Nota Strategie Klimaatadaptatie Vlaardingen 2021-2024
Tekst van het document
STRATEGIE KLIMAATADAPTATIE VLAARDINGEN 2021-2024 Adviesrapport
2 INHOUDSOPGAVE 01 |
INLEIDING
6
1.1
Waarom deze strategie?
7
1.2
Doel
8
1.3
Klimaatadaptatie als onderdeel van het Deltaplan
8
1.4
Een opgave voor ons allemaal
8
1.5
Verbinding met ander beleid
9
1.6
Over het projectteam en de auteurs van dit stuk
9
OPGESTELD DOOR NELEN & SCHUURMANS VOOR GEMEENTE VLAARDINGEN
02 |
Leeswijzer
10
DE EFFECTEN IN VLAARDINGEN
11
2.1
Klimaateffecten Vlaardingen in beeld
12
2.2
Wateroverlast
13
2.3
Droogte en bodemdaling
17
2.4
Hitte
20
2.5
Overstromingen
22
03 |
ONZE VISIE
26
3.1
In gesprek met gebiedspartners
27
3.2
Belangrijkste opgaven vanuit gebiedspartners en ambtelijke organisatie
28
3.3
Visie: de koers naar een klimaatbestendig Vlaardingen
29
04 |
AMBITIES, KOSTEN EN BATEN
33
4.1
Inleiding ambities, kosten en baten
34
4.2
Drie ambitieniveaus voor bestaand stedelijk gebied
35
4.3
De baten
36
4.4
De kosten
37
4.5
Advies ambitieniveau
39
05 |
ONZE OPGAVEN EN AANPAK
40
5.1
Methode om de opgaven te bepalen
41
5.2
Opgave en aanpak wateroverlast
41
5.3
Opgave en aanpak droogte en bodemdaling
43
5.4
Hitte
45
ii
ii
1.7
Overstromingen vanuit de Nieuwe Maas (kans <1:10.000)
46
5.6
Overstromingen vanuit Vlaardingervaart (kans < 1:1000)
47
5.7
Nieuw stedelijk gebied
48
BIJLAGE
51
iii
iii
5.5
iv
VOORWOORD Beste lezer, Herinnert u zich nog die enorme stortbui van 16 juni 2020? Er viel in korte tijd 60 millimeter regenwater. Dat bracht flink wat wateroverlast. En herinnert u zich die extreem hete periode in de zomer van 2019? Niet alleen was iedereen van slag van de hitte, maar ook het openbaar groen had het moeilijk en op sommige plekken kwam bestrating rammelend los te liggen door de droogte. Het klimaat verandert, en dat beginnen we te merken in ons dagelijks leven. Ook in Vlaardingen. Hevige regenval, hitte, droogte, het toenemende risico op overstromingen, ze zorgen voor problemen in onze stad en dat vraagt om aanpassingen zoals genoeg groen, genoeg oppervlaktewater en een goed werkende waterafvoer. Met elkaar – gemeente, bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties – zorgen we er voor dat onze stad het hoofd kan bieden aan het veranderende klimaat; hoe we klimaatadaptatievormgeven. Voor u ligt een document waarin we beschrijven hoe we er voor gaan zorgen dat Vlaardingen tegen een ’klimaatstootje’ kan. Dat is belangrijk voor Vlaardingen en sluit aan bij de ambities die voortvloeien uit het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
Deze visie en strategie moet Vlaardingen helpen om steeds de juiste keuzes te maken: Hoe zorgen we er voor dat bij nieuwe ontwikkelingen in onze stad, klimaatadaptatie direct meegenomen wordt? Welke maatregelen moeten we in de stad treffen om wateroverlast en hittestress te bestrijden en om schade te voorkomen of te beperken? En welke financiële consequenties kan dat hebben? Dit visiedocument is bedoeld als leidraad voor de gemeentelijke inspanningen op het gebied van klimaatadaptatie. Het is tot stand gekomen met inbreng van vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, het Hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, Woningbouwcorporaties, de GGD, Rijkswaterstaat, buurgemeenten, actieve burgers uit groene organisaties en lokale (sport-) verenigingen en ambtenaren van diverse afdelingen.
iv
Ik hoop van harte dat we met elkaar de uitdaging aangaan om Vlaardingen klimaatrobuuster te maken!
Met vriendelijke groet Bart de Leede, Wethouder Vlaardingen
v
v
Alleen als alle partners – bewoners, ondernemers, organisaties – vanuit hun eigen verantwoordelijkheden bijdragen aan een stad die beter bestand is tegen het veranderende klimaat, behalen we het optimale resultaat. Als gemeente willen we daarin de regie pakken, omdat het gaat om de leefbaarheid van Vlaardingen en de gezondheid en veiligheid van onze inwoners, nu en zeker ook in de toekomst!
01 |
INLEIDING
6
1.1
Waarom deze strategie? Het klimaat verandert. Er zijn duidelijke trends zichtbaar in Nederland en dus ook in Vlaardingen. De temperatuur loopt op, de zeespiegel stijgt en de hoeveelheid hevige neerslag neemt toe. Deze trends zullen de komende decennia doorzetten en mogelijk versnellen (Figuur 1-1).
Figuur 1-1 Klimaattrend de afgelopen eeuw in Nederland
Het weer wordt ook grilliger. Als we bijvoorbeeld kijken naar neerslag, zien we dat de variatie per jaar steeds groter wordt: meer stortbuien maar óók meer lange droge periodes. Hetzelfde geldt voor rivierafvoeren: meer piekafvoeren in de winter en meer lage rivierstanden en watertekorten in de zomer. Als we onze stad daar niet op voorbereiden, kunnen we een toename verwachten van schade in Vlaardingen. Economische schade, maar ook schade aan gezondheid van de Vlaardingers, de leefkwaliteit van de stad en de veiligheid van de inwoners. Die schade is heel divers. Een paar voorbeelden: Waterschade bij woningen na extreme neerslag. Gezondheidsklachten tijdens een hittegolf. Een slechte waterkwaliteit, dooie bomen of versnelde bodemdaling door watertekorten in een droge zomer. Verzilting en vergrote kans op overstroming van buitendijks gebied door zeespiegelstijging. Een veranderend en extremer klimaat vraagt dus ook om aanpassingen aan onze stad en aan ons gedrag. In deze strategie omschrijven we hoe we er samen met onze partners voor gaan zorgen dat Vlaardingen bij een veranderend klimaat een fijne plek blijft om te wonen, te werken en te verblijven. Dat proces noemen we klimaatadaptatie.
7
1.2
Doel Het resultaat dat we willen bereiken is een klimaatbestendig Vlaardingen, met inwoners en werkenden die klaar zijn voor het klimaat van de toekomst. In deze strategie beschrijven we aan de hand van de vier belangrijkste klimaatthema’s wat er in Vlaardingen gaat veranderen: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Dan beschrijven we hoe we daar mee om willen gaan. Welke klimaateffecten accepteren we? En welke gaan we aanpakken? Bij de strategie stellen we een agenda op, met concrete maatregelen en vervolgonderzoeken voor de korte en lange termijn.
1.3
Klimaatadaptatie als onderdeel van het Deltaplan De Strategie Klimaatadaptatie Vlaardingen vloeit voort uit de ambities van het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierin hebben alle overheden in Nederland afgesproken om zich, samen met bedrijfsleven en inwoners, voor te bereiden op een veranderend klimaat. Er is afgesproken dat we vanaf 2021 klimaatadaptief handelen, zodat in 2050 Nederland klimaatbestendig is ingericht.
1.4
Een opgave voor ons allemaal De stad Vlaardingen zijn we samen, en de stad is van ons allemaal. De gemeente kan deze transitie dus zeker niet alleen oppakken, we moeten de inwoners, organisaties, bedrijven en instellingen meekrijgen. Daar zetten we dan ook vol op in. We zijn dit project begonnen met een raadpleging bij een brede groep externe stakeholders. Zo hebben we al vele invalshoeken in een vroeg stadium geïnventariseerd. Via een online enquête hebben we bij deze groep de prioriteiten en ambities voor klimaatadaptatie gepeild. Vervolgens zijn we in een online dialoog in gesprek gegaan over oplossingen. De deelnemers en de resultaten van de enquête en dialoog zijn opgenomen in Bijlage I. Draagvlak vanuit de inwoners van de stad en alle stakeholders is van groot belang om deze strategie tot een succes te maken. Daar ligt dus nog een opgave die we in deze strategie vorm gaan geven. De verdere uitwerking daarvan krijgt een prominente plek op de uitvoeringsagenda.
8
1.5
Verbinding met ander beleid Klimaatadaptatie gaat binnen de gemeentelijke organisatie over grenzen van expertise heen: vastgoed, groen, verhardingen, riolering, stedelijke en maatschappelijke ontwikkeling, communicatie met inwoners enz. De op te stellen strategie houdt dan ook verband met verschillende andere beleidsstukken en strategiedocumenten. We denken daarbij in ieder geval aan de toekomstvisie, duurzaamheidsagenda, groenvisie, woonvisie, mobiliteitsplan, nieuwbouwplannen, huisvesting, visie op de openbare ruimte, het rioleringsplan, gemeentelijk vastgoed, calamiteitenbeheersing en de communicatiestrategie. Naast het gemeentelijk beleid moeten we de taken, verantwoordelijkheden en plannen ook goed afstemmen met onze gebiedspartners en andere overheidsinstanties. Zo is de GGD bijvoorbeeld vaak aan zet voor een hitteplan. Hoogheemraadschap van Delfland (ook actief partner bij het opstellen van deze strategie) is betrokken bij waterbeheer en droogtebestrijding. DCMR (milieudienst Rijnmond) heeft zicht op de extra risico’s die klimaatverandering meebrengt op het gebied van verontreinigingen. De Veiligheidsregio VRR is aan zet bij rampenbestrijding en calamiteiten.
Tot slot moet de strategie die we opstellen goed passen in de andere trends waar Vlaardingen mee te maken heeft, zoals verstedelijking, bodemdaling, digitalisering, de energietransitie en de transitie van mobiliteit. Voor al deze koppelingen doen we met deze strategie een eerste aanzet. Een verdere uitwerking daarvan zetten we op de uitvoeringsagenda.
1.6
Over het projectteam en de auteurs van dit stuk Gemeente Vlaardingen en Hoogheemraadschap Delfland vormen samen een projectteam klimaatadaptatie. Dit projectteam heeft adviesbureau Nelen & Schuurmans tussen oktober 2020 en januari 2021 ingeschakeld voor ondersteuning bij het uitwerken van de klimaatstresstesten, het verzorgen van de risicodialoog en het opstellen van dit document.
9
1.7
Leeswijzer Figuur 1-1 toont de leeswijzer voor dit document.
Figuur 1-1 Leeswijzer strategie klimaatadaptatie Vlaardingen.
10
02 |
DE EFFECTEN IN VLAARDINGEN
11
2.1
Klimaateffecten Vlaardingen in beeld Wat zijn de klimaateffecten, specifiek in Vlaardingen? Om die vraag te beantwoorden zijn stresstesten uitgevoerd. Met trendanalyses en computermodellen brengen stresstesten zo goed mogelijk in kaart wat we kunnen verwachten in Vlaardingen in 2050 op het gebied van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Deze kaarten zijn in het kader van deze strategie samengebracht in een online Klimaatatlas (Figuur 2-1).
Figuur 2-1 De klimaatatlas van Vlaardingen met de klimaatkaarten voor 2050. Deze is publiek toegankelijk via vlaardingen.klimaatatlas.net. De figuren in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit deze atlas en zijn online in meer detail te bekijken
Voor deze berekeningen is gebruik gemaakt van de KNMI’14-klimaatscenario’s, zoals het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorschrijft. Deze scenario’s geven aan welke klimaatveranderingen in Nederland te verwachten zijn. Het KNMI heeft daarvoor de onderzoeksresultaten van het wereldwijde klimaat uit het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) vertaald naar Nederland. In 2023 zal het KNMI nieuwe scenario’s publiceren op basis van geactualiseerde onderzoeksresultaten van het IPCC. 12
We nemen in de uitvoeringsagenda op dat we in 2023 bekijken of nieuwe modelstudies noodzakelijk zijn. De KNMI'14-klimaatscenario's laten een beeld zien van hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, meer variatie in de rivierafvoer, nattere winters, hevigere piekbuien en kans op drogere zomers. In de volgende paragrafen lichten we de belangrijkste klimaateffecten voor Vlaardingen toe: Wateroverlast, Droogte, Hitte en Overstromingen.
2.2
Wateroverlast Volgens de KNMI scenario’s moeten we in 2050 rekening houden met meer neerslag per jaar (tot 5%). Dat komt vooral door nattere winters (tot 17%). De zomers worden naar verwachting netto juist droger (tot 13%), maar de hoeveelheid zomerse piekbuien neemt juist twee keer toe. Een stevige bui van 20 mm in een uur komt nu statistisch bezien maar één keer per jaar voor, in 2050 kunnen we die twee keer per jaar verwachten. Een extreme bui van 60 mm per uur komt nu statistisch gezien maar een keer per 100 jaar voor, maar in 2050 is de kans daarop naar verwachting verdubbeld. Ook de kans op nog extremere buien neemt toe. Wat betekent dit voor de wateroverlast in Vlaardingen? Nattere winters zullen zorgen voor een hogere grondwaterstand in de winter. Dat kan overlast geven in woningen, bij vegetatie en bij infrastructuur die droog moet blijven. De toename van extreme piekbuien kan ook voor problemen zorgen. Bij zeer hevige buien (meer dan circa 20 mm in een uur) kan het water niet meteen via de riolering, de sloten inzakken en naar het grondwater afgevoerd worden; de aanvoer is simpelweg te groot. Het staat of stroomt dan tijdelijk op straat totdat er weer ruimte is in het afvoersysteem. In Vlaardingen zien we duidelijk een aantal kwetsbare gebieden voor dit soort hevige neerslag.
Vooral de lage plekken in de stad zijn kwetsbaar, want daar stroomt het meeste water naar toe. Veel van deze kwetsbare gebieden zijn in de loop der jaren verzakt, tot onder het oppervlaktewaterpeil. Op sommige plekken kan het water de huizen in stromen en schade veroorzaken. Als we naar de kaarten in de Klimaatatlas kijken (zie fragment in figuur 2-2) zijn vooral delen van het Centrum en Oostwijk kwetsbaar voor wateroverlast in de huizen.
13
14
Figuur 2-2 Resultaat van een hevige regenbui (60 mm in een uur) in Centrum (boven) en Oostwijk (onder). Een vergelijkbare bui viel op 16 juni 2020 in Vlaardingen. In blauw zien we waar het regenwater blijft staan. Kwetsbare panden voor wateroverlast zijn in geel, oranje en rood weergegeven (geel minder dan 10 cm water tegen de gevel, rood meer dan 25 cm)
Hevige neerslag kan ook leiden tot onbegaanbare wegen. Voor een deel is dat niet erg: op kleine wegen in een woonwijk kan het water tijdelijk op straat geborgen worden, zodat het niet de woningen inloopt. Hier werkt de weg als een tijdelijke buffer voor de opvang van regenwater. Maar als belangrijke verbindingswegen tijdelijk onbegaanbaar zijn, is dit schadelijk voor gezondheid (bereikbaarheid nooddiensten) en economie. Figuur 2-3 toont de onbegaanbare wegen in Vlaardingen bij een bui van 60 millimeter in een uur. Tunnels en onderdoorgangen zijn vaak extra kwetsbaar, zoals de tunnel onder de spoorlijn bij Station Vlaardingen-Oost.
15
Figuur 2-3 Onbegaanbare wegen door wateroverlast bij een bui van 60 millimeter in een uur
In sommige wijken ligt een oud gemengd riool. Hier worden regenwater en het vuilwater uit de woningen (denk aan toilet en gootsteen) in dezelfde buis afgevoerd. Bij hevige neerslag kan dit riool overstromen en komt dus vuilwater op straat of in de oppervlaktewatergangen. Dit is een risico voor de volksgezondheid en de waterkwaliteit in de watergangen.
16
Omdat piekbuien door klimaatverandering naar verwachting ongeveer twee keer zoveel voor zullen gaan komen, moeten we er dus rekening mee houden dat schade door hevige neerslag ook kan verdubbelen als we geen maatregelen nemen. De kwetsbaarheid van panden en wegen hebben we ook samengevat in scorekaarten (Figuur 2-4). In de Oostwijk, Vettenoordse Polder en het Centrum staan procentueel de meeste kwetsbare panden. Omdat in de Broekpolder nagenoeg geen woningen zijn is deze wijk minder relevant. In Holy, Oostwijk, Westwijk en het Centrum zijn procentueel veel onbegaanbare wegen.
Figuur 2-4 Scorekaarten wateroverlast: percentage kwetsbare panden (links) en onbegaanbare wegen (rechts) per buurt bij 60 mm neerslag in een uur. NB: De drie meest westelijke buurten (het buitengebied van Zuidbuurt, Lickebaert en de Broekpolder) zijn geen stedelijk gebied, deze scores zijn minder relevant in deze analyse
2.3
Droogte en bodemdaling Volgens de KNMI scenario’s moeten we in 2050 rekening houden met drogere zomers (tot 13% minder zomerneerslag dan nu). Door hogere temperaturen neemt ook de verdamping toe (tot wel 11%). Het neerslagtekort in de zomer kan daarmee in totaal 17
tot wel 30% toenemen in 2050. Een bijkomende factor is dat de neerslag die er wél valt in de zomer, vaker in korte piekbuien valt. Het watersysteem in Vlaardingen is er nu niet op ingericht om dat soort piekbuien goed vast te houden en deels in de bodem te infiltreren. Dat betekent in de zomer dus minder beschikbaar water, een lagere grondwaterstand en minder beschikbaar bodemvocht. Naar aanleiding van de droge zomer in 2018 heeft de gemeente Vlaardingen door adviesbureau Wareco een stresstest droogte uit laten voeren. Daarin wordt geconcludeerd dat in een droge zomer zoals in 2018 de grondwaterstand 0,1 m tot 0,6 m lager kan zijn dan het langjarig gemiddelde. Planten en bomen hebben het bij droogte zwaar en zijn meer kwetsbaar voor insectenplagen of ziekten. Een uitgedroogde bodem neemt bovendien bij een hevige bui nauwelijks vocht op. Ook vindt er dan nauwelijks spoeling in het rioolstelsel plaats, waardoor vuil kan bezinken. Daarom zijn de risico’s op wateroverlast na een lange droge periode groter. Ook het oppervlaktewatersysteem spoelt zonder neerslag nauwelijks door, waardoor de waterkwaliteit afneemt. Maar verreweg de grootste schadeposten van een lage grondwaterstand in Vlaardingen zijn de versnelde bodemdaling (met als gevolg verzakking van gebouwen, wegen en ondergrondse infrastructuur) en droogstand van houten funderingspalen (met paalrot als gevolg).
Verschillende delen van Vlaardingen zijn kwetsbaar voor bodemdaling (Figuur 2-5). Het gaat om de gebieden met een ‘slappe bodem’ bestaande uit klei en/of veen. Deze bodemdaling gaat over het algemeen niet gelijkmatig, waardoor schade ontstaat aan wegen, kabels, leidingen, riolen en soms ook woningen. De meeste bodemdaling zien we in de wijk Holy Noord (en de onbebouwde Broekpolder). Volgens de droogtestresstest is de bodemdaling in deze delen van Vlaardingen niet zozeer te wijten aan droogte, maar aan de manier van ophogen en belasten. In de wijken Centrum, Vlaardingen Ambacht en Oostwijk zien we wel bodemdaling als gevolg van lage grondwaterstanden. In deze wijken zijn de woningen overwegend op staal gefundeerd. Dat maakt deze woningen gevoelig voor lage grondwaterstanden en bodemdaling. Dit zijn dus aandachtsgebieden. In Holy zijn woningen op palen
18
gefundeerd. Dat maakt ze minder gevoelig voor lage grondwaterstanden, maar ze kunnen wel last hebben van negatieve kleeft door bodemdaling.
Figuur 2-5 Bodemdaling per pand vanuit satellietdata in Centrum en Oostwijk (links) en Holy (rechts)
In de scorekaartjes(Figuur 2-6) zien we duidelijk waar de stad erg verhard is (en dus weinig grondwateraanvulling plaats kan vinden) en waar woningen staan die dalen.
19
Figuur 2-6 Scorekaarten droogte: percentage dalende panden door bodemdaling (rechts) en percentage verhard oppervlak (links) NB: De drie meest westelijke buurten (het buitengebied van Zuidbuurt, Lickebaert en de Broekpolder) zijn geen stedelijk gebied, deze scores zijn minder relevant in deze analyse
2.4
Hitte Volgens de KNMI scenario’s moeten we in 2050 rekening houden met tot wel 70% meer zomerse dagen, dagen waarop het warmer dan 25 graden wordt. De warmste dag van het jaar kan daarbij tot wel 3,3 graad warmer worden dan dat nu het geval is. Het aantal tropische nachten (warmer dan 20 graden) neemt ook toe. Hitte heeft effect op onze gezondheid. Als het heet is, worden we minder productief op ons werk en slapen we ’s nachts slechter. Kwetsbare mensen (ouderen, zieken, jonge kinderen) lopen risico op uitdroging en kunnen aan de gevolgen daarvan zelfs overlijden. Hitte heeft ook effect op dieren en planten. Beuken, berken, lariksen en sparren kunnen bijvoorbeeld slecht tegen lange perioden van hitte en droogte. Sommige minder gewenste soorten - zoals de eikenprocessierups en blauwalg - nemen juist fors toe. Hogere temperaturen kunnen ook zorgen voor fysieke schade aan wegen, bruggen en rails. Verder nemen stroomgebruik (met name door airco’s) en watergebruik (koelwater, drinkwater, sproeiwater, zwembadjes) toe, waardoor tekorten kunnen ontstaan. Figuur 2-7 toont de gevoelstemperatuur op een zeer hete zomerse dag (1 juli 2015) in Vlaardingen. In de kaart valt op dat de al eerder genoemde versteende wijken Centrum en Oostwijk en de industriegebieden ook het meest opwarmen bij hitte.
20
Figuur 2-7 Kaart met de gevoelstemperatuur (Physical Equivalent Temperature, PET) op een hete dag (1 juli 2015) waarop het kwik gedurende de dag opliep tot 31,6 graden
Een hoge gevoelstemperatuur wordt voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan schaduw en verdampend oppervlak (gezonde vegetatie en water). In de scorekaartjes (Figuur 2-8) wordt duidelijk waar de opwarming van de stad het sterkst is en waar er weinig schaduw en bomen zijn.
21
Figuur 2-8 Scorekaartjes gevoelstemperatuur, schaduw en boombedekking
2.5
Overstromingen Volgens de KNMI scenario’s moeten we in 2050 rekening met een zeespiegelstijging tot 40 cm. Dit heeft een direct effect op de waterstand in de Nieuwe Maas. Ook verwachten we in de winterperiode hogere piekafvoeren van de Maas, wat een aanvullende belasting op de dijken zal geven. Vlaardingen ligt voor een groot deel onder zeeniveau (NAP). De Maeslantkering en verschillende dijken beschermen Vlaardingen tegen overstromingen. De Delflandsedijk langs de Nieuwe Maas is de hoogste en de stevigste. Rivierwater stroomt niet zomaar over de dijk heen. De dijken bij Vlaardingen zijn hoog genoeg en de Maeslantkering sluit als de waterstand bij Rotterdam hoger komt dan NAP -3 m. De Rivierzone ligt buitendijks. Dat gebied overstroomt nu al meerdere keren per jaar. Een strategie voor dit gebied is nodig, omdat in dat gebied (nog) meer woningbouw wordt gepland. waardoor de noodzaak om rekening te houden met deze overstromingen (bijv. door eisen bij nieuwbouw) nu al aan de orde is. Het zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat het betreffende gebied eerst worden opgehoogd voordat er woningen worden gebouwd en wegen worden aangelegd. Er bestaat wel een risico op overstroming door de kans dat een dijk doorbreekt of de Maeslantkering niet sluit (bijvoorbeeld door een storing).
Als de dijk langs de Nieuwe Maas doorbreekt overstroomt een aanzienlijk deel van Vlaardingen, waaronder het zuidelijk deel van het centrum (zie Figuur 2-9). De overstromingsdiepte kan daarbij oplopen tot 5 meter.
22
Hoogheemraadschap van Delfland onderhoudt en beheert deze kering daarom op zo’n manier dat de kans op een doorbraak maximaal eens in de 10.000 jaar is.
Figuur 2-9 Overstromingsbeeld bij een combinatie van doorbraken vanuit de Nieuwe Maas
Voor de dijk langs de Vlaardingervaart wordt een veiligheidsniveau gehandhaafd van eens in de 1.000 jaar. De gevolgen zijn vooral groot voor de wijk Holy (zie Figuur 2-10).
Figuur 2-10 Overstromingsbeeld bij een combinatie van doorbraken vanuit de Vlaardingervaart en andere regionale waterlopen
De overstromingskans is dus klein en de verantwoordelijkheid voor het beheer van de dijken en keringen ligt niet bij de gemeente. Toch heeft de gemeente wel een verantwoordelijkheid achter de dijken, omdat de gevolgen van een dergelijke 23
dijkdoorbraak zo groot zijn. Daarbij valt te denken aan het creëren van veilige evacuatieroutes en bewustwording onder bewoners. Maar ook bij de inrichting van de stad. Een locatie die echt altijd bereikbaar moet zijn, zoals een ziekenhuis, kan het best op een locatie staan die ook tijdens een dijkdoorbraak nog bereikbaar is. Op de meeste locaties blijft de bovenste verdieping van gebouwen droog als de dijken doorbreken. Dat biedt dus kansen voor verticale evacuatie: bij een overstroming kunnen bewoners dan schuilen op een hogere verdieping. Op onderstaande scorekaart is weergegeven waar dit door een te grote overstromingsdiepte niet mogelijk is. Ook is aangegeven welke buurten hoofdzakelijk onder NAP liggen. Op de kaartjes wordt duidelijk dat een diepe ligging niet per se een hoger risico betekent: ook andere factoren zoals het type bebouwing en compartimentering (zie figuur 2-11) spelen een
belangrijke rol. Figuur 2-11 Links het gebied met de meeste woningen zonder droge verdieping bij een dijkdoorbraak. Rechts de mate waarin de buurten onder NAP liggen.
Een ander aandachtspunt is de ontwikkeling in de buitendijkse gebieden. De komende jaren vinden hier veel ontwikkelingen plaats, waaronder de bouw van een groot aantal woningen. Bij nieuwbouw er rekening mee worden gehouden dat de rivierstand hier kan stijgen tot NAP 3 m. Op dit moment liggen delen van de Koningin Wilhelminahaven bijvoorbeeld slechts op circa NAP +1,8 m, daar is dus een overstromingskans (Figuur 212).
24
Figuur 2-12 Indicatie van rivierstand Nieuwe Maas en de hoogtes van de dijk, het maaiveld achter de dijk en de compartimentering. Het geel/groen gekleurde deel van de Koningin Wilhelminahaven ligt regelmatig lager dan de rivierstand
25
03 |
ONZE VISIE
26
3.1
In gesprek met gebiedspartners We weten welke effecten we in 2050 kunnen verwachten op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. De problemen en uitdagingen zijn duidelijk, nu is het tijd om te bepalen wat er in Vlaardingen aan willen doen. Wat willen we aanpakken? Wat accepteren we? Welke koers willen we inzetten naar een klimaatbestendig Vlaardingen in 2050? Daarover zijn we in gesprek gegaan met een enthousiaste groep gebiedspartners van verschillende organisaties. In verband met Corona hebben we dat online gedaan (Figuur 3-1), via een online vragenlijst en werksessie met 32 mensen van 16 gebiedspartners: Hoogheemraadschap van Delfland, Gemeente Vlaardingen, GGD Rotterdam-Rijnmond, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, Buurgemeente Schiedam, Vlaardings Energie Collectief, Provincie Zuid-Holland, Stichting Vlaardingen in Beweging, Waterweg Wonen, Stichting Stadslandbouw, Duurzaam op Dreef, VvE beheer, Rabobank, Stichting Boombehoud Vlaardingen, Team Klavertje Vier, Woningstichting Samenwerking.
Figuur 3-1 Samen een visie en oplossingsrichtingen formuleren met gebiedspartners
27
Dankzij de input van de brede groep gebiedspartners met verschillende achtergronden en werkvelden, hebben we een beter beeld gekregen van de mogelijke oplossingsrichtingen voor Vlaardingen. Samen hebben we in kaart gebracht wat de belangrijkste opgaven zijn om op te pakken en hebben we nagedacht over een visie: de koers naar een klimaatbestendig Vlaardingen.
3.2
Belangrijkste opgaven vanuit gebiedspartners en ambtelijke organisatie Niet alle opgaven zijn even belangrijk. Aan de hand van een vragenlijst gericht aan de gebiedspartners en de ambtelijke organisatie hebben we inzicht gekregen in welke nadelige effecten van klimaatverandering men eigenlijk niet acceptabel vindt, en welke zouden moeten worden verminderd. Wij tekenen daar bij aan dat vermindering of eliminatie van deze effecten niet altijd haalbaar/ betaalbaar is. Thema
Eigenlijk onacceptabel:
Willen we verminderen:
Water overlast
-
Water in woningen door extreme neerslag Water in woningen door hogere grondwaterstand in de winter Belangrijke uitvalwegen onbegaanbaar Nooddiensten kunnen niet functioneren Uitval infrastructuur (water / gas / elektriciteit / communicatie)
-
Toename sterftecijfer tijdens hittegolf Zorgtekorten door hittegolf Belangrijke bruggen die niet functioneren door uitzetting Risico’s drinkwaterkwaliteit door opwarming > 10% lagere arbeidsproductiviteit door hittegolf
-
Droogteschade aan keringen, kades en oevers (overstromingsrisico) Verdwijnen gebiedseigen flora en fauna Drinkwatertekort Schade aan gebouwen en infra door zettingen of droogstand funderingen Algemene zakkingen > 2cm per jaar
-
-
Hitte
-
Droogte -
28
-
-
-
Vuil water op straat Overlast bij bedrijven Secundaire wegen tijdelijk niet begaanbaar Overlast door omgewaaide bomen Uitval regelkasten verkeer Wateroverlast scholen en publieke gebouwen Schade aan wegdek Slaapproblemen door hete nachten Meer overlastmeldingen door druk op buitenruimte
Recreatiewater tijdelijk niet bruikbaar (bijv. blauwalg) Meerdaags geen scheepvaart mogelijk Schade aan wegen door bodemdaling
Over stroming
3.3
-
Dodelijke slachtoffers door overstroming Onbegaanbare evacuatieroutes Uitval hoofdstations vitale nuts en infra (water/energie/communicatie)
-
Schade aan woningen door overstroming Onbegaanbare routes (geen primaire evacuatieroutes)
Visie: de koers naar een klimaatbestendig Vlaardingen Tijdens de werksessie hebben we stappen gezet om invulling te geven aan een visie. Met de groep gebiedspartners uit verschillende disciplines en met ambtenaren uit de verschillende afdelingen van de gemeente, hebben we een duidelijke gemeenschappelijke koers weten te schetsen met vijf pijlers. Aan de hand van deze pijlers maken we werk van de opgaven zoals benoemd in de tabel op de vorige bladzijde. Bij het formuleren van deze pijlers sluiten we aan bij de bestaande Toekomstvisie van Vlaardingen 2020-2040. 1. Versterken groen en biodiversiteit Meer groen (bomen, struiken, planten) dient veel verschillende doelen, en past dus ook in verschillende strategieën. Groen geeft verkoeling in tijden van hitte en legt CO2 vast. Groen draagt bij aan het welzijn van de inwoners. Uit onderzoek blijkt zelfs dat in een groene omgeving agressie afneemt en mensen hun omgeving positiever beleven. Niet alleen mensen profiteren van groen; ook flora en fauna krijgen meer kansen om zich blijvend te vestigen in de stad. We zien het versterken van groen en biodiversiteit daarom als een krachtige strategie om de stad leefbaar te houden voor mens en dier, ook bij een veranderend klimaat met meer hitte. Meer groenvakken betekent ook minder verharding en dus meer infiltratie van regenwater naar het grondwater.
En vegetatie komt ook de bodemstructuur ten goede, waardoor water beter kan worden vastgehouden. We zetten dus in op meer groen. Zowel grootschalig (schaduwrijke groene aders door de hele stad) als kleinschalig (geveltuintjes en groen op het dak, waar ruimtes beperkt zijn). Groen hoeft geen extra ruimte te kosten als we goed nadenken over multifunctioneel ruimtegebruik. 2. Water vasthouden waar het kan
29
Nu we vaker droogte én vaker piekbuien meemaken, wordt het belang van de ‘sponswerking’ van de stad duidelijk. Waterlopen, daken, verlaagde pleinen en groen, speeltuinen, straten met een speciaal profiel, regentonnen: allemaal locaties waar regenwater zonder schade tijdelijk kan blijven staan. Regen kan op dit soort locaties in de bodem zakken, als voorraad voor perioden zonder regen. Dat kan alleen als er voldoende van dit soort onverharde of waterdoorlatende terreinen en voorzieningen aanwezig zijn waar regenwater naartoe kan stromen en langzaam de bodem in kan dringen. Een uitdaging in het stedelijk gebied! Ook hier ligt dus een nadruk op multifunctioneel ruimtegebruik. In locaties die gevoelig zijn voor funderingsschade of bodemdaling door laag grondwater reguleren we het grondwaterpeil waar mogelijk. Dat doen we ook voor overlast door een te hoge grondwaterstand. We zoeken de kansen; we nemen initiatief op openbaar terrein en stimuleren maatregelen op particulier terrein. Zo vangen we dus meerdere vliegen in één klap. We voorkomen wateroverlast en pakken droogte aan. Ook het drinkwaterverbruik voor het sproeien van tuinen neemt af en we verkleinen de kans op overbelasting van het riool, met alle nadelige gevolgen vandien. 3.
Betrokkenheid inwoners en bedrijven door goed luisteren en samen doen Een groot deel van de terreinen in de stad is niet in handen van de gemeente, maar van particulieren, bedrijven of instellingen. Tegelijkertijd ligt hier wel een deel van de oplossing richting klimaatbestendigheid. Daarom verdienen onze inwoners en deze stakeholders aandacht. We zien op basis van onze eerste raadpleging bij de gebiedspartners dat inwoners en stakeholders gemotiveerd zijn om een bijdrage te leveren, we moeten verkennen hoe we hen tegemoet kunnen komen (bijvoorbeeld door subsidies, stimuleren buurtinitiatieven, informatie, voorbeelden). Het is daarbij van groot belang om eerst het gesprek met de inwoners aan te gaan: Wat kunnen we van hen leren? Waar liggen de grootste knelpunten volgens de inwoners? Aan welke vorm van tegemoetkoming hebben zij behoefte? Ook moeten we met onze bewoners de dialoog aangaan over de grotere complexe opgaven, zoals de op termijn onomkeerbare schade aan woningen en funderingen door droogte en bodemdaling.
30
4. Kennisontwikkeling, uitwisseling en handelingsperspectieven We merkten tijdens de brede bijeenkomst op 26 november 2020 dat aanwezige kennis nog beter gedeeld kan worden tussen partijen. De gemeente kan deze kennisuitwisseling met samenwerkingspartners faciliteren en initiëren. Als het gaat om klimaatadaptatie zijn betrokken en actieve mensen, vanuit alle gelederen, cruciaal voor een klimaatbestendige en veilige stad. We denken onder andere aan woningbouwcorporaties, bewoners en ondernemers, de milieudienst, GGD, veiligheidsregio (veiligheidsdiensten, ziekenhuizen) en nutsbedrijven. Ieder heeft een eigen rol. Het gaat dan om bewustwording van risico’s voor gebiedspartners (denk aan schade aan vastgoed, netwerken, door wateroverlast of overstroming). Dit betekent dus data delen, dialogen aangaan en werkzaamheden combineren. Er liggen genoeg meekoppelkansen voor een gezamenlijk efficiënte aanpak. Dat geldt overigens zowel voor extern (bijvoorbeeld rioolvervanging combineren met isoleren waterleiding) als intern (maatregelen klimaatadaptatie en energiestrategie samen oppakken). We moeten onze kennis op het gebied van de effecten van klimaatverandering op peil houden. Regelmatig komen nieuwe inzichten en technieken beschikbaar. Zo zal het KNMI in 2023 nieuwe klimaatscenario’s publiceren en is het nodig om elke vijf jaar opnieuw stresstesten uit te voeren en dialogen te voeren.
We moeten de opgave voor klimaatadaptatie ook in verband blijven afwegen met de andere trends en transities, zoals de woningopgave, de energietransitie, mobiliteit, etc. Onze strategie kan worden bijgestuurd als nieuwe inzichten dat vereisen. Het doel blijft echter wel staan: een klimaatbestendig Vlaardingen in 2050. 5. Beleidsregels klimaatadaptatie voor nieuwbouw We willen dat nieuwe investeringen klimaatrobuust zijn. Want nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwbouw van woningen of bedrijven, of vernieuwing van de openbare ruimte, brengen ook nieuwe kansen met zich mee om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en bestaande knelpunten te verhelpen. Beleidsregels zijn nodig om richting te geven aan alle nieuwe ontwikkelingen in Vlaardingen. Deze regels willen we verankeren in de instrumenten van de Omgevingswet en in bijvoorbeeld een hemelwaterverordening, zodat ze juridisch bindend zijn. 31
Aan de hand van deze vijf pijlers zetten we de koers in naar een klimaatbestendig Vlaardingen in 2050.
32
04 |
AMBITIES, KOSTEN EN BATEN
33
4.1
Inleiding ambities, kosten en baten In lijn met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is onze algemene ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. In het vorige hoofdstuk hebben we de belangrijkste opgaven in beeld gebracht en vijf pijlers geïntroduceerd om de koers in te zetten naar een klimaatbestendig Vlaardingen. Er is geen harde definitie van klimaatbestendigheid. Hoe hoog we de lat leggen is een keuze voor de gemeente. Om die ambitie beter te kunnen formuleren, beschouwen we de kosten en baten van klimaatadaptatie in Vlaardingen (Figuur 4-1). De baten van investeren in klimaatadaptatie zijn in de vorige hoofdstukken duidelijk geworden: we beperken schade, de leefkwaliteit gaat erop vooruit, we geven als gemeente het goede voorbeeld en we voldoen aan onze zorgplichten. De kosten kunnen we uitdrukken in geld, tijd, ruimte en prioriteit.
Figuur 4-1 De kosten en baten van klimaatadaptatie
34
4.2
Drie ambitieniveaus voor bestaand stedelijk gebied Voor deze strategie beschouwen we drie ambitieniveaus: reactief, actief en vooruitstrevend (Figuur 4-2). In het kort zijn die als volgt te beschrijven: 1. Reactief:
Gemeente handelt reactief bij overlast door extreem weer. We passen de buitenruimte alleen aan als zich een kans voordoet. We moeten rekening houden met flinke schadeposten.
2. Actief:
Gemeente combineert reguliere projecten met klimaatadaptatie. Zo voorkomen we overlast en schade in de toekomst. Dit vraagt wel om her-prioriteren van projecten waar kansen liggen voor urgente klimaatthema’s. Het benutten van de kansen kan beperkte meekoppelkosten met zich meebrengen. Klimaatadaptatie wordt als criterium opgenomen in het afwegingskader bij aanbestedingen, plantoetsing enz. De gemeente moet rekening houden met meer afstemming en procesbegeleiding, met de daarbij te verwachten inzet van personele en financiële middelen.
3. Vooruitstrevend: Gemeente combineert reguliere projecten met klimaatadaptatie en doet aanvullende investeringen op urgente klimaatthema’s. Voor projecten vindt een herprioritering plaats op basis van de bijdragen aan de klimaatdoelen. Dit vraagt om investeringen in aanvullende grootschalige projecten.
35
Figuur 4-2 Om voldoende klimaatbestendig te zijn moet minimaal ambitieniveau áctief worden gekozen
4.3
De baten In de voorgaande hoofdstukken en op basis van de vijf pijlers hebben we een beeld geschetst van de kwalitatieve baten van klimaatadaptatie. Door als gemeente te werken aan een klimaatbestendige stad, werken we ook aan de leefbaarheid, het vestigingsklimaat, voldoen we aan onze zorgplichten en geven we het goede voorbeeld aan onze inwoners en gebiedspartners waar we ook wat van verwachten. Maar de voornaamste reden om te investeren in klimaatadaptatie is misschien wel om ons te behoeden voor onacceptabele fysieke en immateriële schade. De landelijk gehanteerde klimaatschadeschatter geeft een indicatie van de fysieke schadebedragen door klimaatverandering in Vlaardingen tot aan 2050: ›
87 tot 96 miljoen euro schade door wateroverlast en hagelschade.
›
64 tot 307 miljoen euro schade door droogte, funderingsschade, bodemdaling en groenschade (grote marge, voorspellingen over funderingsschade en bodemdaling 36
als gevolg van klimaatverandering zijn complex en kennen daardoor een zeer grote onzekerheidsmarge). ›
26 miljoen euro hitteschade.
›
Van de overstromingsschade zijn geen schattingen gemaakt.
Als we geen investeringen doen, moeten we dus rekening houden met dit soort schadebedragen in de periode tot 2050. Niet al deze schadebedragen komen bij de gemeente terecht, een deel komt voor rekening van inwoners, vastgoedbezitters, bedrijven en organisaties. De gemeente heeft daarbij vanuit haar zorgplichten wel een verantwoordelijkheid. Ook zal een deel van de schade (zoals schade aan de openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed, de wegen en het riool) wel voor rekening zijn van de gemeente. Dit type schade kan tevens indirecte gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Deze beschouwing maakt een keuze voor ambitieniveau ‘reactief’ eigenlijk al onverantwoord.
4.4
De kosten Om Vlaardingen voldoende klimaatbestendig in te richten is het nodig om werkprocessen anders in te richten en werkzaamheden anders uit te voeren en mogelijk te herprioriteren. Uitgangspunten daarbij zijn dat we genoeg maatregelen nemen om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit is mogelijk. De werkzaamheden zullen dan goed gecoördineerd moeten worden, zodat deze kunnen worden gefinancierd op basis van meekoppelen, ingrepen borgen in bestaande werkprocessen, in stelling brengen van inwoners en gebiedspartners en in extreme gevallen herprioriteren van gemeentelijke werkzaamheden. Ambitieniveau ‘actief’ brengt investeringen met zich mee die zich vanzelfsprekend terugverdienen: ›
Aanstellen coördinator klimaatadaptatie met een onderzoeksbudget. De gemeente kan een medewerker inzetten die borgt dat klimaatadaptatie de nodige plek krijgt in alle gemeentelijke werkprocessen. Zowel in het fysieke domein (zoals juiste richtlijnen meegeven voor nieuwe ontwikkelingen, meekoppelkansen benutten bij onderhoud en andere transities) als in het sociale domein (zoals communicatie en
37
stimuleren inwoners en bedrijven). Daarbij is een onderzoeksbudget essentieel om een praktisch en concreet actieplan per buurt uit te kunnen rollen. ›
Coördinator aanwijzen om tegemoetkomingen vanuit het rijk te benutten. Het rijk stelt via verschillende kanalen geld beschikbaar om Nederland klimaatbestendig te maken. Een belangrijke is de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Als de gemeente hier maximaal gebruik van wil maken, moet daar al in 2021 werk van worden gemaakt (in afstemming met de werkregio Bestuurlijke Tafel Ruimte Wonen Economie Metropool Rotterdam – Den Haag). Deze tegemoetkomingen geven Vlaardingen belangrijke financiële ruimte om ambitieniveau ‘actief’ te kunnen bekostigen.
›
Meekoppelkansen in kaart brengen en benutten met betrekking tot groot onderhoud en overige transities en opgaven (energietransitie en woningbouwopgave). Concrete fysieke maatregelen voor sponswerking, vergroening en veiligheid toevoegen aan plannen.
›
Tegemoetkomen van- en samenwerken met inwoners en gebiedspartners. De reeds in het verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (vGRP) vastgestelde subsidieregeling voor klimaatadaptieve werkzaamheden en projecten van derden is daar een goed voorbeeld van. Ook het inventariseren van meekoppelkansen met gebiedspartners behoeft aandacht: als bijvoorbeeld nutsbedrijven, waterschap of omgevingsdienst fysieke ingrepen doen in de openbare ruimte, kan de gemeente hierop aanhaken (en andersom).
Ambitieniveau ‘vooruitstrevend’ brengt aanvullende innovatieve investeringen mee waarmee Vlaardingen haar doelen sneller kan realiseren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan innovatieve diepe ondergrondse waterbuffers of het met prioriteit aanleggen van grootschalige schaduwrijke groene routes. Ook kan de gemeente zich committeren aan concrete vooruitstrevende doelen zoals ‘waterneutrale wijken’ of ‘de eerste stad met actief grondwaterpeilbeheer in elke straat’. Dit soort innovatieve koplopersambities vragen om grotere investeringen en leveren op de lange termijn ook grotere baten op, op het gebied van leefbaarheid, vestigingsklimaat, kennis en een verdere reductie van klimaatschade.
38
4.5
Advies ambitieniveau Op basis van de beschouwing van de kosten en baten van klimaatverandering, ligt het ambitieniveau ‘actief’ in Vlaardingen voor de hand. We bevelen daarmee proces- en onderzoeksmaatregelen aan, om tot een goed beleid te komen met onderbouwde keuzes voor de prioritering. We lichten deze maatregelen in de uitvoeringsagenda per pijler verder toe.
39
05 |
ONZE OPGAVEN EN AANPAK
40
5.1
Methode om de opgaven te bepalen In hoofdstuk 2 hebben we laten zien hoe Vlaardingen nu scoort op klimaatbestendigheid (huidige score). In hoofdstuk 3 en 4 is omschreven waar we naartoe willen. In dit hoofdstuk kunnen we daarmee een streefwaarde schetsen. Als we de huidige scores met de streefwaarde vergelijken, weten we per klimaatthema de opgaven om Vlaardingen klimaatbestendig te maken. Figuur 5-1 visualiseert deze methode.
Figuur 5-1 Visualisatie van onze methode om te komen tot de opgaven voor klimaatadaptatie
In dit hoofdstuk beschrijven we de streefwaarden en de opgaven per klimaatthema. Hoe we die opgaven concreet oppakken nemen we op in het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie van Vlaardingen (H6).
5.2
Opgave en aanpak wateroverlast Bescherming panden tegen instroom regenwater bij extreme neerslag ›
Streefwaarde: Bij een bui van 60 mm in een uur, blijft gemeentebreed 90% van de panden droog (maximaal 10% van de panden heeft wateroverlast, zie Figuur 5-2). Een uitzondering vormen panden die onder, of weinig boven, het oppervlaktewaterpeil zijn gelegen. Figuur 5-2 Percentage panden per wijk dat kwetsbaar is voor wateroverlast
41
›
Opgave: In een aantal buurten is meer dan 10% van de panden kwetsbaar voor wateroverlast. Hier ligt een opgave om de kwetsbaarheid te verlagen.
Kanttekening: Het oplossen van de opgave mag de wateroverlast op andere locaties niet vergroten. Wateroverlast bij panden die dusdanig zijn verzakt dat de drempel lager ligt dan het straatniveau vallen niet onder deze ambitie. Hier moeten op termijn andere maatregelen worden genomen. Uitvalswegen begaanbaar houden bij extreme neerslag ›
Streefwaarden: Belangrijke uitvalswegen en verbindingen voor nooddiensten blijven begaanbaar bij een bui van 60 mm in een uur. Van de overige wegen blijft minimaal 90% per buurt begaanbaar (Figuur 5-3).
›
Opgave: Op enkele locaties zijn de uitvalswegen Figuur 5-3 Percentage onbegaanbare wegen Westlandseweg, Burgemeester Heusdenslaan - Van per wijk bij wateroverlast. Beethovensingel en Lepelaarsingel/Churchillsingel (verbindingen met Holy) kwetsbaar voor wateroverlast en mogelijk onbegaanbaar bij een bui van 60 millimeter in een uur. Om begaanbaarheid te garanderen zijn maatregelen nodig.
Kanttekening: In sommige wijken wordt bewust gekozen voor een aangepast straatprofiel (hol of verlaagd) om water op straat vast te houden zodat geen overlast ontstaat in de woningen. Functioneren middenstations ›
Streefwaarde: Middenstations van vitale infrastructuur (gasverdeelstations, elektriciteit middenspanning, voedingskasten zendmasten telecom) blijven functioneren.
›
Opgave: Deze risicoanalyse is nog niet uitgevoerd. De kwantitatieve opgave is nog niet in beeld; eerst is informatie nodig over de locaties en gevoeligheid van deze stations. Afstemming-/onderzoeksopgave.
Functioneren objecten voor calamiteitenbeheersing
42
5.3
›
Streefwaarde: Objecten voor calamiteitenbeheersing (brandweer, politie en gemeentehuis) blijven functioneren.
›
Opgave: Het gemeentehuis van Vlaardingen, en de brandweerkazerne lopen geen risico’s bij hevige neerslag. Hier lijkt geen grote opgave aanwezig. Alleen bij stadskantoor Westnieuwland bestaan een risico water tegen het pand, de ernst hiervan kan worden onderzocht.
Opgave en aanpak droogte en bodemdaling Actief tegengaan zakkingschade bebouwing ›
Streefwaarde: Extra zakkingschade van bebouwing door droogte wordt tegengegaan door bij rioolvervanging tegelijkertijd grondwaterbeheersing aan te leggen.
›
Opgave: Er is veel rood op de kaart zichtbaar (Figuur 5-4), maar vooral in de Binnenstad is bebouwing aanwezig met een kwetsbare fundering voor schade door droogte. Opgave is om de schade in deze delen actief tegen te gaan, met maatregelen in de grondwaterbeheersing.
Figuur 5-4 Percentage woningen met kwetsbare fundering voor bodemdaling per wijk.
Meer regenwater vasthouden en infiltreren (sponswerking) ›
Streefwaarde: in de hele stad minstens 20% onverhard terrein in openbare ruimte (dus maximaal 80% verhard, zie figuur 5-5).
›
Opgave: Alleen in de Binnenstad (rode deel) is nog geen 20% onverhard oppervlak aanwezig. Hier is een opgave waarvoor maatregelen nodig zijn.
Meer regenwater vasthouden op particulier terrein ›
Streefwaarde: Minimaal 20% van de particuliere terreinen heeft een regenwatervoorraad.
43
Figuur 5-5 Percentage verhard oppervlak in de openbare ruimte per wijk
›
Opgave: Momenteel ontbreekt nog de informatie over aanwezigheid van bijvoorbeeld groen/blauwe daken en regentonnen. Deze kan in kaart gebracht worden door met inwoners in gesprek te gaan en hen te faciliteren in oplossingen. Afstemming-/onderzoeksopgave.
44
Droogtebestendige flora en fauna
5.4
›
Streefwaarde: In de stad is een groen/blauw netwerk aanwezig, bestaande uit een soortenrijke en (deels) droogterobuuste flora, tot behoud en versterking van de biodiversiteit. We streven naar een goede waterkwaliteit voor flora en fauna.
›
Opgave: Huidige situatie (kwaliteit van het groen/blauwe netwerk) moet nog in kaart worden gebracht. Afstemming-/onderzoeksopgave.
Hitte Een groen netwerk in de stad ›
Streefwaarde: Aanwezigheid van koele boomrijke en schaduwrijke routes voor langzaam verkeer door de stad (Figuur 5-6).
›
Opgave: Het groene netwerk bevindt zich met name in Holy en Westwijk. De verbinding via Oostwijk en Binnenstad ontbreekt nog. Hier ligt een opgave waarvoor maatregelen nodig zijn.
Figuur 5-6 Percentage boombedekking per wijk
Inwoners passen zich aan bij hitte ›
Streefwaarde: Inwoners die weten hoe ze zich kunnen beschermen tegen hitte in de stad (Figuur 5-7), zonder overmatig gebruik van airco’s.
›
Opgave: De inwoners van Vlaardingen hebben inmiddels meerdere hete zomers meegemaakt. Het veranderen van het gedrag bij hitte is de beste bescherming tegen gezondheidsklachten. De Figuur 5-7 Gemiddelde gevoelstemperatuur per wijk gemeente kan een stap extra zetten door bij aanvang van de zomer haar inwoners te herinneren aan het wenselijk gedrag. Denk aan het mijden van grote inspanningen op het heetst van de dag. Of aan het regelmatig drinken en koelen van voeten en handen. Nog steeds neemt de verkoop van airco’s bij aanvang van een warme zomer landelijk sterk toe. Dit is vanuit oogpunt van duurzaamheid onwenselijk; bovendien zorgen airco’s voor extra opwarming van de buitenruimte. Hier ligt een opgave in bewustwording van inwoners om anders om te gaan met hitte in huis. 45
Blijvend functioneren van onderstations vitale infrastructuur en beweegbare bruggen ›
Streefwaarde: Onderstations van vitale infrastructuur (gas, elektriciteit, telecom) en beweegbare bruggen blijven functioneren.
›
Opgave: Met de huidige informatie is onduidelijk of vitale onderstations risico lopen op uitval bij extreme hitte. De opgave is hiermee nog niet duidelijk; eerst is informatie nodig over de locaties van deze stations.
Schaduw op openbare verblijfsplekken ›
Streefwaarde: Openbare verblijfsplekken zijn koel en schaduwrijk (Figuur 5-8). Concreet streven we naar minimaal 20% schaduw op openbare verblijfsplekken.
›
Opgave: In Westwijk en delen van Holy en Oostwijk is het percentage schaduw nog te laag. Hier ligt een opgave voor het creëren van meer schaduw.
Figuur 5-8 Percentage schaduw per wijk
Warmte-werende daken
5.5
›
Streefwaarde: Daken van huizen zijn warmtewerend, ter bevordering van de gezondheid van de inwoners. We benutten de kansen voor meer warmtewerende daken, in samenwerking met onze partners.
›
Opgave: In Vlaardingen zijn mogelijkheden om platte daken groen/blauw in te richten. Onderzoek is nodig om te bekijken waar de kansen liggen en welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn.
Overstromingen vanuit de Nieuwe Maas (kans <1:10.000) Bescherming van vitale objecten ›
Streefwaarde: Hoofdstations voor energie, telecom, veiligheid en gezondheidszorg blijven functioneren bij hevige overstromingen (Figuur 59), zodat wederopbouw snel kan starten.
46
›
Opgave: Het Rijk is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een stresstest voor overstromingen vanuit primaire keringen. De gemeente houdt in de gaten wanneer deze informatie beschikbaar is. Zo kan zij bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de juiste keuzes maken. Figuur 5-9 Overstromingsbeeld bij een combinatie van dijkdoorbraken vanuit de Nieuwe Maas
Bewuste inwoners ›
Streefwaarde: Inwoners die weten hoe te handelen bij een overstroming vanuit de Nieuwe Maas (zie ook Figuur 5-10).
›
Opgave: De gemeente kan inwoners meer bewust maken van het “leven onder zeeniveau”. Wat te doen als de dijken breken? Figuur 5-10 Percentage van het oppervlak onder zeeniveau per wijk
Mogelijkheden om te vluchten voor mens en dier
5.6
›
Streefwaarde: Voldoende vluchtplekken aanwezig voor mens en dier (zie ook Figuur 5-11).
›
Opgave: In samenwerking met de veiligheidsregio kan de gemeente de vluchtplekken identificeren en inwoners hierover informeren.
Figuur 5-11 Woningen met en zonder droge verdiepingen om naartoe te vluchten
Overstromingen vanuit Vlaardingervaart (kans < 1:1000) Begaanbare calamiteitenroutes ›
Streefwaarde: Calamiteitenroutes blijven begaanbaar.
›
Opgave: In overleg met de veiligheidsregio kan de gemeente onderzoeken of aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen bij het reguliere wegonderhoud van uitvalswegen. Denk aan extra waterkerende objecten langs de wegen, zoals een geluidswal.
47
Bescherming van onderstations van vitale infrastructuur (gas, elektriciteit, telecom)
5.7
›
Streefwaarde: Onderstations van vitale infrastructuur (gas, elektriciteit, telecom) blijven functioneren.
›
Opgave: In samenwerking met Hoogheemraadschap van Delfland kan in beeld worden gebracht welke objecten risico lopen op uitval bij een overstroming. Het gaat dan om de verdeelstations van gas, elektriciteit en telecom, die kunnen zorgen voor een regionale verstoring van netwerken. De netwerkbeheerders zijn dan ook een belangrijke samenwerkingspartner.
Nieuw stedelijk gebied In onze ambities voor nieuw stedelijk gebied sluiten we aan bij de richtlijn van “Bouwadaptief” van de provincie Zuid-Holland: Wateroverlast ›
Een groot deel van de neerslag (60 mm) van een korte hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in 1 uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd (maximaal 1 liter per m² bebouwd oppervlak per uur). De berging is na 60 uur leeg en weer beschikbaar.
›
In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u).
›
Het verschil tussen het vloerpeil en het maaiveld (as van de openbare weg) bedraagt minimaal 0,20 meter.
48
Droogte en bodemdaling: ›
De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte.
›
In het plangebied wordt 50% (circa 450mm in 'normale' jaren) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd.
›
Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffectief zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen.
Hitte en biodiversiteit: ›
Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst.
›
Opwarming van stedelijk gebied verminderen: 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht.
›
Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving.
›
Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht en creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouw bewonende soorten.
Overstromingen: ›
Voor gebieden waar overstromingen met een waterdiepte van maximaal 20 cm te verwachten zijn, treedt doorgaans geen schade aan gebouwen op en blijven hoofdwegen begaanbaar. Daarvoor hoeven geen maatregelen genomen te worden.
›
Voor overstromingen met een waterdiepte tot 50 cm worden maatregelen getroffen om schade aan gebouwen te beperken, als deze doelmatig zijn.
›
Voor overstromingen met een waterdiepte tot 200 cm worden maatregelen getroffen om vitale infrastructuur en kwetsbare objecten te beschermen.
›
Voor overstromingen met een waterdiepte boven 200 cm worden maatregelen getroffen om veilig te kunnen schuilen in het overstroomde gebied
49
50
06 | NAAR EEN UITVOERINGSAGENDA
51
In de voorgaande hoofdstukken is uiteengezet welke strategie de gemeente Vlaardingen kiest om met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan. De volgende stap is het opstellen van een uitvoeringsagenda binnen de kaders van deze strategie, met daarin concrete maatregelen. Tijdens het opstellen van de strategie (bijvoorbeeld tijdens de bijeenkomst op 26 november 2020) zijn veel denkbare maatregelen geopperd. Dat is te zien in het overzicht dat als bijlage bij deze strategienota is gevoegd. De maatregelen zijn nog rijp en groen maar het overzicht kan goed dienen als startpunt voor de uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda is ook het document dat inzicht moet bieden in de financiële gevolgen van de uitvoering van het Vlaardingse klimaatadaptatiebeleid. In paragraaf 4.5 is voor klimaatadaptatie het ambitieniveau ‘Actief’ geadviseerd. Dat betekent dat de gemeente grotendeels bestaande middelen inzet voor het bereiken van de doelen voor klimaatadaptatie. Daarom willen we (fysieke) maatregelen zoveel mogelijk met elkaar combineren. Maar het kan ook betekenen dat we bestaande plannen opnieuw prioriteren, vanuit de ambities van klimaatadaptatie. We bevelen daarom ook proces- en onderzoeksmaatregelen aan om tot een goed onderbouwde keuze te komen.
52
BIJLAGE – SUGGESTIES VOOR MAATREGELEN VOOR DE UITVOERINGSAGENDA
GEMEENTE VLAARDINGEN Westnieuwland 6 3131 VX Vlaardingen Telefoon 010 24 84 000 www.vlaardingen.nl
53
Bij de totstandkoming van de nota Strategie Klimaatadaptatie Vlaardingen 2021-2024 zijn veel ideeën, suggesties, voorstellen en mogelijke maatregelen geopperd. Op 1 oktober 2020 heeft de raadscommissie ideeën en suggesties geopperd. De deelnemers aan de bijeenkomst van 26 november 2020 deden dat ook, niet alleen tijdens de bijeenkomst, maar ook via de vragenlijst die zij invulden. Tenslotte stuitte de ambtelijke projectgroep bij het opstellen van deze nota ook op suggesties en ideeën. Dit heeft veel basismateriaal voor de uitvoeringsagenda opgeleverd. Hieronder volgt een nog ruw overzicht van die suggesties, die zullen worden meegenomen bij het opstellen van de uitvoeringsagenda.
1 Versterken groen en biodiversiteit
Verbinden van groene, schaduwrijke netwerken tussen Holy en de Westwijk
Verdiepend onderzoek naar beoogde natuurdoelen en fysieke mogelijkheden om meer schaduw te realiseren
Dorstige bomen plaatsen, goed tegen warmte en vocht
Parkeerplaatsen meer vergroenen
Verdiepen bestaande wateroppervlakten waardoor water minder snel opwarmt (tegen bijv. groene algen
Meer bomen langs wegen, zeker om hittestress te voorkomen
Als gekapt wordt bomen daarna weer terugbrengen
2 Water vasthouden waar het kan
Bij herinrichting/groot onderhoud straten zo inrichten dat wateroverlast tijdelijk op straat kan worden geborgen (wel communicatie nodig)
Kosten van waterzuivering zijn heel hoog. Schoon water zo min mogelijk naar het riool maar afvoeren naar het buitengebied om het tijdelijk te bufferen, in plaats van naar het riool
Heropenen van singels. Geef onze singels terug!
"de bouwspeelplaats" in Holypark inzetten voor berging?
Dubbel grondgebruik: speelplaatsen, parkeerplaatsen, sport en water
54
Stedenbouwkundige uitgangspunt: buitengebied meer de wijk inbrengen. Zichtlijnen naar buiten, middels groenstroken
In Westwijk 2 grote sportterreinen: deze benutten voor extra waterbuffering (droogte en wateroverlast)
Opstellen factsheets per wijk met effectieve maatregelen op straatniveau, inclusief kosten
Kansen en maatregelen inventariseren om wateroverlast op uitvalswegen te beteugelen (samen met maatschappelijke partners)
Opstellen funderingsdatabase: panden op staal en op hout in beeld brengen. Verkennen omgaan met particuliere schade
Mogelijkheden om sportterreinen voor extra wateropvang te benutten
Quick scan naar mogelijkheden om platte daken van openbare gebouwen voor waterberging en verkoeling in te zetten
Wadi’s aanleggen, ook al gaat dat in oude wijken moeilijk
Kijk naar rioleringsplannen en verordeningen, om te bezien hoe je bestaande versteende tuinen kunt vergroenen
Maak vergroenen prioriteit nummer 1 voor wateropvang en tegen hitte
Zodra er in de openbare ruimte een stuk fietspad of straat wordt vernieuwd: maak gebruik van innovatieve oplossingen zodat regenwater wordt vastgehouden
3 Betrokkenheid inwoners en bedrijven door goed luisteren en samen doen
Benaderen inwoners over concrete maatregelen per buurt/straat, subsidieregeling inzetten
Inwoners bewust maken van de risico’s en het gewenst gedrag bij extreme hitte
Scholen benaderen (twee per jaar, bijv.) over opvang en infiltratie water op schoolpleinen, met name in Centrum en Oostwijk
Robuuste inrichting van openbaar terrein in de Oostwijk, aanleg waterplein
Mogelijkheid voor actief grondwaterpeilbeheer verkennen
Watertafel als medium gebruiken voor dialoog klimaatadaptatie. Dialoog is van groot belang, maar de tijd is rijp om naar een uitvoeringsagenda te gaan.
Veel platte daken in voor waterberging en vergroening (verkoeling). Noot: risico's op lekkage, eerst goed uitzoeken. Voorkeur om eerst in de openbare ruimte te zoeken. 55
Groene daken aanleggen op kansrijke daken
Alle particuliere tuinen groen - door bijvoorbeeld voorschriften vanuit de gemeente uit te vaardigen (bijvoorbeeld richtlijnen bij huurwoningen). Wel rekening houden met de grootte van de tuin.
Toestaan van dakterrassen op plat dak, koppelen aan klimaatmaatregelen. Welke tools hebben we daarvoor nodig (bijvoorbeeld richtlijnen, beleidsdocument, bestemmingsplan)?
VEEL kansen in tuinen en bij schuttingen /erfscheidingen
Particulier eigendom (door zakking) - oplossingsrichtingen?
Regentonnen acties e.d.
Meer aandacht voor belang van groene tuinen! bereik groter maken, ook bij mensen zonder groene vingers
Woonbehoud: particuliere terreinen zijn nog erg versteend. Stimuleren/reguleren voor meer vergroening (waterberging, verkoeling)
Tegeltaks invoeren
Platte daken benutten voor zonnepanelen. Delfland: zorg dat energietransitie en klimaatadaptatie niet gaan "bijten"
Groen-blauwe daken kunnen goed renderen met zonnepanelen. Kennisuitwisseling van belang.
4 Kennisontwikkeling, uitwisseling en handelingsperspectieven
Inventarisatie van vitale objecten bij hitte, wateroverlast en overstroming met partners (bijv. Veiligheidsregio, netbeheerders)