communicatiemiddel direct aan zijn/haar leidinggevende en aan de afdeling Facilitair VIA. Lid 2 In geval van diefstal doet de medewerker aangifte bij de politie. Lid 3 Schade, verlies of diefstal van het in bruikleen gestelde toestel, komt voor rekening van de werkgever, tenzij wordt aangetoond dat de werknemer nalatig is geweest. In dat geval zullen de kosten voor rekening van de medewerker komen. Artikel 8
Teruggave communicatiemiddel
De medewerker levert het in bruikleen verstrekte communicatiemiddel in bij de afdeling Facilitair VIA, op de laatste dag dat de werkzaamheden voor de gemeente worden verricht.
48
Hoofdstuk 17 Artikel 1
Regeling personele aangelegenheden gemeente Vlaardingen Algemeen
1.
Bij bijzondere personeelsaangelegenheden verstrekt de werkgever een attentie en/ of voorziening. In deze regeling is per gebeurtenis opgenomen welke attentie/ voorziening de werkgever verstrekt.
2.
De werkgever stelt per attentie/ voorziening een bedrag vast. De bedragen opgenomen in deze regeling zijn inclusief BTW en eventuele bezorgkosten en gelden per inwerkingtreding van deze regeling.
3.
De werkgever kan deze regeling te allen tijde aanpassen aan de fiscale wet- en regelgeving.
4.
De aangeboden voorzieningen dienen met de leidinggevende te worden afgestemd en aangevraagd.
Artikel 2
Geboorte en adoptie
De werknemer ontvangt een attentie t.w.v. maximaal € 25,- bij de geboorte of adoptie van een kind. De leidinggevende en eventuele directe collega's arrangeren de attentie, zodra de werkgever in kennis is gesteld. Artikel 3
Huwelijk of geregistreerd partnerschap
De werknemer ontvangt een attentie t.w.v. maximaal € 25,- bij het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. De leidinggevende en eventuele directe collega's arrangeren de attentie, zodra de werkgever in kennis is gesteld. Artikel 4
Ziekte
Bij een ziekenhuisopname of afwezigheid vanwege ziekte van meer dan 4 weken, wordt een attentie verzorgd ter waarde van maximaal € 25,-. De leidinggevende en eventuele directe collega's arrangeren de attentie. Artikel 5
Attenties aan medewerkers in (niet) werk gerelateerde situaties:
Het staat een leidinggevende vrij om een attentie ter waarde van maximaal € 25,- te verstrekken in (al dan niet) werk gerelateerde situaties. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan: -
Verhuizing Behalen van studie Secretaresse dag Afscheid stagiaires/ externen
Artikel 6
Ambtsjubileum
De leidinggevende ontvangt het signaal betreft het ambtsjubileum uit het e-HRM systeem. HRM verzorgt de bevestiging middels een brief aan de werknemer. De leidinggevende bespreekt de opties, conform art. 7.1 en 7.2 met de werknemer en zet de benodigde acties uit. 6.1.
12,5 en 50 jarig ambtsjubileum
De werknemer die v66r 1 januari 2016 in dienst is getreden en die uiterlijk op 31 december 2020 recht heeft op een gratificatie in verband met een 12,5· jarig ambtsjubileum, ontvangt indien gewenst gebak op de afdeling. De werknemer die v66r 1 januari 2016 in dienst is getreden en die uiterlijk op 31 december 2020 recht heeft op een gratificatie in verband met een 50· jarig ambtsjubileum, heeft de keuze uit de opties benoemd in art. 7.2 van deze regeling.
49
De werknemers die na 1 januari 2016 in dienst zijn getreden, hebben geen recht op een gratificatie, attentie of een voorziening in verband met een 12,5- jarig of 50- jarig ambtsjubileum. 6.2.
25 en 40 jarige ambtsjubileum:
De jubilarissen van een 25 of 40 jarige ambtsjubileum kunnen een keuze maken uit de verschillende opties: Optie A o interne receptie van 2 uur t.w.v. maximaal € 500,o attentie a € 50,Optie B o externe borrel t.w.v. maximaal € 500,o attentie a € 50,Optie C o uit eten: diner of lunch met collega's en evt. met gezin, t.w.v. maximaal € 500,o attentie a € 50,Optie D o attentie a € 50,-
Artikel 7
Ontslag
7.1.
Ontslag op eigen verzoek
Diensttijd tussen 0 en 1 jaar o
een koffie/ thee moment met team/ afdeling
Diensttijd tussen 1 en 5 jaar o
gebak op de afdeling en attentie a € 25,-
Diensttijd vanaf 5 jaar o o o o
interne receptie van 2 uur t.w.v. maximaal € 500,- of externe borrel maximaal € 500,- of diner of lunch maximaal € 500,- en attentie a € 50,-
7.2.
Ontslag vanwege (keuze) pensioen of arbeidsongeschiktheid o o o o o o
interne receptie van 2 uur t.w.v. maximaal € 1000,- of externe borrel maximaal € 500,- of diner of lunch met collega's en evt. met gezin maximaal € 750,- en bij (keuze) pensioen de optie voor een fotograaf t.w.v. maximaal € 900,- en gemeentelijk aandenken en attentie a € 100,-
Artikel 8
Overlijden van (oud) medewerker
In geval van overlijden wordt conform de' Gedragslijn bij overlijden van medewerker' gehandeld. Artikel 9 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
50
Hoofdstuk 18
Regeling gesprekscyclus
Artikel 1
Algemene bepalingen
Lid 1 De gesprekken in de gesprekscyclus vinden plaats tussen medewerker en manager. De cyclus speelt zich af binnen een kalenderjaar. Lid 2 Aan een of meer informanten kan informatie gevraagd worden over het functioneren van de medewerker in het tijdvak waarover het gesprek gaat. Lid 3 De medewerker wordt minstens een week tevoren schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek onder opgave van datum, tijd en plaats. Lid 4 De verslagen van de start- voortgangs- en eindejaarsgesprekken en alle daarmee samenhangende informatie worden als vertrouwelijk beschouwd. lnzage is slechts toegestaan aan de betrokken medewerker, zijn of haar manager en de naast-hogere manager en de betreffende HRM-adviseur. Artikel 2
Het startgesprek
Lid 1 De cyclus start met het startgesprek waarbij werk- c.q. resultaatafspraken worden gemaakt, welke digitaal vastgelegd worden door de gesprekspartners. Door het goedkeuren in het systeem is het uitgangspunt voor de aard en omvang van de werkzaamheden van de medewerker in de cyclusperiode vastgelegd. Lid 2 Een startgesprek wordt gehouden in het eerste kwartaal van het jaar en wel uiterlijk 1 april. Lid 3 Tijdens het startgesprek wordt in elk geval aandacht besteed aan: a. de beschrijving van beoogde prestatie(s); b. de beschrijving van de ontwikkelpunten aan de hand van de relevante competenties behorend bij de functie en de organisatie brede competenties; c. de verwachtingen van de manager en medewerker over de te leveren prestaties van de medewerker en de te verwachten ondersteuning van de organisatie en de manager in het bijzonder; d. de verwachtingen over samenwerking in het team. Artikel 3
Het voortgangsgesprek
Lid 1 De voortgang en/of evaluatie van de werkzaamheden en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze worden uitgevoerd door de medewerker, worden besproken in een voortgangsgesprek. Lid 2 Een voortgangsgesprek wordt gehouden rond de zomer van een kalenderjaar en wel uiterlijk 1 september. De mogelijkheid om tussentijds een of meerdere andere gesprekken over het functioneren van de medewerker te houden, bestaat op ieder moment. Lid 3 ln het voortgangsgesprek wordt met name aandacht besteed aan de navolgende onderwerpen: a. ontwikkeling, samenwerking en ondersteuning; b. werkomstandigheden; c. omgangsvormen;
51
d. e.
integriteit; verzuim.
Artikel 4
Algemene bepalingen betreffende start· en voortgangsgesprek
Lid 1 Het start en voortgangsgesprek worden vastgelegd in een digitale tool. De medewerker en/of manager gaan akkoord door het goedkeuren van de inhoud via de tool. Door goedkeuring worden de afspraken ook direct onderdeel van het personeelsdossier. Lid 2 Als de medewerker en/of manager zich niet kunnen vinden in de vastlegging, dan gaan zij met elkaar in gesprek om tot consensus te komen. lndien van toepassing kunnen zij de naast hogere manager en/of de HRM-adviseur raadplegen. Artikel 5
Het eindejaarsgesprek
Lid 1 Uitgangspunt voor het moment van het eindejaarsgesprek is het laatste kwartaal en wel uiterlijk 31 december en minimaal twee maanden nadat het voortgangsgesprek heeft plaatsgevonden. lngeval de omstandigheden dan wel het dienstbelang dat vergen, kan een eindejaarsgesprek eerder dan wel later plaatsvinden. Lid 2 Het eindejaarsgesprek vindt plaats volgens het format in de tool. Artikel 6
Algemene bepalingen betreffende eindejaarsgesprek
Lid 1 De manager stelt de beoordeling op in de tool en verzendt deze digitaal naar de medewerker. Hierna vindt het gesprek tussen medewerker en manager plaats. ln het gesprek licht de manager de beoordeling toe. De medewerker kiest voor 'gezien' of de medewerker kiest voor 'niet akkoord'. Hierbij is ook de mogelijkheid opgenomen voor het geven van een toelichting. Lid 2 lndien de medewerker niet akkoord is, kan advies gevraagd worden aan de naast hogere manager en/of de HRM-adviseur. Er volgt dan nogmaals een gesprek. De tool verzendt het eindejaargesprek naar de naast hogere manager. Als de naast hogere manager ook goedkeurt dan gaat het formulier rechtstreeks naar het digitale personeelsdossier en is de cyclus afgerond. Artikel 7 Geschilbeslechting Als de werknemer het niet eens is met de beoordeling conform art. 7 van deze regeling dan deelt hij dit mede aan de werkgever. De werkgever en werknemer werken vervolgens mee aan bemiddeling om het tussen hen bestaande geschil op te lossen. Als de bemiddeling niet tot een oplossing leidt, kan de werknemer het geschil voorleggen aan de geschillencommissie op grond van de Geschillenregeling Gemeente Vlaardingen.
52
Hoofdstuk 19
Loopbaanregeling
Artikel 1. Opleidingsplan a.
De directie stelt jaarlijks voor afloop van het huidige jaar een opleidingsplan voor de organisatie vast voor komend jaar. Daarin staat: a. hoe de werkgever de interne en externe mobiliteit stimuleert; b. hoe de werkgever het opleidingsplan onderhoudt, gericht op mobiliteit en organisatieverandering; en c. de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het opleidingsplan. d. In oktober wordt er gestart met het ophalen van de leerbehoefte voor het komende jaar. In november wordt deze informatie verwerkt in een opleidingsplan. In december wordt het opleidingsplan voor het komende jaar aangeboden aan de organisatie.
Artikel 2. Noodzakelijke opleidingen 1.
Als voor de huidige functie een noodzakelijke opleiding benodigd is, dan betaalt de werkgever de kosten (zie voorbeeld 1 in de bijlage).
2.
Tijdsinvestering in verband met deelname aan opleidingsactiviteiten wordt gezien als werktijd.
3.
Indien een werknemer onverhoopt niet kan deelnemen aan een voor hem of haar verplichte opleidingsactiviteit, dan stemt de werknemer dit met de leidinggevende af.
4.
Er wordt geen studieovereenkomst opgemaakt en er geldt geen terugbetalingsverplichting
Artikel 3. Opleidingsaanbod Vlaardingse School 1.
Bij de activiteiten (klassikale en online opleidingen) vanuit de Vlaardingse School zijn er geen kosten voor de werknemer (zie voorbeeld 2 in de bijlage)..
2.
Tijdsinvestering in verband met deelname aan opleidingsactiviteiten wordt gezien als werktijd.
3.
Werknemers worden, na inschrijving voor een trainingsactiviteit van de Vlaardingse School, geacht ook daadwerkelijk deel te nemen. Bij verhindering geldt dat annulering minimaal een week voor aanvang van de opleidingsactiviteit dient te worden doorgegeven, met uitzondering van ziekte of overmacht.
4.
De werknemer informeert de leidinggevende over het volgen van een activiteit.
5.
Er wordt geen studieovereenkomst voorgelegd en geldt er geen terugbetalingsverplichting.
Artikel 4. Loopbaangerichte opleiding 1.
Dit zijn opleidingen in het kader van de loopbaanontwikkeling en welke niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de huidige functie (zie voorbeeld 3 in de bijlage). Over de vergoeding van de kosten en de investering in werk- of eigen tijd van de loopbaangerichte opleiding gaan de werkgever en werknemer in gesprek. Uitzondering hierop is wanneer de medewerker boventallig is en dit onderdeel uitmaakt van een VWNW contract.
2.
Voor deelname aan een loopbaangerichte opleiding wordt een aanvraag gedaan door de werknemer via MIJN HRM. 53
3.
Bij deelname aan een loopbaangerichte opleiding vanaf €1000 euro wordt er, mits deze niet van het IKB betaald wordt een studieovereenkomst en een terugbetalingsverplichting opgesteld.
4.
De werknemer dient op voorhand een overzicht van de kosten te overleggen.
5.
Als een opleiding niet betaald wordt door de werkgever dan kan de werknemer de kosten van de opleiding ten laste brengen van zijn IKB, als aan de onderstaande twee fiscale vereisten is voldaan:
a. dit geldt voor opleidingen die loopbaan gerelateerd zijn en niet door de werkgever worden betaald. Bij het vergoeden van de opleidingskosten gaat het om lesgelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen en de werkelijk gemaakte reiskosten voor lesbezoek. b. de opleiding is gericht op het vervullen van een beroep in de toekomst, waarmee inkomsten kunnen worden gegenereerd: artikel 31a , tweede lid onderdeel d Wet Loonbelasting 1964 6.
De werknemer dient de opleidingskosten volledig terug te betalen bij een loopbaangerichte opleiding als: a. de werknemer de opleiding vanaf €1000,- zonder gegronde reden afbreekt, voordat de opleiding afgerond is. b. De werknemer de opleiding niet binnen de vooraf door de werkgever gestelde termijn afrondt, tenzij de werkgever de termijn verlengt. De werkgever verlengt de termijn o.a. niet als blijkt dat de opleiding niet tijdig is afgerond, omdat de werknemer aantoonbaar nalatig is geweest. c.
7.
De arbeidsovereenkomst op initiatief van de werknemer wordt beëindigd voordat de opleiding afgerond is.
Indien de arbeidsovereenkomst binnen drie jaar na afronding van de opleiding op werknemers initiatief wordt beëindigd en de terugbetalingsverplichting is overeengekomen in een studieovereenkomst, dan geldt de volgende afbouwregeling: 1/36 deel voor elke maand dat het dienstverband na de afronding van de studie nog heeft voortgeduurd. Voorbeeld: opleidingskosten € 4.000. Afronding opleiding is op 1 augustus. Ontslag op eigen verzoek is per 1 december. In dit voorbeeld wordt de terugbetaling van de verstrekte studiekostenvergoeding verlaagd met het totaalbedrag van 4 maanden (verlaagd bedrag per maand = € 4.000 : 36 maanden = €111,11. Voor 4 maanden is € 444,44). Het bedrag dat terugbetaald dient te worden is € 4.000 - € 444,44 = € 3.555,56 De werkgever kan de werknemer geheel of gedeeltelijk ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbetaling.
8.
De opleiding wordt niet eerder aangevangen dan nadat de medewerker schriftelijk akkoord is met de studieovereenkomst.
Artikel 5. Loopbaanbegeleiding 1.
Werknemer heeft na elke periode van drie jaar op zijn verzoek recht op loopbaanadvies.
2.
Voor deelname aan loopbaanadvies, dient de werknemer een aanvraag in via de opleidingsmodule in MIJNHRM.
Artikel 6. Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.
54
Hoofdstuk 20
Regeling werkkleding
Artikel 1 Uniform·, voorgeschreven· en beschermende kleding 1. Uniformkleding wordt ter beschikking gesteld aan de medewerker die een representatieve en/of herkenbare functie vervult. 2. Voorgeschreven en/of beschermende kleding wordt ter beschikking gesteld aan de medewerker, vanwege de aard van zijn functie. 3. Uniformkleding, voorgeschreven en/of beschermende kleding blijft eigendom van de gemeente Vlaardingen. Artikel 2 Verplichtingen 1. De medewerker is verplicht tijdens de vervulling van zijn functie de voorgeschreven werkkleding te dragen. Het is de medewerker niet toegestaan de werkkleding voor andere doeleinden dan voor de functie te gebruiken. 2. De medewerker draagt zorg voor het gewone onderhoud (verzorging en wassen) conform het waslabel. 3. Op de lijst met de samenstelling van het pakket werkkleding is aangegeven welke werkkleding aangeboden kan worden voor reiniging en/of reparatie. 4. Het is de medewerker niet toegestaan de op het uniform aangebrachte gemeentelogo, initialen of andere kenmerken van de afdeling/gemeente te beschadigen of te verwijderen. 5. De medewerker is verplicht de uniform-, voorgeschreven en/of beschermende kleding in goede staat te houden en er representatief (verzorgd) uit te zien. 6. Op de naleving van de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde verplichtingen wordt door de leidinggevende toegezien.
Artikel 3 Ter beschikking stelling en vervanging 1. Werkkleding waarover de medewerker op de datum van indiensttreding dient te beschikken, e wordt met ingang van de 1 werkdag door de direct leidinggevende overeenkomstig het bepaalde in deze regeling ter beschikking gesteld. 2. De werkkleding dient binnen vijf werkdagen bij de direct leidinggevende te worden ingeleverd indien: a. de werkkleding aan vervanging toe is; b. de medewerker niet meer in dienst is van de gemeente Vlaardingen; c. de medewerker niet langer gehouden is de werkkleding te gebruiken bij de uitoefening van zijn functie. 3. Voor ingeleverde kledingstukken bedoeld in het vorig lid, onder a ontvangt de medewerker nieuwe exemplaren. 4. Vervanging van uniform-, voorgeschreven en/of beschermende kleding vindt plaats als de leidinggevende verklaart dat de kleding voor werkgebruik ongeschikt is geworden. 5. Bij vermissing, diefstal of ernstige beschadiging van werkkleding is de medewerker verplicht dit direct te melden bij de leidinggevende. Artikel 4 Langdurige ziekte Ziekte die langer duurt dan twee maanden heeft een opschortende werking met betrekking tot het verstrekken van de kleding. Artikel 5 Citeertitel en inwerkingtreding Deze regeling kan warden aangehaald als "regeling werkkleding gemeente Vlaardingen".
55
Hoofdstuk 21
Regeling gebruik dienstauto's
Artikel 1
Toepassing
Lid 1 Deze regeling is van toepassing op alle medewerkers werkzaam bij de gemeente Vlaardingen, die voor hun werk gebruik dienen te maken van een dienstauto. Lid 2 In deze regeling is vastgelegd hoe wordt omgegaan met het gebruik van de dienstauto's en de elektronische rittenadministratie. Artikel 2
Gebruik
Lid 1 Gebruik van een dienstauto is alleen toegestaan voor zakelijke doeleinden. Lid 2 Prive gebruik van een dienstauto is niet toegestaan. Lid 3 Gebruik van een dienstauto is alleen toegestaan in overleg met leidinggevende. Lid 4 De dienstauto mag alleen door de gebruiker zelf gereden worden. Lid 5 De gebruiker dient in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. Lid 6 De gebruiker is verplicht bij aanvang van elke rit, door middel van de tag, gebruik te maken van het elektronische rittenregistratiesysteem. Lid 7 Boetes wegens verkeersovertredingen begaan met de ter beschikking gestelde dienstauto komen voor rekening van de gebruiker. Lid 8 Het is niet toegestaan in de dienstauto te roken, te eten of te drinken of gebruik te maken van een mobiele telefoon (zonder handsfree-optie). Lid 9 Eventuele kosten die voortvloeien uit het gebruik van middelen die de rijvaardigheid be'nvloeden (o.a. alcohol en medicijnen) zijn voor rekening van werknemer. Lid 10 De gebruiker dient de dienstauto te gebruiken zoals het een goed medewerker betaamd. Artikel 3
Beheer en reservering
Lid 1 De dienstauto's worden beheerd door Facilitair VIA. Lid 2 Een medewerker dient via Topdesk een reservering te plaatsen voor het gebruik van een van de gemeenschappelijke dienstauto's. Lid 3 Een medewerker dient eveneens een reservering in Topdesk te plaatsen in geval hij gebruik wil maken van een algemene chauffeurstag voor een van de andere dienstauto's.
56
Lid 4 De reservering wordt in behandeling genomen door de Servicedesk waarna deze wordt goed- of afgekeurd. Lid 5 Bij deze reservering dient door de gebruiker de reden en duur van het gebruik vermeld te worden. Indien er geen reden of duur wordt vermeld bij de reservering zal de reservering worden afgekeurd. Lid 6 Het gestelde in dit artikel, lid 2 tot en met 5 geldt niet voor de voertuigen waarvoor een chauffeurssleutel en tag op naam van de medewerker is verstrekt (in verband met de aard van de functie). Lid 7 Na gebruik van de dienstauto wordt de sleutel en bijbehorende tag ingeleverd op de voor dat voertuig afgesproken locatie (centraal of binnen betreffende afdeling). Lid 8 Alle dienstauto's dienen na gebruik binnen het terrein van de gemeente Vlaardingen geparkeerd te worden ofwel op de daarvoor bestemde openbare parkeerplaatsen. Lid 9 Het genoemde in lid 6 van dit artikel geldt niet in geval medewerker belast is met een beschikbaarheidsdienst en in verband daarmee kan worden opgeroepen om werkzaamheden te verrichten buiten de afgesproken werktijden. Artikel 4
Gegevens rittenregistratiesysteem
Lid 1 De gegevens vanuit de Blackbox worden gebruikt ten behoeve van het inzichtelijk maken van de rittenadministratie, zoals verplicht door de Belastingdienst. Lid 2 Indien een medewerker wordt verdacht van onrechtmatig gebruik, en/of het overtreden van deze regeling, kan gerichte controle plaatsvinden nadat er toestemming is verleend door het afdelingshoofd Facilitair VIA. Lid 3 Deze controle bestaat uit het inzichtelijk maken van de kilometer- en ritgegevens van het betreffende voertuig. Lid 4 In geval van verdenking van onrechtmatig gebruik zal de betreffende gebruiker gehoord worden door zijn direct leidinggevende. Artikel 5
Verzekering en schade
Lid 1 Werkgever is verantwoordelijk voor het afsluiten van de verzekeringen, waaronder een ongevallen/inzittendenverzekering. Lid 2 Schade aan de dienstauto dient door de gebruiker zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 24 uur gemeld te worden aan Facilitair VIA, door het inleveren van een ingevuld en ondertekend schadeformulier bij de Servicedesk. Reparaties worden alleen uitgevoerd in overleg met afdeling Facilitair VIA. Bij het niet tijdig inleveren van het schadeformulier zijn de financiele gevolgen voor de gebruiker. Lid 3 De gebruiker controleert voor het gebruik de dienstauto op schade.
57
Lid 4 Schade die ontstaan is doordat een gebruiker in strijd met deze regeling heeft gehandeld, en/of te wijten is aan roekeloos handelen van de gebruiker, wordt op de gebruiker verhaald.
58
Ziekteverzuim
59
Hoofdstuk 22
Regeling ziekteverzuim
Artikel 1
Ziekmelding
Lid 1 De medewerker meldt zich op de eerste ziektedag voor 09:00 uur telefonisch ziek bij de direct leidinggevende. Lid 2 Bij afwezigheid van de direct leidinggevende wordt de ziekmelding doorgegeven aan diens vervanger. Lid 3 lndien de medewerker niet op zijn woonadres verblijft, geeft hij het verpleegadres door aan de leidinggevende. Medewerker dient telefonisch bereikbaar te zijn. Deze verplichting van bereikbaarheid geldt niet tijdens een bezoek aan de behandelend arts of specialist. Lid 4 lndien mogelijk wordt de medewerker, indien de leidinggevende door afwezigheid nog geen contact heeft gehad met de medewerker, nog op de dag van de ziekmelding door zijn eigen leidinggevende teruggebeld. Lid 5 Na contact met de medewerker registreert de leidinggevende de melding in het registratiesysteem. Lid 6 Werkgever verzorgt, via de Arbodienst, de ziekmelding richting UWV in de 42ste ziekteweek. Lid 7 De ziekmelding van medewerkers die recht hebben op een Ziektewetuitkering wordt door de bevoegde medewerker binnen de organisatie uiterlijk op de vierde ziektedag doorgegeven aan het UWV. Artikel 2
Ziekmelding tijdens vakantie
Lid 1 Als de medewerker tijdens zijn vakantie ziek wordt, dient de ziekmelding zo spoedig mogelijk te gebeuren. Lid 2 De medewerker dient, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een doktersverklaring of rekening van verleende medische zorg, aannemelijk te maken dat hij, als hem geen vakantie was verleend, op die uren verhinderd zou zijn geweest zijn arbeid te verrichten. Artikel 3
Herstelmelding
Lid 1 De medewerker meldt zich op de eerste dag van (gedeeltelijk) herstel bij de direct leidinggevende. Lid 2 De leidinggevende registreert de (gedeeltelijke) hersteld melding in het registratiesysteem. Lid 3 De leidinggevende is verantwoordelijk voor begeleiding van de (gedeeltelijk) herstelde medewerker bij terugkeer in de functie. Artikel 4
Ziekteverzuimbegeleiding eerste ziektedagen
Lid 1 De leidinggevende onderhoudt wekelijks contact met de zieke medewerker.
60
Lid 2 Vanaf de eerste ziektedag legt de leidinggevende alle feitelijke gegevens, documenten, (gespreks)verslagen en correspondentie met betrekking tot een ziektegeval vast in een reintegratiedossier. De aard en oorzaak ziekte/aandoening is hierbij niet herleidbaar. Lid 3 De Arbodienst neemt binnen 2 weken contact op met de leidinggevende. Lid 4 Leidinggevende beoordeelt of verzuimbegeleiding vanuit de Arbodienst opgestart dient te worden op dat moment. Lid 5 De werkgever kan de medewerker op grond van artikel 7.1 Cao Gemeenten laten oproepen door de Arbodienst. Artikel 5
Ziekteverzuimbegeleiding bij blijvend langdurig ziekteverzuim: probleemanalyse en plan van aanpak
Lid 1 lndien wordt ingeschat dat volledige of gedeeltelijke werkhervatting langer dan 6 weken op zich zal laten wachten, stelt de Arbodienst in uiterlijk de 6e ziekteweek een werkhervattingsplan op. Lid 2 Het werkhervattingsplan bestaat uit een probleemanalyse en een re-integratieadvies. ln het reintegratieadvies wordt zo concreet mogelijk beschreven welke interventie(s) uitgevoerd moet(en) worden om een snelle werkhervatting te realiseren. Lid 3 ln het kader van de W et verbetering poortwachter zal een medewerker van de Team HRM als casemanager optreden. De casemanager adviseert en coordineert met betrekking tot de handhaving van de W et verbetering poortwachter en de voortgang van de gewenste acties. Lid 4 Uiterlijk voor de Be ziekteweek moet de leidinggevende samen met de zieke medewerker een plan van aanpak voor re-integratie maken op basis van de probleemanalyse en het re-integratieadvies van de Arbodienst. Lid 5 Het plan van aanpak moet voldoen aan het gestelde in de W et Verbetering Poortwachter. Lid 6 lndien akkoord wordt het plan van aanpak door leidinggevende en medewerker ondertekend en daarna verzonden aan de verzuimadministratie. De verzuimadministratie zorgt voor versturing naar de Arbodienst. Lid 7 De leidinggevende en de zieke medewerker voeren samen het plan van aanpak uit en werken aan de re-integratie van de zieke medewerker.