Ontwerp Actieplan Evaluatie MRDH
Tekst van het document
Ontwerp-Actieplan
Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Samenvatting De 21 gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 10 jaar samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Zoals bij de start van de samenwerking is afgesproken, is de toegevoegde waarde van de MRDH-samenwerking geëvalueerd en bespreken we verbetermogelijkheden. Begin 2024 is aan Berenschot gevraagd een onafhankelijk feitenonderzoek te doen. De hoofdconclusies van dit onderzoek zijn: -
-
-
-
Positieve waarde samenwerking MRDH: Het Berenschot-onderzoek bevestigt de bestaanswaarde en meerwaarde van de samenwerking binnen de MRDH, vooral binnen Verkeer & Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In een roerige tijd zijn veel resultaten behaald. Een aantal doelen is niet gehaald door te hoge ambities, afhankelijkheden van andere partijen en de impact van de coronacrisis. Al met al is er bestaanswaarde en meerwaarde voor de MRDH en dus voldoende reden om de regionale samenwerking voort te zetten. Resultaten op Verkeer en Vervoer: Significante prestaties zijn behaald, zoals verbeteringen in het netwerk (E-lijn, Hoekse Lijn) en betrokkenheid in belangrijke projecten (MIRT-investeringen in de spoorlijn Leiden-Dordrecht). De samenwerking wordt van grote waarde geacht, waarbij in het bijzonder waardering uit wordt gesproken over de wijze waarop de MRDH de leiding nam in de woelige Coronaperiode, al werden sommige doelen als te ambitieus gezien. Economisch vestigingsklimaat en strategie: Er zijn resultaten geboekt voor de economische vernieuwing, maar de impact blijft beperkt door een gebrek aan gedeelde visie en de focus op operationele, kleinere projecten.
Met een nieuwe Strategische Agenda, de vernieuwede bijdrageregeling en de start van een proces voor een gezamenlijke visie op het economisch vestigingsklimaat zijn bestuurlijk gedragen stappen gezet voor versterking van de samenwerking en vergroting van de impact. Legitimiteit en organisatie: Formeel is de samenwerking binnen MRDH sterk gelegitimeerd, maar de ervaren legitimiteit en betrokkenheid blijven aandachtspunten. De organisatie functioneert goed en levert kwaliteit, maar uitdagingen in balans tussen ambities en beschikbare capaciteit en middelen blijven aandachtspunten.
De onderzoeksresultaten en de reflecties van Berenschot zijn gebruikt voor regionale en lokale gesprekken met de raadsleden, wethouders, burgemeesters en ambtelijk adviseurs. De inbreng uit die gesprekken is gebruikt om dit ontwerp-actieplan voor de doorontwikkeling van de MRDH op te stellen. Het actieplan is uitgewerkt via vijf actielijnen: 1. 2. 3. 4. 5.
Versterking ambtelijke organisatie MRDH Samenwerking bij de Vervoersautoriteit Samenwerking bij het Economisch Vestigingsklimaat Democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid Participatie en inwonersbetrokkenheid
De adviescommissies hebben het ontwerp-actieplan in hun vergadering van 22 januari 2025 besproken. Het advies van de adviescommissies is verwerkt in dit actieplan.
Met dit actieplan blijft de MRDH investeren in een goed functionerende Gemeenschappelijke Regeling die een bijdrage levert aan de twee pijlers van de MRDH, namelijk het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Begin 2025 biedt het MRDHbestuur dit actieplan ter zienswijze aan de raden van de 21 deelnemende gemeenten aan. Daarna besluit het MRDH bestuur definitief over het actieplan en wordt gestart met het uitvoeren van de actielijnen.
1. Inleiding De afgelopen 10 jaar heeft de MRDH zich ontwikkeld naar een stabiele speler in de netwerken op het gebied van verkeer en vervoer en economisch vestigingsklimaat. Waar de eerste vijf jaar in het teken stonden van de opbouw van de samenwerking en de bijbehorende werkorganisatie, zijn de afgelopen jaren belangrijke resultaten behaald. Met aanbevelingen uit twee interne tussenevaluaties en onderzoeken van de rekenkamers van de gemeenten Rotterdam en Den Haag is de afgelopen jaren ingezet op verbeteringen in de inhoudelijke koers en de daarbij behorende samenwerking: • • • •
Inzet op inhoud (een nieuwe Strategische Agenda met een uitnodigend en verbindend proces en nieuwe visies op het gebied van de twee pijlers van de MRDH); Inzet op bestuurlijke samenwerking (versterking van de positie en betrokkenheid van de raden); Inzet op nieuwe thema’s zoals brede welvaart. Deze thema’s zijn de afgelopen periode, in nauwe samenspraak met de gemeenten, door de MRDH opgepakt; Inzet op vergroten van de uitvoeringskracht. Met de inzet van MRDH support als flexpool helpt de MRDH gemeenten bij de uitvoering van projecten die bijdragen aan de Strategische Agenda.
Die inzet rendeert soms nog niet maximaal en dat geeft ruimte voor verbetering. In november 2023 is de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag gestart. Berenschot heeft een op feiten gebaseerd onderzoek uitgevoerd met als doel inzichtelijk te maken of de doelen die we met elkaar in 2014 hebben gesteld zijn behaald. En ook hoe de samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Het onderzoek van Berenschot vormde een goede basis voor regionale en lokale gesprekken met de raadsleden, wethouders, burgemeesters en ambtelijk adviseurs over de verdere ontwikkeling van samenwerking binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Op basis van dit onderzoek en de gesprekken die zijn gevoerd is het voorliggende actieplan ‘Evaluatie GR MRDH’ opgesteld. Een actieplan dat, in aanvulling op eerder uitgevoerde evaluaties, een antwoord geeft op de vragen waar de MRDH voor aan de lat staat als het gaat om regionale samenwerking. 2. Samenwerking binnen de MRDH heeft meerwaarde Het onderzoek van Berenschot laat zien dat de samenwerking binnen de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft, zowel op Verkeer en Vervoer als op Economisch Vestigingsklimaat. In tien jaar tijd zijn vanuit collectieve kracht van de 21 gemeenten volop activiteiten ontplooid en zijn binnen de beide pijlers veel resultaten geboekt.
Het onderzoek geeft dan ook een positief antwoord op de vraag of er voldoende redenen zijn om de samenwerking binnen de MRDH te continueren. Niet alle doelstellingen zoals die in 2014 zijn benoemd zijn behaald, met uiteenlopende verklaringen. Zo waren sommige doelstellingen dusdanig ambitieus geformuleerd dat ze nooit haalbaar bleken, niet solitair vanuit alleen MRDH bereikt konden worden, dan wel te
grote afhankelijkheden kenden. Tenslotte heeft Corona veel impact gehad op de realiseerbaarheid van de doelstellingen. Aanvullend op de hoofdlijn trekt Berenschot de volgende conclusies: •
•
•
•
Verkeer en vervoer: Er is op dit beleidsterrein veel gepresteerd binnen een woelige context. Grote versterkingen in het netwerk zoals de E-lijn en de Hoekse Lijn worden gewaardeerd, net als de prominente rol van MRDH in de MIRT-investeringen zoals de Oude Lijn, de Oeververbinding Rotterdam en de CID-Binckhorst. Ook in de gebiedsuitwerkingen Westland en Voorne-Putten heeft de MRDH een belangrijke, trekkende rol gespeeld. De rol van de MRDH tijdens de Coronaperiode wordt gewaardeerd en is van belang geweest. De MRDH heeft daarnaast een bijdrage geleverd aan een samenhangend verkeer en vervoersnetwerk, de samenwerking wordt zeer gewaardeerd. Het zicht van gemeenten op het dagelijks werk dat binnen deze pijler wordt verricht is beperkter. Berenschot constateert dat sommige ambities soms te groot zijn gebleken (bijvoorbeeld op het gebied van verkeersveiligheid en kwaliteit van stations). Economisch vestigingsklimaat: Ook binnen deze pijler zijn herkenbare resultaten geboekt en is een bijdrage geleverd aan de economische vernieuwing van de regio. De samenwerking binnen deze pijler wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd stelt Berenschot vast dat de impact van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat en de concurrentiepositie beperkt is.
Oorzaken zijn een onvoldoende collectief gedeelde visie en een nadruk op de operationele kant (bijvoorbeeld via de bijdrageregeling, die gericht was op veelal kleinere projecten). Berenschot stelt vast dat belangrijke, eerste stappen zijn gezet om hier een verandering in aan te brengen, namelijk: o met een nieuwe Strategische Agenda – waarin meer focus is aangebracht op de thema’s waar de MRDH toegevoegde waarde in kan hebben (ruimte voor werken, arbeidsmarkt en onderwijs en innovatie en MKB); o met het besluit van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat op 3 juli 2024 om te komen tot een visie op het economisch vestigingsklimaat is hier ook al op ingespeeld: naar een meer gezamenlijke visie op het vestigingsklimaat in de MRDH. Democratische legitimiteit: Berenschot stelt vast dat de samenwerking binnen de MRDH in formele zin sterk is gelegitimeerd, op zichzelf en in vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Dit komt tot uitdrukking in de veelheid aan onderwerpen waarop zienswijzen kunnen worden ingediend, het belang wat door het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies wordt gehecht aan advisering van de Adviescommissies en de instrumenten die gemeenteraden hebben om bij te sturen. Tegelijkertijd concludeert Berenschot ook dat de ervaren legitimiteit (op onderdelen) beperkt is. Hier zit dus een duidelijke discrepantie tussen.
MRDH heeft de afgelopen jaren diverse wijzigingen doorgevoerd in haar werkwijze die een positieve bijdrage hebben geleverd. Een andere conclusie is dat participatie en het betrekken van andere partners punten van aandacht zijn. Rondom de mobiliteitsvisie is een pilot op het gebied van participatie uitgevoerd. Organisatie en samenwerking: De samenwerking binnen de MRDH heeft zich sterk ontwikkeld en het daarbij behorende besluitvormingsproces werkt naar behoren.
Tegelijkertijd is er weliswaar sprake van een lichte, effectieve en efficiënte samenwerking (zoals ooit beoogd bij de oprichting van de MRDH), maar is de besluitvorming complex. Gelet op de grote belangen, behoeften van gremia en publieke middelen (>€ 600 miljoen/jaar) geeft Berenschot aan dat dit verklaarbaar en logisch is. De ambtelijke organisatie is ondersteunend aan de samenwerking en wordt door de 21 gemeenten en partners zeer gewaardeerd. Berenschot constateert ook dat het belangrijk is dat de wensen en de geuite ambities van het bestuur en de beschikbare ambtelijke capaciteit niet volledig in balans zijn. 3. Thema’s voor doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH In 10 jaar tijd heeft de MRDH een plaats bemachtigd in het bestuurlijke veld van onze regio. Berenschot geeft een aantal reflecties mee die uitwerking krijgen in het actieplan. De reflecties zijn:
1. Versterking democratische legitimiteit De evaluatie van de samenwerking binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) wijst op de noodzaak om blijvend aandacht te hebben voor de (versterking van de) democratische legitimiteit, aangezien veel deelnemers deze als onvoldoende ervaren ondanks de formele legitimatie. Er wordt aanbevolen om de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden te vergroten via directe participatie binnen MRDH, mogelijk door een participatieverordening. Dit kan worden ondersteund door verduidelijking van de rol van adviescommissies en verbeterde informatievoorziening, zoals visuele rapportages en een gemeentelijke klankbordgroep. Tot slot wordt geadviseerd het debat meer te richten op inhoudelijke doelen en concrete resultaten om de ervaren legitimiteit te verbeteren, inclusief het sterker invullen van de eigen rol en verantwoordelijkheid door de 21 gemeenten.
2. Koers EV De evaluatie van het Economisch Vestigingsklimaat binnen de MRDH toont aan dat, hoewel er resultaten zijn, de impact beperkt blijft. Er wordt geadviseerd om de ambities te herzien langs twee keuzes: ten eerste, de afweging tussen operationele resultaten versus strategische impact, waarbij een bredere strategische focus een duurzame economische ontwikkeling kan stimuleren en aansluiten bij de MRDH-ambitie van grotere invloed op nationaal en Europees niveau. Ten tweede, de keuze tussen een sectorale benadering of een integrale aanpak, waarbij de laatste zou zorgen voor samenwerking op meerdere thema's, zoals ruimtelijke ontwikkeling en recreatie, wat de samenhang tussen economie, bereikbaarheid en leefbaarheid versterkt en de regio economisch robuuster maakt.
3. Rol MRDH naar buiten toe De MRDH heeft mogelijkheden om het economische en maatschappelijke netwerk sterker te verbinden met het bestuurlijke netwerk, wat een actievere rol vereist in het onderhouden van regionale samenwerkingsverbanden. Een strategische en integrale benadering van het economisch vestigingsklimaat kan worden ondersteund door het organiseren van bijeenkomsten zoals een "Economische top" om gezamenlijke ambities te bespreken en een centrale positie in het netwerk te versterken. Verder kan MRDH haar netwerkpositie verder vergroten door intensievere contacten met belangrijke stakeholders, zoals omliggende
regio's, ministeries, bedrijven en kennisinstellingen, te onderhouden via gericht stakeholdermanagement en consistente betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen. De basis is er, er liggen kansen om deze positie verder te versterken en te verbinden aan de opgaven waar de MRDH aan werkt.
4. Keuze over de inzet van capaciteit De strategische keuzes van de MRDH voor het economisch vestigingsklimaat en haar externe rol beïnvloeden direct de beschikbare capaciteit, waarbij een grotere strategische focus meer tijd en middelen vergt en mogelijk ten koste gaat van operationele taken. Gezien de huidige beperkte capaciteit moet er een zorgvuldige afstemming plaatsvinden tussen strategie, operationele taken en het beschikbare budget. 4. Actieplan Op basis van de positief-kritische reflecties uit de eerste fase van de evaluatie is, met behulp van bestuurlijke en ambtelijke werksessies en gesprekken met diverse gemeenteraden, een actieplan voor de doorontwikkeling van de MRDH opgesteld. Met dit actieplan blijft de MRDH investeren in een goed functionerende Gemeenschappelijke Regeling die een bijdrage levert aan de twee pijlers van de MRDH, namelijk het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Met dit actieplan dragen we bij aan de gezamenlijke missie uit de Strategische Agenda, namelijk: ‘Meer welvaart én welzijn voor de mensen die in de
metropoolregio Rotterdam Den Haag wonen, werken en leven nu en in de toekomst door verdere samenwerking, betere fysieke verbindingen en versterking van het economisch vestigingsklimaat en de regionale samenhang’. Het actieplan is uitgewerkt via vijf actielijnen: 1. 2. 3. 4. 5.
Ontwikkeling organisatie MRDH Samenwerking bij de Vervoersautoriteit Samenwerking bij het Economisch Vestigingsklimaat Democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid Participatie en inwonersbetrokkenheid
In het actieplan zijn per thema concrete acties opgenomen die een bijdrage moeten leveren aan de doorontwikkeling van de MRDH.
1. Ontwikkeling organisatie MRDH De opgaven voor de MRDH zijn groot. De positie die de MRDH de afgelopen jaren heeft ingenomen in het bestuurlijk landschap is waardevol, maar kan nog meer toonaangevend zijn. Met de toenemende impact van Europese, nationale en provinciale opgaven op de twee pijlers van de MRDH is de druk op de organisatie steeds groter aan het worden. Opgaven op nationaal niveau vragen om een ad hoc, gerichte, inhoudelijk gedreven lobby die resultaten oplevert, maar zorgt dat de capaciteit van de MRDH onder druk staat. Daarnaast zien we dat de capaciteit bij gemeenten voor de twee pijlers afneemt (soms door bezuinigingen, soms door lastig in te vullen vacatures). Voor de beide pijlers geldt dat daarom een versterking van de eigen organisatie voorwaardelijk is om invulling te geven aan de grote opgaven.
Dit betekent twee dingen: •
•
Berenschot stelt vast dat de ambtelijke capaciteit van de MRDH knelt. Dit maakt dat de wendbaarheid en de flexibiliteit van de MRDH niet altijd even groot is, terwijl veel opgaven dit vragen. Daarom is het voorwaardelijk om te onderzoeken of en zo ja op welke wijze de verdere ontwikkeling van de organisatie (inclusief de bijbehorende ambtelijke capaciteit en de competenties op strategisch niveau) vormgegeven moet worden. Om de effectiviteit en slagkracht van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) te vergroten, is het essentieel om gerichte keuzes te maken in de inzet van schaarse capaciteit en middelen. Door slim te prioriteren, kunnen we onze beschikbare middelen effectiever benutten en daarmee de kwaliteit van projecten en besluitvorming verbeteren. Het is van belang dat deze keuzes aansluiten op de langetermijnvisie van de regio en bijdragen aan duurzame groei en ontwikkeling. Suggestie Maak een voorstel over de verdere ontwikkeling van de ambtelijke organisatie in het licht van de maatschappelijke opgaven en de impact van Europees, nationaal en provinciaal beleid op de MRDH
Voorgestelde aanpak • De MRDH zal voorstellen doen die een bijdrage leveren aan de gewenste versterking van de ambtelijke organisatie. Daarbij wordt ingegaan op de benodigde competenties en de benodigde capaciteit. Uitgangspunt daarbij is een strategische versterking waardoor ook de uitvoeringskracht van de gemeenten zal worden vergroot. Daarbij worden voorstellen gedaan vanuit het perspectief dat de belasting van de project- of programmamiddelen dan wel de bijdrage van gemeenten (aan EV) niet negatief worden belast. • Ook zal worden voorgesteld om MRDH support structureel onderdeel uit te laten maken van de organisatie van de MRDH, met een doorgroei naar maximaal 15 fte. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan de capaciteitsvraagstukken bij gemeenten op de thema’s mobiliteit en economie.
2. Samenwerking bij de Vervoersautoriteit (Va) Samenwerken tussen de gemeenten en de MRDH biedt grote voordelen voor het oplossen van regionale vraagstukken. Door kennis en ervaringen te delen kunnen effectievere en efficiëntere oplossingen worden ontwikkeld, zeker nu de ambtelijke capaciteit onder druk staat. De MRDH speelt een cruciale rol als coördinator en verbinder in regionale verkeer- en vervoerdossiers. Om optimaal resultaat te behalen moeten duidelijke doelstellingen worden gesteld, prioriteiten bepaald en moet strategisch worden samengewerkt. Het is essentieel dat de meerwaarde van de samenwerking zichtbaar is en blijft.
De komende jaren staan in het teken van het realiseren van een toekomstbestendige mobiliteit voor onze regio. Door een verbreding van de samenwerking met diverse partijen, zoals het bedrijfsleven en kennisinstellingen, kunnen we de ambities uit de mobiliteitsvisie waarmaken. Via het proces van de mobiliteitsvisie zijn al veel betrokkenen aangehaakt, en ook tijdens de uitvoering zullen deze partijen een actieve rol spelen. Dit geeft ons de kans om gezamenlijk innovatieve en duurzame oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan een betere bereikbaarheid en leefbaarheid van onze regio. Om de juiste focus te behouden, wordt er binnen de pijler Vervoersautoriteit een scherpere prioritering aangebracht in de thema’s. Zo kunnen we onze inspanningen beter richten op de onderwerpen met de grootste impact en bouwen we samen aan een efficiënter en toegankelijker vervoerssysteem. Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn daarbij thema’s die bij uitstek om een sterkere regionale aanpak vragen. Dit leidt tot de volgende acties: Suggestie Maak een mobiliteitsvisie waarbij aandacht wordt besteed aan: - de samenwerking met andere partijen zoals het bedrijfsleven en kennisinstellingen, zodat deze actief bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsvisie - een scherpere prioritering in de onderwerpen binnen de pijler Va
Geef vervoerders via concessies een actieve communicatieplicht over de (lange termijn) ontwikkeling van het lijnennet. Met als doel dat gemeenten en de MRDH daarover in gesprek kunnen en vroegtijdig op de ontwikkeling van vervoerplannen kunnen bijsturen. En gemeenten gelegenheid hebben voor vroegtijdige communicatie met inwoners.
Voorgestelde aanpak • Via het proces van de mobiliteitsvisie is een breed palet aan partijen betrokken, deze partijen worden ook betrokken bij de uitvoering van de mobiliteitsvisie. • Verder gaan we samenwerkingsagenda’s opstellen met allianties en natuurlijke partners zoals het Havenbedrijf, Greenport West-Holland, VNO NCW, omliggende regio’s, etc. • Via het proces van de Mobiliteitsvisie wordt, via een aantal keuzes, een scherpere prioritering aangebracht in de activiteiten van de MRDH • Bij de nadere uitwerking van de mobiliteitsvisie wordt aandacht besteed aan nieuwe doelen voor de komende jaren • Onderzocht gaat worden of en zo ja op welke wijze met vervoerders afspraken gemaakt kunnen worden over een actieve communicatieplicht en daarnaast of dit onderdeel moet worden van toekomstige concessies. Bij de totstandkoming van de nieuwe concessies zal dit onderwerp van bestuurlijke weging zijn; dit gesprek zal worden gevoerd vanuit de rollen die de partijen (opdrachtnemende vervoerders, opdrachtgever MRDH en deelnemende gemeenten) vervullen. Er wordt hierbij ook gekeken naar een vereenvoudiging en toegankelijker maken van klachtenprocedures. • Bij het onderzoek naar een actieve communicatieplicht van vervoerders wordt proactieve communicatie over korte- én
langetermijnontwikkelingen die reizigers raken betrokken.
3. Samenwerking bij het Economisch Vestigingsklimaat (Ev) De opgaven binnen de pijler economisch vestigingsklimaat zijn groot. Daarom is het noodzakelijk om de impact van de activiteiten binnen de pijler te vergroten. Collectief eigenaarschap van de 21 gemeenten is cruciaal en kan vergroot worden door het maken van een nieuwe visie op het economisch vestigingsklimaat en het verschuiven van de focus naar meer strategische samenwerking. De visie moet daarnaast de basis bieden voor fundamentele vernieuwing van het uitvoeringsinstrumentarium en leiden tot concrete, meetbare doelstellingen die de impact van de inzet van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat zichtbaar maken. Verder is er behoefte aan een structurele investering in strategievorming, lobby en het regionale economische netwerk, zowel binnen als buiten de MRDH. Een betere verbinding met het bedrijfsleven en een focus op één of twee grote regionale projecten in plaats van meerdere lokale projecten kunnen helpen om de economische profilering en zichtbaarheid te vergroten. Binnen de ambtelijke samenwerking bestaat behoefte aan meer ruimte voor ambtelijke ontwikkeling en beter gebruik van de aanwezige expertise binnen gemeenten. Om de regionale samenwerking verder te versterken, wordt voorgesteld een lange termijn agenda op te stellen, scherpe keuzes te maken en meer inzicht te krijgen in lopende processen.
Dit bevordert de samenwerking en geeft meer ruimte voor scherpe gesprekken over de economische ontwikkeling van de regio. Zowel ambtelijk als bestuurlijk worden thematische sessies vaker ingezet om strategische besprekingen te faciliteren en meer transparantie te bieden, wat leidt tot betere onderlinge afstemming. Dit leidt tot de volgende acties: Suggestie Maak een economische visie van ons allemaal, met daarin aandacht voor: • Vergroten zichtbaarheid impact investeringen economisch vestigingsklimaat (inclusief resultaten bijdrageregeling) • Verbeterde verbinding met het bedrijfsleven en netwerkfunctie • Grotere en bredere inzet met een focus die ook reikt tot op Europees niveau • Focus op grotere (icoon)projecten ter
Voorgestelde aanpak • Deze voorstellen zijn betrokken bij aanpak van de nieuwe visie op het economisch vestigingsklimaat van de MRDH. In deze visie ligt – in lijn met de vastgestelde Strategische Agenda - de focus op impact, pijlers ruimte voor werken en aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt. Daarbij wordt ook gekeken hoe we de impact van onze bijdragen aan gemeentelijke projecten kunnen vergroten, ter bevordering van het economisch profiel van de regio. • Onderdeel van het proces is het vergroten van de zichtbaarheid van de impact van investeringen in het economisch vestigingsklimaat. Daartoe zullen voorstellen worden gedaan, gericht op het benutten van bestaande en nieuwe communicatiemiddelen.
bevordering van het economisch profiel
•
•
•
Organiseer een economische top om: • inzicht te krijgen in hoe het economisch vestigingsklimaat versterkt kan worden • het netwerk op het thema economisch vestigingsklimaat te versterken
•
Organiseer ambtelijke voorbereidende themasessies om te komen tot meer strategische bespreking en betere kennisdeling op het gebied van economisch vestigingsklimaat
•
Op basis van de visie op het economisch vestigingsklimaat worden voorstellen gedaan over de betekenis hiervan voor de ambtelijke organisatie. Het gaat daarbij onder meer om het vergroten van lobbykracht en de benodigde capaciteit en middelen. Bij de nadere uitwerking van de visie op het economisch vestigingsklimaat wordt het (politiek/ strategisch) wenselijk economische profiel van de regio beschreven en hierbij worden de effecten van de visie op de ambtelijke organisatie, subsidies en bijdrageregeling in beeld gebracht. Bij de uitwerking van de visie op het economisch vestigingsklimaat staat een integrale aanpak van de samenwerking op meerdere thema’s zoals ruimtelijke ordening, energie en recreatie centraal. Hierdoor versterkt de samenhang tussen economie, bereikbaarheid en leefbaarheid. In het proces om te komen tot een economische visie wordt een top georganiseerd met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en medeoverheden om antwoord te geven op de vraag hoe we met elkaar het economisch vestigingsklimaat kunnen versterken. Deze top moet leiden tot een vernieuwde start in netwerkontwikkeling en behoud. Dit voorstel wordt gekoppeld aan de verdere ontwikkeling van het ambtelijk overleg Ev.
4. Democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid De samenwerking binnen de MRDH is formeel goed gelegitimeerd. In lijn met het onderzoek van Berenschot worden daarom geen voorstellen gedaan tot aanpassing van de governancestructuur. In lijn met eerdere tussenevaluaties en onderzoek van de Rekenkamers Rotterdam en Den Haag worden wel voorstellen gedaan om binnen de huidige GR de werkwijze te verbeteren, met als doel om de discrepantie tussen de formele legitimiteit en de ervaren legitimiteit te verkleinen. Het vergroten van betrokkenheid van raadsleden, partners en participanten is daarbij cruciaal. Ook het vernieuwen van het overleg tussen gemeentesecretarissen en griffiers speelt daarbij een belangrijke rol, gelet op de verbinding dit belangrijk kan zijn voor het verbeteren van de betrokkenheid van raadsleden bij de samenwerking binnen de MRDH. Andere acties die worden voorgesteld zijn gericht op het verbeteren van de betrokkenheid van gemeenteraden, zoals het beter afstemmen van de adviescommissies op de raden en het proactief meegeven van kaders door de raad aan MRDH-vertegenwoordigers. Daarbij
hebben de gemeenten een belangrijke rol. Zij kunnen ervoor zorgen dat raadsleden meer strategisch worden betrokken bij de inhoudelijke koers van de regio. Het verminderen van de stukkenstroom en een verbeterd inwerkprogramma voor nieuwe leden van bestuurlijke vergaderingen zijn ook belangrijke voorstellen. Tenslotte zijn de voorstellen gericht op een betere afstemming binnen gemeenten en tussen raadsleden en MRDH-vertegenwoordigers om zo de betrokkenheid en de ervaren legitimiteit te vergroten. Daarnaast speelt kennisdeling een belangrijke rol. Het opzetten van een regionale kennis- en databank en het monitoren van lopende projecten, inclusief het delen van tussentijdse uitkomsten via de P&C cyclus, zal bijdragen aan een versterkte kennisuitwisseling en continue verbetering van beleidsprocessen. Dit leidt tot de volgende acties: Suggestie Zet in op verdere aanscherping en eenduidigheid en aantrekkelijkheid van de rol van (leden van) de adviescommissies
Zet in op de verdere versterking van de interne afstemming binnen gemeenten (o.a. via de ‘klankbordgroepen’1) Inventariseer de informatiebehoefte die gemeenteraden hebben en stem de informatievoorziening daar beter op af
Ontwikkel een generiek Introductieprogramma/ documentatie voor nieuwe leden vergadergremia MRDH Biedt ruimte voor de inzet van steunraadsleden, om de kans op
Voorgestelde aanpak In vervolg op de al ingezette acties om de positie van de Adviescommissies te versterken zal de MRDH voorstellen doen om de rol van de adviescommissies te verduidelijken. Daarbij zal ook benoemd worden wat de MRDH van gemeenten verwacht waar het gaat om het verduidelijken van de rol. Dit moet leiden tot helderheid, eenduidigheid en meer enthousiasme voor het lidmaatschap van de adviescommissies. Onderdeel is onder andere hoe de advisering van de Ac’s meer voorspelbaar kan worden. In de voorstellen wordt stil gestaan bij versterking van de rol en positie van de adviescommissie Vervoersautoriteit als het gaat om de kwaliteit en kwantiteit van het openbaar vervoer. Het is aan gemeenten om dit voorstel op te pakken, de MRDH zal op verzoek ondersteunen om deze interne afstemming te versterken De MRDH zal voorstellen doen hoe de stukkenstroom/ informatievoorziening verder gestroomlijnd en afgestemd kan worden op de informatiebehoefte van gemeenteraden. Daarbij zal gezocht worden naar een balans tussen enerzijds stroomlijnen en behapbaar houden en anderzijds compleetheid van informatie gelet op de grote belangen die in veel gevallen aan de orde zijn. De MRDH organisatie zal een voorstel doen voor een generiek introductieprogramma wat 2-jaarlijks kan worden vernieuwd De MRDH biedt ruimte voor de inzet van steunraadsleden op nadrukkelijk verzoek van de
‘klankbordgroepen’ = gemeentelijke afstemming tussen deelnemers aan de diverse overleggremia van de MRDH 1
betrokkenheid van raden te maximaliseren.
Draag zorg voor goede monitoring (en deling) tussentijdse uitkomsten lopende projecten, met als doel de transparantie van de inzet van de MRDH te vergroten.
burgemeester, waarbij maatwerk noodzakelijk is. Dit zal worden opgenomen in het reglement van orde van de Adviescommissies. De MRDHwerkorganisatie merkt op dat de keuze in uitzonderlijke gevallen ruimte te bieden voor steunraadsleden zich per se logisch verhoudt tot het vraagstuk van democratische legitimiteit. De MRDH zet de P&C cyclus nog nadrukkelijker in als instrument ten behoeve van de monitoring en deling van tussentijdse uitkomsten en lopende projecten. Daarbij wordt gekeken naar een vorm die het voor de diverse gremia eenvoudig leesbaar maakt.
5. Participatie en inwonersbetrokkenheid Om de participatie van inwoners in de besluitvormingsprocessen van de MRDH te vergroten, is het essentieel om duidelijke richtlijnen en kaders op te stellen die de basis vormen voor participatie. Dit begint met het vaststellen van doelen, principes en methoden voor effectieve betrokkenheid. Prioriteit moet worden gegeven aan het definiëren van verschillende participatieniveaus (zoals informeren, raadplegen, samenwerken en delegeren) en het bepalen welk niveau op welk moment het meest geschikt is. Een actieve benadering is hierbij noodzakelijk; participatie moet geen bijzaak zijn, maar een integraal onderdeel van het proces, waarbij ook de diversiteit van de regio wordt weerspiegeld in de betrokkenheid. Daarnaast moet het opnemen van participatie als vast onderdeel in de advisering opgenomen, met een duidelijke onderbouwing over hoe de participatie is meegenomen. Overigens is participatie nooit een doel op zich, per traject zal een afweging gemaakt moeten worden of inwonersparticipatie toegevoegde waarde heeft en zo ja in welke vorm. De evaluatie van de pilot inwonersparticipatie rond de mobiliteitsvisie speelt hierin een belangrijke rol. Het betrekken van relevante belanghebbenden zoals inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven helpt bij het opbouwen van een breed gedragen visie op regionale vraagstukken.
Monitoring en rapportage van participatie-initiatieven zorgen ervoor dat de effectiviteit hiervan inzichtelijk wordt en tijdig kan worden bijgestuurd. Innovatieve participatiemodellen kunnen helpen om specifieke groepen zoals jongeren meer bij de besluitvorming te betrekken. Dit leidt tot de volgende acties: Suggestie • Neem in de Gemeenschappelijke Regeling een artikel op die een grond vormt voor het opstellen van een participatieverordening • Geef adviescommissies een kaderstellende rol bij de inzet van participatie in beleidstrajecten, programma’s en projecten van de MRDH
Voorgestelde aanpak Op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie mobiliteitsvisie en de suggesties die zijn gedaan zal de MRDH nadere voorstellen doen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de rol van de adviescommissies. Waar mogelijk zal in de adviesvragen aan de Ac’s aandacht worden besteed aan het onderwerp participatie. Ook wordt
•
Zet in op de betrokkenheid van diverse doelgroepen (in het bijzonder jongeren)
expliciet vastgelegd wat het niveau van participatie (participatieladder) is en welke participatiemethoden worden ingezet. Hierbij wordt duidelijk gemaakt hoe inwoners en reizigers geraakt worden. Tenslotte zal worden bezien of dit leidt tot een aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling.