CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Variantenstudie zwembad en atletiekbaan

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Nieuwe locaties zwembad en atletiekbaan & beschikbaar stellen van onderzoekskrediet verkenning vier varianten toekomstige locaties voor een zwembad en atletiekbaan6.040 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Variantenstudie zwembad en atletiekbaan Registratienummer: 1989773

Aanleiding In februari 2024 is de locatiestudie voor het zwembad en de atletiekbaan opgeleverd. De uitkomst van deze locatiestudie is met de gemeenteraad besproken tijdens een beeldvormende bijeenkomst op 19 maart jl. In het raadsmemo van 9 april jl. met registratienummer 1981319 heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd over de te nemen vervolgstappen. Zoals daarin toegelicht is in de maanden april en mei een tussenstap toegevoegd aan de planning. Deze notitie beschrijft in uitgebreidere vorm de uitkomst van deze tussenstap en in navolging daarop de conclusies en adviezen voor het vervolg. Locatiestudie en longlist In de locatiestudie voor het zwembad en de atletiekbaan kwamen de volgende voorkeurslocaties naar voren: - Voor de atletiekbaan is het veld naast het gemeentedepot in de Broekpolder als voorkeurslocatie benoemd. Op dit moment wordt het veld aan de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen verhuurd. - Voor het zwembad geldt dat uit de studie twee potentiële voorkeurslocaties naar voren komen; de huidige atletiekbaan naast de Polderpoort en een groen gebied aan de overzijde van de Polderpoort (naast de Vaart en de A20). De huidige atletiekbaan is daarbij als meest kansrijk beoordeeld. Voor de groenstrook naast de Vaart en de A20 zijn dermate veel criteria als negatief beoordeeld, dat deze locatie door de gemeente niet als optie verder wordt overwogen.

De conclusies in de locatiestudie leiden tot het beeld dat de voorkeurslocaties uit de studie naar alle waarschijnlijkheid grote (financiële) uitdagingen met zich meebrengen. Naar aanleiding daarvan is op 19 maart locatie weiland Broekpolder als alternatieve locatie gepresenteerd. Deze scoort op basis van de gehanteerde objectieve criteria in het locatie onderzoek het best. De (financiële) uitdagingen met betrekking tot de milieukundige en infrastructurele ingrepen, lijken bij deze locatie tevens minder hoog te zijn dan bij de voorkeurslocaties. Dit leidt mogelijk tot lagere investeringen. Deze locatie is derhalve alsnog besproken met de Federatie Broekpolder, aangezien de cultuurhistorische waarde van deze locatie als belangrijkste belemmering bij de start van het onderzoek is aangewezen. De Federatie heeft uitgesproken hier positief tegenover te staan en kansen te zien voor een betere ontsluiting van het gebied. Middels de bijgevoegde en al eerder met de gemeenteraad gedeelde brief van 6 maart jl. is dit tevens schriftelijk bevestigd. Het weiland is op dit moment verhuurd aan de manege Die Flardingha Ruiters en is in gebruik als buitenverblijf voor de paarden De longlist bevat nog twee locaties, die vanwege uiteenlopende redenen niet verder zijn onderzocht. Hieronder volgt een korte weergave van deze locaties en de overwegingen deze niet verder te onderzoeken.

Locatie Fortunapad Medio juni 2023 is de koopovereenkomst voor deze locatie getekend, waarmee ontwikkelaars in opdracht van de Gemeente Vlaardingen de nieuwe wijk Fortunapark gaan ontwikkelen. De locatie is dan ook niet beschikbaar. Locatie DVO‘32 Deze locatie is op dit moment niet beschikbaar voor het zwembad en/of de atletiekbaan. De voornaamste argumenten hiervoor zijn de eigendomssituatie (privaat eigendom Stichting DVO’32) en de decentrale ligging in de stad. Het uitkopen van de stichting, is alleen mogelijk indien DVO’32 hier actief aan meewerkt. Voor de atletiekbaan geldt het criterium van de decentrale ligging overigens in mindere mate ten opzichte van het zwembad. Gesprekken met verenigingen en ondernemers In de maanden april en mei zijn diverse gesprekken gevoerd met de mogelijk betrokken verenigingen en ondernemers in het gebied. Tijdens deze gesprekken hebben de betrokkenen benadrukt dat de continuïteit van hun vereniging of onderneming, in welke vorm dan ook, als voornaamste belang geldt bij een mogelijke herontwikkeling van een locatie. 1

Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen De Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen is opgericht in 1980 en heeft ongeveer 40 leden. De vereniging is reeds verplaatst binnen de Broekpolder om plaats te maken voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de vereniging geldt dat een alternatieve locatie voor de beoefening van modelvliegen lastig is gezien de wet- en regelgeving van de luchtvaart. Enkele opties binnen de Broekpolder zijn mogelijk een alternatief volgens de vereniging. Echter dient hierbij ook rekening te worden gehouden met de veiligheid van mensen en dieren. Het toekennen van een ander veld in de Broekpolder of aan de rand van Vlaardingen zal tevens een uitdaging zijn gezien de eigendomssituatie van Staatsbosbeheer. De vereniging heeft haar zorgen geuit over het feit dat een mogelijk schuifplan in gang wordt gezet, zonder dat een alternatief veld is aangeboden. Die Flardingha Ruiters De vereniging Die Flardingha Ruiters is opgericht in 1949 en heeft ongeveer 400 leden. De vereniging is opgericht op het landje van Chardon en jaren later is zij verhuisd naar de Broekpolderweg. De grond aan de Broekpolderweg 251 met o.a. stallingen, binnenbak en een woning is in erfpacht uitgegeven aan de vereniging. Het weiland, dat als buitenverblijf voor de paarden dient, is aan de vereniging verhuurd.

Die Flardingha Ruiters heeft aangegeven dat het huidige aantal vierkante meters (circa 60.000) aan buitenverblijf minimaal noodzakelijk is voor het welzijn van de circa 95 paarden. Daarnaast is direct zicht op de paarden en het bieden van schone weidegrond van belang. De huidige weide is ook veilig bereikbaar vanwege het beperkt aantal verkeersbewegingen op de Broekpolderweg. Op het gebied van wet- en regelgeving vanuit de overheid zijn overigens nog geen minimale eisen vastgesteld voor het buitenverblijf van paarden. De verwachting is dat deze wettelijke eisen niet op korte termijn volgen. Het (aanzienlijk) reduceren van vierkante meters zou volgens de vereniging programmatisch gezien een enorme uitdaging betekenen. Dit aangezien de paarden nu al op specifieke dagdelen en in groepen buiten worden geplaatst. De vereniging geeft ook aan dat het toevoegen van een buitenbad voorziening mogelijk veel geluidsoverlast veroorzaakt. Het resterende stuk weidegrond kan daardoor als onveilig worden ervaren door de aanwezige paarden, zo stelt de vereniging. Het buitenverblijf zou daarmee nagenoeg onbruikbaar worden waardoor de leden hun paarden mogelijk naar andere verenigingen zullen verhuizen.

De vereniging maakt zich dan ook ernstige zorgen over haar voortbestaan indien zowel een atletiekbaan, een binnenzwembad én een buitenzwembad in het gebied rondom de manege zouden worden gerealiseerd. Polderpoort Voor de Polderpoort geldt dat er zorgen zijn mocht de atletiekbaan verhuizen en geen alternatief op deze locatie wordt geboden. In eerste instantie is deze zorg er vanwege de inkomstenderving, aangezien de inkomsten van huur en horeca vanuit de atletiekvereniging zouden verdwijnen. Ook de gebrekkige visuele kwaliteit van een mogelijk braakliggend terrein is een zorg voor de ondernemers. Een herontwikkeling als zwemlocatie zou voor de Polderpoort interessant kunnen zijn, mits hierbij (een gedeelte van) de exploitatie kan worden verkregen. Mocht dit laatste niet het geval zijn, zal de Polderpoort bezwaar aantekenen tegen het plan om een zwembad te ontwikkelen op de voormalige atletiekbaan. De achtergrond hierbij is, naast de inkomstenderving van een mogelijk vertrek van AV Fortuna, dat de Polderpoort in het verleden plannen heeft ingediend voor uitbreidingen en zelfs een zwembad. Deze plannen zijn door de gemeente destijds afgekeurd. Belangrijk aandachtspunt hierbij is ook dat rekening gehouden moet worden met het Didam-arrest.

De afhankelijkheid van de Polderpoort bij het uitwerken van de locatie achter de Polderpoort, kan als risico met zich meebrengen dat partijen worden uitgesloten bij een eventueel noodzakelijke aanbestedingsprocedure. Hiervoor zal juridisch, procedureel en procesmatig advies moeten worden ingewonnen. Tot die tijd is de gemeente terughoudend in het actief betrekken van de Polderpoort als ontwikkelende partij. Wijkbeheer Wijkbeheer heeft aangegeven dat de functie van het gemeentedepot aanzienlijke (financiële) voordelen voor de gemeente biedt. Bij een mogelijke herontwikkeling van deze locatie zal een alternatief moeten worden geboden om deze functie voor de stad te kunnen behouden. Een industriële locatie die goed bereikbaar is voor vrachtverkeer is daarvoor een vereiste. Het kavel naast 2

de A20 in de Broekpolder ter hoogte van het BP station zou een geschikte locatie kunnen zijn volgens Wijkbeheer. AV Fortuna Voor AV Fortuna geldt tevens dat een mogelijke herontwikkeling van de huidige accommodatie de continuïteit van de vereniging (tijdelijk) onder druk zet. Voor een periode van een tot twee jaar (afhankelijk van de mate van sanering) niet kunnen trainen en wedstrijden spelen op een eigen accommodatie kan tot een ledenverlies leiden voor de vereniging. Deze activiteiten voortzetten op een alternatieve locatie zal lastig worden, gezien de programmatische druk bij atletiekverenigingen in buurgemeenten. Tevens heeft de vereniging als doel om de identiteit van de club te versterken door middel van een eigen clubhuis. Op dit moment maakt de vereniging gebruik van de faciliteiten van de Polderpoort. Bij een eventuele herontwikkeling van de huidige accommodatie zal deze wens voor een eigen clubhuis een belangrijk onderwerp van gesprek worden. Overige belanghebbenden: - De Federatie Broekpolder ziet kansen voor het ontlasten van de Watersportweg en mogelijke integratie van een entreevoorziening met parkeerfaciliteiten dicht bij de afrit van de snelweg. Hiervoor was in de visie Broekpolder al een voorstel opgenomen die mogelijk goed kan worden gecombineerd met een ontwikkeling op het weiland.

- Stichting de Kulk als huidige exploitant van het zwembad ziet kansen in de Broekpolder, zeker in samenwerking met bestaande verenigingen en ondernemers. - De tennisvereniging Vlaardingse Lawn Tennis Club en de kinderopvang van UN1EK zien kansen voor het deelgebruik van een mogelijk nieuwe parkeervoorziening bij het weiland. Milieukundige kaders De DCMR heeft een adviesmemo opgesteld waarin de milieukundige kaders van de vier locaties concreet zijn weergegeven. De locatie aan de Vaart (locatie 5 uit het locatie onderzoek) is voor de volledigheid meegenomen in dit advies. Deze locatie wordt echter door de gemeente niet als realistisch beschouwd en is dus niet meegenomen in het vervolg. Voor de huidige atletiekbaan is een beschikking afgegeven en is de samenstelling van de grondlagen bekend. Basisuitgangspunt hierbij is het in stand houden van de leeflaag gezien de sterke verontreiniging daaronder. Bij herinrichting en verandering van het gebruik door het toevoegen van het zwembad moet de geschiktheid worden heroverwogen. Een aanvullende sanering zal in het geval van graven tot in de vervuilde laag dan nodig zijn. Gezien de vereist diepte van de baden is de verwachting dat dit nodig zal zijn. Voor de atletiekbaan is dit afhankelijk van vereiste diepte in de leeflaag en de vervuilde laag daaronder, i.v.m. het toevoegen van een fundering.

Een fundatie zal nodig zijn in verband met de verzakkingen die plaatsvinden vanwege de instabiele ondergrond. Met name voor de locatie naast het gemeentedepot, op dit moment verhuurd aan de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen, is onvoldoende informatie beschikbaar om een goede afweging van (financiële) risico’s voor een eventuele herontwikkeling te kunnen maken. Het vermoeden is dat het bestaande maaiveld is afgedekt met folie met daarop circa een halve meter tot een meter schone grond. Hierbij moet rekening gehouden worden dat onder het folie sterk verontreinigde grond met puin en mogelijk asbest aanwezig is. Die onderliggende laag maakt mogelijk nog deel uit van de vuilstort van de periode 1975-1991. De impact van een atletiekbaan is hier ook afhankelijk van de vereiste diepte in de vervuilde laag daaronder, i.v.m. het toevoegen van een fundering. Een fundatie zal nodig zijn in verband met de verzakkingen die plaatsvinden vanwege de instabiele ondergrond. Aanvullend bodemonderzoek is verplicht om de impact van het toevoegen van een atletiekbaan te onderzoeken. De locatie van het weiland lijkt de minste risico’s te bevatten gezien de licht tot matige verontreiniging van de bodem. Er is echter in het grondwater wel een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond.

Ook hier is aanvullend bodemonderzoek verplicht om de impact van het toevoegen van een zwembad te onderzoeken. Voor de locaties gemeentedepot / veld ernaast en het weiland geldt dat er rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van historische verontreinigingen ontstaan voor 1987 en mogelijk na 1987 maar voor inwerkingtreding van de Omgevingswet 1-1-2024. Daarnaast moet rekening gehouden worden met mogelijk nog een matig tot sterk verontreinigde bodemlaag met minimaal zware metalen onder de afdeklaag. 3

Door de DCMR wordt geadviseerd om een adviesbureau in te schakelen voor o.a. de uitvoering van vooronderzoek en actualiserend bodemonderzoek. Ook kan het adviesbureau aangeven welke meldingen nodig zijn, wat de beste vervolgroute/aanpak is en met welke procedures en proceduretijden rekening moet worden gehouden. Op basis hiervan kunnen de verschillende locaties en eventuele herontwikkelingen op milieukundig gebied financieel worden afgewogen. Voor een volledige weergave van het DCMR onderzoek is bijlage 1 toegevoegd aan deze notitie. Varianten Naar aanleiding van de uitgevoerde locatiestudie en tussenfase is geconcludeerd dat het uitwerken van drie locaties in verschillende varianten op dit moment vereist is. Een uitgebreidere en concrete kosten-baten analyse is voor de locaties nodig om tot een afgewogen besluit te kunnen komen. Op basis van de uitgevoerde tussenfase zijn dit moment 3 varianten mogelijk die voor verdere uitwerking in aanmerking komen: Variant 1 Deze variant is op basis van de conclusies uit de locatiestudie gevormd. De (financiële) risico’s met betrekking tot de aanpassingen van de locaties voor zowel het zwembad als de atletiekbaan lijken in deze variant het grootst. De locatie opties binnen deze variant zijn als volgt: -

Atletiekbaan op locatie huidige veld Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen Binnenzwembad op locatie huidige atletiekbaan naast Polderpoort Buitenzwembad op locatie huidige atletiekbaan naast Polderpoort

Afbeelding 1. Variant 1 met mogelijke locaties voor zwembad (blauw) en atletiekbaan (paars)

De locatie bij het gemeentedepot is niet voorzien van parkeergelegenheid en een goede, veilige toegangsweg. Daarnaast is vanuit de DCMR aangegeven dat de locatie waarschijnlijk niet of niet geheel gesaneerd is door middel van een leeflaag zoals op de locatie naast de Polderpoort. Bovendien is de locatie net zo zettingsgevoelig als de huidige en dus vereist ook kostbare fundering. Het voortbestaan van de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen is in het geding wanneer deze variant in gang wordt gezet, zonder dat een alternatief veld is gevonden. Het behouden van het gemeentedepot op deze locatie is een afweging, maar lijkt onrealistisch wanneer hier verkeersbewegingen voor de atletiekbaan gaan plaatsvinden. Voor het zwembad op de huidige locatie van de atletiekbaan bestaan ook grote financiële risico’s. De extra druk op de Watersportweg en op de parkeervoorziening is een zorg van de gemeente en Federatie. Het uitgraven van een zwembad meters in de zwaar vervuilde grond van de voormalige huisvuilstort is daarbij ook een groot financieel risico. Tot slot is de toegang tot (en zicht op) de locatie en in relatie daarmee de eigendomssituatie van de Polderpoort een nadrukkelijk aandachtspunt (recht van overpad). Belangrijk aandachtspunt hierbij is ook dat rekening gehouden moet worden met het Didam-arrest.

Wel biedt de locatie mogelijk kansen in de samenwerking met andere voorzieningen in dit gebied zoals het Klauterwoud. 4

Variant 2 Deze variant is op basis van de conclusies uit de locatiestudie gevormd en tevens door de aanvulling vanuit de longlist. De locatie opties binnen deze variant zijn als volgt: -

Atletiekbaan op locatie huidige veld Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen Binnenzwembad op gedeelte locatie huidige weiland Buitenzwembad op locatie huidige atletiekbaan naast Polderpoort

Afbeelding 2. Variant 2 met mogelijke locaties voor zwembad (blauw) en atletiekbaan (paars) NB; de exacte locatie van een mogelijk binnenzwembad op het weiland is nadere uitwerking

De locatie bij het gemeentedepot is niet voorzien van parkeergelegenheid en een goede, veilige toegangsweg. Daarnaast is vanuit de DCMR aangegeven dat de locatie waarschijnlijk niet of niet geheel gesaneerd is door middel van een leeflaag zoals op de locatie naast de Polderpoort. Het voortbestaan van de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen is in het geding wanneer deze variant in gang wordt gezet, zonder dat een alternatief veld is gevonden. Voor het binnenzwembad op (een gedeelte van) het weiland gelden minder grote financiële risico’s dan in variant 1. De exacte locatie is nader te bepalen, ook de locatie naast het kinderdagverblijf lijkt een logische optie. Door de DCMR is aangegeven dat een licht tot matige verontreiniging wordt verwacht, in tegenstelling tot de zeer zware vervuiling op de locatie van variant 1 onder de aanwezige leeflaag. Aandachtspunten zijn voor de manege wel de combinatie met het buitenverblijf van de manege (geluidsoverlast) en de mogelijke compensatie van verloren vierkante meters van dit buitenverblijf. De buitenspeelplaats van het kinderdagverblijf veroorzaakt ook overlast voor de paarden, wellicht dat extra bebouwing deze geluidsoverlast kan beperken. Voor de manege is deze variant alleen acceptabel mits compensatie van verloren terrein wordt geboden, binnen de door haar gestelde randvoorwaarden.

Wellicht dat ruimte voor deze compensatie mogelijk is op de locatie van het gemeentedepot, mits deze grond voldoende schoon wordt verklaard en dit financieel haalbaar blijkt. Voor het gemeentedepot zal hierbij vervolgens een alternatieve locatie moeten worden gezocht. Het realiseren van een buitenvoorziening naast de Polderpoort zou betekenen dat de zwemvoorzieningen binnen/buiten worden opgesplitst. Het gebruik van deze accommodaties verschilt aanzienlijk per seizoen, dit zal geen belemmering hoeven te vormen. Ook zijn voor een buitenvoorziening minder faciliteiten nodig en zijn hier mogelijk oplossingen in de samenwerking met de (voorzieningen van de) Polderpoort. Een exploitatie van deze buitenvoorziening lijkt logisch door de ondernemers van de Polderpoort. Aandachtspunt hierbij is ook dat rekening gehouden moet worden met het Didam-arrest. Wel biedt de locatie mogelijk kansen in de samenwerking met andere voorzieningen in dit gebied zoals het Klauterwoud. De randvoorwaarde voor een buitenbad functie op deze locatie is dat de diepte van deze zwemvoorzieningen waarschijnlijk beperkt dient te zijn, om de financiële risico’s van sanering onder de aanwezige leeflaag te beperken. Peuterbaden en zogeheten “sprayparken” komen hiervoor in aanmerking.

5

Voordeel van deze variant is de mogelijke koppeling tussen het binnenzwembad, de atletiekbaan en een entree van de Broekpolder. Bijvoorbeeld een integrale parkeerfunctie en het delen van faciliteiten biedt mogelijk (financiële) voordelen voor de gemeente. Variant 3 Deze variant is door de aanvulling vanuit de longlist gevormd en de heroverweging van de huidige locatie voor de atletiekbaan. De locatie opties binnen deze variant zijn als volgt: -

Atletiekbaan op huidige locatie naast Polderpoort Binnenzwembad op locatie huidige weiland Buitenzwembad op locatie huidige weiland Weiland op locatie huidige gemeentedepot en veld Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen

Afbeelding 3. Variant 3 met mogelijke locaties voor zwembad (blauw) en atletiekbaan (paars) NB; de exacte locatie van een mogelijk binnen- en buitenzwembad op het weiland is nadere uitwerking

Voor AV Fortuna geldt dat een mogelijke herontwikkeling van de huidige accommodatie de continuïteit van de vereniging (tijdelijk) onder druk zet. Het overbruggen van deze periode zal onderdeel van het vervolgonderzoek vormen. Bij een eventuele herontwikkeling van de huidige accommodatie zal het versterken van de identiteit van de vereniging en de daarbij behorende wens voor een eigen clubhuis en een belangrijk onderwerp van gesprek worden. Voor het binnen- en buitenzwembad op het weiland gelden minder grote financiële risico’s dan in variant 1. Door de DCMR is aangegeven dat een licht tot matige verontreiniging wordt verwacht, in tegenstelling tot de zeer zware vervuiling op de locatie van variant 1 onder de aanwezig leeflaag. Aandachtspunten hierbij zijn de combinatie met het buitenverblijf van de manege (geluidsoverlast) en de compensatie van verloren vierkante meters van dit buitenverblijf. Voor de manege is deze variant alleen acceptabel mits compensatie van verloren terrein wordt geboden, binnen de door haar gestelde randvoorwaarden. De ruimte van het gemeentedepot en veld van de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen komen hiervoor in aanmerking en lijken een logische ligging voor een paardenweide. Het voortbestaan van de Radio Modelvlieg Vereniging Vlaardingen is in het geding wanneer deze variant in gang wordt gezet, zonder dat een alternatief veld is gevonden.

Tenzij deelgebruik van deze grond een mogelijkheid is. Het gemeentedepot zal hierbij een alternatieve locatie moeten worden aangeboden. Integrale blik In de uitwerking van de varianten wordt het deelgebied van de Broekpolder (Zuidoost) bijna geheel onder de loep genomen. In onderstaande afbeelding is dit deelgebied weergegeven. Het functioneren van dit gebied in combinatie met het toevoegen van een accommodatie zoals het zwembad, met de daarbij behorende aanvullende aantrekkingskracht van bezoekers, zal dan ook goed moeten worden onderzocht. Op verkeerskundig niveau voor auto’s, fietsers, voetgangers en OV vanuit de stad maar ook vanaf dit punt verder de Broekpolder in. Daarnaast zal samen met de verenigingen en ondernemers in het gebied een participatietraject worden ingezet. In eerste instantie om de uitwerking

6

van de varianten te bespreken maar daarin ook de kansen voor samenwerking nadrukkelijk te onderzoeken. In het vervolg van dit traject zal een adviesteam dit deelgebied derhalve integraal moeten beoordelen. De basis hiervoor wordt gevorm door uitgevoerde locatiestudie inclusief aanvulling, de eisen m.b.t. de continuïteit van de verenigingen en de milieukundige kaders. Gedurende de uitwerking van de varianten met een integrale blik op dit gebied, zou mogelijk een nieuw inzicht kunnen ontstaan. Mocht dit inzicht voordelen bieden aan de geschetste varianten dan wordt dit uitgewerkt en aan u voorgelegd.

Afbeelding 4. Deelgebied Broekpolder als basis voor een integrale blik

Technische staat huidige accommodaties Gezien het feit dat de locatiestudie fase een langere termijn planning vergt dan voorzien, dient goed te worden gekeken naar de technische staat en continuïteit van de huidige accommodaties. Beide accommodaties hebben te maken gehad met achterstallig onderhoud, waardoor de risico’s met betrekking tot het niet voldoen aan de (wettelijke) eisen toe zijn genomen. Atletiekbaan Op 19 februari jl. heeft een voorinspectie door de Atletiekunie plaatsgevonden bij de accommodatie aan de Watersportweg 11A, verhuurd door de gemeente aan AV Fortuna. In het rapport worden diverse onderdelen van de accommodatie als niet wedstrijdgeschikt beoordeeld, enkele onderdelen zelfs als onveilig. De conclusies uit deze inspectie zijn bindend voor de organisatie van wedstrijden. Tussen de voorinspectie en definitieve inspectie is een periode van 9 maanden voorzien om reparaties uit te voeren. Op afgekeurde voorzieningen na de definitieve inspectie mogen vervolgens per direct geen wedstrijden meer onder auspiciën van de Atletiekunie plaatsvinden. De gemeente is een onderhoudsinvestering op de accommodatie aan het voorbereiden. Daarbij wordt rekening gehouden met een mogelijke verhuizing in de komende jaren, zodat deze investeringen ook voor een langere periode beschikbaar blijven. Zwembad Zwembad De Kulk is in 1996 geopend en is dus circa 28 jaar oud.

Uit de technische schouw die in maart 2022 is uitgevoerd blijkt dat er sprake is van onderhoudsachterstanden en de accommodatie is gedateerd qua uitstraling en materiaalgebruik. Op korte termijn dient in detail te worden uitgewerkt welke onderhoudsinvesteringen minimaal uitgevoerd dienen te worden om de Kulk voor een periode van ten minste vier a vijf jaar in stand te houden. Synarchis heeft in december 2022 reeds een overzicht opgesteld van te verwachten investeringen voor scenario’s van renovatie. In overleg met Stichting de Kulk en door middel van een eventuele aanvullende schouw met behulp van technische experts, zal dit overzicht mogelijk nog worden herijkt.

7

Vervolg Indien medio september een akkoord wordt gegeven op deze vervolgstudie en bijbehorende kosten, zal zo spoedig mogelijk een adviesteam worden gecontracteerd. In de eerste helft van 2025 zullen de varianten vervolgens door dit adviesteam verder uitgewerkt worden. De noodzakelijke ingrepen en kosten op het gebied van milieu, landschap en infrastructuur zullen inzichtelijk worden gebracht. Het resultaat van deze vervolgstudie zal op hoofdlijnen als volgt zijn: 1. Quickscan en structuurkaart op gebiedsniveau - Een analysekaart met alle aspecten van het gebied en per locatie aangegeven (oriëntatie, milieu, groen- en waterstructuur, verkeerskundig netwerk etc.). - Bespreking van deze analyse met het interne projectteam van beleidsmedewerkers binnen de gemeente. 2. Variantenstudie en integrale kostenraming - Een inpassingsstudie per variant met stedenbouwkundige opzet, programma bebouwing, parkeerbalans en ontsluiting, landschap en overig grondgebruik. - Het door de DCMR geadviseerd vooronderzoek en actualiserend bodemonderzoek daar waar nodig. Inclusief verkenning subsidiemogelijkheden provincie en kostenraming sanering. - Een parkeer- en ontsluitingsstudie met een integrale blik op de entreefunctie van de Broekpolder. Inclusief kostenraming infrastructurele aanpassingen. - Een integrale kostenraming met daarin weergegeven de kosten voor o.a.

realisatie bebouwing en aanpassingen landschap, verkeer en milieu. Minus eventuele subsidieregelingen. - Bespreking van deze varianten met het interne projectteam van beleidsmedewerkers binnen de gemeente. Inclusief een advies hierover. Het resultaat van deze vervolgstudie zal uiteindelijk een overzicht van varianten zijn, met een bijbehorende kosten-baten analyse ter besluitvorming. Parallel wordt in deze periode ook het Programma van Eisen van beide accommodaties verder uitgewerkt. Deze Programma’s van Eisen dienen tevens als basis voor de ruimtelijke uitwerking van de locaties en de aanvraag van het investeringskrediet. De integrale aanvraag voor investeringskrediet van zowel het zwembad als de herijkte aanvraag voor de atletiekbaan vindt op basis van deze planning dan in de tweede helft van 2025 plaats. Bij deze aanvraag zal het volgende ook worden weergegeven: -

Een advies met betrekking tot de meest wenselijke exploitatie- en aanbestedingsvorm. Hiervoor laten wij ons de komende periode ook adviseren. De aanvraag van krediet voor dekking van de (onderhouds-)kosten voor het in stand houden van zowel het zwembad als de atletiekbaan. De mogelijke planning van het vervolg; de (voorbereiding van de) aanbestedingsfase, ontwerpfase en realisatiefase.

Conclusie Op basis van de beschikbare informatie is de conclusie dat één definitieve locatiekeuze voorleggen niet wenselijk is en nader onderzoek vereist is. De weergegeven varianten zijn alle drie -op verschillende niveaus- kansrijk en waardevol om nader uit te werken. De varianten bevatten tevens verschillende voordelen, nadelen, kansen en risico’s voor zowel de verenigingen als de gemeente. De hierboven geschetste vervolgstappen stelt de gemeente in staat om de (financiële) haalbaarheid van -en verschillen tussen- de varianten nader te onderzoeken. Zorgvuldigheid is in dit traject van essentieel belang. De financiële consequenties van de keuzes in dit stadium verschillen mogelijk aanzienlijk en dienen dan ook nauwkeurig te worden onderzocht. Het is daarnaast een zeer omvangrijk, complex en gevoelig traject gezien de vele betrokken belanghebbenden; ook in dat licht is zorgvuldigheid nadrukkelijk vereist. Gezien de staat van deze belangrijke sportaccommodaties voor de stad is enige snelheid in het proces ook vereist. Zowel de atletiekbaan als het zwembad zijn in zeer slechte staat. Een lange(re) termijn planning vergt extra investeringen op groot onderhoud. Daarnaast bevat een lange termijn planning risico’s voor uitval van functies en dus een risico voor de continuïteit. 8

Bijlagen -

Memo DCMR

9

Parallelweg 1

Gemeente Vlaardingen T.a.v. de heer M. Vis Michiel.Vis@vlaardingen.nl

Postbus 843 3100 AV Schiedam T 010 – 246 80 00 E info@dcmr.nl W www.dcmr.nl

Ons kenmerk

Uw kenmerk

2521286_5951817

Datum

16 mei 2024

Contact

Afdeling

Bijlagen

info@dcmr.nl

Reguleren Advies en Omgeving

-

Onderwerp

Bodemadvies potentiele locaties zwembad/atletiekbaan/paardenweide te Vlaardingen

Geachte heer Vis, Hierbij ontvangt u de reactie van DCMR Milieudienst Rijnmond op uw vraag om bodemadvies te geven over een viertal locaties; Locatie 3: huidige locatie atletiekbaan Locatie 5: langs de vaart Locatie 8: huidige locatie gemeentedepot en Modelvliegvereniging Locatie 11: huidige paardenweide Toelichting Hieronder is voor deze drie locaties op basis van beschikbare informatie op hoofdlijnen aangegeven wat de te verwachten bodemkwaliteit is en wat de eisen en consequenties zijn ten aanzien van de (bouw)ontwikkelingen (op en in de bodem). Locatie 3: huidige locatie atletiekbaan Bodemfunctie volgens Nota Bodembeheer: natuur Deze locatie is geregistreerd bij locatiecode AA062200394 Deze locatie betreft de voormalige huisvuilstort (locatie c) waar nu de atletiekbaan is gevestigd. In 2015 is voor deze locatie een beschikking opgesteld (evaluatieverslag en nazorgplan). Op basis van de informatie moet rekening gehouden worden met een sterke (rest)verontreiniging onder de leeflaag/isolatielaag (vanaf circa 1,0/1,5 m-mv). Hiervoor is een nazorgplan opgesteld.

Er gelden de volgende zorg- en of gebruiksbeperkingen: - In stand houden van de aangebrachte leeflaag - Graafwerkzaamheden op de locatie moeten vooraf gemeld worden bij het bevoegd gezag onder overlegging van een saneringsplan - Voornemen tot het onttrekken van grondwater op of in de omgeving van de locatie dient ook vooraf gemeld te worden. Blad 1 van 5

Ons kenmerk

2521286_5951817

-

Bij herinrichting, verandering van het gebruik van een deel van de locatie of het aanvragen van een bouwvergunning moet de geschiktheid worden heroverwogen. Een aanvullende sanering kan nodig zijn. Voor een aanvullende sanering is een saneringsplan nodig, dat moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag.

Ten aanzien van de atletiekbaan moet rekening gehouden worden met een isolatielaag bestaande uit teruggeplaatste grond van de stort en bouwstoffen (zoab, lava, schuimbeton). Mogelijk zijn er voor de verwijdering van deze bouwstoffen partijkeuringen noodzakelijk. Onder de isolatielaag van 1,3 m-mv is de oorspronkelijke huisvuilstort nog aanwezig.

Locatie 5: langs de vaart Bodemfunctie volgens Nota Bodembeheer: deels wonen en deels natuur Deze locatie is geregistreerd bij meerdere locatiecodes AA062200394, AA062200778 (depot Partycentrum), AA062202552 AA062200778 (depot Partycentrum): Onderzoeken bekend periode 1995-2001. Puinpad aanwezig dat niet is onderzocht. Onderdeel van stortplaats, depotlocatie voor zand en schone grond. De locatie heeft geen beschikking, geen saneringsplan en geen BUS-meldingen. AA062202552: Deze locatie heeft vooral betrekking op de Vlaardingervaart, de kade en de waterkering (dijklichaam). Er wordt verwacht dat mogelijk een deel van locatie 5 hoort bij de voormalige huisvuilstort (locatie c) waar nu de atletiekbaan is gevestigd. In 2015 is voor deze locatie een beschikking opgesteld (evaluatieverslag en nazorgplan). Er moet rekening gehouden worden met een sterke (rest)verontreiniging onder de leeflaag/isolatielaag (vanaf circa 1,0/1,5 m-mv). Hiervoor is een nazorgplan opgesteld. Er gelden zorg- en of gebruiksbeperkingen, zie hiervoor locatie 3. Voor het overige deel van locatie 5 wordt verwacht dat de grond en het grondwater licht verontreinigd zijn.

Locatie 8: huidige locatie gemeentedepot Bodemfunctie volgens Nota Bodembeheer: natuur Deze locatie is geregistreerd bij locatiecode AA062200781 Binnen locatie 8 liggen de deellocaties A en B. Locatie A is de gemeentewerf en locatie B de voormalige gemeentelijke opslagplaats (baggerdepot). De monitoringsonderzoeken die in het archief van DCMR aanwezig zijn, betreffen hoofdzakelijk locatie C (locatie 3 AA062200394). Er is enige overlap. In 2010 is een eindsituatie-bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van locatie B de voormalige gemeentelijke opslagplaats (baggerdepot). Aanleiding was de ontmanteling van het depot. Alleen de bodemkwaliteit van de bovenlaag die is aangebracht op afdekfolie is onderzocht. Die bovenlaag was niet verontreinigd. Ten tijde van het nulsituatie-onderzoek was er nog geen afdekfolie. Het vermoeden is dat tussentijds het bestaande maaiveld is afgedekt met folie met daarop grond (0,4 – 1,0 m-mv) . Hierbij moet rekening gehouden worden dat onder het folie sterk verontreinigde grond met puin en mogelijk asbest aanwezig is. Die onderliggende laag maakt

Blad 2 van 5

Ons kenmerk

2521286_5951817

mogelijk nog deel uit van de vuilstort van de periode 1975-1991. Zowel locatie A en B zijn uitgezonderd van de beschikking de huisvuilstort (locatie C), TC 15-39-007. De locatie heeft geen beschikking, geen saneringsplan en geen BUS-meldingen.

Locatie 11: huidige paardenweide Bodemfunctie volgens Nota Bodembeheer: landbouw Deze locatie is geregistreerd bij locatiecode AA062200452 Er zijn vier onderzoeken bekend waarvan er drie digitaal beschikbaar zijn. Eén onderzoek moet in het archief van de gemeente aanwezig zijn. Het laatste onderzoek is in 2007 uitgevoerd. De onderzoeken hebben betrekking op het toepassen van grond (opvullen gaten weiland) en een lekkage huisvuilwater. Op basis van de informatie wordt verwacht dat de bodem licht tot matig verontreinigd is en het grondwater licht tot sterk verontreinigd. Er is in het grondwater een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. Nader onderzoek is noodzakelijk. Tevens is niet bepaald of het hier een historische verontreiniging betreft of nieuw. Het nader onderzoek is voor zover bekend nooit uitgevoerd. De locatie heeft geen beschikking, geen saneringsplan en geen BUS-meldingen. Wettelijke milieukaders/procedures Voor locatie 3 geldt het Overgangsrecht. In 2015 is voor locatie 3 een beschikking opgesteld (evaluatieverslag en nazorgplan). Maatregelen en beperkingen zoals opgenomen in het nazorgplan vallen onder het overgangsrecht. Het (gehele) oude recht blijft ook van toepassing op het geval van ernstige verontreiniging, zolang er geen volledige sanering heeft plaatsgevonden en er nog een ernstige restverontreiniging aanwezig is.

Het geval van ernstige verontreiniging beperkt zich dan alleen nog tot de contour waar de ernstige restverontreiniging aanwezig is. Belangrijk om te benoemen dat een deel van locatie 5 ook valt onder locatie 3. Ook bij toekomstige activiteiten in de ernstige restverontreiniging komt een initiatiefnemer in het Wbb-spoor terecht (via artikel 28 Wbb), vanwege de algemene formulering 'Het recht blijft van toepassing' in artikel 3.1, lid 1, van de Aanvullingswet bodem. Op de locatie is een leeflaag aanwezig, waarvoor op grond van de Wbb een instandhoudingsverplichting geldt. Bij graven alleen in de leeflaag is de Omgevingswet van toepassing. Naast een MBA Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’ (Omgevingswet) moet ook in het kader van overgangsrecht een signaal (kan met mail) richting handhaving worden gedaan. Bij graven tot in de verontreiniging onder de leeflaag geldt overgangsrecht en moet een saneringsplan worden opgesteld en voor de leeflaag ook nog apart MBA Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’ (Omgevingswet). Ook zal voor de realisatie van een gevoelig verblijfsgebouw rekening gehouden moeten worden met saneren. Dit beperkt zich dan alleen tot de plaats waar het gebouw zal worden gerealiseerd. Ook Blad 3 van 5

Ons kenmerk

2521286_5951817

dan kan saneren bestaan uit het herschikken en afdekken met een leeflaag/isolatielaag. Dit kan bijvoorbeeld het gebouw zijn. Het gaat om de contactrisico’s. Hou hierbij rekening met de kwaliteit van de leeflaag. Die moet geschikt zijn voor voorgenomen gebruik. Indien de aanwezige leeflaag een andere kwaliteit heeft dan nodig is voor het voorgenomen gebruik dan moet er rekening gehouden worden met aanvullende maatregelen. Voor de locaties 8 en 11 en een deel van locatie 5 geldt dat er rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van historische verontreinigingen ontstaan voor 1987 en mogelijk na 1987 maar voor inwerkingtreding van de Omgevingswet 1-1-2024. Daarnaast moet rekening gehouden worden met mogelijk nog een matig tot sterk verontreinigde bodemlaag met minimaal zware metalen onder de afdeklaag. Voor graafwerkzaamheden in verontreinigde grond (historische verontreiniging) geldt de Omgevingswet. De kwaliteit van de bodem is samen met de omvang van de ontgraving bepalend voor welke regels er gelden. Bij de milieubelastende activiteiten (MBA) voor graven uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) is een voorafgaand bodemonderzoek verplicht. Welke melding noodzakelijk is, is afhankelijk van het de resultaten van het bodemonderzoek (graven boven I en graven beneden I). In het Bal is voorafgaand bodemonderzoek gefaseerd ingevuld.

Dit bestaat uit eerst een vooronderzoek uitvoeren. Als uit het vooronderzoek duidelijk blijkt wat de te verwachten bodemkwaliteit is (boven of onder interventiewaarde) dan is verder onderzoek niet noodzakelijk. Als er na vooronderzoek te weinig bekend is over de te verwachten bodemkwaliteit of onduidelijkheden zijn, dan moet alsnog actualiserend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Voor graafwerkzaamheden in verontreinigde grond, nieuw geval voor 1-1-2024, geldt uit artikel 3.2a van de Aanvullingswet dat artikel 27 van de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing blijft op verontreinigingen die na 1 januari 1987 ontstaan zijn, maar voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, ondanks dat ze na inwerkingtreding van de Omgevingswet ontdekt worden Wat ook nog van belang is: • In het kader van de geldigheid van onderzoeksgegevens was de oude beleidsregel dat onderzoeken ouder dan 5 jaar geactualiseerd moeten worden. Indien er een besluit is genomen dan geldt een termijn van 2 jaar. In het Bal is niets opgenomen over de ouderdom van kwaliteitsgegevens. De verwachting is dat dit zal worden ondergebracht in de omgevingsplannen en dat hierin de oude lijn/beleidsregel gehanteerd gaat worden. Het Bal geeft wel aan om te bepalen welke regels er gelden bij een MBA en of voorafgaand bodemonderzoek verplicht is voor graven in de bodem.

• Er moet ook rekening gehouden worden met mogelijke regels ten aanzien van de bodemkwaliteit in de omgevingsplannen (decentrale regels) en eventueel de bruidsschat. De gemeente geeft in het omgevingsplan aan bij welke (bouw)activiteiten of (ruimtelijke) ontwikkelingen (sanerende) maatregelen moeten worden genomen. Voor die maatregelen kan de gemeente verwijzen naar de standaard-aanpakken voor de milieubelastende activiteit saneren van de bodem uit paragraaf 4.121 van het Bal (MBA saneren).

Blad 4 van 5

Ons kenmerk

2521286_5951817

Advies Houd rekening met de verschillende wetskaders onder het overgangsrecht en de Omgevingswet. Ten aanzien van nog uit te voeren bodemonderzoek is voor een aantal locaties enkel vooronderzoek mogelijk voldoende. Voor locaties die onder het overgangsrecht vallen en locaties waar te weinig bekend is over de te verwachten bodemkwaliteit moet rekening gehouden met nog uit te voeren actualiserend bodemonderzoek. Geadviseerd wordt om een adviesbureau in te schakelen voor o.a. de uitvoering van vooronderzoek en actualiserend bodemonderzoek. Ook kan het adviesbureau aangeven welke meldingen nodig zijn, wat de beste vervolgroute/aanpak is en met welke procedures en proceduretijden rekening moet worden gehouden.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met heer M.P.J.A. Annevelink tel. 010-2468348 of e-mailadres mark.annevelink@dcmr.nl.

Hoogachtend, namens de directeur DCMR Milieudienst Rijnmond,

G. Doezeman teammanager afdeling Reguleren, Advies en Omgeving DCMR maakt gebruik van digitaal vaststellen, daarom ontbreekt een zichtbare handtekening

Blad 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14392269/1