CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota zienswijze adviesraden

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20231.520 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN ZIENSWIJZE Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen Verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2023 Onderwerp: Algemeen

Artikel 1 lid 1

Inhoudelijke reactie Adviesraad Sociaal Domein:

Reactie het college:

De Adviesraad kan zich vinden in de inhoud van de ontwerpverordening, maar heeft nog enkele vragen en opmerkingen. De woorden ‘college’ en ‘wijkteam’ worden door elkaar heen gebruikt. Graag dezelfde terminologie hanteren daar waar mogelijk is. Mocht dit niet lukken, dan in de ontwerpverordening aangeven dat met het college het wijkteam wordt bedoeld.

Op grond van de Jeugdwet is het college verantwoordelijk voor de inzet van noodzakelijke voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp. In de verordening zelf wordt daarom het begrip “college” gebruikt. In de toelichting op de verordening wordt daarnaast het begrip “wijkteam” gebruikt, wanneer het gaat om taken die door het wijkteam – in opdracht van het college worden uitgevoerd. Zie ook: onder het kopje Toegang jeugdhulp via de gemeente op pg. 2 in de Algemene toelichting en de toelichting bij artikel 5.

In de ontwerpverordening wordt met ‘de wet’ de Jeugdwet bedoeld. De vraag is waarom in de ontwerpverordening niet gelijk de Jeugdwet is genoemd.

In de Jeugdwet is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over een aantal onderwerpen die in de wet zijn genoemd. Het is gebruikelijk dat in de verordening de term ‘wet’ wordt gebruikt en dat in de begripsomschrijving wordt opgenomen dat onder ‘wet’ moet worden verstaan: Jeugdwet. Zie ook artikel 1 onder r. In artikel 1.1 van de Jeugdwet is een begripsbepaling opgenomen over ‘jeugdige’ waarbij is aangegeven in welke gevallen sprake is van jeugdhulp tot 23 jaar. Begrippen die in de Jeugdwet zijn omschreven, worden niet in de verordening opgenomen tenzij een begrip niet dezelfde betekenis heeft als in de wet. Zie ook artikel 2 lid 1 van de verordening. In de toelichting op de verordening zal de definitie uit de Jeugdwet

De ASDV mist In dit artikel de definitie van verlengde jeugdhulp.

1

Artikel 1 lid 1 sub h

In dit artikel mist de ASDV onderscheid tussen kinderen tot en met 16 en kinderen vanaf 16 jaar die toestemming kunnen verlenen voor de hulp die ze krijgen.

Artikel 1 lid 1 sub p

De ASDV vindt de term ‘een persoon uit het sociaal netwerk’ is niet helemaal duidelijk. Deze term kan vervangen worden door bijvoorbeeld ‘buddy’. Dit kan ook benoemd worden bij artikel 6 lid 5 In dit artikel kan de link met het college weergegeven worden.

Artikel 1 lid 1 sub r Artikel 4 e.v.

Voor de inzichtelijkheid zou het proces rondom jeugdhulp als bijlage schematisch weergegeven kunnen worden.

Artikel 4 lid 2

De ASDV is van mening dat dit artikel beter past bij artikel 5 lid 3 van de Ontwerpverordening.

Artikel 5 lid 3

In dit artikel zien we graag terug binnen welke termijn de ontvangst van de melding wordt bevestigd. De ASDV mist in dit artikel wie de aanvrager kan ondersteunen bij het invullen van het pgb-formulier.

Artikel 11 lid 3

Artikel 11 lid 5

Voor de ASDV is niet duidelijk wie de aanvrager beoordeelt of de aanvrager in staat is tot redelijke waardering van de belangen.

Artikel 12

We zien in dit artikel graag terug hoe het zit wanneer (ouders of) vertegenwoordigers van jeugdigen overlijden.

worden opgenomen. In de algemene toelichting, pg. 4, is ‘verlengde jeugdhulp’ nader toegelicht. Het onderscheid tussen kinderen tot en met 16 jaar en kinderen vanaf 16 jaar heeft geen betrekking op de aanvraag. Een jeugdige of zijn gezaghebbende ouders kunnen, ongeacht de leeftijd van de jeugdige, een aanvraag indienen. Voor het verlenen van de jeugdhulp is het onderscheid wel relevant. In artikel 7.3.4 van de Jeugdwet is dat geregeld. De term ‘buddy’ wordt overgenomen in de begripsomschrijving en artikel 6 lid 5. Wordt overgenomen. In de begripsomschrijving wordt toegevoegd: in opdracht van het college. Goede suggestie. Dit nemen we mee bij de verdere uitwerking, bijvoorbeeld door dit op de websites van gemeenten, Rogplus en Mevis te plaatsen. Artikel 4, tweede lid ziet toe op de toegang via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts die een rechtstreeks verwijzingsmogelijkheid hebben naar de door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp. Bij artikel 5 e.v. gaat het om de toegang tot de jeugdhulp via het college (lees: wijkteam). Wordt overgenomen. Toegevoegd wordt: binnen twee weken. Toegevoegd wordt lid 6: De jeugdige of zijn ouders kunnen bij het doen van de aanvraag en het budgethouderschap worden ondersteund door iemand uit het sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp.

In het eerste lid is bepaald dat het verstrekken van een pgb is voorbehouden aan het college. Het college (lees: wijkteam) beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de wet en de verordening. Artikel 12 geeft aanvullende criteria indien met het pgb de hulp wordt betrokken bij iemand uit het sociaal netwerk. Uit de begripsomschrijving (artikel 1 onder q) volgt dat onder sociaal netwerk wordt verstaan: groep mensen met wie de jeugdige of

2

Artikel 12 lid 4

Het is niet duidelijk bij wie wel en niet gelogeerd mag worden met behoud van pgb.

Artikel 14 lid 2

Voor de ASDV is niet duidelijk wie zal beoordelen of de vervoersvoorziening getroffen kan worden.

Artikel 14 lid 5

De ASDV vraagt zich af of het nodig is om bedragen op te nemen in de ontwerpverordening. Er kan ook gerefereerd worden naar bedragen die in de samenleving gelden.

Artikel 15

Gezien in 2023 de begeleiding / hulp rechtstreeks wordt betaald door Mevis / SVB is de vraag of de gemeente nog kan terugvorderen. De jeugdige heeft van de gemeente de hulp ontvangen, maar geen geld.

Artikel 16 lid 3

Mocht uit onderzoek blijken dat er sprake is van onrechtmatig gebruik van pgb, dan kan het pgb ingetrokken en teruggevorderd worden. Deze

zijn ouders een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, collega’s en vrienden. In de beschikking jeugdhulp staat dat bij wijzigingen die van invloed zijn op de jeugdhulp contact met het wijkteam moet worden opgenomen. Een jeugdige kan logeren bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder (zorg in natura). Wanneer de jeugdige of zijn ouders er voor kiezen om met een pgb deze jeugdhulpvoorziening in te kopen bij iemand uit het sociaal netwerk (bijv. bij opa en oma), dient aan de voorwaarden, zoals genoemd in dit lid, worden voldaan. Het wijkteam beoordeelt of jeugdhulp nodig is en daarnaast ook of de jeugdige vervoer nodig heeft naar de locatie jeugdhulp. Dit wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan. Wordt overgenomen. De kilometervergoeding is gelijkgesteld aan de kilometervergoeding die geldt voor het leerlingenvervoer. De hoogte van de kilometervergoeding wordt doorgaans berekend op basis van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding. Artikel 14 lid 5 onder b wordt gewijzigd in: kilometervergoeding op basis van de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding voor reiskosten. De mogelijkheid om een ten onrechte genoten pgb terug te vorderen is op genomen in artikel 8.1.4 van de Jeugdwet. Per 1 april 2022 is het derdenbeding verplicht voor zorgovereenkomsten in de Jeugdwet.

Het derdenbeding zorgt ervoor dat de pgb-verstrekker het pgb kan invorderen. Terugvordering van de geldswaarde in natura is niet geregeld in de wet. Het is daarom van belang dat deze bepaling wordt opgenomen in de verordening. Het ontbreken van een wettelijke bepaling op grond waarvan de geldswaarde teruggevorderd kan worden, staat de terugvordering dan niet in de weg. Het college kan in voorkomende situaties bij de cliënt de geldswaarde van de ten onrechte genoten jeugdhulp terugvorderen. De bevoegdheid tot intrekking van het besluit en de terugvordering zijn zogenoemde ‘kan-bepalingen’, wat inhoudt

3

Artikel 18 lid 4

situatie moet het kind niet gaan schaden. Het kind moet te allen tijde beroep kunnen doen op de jeugdhulpvoorziening. In dit artikel mist de ASDV verlengde jeugdhulp.

Artikel 23 lid 1

De ASDV vraagt zich af waarom in dit artikel niet cluster 1 t/m 4 worden benoemd.

Artikel 29

Gezien de nieuwe wetgeving Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen 2018 (Wmzc) vraagt de ASDV zich af of artikel 29 voldoende aansluit bij deze nieuwe wetgeving.

dat het college een afweging kan maken tussen het belang van het kind en het belang dat met terugvordering wordt gediend. Verlengde jeugdhulp is alleen van toepassing als de jeugdhulp die is ontvangen nog nodig is en vanaf de leeftijd van 18 jaar niet vanuit een andere wet kan worden geleverd. Dit is geregeld in de Jeugdwet. In artikel 18 gaat het om afstemming met de zorgverzekeraar en het centraal indicatieorgaan zorg over de continuïteit van zorg die vanaf de leeftijd van 18 jaar valt onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg. Het (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat uit 4 clusters. De Clusters 3 en 4 scholen zijn onderdeel van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Cluster 1 en 2 zijn landelijk georganiseerd. Per 1 juli 2020 regelt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 de rechten van cliëntenraden in zorginstellingen waar cliënten wonen. De Wmzc geldt ook voor aanbieders van jeugdhulp. De inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt hier toezicht op. In artikel 29 gaat het om inspraak en medezeggenschap van burgers en vertegenwoordigers van cliëntengroepen m.b.t. tot de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen van de gemeente.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12028858/1