CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Implementatie gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen

Gemeenteraad 6 april 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Nota wetswijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen7.780 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA IMPLEMENTATIE WIJZIGING WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeente Vlaardingen 2023

1

Inhoudsopgave 1

Inleiding ..........................................................................................................................................

3

2

Gemeenschappelijke regelingen ....................................................................................................

4

2.1

Gemeenschappelijke regelingen in relatie tot Verbonden Partijen ......................................

4

2.2

Wettelijk kader .......................................................................................................................

5

2.3

Uitgangspunten voor deelname aan gemeenschappelijke regelingen .................................

5

2.4

Weerstandsvermogen & risicobeheersing .............................................................................

6

2.5

Rollen, bevoegdheden en sturingsinstrumenten ...................................................................

7

2.5.1

Gemeenteraad ...................................................................................................................

7

2.5.2

College van Burgemeester en Wethouders ......................................................................

9

3

Wetswijziging Wet gemeenschappelijke regelingen ......................................................................

10

4

Sturingspakketten ...........................................................................................................................

13

5

4.1

Risicoanalyse ........................................................................................................................

13

4.2

Risicoprofielen .......................................................................................................................

14

4.3

Sturingspakketten ..................................................................................................................

15

Samenvatting/conclusie ..................................................................................................................

17

5.1

Tot slot ...................................................................................................................................

17

Bijlagen ..................................................................................................................................................

18

2

1 Inleiding Om haar beleidsdoelen te realiseren kan een gemeente ervoor kiezen dat in samenwerking met andere partijen doen. De maatschappelijke opgaven waar gemeenten mee te maken krijgen zijn immers steeds complexer. Door de handen ineen te slaan wordt de bestuurlijke slagkracht groter. De overwegingen die ten grondslag liggen aan de politiek-bestuurlijk besluit tot samenwerking zijn divers. Uiteindelijk gaat het om een afweging of de inhoudelijke- en financiële voordelen van samenwerking groter worden ingeschat dan de mogelijke risico’s. Dit geldt bijvoorbeeld voor de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling Rogplus. In sommige gevallen schrijft de wet voor een samenwerking aan te gaan, zoals bijvoorbeeld in de GGD Rotterdam-Rijnmond. Samenwerken kan zowel met private als met publieke partijen. Alle samenwerkingen tezamen heten Verbonden Partijen. In artikel 160 ld 2 Gemeentewet spreekt de wetgever de voorkeur voor publiekrechtelijke samenwerking uit, omdat dit meer waarborgen biedt ten aanzien van het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, controle, toezicht en openbaarheid. In deze nota staan de publieke samenwerkingen op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) centraal. De Wgr vormt de grondslag voor publiekrechtelijke samenwerking tussen overheidslichamen en is gebaseerd op artikel 135 Grondwet.

Het beschrijft de bevoegdheden die door het lokale bestuur aan (het bestuur van) een regionaal, interbestuurlijk samenwerkingsverband worden overgedragen, de verschillende typen gemeenschappelijke regelingen en de kaders waarbinnen de samenwerking dient plaats te vinden en de democratische controle daarop. Deze wet is per 1 juli 2022 gewijzigd. Achtergrond voor deze wetwijziging vormde de grote afstand die gemeenteraden soms ervaren tot GR-en. Daardoor komt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen onder druk te staan. Ofwel, de wijze waarop en de mate waarin een gemeenteraad invloed heeft op een GR werd als onvoldoende beschouwd. Deze wetswijziging biedt mogelijkheden om de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het bestuur van een GR te verbeteren. Zo zijn de mogelijkheden om de controlerende en kaderstellende rol uit te voeren aangepast en uitgebreid. Ook wordt de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een GR vergroot en krijgen raadsleden meer invloed op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en de verplichting om afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers.

Daarnaast komen er extra controlebevoegdheden, zoals de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar het functioneren van de gemeenschappelijke regeling als geheel. Bij een GR, of verbonden partijen in het algemeen, is er sprake van verlengd bestuur. Het is aan de gemeenteraad en het college om daar op een passende manier invulling aan de geven en daarbij rekening te houden met de wet- en regelgeving en de praktische afspraken ten aanzien van informatievoorziening en aansturing. Deze nota geeft inzicht in de aanvullende sturingsmogelijkheden die de wetswijziging biedt én te beschrijft hoe daar in Vlaardingen invulling aan te geven. De nieuwe wet zet de gemeenteraad immers nadrukkelijker ‘aan de knoppen’ om haar controletaak optimaal te benutten, beter te kunnen sturen en beter regie te kunnen voeren. Deze nota beschrijft het beleid met betrekking tot de GR-en verder door nader in te gaan op de algemene achtergronden van GR-en: de beleidsuitgangspunten voor toetreding, de (bestuurlijke) taak- en rolverdeling en het huidige sturingsinstrumentarium (H. 2). Hoofdstuk 3 staat stil bij de wetswijziging en de mogelijkheden die deze de gemeenteraad biedt haar kaderstellende en controlerende rol te versterken. Hoofdstuk 4 introduceert de risicoanalyse als instrument voor de gemeenteraad om de wijze van sturing op individuele GR-en te bepalen.

Hoofdstuk 5 is de samenvatting.

3

2 Gemeenschappelijke regelingen 2.1 Gemeenschappelijke regelingen in relatie tot Verbonden Partijen In gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente bevoegdheden over aan (het bestuur van) een regionaal, interbestuurlijk samenwerkingsverband. Gemeenschappelijk regelingen zijn een onderdeel van het bredere geheel van Verbonden Partijen waarbij een gemeente aangesloten is. De overige Verbonden Partijen zijn publiek-private samenwerkingen. Dit kunnen stichtingen, verenigingen, coöperaties en vennootschappen zijn. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

Verbonden Partijen Alle samenwerkingen van de gemeente Vlaardingen

Gemeenschappelijke regelingen De samenwerkingen tussen overheden

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt in het eerste artikel de definitie van een verbonden partij genoemd. In Artikel 1, lid 1 sub b staat: “...Een Verbonden Partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft...”

Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (BBV: art. 1, lid 1 sub c). Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht (BBV; artikel 1, lid 1 sub d). Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een collegelid, een raadslid of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de gemeente in een verbonden partij stemrecht heeft. Dit betekent dat wanneer sprake is van zowel een financieel belang als van een bestuurlijk belang van de gemeente de samenwerking wordt gezien als een verbonden partij. Er is geen sprake van een verbonden partij als er: • Wel financiële betrokkenheid is, maar geen financieel belang. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er slechts subsidie wordt verstrekt. • Uitsluitend een financieel risico is bijvoorbeeld bij een verstrekken van een lening of het garant gaan staan door de gemeente. • Uitsluitend een bestuurlijk belang is bijvoorbeeld in het geval een portefeuillehouder de positie van commissaris bekleedt.

• Een financieel belang is en sprake van een bestuursfunctie op persoonlijke titel. • Louter sprake is van een benoemingsrecht of voordrachtsrecht. Bovenstaande geldt dus voor alle samenwerkingen die de gemeente kent, dus ook voor gemeenschappelijke regelingen.

4

2.2 Wettelijk kader Artikel 135 van de Grondwet biedt een basis voor samenwerking tussen verschillende openbare lichamen, in het bijzonder voor gemeenschappelijke regelingen. Van belang daarbij is de relatie met de gemeentelijke autonomie, zoals neergelegd in artikel 124 Grondwet. Samenwerken is op basis van de Grondwet dan ook niet verplicht, maar komt voort op initiatief van bestuursorganen zelf, of wordt in sommige gevallen verplicht op basis van lagere regelgeving. Op grond van de Gemeentewet (art. 160) en Wgr is participatie in een GR mogelijk ter behartiging van een daarmee te dienen openbaar/publiek belang. Een gemeenschappelijke regeling is een besluit tot tijdelijke of langdurige samenwerking tussen bestuursorganen van gemeenten, provincies, waterschappen, rechtspersonen of andere openbare lichamen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die bestuursorganen. Een gemeenschappelijke regeling kan meerdere verschijningsvormen hebben, zoals een raadsregeling, een collegeregeling, een burgemeestersregeling of een gemengde regeling. In een GR worden vaak primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter belegd. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur, waarbij de Wgr regelt hoe de een gemeenschappelijke regeling moet worden ingericht.

De Wgr beschrijft in artikel 8 de voorwaarden voor de diverse verschijningsvormen, zoals een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan en een bedrijfsvoeringorganisatie. Op grond van artikel 26 lid jo. artikel 136 Wgr wordt in een openbaar elektronisch register1 de krachtens deze wet getroffen regelingen bijgehouden. Hierin staan onder meer per getroffen regeling de overgedragen bevoegdheden benoemd. Op dit moment neemt gemeente Vlaardingen deel aan acht gemeenschappelijke regelingen2. Alle in de vorm van een openbaar lichaam:

Naam Metropoolregio Rotterdam Den Haag Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond DCMR Milieudienst Rijnmond GGD Rotterdam Rijnmond Rogplus Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Stroomopwaarts Regionale Belasting Groep

2.3 Uitgangspunten voor deelname aan gemeenschappelijke regelingen Aan deelname aan gemeenschappelijke regelingen liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag3: •

Indien geen sprake is van een publiek belang 4 laat de gemeente de taak over aan een marktpartij of het particulier initiatief. Het aangaan van een samenwerkingsverband is een middel om maatschappelijke effecten en (beleids)doelen zo mogelijk beter te realiseren.

1 Contactgegevens Gemeenschappelijke regelingen | Overheid.nl 2 Een uitgebreidere beschrijving van deze GR-en is opgenomen in de paragraaf Verbonden Partijen in de

programmabegrotingen. 3 Deze gelden overigens voor álle verbonden partijen, dus ook de publiek-private samenwerkingen. 4 Hiervan is sprake als het een maatschappelijk belang betreft waarin de markt niet of onvoldoende kan voorzien, doordat het niet in de eerste plaats gaat om winstgevendheid, maar om algemeen nut.

5

•

•

De beslissing tot het aangaan van het samenwerkingsverband moet passen binnen de gekozen uitgangspunten en moet een resultante zijn van een solide beleidsmatige en financiële afweging met oog voor varianten en alternatieven. Daarnaast moeten bij de beslissing de redenen om een aan te gaan vermeld worden en de risico’s zorgvuldig en transparant afgewogen zijn. De gemeente moet soms vanuit wet- en regelgeving deelnemen aan een Verbonden Partij, zoals bijvoorbeeld de veiligheidsregio en de GGD. Daarnaast zijn er grosso modo zes redenen om vrijwillig een gemeenschappelijke regeling aan te gaan: 1. Efficiencyvoordeel: bijvoorbeeld samen met andere gemeenten de kosten van een gezamenlijk ambtelijk apparaat delen. 2. Kennisvoordeel: de gemeente kan gebruik maken van gespecialiseerde kennis en expertise die ze zelf niet in huis heeft. 3. Katalysatorfunctie: de gemeente brengt samen met anderen activiteiten op gang die zonder de initiërende rol van de gemeente niet of moeilijker van de grond zouden komen. 4. Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen. 5. Vermindering van de kwetsbaarheid: door samenwerking met derden (als gevolg van bijvoorbeeld schaalgrootte) kan de gemeente kwetsbaarheid verminderen. 6. Krachtenbundeling: door gezamenlijk als een sterkere actor richting landelijke politiek of private aanbieder van voorzieningen te kunnen optreden.

De volgende risico’s moeten in de afweging om het samenwerkingsverband te starten worden meegenomen. 1. Bestuurlijke risico’s: de gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen, maar heeft minder invloed op de wijze waarop de activiteit wordt uitgevoerd. De invloed is beperkt doordat de individuele gemeente geen beslissende stem heeft in de besluitvorming bij de Verbonden Partij. De besluitvorming vindt plaats met alle deelnemende Partijen. Daarnaast zijn de beïnvloedingsmogelijkheden minder direct vanwege de afstand. Dat is anders dan in de formele verhouding tussen gemeenteraad en college. 2. Financiële risico’s: financiële tekorten bij gemeenschappelijke regelingen komen ten laste van de eigenaar en daarmee bij de gezamenlijk deelnemende partijen. 3. Professionele risico’s: het voldoende in huis houden van expertise en vaardigheden om de gewenste prestatie te formuleren, de geleverde prestatie te kunnen beoordelen en als gesprekspartner te acteren richting de Verbonden Partij. 4. Rolvermengingsrisico: de gemeente als eigenaar/bestuurder heeft soms andere belangen dan de gemeente als opdrachtgever/klant. Deze dubbelrollen kunnen aanleiding geven tot discussie.

2.4 Weerstandsvermogen & risicobeheersing Vanuit financieel oogpunt moet met twee zaken rekening worden gehouden bij het aangaan van een GR. In de eerste plaats het weerstandsvermogen van de GR of van gemeente Vlaardingen ten behoeve van de GR en in de tweede plaats een eventueel positief financieel resultaat bij de GR. Wij hanteren wat dit betreft twee uitgangspunten: 1. De gemeenschappelijke regeling wordt geacht zelf een adequaat risicobeheersing vorm te geven. Hierbij is het wenselijk dat ook een passend weerstandsvermogen wordt gevormd. Op deze manier kan het risico zelfstandig door de GR worden opgevangen. Wel is het verstandig om hierover een bandbreedte en een methodiek voor vast te leggen. Daarbij moet rekening gehouden worden met de eigenheid van de GR en eventueel bijzondere omstandigheden die zich kunnen voordoen. Bij een Gemeenschappelijke regeling is voornamelijk een buffer voor de risico’s nodig. In hoofdstuk 4 wordt

6

het voorstel gedaan jaarlijks een risicoanalyse uit te voeren, op basis waarvan tot aanvullende maatregelen kan worden besloten. 2. Een positief resultaat wordt zo nodig ingezet ter versterking van het noodzakelijke eigen vermogen. Wat daarboven niet nodig is, vloeit in beginsel terug naar de gemeente. Omdat dit een begrotingswijziging betreft zal dit voorgenomen besluit voor zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten. Om tijdig inzicht in het resultaat (negatief of positief) te hebben, vragen wij de samenwerkingsverbanden om hier tijdig inzicht in te hebben en de deelnemende gemeenten hierover te informeren. Daarbij ook de vraag om aan te geven hoe zij verwacht met dit resultaat te zullen omgaan.

2.5 Rollen, bevoegdheden en sturingsinstrumenten Voor wat betreft de rollen tussen gemeenteraad en college blijft het uitgangspunt gelijk, ongeacht of het college ervoor kiest om taken binnen de interne ambtelijke organisatie of bij een GR te beleggen. De GR is immers ‘slechts’ een (gezamenlijk) middel om de (lokale) bestuurlijke ambities te realiseren. Het moet worden gezien alsof de taak van de GR belegd is in de eigen organisatie. De gemeentelijke begrotingsdoelstellingen moeten met minimale risico’s zo efficiënt en effectief mogelijk worden gerealiseerd. Bij sturing op gemeenschappelijke regelingen is het aan de gemeente om toe te zien dat een GR de overeengekomen opdracht realiseert binnen de afgesproken beleidsinhoudelijke en financiële kaders. Het tijdig signaleren van kansen en bedreigingen door bijvoorbeeld zorgvuldig risicomanagement is daarbij van groot belang. Daarnaast moet de GR rechtmatig opereren en rapporteren, adequaat reageren op nieuwe (wettelijke) ontwikkelingen en transparant zijn in de informatievoorziening. Is dit niet het geval dan is bijsturing vanuit de gemeente noodzakelijk. De gemeente heeft niet het alleenrecht om bij te sturen. Dit vindt altijd in overleg plaats met andere deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hebben allemaal een eigen rol hierin.

2.5.1 Gemeenteraad Bij de gemeenschappelijke regelingen zijn de rollen van de gemeenteraad als kadersteller en controleur van belang. Door het vaststellen van de programmabegroting van de gemeente zelf stelt de gemeenteraad de kaders vast (recht van budget) voor alle gemeenschappelijke regelingen. Samen met de door de gemeenteraad vast te stellen jaarrekening vormt de begroting de basis van de kaderstellende en controlerende taak. De kaderstellende en controlerende taak met betrekking tot GR-en houdt in dat de gemeenteraad controleert of de GR de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert, of het leidt tot het gewenste effect en of het college dit goed bewaakt en bijstuurt waar nodig. Op dit moment geeft Vlaardingen hier als volgt invulling aan:

•

Wensen en bedenkingen bij voorgenomen samenwerking Het college neemt het initiatief voor deelname aan een GR en legt ter goedkeuring een voorstel voor aan de gemeenteraad. Bij de keuze voor samenwerking gaat het altijd om het afwegen van belangen en om een afweging van de voor- en nadelen (zie bijlage 1). Hierbij wordt de vraag meegenomen hoeveel invloed de gemeente (nog) wil uitoefenen op een gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraad bepaalt wat bij de publieke taak hoort en stelt de kaders vast. Daarom wordt de gemeenteraad bij ieder voornemen tot deelname (of tot aanpassingen van een GR) gevraagd een oordeel te vormen over de vraag of de activiteiten, die de GR voor de gemeente gaat uitvoeren, wel bij het publieke belang horen. Om dit vorm te geven beslist het college over deelname, nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Daarnaast stelt de gemeenteraad kaders bij een concreet besluit tot

7

deelname. Hierbij kan de gemeenteraad aandacht besteden aan algemene uitgangspunten en aan de manier waarop de gemeenteraad betrokken en geïnformeerd wil worden. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen geeft de gemeenteraad bij toetreding meer mogelijkheden om te sturen (zie hoofdstuk 3).

•

Kadernota Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt v55r 30 april van het volgende begrotingsjaar, de algemene financiële en beleidsmatige kaders. De gemeenteraad hoeft formeel niets met de kadernota te doen, anders dan deze natuurlijk voor kennisgeving aan te nemen. In de Vlaardingse praktijk vormen deze kadernota’s input voor de Voorjaarsnota.

•

Vaststelling zienswijze conceptbegroting Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet het dagelijks bestuur van de GR 12 weken voorafgaand aan beoogde vaststelling van de begroting door het Algemeen Bestuurd de financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar én de voorlopige jaarrekening aanbieden. De gemeenteraad heeft vervolgens de mogelijkheid om binnen uiterlijk 12 weken een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting. Het algemeen bestuur van de GR stelt vervolgens de begroting vast. In Vlaardingen is het gebruikelijk om de conceptbegrotingen van álle GR-en tegelijkertijd te bespreken in de gemeenteraad. Op deze manier kan de gemeenteraad de begrotingen én de eventuele zienswijze in onderlinge samenhang beoordelen. Het college van B&W bereidt hiervoor de raadsvoorstellen met zienswijzes voor, inclusief een overkoepelend samenvattend raadsmemo. Tijdens voorafgaande commissiebehandeling of separate informatie bijeenkomst is het mogelijk om een lid van de directie van een of meerdere gemeenschappelijke regelingen uit te nodigen om een toelichting op de stukken te komen geven. Daarnaast wordt alle gemeenschappelijke regelingen gevraagd hun inhoudelijke meerjarenbeleidsplan (1x per 4 jaar) aan de gemeenteraad voor te leggen. Dit is een verzoek van de gemeente aan de Gemeenschappelijke Regelingen en kan niet worden afgedwongen.

•

Vaststelling zienswijze begrotingswijzigingen Afhankelijk van de afspraken die in de individuele regelingen zijn vastgesteld, geldt bovenstaande in principe ook voor tussentijdse begrotingswijzigingen. Bijvoorbeeld voor wijzigingen die impact hebben op de deelnemersbijdragen.

•

Jaar- en tussenrapportages Elke GR is verplicht om de voorlopige jaarrekening v55r 30 april ter kennisgeving toe te zenden aan de gemeenteraad. Deze stukken zijn in de regel onderdeel van het raadsvoorstel over de zienswijze op de conceptbegrotingen. Na vaststelling door het Algemeen Bestuur ontvangt de gemeenteraad ter kennisgeving ook de definitieve jaarstukken.

•

P&C-stukken Vlaardingen De gemeenschappelijke regelingen worden jaarlijks in de gemeentelijke P&C-cyclus vermeld in de paragraaf Verbonden Partijen in zowel de programmabegroting als de jaarstukken. In de programmabegroting wordt een schets gegeven over hoe de gemeente Vlaardingen betrokken is bij Verbonden Partijen en hoe de Verbonden Partijen wordt ingezet voor de uitvoering van de taken. Hierin komen vragen aan bod als welk openbaar belang wordt gediend, welk belang heeft de gemeente daarin, wat zijn de (actuele) ontwikkelingen, wat zijn de (bestuurlijke en financiële risico’s en hoe die te beheersen. De paragraaf is geen rechtstreekse sturingsmogelijkheid op de gemeenschappelijke regelingen, maar geeft wel informatie op basis

8

waarvan de gemeenteraad een afweging kan maken hoe om te gaan met de GR. Het kan op basis hiervan om meer informatie vragen of ter verantwoording roepen. In de jaarstukken legt het college verantwoording af over het door de Verbonden Partijen gevoerde beleid.

• Raadsvergaderingen Standaard agendapunt van elke gemeenteraadsvergadering is Actualiteiten gemeenschappelijke regelingen. Dit biedt zowel college als gemeenteraad de mogelijkheid om relevante onderwerpen uit de GR-en te bespreken. Om wat dieper op Gemeenschappelijke Regelingen in te gaan, kan er ook gekozen worden voor een vast agendapunt gemeenschappelijke regelingen tijdens de raadscommissie.

2.5.2 College van Burgemeester en Wethouders Het college is verantwoordelijk voor uitvoering van gemeentelijk beleid binnen de bestuurlijke kaders zoals die zijn vastgelegd in de begroting. Indien gekozen is deze uitvoering in samenwerking met een gemeenschappelijke regeling te realiseren, zal het college als opdrachtgever zicht moeten houden op uitvoering, prestaties, kosten en risico's en of de uitvoering en de prestaties ook bijdragen aan het gewenste effect van de GR. Van belang om te realiseren is dat het college meer op afstand staat van de uitvoering. Er is minder directe invloed, hetgeen het belang van afstemming met andere deelnemers groter maakt. Het college bewaakt de continuïteit en zal waar dat nodig is bijsturen. De tijdige en adequate informatievoorziening aan de gemeenteraad is cruciaal bij het nemen van besluiten of bij belangrijke ontwikkelingen bij de gemeenschappelijke regeling. Zeker nu de WGR is gewijzigd en de gemeenteraad meer in haar controlerende positie is gebracht. Zowel bij de taken die belegd zijn binnen de eigen organisatie als die belegd zijn in een GR is er voor het college geen verschil van het verstrekken van informatie aan de gemeenteraad. Er geldt een informatieplicht. Het college heeft ten aanzien van een gemeenschappelijke regeling twee rollen: de opdracht gevende rol en een vertegenwoordigende rol in het bestuur van de Verbonden Partij.

Ten aanzien van de vertegenwoordigende rol kiest het college uit haar midden een vertegenwoordiger om zitting te in het Dagelijks Bestuur en/of Algemeen Bestuur. In het bestuur vertegenwoordigt de individuele bestuurder de regionale belangen van de GR. Om (ambtelijk en) bestuurlijk meer gewicht in de schaal te leggen, kan er gezamenlijk worden opgetrokken. Een gezamenlijk standpunt van de gemeenten Maassluis, Schiedam en Vlaardingen legt meer gewicht in de schaal en maakt sturen beter mogelijk. Dat vraag om goede afstemming en goede samenwerking. Zowel ambtelijk als bestuurlijk vindt er dan ook, waar mogelijk en waar zinvol, afstemming plaats.

9

3 Wetswijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. De wet Versterken van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen geeft de gemeenteraad meer mogelijkheden om betrokken te zijn bij gemeenschappelijke regelingen. Deze wet zorgt voor meer instrumenten van de gemeenteraad om grip te krijgen op gemeenschappelijke regelingen. Deze wet is een wijziging op de bestaande Wet gemeenschappelijke regelingen. Zo krijgt de gemeenteraad meer invloed op besluiten van een GR en worden de mogelijkheden van volksvertegenwoordigers om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regeling te versterken aangepast en uitgebreid. Ook wordt de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een GR vergroot en krijgen raadsleden meer invloed op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en de verplichting om afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers. Op deze manier bestaat vooraf al duidelijkheid bij alle deelnemers over de (financiële) gevolgen die een eventuele uittreding met zich mee brengt.

Daarnaast komen er extra controlebevoegdheden, zoals de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling als geheel. Samengevat biedt de wetswijzingen gemeenteraden mogelijkheden om, meer, beter en nadrukkelijker ‘aan de knoppen’ zitten. De wijzigingen zijn op hoofdlijnen in te delen in drie categorieën: 1. Het versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen: • Bij het toetreden, uittreden of het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling, hebben gemeenteraden de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen bij de ontwerpregeling; Deze bevoegdheid is ingegaan op het moment van inwerkingtreding van de Wgr per 1 juli 2022. Dit betekent dat in voorkomende gevallen vanaf heden een ontwerpbesluit tot toetreding, uittreden of wijzigen van een GR door AB (via B&W) voor een zienswijze zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad, tenzij er slechts sprake is van een te treffen noodzakelijke voorziening (technische wijziging). De termijn voor indienen van een zienswijze is acht weken. B&W bereiden de zienswijze voor in overleg met de gemeenteraad. •

Verruiming van de mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes anders dan bij een begrotingsprocedure op het moment dat de gemeenschappelijke regeling dit vastlegt; Alleen voor de begrotingsprocedure (inclusief begrotingswijzigingen) is het vragen van een zienswijze op basis van Wgr verplicht5. Het is denkbaar dat het ook wenselijk is dit voor andere besluiten te regelen, afhankelijk van het inhoudelijk belang of de financiële risico’s. In dat geval is aanpassing de regeling mogelijk. De gewijzigde Wgr verplicht hierover afspraken op te nemen in de GR. Ook wanneer géén zienswijzen worden gebruikt.

•

Introductie gemeenschappelijke (regionale) adviescommissie waarin raadsleden zitting hebben (op voorstel van de raden en ingesteld door de gemeenschappelijke regeling). De gemeenschappelijke adviescommissies kunnen functioneren als een ‘vooruitgeschoven post’ van de gemeenteraden en ook zienswijzen namens die gemeenteraden voorbereiden;

5 In de gemeenschappelijke regeling kan op basis van Artikel 35, lid 6 Wgr, worden bepaald ten aanzien van

welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken.

10

Dit betreft een bevoegdheid van het Algemeen Bestuur van GR om deze in te richten, wanneer alle gemeenteraden daartoe gezamenlijk verzoeken. Op basis van de risicoanalyse (zie paragraaf 4.1 en verder) kan uw gemeenteraad verzoeken hiertoe initiatief te nemen. Op het moment dat een commissie is ingericht, kan uw gemeenteraad alsnog besluiten geen lid aan te wijzen. Deze afweging kan in voorkomende gevallen gebaseerd worden op de genoemde risicoanalyse. •

Er wordt een verplichte keuze gemaakt over participatie (inspraak van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven); => De wetswijziging verplicht gemeenschappelijke regelingen hierover afspraken te maken. Dit betreft dus een wijziging van de gemeenschappelijke regelingen die de GR zelf dient voor te bereiden en vóór 1 juli 2024 geïmplementeerd dient te zijn. Omdat het een wijziging van de GR betreft, geldt hiervoor de instemmingsplicht en zienswijzemogelijkheid van de gemeenteraad.

•

Actieve informatieplicht (vergelijkbaar met de actieve informatieplicht van colleges aan gemeenteraden); =>Deze bepaling geldt al per 1 juli 2022. Hoe wij hier in Vlaardingen mee wensen om te gaan en wat dat betekent komt in het vervolg van deze nota in hoofdstuk 4 aan de orde.

•

Introductie vergoeding voor lidmaatschap gemeenschappelijke adviescommissies en adviseurs; => Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke onderzoekscommissie, zoals geïntroduceerd met de wetswijziging, kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de reguliere vergoeding voor het raadslidmaatschap. Hierover hoeven geen afspraken in de gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd. Op het moment dat besloten wordt tot oprichting van -en deelname kunnen raadsleden hier aanspraak op maken.

2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden: • Introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht (vergelijkbaar met het recht van enquête, bij het toepassen daarvan moeten alle betrokken gemeenteraden instemmen); => Het recht van onderzoek hoeft niet in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen. Gemeenteraden kunnen vanaf 1 juli 2022 gebruik maken van dit recht. •

Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid van de lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling; => De Rekenkamer Vlaardingen is al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging betreft slechts een verduidelijking en geen nieuwe bevoegdheid.

3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling: • Er moeten afspraken worden gemaakt over het wel of niet periodiek evalueren van de gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraden besluiten hierover; => Ook dit betreft een verplichting om in een regeling over dit onderwerp afspraken vast te leggen. Niet alle gemeenschappelijke regelingen hebben al een bepaling omtrent een

11

periodieke evaluatie. Daarom schrijft deze bepaling voor dat er afspraken gemaakt moeten worden. Dat kan ook de afspraak zijn niet te evalueren. In voorkomende gevallen betekent dit dus een wijziging van de gemeenschappelijke regelingen. De GR-en bereiden deze voor met het oog op implementatie vóór 1 juli 2024. Omdat het een wijziging van de GR betreft, geldt hiervoor de instemmingsplicht en zienswijzemogelijkheid van de gemeenteraad. Ook kan de gemeenteraad altijd op basis van de risicoanalyse (zie hoofdstuk 4) het verzoek indienen de GR op dit onderdeel aan te passen. Stroomopwaarts en de MRDH hebben hierover in hun huidige regelingen al expliciete bepalingen opgenomen. •

Er moeten afspraken worden gemaakt over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over de uittreding van een gemeente wanneer deze de gemeenschappelijke regeling verlaat. Er moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen van het vermogen van de gemeenschappelijke regeling wanneer een gemeente de gemeenschappelijke regeling verlaten. => Ook dit betreft een verplichting om in een regeling over dit onderwerp afspraken vast te leggen (zie voor het overige de opmerkingen hierboven bij periodieke evaluatie).

•

Betere aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeentelijke cyclus (meer maatwerkmogelijkheden bij aanleveren stukken, meer tijd voor indienen zienswijze op de conceptbegroting). => De termijnen voor de indiening van de kadernota (van 15 april naar 30 april), ontwerpbegroting (van 8 weken naar 12 weken voor vaststelling) en begroting (van 1 augustus naar 15 september) zijn in de Wgr aangepast. Ook heeft de gemeenteraad nu meer tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven (van 8 naar 12 weken) en ontvangen zij de kadernota later (30 april in plaats van 15 april). Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022, zonder dat de GR-en te hoeven worden aangepast.

Onze gemeenschappelijke regelingen hebben twee jaar tijd om hun regeling, indien noodzakelijk, op basis van bovenstaande aanpassingen te veranderen. Dat betekent dat deze wijzigingen dus uiterlijk 1 juli 2024 moeten zijn doorgevoerd. Het initiatief hiervoor ligt primair bij de besturen van de GR-en. Uiteraard kan uw gemeenteraad nadien ook (tussentijds) verzoeken een regeling te veranderen. Op basis van de aanpassing in de wet zal een GR een wijzigingsvoorstel voorafgaand aan definitieve besluitvorming voor een zienswijze aan uw gemeenteraad moeten voorleggen. De bepaling die gemeenteraden de mogelijkheid biedt tot het geven van zienswijze over het ontwerp van een gewijzigde regeling is namelijk per 1 juli 2022 al in werking getreden. Dit geldt ook voor het onderzoeksrecht van de gemeenteraad, de aangepaste begrotingstermijnen en de actieve informatieplicht. Voorstel is om uw te zijner op te stellen zienswijzen mede te bepalen op het risicoprofiel van de individuele gemeenschappelijke regeling. Hoofdstuk 4 is hieraan gewijd.

12

4 Sturingspakketten 4.1 Risicoanalyse De wijze waarop de gemeenteraad tot nu sturing geeft is beschreven in hoofdstuk 2. Dit gebeurt vooral op basis van de eigen P&C-cyclus en die van de gemeenschappelijke regelingen. Vanuit de gemeenteraad komt niet zelden de opmerking ‘dat het een enorme stapel stukken was’ eraan toevoegend ‘dat er eigenlijk weinig over te besluiten viel'. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 heeft de wetswijziging van de Wgr tot doel de gemeenteraad instrumentarium te bieden om nadrukkelijker te kunnen sturen op gemeenschappelijke regelingen. Voldoende inzicht in de GR-en, door inhoudelijk en financieel adequate informatie, is een essentiële voorwaarde om goed te kunnen sturen. Voor GR-en geldt op grond van de Wgr een actieve en een passieve informatie- en verantwoordingsplicht tegenover het college en de gemeenteraad. De informatieplicht is met de wijziging van de Wgr verder uitgebreid. Gemeenten mogen verwachten dat zij actief worden geïnformeerd over belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid en/of de financiële positie. Zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur heeft een informatieplicht aan alle colleges en gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

Hierbij worden de gemeenschappelijke regelingen verzocht om hun informatie gelijktijdig zowel aan het college als aan de gemeenteraad te verstrekken Om de gemeenteraad in staat te stellen een goed oordeel te vellen, is het belangrijk om goede afspraken over de informatievoorziening te maken zodat het belang van de voorgelegde stukken ten aanzien van de specifieke GR goed kan worden geduid. Bovendien is de spanning of druk die er op een GR zit wisselend. Het zou in het kader van een goede en zorgvuldige afweging, maar ook om de gemeenteraad goed in haar kaderstellende en controlerende rol te faciliteren, goed zijn om te prioriteren in informatievoorziening. Deze prioritering zal plaatvinden op basis van een jaarlijks uit te voeren risicoanalyse. Deze analyse, waaruit de GR-en met een hoog risicoprofiel volgen, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de GR-en met een hoog risicoprofiel ook door de gemeenteraad extra gevolgd. Als aanvulling op de reguliere basisinformatievoorziening in het kader van de P&C-cycli, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk 6. De risicoanalyse gebeurt aan de hand van de volgende criteria: • De omvang van het maatschappelijk belang Gemeenschappelijke Regelingen dienen over het algemeen een openbaar of maatschappelijk belang.

De mate waarin de (lokale) keuzes mogelijk en wenselijk zijn met betrekking tot de invulling en uitvoering van de betreffende taak kan hierbij verschillen. Bij een GR die werkzaamheden uitvoert met een groot maatschappelijk belang, zal de politiek bestuurlijke (bij)sturingsbehoefte groot zijn. Is er geen maatschappelijk belang dan worden rendement en risico tegen elkaar afgewogen.

• Het financiële belang of de risico's Hoe meer gemeentelijke middelen er omgaan in een regeling, hoe groter de behoefte aan sturing zal zijn. Hierbij is de mate van inkadering van bestedingen en de omvang van eventuele financiële risico's van belang. Uitgangspunt is dat een GR geen onnodige reserves opbouwt. Per regeling zal een bovengrens worden gehanteerd. Indien uitsluitend sprake is van een financieel belang kan afbouwen van de deelneming worden overwogen.

6 Voor sommige GR-en, zoals bijvoorbeeld de GRJR en Rogplus geldt deze situatie nu al. Op basis van de risico-

analyse wordt dit herzien, dan wel geformaliseerd.

13

•

De mate van beïnvloeding De vorm van de samenwerking is bepalend voor de mate waarin invloed kan worden uitgeoefend. Het spreekt voor zich dat wanneer de gemeente een minder zwaarwegende stem heeft in het beleid van een GR, de sturing minder nadrukkelijk is en mede afhankelijk is van de medestanders van het gemeentelijk standpunt verkondigd in de gemeenschappelijke regeling.

•

De actualiteit Het kan zijn dat een GR aan de vooravond staat van een groot project of dat er een nieuw jaar na een veranderopgave wordt ingegaan of dat er net een grote bezuinigingsopgave is geweest. Het kan zijn dat de gemeente Vlaardingen net is toegetreden tot een verbonden partijen. Er verandert dan tijdelijk iets of er is een tijdelijke reden om waardoor het raadzaam is extra alert te zijn op een GR. De actualiteit kan een reden zijn om een gemeenschappelijke regeling (tijdelijk) extra te volgen.

4.2 Risicoprofielen Op basis van bovenstaande criteria, maken B&W in afstemming met de gemeenteraad (in overleg met de Auditcommissie) een risicoanalyse waaruit de mate van sturing volgt. Nogmaals, dit geldt dus voor extra sturing door de gemeenteraad op GR-en. De informatievoorziening tijdens de P&C-cyclus van zowel de GR-en zelf als de gemeente Vlaardingen gaat onverminderd door. Extra is dat de gemeenteraad eens per jaar op basis van de risicoanalyse besluit welke gemeenschappelijke regeling(en) extra in de gaten gehouden zullen worden. Uit de te houden risicoanalyse volgt een risicoprofiel. Dit risicoprofiel bepaalt de mate van sturing door de gemeenteraad. Aan dit risicoprofiel hangt een classificatie. Bij de classificatie hoort een bijbehorend pakket aan sturing- en toezichtmogelijkheden Er worden vijf verschillende risicoprofielen onderscheiden: 1. Laag 2. Laag/gemiddeld 3. Gemiddeld 4. Gemiddeld/hoog 5. Hoog

De analyse gebeurt aan de hand van vragen, zoals opgenomen in bijlage 1. Dit is een hulpmiddel voor de risicoanalyse op financieel en bestuurlijk/inhoudelijk gebied. Er zal altijd interpretatie van de beantwoording nodig zijn om uiteindelijk de classificatie te bepalen. Eerder is aangegeven dat ook de

14

mate van invloed op een gemeenschappelijke regeling en de actuele situatie kan vragen om extra zicht op een GR. Daarom zullen ook de volgende vragen worden betrokken bij de classificatie: • Wat is de mate van invloed van de gemeente op de gemeenschappelijke regeling? • De urgentie om een gemeenschappelijke regeling vanwege de actuele situatie extra te volgen is...?

4.3 Sturingspakketten Door de verschillende risicoanalyses te koppelen aan de gewenste mate van sturing ontstaat een pakket aan sturingsmogelijkheden voor een GR. Wanneer uit het risicoprofiel blijkt dat het extra volgen van- en toezicht houden op een gemeenschappelijke regeling gewenst is, wordt er aan de desbetreffende GR een sturingspakket verbonden. Bij deze GR zal het ambtelijk en bestuurlijk contact worden geïntensiveerd en zullen onder andere de prestatieafspraken en risico's nauwlettender worden gevolgd. Deze intensivering van de sturing stelt het college bovendien in staat om de gemeenteraad accuraat te informeren. Er zijn drie sturingspakketten: Brons, Zilver en Goud. Risicoprofiel 1. Laag 2. Laag / gemiddeld 3. Gemiddeld 4. Gemiddeld / Hoog 5. Hoog

Pakket aan sturingsmaatregelen Brons pakket Brons Pakket Zilver Pakket Zilver Pakket Goud Pakket

Overwegen om extra te volgen? Nee Nee Kan, na goede afweging Kan, na goede afweging Ja

Brons Pakket Gemeenschappelijke regelingen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en een laag financieel risico loopt worden ingedeeld in het Brons Pakket. De gemeenteraad wordt over Gemeenschappelijke Regelingen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Dit gebeurt in de paragraaf Verbonden Partijen waar dus zowel publieke als publiek-private samenwerkingen zijn opgenomen. Deze paragraaf bevat ten minste: • De visie op Verbonden Partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; • De beleidsvoornemens omtrent Verbonden Partijen; • De lijst van Verbonden Partijen (publieke en publiek-private samenwerkingen). Artikel 15 (BBV) schrijft voor welke informatie in de lijst van Verbonden Partijen moet worden opgenomen. De lijst Verbonden Partijen bij de gemeentelijke programmabegroting en jaarstukken bevat per Verbonden Partij o.a.

de volgende gegevens; • De naam en de vestigingsplaats; • Het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt; • Het belang dat de gemeente in de Verbonden Partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; • De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de Verbonden Partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; • De verwachte omvang van het financiële resultaat van de Verbonden Partij in het begrotingsjaar; • De financiële gemeentelijke bijdrage in het betreffende jaar; • De beleidsvoornemens voor het betreffende jaar in de programmabegroting en de realisatie van de beleidsvoornemens in de jaarstukken • De eventuele risico’s als bedoeld in artikel 11 lid 1 onderdeel B BBV van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.

15

Indien, gelet op het tijdschema van het gemeentelijk proces van het opstellen van de jaarstukken, (nog) geen definitieve jaarrekening van een organisatie beschikbaar is, dan wordt bij het opstellen van de paragraaf Verbonden Partijen en het overzicht van Verbonden Partijen uitgegaan van de meest recente prognoses voor de relevante gegevens. Vanzelfsprekend wordt de gemeenteraad conform de actieve informatieplicht van het college geïnformeerd als zich tussentijds belangrijke ontwikkelingen voordoen. Het Bronzen pakket is feitelijk grotendeels een voorzetting van de huidige werkwijze van de gemeenteraad en de gemeente betreffende Verbonden Partijen, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Zilver Pakket Gemeenschappelijke Regelingen waarbij de gemeente een Middel of Middel/hoog bestuurlijk-financieel risico loopt worden ingedeeld in het Zilver pakket. Aanvullend op het Brons pakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage van de gemeente geïnformeerd over deze gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast zal het bestuurlijke en ambtelijke overleg met deze gemeenschappelijke regelingen intensiever zijn dan bij de Partijen in het Brons Pakket. Tot slot worden deze gemeenschappelijke regelingen ook periodiek geagendeerd in het college. Te overwegen is om deze gemeenschappelijke regelingen eens per half jaar (of kwartaal) ter informatie te agenderen in de raadscommissie.

Goud Pakket Gemeenschappelijke regelingen waarbij de gemeente op basis van de risicoanalyse een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt, worden ingedeeld in het Goud pakket. Aanvullend op het Zilveren pakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke overleg nog verder geïntensiveerd met deze GR-en. Dit houdt bijvoorbeeld in dat: • De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de P&C documenten van de gemeenschappelijke regeling. Naast begroting en jaarstukken, gaat het daarbij om tussentijdse rapportages. • Zo nodig wordt de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd (ook buiten de P&C documenten om); niet alleen financieel maar ook op de inhoud. • Er is een (nog) hogere frequentie van bestuurlijk en ambtelijke overleggen. • De focus bij het rapporteren zit in het risico’s, financieel en inhoudelijk, die de gemeente loopt. Door de nieuwe wetgeving is het voor de gemeenteraad mogelijk per GR een gemeenschappelijke adviescommissie in het leven te roepen waar raadsleden als ‘vooruitschoven posten’ fungeren. De gemeenteraad is op deze manier al in een vroeg stadium op de hoogte en kan in een vroeg stadium al betrokken zijn bij bijvoorbeeld de zienswijzenprocedure. De instelling van een adviescommissie maakt geen standaardonderdeel uit van het goudpakket.

Op basis van de jaarlijkse risicoanalyse kan de gemeenteraad verzoeken een adviescommissie als (tijdelijk) aanvullend instrument in het leven te roepen. Ditzelfde geldt voor nadere afspraken over bijvoorbeeld de informatievoorziening en evaluatiemomenten.

16

5 Samenvatting/conclusie Met name de wijziging van de Wgr en de gevolgen voor de mogelijkheid van sturing door de gemeenteraad staan in deze nota centraal. Eind 2023 volgt het tweede deel van de splitsing namelijk de Nota Verbonden Partijen Vlaardingen. Om de publiek-private samenwerkingen goed in kaart te brengen is onderzoek nodig. Voor Publiek-private samenwerkingen gelden andere criteria en andere regels dan voor de GR’en. Bovendien is tijd nodig om alle publiek-private samenwerkingen in kaart te brengen. Het college is voornemens om in 2023 dit onderzoek te doen en de bevindingen eind aan de gemeenteraad voor te leggen. Dat is bij voorbaat niet eenvoudig. Veel verbonden partijen zijn een bevoegdheid van het college. Het is dan ook maar de vraag of het aanbod aan sturingsmogelijkheden die de gemeenteraad nu heeft verder kan worden uitgebreid. Onderzoek moet dat uitwijzen. In deze Nota staat de gewijzigde Wgr en de uitbreiding van het aantal sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad centraal. Om gemeenschappelijke regelingen nadrukkelijker te volgen en om de gemeenteraad meer in positie te krijgen gaan we de volgende dingen doen: •

•

•

•

•

Reguliere informatiestroom aan de gemeenteraad blijft in tact. Bij zowel de P&C-cyclus van de gemeenschappelijke regeling als bij de P&C-cyclus van de gemeente zijn GR-en een onderdeel van de informatievoorziening. Om de gemeenteraad wat betreft gemeenschappelijke regelingen nadrukkelijker in haar controlerende en kaderstellende rol te krijgen, worden de GR-en eens per jaar door het college in overleg met de Auditcommissie gewogen. Uit deze weging komt een risicoprofiel per gemeenschappelijke regeling. Aan dit risicoprofiel hangen sturingspakketten. Hoe hoger de risico’s, des te nadrukkelijker de GR wordt gevolgd en uitgebreider de informatiestroom naar de gemeenteraad is. Deze risicoanalyse maakt onderdeel uit van het proces dat leidt tot opstelling van de zienswijzen met betrekking tot de ontwerpbegrotingen van de GR-en. Dit sluit nagenoeg aan bij onze voorjaarsnota. In regionaal verband blijven we, waar mogelijk, samenwerkingen aangaan met partners zoals de MVS-gemeenten en stemmen we standpuntbepaling op elkaar af. Met de partners in de GR-en kunnen we gezamenlijk meer gewicht in de schaal leggen. Ook zal er, waar nodig, nadrukkelijker samengewerkt worden met de colleges uit Maassluis en Schiedam. Eén keer tijdens de gemeenteraadsperiode, bij voorkeur halverwege, zullen de gemeenschappelijke regelingen integraal worden geëvalueerd.

Deze evaluatie zal worden voorgelegd aan college en gemeenteraad. Gemeenschappelijke regelingen worden intensiever gevolgd met meer informatievoorziening als gevolg. De informatiewaarde voor de gemeenteraad stijgt hierdoor, waardoor zij hun kaderstellende en controlerende taak nog beter kunnen uitoefenen.

5.1 Tot slot De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen geeft de gemeenteraad nog meer sturingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld bij het starten of het afronden van een gemeenschappelijke regeling, maar ook krijgt de gemeenteraad meer controle-instrumenten ter beschikking. Ook het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling bijvoorbeeld door het doen van een evaluatie en het verruimen van de zienswijzetermijnen. Het advies is om vooral gebruik te maken van deze extra mogelijkheden. Er ligt immers een grote kans om deze mogelijkheden te grijpen om en om als gemeenteraad beter te sturen op gemeenschappelijke regelingen.

17

Bijlagen 1 . Hulpvragen financiële en bestuurlijk/inhoudelijke analyse Hulpvragen financiële analyse In onderstaand schema is aangegeven op welke manier en aan de hand van welke hulpvragen de financiële analyse wordt uitgevoerd. De vragen richten zich voor dit onderdeel vooral op de begrippen control en governance en daarmee op sturing, beheersing en toezicht. Wanneer de beantwoording van de vragen leidt tot overwegend 'laag' dan is de conclusie van de financiële analyse ook 'laag', enzovoort Financiële analyse 1. Jaarlijkse financiële bijdrage gemeente 2. Is het weerstandsvermogen van de GR voldoende? 3. Benodigd gemeentelijk WV o.b.v. risico's GR 4. Mate van aansprakelijkheid gemeente 5. Mate van bijsturingsmaatregelen? 6. Is de bedrijfsvoering van de GR op orde? 7. Is de mate van risicomanagement GR op orde?

Laag

Gemiddeld

Hoog

Hulpvragen bestuurlijke/inhoudelijke analyse In de bestuurlijke/inhoudelijke analyse wordt ingegaan op onder meer de vertegenwoordiging en samenstelling van Gemeenschappelijke Regelingen. Begrippen als welwillendheid, invloed, leiderschap, integriteit en vertrouwen spelen een rol bij de bepaling van de bestuurlijke analyse. Bestuurlijk/inhoudelijke analyse GR 1. In hoeverre komt het Vlaardings belang overeen met het belang van de GR? 2. Is er invloed op de samenstelling van het bestuur? 3. Is Vlaardingen vertegenwoordigd in het bestuur? 4. Zijn er afspraken over doelen en prestaties? 4b. Worden de gemaakte afspraken nagekomen? 5. Is er sprake van stabiliteit en een laag verloop in het bestuur? 6. Zijn er duidelijke afspraken gemaakt over informatievoorziening? 7. In hoeverre zijn de te leveren prestaties is lijn met de gemeentelijke doelstelling?

Laag Gemiddeld Hoog

2. Checklist uitgangspunten deelname aan GR-en Als antwoord op de vraag of de gemeente wel of niet zou moeten starten of deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling (ook toepasbaar op Verbonden Partijen) is het van belang de volgende stappen/ vragen te doorlopen. Dit is het zogenaamde afwegingskader voor het aangaan van een gemeenschappelijke regeling. 1. Is er sprake van publiek belang? => Nee, aan de markt overlaten => Ja, ga naar vraag 2

18

2.

Vraagt het publieke belang om actieve of volledige betrokkenheid van de gemeente?

=> Nee, Zet de taak op afstand door bijvoorbeeld het verstrekken van een subsidie, het geven van een opdracht aan derden of introduceer regelgeving. => Ja, ga naar vraag 3 3. Kan en wil de gemeente de taak zelfstandig uitvoeren? => Ja, de gemeente gaat zelf over tot uitvoering. => Nee, ga naar vraag 4 4.

Zijn er voldoende voordelen om een Verbonden Partij aan te gaan?

=> Nee, de gemeente gaat zelf over tot uitvoering => Ja, de gemeente kan overwegen om een Verbonden Partij aan te gaan. Het afwegingskader geldt als beleidslijn wanneer de wens of mogelijkheid zich voor de gemeente Vlaardingen voordoet om een nieuwe financiële en bestuurlijke relatie aan te gaan in een Verbonden Partij. Het is een handreiking waarin het gemeentelijke beleid ten aanzien van Verbonden Partijen een plaats heeft. Het afwegingskader is niet in beton gegoten. Het aangaan van een nieuwe financiële of bestuurlijke relatie is altijd een politiek-bestuurlijk keuze. Het is van belang om de fase dat een Verbonden Partij wordt opgericht of aangegaan wel afspraken te maken over de uitvoerende- en evaluatiefase. Vooraf kan de gemeenteraad het college verzoeken om zaken als toe- en uittreding, maar ook evaluatie en tussentijdse informatievoorziening vast te leggen. Omdat dit al bij de oprichting wordt afgesproken, voorkomt dit een hoop verrassingen achteraf. Na de inhoudelijke beoordeling aan de hand van het afwegingskader volgt de vraag in welke vorm er samengewerkt zou moeten worden. Onderstaande vragen ondersteunen bij de te maken keuze: 1.

Is een rechtspersoon wenselijk of noodzakelijk?

=> Nee, overweeg dan Publiekrechtelijke instrumenten (Stuurgroep, adviescommissie, Convenant, e.d.) of Privaatrechtelijke instrumenten zoals een Maatschap, een VOF of CV. => Ja, ga naar vraag 2 2.

Heeft de privaatrechtelijke rechtsvorm de voorkeur?

=> Nee, overweeg dan een publiekrechtelijke rechtsvorm op basis van de Wgr met een rechtspersoonlijkheid: een gemeenschappelijk openbaar lichaam en bedrijfsvoeringsorganisatie => Ja, ga naar vraag 3 3.

Is het voor de mate van zeggenschap wenselijk of noodzakelijk om deel te nemen in het risicodragende vermogen van een privaatrechtelijke organisatie?

=> Nee, neem dan deel in vorm van een privaatrechtelijke organisatie bijvoorbeeld een coöperatieve vereniging, stichting of een vereniging. => Ja, neem dan deel in een andere privaatrechtelijke kapitaalvennootschap (NV of BV).

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12501918/2