CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota beantwoording zienswijze inzake ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb

Gemeenteraad 11 mei 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Nieuwe bomenverordening en grens bebouwde kom Wet natuurbescherming1.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

20210608 Nota beantwoording zienswijze inzake ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb Samenvatting In de Nota beantwoording zienswijze inzake ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb, dat ter inzage heeft gelegen van 13 april tot en met 25 mei 2021, wordt een inhoudelijke reactie gegeven op ingekomen zienswijzen. Stichting Boombehoud Vlaardingen heeft te kennen gegeven dat de brief (nummer 1847539) die op 17 mei aan de raadsleden is verzonden met daarin hun visie op de bomenverordening / grens bebouwde kom ook gezien moet worden als een ingediende zienswijze tegen het ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb. Die zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de voorgestelde vaststelling van de bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb. Er zijn geen andere zienswijzen ontvangen. Procedure Het ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb, zoals door het college van B&W is vastgesteld op 6 april 2021, heeft conform de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen vanaf 13 april tot en met 25 mei 2021.

Zienswijze Stichting Boombehoud Vlaardingen heeft te kennen gegeven dat de brief (nummer 1847539) die op 17 mei aan de raadsleden is verzonden met daarin hun visie op de bomenverordening / grens bebouwde kom ook gezien moet worden als een ingediende zienswijze tegen het ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb. Uit de brief van SBV zijn alleen de onderdelen met betrekking tot de bebouwde komgrens als zienswijze aan te merken: 1. SBV stelt dat de oude bomenverordening geldig is binnen en buiten de bebouwde kom en dat daar nu van afgeweken wordt, met de nodige risico’s voor de bomen buiten de bebouwde kom. SBV stelt dat in de huidige situatie de Bomenverordening Vlaardingen 2010 van toepassing is binnen en buiten de bebouwde kom en dat de nieuwe bomenverordening dat wijzigt: buiten de bebouwde kom wordt –op enkele uitzonderingen na- geen kapvergunning meer vereist. Voor percelen boven de 10 are moet nog wel een melding worden gedaan bij de provincie, die dan een herplantplicht vaststelt. 2. SBV stelt dat het college maar beperkt gebruik gaat maken van de mogelijkheid om regels op te stellen over een kapverbod voor houtopstanden in het gebied buiten de bebouwde komgrens waarop de Wet natuurbescherming niet van toepassing is, zijnde arealen kleiner dan 10 are of bomenrijen minder dan 20 bomen. 3.

SBV stelt dat de bescherming van houtopstanden op erven en in tuinen onduidelijk is. Ze verwijst naar artikel 5.4. b (bomenverordening) waarin volgens haar wordt gesteld, dat er geen kapverbod zal gelden als de bomen niet expliciet vallen onder “bijzondere houtopstand”. Dat betekent volgens SBV dat buiten de bebouwde kom in alle andere gevallen, zoals in de Broekpolder, op de golfterreinen, de scouting, de boerderijen en bij andere burgers buiten de bebouwde kom onder de 10 are zonder vergunning en zelfs zonder vermelding vrij gekapt kan worden. 4. SBV ziet een verschil in behandeling tussen bomen buiten de bebouwde komgrens en binnen de bebouwde komgrens. Beantwoording zienswijze SBV Om de zienswijze van SBV tegen het ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb te kunnen beantwoorden is het van belang om de achtergrond van artikel 4.1 Wet natuurbescherming te duiden. Achtergrond artikel 4.1 Wet natuurbescherming In artikel 4.1 Wet natuurbescherming is bepaald dat de gemeenteraad de grenzen van de bebouwde kom Wnb vaststelt. Deze grens bepaalt de bevoegdheidsverdeling tussen de provincie en de gemeente ten aanzien van het vellen van houtopstanden en in samenhang daarmee het herplanten. Voorheen werd deze grens “grens bebouwde kom Boswet” vanuit de Boswet vastgesteld.

De gemeente is bevoegd binnen de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde komgrens Wnb regels te stellen over houtopstanden in een bomenverordening. Buiten deze bebouwde komgrens en

binnen de gemeentegrens kan de gemeente alléén regels stellen voor zover dit niet de bevoegdheid van de provincie betreft. In de nog door de raad vast te stellen nieuwe bomenverordening wordt voor het gebied buiten de bebouwde komgrens Wnb bepaald dat het college bijzondere houtopstand, zoals een monumentale boom of een waardevolle boom of structuur kan aanwijzen, waarmee deze onder de bescherming van de bomenverordening worden gebracht. De bijzondere houtopstand in het stedelijk gebied is reeds geïnventariseerd en zal worden aangevuld met bijvoorbeeld bijzondere lanen in de Broekpolder. Daarnaast is het mogelijk om andere houtopstand in het gebied buiten de komgrens als ‘bijzonder’ aan te wijzen indien de eigenaar instemt. De provincie is bevoegd op grond van de Wnb, buiten de door de gemeenteraad vastgestelde bebouwde komgrens Wnb, bosareaal (houtopstand in de zin van de Wnb) te beschermen en via het opleggen van een herplantplicht te zorgen dat gekapt bosareaal binnen drie jaar wordt gecompenseerd volgens de procedure zoals omschreven in de Wnb en conform de door de provincie in de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgenomen bepalingen. In de laatste jaren zijn in de jurisprudentie aanwijzingen geformuleerd voor het bepalen waar feitelijk de bebouwde komgrens Wnb getrokken kan worden.

De aard van de omgeving bepaalt of een gebied al dan niet binnen de bebouwde komgrens Wnb valt. Zo valt een gebied waarin sprake is van een concentratie van bebouwing of binnen afzienbare tijd bebouwing te verwachten is, en de bebouwing bovendien zoveel mogelijk aangesloten is, volgens de jurisprudentie binnen de bebouwde komgrens Wnb. De scheidslijnen van bebouwde gebied of toekomstige bebouwde gebied binnen de gemeentegrenzen is op het ontwerpbesluit bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb (zie ook bijlage Kaart bebouwde komgrens artikel 4.1 Wnb) duidelijk aangegeven. Beantwoording zienswijze SBV 1. In de nieuwe situatie wordt er inderdaad onderscheid gemaakt tussen de bebouwde komgrens (stedelijk gebied) en het buitengebied. De Boswet is al enige jaren geleden vervangen door de Wet natuurbescherming. Het actualiseren en nieuw vaststellen van de bebouwde komgrens Wnb en daarmee samenhangend de actualisatie van de bomenverordening 2010, is dus noodzakelijk vanwege het vervallen van de bebouwde komgrens Boswet en vanwege jurisprudentie. Voor een koppeling met de grens bebouwde kom van de verkeerswetgeving is door de wetgever bewust niet gekozen, omdat het doel van de verkeerswetgeving een andere is dan die van de Wnb. Het ontwerpbesluit bebouwde komgrens, zoals deze ter inzage heeft gelegen, geeft nu de bebouwde komgrens weer (inclusief ontwikkeling Vergulde Hand West).

Voor de duidelijkheid worden de argumenten voor de nieuwe bebouwde komgrens art. 4.1 Wnb genoemd: • De Kaart bebouwde komgrens Wnb creëert duidelijkheid inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de provincie en de gemeente ten aanzien van het vellen van bomen en in samenhang daarmee de herplant mogelijkheden; • Een duidelijke Kaart bebouwde komgrens Wnb voorkomt dubbele bevoegdheden van provincie en gemeente; • De Kaart bebouwde komgrens Wnb voldoet aan de aanwijzingen die in de laatste jaren in de jurisprudentie zijn geformuleerd; • Het vaststellen van de Kaart bebouwde komgrens Wnb in combinatie met het vaststellen van een nieuwe bomenverordening maakt het bovendien mede mogelijk voor het college om buiten de bebouwde komgrens bijzondere bomen of boomgroepen, zoals een monumentale boom of een bomenlaan, onder de bescherming van de nieuwe bomenverordening te brengen. Voor bijzondere houtopstand geldt, zowel binnen als buiten de bebouwde komgrens, dan dezelfde nieuwe bomenverordening.

Daarnaast merken we op dat: • Het mogelijk is om bijzondere bomen op te nemen op de Lijst met bijzondere houtopstand, zoals bijvoorbeeld die waardevolle bomen op een oprijlaan, die bijzondere boom op een hoek van een weiland, die kunnen aangedragen worden voor opname op de Lijst (na instemming van de eigenaar) en vallen daarmee onder de nieuwe Bomenverordening; • Ook voor bomen in het buitengebied altijd de zorgplicht geldt: een boom mag niet zonder meer worden gekapt, altijd moet er gekeken worden of er vogels in nestelen of dat het bijvoorbeeld een vaste roestplek voor uilen is en er moet rekening gehouden worden met vleermuizen etc.

2. Buiten deze bebouwde komgrens en binnen de gemeentegrens kan het college alléén regels stellen voor zover dit niet de bevoegdheid van de provincie betreft. Het college kiest er bewust voor om alleen Monumentale bomen en bijzondere houtopstanden of structuren in het buitengebied aan te wijzen en op te nemen op een door het College vast te stellen Lijst van bijzondere houtopstanden. SBV wordt in staat gesteld bomen voor plaatsing op de Lijst aan te dragen, uiteraard moeten eigenaren van die bijzondere bomen akkoord zijn. De bomen op de Lijst worden dan onder de bescherming van de bomenverordening gebracht. Wij zijn van mening dat wij op een goede manier gebruik maken van de bevoegdheid om in het buitengebied de waardevolle bomen of structuren te beschermen door deze onder de omgevingsvergunningsplicht te laten vallen. 3. De stelling van SBV dat de bescherming van houtopstanden op erven en in tuinen buiten de bebouwde kom onduidelijk is, is onjuist. Bomen in erven en tuinen in het gebied buiten de bebouwde kom vallen buiten de bevoegdheid van de provincie en zijn uitgesloten van artikel 4.1 Wnb. Voor het vellen van houtopstanden op percelen kleiner dan 10 are, die niet zijn aangewezen als bijzondere houtopstand, is een omgevingsvergunning op grond van de nieuwe bomenverordening geen vereiste.

Bijzondere houtopstanden op erven of in tuinen buiten de bebouwde kom kunnen worden aangewezen door het college. Voorwaarde is wel dat in geval van een particulier terrein de eigenaar moet instemmen met deze aanwijzing. Dit wordt nog in beleidsregels, met vaststelling door het college, geregeld. Voor deze bijzondere houtopstanden geldt dat voor vellen een omgevingsvergunning vellen moet worden aangevraagd. Het college toetst de aanvraag aan de hand van de nieuwe bomenverordening en verleent of weigert een omgevingsvergunning. Indien het gemeentelijke bomen betreft, is echter de gemeente verantwoordelijk voor beheer. De gemeente zal niet zonder meer zo maar gezonde bomen vellen. Ook voor houtopstanden groter dan 10 are in eigendom van de gemeente geldt dat er melding moet worden gedaan bij de provincie en kan de provincie herplantplicht opleggen. Daarnaast merken we op dat: • Niet iedere boom in het buitengebied als waardevol zal worden aangemerkt; niet iedere boom zal een grote maatschappelijke waarde vertegenwoordigen. In het stedelijk gebied heeft een boom eerder een grote maatschappelijke waarde, vandaar dat er onderscheid is gemaakt tussen buitengebied en stedelijk gebied.

• Het van toepassing laten zijn van de bomenverordening op alle houtopstanden waarin de Wnb niet voorziet, kan evengoed ook leiden tot kap (via een omgevingsvergunning) indien er goede redenen voor zijn aangedragen zoals opgenomen, in de bomenverordening is herplant geen eis maar kán herplant worden opgelegd; • Het van toepassing laten zijn van de bomenverordening voor het vellen van houtopstanden waarin de Wnb niet voorziet, leidt tot een grotere administratieve last voor aanvrager en beoordelaar. 4. SBV ziet verschil in bescherming van houtopstanden in buitengebied en in stedelijk gebied. Dat is juist. Een houtopstand in stedelijk gebied kan verschillende waarden hebben, bijvoorbeeld een beeldbepalende waarde, een cultuurhistorische waarde, waarde voor leefbaarheid of een ecologische waarde; deze waarden worden uitgewerkt in een beleidsregel die vastgesteld wordt door het college. In stedelijk gebied zijn meerdere functies toe te kennen aan bomen, zoals identiteit, herkenbaarheid, structuur, koelte, natuurbeleving, verminderen weerextremen om maar enkele functies te noemen. In stedelijk gebied moeten bomen concurreren met andere ruimtelijke elementen zoals bebouwing, wegen, parkeerplaatsen, ondergrondse infrastructuur en dergelijke.

Het vellen van bomen heeft een grotere maatschappelijke impact op de lokale bevolking dan het vellen van een individuele boom op een erf in het buitengebied, of dan het vellen van een perceel op het terrein van de golfclub. In het kader van de Wet natuurbescherming richt de provincie zich op het totale areaal houtopstand en niet op individuele bomen daarbinnen. In het stedelijk gebied richt de gemeente zich op kwaliteit van houtopstanden en bijzondere houtopstanden. Conclusie De ingediende zienswijze geeft ons geen aanleiding de voorgestelde bebouwde komgrens van artikel 4.1 Wnb aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12562284/1