Ontwerpbegroting 2024 MRDH
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Met elkaar, voor elkaar
1
Inhoud Inleiding
4
Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH
7
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s
13
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.1.1.4 Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem 2.1.2 Wat gaat het kosten?
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.2.2 Wat gaat het kosten?
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren 2.3.1.2 Opdracht 4 – Vernieuwen van werklocaties 2.3.2 Wat gaat het kosten?
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting
13 14 14 16 20 23 25
28 29 29 30 31 33
35 35 35 37 39
41
3.1 Algemene dekkingsmiddelen
41
3.2 Overhead
41
3.3 Vennootschapsbelasting
43
Hoofdstuk 4 Paragrafen
44
4.1 Financiering
44
4.2 Verbonden partijen
47
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s
51
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen
55
4.5 Bedrijfsvoering
57
4.6 Subsidies
60
Hoofdstuk 5 Financiële begroting
62
5.1 Overzicht baten en lasten
62
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
63 2
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
65
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027
68
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente
70
Hoofdstuk 8 Besluit
71
Bijlage 1 Indicatoren
72
Bijlage 2 Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU
73
Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2024
74
3
Inleiding Het versterken van het economisch vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid voor de mensen die hier wonen, werken en recreëren. Dat is waar de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor staat. De koers die hierbij wordt gekozen leggen 21 gemeenten vast in een Strategische Agenda. Voor de bestuursperiode 2023 - 2026 is dat de Strategische Agenda MRDH 2023 – 2026: Met elkaar, voor elkaar. Op 26 mei 2023 neemt het algemeen bestuur na een zienswijze van de 21 gemeenten een besluit over deze nieuwe strategische agenda1. De voorliggende begroting voor het jaar 2024 geeft op basis van deze Strategische Agenda op hoofdlijnen concreet aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit geeft, als bijlage bij de begroting, een overzicht van lopende infrastructurele projecten, verkenningen en planstudies. Samenwerking in de metropoolregio 21 gemeenten samen vormen het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Metropoolregio is georganiseerd als verlengd lokaal bestuur. In het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben burgemeesters van de 21 gemeenten zitting. In de twee bestuurscommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat zijn de vakwethouders van de 21 gemeenten vertegenwoordigd.
Tot slot zijn er twee adviescommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat en een rekeningcommissie. In deze commissies hebben raadsleden van de 21 gemeenten zitting; zij adviseren de bestuurders gevraagd en ongevraagd over toekomstig beleid en effecten van bestaand beleid. De samenwerking in de metropoolregio wordt ondersteund door een werkorganisatie die samen met ambtenaren van de 21 gemeenten aan de verwezenlijking van de resultaten uit de Strategische Agenda werkt. De 21 gemeenten zetten hun kennis en hun bestuurlijke kracht gezamenlijk in voor de metropoolregio. Daarbij wordt intensief samengewerkt met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s als Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), waarin bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen samen optrekken en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij, zijn hierin belangrijke partners. Werkplan Op grond van de gemeenschappelijke regeling dient het algemeen bestuur jaarlijks een Werkplan vast te stellen op basis van de Strategische Agenda. Het algemeen bestuur heeft op 9 december 2015 besloten om het strategisch deel van het Werkplan met ingang van 2017 te koppelen aan de doorlooptijd van de Strategische Agenda van de MRDH en daarmee niet meer jaarlijks uit te brengen.
De concrete activiteiten worden met ingang van 2017 jaarlijks geïntegreerd in de MRDH begroting. De voortgang van de activiteiten wordt via de jaarrekening en de bestuursrapportages gemeld. De begroting vervult zo ook de functie van Werkplan. De begroting geeft op hoofdlijnen zo concreet mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost.
1
Als het algemeen bestuur naar aanleiding van de zienswijzen op de Strategische Agenda besluit om wijzigingen aan te brengen in opdrachten en resultaten van de Strategische Agenda, dan zullen deze wijzigingen ook worden verwerkt in de begroting. 4
Verdere uitwerking wordt geoperationaliseerd in programma’s en projecten die in de bestuurscommissies en adviescommissies aan de orde zijn/komen.
5
Leeswijzer Conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording2 (BBV) bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda en daaraan gekoppeld een overzicht van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de te realiseren programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s wordt steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten?, waarbij we onderscheid maken tussen programmalasten en apparaatslasten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting, de paragrafen.
Achtereenvolgens wordt ingegaan op financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en subsidies. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: in (1) het overzicht van baten en lasten worden per programma en per taakveld de baten en lasten verantwoord. Op basis van (2) het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. In (3) de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjaren balans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen 2022-2027. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren, detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
2
De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken opstellen. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Op basis van de wet geldt het BBV ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. 6
Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH De Strategische Agenda 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van deze begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert en het verbeteren van de bereikbaarheid dient een maatschappelijk en economisch doel, namelijk het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de mensen die in de regio leven. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten: Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De activiteiten om de toenemende verstedelijking te faciliteren leveren een bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart gaat niet alleen om de kansen voor onze huidige inwoners, maar ook om de kansen voor onze toekomstige inwoners. Door de groeiopgave zowel multimodaal als gebiedsgericht te benaderen, verbeteren we de kansen voor onze inwoners. Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn.
Door een groei van het aantal arbeidsplaatsen en deze arbeidsplaatsen in te vullen met geschikt personeel groeit de arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Collectieve vormen van mobiliteit zorgen voor een prettige, duurzame leefomgeving waarin inwoners van de metropoolregio werk, opleidingen, voorzieningen en ook vrienden en familie makkelijk kunnen bereiken. Daarbij stimuleren we dat inwoners lopen, fietsen en gebruik maken van het OV zodat bestaande infrastructuur beter wordt benut en emissies worden verminderd. Dat leidt er ook toe dat in sommige gebieden de auto minder wordt gebruikt. Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Onze inspanningen voor een samenhangend ruimtelijke-economisch beleid zorgen voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat wat bijdraagt aan brede welvaart. De aandacht voor duurzame kantorenlocaties in multimodaal bereikbare gebieden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Banen bevinden zich nabij huidige en toekomstige inwoners. Door daarnaast winkelgebieden te vitaliseren, door het blijven aanbieden van een divers winkelaanbod, blijven voorzieningen bereikbaar op korte afstand van woningen.
Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Door de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden en te verbeteren waar dat nodig is, kunnen meer inwoners op een eenvoudige, prettige manier werk, opleiding, sociale contacten en voorzieningen bereiken. We dragen bij aan het veilig reizen en de gezondheid van onze inwoners. We verlichten de druk op het wegennet zodat er voldoende ruimte ontstaat om het autoverkeer te faciliteren daar waar alternatief vervoer geen oplossing biedt.
7
Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Ons OV-systeem moet in 2025 weer financieel gezond zijn. De prognoses van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in opdracht van het ministerie van I&W geven aan dat de verwachting is dat in de loop van 2024 de reizigersaantallen en inkomsten weer op het niveau van 2019 zitten. In de Strategische Agenda zijn voor deze zes opdrachten beoogde resultaten geformuleerd. In deze begroting zijn drie begrotingsprogramma’s opgenomen waarin de opdrachten en bijbehorende resultaten uit de Strategische Agenda zijn uitgewerkt door het beantwoorden van drie vragen: Wat willen we bereiken? (resultaten), Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en Wat mag dat kosten?. Dat zijn de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Begrotingsprogramma’s In onderstaand schema is opgenomen in welke begrotingsprogramma’s de opdrachten uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt:
Programma's MRDH begroting 2024
Opdrachten Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem
Exploitatie verkeer Infrastructuur en openbaar verkeer en vervoer openbaar vervoer V V
Economisch vestigingsklimaat V
V
V
V V
V
V
Verbeteren Bereikbaarheid De opgaven van de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer in hoofdstuk 2 worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks wordt ruim € 550 miljoen aan BDU-middelen ontvangen. Exploitatie OV Ongeveer € 425 miljoen oftewel ongeveer 80% van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit is inclusief de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20%, oftewel € 100 - € 125 miljoen beschikbaar. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken en/of prioriteiten moeten stellen, terwijl we daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen moeten zoeken. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden.
Voor Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2024 net als eerdere jaren een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. De concrete invulling
8
van dit programma werken we in samenspraak met de gemeenten in het voorjaar van 2023 uit, gericht op vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2023. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Pre-verkenning Geen opname MJB
Verkenning Opname MJB
Planstudie Opname MJB
Uitwerking Opname Begroting
Realisatie Opname Begroting
De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre-verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Rekening houdend met deze investeringsopgave en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de nog beschikbare BDU middelen per jaareinde:
9
Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is voor projecten die nu nog in de verkenning- en planstudiefase zitten. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities te kunnen realiseren. In het licht van de grote opgaven voor onze regio wordt actief gesproken met het Rijk over structurele verhoging van de BDU.
Het meerjarenbeeld faciliteert als instrument het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert het uitgangspunt dat een tekort op de BDUmiddelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De meerjarenbegroting van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders, voor het begrotingsjaar 2024 en de daaropvolgende begrotingsjaren wordt geen tekort verwacht:
10
Vernieuwen Economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor het begrotingsjaar 2024 bedraagt de inwonerbijdrage € 2,97 per inwoner (Kadernota MRDH begroting 2024). Dit geld wordt primair besteed als bijdrage en cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor projecten met regionale uitstraling die bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarnaast wordt de regionale ambtelijke inzet hieruit bekostigd. Overhead Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording worden binnen de programma’s de kosten van het directe personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart, buiten de programma’s om, verantwoord. De verdeelsleutel van de stafmedewerkers, de centrale directiefunctie en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt 20% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% BDU.
De begroting 2024 kent een omvang (lasten) van € 635 miljoen. Ter vergelijking zijn actuele ramingen over 2022 (op basis van de voorlopige jaarrekening 2022) en 2023 (bestaande uit de vastgestelde begroting 2023 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2023 ter besluitvorming zullen worden voorgelegd) opgenomen. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s.
11
Programmabegroting 2024 (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
504.403.625 57.094.963 5.015.763 6.699.777 0
516.043.517 162.967.902 5.392.010 7.173.992 0
476.751.699 145.006.716 5.746.932 7.704.144 0
474.304.274 154.074.057 5.706.932 7.704.144 0
474.322.731 140.040.809 5.706.932 7.704.144 0
478.634.553 98.475.234 5.706.932 7.704.144 0
Totaal
573.214.128
691.577.422
635.209.491
641.789.407
627.774.616
590.520.863
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
505.403.625 57.094.963 5.351.832 6.699.777
519.324.085 162.967.902 5.392.010 7.173.992
484.398.737 145.006.716 5.746.932 7.704.144
478.485.540 154.074.057 5.706.932 7.704.144
474.407.836 140.040.809 5.706.932 7.704.144
479.309.530 98.475.234 5.706.932 7.704.144
Totaal
574.550.197
694.857.989
642.856.529
645.970.674
627.859.721
591.195.840
Saldo van baten en lasten
1.336.068
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
118.750 -1.000.000
0 -3.280.568
-7.647.038
0 -4.181.266
0 -85.105
0 -674.977
Resultaat
454.818
0
0
0
0
0
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
De fluctuaties in de meerjarenbegrotingen worden toegelicht in de genoemde programma’s.
12
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma’s. De MRDH-begroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s wordt aan de hand van de zes opdrachten steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat gaat het kosten? Binnen de MRDH-begroting is het verbeteren van de bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer betreft de uitvoering van wettelijke taken concessieverlening openbaar vervoer, beheer en onderhoud openbaar vervoer, infrastructuur en de planvormingsbevoegdheid in overeenstemming met de Planwet verkeer en vervoer. Dat laatste vraagt om de inzet van de MRDH voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.
Vanuit het programma Exploitatie volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. In het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.3) worden de opdrachten voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat uitgewerkt. 2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat voor dit programma om de volgende vier opdrachten: Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Bij iedere opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten geven antwoord op de vraag wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.
13
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan en prettig van huis naar werk reizen of ergens recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio op duurzame wijze te faciliteren. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van de nieuwe verstedelijkingslocaties, het verbinden van innovatieve kennis- en onderwijsknooppunten, de bereikbaarheid van werklocaties en het behouden van de leefbaarheid en open ruimte. Ook is het belangrijk dat de metropoolregio bereikbaar blijft met onze omliggende regio’s en gemeenten. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio. Dat doen we vooral door nu plannen te maken voor de investeringen in het mobiliteitssysteem op de (middel)lange termijn en te adviseren over de bereikbaarheid bij verstedelijkingsplannen.
Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In dit programma werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de (middel)lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de regio te garanderen en dragen daar financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken: - Planuitwerking met als resultaat een projectbeslissing voor de CID-Binckhorst en Oeververbindingen regio Rotterdam. - Een betrouwbaar en robuust netwerk voor de bereikbaarheid van Westland, Voorne-Putten en Haven Rotterdam. - Uitwerking van HOV Leiden-Zoetermeer en doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam en Westland. - Verkenning met als resultaat een voorkeursbeslissing voor de verkenning viersporigheid Leiden-Dordrecht en Knooppunten. - Samen met partners uitvoering geven aan het in 2023 herijkte programma MoVe.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - CID Binckhorst: Planuitwerking voor de tramverbinding tussen Den Haag, Rijswijk en Voorburg, met oog voor inpassing, verkeersveiligheid, exploitatie en doorstroming. - Oeververbindingen regio Rotterdam: Planuitwerking voor de nieuwe HOV-verbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein, een nieuwe oeververbinding en het treinstation Stadionpark. Algeracorridor: planuitwerking voor de maatregelen op de Algeracorridor en het onderzoek op verkenningenniveau naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute. - Onderzoek doen naar doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam. - Bijdragen aan de verkenning naar Bus Rapid Transit tussen Leiden en Zoetermeer.
14
-
-
-
Leiden-Dordrecht en Knooppunten: Bijdragen aan het uitvoeren van de verkenning viersporigheid Leiden-Dordrecht en Knooppunten. Uitwerking knooppunten is inclusief bestaande knopen Schiedam Centrum en Den Haag Laan van NOI en nieuwe stations Rijswijk buiten, Rotterdam Van Nellefabriek en Rotterdam Stadionpark. Uitwerking viersporigheid is inclusief aandacht voor inpassing. Gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam: (Mede) uitvoeren studies/uitwerking van het maatregelpakket Voorne-Putten. Daarnaast samen met de andere partners uitvoeren van voortgangsmonitoring waarin uitvoering van de gemaakte afspraken met Rijk en regio (BOMIRT 2022) wordt gevolgd. Gebiedsuitwerking Westland: Op basis van geactualiseerde ruimtelijke en economische uitgangspunten met de andere partners invulling geven aan de nadere uitwerking van mobiliteitsmaatregelen voor de middellange en lange termijn (HOV, weg, fiets).
Regionale fietsagenda (middel)lange termijn De regionale fietsagenda geeft aan wat er, op de (middel)lange termijn tot 2040, nodig is aan verbeteringen in het regionale fietsnetwerk. De focus ligt op de verbindingen en ontbrekende schakels in het regionale netwerk tussen steden en/of dorpen. De MRDH verleent subsidie aan wegbeheerders voor het verbeteren van regionale fietspaden en zet zich samen met de provincie Zuid-Holland in om aanvullende financiering van het Rijk aan te trekken voor deze opgave. De wegbeheerders voeren de verbeteringen van de fietspaden uit en zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Welke resultaten willen we bereiken: - Realiseren van 800 km verbeterd regionaal fietspad. - Realiseren van 90.000 extra fietsparkeerplaatsen (bij OV-knooppunten). Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Het vaststellen van de regionale fietsagenda en daaruit voorvloeiende uitvoeringsagenda met bijbehorende financieringsstrategie. - Het mogelijk maken van het uitbreiden van het regionale fietsnetwerk door overzicht en inzicht te verschaffen en advies te geven aan wegbeheerders. - Lobby voor medefinanciering van het regionale fietsnetwerk vanuit het Rijk.
Bereikbaarheid van en naar recreatie- en natuurgebieden Doel is om met actieve en collectieve vormen van mobiliteit de bereikbaarheid en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving van onze regio te versterken. Onderzoeken voor welke recreatie- en natuurgebieden de bereikbaarheid verbetering is gewenst. We delen de kennis met de wegbeheerders en benutten de kansen om multimodaal de bereikbaarheid naar deze gebieden te verbeteren. De gemeenten, provincie Zuid-Holland of waterschappen (als wegbeheerders) voeren de verbeteringen aan de infrastructuur uit. Welke resultaten willen we bereiken: - Onderzoek en aanpak voor de verbetering van bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden in de regio.
15
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Uitwerking geven aan de resultaten van het onderzoek dat in 2023 start naar de bereikbaarheid van en naar recreatie- en natuurgebieden. - Verkennen van de haalbaarheid van het concept van Groene OV-haltes. - Opstellen van een of meer kansenkaarten voor fiets.
Advisering en kennisuitwisseling over mobiliteit bij gebiedsontwikkeling- en economische locaties Adviseren over het verbeteren van de bereikbaarheid bij en helpen met kennis over integrale gebiedsontwikkeling. Zo dragen we bij aan aantrekkelijke en leefbare stedelijke gebieden en zorgen we ervoor dat de investeringen in de bereikbaarheid van de regio optimaal renderen. We onderzoeken in het bijzonder of de bereikbaarheid van bepaalde economische locaties moet worden verbeterd. De MRDH is gevraagd en ongevraagd adviseur, kennismakelaar en stelt vanuit het lidmaatschap van de Verstedelijkingsalliantie deze kennis aan alle gemeenten ter beschikking. De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling. De MRDH onderzoekt de bereikbaarheid van economische locaties, brengt in beeld of verbeteringen noodzakelijk zijn en hoe die kunnen worden gerealiseerd. Welke resultaten willen we bereiken: - Uitwerking voor de verbetering van de bereikbaarheid van aanvullende economische locaties in de regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - In samenwerking met Rotterdam, Den Haag, provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat werken we aan een Adaptieve Ontwikkelstrategie Wegen & Fiets gericht op de investeringsopgaven op langere termijn; - Adviseren over bereikbaarheidsmaatregelen in het samenwerkingsverband Hoekse Lijn Partners gericht op duurzame ontsluiting van gebiedsontwikkeling en woningbouwlocaties langs de Hoekse lijn. - Adviseren bij ruimtelijke tafels waar mobiliteit en verstedelijking onderwerp van gesprek is.
2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren We zetten in op actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit (lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit), omdat deze vormen de bereikbaarheid helpen verbeteren, minder ruimte innemen dan individuele automobiliteit, toegankelijk en betaalbaar zijn, de gezondheid bevorderen en minder emissies uitstoten. Hiermee benutten we de bestaande infrastructuur beter, bieden we mensen meer kansen om maatschappelijk mee te doen, ondersteunen we de mobiliteitstransitie die in verschillende (stedelijke) gebieden van de regio is ingezet en dragen we bij aan de klimaatopgave. Daarbij verschilt de aanpak per gebiedstype, omdat de mogelijkheden en behoeften in het (hoog) stedelijke gebied anders zijn dan in het meer landelijke gebied. Naast fysieke ingrepen maakt mobiliteitsmanagement het mogelijk om lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit te stimuleren en spreiding van mobiliteit over de dag/week aan te moedigen. We stimuleren het toepassen van Mobility as a Service (MaaS), innovaties en nieuwe technologieën om de gewenste mobiliteitstransitie te bereiken. Efficiënt omgaan met de ruimte voor verkeer zorgt er in steden en dorpen voor dat er meer ruimte is voor het inrichten van een prettige leefomgeving
16
en dat is noodzakelijk gelet op de verwachte groei van inwoners in de aankomende jaren en andere opgaven in de openbare ruimte zoals meer groen, voorzieningen en klimaatadaptatie.
Programma Metropolitane fietsroutes (MFR) Het programma helpt om hoogwaardige, regionale fietsroutes te realiseren om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. We helpen de individuele gemeenten bij Metropolitane fietsroutes bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route. De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (incl. planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 100 km Metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2026 Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - invulling geven aan programmamanagement door het ondersteunen van de samenwerking tussen gemeenten en wegbeheerders tijdens de uitwerking en realisatiefase, het monitoren van de voortgang en het borgen van de kwaliteit. - maken van maatwerkafspraken voor routes waarvan de samenwerkingsovereenkomst (SOK) in 2023 is getekend; - ondersteunen van gemeenten en wegbeheerders bij ontwikkeling van bewegwijzeringsplan en uitvoer Fietsstimuleringsplan dat eerder met gemeenten en Zuid-Holland Bereikbaar is opgesteld; - het opstellen en uitvoering geven aan het communicatieplan uit 2023 voor verdere profilering binnen en buiten het werkgebied van het Metropolitane Fietsprogramma.
Smart mobility, MaaS en programma AVLM We ontwikkelen en delen kennis op het gebied van Smart Mobility, Mobility as a Service (Maas) en Automatisch Vervoer op de first en Last Mile. We stimuleren het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. Innovatie is geen doel op zich. We hanteren een afweegkader Smart Mobility en MaaS waarbij bijdrage aan de opdrachten uit de Strategische Agenda voorop staat. De MRDH is kennismakelaar en subsidieverlener voor het toepassen van innovaties en nieuwe technologieën. Wegbeheerders voeren de toepassingen uit en ook andere partijen zoals de vervoerders realiseren, hiertoe gestimuleerd door de MRDH, innovatieprojecten. Welke resultaten willen we bereiken: - Kennisontwikkeling van Smart Mobility en het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Delen van kennis (uit landelijke netwerken) over Smart Mobility met de gemeenten via het bestuurlijk en het invulling geven aan de rol van verbindende schakel tussen Europees en Rijksbeleid en gemeentelijke ontwikkeling - Afronding van lopende AVLM-projecten en continueren kennisontwikkeling (landelijk) - Uitvoering geven aan de afspraken uit de digitaliseringsopgave. 17
Programma Duurzame Mobiliteit We ontwikkelen kennis en monitoren de effecten van duurzame mobiliteit op CO2-reductie en afname stikstof en fijnstof. Daarvoor gebruiken we het al ontwikkelde digitale platform: www.mrdh.nl/duurzamemobiliteit. We helpen maatregelen die een effectieve bijdrage leveren aan verduurzaming zoals deelmobiliteit en de werkgeversaanpak te realiseren. Met deze activiteiten dragen we bij aan de Europese doelstelling, 55% reductie van de CO2-uitstoot in 2030, die in het Regeerakkoord is onderschreven. De MRDH is kennismakelaar, adviseert (gevraagd en ongevraagd) de individuele gemeenten over duurzame mobiliteit en stelt de vervoerders in staat om maatregelen voor duurzame mobiliteit uit te voeren. We agenderen uitdagingen en randvoorwaarden voor duurzame mobiliteit bij andere partijen zoals het Rijk en provincie ZuidHolland. De individuele gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen voor duurzame mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken: - Kennisontwikkeling en -deling van duurzame mobiliteit en monitoring van de effecten op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof; - Minimaal 250 emissievrije bussen laten instromen in de concessies. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Effectbepaling van het regionaal maatregelenpakket duurzame mobiliteit met gemeentelijke en MRDH maatregelen i.r.t.
de Europese en Nationale doelstelling 55% CO2-reductie in 2030. - Het delen van kennis (uit landelijke netwerken) over duurzame mobiliteit met de gemeenten via het bestuurlijk kernteam, het ambtelijk overleg duurzame mobiliteit en het digitale platform. - Bestuurlijke betrokkenheid en ambassadeurschap organiseren via het bestuurlijk kernteam duurzame mobiliteit en de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. - Inspiratie en advisering over duurzame mobiliteit door de denktank duurzame mobiliteit; - Voortgang van de instroom van de emissievrije bussen in de concessies monitoren. In 2024 verwachten we een instroom van 100 emissievrije bussen. - Mogelijk vervolg van het onderzoek naar terugwinnen remenergie. - In het kader van het programma duurzame mobiliteit monitoren we jaarlijks de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Het regionaal maatregelenpakket is primair gericht op de reductie van CO2.
Deelmobiliteit in de regio We onderzoeken de potentie van deelmobiliteit in regionaal verband en in relatie tot de OVconcessies. We maken de koppeling met andere thema's zoals ketenmobiliteit, verstedelijking en actieve, duurzame mobiliteit. We bieden de individuele gemeenten (als wegbeheerder) en andere partijen (grondeigenaren) de juiste handvatten om zelf aan de slag te gaan met deeldiensten. De MRDH ontwikkelt kennis, deelt kennis en onderzoekt de potentie in relatie tot de OV-concessies. Wegbeheerders en de andere partijen (grondeigenaren, vervoerders en marktpartijen) voeren projecten uit.
18
Welke resultaten willen we bereiken: - Kennisontwikkeling en kennisdeling van deelmobiliteit. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - het verder vormgeven van de (kennis)makelaars rol. Onderwerp breder trekken en koppeling maken tussen deelmobiliteit, MaaS en Hubs. - verbinding leggen met landelijk programma deelmobiliteit (Natuurlijk Deelmobiliteit) ten behoeve van harmonisatie van beleid en eisen aan deelmobiliteit. - nauw contact en inzet landelijke kwartiermaker deelmobiliteit ten behoeve van harmonisatie beleid en eisen deelmobiliteit. - organiseren regionaal overleg deelmobiliteit, MaaS en Hubs (4 keer per jaar). - toewerken naar een nationale kennisbank deelmobiliteit.
Mobiliteitsmanagement via Zuid-Holland bereikbaar De MRDH is mede-initiatiefnemer van Zuid Holland Bereikbaar, een samenwerkings- en uitvoeringsorganisatie die als doel heeft de bereikbaarheid (acceptabele hinder) in de regio te borgen gedurende de vele infrastructurele beheer-, onderhouds- en aanlegprojecten die in de komende decennia zijn gepland. Dat doen we door in te zetten op maatregelen die mobiliteitstransitie ondersteunen met de ambitie voor duurzame gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken: - realiseren duurzame gedragsverandering van reizigers. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Zuid-Holland Bereikbaar opdracht geven om mobiliteitsmanagement in de regio nader uit te werken en uit te voeren - Samenwerken met de uitvoeringsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar bij het realiseren van duurzame gedragsveranderingen, hetgeen mede bijdraagt aan de klimaatdoelen. - Actief deelnemen aan de werkgroepen Mobiliteitsmanagement en Logistiek en de gebiedsteams in het MRDH-gebied.
OV-concessies: Rail Rotterdam, Rail Haaglanden, Bus Rotterdam en omstreken, Bus Voorne-Putten en Rozenburg, Bus Haaglanden-Stad en Bus Haaglanden Streek en jaarlijkse vervoersplannen Via de OV-concessies en de daarbinnen afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de OVmaatregelen 'op straatniveau’ invoeren. De MRDH verleent en managet de concessies voor het OV (per bus, tram en metro). We houden toezicht op de uitvoering en sturen op de uitvoeringskwaliteit en reizigerstevredenheid. De vervoerders stellen jaarlijkse vervoerplannen op voor verbeteringen aan het OV en voeren de verbeteringen uit. De vervoerders doen, conform de afgesloten concessies, voorstellen en gemeenten adviseren ook vanuit lokaal perspectief op de vervoerplannen. De besluiten over de (randvoorwaarden voor de) concessies worden genomen in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Vervolgens wordt een gedragen vervoerplan na consultatie van gemeenten en consumentenorganisaties goedgekeurd.
19
Welke resultaten willen we bereiken: - Verbeterd OV-systeem zodat het makkelijker en aantrekkelijk wordt voor de reiziger om het OV te gebruiken en een OV-systeem dat is afgestemd op lopen en fietsen en past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Vergroten van de vervoercapaciteit waar de reizigersgroei dat op korte termijn noodzaakt. - We onderzoeken samen met gemeenten de mogelijkheden van de combinatie van OV, maatwerkvervoer, WMO, last mile activiteiten en deeldiensten. - Voortzetten van de samenwerking tussen vervoerders en MRDH in de InnOVatieroute met praktische innovatie voor reizigers.
2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk De 21 gemeenten verbeteren de kwaliteit van het bestaande mobiliteitsnetwerk inclusief de knooppunten van verschillende vervoerssystemen zodat meer mensen het netwerk gebruiken en hoger waarderen. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van de metropoolregio vanuit kwalitatief oogpunt en benutten we het bestaande netwerk beter. Een robuust, betrouwbaar, veilig en samenhangend netwerk in de metropoolregio is en blijft noodzakelijk. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Het vrachtverkeer maakt immers gebruik van hetzelfde autonetwerk. De aankomende decennia worden grootschalige werkzaamheden uitgevoerd in het kader van beheer en onderhoud van de infrastructuur. Dit is noodzakelijk om de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden. Maar dit betekent structurele (forse) hinder als gevolg van verminderde capaciteit op het wegennetwerk. Daarom werken we met acht partners samen in Zuid-Holland Bereikbaar om de hinder te beperken en om duurzame gedragsverandering te realiseren (zie opdracht 3).
Regionaal Basisnetwerk fiets Het regionale basisnetwerk fiets bestaat uit ongeveer 1.400 km fietspad. Op basis van het regionale basisnetwerk fiets kunnen gemeenten de komende jaren subsidie tot maximaal 50% subsidie aanvragen om fietspaden in het netwerk te verbeteren. Daarbij maken we de koppeling met het programma verkeersveiligheid en gaat het om verbeteringen die de kwaliteit en de verkeersveiligheid verhogen. De MRDH verleent subsidie voor verbeteringen op het regionale basisnetwerk fiets op basis van de samen afgesproken inhoudelijke randvoorwaarden. Daarnaast is de MRDH kennismakelaar. Wegbeheerders voeren de verbeteringen aan de fietspaden uit. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 100 km fietspad op het regionaal basisnetwerk fiets is verbeterd in 2026 (incl. verkeersveilige inrichting). - Vaststellen van een Regionale fietsagenda en daaruit voorvloeiende uitvoeringagenda. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Het mogelijk maken van het uitbreiden van het regionale fietsnetwerk door overzicht en inzicht te verschaffen en advies te geven aan wegbeheerders.
20
Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’, aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De vastgestelde verkeersveiligheidsagenda geeft een beeld van de risico’s van de infrastructuur, risico-gedragingen en risicogroepen in het verkeer. Vanuit dit beeld is duidelijk, waarop de komende jaren wordt ingezet. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met kennis, accountmanagement en financiële middelen om gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen tot uitvoering te brengen. De MRDH is gesprekspartner van het Rijk over het nationale verkeersveiligheidsbeleid en de Rijksinzet in nationale kaders en (financiële) middelen. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 160 projecten gerealiseerd voor verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF van 33% naar 62%. - Een toename van het aandeel deelnemende voortgezet onderwijs scholen aan Totally Traffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Programmamanagement rond het Regionaal Programma Gedragsbeïnvloeding 2022-2025. - De gemeenten stimuleren en faciliteren in de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van (risicogestuurd) verkeersveiligheidsbeleid. - Periodieke terugkoppeling t.a.v.
de ontwikkeling van de verkeersslachtoffers aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. - Afronden van de pilots optimalisering Verkeershandhaving. - Monitoring Streefwaarden Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid 2025. - Met partners ontwikkelen en uitvoeren van meer gedragscampagnes o.a. gericht op jongeren en risico-gedragingen.
Autonetwerk en verkeersmanagement Met oog op optimalisatie van het bestaande wegennetwerk adviseren wij wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen in het netwerk. Daarbij zoeken we naar aanvullende kansen (zoals fietsverbindingen) en mobiliteitsoplossingen gericht op duurzame gedragsverandering. Bij de doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer wordt samen met de wegbeheerders gekeken waar bus en tram sneller door het netwerk kunnen rijden. We geven opdracht aan Zuid-Holland Bereikbaar voor het verkeersmanagement (monitoring en informatievoorziening bij ongevallen) en om de programmering van beheer- en onderhoudsprojecten tijdig op elkaar af te stemmen. MRDH is adviseur voor de wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen en is mede-initiatiefnemer van Zuid-Holland Bereikbaar. De gemeenten, provincie Zuid-Holland en het Rijk (als wegbeheerders) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van infrastructurele ingrepen en de afstemming van de wegwerkzaamheden met Zuid-Holland Bereikbaar als helpende schakel. Welke resultaten willen we bereiken: - Advisering bij infrastructurele ingrepen en subsidiering voor optimalisatie in het wegennetwerk door wegbeheerders.
21
-
Via Zuid-Holland Bereikbaar wordt het verkeersmanagement uitgevoerd en afstemming multimodale programmering werkzaamheden spoor & weg georganiseerd.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Uitvoeren knelpuntenanalyse metropolitaan wegennet over het jaar 2022 en deze toetsen aan de eisen van de SA. Met de uitkomsten van deze knelpuntenanalyse zal in overleg met de wegbeheerders gekeken worden of er wegen zijn waar maatregelen/(vervolg)onderzoeken noodzakelijk zijn. - Overzicht hebben van de betrouwbaarheid en reistijd op het metropolitaan netwerk. - Nader inzicht in oorzaak en mogelijke maatregelen op wegen die niet voldoen aan de netwerkeisen. - Adviseren bij infrastructurele ingrepen. - Actief deelnemen aan de werkgroep Programmering en Verkeersmanagement van ZuidHolland Bereikbaar. - Het beheren van het verkeersmodel, zodanig dat het verkeersmodel actueel/beschikbaar is om te gebruiken voor MRDH en gemeenten.
Programma Knooppunten De MRDH, stationsbeheerders en de individuele gemeente(n) zetten gezamenlijk in op een kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten hebben samen onderzocht en bepaald welke knooppunten worden aangepakt. Vervolgens helpt de MRDH om samen met betrokken partijen de opgave uit te werken, de raakvlakken tussen modaliteiten onderling en met de ruimtelijke omgeving (o.a. verstedelijking) te bespreken en de oplossingsrichtingen te verkennen. De MRDH helpt de gemeenten en andere partijen met de planvorming en het opstellen van een zogenaamd startdocument. Daarnaast levert verstrekt de MRDH subsidie voor de verbetering van het OVknooppunt. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationsbeheerder is verantwoordelijk voor de realisatie van de verbetering. Welke resultaten willen we bereiken: - Circa 18 OV-knooppunten zijn verbeterd in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Het opstellen en laten vaststellen van verschillende startnotities. - De rol van kennismakelaar vervullen.
- Het deelnemen aan werkgroepen van verschillende knopen (Laan van NOI, Den Haag Moerwijk en Rotterdam Lombardijen). - Zorgdragen voor een goede afstemming met beleidsontwikkeling op het gebied van fiets, waaronder actualisatie basisnet fiets.
22
OV-concessies, onderdeel assets Binnen de railconcessies HTM en RET maken wij afspraken over het beheer en onderhoud van de gehele portefeuille voor het financiële langere termijnperspectief. Daarnaast maken we afspraken over de raakvakken met lopen, fietsen, deelmobiliteit, vervoer over water, kwaliteit buitenruimte en verkeersveiligheid. We faciliteren verbeteringen aan het OV-netwerk door de komende jaren extra remisecapaciteit toe te voegen, zowel in Den Haag als Rotterdam en omstreken voor metro en tram. Onder meer op de locaties GAVI Den Haag, ’s Gravenweg en Waalhaven-Zuid Rotterdam. De MRDH is concessieverlener van het regionale OV en maakt financiële afspraken met HTM en RET over het benodigde beheer en onderhoud van de assets (incl. remises) op basis van de kaders die in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden vastgesteld. Welke resultaten willen we bereiken: - We geven in de aankomende 4 jaar opdracht voor beheer- en onderhoudsprojecten van het regionaal OV. - De concessiehouders voegen de komende jaren extra remisecapaciteit toe voor metro en tram.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Het actualiseren van de beheervisie van de MRDH - Het actualiseren van de veiligheidskaders van de MRDH - Het beoordelen van de vlootplan Assets van de MRDH - Eerste stallingsmogelijkheden in verbouwde remise Harstenhoekplein mogelijk, totaal gereed in 2025. - Doorlopen planologische procedures remise GAVI terrein.
2.1.1.4 Opdracht 6 - Herstellen van het OV-systeem Het OV-gebruik is door de coronacrisis en de gedragsverandering als gevolg daarvan langdurig gedaald, hebben de OV-concessiehouders in de metropoolregio een forse opgave. In september 2022 was het aantal reizigers ongeveer 85% van de situatie ‘pre-corona’. De meest recente modellen en berekeningen van de concessiehouders gaan uit van 85% tot 95% in 2023. De huidige rijkssteunregeling (BVOV2022) eindigt per 31 december 2022. Het Rijk stelt een eenmalige vangnetregeling voor 2023 beschikbaar, maar die is ontoereikend om de lagere reizigersinkomsten in 2023 aan te vullen. Daarmee is de paradoxale situatie ontstaan dat, terwijl de coronacrisis voorbij is, de corona-opgave in het openbaar vervoer groter is dan ooit. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit heeft daarom op 12 oktober 2022 de maatregelen uit het eerdere Transitieprogramma OV en corona verlengd voor de jaren 2023 en 2024. De MRDH stelt een eigen bijdrage beschikbaar van maximaal € 37 miljoen. Dit is aanvullend op reeds eerder genomen maatregelen om de vervoerbedrijven financieel te ondersteunen, om de transitie te maken naar een toekomstvast OV-systeem en aanvullend op de reguliere concessiekosten. Binnen de kaders van dit programma stemmen de vervoerders hun vervoersaanbod zo goed als mogelijk af op de reizigersvraag.
In 2023 voeren we een studie uit naar veranderingen in reisgedrag, om zo inzichtelijk te maken of en hoe de OV-reiziger terugkeert in het OV en welk OV aanbod daarbij passend is. Welke activiteiten precies in 2024 moeten worden ingezet, zal mede afhankelijk zijn van de ontwikkelingen in 2023.
23
De keuzes worden gezamenlijk gemaakt aan de hand van het Afwegingskader dat in oktober 2020 is vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit, en waarin onder meer staat dat het maatregelenpakket evenwichtig moet zijn: geografisch, qua reizigersdoelgroepen en qua toegankelijkheid. Het is van essentieel belang dat gebieden niet geïsoleerd raken van het OV. Waar in de besluitvorming tot nu toe nog geen rekening mee gehouden is, zijn de kostenstijgingen waarmee de vervoerbedrijven te maken hebben, vanwege gestegen materiaal-, energie- en personeelskosten. In de concessieafspraken tussen de MRDH en vervoerbedrijven is vastgelegd hoe hiermee wordt omgegaan. Door indexatie van exploitatiesubsidies en doordat de MRDH risicodragend is voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en railvoertuigen, komt een deel van de kostenstijgingen voor rekening van de MRDH. De bijdrage die de MRDH van het Rijk krijgt, de BDU-gelden, groeit echter onvoldoende mee. Welke resultaten willen we bereiken: - Het OV-systeem is voor reizigers aantrekkelijk, sluit aan op de gewijzigde vervoervraag, faciliteert tijdig (verwachte) groei van het OV-gebruik. - De lobby bij het Rijk heeft opgeleverd dat er een structureel financieel gezonde situatie is bereikt.
- Vervoerbedrijven hebben concessies die financieel gezond kunnen zijn, perspectief om te kunnen voortbestaan waardoor goed en kosten efficiënt OV voor de regio is geborgd. - Vanaf 2025 verwachten wij weer voldoende reizigers (teruggekeerde en nieuwe) te hebben om het OV-systeem verder te ontwikkelen en te groeien, wat nodig is met de komst van 400.000 extra inwoners in Zuid-Holland. Wat gaan we daarvoor doen in 2024: - Sterke lobby richting het Rijk met onze partners voor het belang van en daarmee extra middelen voor het OV; - Indien nodig halfjaarlijkse periodieke herijkingen van het Transitieprogramma OV en corona om bij te sturen op de genomen transitiemaatregelen; - wanneer de situatie stabiel genoeg is: herijking van de concessieafspraken tussen MRDH en de vervoerders om het OV ook op langere termijn betaalbaar en wendbaar te houden, (zoals in een normale situatie) langdurige inhoudelijke en financiële afspraken te bereiken en het tijdelijke Transitieprogramma OV en corona te beëindigen. Ook zal als het kan weer een reguliere vervoerplanprocedure worden gehanteerd, dus los van het Transitieprogramma; - om het OV extra te stimuleren investeert de MRDH in versnellingsmaatregelen, ketenmobiliteit, nieuwe betaalwijzen, lokaal maatwerkvervoer en verbetering van de arbeidsmarkt van de vervoerbedrijven.
24
2.1.2 Wat gaat het kosten? Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2022
Raming 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten: Beleid en programmering Verkeer Openbaar vervoer Subsidie CROW-KpVV Subtotaal Beleid en programmering
6.594.065 4.579.246 0 11.173.311
7.739.354 5.424.317 0 13.163.671
4.712.280 4.586.868 900.000 10.199.148
4.712.280 4.586.868 900.000 10.199.148
4.712.280 4.586.868 900.000 10.199.148
4.712.280 4.586.868 900.000 10.199.148
Exploitatie openbaar vervoer Concessies Overig Subtotaal Exploitatie OV
474.042.492 6.120.998 480.163.490
471.902.019 11.912.985 483.815.004
435.533.270 5.462.901 440.996.170
427.833.742 5.462.901 433.296.642
425.239.548 5.462.901 430.702.449
428.309.421 5.462.901 433.772.321
Apparaatslasten Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten
2.424.283 2.424.283
3.276.887 3.276.887
3.398.148 3.398.148
3.398.148 3.398.148
3.398.148 3.398.148
3.398.148 3.398.148
Financiering Rente Subtotaal Financiering
10.640.139 10.640.139
15.787.580 15.787.580
22.157.857 22.157.857
27.409.960 27.409.960
30.022.611 30.022.611
31.264.561 31.264.561
2.402 2.402
375 375
375 375
375 375
375 375
375 375
Totaal lasten
504.403.625
516.043.517
476.751.699
474.304.274
474.322.731
478.634.553
Baten: Onttrekking fonds BDU Rente Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Overige inkomsten
397.729.782 10.641.639 7.200.431 89.831.772
490.301.242 15.787.580 7.303.465 5.931.798
448.160.428 22.157.857 8.152.654 5.927.798
436.393.826 27.409.960 8.823.576 5.858.179
429.506.553 30.022.611 9.024.492 5.854.179
433.154.380 31.264.561 9.040.410 5.850.179
Totaal baten
505.403.625
519.324.085
484.398.737
478.485.540
474.407.836
479.309.530
Saldo van baten en lasten
1.000.000
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Toevoeging risicoreserve financiering*
-1.000.000
-3.280.568
-7.647.038
-4.181.266
-85.105
-674.977
0
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting Heffing vennootschapsbelasting Subtotaal vennootschapsbelasting
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting financiën Beleid en programmering Het KpVV-programma (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) ontwikkelt collectieve kennis voor de decentrale overheden op het gebied van mobiliteit en wordt uitgevoerd door het CROW. In 2023 wordt de samenwerkingsovereenkomst met de Vervoerregio Amsterdam, het IPO en het CROW voor het uitvoeren van het KpVV-kennisprogramma herzien, op basis waarvan de deelnemende partijen een subsidierelatie kunnen aangaan. Deze begrotingspostsubsidie van € 900.000 (50% Verkeer en 50% Openbaar vervoer) wordt nu afzonderlijk meerjarig ter begroting gebracht zodat na het vaststellen van de overeenkomst een juridische titel ontstaat om deze subsidie te kunnen verlenen aan het CROW. De hogere lasten in 2022 en 2023 voor beleid en programmering Verkeer worden volledig gedekt door incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU voor onder meer de rijksbijdrage voor de exploitatie van Zuid-Holland Bereikbaar (€ 2,45 miljoen per jaar).
25
In 2023 is er voor een bedrag van € 378.000 een incidentele toevoeging aan het budget voor beleid en programmering Openbaar vervoer (Studiekosten MIRT-verkenning HOV-verbinding CID/Binckhorst) door een incidentele bijdrage van het Rijk via de BDU. Exploitatie openbaar vervoer - Concessies Hierna volgt een nadere specificatie van de bus- en railconcessies (€): 2023
2024
2025
2026
2027
Bus: Totaal OV Concessie Bus Rotterdam e.o. Totaal OV Concessie Haaglanden Stad Totaal OV Concessie Voorne Putten Rozenburg Totaal OV Concessie Haaglanden Streek Totaal busconcessies
38.038.217 20.665.256 11.903.640 23.867.240 94.474.353
38.525.924 22.162.990 11.024.178 25.179.005 96.892.096
38.034.770 19.545.625 10.793.997 25.112.019 93.486.411
37.523.214 19.553.302 10.793.997 25.112.019 92.982.532
37.139.547 19.560.980 10.793.997 24.189.993 91.684.517
Rail: Totaal OV Concessie RET Rail Totaal OV Concessie HTM Rail Totaal railconcessies
199.069.655 181.957.331 166.833.320 165.176.540 164.422.182 146.871.278 133.495.247 142.138.034 143.508.499 146.834.745 345.940.933 315.452.578 308.971.354 308.685.039 311.256.927
Overige contracten Totaal concessies
31.486.734 23.188.596 25.375.977 23.571.977 25.367.977 471.902.019 435.533.270 427.833.742 425.239.548 428.309.421
De totale subsidie bus concessies is in 2024 € 2,4 miljoen hoger dan in 2023. Het verschil van € 2,4 miljoen bestaat uit de volgende posten: • De OV Concessie Bus Rotterdam is € 0,5 miljoen hoger begroot in 2024. Dit is een gevolg van de instroom van de Zero-Emissie (ZE) bussen. Dit komt enerzijds omdat de werkelijke afschrijvings- en rentekosten voor de ZE bussen in 2023 lager uitvallen dan de begroot op basis van de concessieafspraken. Daarnaast hoeft er in 2023 geen aanspraak te worden gemaakt op de begrote stijgende onderhoudskosten door de instroom van ZE bussen. • De OV Concessie Haaglanden Stad neemt toe € 1,5 miljoen in 2024. Dit is een gevolg van de instroom van de Zero-Emissie (ZE) bussen. Dit komt enerzijds omdat de werkelijke afschrijvings- en rentekosten voor de ZE bussen in 2023 lager uitvallen dan de begroot op basis van de concessieafspraken. Daarnaast hoeft er in 2023 geen aanspraak te worden gemaakt op de begrote stijgende onderhoudskosten door de instroom van ZE bussen. • De OV Concessie Voorne-Putten en Rozenburg is € 0,9 miljoen lager in 2024, omdat in 2023 meer meerwerk is begroot. • De OV Concessie Haaglanden Streek is € 1,3 miljoen hoger begroot in 2024. Dit komt grotendeels door een lagere werkelijke rente in 2023 ten opzicht van de rekenrente in de bieding. De totale subsidie railconcessies is € 30,5 miljoen lager in 2024 dan in 2023.
Het verschil bestaat uit de volgende posten: • De subsidie voor RET rail voor 2024 is € 17,1 miljoen lager dan in 2023. In 2024 wordt in de begroting uitgegaan van een bezuiniging op metrobeheer of een vervangende bezuiniging van € 4 miljoen. Daarnaast wordt nog rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van de MRDH voor de Transitievergoeding openbaar vervoer (TVOV) voor 2023 van € 6,9 miljoen. Verder daalt de exploitatiesubsidie met € 4,2 mln. conform de groeiafspraken in de concessie en blijft vrijval uit de vaststelling van 2021 van € 2,5 miljoen beschikbaar voor de Rail concessie 2023 van de RET. Het resterende verschil heeft te maken met mutaties binnen het assetbudget. 26