CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Matrix verschillen verordening Jeugdhulp

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20235.408 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Matrix verschillen Verordening Jeugdhulp gemeente Vlaardingen 2023 en 2020 Omschrijving art.

2023

Algemeen

.

Overwegingen

Toegevoegd: overwegende dat: het koersdocument MVS Jeugdmodel richtinggevend is voor de wijze waarop hulp en ondersteuning wordt geboden aan jeugdigen en hun ouders; HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen Toegevoegd: aanvrager: de jeugdige of zijn ouders die de individuele voorziening met een pgb willen inkopen bij een jeugdhulpaanbieder of iemand uit het sociaal netwerk; buddy: iemand uit het sociaal netwerk van de jeugdige of zijn ouders die de jeugdige en zijn ouders ondersteunt bij het hulpverleningstraject; jeugdhulpvervoer: vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid van de wet; jeugdige: jeugdige tot 18 jaar (of tot 23 jaar bij verlengde jeugdhulp). Onder jeugdige wordt

2020

Opmerkingen De verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2020 is gewijzigd om de volgende redenen: 1. De gemeenteraden hebben het Koersdocument MVS Jeugdmodel vastgesteld. Het Koersdocument is richtinggevend voor de wijze waarop hulp en ondersteuning wordt geboden aan jeugdigen en hun ouders. Het MVS Jeugdmodel wordt 1 januari 2023 ingevoerd. De verordening is hierop aangepast. 2.. Enkele bepalingen zijn geactualiseerd vanwege jurisprudentie of omdat die beter aansluiten bij de praktijk. 3. Jeugdhulpvervoer is verwijderd uit de verordening leerlingenvervoer en toegevoegd aan de verordening Jeugdhulp omdat dit, wanneer noodzakelijk, is gekoppeld aan een voorziening Jeugdhulp. Dit is toegevoegd omdat het door de gemeenteraad vastgestelde Koersdocument richtinggevend is voor de wijze waarop hulp en ondersteuning wordt geboden aan jeugdigen en hun ouders.

Enkele begrippen zijn toegevoegd als gevolg van nieuwe bepalingen in de verordening.

tevens verstaan: zijn wettelijke vertegenwoordiger; jeugdprofessional: persoon die beroepsmatig jeugdhulp biedt; kinderopvang: opvang van kinderen in een groep door pedagogische medewerkers of gastouderopvang. Onder kinderopvang vallen ook de buitenschoolse opvang, peutersopvang en voorschoolse educatie; NZa: Nederlandse Zorgautoriteit; ouders: gezaghebbende ouder of wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige; sociaal netwerk: groep mensen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, collega’s en vrienden.

verwijderd BSN: Burgerservicenummer

Begrippen die reeds in de materiewetgeving zijn opgenomen, zijn weggelaten.

college: burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak, als bedoeld in artikel 1.1. van de wet; gebruikelijke hulp: hulp waarvan het gebruikelijk is dat ouders dit zelf bieden afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling van de jeugdige en draagkracht van de ouders

Veilig Thuis: het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet HOOFDSTUK 2 ALGEMENE VOORZIENINGEN

Deze bepaling vervalt. In de plaats daarvan is in artikel 10, tweede lid opgenomen: (……. ), indien naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht dat ouders die hulp en ondersteuning aan hun kind bieden. Dit sluit aan bij jurisprudentie uit de Wmo 2015 en biedt meer mogelijkheden voor maatwerk.

Artikel 2. Toegang algemene voorzieningen

Gewijzigd Onder de algemene voorzieningen voor jeugdigen vallen voorzieningen binnen de sociale basisinfrastructuur zoals: a. kinderopvang; b. jeugdgezondheidszorg; c. praktijkondersteuning jeugd bij huisarts; d. ondersteuning en basishulp, die wordt geboden door het Wijkteam.

HOOFDSTUK 3 INDIVIDUELE VOORZIENINGEN Artikel 3. Individuele Gewijzigd voorzieningen Onder de individuele voorzieningen voor jeugdigen vallen: a. specialistische jeugdhulp, die aangeboden wordt door een door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder; b. specialistische jeugdhulp, die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht; c. gesloten jeugdhulp; d. vervoersvoorziening naar en van een locatie waar jeugdhulp wordt geboden.

De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Vrij toegankelijke basishulp: - Jeugdgezondheidszorg - Informatie, cursussen en opvoedadvies - Kortdurende pedagogische ondersteuning - Jongerenwerk - Het wijkteam b. Niet vrij toegankelijke basishulp: - Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit het wijkteam - Basis GGZ (geestelijke gezondheidszorg) door ( GGZ-psychologen) in het wijkteam

1.De volgende voorzieningen zijn beschikbaar: -Begeleiding -Behandeling -Opvoedondersteuning -Verblijf -Daghulp -Mantelzorgondersteuning

2. De wijze waarop jeugdigen en hun ouders toegang tot de individuele voorzieningen kunnen verkrijgen, is geregeld in de hoofdstukken 4 en 5. HOOFDSTUK 4 TOEGANG TOT DE JEUGDHULP VIA HUISARTS, MEDISCH SPECIALIST OF JEUGDARTS Artikel 4. Toegang jeugdhulp via Gewijzigd de huisarts, medisch specialist 1. Het college draagt zorg voor de inzet van 1. Het college draagt zorg voor de inzet van of jeugdarts jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts naar een door medisch specialist en/of jeugdarts naar een de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, als en voor zover jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van dat inzet van jeugdhulp nodig is. jeugdhulp nodig is.

Dit is aangepast aan het MVS Jeugdmodel.

De opsomming van voorzieningen is aangepast aan het MVS Jeugdmodel en de wijze waarop de jeugdhulp wordt ingekocht vanaf 2023 ( populatiebekostiging)

(…) ‘door een gecontracteerde’ (…) is toegevoegd voor de duidelijkheid. In de memorie van toelichting (pg. 125) staat: Als de jeugdige of zijn ouders na een verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts kiezen voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft en de gemeente soortgelijke jeugdhulp wel kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee zij een contract of

subsidierelatie heeft, is de gemeente niet gehouden deze andere keuze te vergoeden en zullen de jeugdige of zijn ouders de kosten van deze jeugdhulp zelf dienen op te brengen. 2. Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college dit vast in een beschikking.

HOOFDSTUK 5 TOEGANG TOT DE JEUGDHULP VIA DE GEMEENTE Artikel 5. Melding hulpvraag Toegevoegd 2. De huisarts, jeugdarts, medische specialist of gezinsspecialist kunnen in samenspraak met de jeugdige en hun ouders tevens een hulpvraag melden bij het college. 3. Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk binnen twee weken, tenzij de melding direct kan worden afgehandeld. .

Artikel 6 Afspraak voor gesprek over de hulpvraag

2. Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 16.

In het Koersdocument is opgenomen: Waar mogelijk wordt gewerkt zonder beschikkingen. Artikel 16 is om die reden komen te vervallen en deze bepaling is daarop aangepast.

Dit is aangepast aan het MVS Jeugdmodel.

verwijderd 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende (tijdelijke) maatregel

Dit is opgenomen in artikel 6, zevende lid.

Gewijzigd Afspraak voor gesprek over hulpvraag

Vooronderzoek

De titel is aangepast omdat dit beter aansluit bij de inhoud.

1. Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of zijn ouders de noodzakelijke en toegankelijke informatie over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig, maar uiterlijk binnen zes weken, een afspraak voor een gesprek.

1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 7, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.

Het is wenselijk om een termijn op te nemen waarbinnen het gesprek moet plaatsvinden. Afhankelijk van de ernst van de melding zal een afspraak eerder of later plaatsvinden maar altijd binnen zes weken.

Toegevoegd 4. Het college wijst de jeugdige en zijn ouders op de mogelijkheid om gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning.

Deze bepaling staat in artikel 7, vierde lid van de ‘oude’ verordening.

5. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders over de mogelijkheid om gedurende het

Dit is aangepast aan het MVS Jeugdmodel waarin is opgenomen dat een jeugdige gedurende het gehele traject

gehele traject ondersteund te worden door een ‘buddy’.

ondersteund kan worden door een “vertrouwenspersoon”; dat is iemand die hij vertrouwt en waar hij op terug kan terugvallen. Om verwarring met de “vertrouwenspersoon” als bedoeld in artikel 27 te voorkomen wordt hier de term ‘buddy’ gebruikt. Zie ook reactie op het advies van de Adviesraad sociaal domein.

7. In spoedeisende gevallen beslist het college na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Artikel 7. het onderzoek

Is in de plaats gekomen van artikel 5, derde lid. Toegevoegd is dat het college een machtiging gesloten jeugdhulp kan vragen bij de kinderrechter. Dit is een wettelijke bevoegdheid en is voor de volledigheid opgenomen in de verordening.

Verwijderd Het gesprek Gewijzigd 1.Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen zes weken en voor zover nodig:

Toegevoegd 3. Van het gesprek wordt een verslag op

De titel van dit artikel luidt: Het onderzoek. Dit sluit beter aan bij de inhoud.

1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:

Verwijderd 3. Als tijdens het gesprek als bedoeld in het eerste lid duidelijk wordt dat een individuele voorziening noodzakelijk is, wordt dit bevestigd aan de jeugdige en zijn ouders. Het college verstrekt dan binnen zes weken een ondersteuningsplan waarin een verslag van de uitkomsten van het onderzoek is opgenomen en waarin naar het oordeel van het college de gewenste jeugdhulp is vastgelegd. Deze termijn kan met instemming van de jeugdige en zijn ouders worden verlengd 4. Het college wijst de jeugdige en zijn ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning. 5. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek

In artikel 8 is opgenomen wat er in een ondersteuningsplan wordt opgenomen. In het vorige lid is de termijn van zes weken opgenomen.

Deze bepaling is opgenomen in artikel 6, lid 4.

Om een goede inschatting te kunnen maken van de

hoofdlijnen gemaakt en overhandigd aan de jeugdige of zijn ouders. Artikel 8. Ondersteuningsplan

problematiek vindt er altijd minimaal één gesprek plaats.

Was artikel 9

Gewijzigd 1. Het college legt de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in het vorige artikel vast in een ondersteuningsplan dat door de jeugdige of zijn ouders én de jeugdprofessional wordt ondertekend.

Dit artikel is ten opzichte van het ‘oude’ artikel uitgebreider omdat het ondersteuningsplan in het MVS Jeugdmodel de basis vormt voor de te verlenen jeugdhulp.

1.Het college zorgt voor schriftelijke vastlegging van het onderzoek, als bedoeld in artikel 7, in het ondersteuningsplan.

Toegevoegd 2. In het ondersteuningsplan wordt tevens opgenomen: a. de te behalen doelen en resultaten en de verwachte duur van de hulp of ondersteuning; b. het moment en de wijze waarop de resultaten van de ingezette hulp of ondersteuning worden besproken met de jeugdige en/of zijn ouders en de betrokken jeugdhulpprofessional(s); c. eventuele opmerkingen en/of aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders; en d. de contactgegevens van de persoon die de casusregie over de hulp of ondersteuning heeft; e. de buddy die de jeugdige tijdens het gehele traject ondersteunt. 3.Het ondersteuningsplan wordt, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering en evaluatie van de jeugdhulp, door de jeugdige of zijn ouders gedeeld met de betrokken jeugdhulpprofessional(s) met inachtneming van de geldende privacyregels. 4. Het college informeert de jeugdige of zijn

Dit sluit aan bij het ‘Waar mogelijk wordt gewerkt zonder

ouders over de mogelijkheid om een beschikking jeugdhulp te ontvangen waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Wanneer de jeugdige of zijn ouders geen beschikking wensen wordt dit in het ondersteuningsplan vastgelegd.

beschikkingen’ zoals is opgenomen in het Koersdocument MVS Jeugdmodel. Het versturen van beschikkingen, terwijl de jeugdige of zijn ouders én het wijkteam het onderling eens zijn, tast de rechtszekerheid niet aan. Wanneer de jeugdige of zijn ouders dit wensen wordt wel een beschikking verstrekt. Bij een pgb wordt altijd een beschikking verstrekt. Dit is noodzakelijk in verband met het trekkingsrecht via de SVB waarbij de aard en omvang duidelijk moet zijn aangegeven.

5. Het college verstrekt altijd een beschikking jeugdhulp wanneer de jeugdige of zijn ouders met een persoonsgebonden budget de hulp of ondersteuning zelf willen inkopen bij een jeugdhulpaanbieder of iemand uit het sociaal netwerk. 6. Een beschikking als bedoeld in het vierde en vijfde lid wordt binnen twee weken na de ondertekening van het ondersteuningsplan verstrekt.

Artikel 9. Familiegroepsplan Geen wijziging HOOFDSTUK 6 INDIVIDUELE VOORZIENING

Was artikel 15.

Verwijderd 2.Opmerkingen of latere aanvulling van de jeugdige en/of zijn ouders worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. 3.Indien er sprake is van een enkelvoudige verwijzing naar een algemene voorziening, als bedoeld in artikel 2 onder b, kan het college volstaan met een verwijzing en behoeft er geen ondersteuningsplan te worden verstrekt. Was artikel 8 Artikel 10. Aanvraag voor een individuele voorziening Verwijderd 1.Jeugdigen en hun ouders kunnen een aanvraag indienen voor een individuele voorziening nadat het onderzoek als bedoeld in artikel 7 is afgerond. 2.Het college beschouwt een ondertekend ondersteuningsplan als een volledige aanvraag voor een individuele voorziening. 3.Het ondersteuningsplan wordt ondertekend door:

Is nu opgenomen in het tweede lid onder c.

Was opgenomen in artikel 9, derde lid.

Dit vervalt omdat ‘waar mogelijk’ beschikkingsvrij wordt gewerkt.

- de wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige jonger dan twaalf jaar; -de wettelijke vertegenwoordiger en jeugdige in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar, mits de jeugdige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; - de jeugdige van zestien jaar of ouder. 4.Indien de wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige geen aanvraag heeft ingediend maar, naar het oordeel van het college, de jeugdhulp wel noodzakelijk is, geeft het college ambtshalve een beschikking jeugdhulp af. Artikel 10. Criteria voor het toekennen van een individuele voorziening

Was artikel 11 Gewijzigd 2. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden in ieder geval geacht toereikend te zijn, indien naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht dat ouders die hulp of ondersteuning aan hun kind bieden.

Gewijzigd 3. Een individuele voorziening wordt niet eerder verstrekt dan nadat het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 7 is ondertekend. Alleen in bijzondere gevallen kan daarvan worden afgeweken.

2.De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders bedoeld in het eerste lid, onder a, worden in elk geval geacht toereikend te zijn, indien de in het kader van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen te verlenen hulp, de gebruikelijke hulp aan een kind niet overstijgt en de ouders in staat zijn om deze hulp te bieden. Het college stelt nadere regels vast voor de beantwoording van de vraag wanneer in een concrete situatie sprake is van gebruikelijke hulp.

Met de wijziging is maatwerk beter mogelijk. Dit sluit tevens aan op de jurisprudentie inzake ‘Eigen kracht’.

3. Als de jeugdige of zijn ouders kosten voor jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening hebben gemaakt voordat een daartoe bevoegde partij heeft besloten tot inzet van deze voorziening, kan het college hiervoor een individuele voorziening verstrekken indien: a. de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen drie maanden nadat het verlenen van de jeugdhulp een aanvang heeft genomen; b. op het moment van de aanvraag nog steeds

Dit is aangepast aan het MVS Jeugdmodel en de contractafspraken met de jeugdhulpaanbieder.

Toegevoegd 4. Een individuele voorziening wordt verstrekt in de vorm van zorg in natura of een pgb. HOOFDSTUK 7 PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel 11. Criteria pgb gewijzigd 4. Het pgb-formulier moet volledig worden ingevuld en een budgetplan bevatten waarin is aangegeven hoe het pgb wordt besteed en welke resultaten met de in te kopen zorg worden beoogd. Het pgb-formulier is onderdeel van het ondersteuningsplan. Toegevoegd 6. De jeugdige of zijn ouders kunnen bij het doen van de aanvraag en het budgethouderschap worden ondersteund door iemand uit het sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigd, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp.

sprake is van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen waarvoor de jeugdhulp is ingezet; en c. het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 4. Het derde lid is niet van toepassing op jeugdhulp verleend door een persoon uit het sociale netwerk. Voor de volledigheid toegevoegd.

Was artikel 12 4.Het pgb-formulier moet volledig worden ingevuld en een budgetplan bevatten waarin is aangegeven hoe het pgb wordt besteed en welke resultaten met de in te kopen zorg worden beoogd. Deze resultaten moeten aansluiten bij de zorgbehoefte en de resultaatgebieden zoals in het ondersteuningsplan zijn opgenomen.

Dit is voor de volledigheid toegevoegd op advies van de Adviesraad sociaal domein.

11. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het pgb.

Artikel 12. Aanvullende criteria pgb sociaal netwerk

In de ‘oude’ verordening was deze bepaling niet opgenomen wat impliceert dat het toekennen van een vrij besteedbaar bedrag niet mogelijk is. Voor de duidelijkheid is dit expliciet opgenomen. Was Artikel 13

3. De inzet van jeugdhulp door een persoon die tot het sociaal netwerk behoort is slechts mogelijk indien:

Binnen het MVS Jeugdmodel vormt het ondersteuningsplan de basis voor de in te zetten jeugdhulp. Het pgb-formulier is daarom onderdeel van het ondersteuningsplan.

3. De inzet van jeugdhulp door een persoon die tot het sociaal netwerk behoort is slechts mogelijk: verwijderd

a.in die gevallen waarin deze hulp de gebruikelijke hulp overstijgt;

toegevoegd c. de persoon uit het sociaal netwerk die de jeugdhulp biedt, in staat is om de aan de pgb verbonden beheertaken met voldoende afstand en kritisch te vervullen.

De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak van 27 november 2019 overwegogen dat een pgb mag worden geweigerd indien de budgethouder zelf de ondersteuning biedt. De budgethouder is dan niet in staat om de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch te vervullen.

toegevoegd 4. Een pgb voor logeren bij iemand die behoort tot het sociaal netwerk is alleen mogelijk: a. ter ontlasting van de verzorgende ouder(s); b. wanneer dit in belangrijke mate bijdraagt aan het vergroten van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders; en c. als daarmee de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp kan worden voorkomen of verminderd. Artikel 13. Hoogte pgb

Deze bepaling is verwijderd omdat dit in artikel 10, tweede lid is verwoord: (…), indien naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht dat ouders die hulp of ondersteuning aan hun kind bieden. Dit geldt voor zowel individuele voorzieningen in natura als in de vorm van een pgb.

Voor logeren zijn extra voorwaarden opgenomen om te voorkomen dat voor het logeren bij bijv. opa en oma, wat niet ongebruikelijk is, een pgb wordt verstrekt. Een pgb is alleen mogelijk als aan de doelen van de jeugdhulp wordt gewerkt en de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp wordt voorkomen of verminderd.

Was Artikel 14 Gewijzigd 1.Het pgb is niet hoger dan de kosten van de goedkoopste voorziening in natura die past bij wat de jeugdige of zijn ouders nodig hebben. 2.Het pgb is gebaseerd op een tarief per eenheid (uur, dagdeel of etmaal). Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven: instellingstarief, het zelfstandige zonder personeel (zzp)-tarief en het informeel tarief.

1.De hoogte van het pgb voor in te kopen jeugdhulp bij een professionele jeugdhulpaanbieder, niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk, bedraagt 90% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht.

3.Van een instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen,

2.Als het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb in een individueel geval

Dit is aangepast aan het MVS-Jeugdmodel waarbij niet meer wordt gewerkt met arrangementen. Voor het pgb zijn vaste tarieven per eenheid opgenomen in de verordening. Uit jurisprudentie volgt dat de vaststelling van de hoogte van het pgb en de wijze waarop de tarifering behoren tot de essentialia van het voorzieningenpakket en in de verordening moeten worden opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen instellings-, zzp- en informeel tarief. In de ‘oude’ verordening was er sprake van een formeel en informeel tarief. Met de toevoeging van een zzp-tarief wordt beter aangesloten bij de hoogte van de

met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de jeugdige: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007); en b. die een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; en c. die een SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs verstrekt van de beoogde hulpverlener en een VOG die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden. 4.Van een zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de jeugdige: a. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregister 2007); en b. die een SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing.

Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs verstrekt van de beoogde hulpverlener en een VOG die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden. 5.Indien de jeugdhulp wordt geboden door een

onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij ten minste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht.

daadwerkelijke kosten.

3.Indien de kosten van de met de pgb in te kopen jeugdhulp hoger zijn dan de op basis van het eerste lid vastgestelde pgb, komen de meerkosten voor rekening van de aanvrager. 4.De hoogte van het pgb voor het betrekken van jeugdhulp van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk bedraagt a. € 20 per uur indien de jeugdhulp in de vorm van begeleiding of persoonlijke verzorging wordt verstrekt; en b. € 50 per etmaal indien de jeugdhulp in de vorm van logeren wordt verstrekt.

Dit is verplaatst naar bijlage 1 van de verordening.

persoon uit het sociaal netwerk is altijd sprake van een informeel tarief, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. 6.Indien de beschreven documenten in het derde en vierde lid, niet worden overgelegd, is ten alle tijden sprake van een informeel tarief. 7.De hoogte van de tarieven per eenheid en onderscheiden soort zijn opgenomen in Bijlage 1. Een lager tarief wordt toegekend indien uit het budgetplan blijkt dat de jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht.

Was opgenomen in artikel 14 lid 1.

Was opgenomen in artikel 14 lid 3. 8.Indien de kosten van de met het pgb in te kopen jeugdhulp hoger zijn dan de in het vorige lid bedoelde tarief, wordt het pgb voor het deel dat het tarief overstijgt, conform artikel 8.1.1, vierde lid onder a van de wet, geweigerd. De aanvrager betaalt in dat geval de meerkosten zelf aan de SVB. Zoals opgemerkt moeten de tarieven opgenomen worden in de verordening. Om te voorkomen dat jaarlijks met een wijzigingsbesluit opnieuw de tarieven door de raad moeten worden vastgesteld is een indexeringsbepaling opgenomen. Het is gebruikelijk om daarbij aan te sluiten bij het indexeringspercentage van de NZa (dit geldt ook voor de Wmo).

9.Jaarlijks worden op 1 januari de tarieven die zijn opgenomen in Bijlage 1 geïndexeerd conform het indexeringspercentage van de NZa. 10.Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend blijft in stand voor de duur van de beschikking. Verwijderd Artikel 15. Beslissing op aanvraag Artikel 16. Inhoud beschikking

HOOFDSTUK 8 JEUGDSHULPVERVOER Artikel 14 Criteria Toegevoegd jeugdhulpvervoer 1. Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouders

Deze bepalingen zijn vervallen omdat waar mogelijk beschikkingsvrij wordt gewerkt. Wanneer er wel een beschikking wordt afgegeven, bijv. omdat jeugdige en ouders dit wensen of wanneer sprake is van een pgb, wordt de beschikking binnen twee weken afgegeven na ondertekening van het ondersteuningsplan. Dit is opgenomen in artikel 10 lid 6.

Het jeugdhulpvervoer was opgenomen in de verordening leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Omdat het vervoer naar en

zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van de jeugdige naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden. 2. Indien de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van zijn ouders ontoereikend zijn om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt . 3. Bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders worden de (financiële) draagkracht en belastbaarheid van de ouders én de mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen. 4. Als aan de voorwaarden voor het vervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke (combinatie van) vervoersvoorziening(en) het meest passend is. 5. De volgende vervoersmogelijkheden zijn in volgorde van afweging mogelijk: a. vervoer geregeld door de jeugdhulpaanbieder; b. kilometervergoeding op basis van de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding voor reiskosten; c. een vergoeding voor openbaar vervoer voor de jeugdige en een volwassen begeleider op basis van de kosten van een maand- of jaarabonnement; d. taxivervoer als een vervoersvoorziening als genoemd bij a tot en met c niet mogelijk is of indien dit goedkoper is.

6.Wanneer een jeugdige een vervoersvoorziening ontvangt, kan de vervoersvoorziening worden

van een locatie waar de jeugdhulp wordt geboden onderdeel vormt van een individuele voorziening jeugdhulp is dit in deze verordening opgenomen.

verstrekt in combinatie met een training ‘zelfstandig leren reizen’. 7.De noodzaak voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 8 HOOFDSTUK 9 HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING Artikel 15 Herziening, intrekking Geen wijzigingen of terugvordering Artikel 16 Oneigenlijk en onrechtmatig gebruik Wijziging 1.Het college wijst een toezichthouder aan die, al dan niet steekproefsgewijs onderzoekt of er sprake is van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik van een verstrekte individuele voorziening in de vorm van een pgb.

Was Artikel 17 Was Artikel 18 1.Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of sprake is van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik van een verstrekte individuele voorziening.

De bepalingen omtrent de door het college aan te wijzen toezichthouder is verplaatst naar het eerste lid. De toezichthouder onderzoekt of er sprake is van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik van een verstrekte voorziening in de vorm van een pgb.

2.De jeugdige en zijn ouders verstrekken de toezichthouder alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het vorige lid.

2.De jeugdige en zijn ouders verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het vorige lid.

Deze bepaling is aangepast aan het MVS Jeugdmodel. Binnen de contractafspraken met de jeugdhulpaanbieder wordt de kwaliteit van de voorzieningen in natura geborgd. Dit valt niet onder de bevoegdheden van de toezichthouder.

3.Indien uit het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat er sprake is van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik van het pgb, kan het college de beslissing een pgb te verstrekken met terugwerkende kracht intrekken en het pgb terugvorderen . .

3.Indien uit het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van oneigenlijk of onrechtmatig gebruik van een verstrekte individuele voorziening, kan het college de beslissing een individuele voorziening te verstrekken met terugwerkende kracht intrekken en de gehele of gedeeltelijke geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het ten onrechte genoten pgb. Verwijderd 5.Het college wijst, ten behoeve van het onderzoek als bedoeld in artikel 12 lid 10 en het eerste lid van dit artikel een toezichthouder aan.

Artikel 17 Opschorting betaling uit het pgb

Toegevoegd 1.Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke

Het aanwijzen van een toezichthouder is opgenomen in het eerste lid.

Deze bepaling is opgenomen in aansluiting op artikel 8b, zesde lid aanhef en onder g van de Regeling Jeugdwet. Op

opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie de pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de wet.

grond van die bepaling kan het college de SVB vragen de betaling van een pgb op te schorten. Dit kan alleen als dit in de verordening is opgenomen.

2.Indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet, detentie of het buitenland kan het college de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit de pgb voor de duur van de opname, detentie of verblijf in het buitenland. 3.Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. HOOFDSTUK 10 AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN Artikel 18. Afstemming met Niet gewijzigd. gezondheidszorg Artikel 19. Afstemming met Niet gewijzigd. Gecertificeerde instellingen Artikel 20. Afstemming met Niet gewijzigd. justitiedomein Artikel 21. Afstemming met Niet gewijzigd. Veilig Thuis Artikel 22. Afstemming met Niet gewijzigd. voorschoolse voorzieningen Artikel 23. Afstemming met Niet gewijzigd. onderwijs Artikel 24. Afstemming met Niet gewijzigd. Wmo-voorzieningen Artikel 25. Afstemming met Niet gewijzigd. voorzieningen werk en inkomen HOOFDSTUK 11 WAARBORGING VERHOUDING PRIJS-KWALITEIT Artikel 26. Verhouding prijs en Niet gewijzigd. kwaliteit aanbieders jeugdhulp

Was Artikel 19 Was Artikel 20 Was Artikel 21 Was Artikel 22 Was Artikel 23 Was Artikel 24 Was Artikel 25 Was Artikel 26

Was Artikel 27

en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering HOOFDSTUK 12 VERTROUWENSPERSOON, KLACHTEN, INSPRAAK EN MEDEZEGGENSCHAP Artikel 27. Vertrouwenspersoon Niet gewijzigd. Was Artikel 28 Artikel 28. Klachtenregeling

Was Artikel 29 Gewijzigd Het college ziet er op toe dat jeugdhulpaanbieders over een klachtenregeling beschikken die voldoet aan de eisen van paragraaf 4.2.a van de wet en artikel 12 van het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind.

Artikel 29. Inspraak en medezeggenschap Niet gewijzigd. HOOFDSTUK 13 SLOTBEPALINGEN Artikel 30. Nadere regels Niet gewijzigd. Artikel 31. Evaluatie Niet gewijzigd Artikel 32. Hardheidsclausule Gewijzigd Het college kan in bijzondere gevallen tegen gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de artikelen 10 t/m 14, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 33. Inwerkingtreding en intrekking oude verordening Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2020. Artikel 34. Overgangsbepalingen

1.Een jeugdige of ouder houdt recht op een

1.Het college stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten van jeugdigen of ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Het college ziet er op toe dat jeugdhulpaanbieders over een klachtregeling beschikken en ziet toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntenervaringsonderzoek. Was Artikel 30

Binnen het MVS Jeugdmodel is er geen duidelijke scheiding meer tussen de toeleiding en het bieden van jeugdhulp. Om onduidelijkheden voor de cliënt te voorkomen is ervoor gekozen om in alle situaties het klachtrecht op grond van de Jeugdwet te hanteren. In het klachtrecht zijn specifieke bepalingen opgenomen met waarborgen voor een onafhankelijke en deskundige klachtenafhandeling. De toevoeging van artikel 12 van het IVRK borgt dat ook kinderen worden gehoord.

Was Artikel 31 Was Artikel 32 Was Artikel 33 Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Was Artikel 34

Voor de duidelijkheid is opgenomen van welke artikelen kan worden afgeweken. Dit zijn de artikelen waarin voorwaarden c.q. criteria zijn opgenomen voor de aanspraak op jeugdhulp. Wijziging data

Wijziging data

lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2020 en de daarop gebaseerde regels, voor de duur van de beschikking. 2.Aanvragen voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb of vervoersvoorziening waarop op 31 december 2022 nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld krachtens deze verordening.

Artikel 35. Citeertitel

3.Hulpvragen die zijn gedaan na 1 januari 2023 worden afgehandeld krachtens deze verordening Geen bepaling

Verwijderd Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Jeugdhulp gemeente Vlaardingen 2020”.

Dit artikel is niet nodig als de citeertitel hetzelfde luidt als de naam van de verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12028861/1