MRDH Concept Jaarstukken MRDH 2020
Tekst van het document
€ 3.013.778 € 403.750 € 66.456 € 3.483.984 € 3.651.445 € 167.461
Voorstel is om het gerealiseerde resultaat van € 581.605 toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat en samen met de bestaande ruimte in de reserve beschikbaar te houden voor de doorloop naar 2021 van Sterker uit de crisis. De egalisatiereserve EV bestaat na deze resultaatbestemming dan uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2020 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft (incl. restant 2020 € 83.750) Sterker uit de crisis Onvoorzien Saldo 1 januari 2021
€ 3.013.778 € 403.750 € 749.066 € 66.456 € 4.233.050
Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2019 en realisatie 2020: De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen). Lasten De realisatie van de lasten was in 2020 € 463.000 lager ten opzichte van 2019. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen:
1 2 3 4 5
Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Realisatie 2020 € 2.369.000
Realisatie 2019 € 2.777.000
Verschil € 408.000 -/-
€ 386.000 € 873.000 € 166.000 € 779.000 € 4.685.000
€ 499.000 € 937.000 € € 935.000 € 5.148.000
€ € € € €
113.000 -/64.000 -/166.000 156.000 -/463.000
49
Toelichting grootste verschillen: Programmakosten-Bijdrageregeling Er is in 2020 minder besteed aan cofinanciering gemeentelijke projecten, het zwaartepunt van de verleningen in 2020 lag in de laatste bestuurscommissies, waardoor meer projecten later in het jaar startten en de realisatie verschuift naar 2021. Programmakosten – overig Er is in 2020 minder besteed op projectontwikkeling. In 2019 vond de afronding plaats van het Europese Interreg subsidie project E=0 (€ 73.000 minder lasten in 2020). Subsidie YES!Delft 2020 was het eerste jaar dat de MRDH een directe subsidierelatie aanging met YES!Delft. Directe kosten personeel In 2019 is verzuimd om de apparaatslasten van de managementfunctie als overhead te markeren, waardoor die kosten toen binnen het programma zijn verantwoord. Dit is in 2020 gecorrigeerd. Baten De realisatie van de baten was in 2020 € 168.000 hoger dan in 2019. Dit heeft te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2020 ten opzichte van de begroting 2019.
50
2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een toelichting over de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead (euro's)
Realisatie 2020
Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020
Gewijzigde begroting 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie 2019
3.020.474 1.832.622 4.853.096
312.775 -582.021 -269.246
2.707.699 2.414.643 5.122.342
2.754.900 2.380.200 5.135.100
2.998.838 2.457.018 5.455.856
Personele overhead EV Materiële overhead EV
899.857 458.156 1.358.013
57.364 -145.505 -88.141
842.493 603.661 1.446.154
811.400 595.000 1.406.400
774.051 611.208 1.385.259
Totaal lasten
6.211.109
-357.387
6.568.496
6.541.500
6.841.115
Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een onderschrijding zien van € 357.387 t.o.v. de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 727.526 op de materiële overhead dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 370.139 dat grotendeels wordt veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Tevens bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 879.671 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 509.532 positief. Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat.
51
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
Realisatie
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020
2.020
Gewijzigde begroting 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie 2019
Onttrekking fonds BDU Inwonersbijdrage EV
4.818.613 1.349.392
-269.286 -88.101
5.087.899 1.437.493
5.135.100 1.406.400
5.104.101 1.297.320
Totale dekkingsbron
6.168.005
-357.387
6.525.392
6.541.500
6.401.421
Resultaat voor reservemutaties
43.104
43.104
0
439.694
Onttrekking reserve interne kwaliteitsverhoging
-43.104
0 0 0
-43.104
0
-439.694
0
0
0
0
0
Resultaat
De kosten voor de personele en materiële overhead worden gedekt voor het programma Exploitatie en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer vanuit de BDU en voor het programma Economisch Vestigingsklimaat vanuit de inwonersbijdrage. Door een overschot van € 357.387 op de overhead is er minder dekking nodig. In 2019 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van de in 2018 door het algemeen bestuur goedgekeurde bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging. Dit voor de uitvoering van de digitale werkplek, financiële administratieve verbeteringen en het digitaal stukkensysteem dat gebruik maakt van iBabs en Notubiz. In 2020 zijn de laatste werkzaamheden verricht en na realisatie van de hiervoor begrote onttrekking aan de reserve is de reserve leeg.
52
Indicatoren
1
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
2
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
3 4
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten Externe inhuur
5
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
Realisatie 2020 0,038 fte per 1.000 inwoners 0,037 fte per 1.000 inwoners € 4,46 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 0,85% van de totale lasten
Begroting 2020 0,038 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 5,01 per inwoner 5,84% van de totale loonsom 0,91% van de totale lastenbegroting
Ad 1) De formatie bedroeg in 2020 89,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2020 86,6 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2020 € 10.551.751 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten directe apparaatskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2020 € 8.260.973 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2020 € 617.997. Voor 10% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2020 € 6.211.109 (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2020 € 729.221.399 (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage bij Economisch vestigingsklimaat en in 2020 incidenteel door een onttrekking aan de reserve Interne kwaliteitsverhoging.
53
Hoofdstuk 3 Paragrafen 3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen euro (apparaatslasten EV begroting 2016) benodigd is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Het risico heeft zich in 2020 niet gemanifesteerd. Hierna wordt geanalyseerd of de reserve ultimo 2020 toereikend is. De apparaatslasten voor het programma EV bedragen in de begroting 2021 € 2,45 miljoen. 1/23 deel daarvan komt neer op een bedrag van circa € 106.000.
Per 31 december 2020 is nog weerstandcapaciteit beschikbaar in de vorm van een post onvoorzien binnen de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat voor een bedrag van € 66.000. Er wordt daarom geen aanpassing van de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat voorgesteld.
54
Weerstandsvermogen-ratio jaarrekening 2020: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: € 166.000 Benodigde weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: € 106.000 Weerstandsvermogen ratio: 1,57 (ruim voldoende) Risico’s programma’s Vervoersautoriteit De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De subsidies voor de rail concessie Rotterdam over 2017 en 2018 zijn voor het assets deel nog niet vastgesteld in 2020. Er liep over de verrekening van interne rentekosten vergoeding over de periode 2017-2019 nog een bezwaarprocedure. Inmiddels is hierover overeenstemming bereikt. In 2021 zal de vaststelling plaatsvinden.
De subsidies voor de Railconcessie Haaglanden 2019, de Bus concessie Haaglanden stad over 2018 en 2019 en de bus concessies Regio Haaglanden 2019 en Voorne-Putten Rozenburg 2019 zijn eveneens nog niet vastgesteld in 2020. Vervoerders hebben uitstel gevraagd voor het indienen van de verantwoording. Het is nog niet duidelijk wat de hoogte wordt van het bedrag dat de vervoerders zullen verantwoorden. De vast te stellen subsidies dienen te passen binnen de bedragen van de verleende subsidies. Wanneer hiervan afgeweken wordt zal hiervoor een bestuurlijk besluit nodig zijn. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) gemeld, heeft de MRDH in december 2016 de verantwoordelijkheid voor de financiering van de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel naar behoren af te dekken.
Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. 55
De coronacrisis leidt niet tot een aanpassing van de genoemde wegingsfactoren voor de risicoberekening. Het risico dat de vervoerders niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoen blijft laag omdat de rente en afschrijving onderdeel uitmaken van de maandelijkse concessievergoeding waardoor de MRDH hier rechtstreeks op kan sturen. Het maatschappelijk belang voor het behoud van het openbaar vervoer is, ook met het oog op de toenemende verstedelijking waar de regio mee te maken heeft de komende jaren, onverminderd groot. Dit maatschappelijke belang blijkt ook uit de aandeelhouderrol van de overheden in de betreffende vervoersbedrijven. De forse daling van de reizigersinkomsten vanwege de coronamaatregelen is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, de Beschikbaarheidsvergoeding, die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021.
Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een Transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk. In dit Transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022) maar ook voor de langere termijn. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Ook heeft het algemeen bestuur van de MRDH na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2021 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 30 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 27 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager.
56
In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering
Jaarrekening 2020 1.126.493.382 1.477.576.001 960.424.401 166.068.981
Begroting 2021 1.178.175.094 1.439.971.008 935.981.155 242.193.939
Begroting 2022 1.189.430.140 1.384.166.914 899.708.494 289.721.646
Begroting 2023 1.228.505.186 1.330.836.747 865.043.886 363.461.300
Begroting 2024 1.294.016.898 1.408.949.386 915.817.101 378.199.797
Begroting 2025 1.371.692.781 1.374.551.528 893.458.493 478.234.287
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 27 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
13.285.518 27.000.000 18.108.868 7.764.408 7.764.408 1.126.724
19.375.515 27.000.000 25.873.276 7.089.165 1.126.724 0
23.177.732 27.000.000 27.000.000 7.256.143 0 0
29.076.904 27.000.000 27.000.000 7.383.115 2.076.904 0
30.255.984 27.000.000 29.076.904 7.676.439 1.179.080 0
38.258.743 27.000.000 30.255.984 8.096.246 8.002.759 0
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio jaarrekening 2020: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven:
€ 25.873.276 € 27.000.000
MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:
0,96 (= matig)
Uit bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2021 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken.
57
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’3 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden is er voor gekozen om te lenen bij de MRDH.
Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft dan ook bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Inmiddels zijn de aanslagen voor de jaren 2016 tot en met 2020 ontvangen en betaald. Ter voorkoming van het oplopen van de belastingrente neemt de MRDH met ingang van het jaar 2018 de betreffende bedragen reeds in de aangifte op en betaalt de aanslagen die daarop volgen. Zoals aangegeven zal steeds bezwaar worden aangetekend. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
3
Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen. 58
Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of staat van baten en lasten. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
2019
2020
164,6% -2,8% 1,4% n.v.t. 1,0% n.v.t.
148,9% -3,9% 2,0% n.v.t. 2,1% n.v.t.
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (lasten/baten begroting). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie en welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen de fondsen (met name de BDU verkeer en vervoer). De per balansdatum aanwezige fondssaldi zijn daarnaast conform de bepalingen in het BBV als vlottende schulden te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen voor de in de tabel genoemde jaren niet zondermeer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Deze positie wordt in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) nader beschouwd. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. 59
3.2 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH:
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair. f. Maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
60
Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de MRDH aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1.230.000. Deze investering zal in 10 jaar worden afgeschreven. De MRHD is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT.
In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn gefinancierd met de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. In 2019 is geïnvesteerd in het (deels) vervangen van het huidige meubilair en het aanleggen van het terras. 61
Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2019 bedraagt € 253.665.
62
3.3 Paragraaf financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2020 laat zich als volgt becijferen: Balans en financiering 31-dec-20
31-dec-19
Beschikbaar op lange termijn Eigen vermogen Schulden op lange termijn
30.206.327
22.023.344
1.127.554.201
1.160.252.620
Benodigd op lange termijn
1.157.760.528
1.182.275.964
Materiële vaste activa
1.445.983
2.781.321
Financiële vaste activa
1.126.494.386
1.159.195.013 1.127.940.369
1.161.976.334
29.820.160
20.299.630
Vlottende activa
374.772.636
415.733.908
Vlottende passiva
344.952.476
395.434.278
Werkkapitaal
29.820.160
20.299.630
Financieringsoverschot Te weten
Hieruit blijkt, dat het werkkapitaal in 2020 is toegenomen met een bedrag van € 9,5 miljoen. In onderstaande staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld.
63
Staat van herkomst en besteding middelen Beschikbaar gekomen uit Voorgestelde resultaatsbestemming 2020
163.030-
Nog te bestemmen resultaat 2020
776.924
Toevoeging risicoreserve financieringen
7.569.089
Afschrijving materiële vaste activa, incl. duurzame waardevermindering
1.335.338
Aangetrokken leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven
32.698.41923.180.098-
Besteed aan Verstrekte leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven Investeringen
32.700.627-32.700.627
Toename werkkapitaal
9.520.530
Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. Met betrekking tot treasury is wet- en regelgeving van toepassing die zowel extern als intern van aard is. De belangrijkste externe wet- en regelgeving omvat: Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo) Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) Regeling Schatkistbankieren Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Financiële-verhoudingswet (toezichthoudende rol Provincie) De belangrijkste interne regelgeving omvat: Treasurystatuut 2016 Financiële Verordening MRDH 2015 64
Hierin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Ook besteedt het Treasurystatuut aandacht aan de bevoegdheden en administratieve organisatie. Het Treasurystatuut is in 2020 aangepast en zal in 2021 gelden. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie. Desondanks is er wel sprake van een omvangrijke financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. De financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. Het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed.
Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. Bussenleningen Het algemeen bestuur van de MRDH heeft na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet.
Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (hoofdstuk 3.1).
65
Per bedrijf zijn de verstrekte leningen en borgstellingen als volgt te specificeren:
HTM leningen RET leningen EBS leningen
€ € €
Stand per 1-1-2020 525.600.000 € 578.765.000 € 54.829.010 €
Opgenomen gelden
Totaal leningen
€
1.159.194.010 €
92.661.122 €
125.361.750 €
1.126.493.382
HTM borgstellingen RET borgstellingen
€ €
3.900.000,00 € 112.000.000,00 €
-
€ €
2.600.000,00 € 4.000.000,00 €
1.300.000,00 108.000.000,00
Totaal borgstellingen
€
115.900.000,00 €
-
€
6.600.000,00 €
109.300.000,00
€ 92.661.122 € €
Aflossingen Stand per 31-12-2020 18.700.000 € 506.900.000 100.733.927 € 570.692.195 5.927.823 € 48.901.187
Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement In het verslagjaar is de voor de MRDH relevante korte rente (op basis van de hiervoor geschetste beleidslijnen) negatief gebleven. Daardoor was het in 2020 niet lonend om kasgeldleningen te verstrekken aan andere decentrale overheden. Bij het schatkist bankieren kan de MRDH haar overtollige liquiditeiten voor 0% “wegzetten”. Het rente percentage voor leningen met looptijden van een jaar of meer heeft zich in 2020 licht neerwaarts bewogen. Voor de tarieven 2021 en verder liggen de prognoses op een hoger niveau. De MRDH had ultimo 2020 een belegd vermogen van € 1.313,1 miljoen. Dit kan als volgt worden gespecificeerd: Leningen regionale OV-bedrijven Rekening-courant ’s Rijks schatkist Liquide middelen Totaal
€ 1.126,5 miljoen € 183,1 miljoen € 3,5 miljoen ----------------------€ 1.313,1 miljoen =============
66
Het ultimo 2020 uitgezette bedrag aan regionale OV-bedrijven bedroeg € 1.126,5 miljoen, waarover een bedrag van € 20,9 miljoen aan rente baten is gerealiseerd. Het opgenomen bedrag ultimo 2020 bedroeg € 1.126,5 miljoen, waarvoor een bedrag ad € 13,1 miljoen aan rente lasten is gerealiseerd. Het verschil tussen de rentebaten en de rentelasten is vrijwel geheel te verklaren door de marktconformiteitsopslag op de leningen. Deze marktconformiteitsopslag wordt in zijn geheel toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Zie voor de opbouw van deze reserve hoofdstuk 3.1 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH in 2020 uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden zijn uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH niet relevant. Rente risiconorm 2020
(Bedragen * 1000)
2020 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)
92.661 92.661 0 125.360 0 0 718.067 20% 143.613
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
143.613 143.613 67
De kasgeldlimiet is een plafond voor de netto vlottende schuld van de MRDH en heeft tot doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. Deze limiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Indien de hiervoor genoemde schuld voor een derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt, dient de MRDH haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voor te leggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de gestelde limiet te voldoen. Deze limiet werd in 2020 niet overschreden. Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2020 kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar(SKB) Totaal vlottende middelen
1.872 228.157 230.029
3.394 179.601 182.995
3.011 183.953 186.964
2.166 204.731 206.897
Toets kasgeldlimiet Totaal vlottende middelen Toegestande kasgeldlimiet Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
230.029 58.882 288.910
182.995 58.882 241.877
186.964 58.882 245.846
206.897 58.882 265.778
Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal netto vlottende schuld
7. Begrotingstotaal 8. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 9. Kasgeldlimiet
€718.067 8,2% €58.882
Kredietrisico Het kredietrisico (ook wel debiteurenrisico genoemd) is het risico dat belegde en/of in bewaring gegeven geldmiddelen, obligaties of leningen niet langer beschikbaar zijn en/of afgelost kunnen worden, omdat de wederpartij het geld niet (meer) heeft. Dit risico wordt uitgedrukt in een rating. 68
In het treasurystatuut van de MRDH en de relevante wet- en regelgeving zijn minimumeisen gesteld aan de rating van de partijen, bij wie de MRDH haar liquide middelen inlegt dan wel belegt. Voor alle beleggingen geldt rating A als ondergrens. Daarnaast moet de tegenpartij zijn gevestigd in een lidstaat van de EU/EER (EER staat voor Europese Economische Ruimte: dat zijn alle EU-landen aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Tevens dient dit land tenminste over een AA-rating te beschikken. Tenslotte dient de rating door tenminste twee ratingbureaus te zijn afgegeven. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de drie meest gerenommeerde ratingbureaus. Uit het overzicht van de aanwezige waarden - zoals hiervoor opgenomen bij Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement - blijkt dat alle fondsen met uitzondering van de verstrekte leningen (zie hiervoor) voldoen aan de gestelde minimumeisen. Voor kasgeldleningen aan decentrale overheden geldt dezelfde rating als die van Nederland. Voor de verstrekte leningen aan regionale OV-bedrijven is op basis van een daartoe uitgevoerde analyse een specifiek daarop toegesneden risicobeheer van toepassing. Dit wordt in hoofdstuk 3.1 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) nader toegelicht.
3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 MRDH-organisatie Begin 2020 is de evaluatie inzake de centralisatie van Financiën en Bestuurszaken in 2018 door een externe partij afgerond. Mede naar aanleiding van de resultaten, en een herijking, is besloten, met positief advies van de Ondernemingsraad, om per 1 maart 2020 een wijziging aan te brengen in de opzet van de stafafdeling Bureau Middelen en Control (BMC). Het aanbrengen van focus en een logische clustering stonden daarbij centraal. BMC is gewijzigd in Bureau Financiën en Control (BID) en concentreert zich op het primaire financiële proces en de controlfunctie van de MRDH. Juridische Zaken maakt hiervan ook onderdeel uit, een voormalig onderdeel van Bureau Strategie en Bestuur (BSB). Bureau Strategie & Bestuur blijft bestaan uit Strategie/Public Affairs, Communicatie en Bestuurszaken en concentreert zich op het primaire politiek-bestuurlijke proces en de strategische en communicatieve functie. Daarnaast is Bureau Interne Dienstverlening (BID) opgericht wat bestaat uit voormalige onderdelen van BMC: Facilitaire Zaken/Huisvesting en ICT. Ook HRM, een voormalig onderdeel van BSB, maakt daarvan deel uit. De medewerkers van BID vallen direct onder de Secretaris-algemeen directeur. Deze organisatorische wijziging is budgetneutraal en het aantal managers is niet gewijzigd. De MRDH staat onder leiding van de Secretaris-algemeen directeur.
Alle lijntaken van de MRDH zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken van de MRDH zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB).
69
De MRDH-organisatie ziet er, vanaf 1 maart 2020, als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. Hij vervult daarbij, sinds 1 maart 2020, zelf het management van BID. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur komt voor 50% ten laste van de inwonerbijdrage EV en 50% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer. Deze verdeelsleutel wijzigt overigens per 2021. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer Binnen de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2019. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU Verkeer en Vervoer. Economisch Vestigingsklimaat (EV) Binnen de afdeling Economisch Vestigingsklimaat staat de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat centraal. De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie ligt bij de manager. Dit organisatieonderdeel telt, net als in 2019, 10 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. 70
Bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB) Na de organisatorische wijziging per 1 maart 2020, heeft de MRDH drie afdelingen voor de uitvoering van stafzaken. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, ICT en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte is daarmee met 1 fte gestegen ten opzichte van 2019. Dit komt doordat de formatie ten behoeve van verdere uitvoer en waarborging van de ontwikkelagenda - in de jaarrekening 2019 apart weergegeven - is toegevoegd aan de stafafdelingen. Werkzaamheden en sturing vinden al plaats vanuit de staf en betreft dan ook een budget neutrale aanpassing. De ambtelijke inzet komt voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutel hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead. Directe salariskosten De realisatie van de directe salariskosten per programma levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting: Realisatie 2020 Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Totalen
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020
Gewijzigde begroting 2020
2.612.597
-354.076
2.966.673
948.874
-359.774
1.308.648
779.171
-165.821
944.992
4.340.642
-879.671
5.220.313
Aan directe salariskosten is € 879.671 minder besteed dan begroot. Een toelichting per programma is opgenomen in hoofdstuk 2 Programmaverantwoording. Personele overhead salarislasten en materiele apparaatslasten. Voor een overzicht van de personele overhead salarislasten, de materiële apparaatslasten (overhead) en de doorberekening daarvan naar de dekkingsbronnen BDU en Inwonerbijdrage EV verwijzen wij naar hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead en 3.4.2 bedrijfsvoering. 3.4.2 Bedrijfsvoering De overhead van de MRDH-organisatie bestaat naast de ambtelijke inzet voor de bedrijfsvoering (personele overhead salarislasten) uit materiële apparaatslasten voor Bestuurszaken, ICT/DIV, Overige personele lasten, Financiën/Juridische Zaken, Huisvesting/Facilitaire Zaken en Communicatie/Public Affairs. Daarnaast zijn er incidentele apparaatsbaten door bijdragen van samenwerkingsverbanden die gebruik maken van faciliteiten van de MRDHorganisatie en het doorberekenen van overhead aan bepaalde projecten. 71
Werkzaamheden Bestuurszaken In 2020 zijn diverse en buitengewone kosten gemaakt voor onder meer het organiseren van vergaderingen en bestuurlijke bijeenkomsten. Buitengewoon omdat door de coronamaatregelen van het kabinet ook de MRDH genoodzaakt was daar waar dit mogelijk was digitaal te vergaderen. Echter, daar waar fysiek bijeenkomen noodzakelijk was voor besluiten die de bedrijfsvoering betroffen/onderwerpen strategisch verder moesten worden gebracht, is in een aantal gevallen naar grote vergaderlocaties uitgeweken om met inachtneming van de coronamaatregelen te kunnen vergaderen. De vergaderzalen in het MRDH gebouw zijn hiervoor namelijk niet geschikt. Daarnaast zijn in 2020 besluiten en regelgeving van de MRDH op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en gepubliceerd. In 2020 zijn tot slot de laatste aanbevelingen van de tussentijdse evaluatie uit 2017 geïmplementeerd, waaronder de definitieve lancering van het digitale bestuurlijke stukkensysteem van de MRDH dat gebruik maakt van iBabs en Notubiz. Hiervoor waren investeringen en diverse abonnementen noodzakelijk. Ook is er voor het eerst gewerkt met het afwegingskaders bestuurlijke tafels en initiatieven. Medio 2021 zal de stuurgroep follow-up evaluatie een voorstel doen hoe voor eind 2021 de volgende evaluatie te doorlopen, ruim voor de raadsverkiezingen in 2022.
ICT/DIV In 2019 is de MRDH overgestapt op de Cloud oplossing van Microsoft Office 365. Alle medewerkers zijn bij deze overgang voorzien van een laptop waardoor er vanaf begin maart 2020 - het begin van de coronacrisis en de daarmee gepaard gaande maatregelen - moeiteloos kon worden overgestapt naar het volledig thuiswerken. Om de veiligheid van het thuiswerken en digitaal te vergaderen te waarborgen maakt de MRDH gebruik van o.a. toegangsverificatie en Twee-Factor-Authenticatie (2FA). Het kantoorpand aan de Westersingel is beperkt open geweest, dit heeft echter geen invloed gehad op de ondersteuning van ICT aan de organisatie. Problemen zijn op afstand of via ondersteuning op de locatie Westersingel opgelost. Ondanks de coronacrisis staat de ontwikkeling op ICT gebied niet stil. De MRDH streeft continu naar verbeteringen op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, veilig werken en documentenbeheer. Dit heeft geresulteerd in het vaststellen van de Roadmap ICT 2021 en het opstarten van de Pilot SharePoint waarin onderzocht zal worden of Share Point gebruikt kan worden als gebruikersvriendelijk documentmanagementsysteem. Daarnaast is er een zogenaamd Dossier Afspraken en Procedures (DAP) gerealiseerd met onze IT-dienstverlener, het Interne Diensten Centrum Automatisering (IDC/a) van de Gemeente Den Haag.
In het DAP zijn de afspraken op het gebied van dienstverlening richting de MRDH vastgelegd. Overige personele lasten Sinds 2017 wordt de ambtelijke inzet voor HRM-taken ingekocht bij de gemeente Rotterdam. De MRDH heeft geen eigen HRM-medewerkers in dienst. De MRDH-organisatie volgt zoveel mogelijk de rechtspositie van de gemeente Rotterdam. Deze rechtspositie is vastgelegd in de ondernemings-cao MRDH. De werkgever draagt de kosten voor dienstreizen, woon-werkverkeer, opleidingen, etc. Daarnaast zijn reguliere kosten gemaakt voor arbeidsomstandigheden, zoals inzet bedrijfsarts, bedrijfshulpverlening, opleidingen, salarisadministratie, werving & selectie en (ondersteuning) van de medezeggenschap. In 2020 heeft de coronacrisis en diens opgelegde maatregelen gevolgen gehad voor de personele lasten. Voor de ondersteuning van het personeel in het thuiswerken zijn de nodige thuiswerkproducten aangeschaft. Daarnaast heeft de organisatie voor de periode van 2020 een tijdelijke thuiswerkvergoeding toegekend. Hiermee worden de kosten van thuiswerken vergoed. 72
In 2020 is de organisatieontwikkeling verder uitgerold en hebben er enkele kleine organisatiewijzigingen (span of control, wijziging verantwoordelijkheden etc.) plaatsgevonden. Financiën/Juridische Zaken In 2020 heeft de actualisatie van het Treasurystatuut 2016 geleid tot de inwerkingtreding van een nieuw Treasurystatuut en bijbehorend mandaatbesluit per 1 januari 2021. Daarnaast zijn er extern verschillende juridische adviezen ingewonnen en zijn tegen besluiten bezwaren en ingestelde beroepen afgehandeld via de algemene bezwarencommissie en de rechtspraak. De AFAS contract – en projectenmodule is in 2020 geïmplementeerd, zodat alle projecten en concessies van de MRDH op eenduidige wijze geadministreerd worden. Ook is verder gewerkt aan het verbeteren van de informatievoorziening door het ontwikkelen van verschillende rapportages en is het handboek BTW opgeleverd. Tot slot is er ondersteuning ingehuurd voor het begeleiden van de ingediende bezwaren met betrekking tot de vennootschapsbelasting, de invulling van het aandeelhouderschap richting de OV-bedrijven, de ondersteuning bij de uitvoering van AO/IC en de treasury activiteit. Huisvesting/Facilitaire zaken In verband met de coronacrisis is het kantoorpand aan de Westersingel in 2020 grotendeels gesloten geweest. Voorgenomen vervangingsinvesteringen op het gebied van kantoor- en vergadermeubilair zijn in 2020 uitgesteld.
Daarentegen heeft facilitaire zaken maatregelen genomen om het pand aan de Westersingel ‘Corona-proof’ te maken. Desinfectiematerialen zijn aangeschaft, looproutes aangebracht, hernieuwde afspraken gemaakt op het gebied van schoonmaak, werkplekken zijn aangepast en vergaderzalen zijn opnieuw ingericht. In samenwerking met ICT zijn vergaderplekken van nieuwe techniek voorzien. Hierdoor is het mogelijk om te kunnen vergaderingen middels een veilige videoverbinding met mensen die elders werken. Medewerkers van de MRDH hebben voor het thuiswerken het gehele jaar gebruik kunnen maken van de middelen die op kantoor aanwezig waren. Facilitaire zaken heeft samen met ICT het beschikbaar stellen van bureaustoelen, beeldschermen en andere zaken gecoördineerd. Ondanks het thuiswerken is de preventieve rol voor veilig en verantwoord (thuis) werken gecontinueerd. Online zijn thuiswerkplek onderzoeken uitgevoerd, zijn medewerkers periodiek voorzien van tips en adviezen en is het thema thuiswerken apart aan de orde gekomen tijdens de “Week van het thuiswerken” eind 2020. In aangepaste vorm zijn bedrijfshulpverleners (EHBO en BHV) bijgeschoold en zijn middelen nagelopen en indien nodig vervangen. Communicatie/Public affairs In 2020 is geïnvesteerd in een nieuwe website van de MRDH.
Inhoudelijk en qua vormgeving is deze in lijn gebracht met de in 2020 vastgestelde communicatie/Public Affairs-strategie, met extra aandacht voor actuele en uitgelichte onderwerpen én toegankelijkheidsvereisten. De MRDH zet normaliter in op fysieke, informele maar inhoudelijke ontmoetingen, zoals het Metropoolcafe en werkbezoeken. Als gevolg van de coronacrisis moest de slag gemaakt worden naar digitale bijeenkomsten. Een geslaagd voorbeeld daarvan was MRDH Live!, het jaarlijkse MRDH-congres, waarbij een paar honderd deelnemers via de computer of smartphone een programma mee konden maken over het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid in tijden van de coronacrisis. De corporate communicatiemiddelen, zoals het MRDH-journaal en andere presentatiemiddelen en uitingen, werden vorig jaar actueel gehouden en de investering in monitoring van (social)media werd gecontinueerd. Verder is er hard gewerkt aan het verder op orde brengen van het relatiemanagement en de informatievoorziening aan adviescommissies en gemeenteraden. Tot slot zijn meerdere verhalen gebracht over de onderwerpen die binnen MRDH spelen. 73
Bij de ontwikkeling van de Groeiagenda Zuid-Holland (Investeren in de Regio) zijn het afgelopen jaar digitale beeldverhalen gemaakt die benut worden voor de interne en externe communicatie en de lobby van de deelnemende partijen aan de regionale coalitie. Ook werd geïnvesteerd in een goede maatschappelijke en economische onderbouwing van de Groeiagenda. Daartoe werden opdrachten verstrekt aan de OESO en de Erasmus Universiteit Rotterdam/NEO. De resultaten zijn inhoudelijk benut en worden gebruikt voor de communicatie en Public Affairs. De kosten zijn verdeeld tussen de deelnemende partijen. In het kader van kennismanagement werd de in 2019 gepresenteerde Regioverkenning MRDH in 2020 geactualiseerd, voornamelijk met oog op de gevolgen van de coronacrisis. Dit is bijvoorbeeld benut voor het Sterker uit de Crisis-pakket van Economisch Vestigingsklimaat. Het jaar 2020 was ook het jaar waarin de MRDH een traineeprogramma initieerde, samen met meerdere gemeenten in de metropoolregio. Social media werden benut voor de werving van- en communicatie met jonge academici. Vanwege de coronacrisis heeft de metropool mastercourse strategie, die de MRDH samen met meerdere gemeenten invult, weliswaar doorgang gevonden, maar via digitale invulling.
Personele en materiële overhead totaal De realisatie van de personele en materiële overhead van de MRDH-organisatie levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting:
3.920.331
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020 370.139
Bestuurszaken
64.701
-51.851
116.552
ICT/DIV
522.810
-59.242
582.052
Overige personele lasten
458.108
-252.892
711.000
Financiën/Juridische zaken
173.409
-16.591
190.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
905.677
-173.023
1.078.700
Communicatie/Public Affairs
258.136
-81.864
340.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
- 43.857
-43.857
0
Doorbelasting overhead projecten
- 48.206
-48.206
0
6.211.109
-357.387
6.568.496
MRDH TOTAAL OVERHEAD Personele overhead (salarislasten)
Totalen
Realisatie 2020
Gewijzigde begroting 2020 3.550.192
Toelichting afwijkingen: De overhead laat een overschot zien van € 357.387. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 727.526 op de materiële overhead en een negatief saldo op de personele overhead van € 370.139.
74
Personele overhead (salarislasten) Er is een overschrijding van € 370.139 op personele overhead (salarislasten). Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Tevens bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 879.671 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 509.532 positief. Bestuurszaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 51.851. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er in verband met de coronacrisis minder vergaderingen en bijeenkomsten (fysiek) konden plaatsvinden. Het merendeel van de vergaderingen en bijeenkomsten werd digitaal gehouden. In 2019 is er gestart met de implementatie van de nieuwe digitale stukkensysteem. De laatste werkzaamheden hebben in 2020 plaatsgevonden waardoor het project volledig is afgerond. Om dit te kunnen realiseren is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt. ICT/DIV De verwachting was dat het gehele budget uitgeput zou worden, echter bedraagt de onderschrijding € 59.242. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door verschuiving in de tijd van de Pilot SharePoint. De verdere implementatie zal in het 1e halfjaar 2021 plaats vinden.
Hier is rekening mee gehouden in de Roadmap 2021 en het bijbehorende budget. Tevens blijkt een gebudgetteerde software update in 2020 niet noodzakelijk en zijn er minder kosten gemaakt voor afschrijving automatisering door een heroverweging van de voorgenomen aanschaf. In het 1e kwartaal 2020 heeft er nog extra ondersteuning met betrekking tot de nieuwe digitale werkplek en begeleiding Roadmap 2020 plaatsgevonden. Om dit te kunnen realiseren is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt. Overige personele lasten Ondanks de uitgaven voor aanschaf van thuiswerkproducten en de tijdelijke thuiswerkvergoeding bedraagt de onderschrijding binnen deze kostensoort € 252.892. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelbudgetten opleidingen/trainingen, ondernemingsraad en vergoeding woon-werk. Door de coronacrisis zijn minder medewerkers gestart aan een opleiding/trainingen en zijn voorgenomen trainingen voor de ondernemingsraad uitgesteld. Tevens heeft de Nederlandse Spoorwegen op eigen initiatief een pauze regeling ingelast. Hierdoor zijn de kosten voor de openbaar vervoerabonnementen tijdelijk stop gezet. Financiën/Juridische zaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 16.591. In 2020 zijn de kosten met betrekking tot de accountant en inhuur externe expertise lager dan begroot.