CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2024 MRDH

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze op de ontwerpbegroting MRDH34.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

P+R) Pre-verkenning Movv innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel Pre-verkenning HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Pre-verkenning Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Pre-verkenning Move - gebiedsuitwerking boven de 80 Pre-verkenning metrostation Nissewaard fase 2 Pre-verkenning Movv Koningscorridor west (excl Binckhorst) Pre-verkenning Movv Koningscorridor oost (CS - Madurodam) Pre-verkenning Movv Koningscorridor Oost (Telderstracé) Pre-verkenning Knooppunt Beurs

* In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Daardoor kan het voorkomen dat projecten die feitelijk nog in de verkenning- of planstudiefase zitten toch onderdeel worden van de begroting. 73

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2024

74

Inhoudsopgave 1.

Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 76 1.1

Inleiding ................................................................................................................. 76

1.2

Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 77

1.3

De Strategische Agenda 2023 - 2026 ..................................................................... 78

1.4

Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 78

2.

Financiële samenvatting ........................................................................................................... 80

3.

Integrale programma’s ............................................................................................................. 81

4.

Programma’s en projecten Openbaar Vervoer .......................................................................... 91

5.

6.

1.1

Programma’s Openbaar Vervoer ............................................................................ 92

1.2

Verkenningen en studies Openbaar Vervoer......................................................... 103

1.3

Planstudies Openbaar Vervoer ............................................................................. 108

1.4

Uitwerkingen Openbaar Vervoer .......................................................................... 109

1.5

Realisatie Openbaar Vervoer ................................................................................ 114

Programma’s en projecten Verkeer ........................................................................................ 119 5.1

Programma’s Verkeer ........................................................................................... 121

5.2

Verkenningen en planstudies Verkeer .................................................................. 124

5.3

Uitwerkingen Verkeer ........................................................................................... 126

5.4

Realisatie Verkeer ................................................................................................ 126

In 2022 en 2023 in gebruik genomen projecten..................................................................... 129

Bijlagen: Bijlage A Bijlage B1 Bijlage B2 Bijlage B3: Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H

Grote projecten Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: aanmeldingen 2023 In 2022 en 2023 afgesloten projecten R-net Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstromingsmaatregelen OV Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio InnOVatie Afkortingenlijst

75

1.

Inleiding, achtergronden en kaders

1.1

Inleiding

De bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is het overzicht van grote en kleine projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn, gericht op het begrotingsprogramma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidie-aanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 21 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd.

In november 2022 zijn in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners (waaronder de MRDH) afspraken gemaakt over ontsluiting van de NOVEX woningbouwlocaties en voor regionale OV-maatregelen en mobiliteitspakketten. Voor de Zuidelijke Randstad, waar het MRDH-gebied in ligt, heeft het Rijk circa € 2,6 miljard gereserveerd, plus maximaal € 171 miljoen voor de mobiliteitspakketten. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Een aantal van de maatregelen is onder voorwaarde van cofinanciering door de regio. De regio zal dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. Hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s en de besluitvorming over het vaststellen van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets en verkeersveiligheid. Hoofdstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2022 en 2023 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

76

1.2

Werkgebied van de Vervoersautoriteit

De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. Op 1 januari is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee gevormd uit de voormalige gemeenten Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle. Het werkgebied van de MRDH omvat nu 21 gemeenten.

77

1.3

De Strategische Agenda 2023 - 2026

In het tweede kwartaal van 2023 stelt het algemeen bestuur de nieuwe Strategische Agenda 2023 – 2026 (SA) vast. In deze SA zijn vier opgaven benoemd: groei, vernieuwen, kwaliteit en herstel van de regio. Uit deze vier opgaven zijn zes opdrachten voortgekomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Toekomstbestendige economie stimuleren Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Vernieuwen van werklocaties Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Herstellen van het OV-systeem

Opdrachten 2 en 4 zijn voornamelijk het werkgebied van Economisch Vestigingsklimaat. Voor opdracht 6, het herstel van het OV-systeem, is het programma versnellingsmaatregelen opgenomen in dit IPVa. De lopende verkenningen, planstudies, uitwerkingen, projecten en programma’s zijn herschikt naar de nieuw benoemde opdrachten.

1.4

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, assets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2023 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan: Verkenningen: Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht. Planstudies: Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. Uitwerkingsfase: Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig.

Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden. Realisatiefase: Het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Vaststelling: Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH verzorgt de financiële vaststelling. 78

OV-projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist.

In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.

79

2.

Financiële samenvatting

De projecten en de organisatie van de Va MRDH worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2024 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van IenW in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld.

Voor het IPVa 2024 gelden de volgende randvoorwaarden: - Binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer. - Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.

80

3.

Integrale programma’s

Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken van het BO MIRT over de oeververbindingen regio Rotterdam, bereikbaarheid CID Binckhorst en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie. Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen.

Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregelinstallaties) en aanpassingen infra na wijziging OV-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer.

81

BO-MIRT algemeen Het kabinet stelt de komende 10 jaar in totaal € 7,5 miljard beschikbaar voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouwlocaties door kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Een van de gebieden is de Zuidelijke Randstad, waarvoor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te realiseren langs de Oude Lijn en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken. De maatregelen voor de € 6 miljard voor de NOVEX woningbouwlocaties zijn bedoeld voor hoofdinfrastructuur en komen uit het Mobiliteitsfonds. De financiële situatie van het Mobiliteitsfonds maakt dat de investeringsruimte van het Rijk, na het oormerken van de financiële middelen, beperkt is. € 1,5 miljard wordt vanuit het Rijk beschikbaar gesteld voor regionale OV-maatregelen en zogenaamde mobiliteitspakketten. Deze laatste pakketten omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeersveiligheidsmaatregelen en worden door het Rijk én regio bekostigd. De rijksbijdrage betreft dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen. Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee: • • • • •

50% cofinanciering door de regio. Voor de versnellingsafspraken en de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling. Afdracht van het btw-deel van de Rijksbijdrage aan het btw-compensatiefond. De bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering. De risico’s blijven voor de regio.

De reguliere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheden is de basis voor de afspraken voor het ontsluiten en goed bereikbaar maken van nieuwe woningen. Het Rijk is risicodragend voor Rijksinfrastructuurprojecten, tenzij anders is afgesproken. Voor de regionale schaalsprongen en de grote regionale infrastructuur- bereikbaarheidsmaatregelen waaraan het Rijk een financiële bijdrage levert, zijn de bijdragen van Rijk en regio taakstellend.

82

BO-MIRT Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase: : Tracéwetprocedure, planstudie Planning : Planuitwerking 2023-2024, aanbesteding 2025, Realisatie 2026-2030 Investering : € 1.288 miljoen inclusief btw, inclusief Algeracorridor Subsidie MRDH : Oeververbinding, Algeracorridor, HOV Maastunnel: € 198,3 miljoen Rol MRDH : Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Rotterdam In de Oostflank van de Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen extra. De regio start daarbij met de volgende fase in de Oostflank, te verankeren in een herziening van de Rotterdamse en Provinciale omgevingsvisie. Nadere afspraken hierover tussen partijen worden vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord en het Woon-werkakkoord. Rijk en regio benadrukken aanvullend de netwerkeffecten van het Voorkeursalternatief, welke bijdragen aan het realiseren van woningen op locaties elders in de Rotterdamse regio.

Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 de inhoud van het Voorkeursalternatief vastgesteld: een multimodale brugverbinding (verder te noemen: brug) met een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit van Kralingse Zoom naar Zuidplein, station Stadionpark, en een HOV-busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel. De kosten worden geraamd op € 1.288 miljoen inclusief btw, prijspeil 2022. Ter dekking van deze kosten reserveert het Rijk € 625 miljoen plus € 9 miljoen voor een Mobiliteitspakket. De regio reserveert € 654 miljoen. Deze reserveringen zijn inclusief eerder gereserveerde bedragen. De bekostiging van de hoogwaardige busverbinding via de Maastunnel werken de regionale partijen de komende periode verder uit. Na positieve besluitvorming op lokaal en regionaal niveau in het voorjaar van 2023 formaliseren Rijk en regio bovenstaande afspraken door het vaststellen van het definitieve Voorkeursbesluit en het ondertekenen van een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de Oeververbinding, station Stadionpark en busverbinding Maastunnel, evenals afspraken over organisatie, financiële risico’s en hoe om te gaan met kostenoverschrijdingen. Hiernaast: de scope van de MIRTplanuitwerking Oeververbindingen regio Rotterdam

83

Brug met een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit van Kralingse Zoom naar Zuidplein De brug moet ruimte bieden aan een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit, fietsers en voetgangers en een autoluwe wegverbinding, die ook geschikt is voor (deel)mobiliteitsconcepten en nood- en hulpdiensten. Uit het in de MIRT-Verkenning uitgevoerde onderzoek blijkt dat de onderzochte brug-varianten niet vlot en veilig te passeren zijn door de scheepvaart. Tegelijkertijd blijkt uit aanvullend onderzoek dat er optimalisaties mogelijk zijn die kunnen leiden tot een veilig passeerbare brug. Partijen stellen de bestuurlijke voorkeur vast voor een nieuwe brug op de locatie 'Bocht A' Nesserdijk – Olympiaweg. De regio doet de planuitwerking in samenwerking met partijen zoals RWS, de Havenmeester, het Havenbedrijf en de omgeving om een vlot en veilig te passeren brug te ontwerpen. De rollen en verantwoordelijkheden van partijen worden nog nader uitgewerkt. De uit te werken uitgangspunten zijn onder andere: de oeveraanpassingen, maatregelen op de vaarweg, de dimensionering van het vast deel en het beweegbare deel, de kosten en de effecten op de corridor. De brug wordt verankerd in de Rotterdamse Omgevingsvisie. Aan het einde van de planuitwerking vindt de planologische en juridische inpassing plaats in het bestemmings-/omgevingsplan.

A16 Van Brienenoordcorridor Partijen stellen alternatief A als bestuurlijke voorkeur vast: het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van het tracé en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord. De Minister van IenW zal de Startbeslissing nemen zoals bedoeld in de Tracéwet zodra de personele capaciteit beschikbaar is voor het doorlopen van de reguliere/korte Tracéwetprocedure. De Tracéwetprocedure wordt onafhankelijk van de werksporen Algeracorridor en Oeververbinding doorlopen. De Minister van IenW zal de detaillering van het wegontwerp in afstemming met de regio uitwerken. Eén van de doelen van de A16 Rotterdam is het ontlasten van de A13 bij Overschie en de A20 tussen Knooppunt Kleinpolderplein (A13/A20) en Knooppunt Terbregseplein (A16/A20). In het vervolg wordt daarom onderzocht welke mogelijkheden er zijn om extra verkeersdruk op deze wegtrajecten als gevolg van de extra wegcapaciteit op de A16 Van Brienenoordcorridor te voorkomen, zonder dat elders op het netwerk problemen ontstaan dan wel worden vergroot.

De Minister van IenW zal de verbreding van de toerit en het weefvak A15 Barendrecht opnemen in de Startbeslissing voor de aanpak van de A16 Van Brienenoordcorridor, mits sprake is van een afspraak met de Minister over de bekostiging hiervan door de regio en naar oordeel van de Minister de doorstroming op de A15 kan worden geborgd, uitgaande van realisatie van alternatief A. Het Rijk reserveert voor de realisatie van de ingrepen op de A16 Van Brienenoordcorridor € 255 miljoen waarvan € 200 miljoen al was gereserveerd in het Mobiliteitsfonds en € 55 miljoen wordt gereserveerd uit de middelen voor ontsluiting woningbouw. Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel Er komt een HOV busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel met een frequentieverhoging naar 12x per richting per uur. Er komt een nieuwe halte bij de ’sGravendijkwal, inclusief een voetgangerstunnel naar het Erasmus Medisch Centrum /metrostation Dijkzigt. De kosten ad € 30 miljoen betalen de regionale overheden. Rijk en regio zullen, in nauwe samenwerking met de RET, tijdens de planuitwerking onderzoek uitvoeren naar aanvullende maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit van de busverbinding op HOV-niveau te brengen en daarbij de effecten op het stedelijk wegennet en het hoofdwegennet betrekken.

Op basis van de resultaten van deze planuitwerking nemen partijen een besluit over de te nemen maatregelen aanvullend op het pakket van € 30 miljoen zoals hierboven beschreven. 84

Station Stadionpark Rijk en regio stemmen in met de ontwikkeling van het huidige evenementenstation Stadionpark tot een regulier bediend treinstation, met als uitgangspunt 6 Sprinters per richting per uur, met een doorgroei naar 8 sprinters. In de nog te starten MIRT-verkenning Oude Lijn wordt onderzocht wat er nodig is om station Stadionpark door te ontwikkelen tot een bediening met tenminste 12 Sprinters per uur. Station Stadionpark is onderdeel van de financiële reservering van Rijk en regio ten behoeve van de MIRT-verkenning Oude Lijn. Mobiliteitspakket Oeververbindingen Het rijk reserveert € 9 miljoen inclusief btw voor een aanvullend mobiliteitspakket. De bijdrage heeft prijspeil 2022 en wordt jaarlijks geïndexeerd met de IBOI tot het moment van uitkeren. Er vindt afdracht plaats aan het btw-compensatiefonds. In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van de mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in: • Concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw. • Effect van deze maatregelen op nationale netwerken. • Mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om mobiliteitstransitie te ondersteunen). • De bijdrage van de regio. Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering.

Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera. Algeracorridor Rijk en regio stellen het voorgenomen Voorkeursalternatief vast, bestaande uit een maximale benutting van de bestaande wegcapaciteit van de Algerabrug met een extra autorijstrook op de Algeraweg in noordelijke richting een ongelijkvloerse oplossing bij Capelseplein. Dit gaat onafhankelijk van de werksporen A16 en Oeververbinding. Parallel voert de regio nader onderzoek uit op verkenningenniveau naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute over de Algerabrug. De regio blijft daarbij het Rijk betrekken. Binnen enkele jaren vindt besluitvorming plaats of een verbinding voor langzaam verkeer onderdeel wordt van het Voorkeursalternatief. Het voorgenomen Voorkeursalternatief inclusief een verbinding voor langzaam verkeer is geraamd op € 63 miljoen exclusief btw, prijspeil 2022. De regio behoudt de huidige gezamenlijke reservering van € 68 miljoen exclusief btw. Na positieve besluitvorming in het voorjaar van 2023 op lokaal en regionaal niveau formaliseren rijk en regio bovenstaande afspraken in een bestuursovereenkomst.

Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossingsrichtingen.

85

Central Innovation District (CID)-Binckhorst, No Regret maatregelen Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Planning : Realisatie 2020-2025 Investering : € 78,6 miljoen Subsidie MRDH : € 21,4 miljoen, plus Rijk via BDU € 26 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. Een belangrijk onderdeel is de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe trambaan. Omdat dit onderdeel niet los kan worden gezien van de totale realisatie trambaan, wordt het budget ad € 59,9 exclusief btw uit het No Regret-pakket gehaald en toegevoegd aan de planstudie van het gehele tracé conform afspraak BO MIRT. De resterende lijst met 14 projecten wordt uitgevoerd tussen 2020 en 2025.

De financieel omvangrijkste projecten zijn de HOV-baan tussen de Mercuriusweg en Zonweg, de snelfietsroute Verlengde Velostrada, de fietsroute Trekvliettracé, een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI, Mobility hubs en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO-MIRT van november 2019. Bij de evaluatie is de Fietsvoorziening westzijde van Den Haag Centraal vervallen omdat deze voorlopig niet tijdig gerealiseerd zal worden. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. Na overheveling van budget Sporendriehoek naar de planstudie, zijn de maximale bijdragen: IenW € 26,0 miljoen MRDH € 21,4 miljoen Den Haag € 19,3 miljoen provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen.

86

BO-MIRT CID-Binckhorst Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase: : Planstudie Planning : Uitvoering 2029 - 2033 Investering : Circa € 575 miljoen inclusief btw, inclusief budget No Regret Subsidie MRDH : € 112,5 miljoen exclusief btw Rol MRDH : Mede-opdrachtgever planstudie, subsidieverlener realisatie In het BO MRT van november 2022 zijn de volgende punten vastgelegd. In CID Binckhorst moeten tot 2030 ruim 20.000 woningen gebouwd worden, daarna komen er mogelijk nog 15.000 woningen extra. Afspraken hierover worden vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord, de regionale woondeals en het Woon-werkakkoord. De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling dient gelijk op te lopen met de uitwerking en realisatie van het voorgenomen Voorkeursalternatief. Dat bestaat uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoorviaducten in de sporendriehoek en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. De kosten zijn geraamd op € 575 miljoen inclusief btw, prijspeil 2022. Ter dekking van deze kosten hebben Rijk en regio al eerder € 242 miljoen gereserveerd, inclusief de budgetten voor het No Regret-pakket. Voor het ontbrekende deel reserveert het Rijk € 213 miljoen en de regio € 115 miljoen.

Voor de laatste ontbrekende dekking doet het ministerie van BZK een voorstel in de Rijksbrede besluitvorming in het voorjaar van 2023. Na positieve besluitvorming op lokaal en regionaal niveau in het voorjaar van 2023 formaliseren Rijk en regio de afspraken in een definitief Voorkeursbesluit en het ondertekenen van een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID-Binckhorst, plus afspraken over organisatie, financiële risico’s en kostenbeheersing. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, beheersing, programmasturing en monitoring”. Dit kader geldt ook voor de fase tot het definitieve Voorkeursbesluit. Op basis van bovenstaande starten de partijen de planstudiefase. In de uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de mobiliteitstransitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en lopen, en de inzet van flankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent parkeerbeleid.

87

Mobiliteitspakket Binckhorst Het Rijk reserveert taakstellend € 59 miljoen inclusief btw voor een aanvullend mobiliteitspakket. De bijdrage heeft prijspeil 2022 en wordt jaarlijks geïndexeerd met de IBOI tot het moment van uitkeren. Er vindt afdracht plaats aan het btw-compensatiefonds. In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van het mobiliteitspakket en vullen de volgende voorwaarden in: • • • •

Concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw. Effect van deze maatregelen op nationale netwerken. Mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om mobiliteitstransitie te ondersteunen). De bijdrage van de regio.

Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera.

88

Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase : Verkenning Planning : Verkenningen gereed in 2025 Investering : N.t.b. Subsidie MRDH : maximaal € 50 miljoen, onder andere te besteden aan Metropolitane Fietsroutes Rol MRDH : Mede-opdrachtgever, subsidieverlener, meedenkend aan onderzoek De gebiedsuitwerking is gericht op het bepalen van slimme combinaties van verschillende mobiliteitsmaatregelen die gezamenlijk leiden tot een mobiliteitsaanpak. Gezocht wordt naar afstemming tussen deze aanpak, het tempo van de verstedelijking en de ontwikkeling van de Greenport 3.0, zodat synergie ontstaat. Het beoogde resultaat is een pakket van maatregelen dat beantwoordt aan de drie opgaven: • Het zoveel mogelijk mitigeren van de effecten van de verstedelijking op de bereikbaarheid. • Het versterken van de infrastructuur door het versterken en beter benutten van de bestaande hoofdinfrastructuur. • Het versterken van de infrastructuur van het economisch belangrijke (vracht)verkeer van en naar de agro-logistieke bedrijventerreinen.

Het pakket is een bouwsteen voor een mobiliteitstransitie waarbij de netwerkkracht wordt versterkt, de ontwikkeling naar Greenport 3.0 wordt gefaciliteerd, de wegen worden ontlast en er een robuuste structuur is bij het toevoegen van nieuwe woningen en de ontwikkeling van de Greenport Horticampus. De gebiedsuitwerking Greenport 3.0 in Westland is een meerjarig onderzoek voor de middel- en lange termijn naar integrale gebiedsontwikkelingen (woningbouwopgave Den Haag Zuidwest en uitbreiding Greenport Westland) met mobiliteitsoplossingen met concrete maatregelen. De maatregelen worden nader onderzocht en uitgewerkt voor het gehele glastuinbouwgebied Westland, Den Haag Zuidwest en aangrenzende regio. Het basispakket bestaat uit lagere parkeernormen bij nieuwbouw in het Westland en Den Haag Zuidwest, een werkgeversaanpak, slimme VRI's, de Metropolitane Fietsroutes Naaldwijk-Den Haag CID, Naaldwijk-Monster-Den Haag en Naaldwijk. – Midden-Delfland – Delft.

89

MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en haven Rotterdam Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase : Verkenning Planning : Afhankelijk van beschikbaarheid personeel en middelen Investering : € 115 miljoen Subsidie MRDH : maximaal € 7,1 miljoen Rol MRDH : Mede-opdrachtgever, subsidieverlener Rijk en regio hebben in het BO MIRT van november 2022 ingestemd in met het Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten Haven Rotterdam (onderzoek deel A). Rijk en regio spreken af om de benodigde middelen conform de overeengekomen verdeling over kostendragers te reserveren zodra dit budgettair mogelijk is. Het maatregelenpakket zal gefaseerd worden gerealiseerd. Hierover worden nog afspraken gemaakt. Rijk en regio blijven in gesprek over realisatie van het maatregelenpakket, mede met het oog op de openstelling van de A24 Blankenburgverbinding en de omvangrijke V&R-opgave in deze regio. Voor verbreding van de N57 is het doorlopen van de Tracéwet-procedure vereist, omdat capaciteit wordt toegevoegd op een Rijksweg tussen twee aansluitingen. Het Rijk start deze procedure zodra dit financieel mogelijk is en personele RWS-capaciteit beschikbaar is. De projecten waar de MRDH bij betrokken is: Maatregel 8. Doortrekken fietsroute langs de Hartelweg (inclusief fietsbrug) Maatregel 10.

Opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland – Spijkenisse Maatregel 11. Studie naar een rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/Brielle – Maasvlakte Maatregel 12. Extra vrijliggende busbanen Spijkenisse Maatregel 13 + 14 Studie naar verbetering OV tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam en Studie naar buslijn via de Blankenburgtunnel (i.r.t. concessie). Uit de door de regio uit te voeren studie moet blijken of infrastructurele maatregelen nodig zijn.

90

4.

Programma’s en projecten Openbaar Vervoer

Metropolitaan OV en verstedelijking horen bij elkaar Eerdere onderzoeken van de MRDH bevestigen de conclusies uit het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag dat het openbaar vervoer in toenemende mate de drager is van het versterken van de agglomeratiekracht van en verstedelijking in de metropoolregio. In 2019 is in het overlegorgaan MoVe, met de MRDH als partner, de Adaptieve Ontwikkelstrategie Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) vastgesteld. In de ‘driehoek’ tussen gemeenten, vervoersbedrijven en MRDH wordt gezamenlijk gewerkt aan verkenningen en planstudies, en opstart van projecten. Wanneer de dossiers gereed zijn voor een projectbesluit of realisatiebesluit, vindt besluitvorming over de investeringsbijdragen van de dossiers plaats door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit en het algemeen bestuur en/of binnen de colleges van de gemeenten. In de Rotterdamse regio werken de partners samen onder de naam Programma OV Ontwikkeling Regio Rotterdam (POORR) en in de regio Den Haag onder de naam OV Next. Daarnaast is in november 2022 in het BO MIRT de startbeslissing voor een verkenning Oude Lijn en knooppunten genomen.

Aangevuld met de elders beschreven MIRT-programma’s Bereikbaarheid CID-Binckhorst, Oeververbindingen regio Rotterdam, Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en haven Rotterdam, en het gebiedsprogramma Greenport 3.0 Westland, zijn daarmee vrijwel alle OV-gerelateerde studies belegd. Inhoudelijk draaien de OV-studies en projecten om vergroting van de capaciteit, verhoging van de snelheid en verbetering van de reisbeleving, gekoppeld aan de geplande verstedelijking met 240.000 woningen in de Zuidelijke Randstad tot 2040. OV-ontwikkeling en verstedelijking horen bij elkaar. De ingrepen in het OV moeten leiden tot een groei van OV-gebruik met 3% per jaar tot 2040. Daarbij is er veel aandacht op de aansluiting met de verstedelijkingsplannen, locatieontwikkelingen en initiatieven voor mobiliteitstransitie op het lokale niveau. In 2024 zal de MRDH met haar partners alle studies en OV-projecten programmatisch blijven aansturen via de overlegstructuren: • MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten • POORR voor de ontwikkeling van OV in de regio Rotterdam • OV Next voor de ontwikkeling van OV in de regio Den Haag

91

1.1

Programma’s Openbaar Vervoer

MIRT-verkenning Oude Lijn, knooppunten, RandstadRail/metronet en LeiZo Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fasen : Verkenning; RandstadRail en metronet: planstudie Planning : tot en met 2037 Investering : Circa € 2,146 miljard inclusief btw Bijdrage MRDH : € 276 miljoen inclusief btw Rol MRDH : Mede opdrachtgever binnen gebiedsprogramma MoVe

Propositie Nationaal groeifonds (NGF) Langs de Oude Lijn moeten tot 2030 circa 54.000 woningen gebouwd worden op 11 toplocaties. Daarna komen er mogelijk nog eens circa 23.000 extra. Deze aantallen zijn exclusief de woningbouwlocaties CID Binkhorst Den Haag en Oostflank Rotterdam. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 besloten om te starten met een MIRT-verkenning voor de Oude Lijn en knooppunten en stellen daarvoor een Startbeslissing vast. Daarnaast start de regionale planuitwerking HOV corridors RandstadRail/Metronet en de regionale verkenning Bus Rapid Transit (BRT) Leiden-Zoetermeer. Rijk en regio reserveren daarvoor een bedrag van € 2.146 miljard inclusief btw, prijspeil 2022, volgens de verdeelsleutel: € 1 miljard NGF + € 680 miljoen Mobiliteitsfonds, programma Woningbouw en Mobiliteit en € 466 miljoen regionale cofinanciering.

92

Oude Lijn en knooppunten In het BO MIRT van 2022 hebben Rijk en regio besloten voor de Oude Lijn wordt een MIRTverkenning te starten. Daarin worden verschillende alternatieven voor een schaalsprong tussen Leiden en Dordrecht onderzocht: • • • •

Frequentie van minimaal 8 Sprinters per richting per uur tussen Den Haag en Dordrecht. Toevoeging van vier nieuwe stations: Rijswijk-Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam Van Nelle en Dordrecht Leerpark. De upgrade van station Stadionpark naar City-sprinterstation. Capaciteitsmaatregelen op de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht en gebiedsgerichte maatregelen rondom de stations in samenhang met de daar geplande woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen.

Partijen stellen tijdens de verkenningsfase een bestuursovereenkomst op met afspraken over de integrale ontwikkeling van de knooppunten en de nieuwe stations op basis van het Voorkeursalternatief en de financiële bijdragen van verschillende partijen aan een integrale knooppunt- en stationsontwikkeling (stations, buitenruimte, last-mile, gerelateerde gebieds- en vastgoedontwikkeling). Deze wordt samen met het besluit over het Voorkeursalternatief vastgesteld. Voor de kostenverdeling inclusief btw wordt vooralsnog gedacht aan: Infrastructuur Rijk € 743 miljoen Knooppunten Leiden, NOI, Schiedam, Dordrecht Rijk € 377 miljoen MRDH € 22 miljoen PZH + gemeenten € 108 miljoen Knooppunten Kethel, Van Nelle, Leerpark, Rijswijk, Stadionpark Rijk € 271 miljoen Gemeenten € 47 miljoen

93

Mobiliteitspakket Oude Lijn Het Rijk reserveert taakstellend € 103 miljoen inclusief btw voor een aanvullend mobiliteitspakket. De bijdrage heeft prijspeil 2022 en wordt jaarlijks geïndexeerd met de IBOI tot het moment van uitkeren. Er vindt afdracht plaats aan het btw-compensatiefonds. In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van het mobiliteitspakket en vullen de volgende voorwaarden in: • • • •

Concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw. Effect van deze maatregelen op nationale netwerken. Mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om mobiliteitstransitie te ondersteunen). De bijdrage van de regio.

Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera.

94

Programma InnOVatie Opdracht SA : Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Fase : Planstudie t/m realisatie Planning : 2020 – 2024 Investering : € 3,0 miljoen Subsidie MRDH : € 1,5 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener/opdrachtgever ‘De InnOVatieroute’ is de naam van het gezamenlijke innovatieprogramma van OV-bedrijven HTM en RET en de MRDH dat eind 2019 is gelanceerd. Ook vervoerder EBS is aangehaakt. Met InnOVatie worden onder meer startups geprikkeld om met innovatieve oplossingen te komen voor OV-vraagstukken. Er wordt bijvoorbeeld gezocht naar slimme manieren om het OV optimaler in te richten om de sterke reizigersgroei tot aan de coronapandemie en de verwachte reizigersgroei in de toekomst mogelijk te maken. De initiatieven zijn te zien op de website Innovatieroute. Als gevolg van corona is het aantal reizigers in het OV sterk afgenomen, waardoor de OV-bedrijven geconfronteerd zijn met verliezen. Vanuit het innovatieprogramma ligt de focus voor komende jaren daarom op de thema’s ‘terugwinnen reizigers’ en ‘kostenbesparing/efficiëntie’.

Om verdere samenwerking tussen de OV-bedrijven mogelijk te maken en verdere voordelen te halen uit samenwerking (waaronder kennisdeling, gezamenlijk leren, voorkomen van dubbel werk, gezamenlijke ontwikkeling) is vanuit de Innovatieroute gekeken of het mogelijk is om voor de drie deelnemende organisaties een gezamenlijk platform voor idee-ontwikkeling te implementeren. Hiermee kunnen collega’s van verschillende afdelingen en bedrijven gezamenlijk werken aan de ontwikkelingen en uitdagingen van het OV. De RET en HTM stellen jaarlijks een budget beschikbaar wat door de MRDH met een even groot budget wordt opgehoogd. In bijlage G zijn de beschikbare budgetten en de uitgaven weergegeven.

95

Slim en Schoon van Strand naar Stad Opdracht SA : Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Fase : Verkenning/planstudie Planning : Realisatie tot 2027 Investering : € 30 miljoen, waarvan NS € 15 miljoen en Den Haag € 10 miljoen Subsidie MRDH : € 5 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener

Dit dossier is een samenwerking met de gemeente Den Haag, HTM, NS en de MRDH en is gericht op nieuwe en duurzame vervoersoplossingen met OV, fiets en auto tussen de drie NS-stations en Scheveningen. Ideeën daarvoor zijn: versnellingsmaatregelen tramlijn 9 inclusief een intercitytram tijdens stranddagen, deelmobiliteitshubs en een reizigersverwijssysteem vanaf de stations Laan van NOI, Centraal Station en Hollands Spoor naar het strand. De betrokken partijen hebben in een overeenkomst, vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit februari 2021, afgesproken totaal maximaal € 30 miljoen te investeren tussen 2021 en 2027. De investeringen zijn gericht op slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen in het gebied op en bij de Haagse treinstations en de relatie naar de kust. Op basis daarvan starten de vier organisaties elk hun eigen projecten, dan wel subsidiëren zij elkaars projecten. De financiële inbreng van de NS is € 15 miljoen, van Den Haag € 10 miljoen, van de MRDH € 5 miljoen en van de HTM nihil. Een van de waarschijnlijke projecten waar de MRDH subsidie aan kan verlenen, is de aanleg van een tailtrack (keervoorziening) naast Den Haag Centraal Station. Op zomerdagen kunnen trams dan sneller en meer pendelen tussen het station en de kust.

96

Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase : Uitwerking tot en met uitvoering Planning : Planstudies en realisatie tot en met 2025 Investering : € 192,7 miljoen aanpassing infrastructuur, € 60 miljoen remises Subsidie MRDH : € 132,6 miljoen aanpassing infrastructuur, € 60 miljoen remises. Van de € 132,6 miljoen nog € 3 miljoen te betrekken van het Kwaliteitsfonds HTM Rol MRDH : Trekker in samenwerking met HTM en Den Haag Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio bestaat uit het vervangen van de oude GTL-trams door circa 60 nieuwe trams, gecombineerd met het moderniseren van de traminfrastructuur op de lijnen 1, 6, 12 en 16 naar toegankelijkheid en het breed materieel. Daarnaast vergt de introductie van de nieuwe tramvloot een aanpassing in een bestaande remise en de bouw van een nieuwe remise. Met dit maatregelenpakket worden doelen behaald om het OV in Den Haag en de omgeving te verbeteren: kortere reistijden, meer capaciteit en een betere toegankelijkheid.

Lijn 1 en lijn 16 zijn binnen de gemeente Den Haag vrijwel geheel aangepast. De uitvoering voor lijn 12 en lijn 6 staat op de planning voor 2023- 2025.

97

Ketenmobiliteit en OV-knooppunten Opdracht SA : Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Fase : Verkenning t/m realisatie Planning : 3 à 4 knooppunten per jaar Investering : per project te bepalen Subsidie MRDH : 50% (indicatie) Rol MRDH : Subsidieverlener Het verbeteren van de overstapkwaliteit op de knooppunten maakt het reizen met het OV gemakkelijk, aantrekkelijk en betrouwbaar. De MRDH heeft de huidige kwaliteit in beeld gebracht. Gemeenten kunnen in samenwerking met de stationbeheerders (RET, HTM en ProRail) projecten aanmelden. Deze doorlopen een traject in drie fasen: In de opstartfase worden met alle beheerders de opgave en de uit te werken oplossingen bepaald. Het resultaat is een Plan van Aanpak als onderdeel van het startbesluit met overeenstemming over de doelstelling en inzicht in indicatieve kosten en benodigde projectorganisatie. Planuitwerking: de gemeente en/of stationbeheerder werkt de plannen uit. Daarbij worden zowel de lokale ontsluiting, fietsparkeren, P+R en reizigersbeleving in samenhang met elkaar verbeterd. Andere beheerders zijn nadrukkelijk partner in de planuitwerking. De realisatiefase is het resultaat van de door partijen vastgestelde voorkeursvariant en een subsidieaanvraag dan wel samenwerkingsovereenkomst.

Voorwaarden voor een subsidie zijn onder andere integrale planvorming, samenwerking tussen alle beheerders en goede afspraken over beheer na realisatie. De projecten worden ondergebracht in het programma Kleine Projecten, of volgen de procedure voor grote projecten.

98

Ketenmobiliteit en OV-knooppunten: Optoppen garage P+R Kralingse Zoom Opdracht SA : Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Fase : Verkenning Planning : resultaat verkenning 2023 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Subsidieverlener In 2013 is P+R-garage Kralingse Zoom met 1.040 parkeerplaatsen in gebruik genomen, waarmee het totale aantal P+R-plaatsen daar op circa 1.400 is gekomen. Met de aanwezigheid van een doelgroepensysteem op deze P+R kan uitsluitend de parkeerder die daadwerkelijk aanvullend gebruik maakt van het OV gratis parkeren, waarmee het zogenaamde ‘oneigenlijk gebruik’ wordt tegengegaan. Ondanks de aanwezigheid van een doelgroepensysteem lijkt op P+R Kralingse Zoom de parkeercapaciteit niet meer toereikend. Voor deze P+R-locatie maar ook voor P+R Meijersplein en P+R Slinge is door het ingenieursbureau van Rotterdam een ruimtelijke en financiële verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van hoe capaciteitsuitbreiding kan plaatsvinden en welke investeringen dit met zich meebrengt. De ruimtelijke verkenning toont de haalbaarheid voor P+R Kralingse Zoom. De huidige P+R-garage Kralingse Zoom is een eerste fase. Het gebouw is zo ontworpen dat het uitgebreid kan worden met drie extra parkeerlagen wat ruimte biedt aan 525 extra P+R plaatsen.

99

Ketenmobiliteit en OV-knooppunten: Uitbreiden parkeercapaciteit P+R Meijersplein Opdracht SA : Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Thema : Verhogen betrouwbaarheid, capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering Fase : Verkenning Planning : Verkenning 2023 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Subsidieverlener In 2010 is met metrostation Meijersplein ook de locatie P+R Meijersplein met circa 500 plaatsen in gebruik genomen. Sinds juni 2020 is op deze P+R-locatie een doelgroepensysteem van kracht. Met de aanwezigheid van een doelgroepensysteem op deze P+R kan uitsluitend de parkeerder die daadwerkelijk aanvullend gebruik maakt van het OV gratis parkeren, waarmee het zogenaamde ‘oneigenlijk gebruik’ wordt tegengegaan. Ondanks de aanwezigheid van een doelgroepensysteem wordt verwacht dat op P+R Meijersplein de parkeercapaciteit niet toereikend is. Voor deze P+R-locatie is door het ingenieursbureau van Rotterdam een ruimtelijke en financiële verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van hoe capaciteitsuitbreiding kan plaatsvinden en welke investeringen dit met zich meebrengt. De ruimtelijke verkenning toont de haalbaarheid voor Meijersplein. Met het bouwen van een parkeerdek kunnen 600 extra P+R-plaatsen worden gerealiseerd.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12821756/2