CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Managementletter 2020 Gemeente Vlaardingen

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Jaarstukken 2020, 1e voortgangsrapportage 2021 en 13e begrotingswijziging en Kadernota 2021 (geclusterde behandeling)13.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zorg die vanwege corona niet geleverd is, mag door de zorgaanbieder niet in de productieverantwoording worden opgenomen.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/27

Managementsamenvatting Bevindingen

COVID-19

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Effecten COVID-19 Spoor 2 (voor 31 maart 2020): Individuele zorgaanbieders en gemeenten/gemeenschappelijke regelingen maken met elkaar afspraken over een continuïteitsbijdrage en een vergoeding voor meerkosten. Dit gebeurt bij voorkeur op basis van landelijke regelingen en modellen. De basis voor het bepalen van deze coronacompensatie zijn de opgaven van omzetderving en meerkosten door zorgaanbieders. Over deze opgaven van de zorgaanbieder wordt geen controleverklaring van een accountant gevraagd. Het is aan gemeenten en zorgaanbieders om tijdig overeenstemming te verkrijgen over deze coronacompensatie. Omdat de coronacompensatie in de jaarrekening 2020 moet worden verwerkt, is tijdige overeenstemming, voor zowel gemeente als zorgaanbieder, belangrijk voor het tijdig kunnen opstellen van de jaarrekening 2020. Spoor 3 (voor 31 mei 2020): De zorgaanbieder neemt een bijlage bij de jaarrekening 2020 op waarin de zorgaanbieder aan de hand van kengetallen en analyses aannemelijk maakt dat hij niet overgecompenseerd wordt door de totale coronacompensaties die hij ontvangt van alle zorgfinanciers. Deze bijlage is niet bedoeld om terug te komen op de afspraken die bij spoor 2 gemaakt zijn, maar is wel de basis voor een dialoog tussen zorgaanbieder en zorgfinanciers.

Deze sporen zullen naar alle waarschijnlijkheid ook door de verbonden partijen van de gemeente Vlaardingen, die de WMO en Jeugdwet uitvoeren, uitgevoerd moeten gaan worden. Door de coronacrisis verloopt de zorgverlening namelijk (deels) anders, dan waarvan werd uitgegaan in de regelgeving en overeenkomsten met zorgaanbieders. Dit kan formeel tot onrechtmatigheden leiden. Hiermee wordt niet in de eerste plaats gedoeld op fraude, maar op een uitvoeringspraktijk in crisistijd. Door de coronamaatregelen kan het voorkomen dat lasten niet meer (geheel) in overeenstemming zijn met bijvoorbeeld de onderliggende overeenkomsten en relevante verordeningen. Er vinden bijvoorbeeld betalingen plaats door gemeenten en/of gemeenschappelijke regelingen aan zorgaanbieders vanuit continuïteitsoverwegingen of betalingen van meerkosten die vallen buiten het raamwerk van bestaande overeenkomsten. In het geval er door deze GR’en in 2020 besloten is om de zorgbetaling te continueren en er sprake is van P*Q-contracten met zorgleveranciers, zal er niet in alle gevallen sprake zijn van geleverde tegenprestaties die passen binnen het raamwerk van bestaande overeenkomsten en is er mogelijk sprake van situaties die classificeren als “meerkostenvergoedingen en/of continuïteitsbijdragen”.

Voor deze situaties moeten er dus door de GR’en aanvullende afspraken gemaakt worden over de wijze van verantwoording door de zorgleverancier en vaststelling ervan door de GR’en (of indien dit niet gemandateerd is, door de deelnemende gemeenten). Afhankelijk van aantal zorgaanbieders waar contracten mee zijn kan dit een extra capaciteitsinzet vragen van de GR’en, wat wellicht van invloed kan zijn op de timing van de jaarrekeningcontrole 2020 van de GR’en/de controle van de verantwoordingen Jeugdwet Lokaal (specifiek ROGPlus) en dus het moment van de beschikbaarheid ervan voor de deelnemende gemeenten. Specifiek voor de Jeugdwet Lokaal, omdat dit gemandateerd is en dus meeweegt in het accountantsoordeel van de MVS-gemeente, vernemen wij graag van u wat de verwachting is betreffende het moment van beschikbaarheid van deze verantwoording over 2020. Uiteraard ontvangen wij ook graag de prognoses van de beschikbaarheid van de jaarrekeningen 2020 van de GR Jeugdhulp Rijnmond en de ROGPlus (WMO en Beschermd Wonen), zodat wij ook hier een inschatting kunnen maken van de invloed hiervan op het jaarrekeningtraject 2020.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/28

04 Actualiteiten

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/29

Managementsamenvatting

Actualiteiten #01 - Rechtmatigheidsverantwoording voor gemeenten Actuele ontwikkelingen bij het ontwikkelen en implementeren van de rechtmatigheidsverantwoording

Bevindingen

Uw gemeente moet naar verwachting vanaf het boekjaar 2021 een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarstukken. De Tweede Kamer behandelt het wetsvoorstel in december 2020. De tekst van de rechtmatigheidsverantwoording, die in de jaarrekening opgenomen moet worden, is reeds gepubliceerd door de commissie BBV. In de paragraaf Bedrijfsvoering in het jaarverslag komt een nadere toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording. De commissie BBV komt naar verwachting eind 2020 met een publicatie over wat in deze toelichting minimaal verplicht is en wat verder in de toelichting opgenomen kan worden.

Actualiteiten COVID-19

De uitgangspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn als volgt: • De rechtmatigheidsverantwoording is een onderdeel van de jaarrekening. Dit is een te hanteren standaardtekst, waarin alleen op hoofdlijnen eventuele onrechtmatigheden boven de zogenaamde ‘verantwoordingsgrens’ moeten worden opgesomd. • De toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording wordt opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag. Het college heeft hier meer vrijheid om eventuele onrechtmatigheden toe te lichten. • De gemeenteraad stelt een verantwoordingsgrens tussen 0 en 3% vast. De verantwoordingsgrens is het bedrag waarboven het college de raad moet informeren over geconstateerde fouten en onduidelijkheden inzake de rechtmatigheid. • De scope is gelijk aan de financiële rechtmatigheid zoals die nu reeds is uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV. Het gaat alleen om de rechtmatigheidscriteria die geen getrouwe beeldcriteria zijn (voorwaarden-, begrotings-, en misbruik- en oneigenlijk-gebruikcriterium).

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

De rechtmatigheidsverantwoording vereist het verankeren van een breed scala aan activiteiten binnen uw organisatie, hetgeen vraagt om een actieve ondersteuning vanuit het topmanagement. De rechtmatigheidsverantwoording is de verantwoording van het college aan de raad. Het is echter nog wel een onderdeel van de werkzaamheden van de accountant in het kader van de getrouwheid van het jaarverslag. De accountant stelt het ‘getrouwe’ beeld van de rechtmatigheidsverantwoording vast. Het belangrijkste middel dat de accountant hierbij hanteert, is het beoordelen van de kwaliteit van de interne controle en de uitgevoerde werkzaamheden. De grondslag van de kwaliteit van een interne controle is onderhevig aan een aantal randvoorwaarden. De interne controle wordt momenteel al centraal uitgevoerd via de afdeling directie. Er wordt momenteel gewerkt aan een plan van aanpak dat inzicht geeft in de wijze waarop de rechtmatigheidsverantwoording geïmplementeerd gaat worden en de beleidskaders die hierdoor herijkt moeten worden binnen de gemeente Vlaardingen. Verbijzonderde interne controle 2020 Op dit moment richt de verbijzonderde interne controle binnen de gemeente Vlaardingen zich op zowel getrouwheid als rechtmatigheid, omdat momenteel veel getrouwheidsaspecten ook rechtmatigheidsaspecten zijn.

Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording zal er zowel in de planning van de controle als in de uitvoering een expliciete splitsing gemaakt moeten worden tussen deze twee elementen, omdat dit onderscheid vanaf 2021 hard gemaakt wordt. De elementen die zowel een getrouwheids- als een rechtmatigheidselement bevatten, zijn vanaf dat moment alleen nog van invloed op het getrouwe beeld en zijn dus qua oordeelsvorming primair de verantwoordelijkheid van de accountant.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/30

Managementsamenvatting Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Actualiteiten #01 - Rechtmatigheidsverantwoording voor gemeenten Omdat de gemeente Vlaardingen de ambitie heeft om de VIC op zowel getrouwheid als rechtmatigheid te blijven uitvoeren, adviseren wij de gemeente om in de toekomst, als onderdeel van het interne-controleplan, een overzicht op te stellen waarin het verband wordt gelegd tussen de aanwezige geldstromen, de uitgevoerde interne controles, en de scope van die controles, oftewel: welke getrouwheidsaspecten en welke rechtmatigheidsaspecten worden er gecontroleerd. Hierbij dient de gemeente per geldstroom het toetsingskader te bepalen op basis van de volledige en actuele externe en interne regelgeving, waarbij de actualiteit van dit overzicht dient te worden bewaakt. Tot slot onderstrepen wij de methode van een brede interne controle (op zowel getrouwheid als rechtmatigheid) en adviseren wij u om deze te blijven hanteren bij het uitvoeren van de interne controle in 2021 e.v. Een smalle controle (zuiver de rechtmatigheidsaspecten) zal namelijk onvoldoende zekerheid verschaffen over de kwaliteit van de werkzaamheden in de lijn, waardoor de verbijzonderde interne controle op dat onderdeel geen volledige impuls meer kan geven aan de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Samenvattend geven wij u nog een opsomming van de voornaamste gevolgen voor de gemeente en de accountantscontrole. De voornaamste gevolgen voor de gemeente zijn: •

Het college van uw gemeente treedt in overleg met de raad over de te hanteren verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording.

•

Uw gemeente identificeert de belangrijkste rechtmatigheidsrisico’s in aansluiting op de toetsingscriteria, en neemt deze op in een controleplan. Voorts moet worden bepaald op welke wijze deze rechtmatigheidsrisico’s worden afgedekt (via systeemgerichte en gegevensgerichte (verbijzonderde) controles). Het controleplan moet met het college van B&W worden afgestemd en structureel worden ingebed in de P&C-cyclus.

•

Uw gemeente dient rekening te houden met eventuele verbonden partijen (m.n. gemeenschappelijke regelingen) van welke de fouten en onzekerheden meegenomen moeten in de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente. Dit geldt met name voor gemeenschappelijke regelingen die taken in mandaat uitvoeren, zoals het geval is bij serviceorganisaties (belastingen, salarissen) en bij gemeenschappelijke regelingen die zich richten op de uitvoering van de Participatiewet.

Hieronder zijn de voornaamste gevolgen voor de accountantscontrole opgenomen: •

De accountant verklaart dat de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording getrouw is (met 1% goedkeuringstolerantie). Deze verklaring wordt onderdeel van het getrouwheidsoordeel. Het separate oordeel over rechtmatigheid, zoals we dat kennen in de huidige controleverklaring, vervalt vanaf 2021.

•

Rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden hebben geen effect meer op het oordeel van de accountant. Wanneer de rechtmatigheidsverantwoording geen getrouw beeld geeft van de rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden, uitgaande van de door de gemeenteraad vastgestelde verantwoordingsgrens, heeft dit invloed op het accountantsoordeel in de controleverklaring.

Wij helpen uw gemeente graag met het verder vormgeven van de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/31

Managementsamenvatting

Actualiteiten #02 - Schattingsposten

Bevindingen

Het management is primair verantwoordelijk voor de in de jaarrekening gemaakte schattingen en onderliggende veronderstellingen, waaronder de gekozen inputvariabelen zoals de rentevoet, prijsstijgingen, etc. Ook is het college verantwoordelijk voor de beheersingsactiviteiten rond het maken van deze schattingen, inclusief de onderbouwing van uw veronderstellingen met betrouwbaar bewijsmateriaal. Deze activiteiten moeten borgen dat de schattingen in de gegeven omstandigheden redelijk zijn en op de juiste wijze zijn vastgelegd en toegelicht.

Actualiteiten COVID-19

De uitkomsten van de schattingen kunnen in aanzienlijke mate van invloed zijn op de door uw gemeente gebruikte prestatiemaatstaven, zoals het resultaat. Dit belang rechtvaardigt periodiek overleg tussen het college en de gemeenteraad, en een kritische houding ten opzichte van de wijze waarop de schattingen zijn gemaakt, de motivatie van de gebruikte waarderingsmethodiek, en de redelijkheid van de belangrijkste veronderstellingen waarop het college de schattingen heeft gebaseerd.

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Bij het uitvoeren van onze controle nemen wij de controlestandaarden in acht. In 2020 is de controlestandaard “540 De controle van schattingen en de toelichtingen daarop” aanzienlijk aangepast. Deze aanpassingen zijn erop gericht om meer handvatten te verschaffen voor het verkrijgen van toereikende controle-informatie, zodat de betrouwbaarheid van de gemaakte inschattingen kan worden vastgesteld. De wijzigingen in de COS zijn door ons samengevat in een position paper, die wij u ter beschikking zullen stellen. Per jaarrekeningpost zullen wij kennisnemen van de aanwezige schattingsposten. Hierbij valt te denken aan de aanwezige voorzieningen. Wij verzoeken u per jaareinde per schattingspost de aangeleverde position paper te gebruiken, inclusief de van toepassing zijnde controle-informatie waaruit de betrouwbaarheid van de schattingspost blijkt. Voor de onderhoudsvoorzieningen geldt hierbij het actuele onderhoudsplan, dat wordt afgezet tegen de aanwezige voorziening. Afwijkingen dienen verklaard te worden. Tevens dient middels backtesting te worden aangetoond in welke mate de geplande onderhoudsuitgaven zijn gerealiseerd. Als laatste dient de juistheid van de prijscomponent te worden aangetoond aan de hand van brondocumentatie.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/32

Managementsamenvatting

Actualiteiten #03 - Vennootschapsbelasting Prinsjesdag

Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Afgelopen Prinsjesdag is er een aantal nieuwe fiscale maatregelen aangekondigd. Hierna zijn achtereenvolgens in het kort de maatregelen opgenomen ten aanzien van de vennootschapsbelasting die relevant zijn voor het Lokaal en het Middenbestuur: •

Het toptarief van de vennootschapsbelasting wordt niet verlaagd naar 21,7% en blijft daarmee 25%. De schijf waarop het lage tarief vennootschapsbelasting van toepassing is, wordt daarentegen wel geleidelijk uitgebreid, van € 200.000 in 2020 naar € 245.000 in 2021, en € 395.000 in 2022.

•

De belastingrente, die normaliter 8% is, is vanwege de COVID-19-crisis tijdelijk verlaagd tot 0,01%. Vanaf 1 oktober 2020 gaat deze rente weer omhoog naar 4%.

•

De fiscale coronareserve is geïntroduceerd. Dit is in feite een vervoegde fiscale carry-back. Als voorwaarde geldt dat het moet gaan om zogenaamd ‘coronagerelateerd verlies’.

•

Er is een toekomstige wijziging in de fiscale verliesverrekeningsregels aangekondigd. Indien de fiscale winst groter is dan € 1 miljoen, blijft de verrekening van verliezen beperkt tot maximaal 50% van de resterende winst. Het resterende verlies is echter wel onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar.

•

Als laatste is een onderzoek aangekondigd naar een mogelijke verdere beperking van de aftrekbaarheid van rente op grond van de earningsstrippingmaatregel. Op grond van deze maatregel is het saldo aan renten van een belastingplichtige tot slechts 30% van de fiscale EBITDA aftrekbaar. Het saldo aan renten bestaat uit het bedrag aan kosten uit hoofde van een geldlening minus de baten uit hoofde van een geldlening. Wel geldt binnen deze maatregel een MKB-drempel van een bedrag van € 1.000.000, tot waar het saldo aan renten altijd aftrekbaar is. De mogelijkheid wordt onderzocht om de hiervoor genoemde drempel van 30% van de fiscale EBITDA te verlagen naar slechts 20% van de fiscale EBITDA. De gedachte is dat met de opbrengst van deze maatregel een zogenoemde ‘vermogensaftrek’ kan worden ingevoerd. Onder deze vermogensaftrek wordt een aftrekpost gecreëerd voor belastingplichtigen, aan de hand van de hoogte van het eigen vermogen.

Reclameactiviteiten Een reclameactiviteit houdt in dat de gemeente aan een derde het recht geeft (concessie) om in de openbare ruimte tegen vergoeding reclame te maken dan wel reclameobjecten aan te brengen op onder andere reclamezuilen, abri’s en rotondes. Het is de vraag of dit leidt tot een fiscale onderneming in de zin van de vennootschapsbelasting. Ons standpunt is dat hier geen sprake is van een fiscale onderneming, maar van (niet meer dan) normaal vermogensbeheer. Verder zien wij in de praktijk dat in enkele situaties een winststreven ontbreekt. Indien geconcludeerd wordt dat er toch sprake is van een fiscale onderneming, kan de toepassing van de overheidstakenvrijstelling nog verder worden onderzocht. De Belastingdienst neemt primair het standpunt in dat sprake is van een fiscale onderneming, en subsidiair dat de overheidstakenvrijstelling geen toepassing vindt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is samen met een aantal gemeenten op dit punt een (proef)procedure gestart. Momenteel stuurt de Belastingdienst vragenbrieven inzake de reclameactiviteiten aan diverse gemeenten. De Belastingdienst corrigeert in gevallen op basis van de verstrekte informatie de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2016 ter hoogte van het resultaat dat is behaald met de reclameactiviteit. Gemeenten kunnen dan vervolgens bezwaar maken tegen deze opgelegde aanslagen.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/33

Managementsamenvatting

Actualiteiten #03 - Vennootschapsbelasting Grondbedrijf

Bevindingen

Het grondbedrijf is een onderdeel van de gemeente dat invulling geeft aan de actieve grondexploitatie. Daarbij wordt als kerntaak van het grondbedrijf het transformeren van eigen gronden naar bouwrijpe gronden gezien. Het faciliterend grondbedrijf maakt hier voor de vennootschapsbelasting normaliter geen deel van uit.

Actualiteiten COVID-19

Middels een quick scan kan worden beoordeeld of sprake is van een belastbare activiteit. Indien op basis van de quick scan geen sprake is van een fiscale onderneming, wordt dit vaak veroorzaakt door binnenstedelijke herstructureringen. Het is belangrijk om deze toets in beginsel jaarlijks, maar in ieder geval eens in de drie jaar, te herhalen.

Disclaimer Actualiteiten

De getekende VSO’s geven zekerheid over de langere termijn wat betreft de fiscale positie van het grondbedrijf. In de VSO is daarnaast beschreven dat de openingsbalans dient te worden afgewikkeld naar rato van de verkoop van vierkante meters. Afwikkeling van de openingsbalans gebeurde voorheen soms op basis van een gemiddeld rendement, als een m2-administratie niet of onvoldoende voorhanden was. De Belastingdienst is hiermee niet akkoord en dit zal, voor zover dit nog niet is gebeurd, dienen te worden aangepast.

Disclaimer

In 2019 is een nieuwe notitie gepubliceerd van de commissie BBV. In dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op de behandeling van samenwerkingsverbanden tussen publieke en private partijen bij grondexploitaties. Ook volgt uit dit rapport dat de maximale looptijd van een grondexploitatie 10 jaar bedraagt. Wel geldt dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken. In dat geval gelden wel aanvullende voorwaarden, die erop gericht zijn de risico’s te beperken die gepaard gaan met een dusdanig lange looptijd. Parkeerbedrijf Het parkeerbedrijf van een gemeente bestaat onder andere uit het straatparkeren, de parkeergarages en eventueel het fietsparkeren. Of deze activiteiten al dan niet geclusterd moeten worden, is belangrijk voor het antwoord op de vraag of sprake is van een fiscale onderneming. Het financiële belang hierbij kan fors zijn, ook in verband met COVID-19 en vanwege de beperkte bezetting van de parkeergarages als gevolg hiervan. Wij nemen als standpunt in dat het afhangt van de feitelijke situatie of er sprake is van een fiscale onderneming. Daarbij is het van belang om na te gaan of de activiteiten gelijksoortig zijn en/of voldoende verweven. De Belastingdienst neem het standpunt in dat er vooralsnog geen clustering mogelijk is.

Ten aanzien van het straatparkeren wordt in beginsel de overheidstakenvrijstelling toegepast; het gaat immers om een overheidstaak, waarmee niet in concurrentie wordt getreden. Op dit punt wordt aangesloten bij de behandeling in de btw. Uit het btw-arrest van de Hoge Raad over de exploitatie van begraafplaatsen volgt echter dat, omdat er geen overheidsbevoegdheid nodig is voor de uitgifte van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats, daarmee geen sprake is van een overheidstaak. Het is de vraag of dit arrest over de btw-plicht een uitstraaleffect heeft op het straatparkeren en of daarmee ook de overheidstakenvrijstelling in de vennootschapsbelasting op de tocht staat.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/34

Managementsamenvatting Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

Actualiteiten #03 - Vennootschapsbelasting Afvalbedrijf Het afvalbedrijf van gemeenten heeft als taak de inzameling van huishoudelijk afval, bedrijfsafval en eventuele reststromen. Een en ander vindt zowel binnen de gemeente plaats als binnen samenwerkingsverbanden. De vennootschapsbelastingpositie van het afvalbedrijf zelf is redelijk duidelijk. Bij het inzamelen van huishoudelijk afval is namelijk geen sprake van deelname aan het economisch verkeer, waardoor er geen sprake is van een fiscale onderneming. De inzameling van huishoudelijk afval als dienstverlening voor andere gemeenten kan echter wel een met vennootschapsbelasting belaste activiteit zijn. Afhankelijk van de organisatiestructuur kan de interne takenvrijstelling of de samenwerkingsvrijstelling hierop van toepassing zijn. Ten aanzien van de belastbaarheid van de verkoop van de reststromen is op landelijk niveau met de Belastingdienst onderhandeld. Het gevolg van deze onderhandelingen is een generieke afspraak om de fiscale winst te bepalen op 1% van de omzet uit de reststromen. Hierbij hoeft geen rekening te worden gehouden met de omzet die is behaald uit de bijdragen van Nedvang.

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/35

Managementsamenvatting

Actualiteiten #04 – Wet Normering Topinkomens (WNT) Bezoldigingsnorm 2020

Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Voor 2020 bedraagt de algemene maximale bezoldigingsnorm voor topfunctionarissen in dienstbetrekking € 201.000 op fulltime jaarbasis. Bij de berekening van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen buiten dienstbetrekking wordt enerzijds uitgegaan van het maximum op basis van het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt. Voor interim-topfunctionarissen geldt in 2020 als norm per maand: • € 26.800 voor de eerste zes maanden van de functievervulling. • € 20.300 voor de volgende zes maanden. Er dient ook expliciet gekeken te worden naar het individueel bezoldigingsmaximum op basis van het aantal gewerkte en gedeclareerde uren * het maximale uurtarief. Het maximale uurtarief bedraagt in 2020 € 193. Bij het bepalen of sprake is van een overschrijding dient, op basis van het nieuwe artikel 7a van de beleidsregels, van het laagste van deze twee individuele bezoldigingsmaxima te worden uitgegaan. Belangrijkste wijzigingen in wet- en regelgeving De WNT wijzigt met enige regelmaat: • In het geval van een schrikkeljaar, zoals het jaar 2020, dient in de noemer van de kalenderdagenbreuk niet met 365, maar met 366 kalenderdagen gerekend te worden. • Met ingang van 2020 is in de Q&A op www.topinkomens.nl een aanpassing gedaan in het stappenplan met betrekking tot het bepalen van de deeltijdfactor voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking.

Dit betekent dat in sommige situaties de (lagere) deeltijdfactor mogelijk opnieuw moet worden vastgesteld. • Er zijn Q&A’s op www.topinkomens.nl toegevoegd, om te verduidelijken hoe wordt omgegaan met de afkoop van niet-opgenomen vakantiedagen bij een beëindiging van het dienstverband. Wijzigingen verantwoording (artikel 5 Uitvoeringsregeling) Naar aanleiding van wijzigingen met betrekking tot de verantwoording in de Uitvoeringsregeling WNT is het standaard verantwoordingsmodel ook aangepast. Hierin zijn de volgende wijzigingen opgenomen: • Indien sprake is van een overschrijding van het geldende bezoldigingsmaximum (bijvoorbeeld bij toepassing van het overgangsrecht), dient naast de reden van de overschrijding voortaan ook het bedrag van de overschrijding te worden opgenomen. • Bij topfunctionarissen buiten dienstbetrekking dient ook de omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar te worden vermeld. • Voor topfunctionarissen met meerdere functies binnen dezelfde WNT-instelling of gelieerde rechtspersoon met een totale bezoldiging van € 1.700 of meer dient een aantal aanvullende gegevens te worden opgenomen ten opzichte van de verantwoording in 2019. • Voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is, dient een aantal nieuwe gegevens te worden opgenomen.

Topfunctionaris binnen Lokaal en Middenbestuur bij waarneming (artikel 4 Beleidsregels WNT 2020) De wet bepaalt wie als topfunctionaris wordt aangemerkt bij organisaties waarover ministers financiële verantwoording afleggen, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf. Indien de functie van topfunctionaris wordt waargenomen op basis van een formele aanwijzing of formeel besluit, wordt de waarnemende topfunctionaris voor de duur van de waarneming eveneens aangemerkt als topfunctionaris.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/36

Managementsamenvatting

Actualiteiten #05 - Btw Hoge Raad oordeelt dat gemeente recht heeft op compensatie van btw ten aanzien van re-integratiekosten en outplacementkosten

Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

Disclaimer Actualiteiten

Disclaimer

Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over het recht op compensatie van btw op de kosten gemaakt door een gemeente in het kader van re-integratie en outplacement. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever met de introductie van de uitsluitingsbepaling voor individuele verstrekkingen in de Wet op het Btw-compensatiefonds niet heeft bedoeld om in alle gevallen compensatie uit te sluiten voor goederen en diensten die een compensatiegerechtigd lichaam afneemt en die feitelijk worden gebruikt door een of meer individuele derden. Het recht op compensatie van btw dient enkel te worden uitgesloten indien het afnemen van goederen of diensten in overwegende mate plaatsvindt met het oog op het individuele belang van een derde. In zo’n situatie vervult de gemeente namelijk de rol van intermediair. In het geval dat een derde verplicht is de goederen en diensten van een gemeente af te nemen en de gemeente aan een weigering negatieve gevolgen kan verbinden, kan niet gesproken worden van het handelen als intermediair. In deze situatie is de Hoge Raad van oordeel dat de gemeente als eindverbruiker kan worden aangemerkt en dat de gemeente de goederen en diensten aanschaft in verband met het belang van haar eigen organisatie en bestuur, dan wel het collectieve belang.

De btw op de gemaakte kosten in het kader van re-integratie en de btw op outplacementkosten komen zodoende eerder voor een bijdrage uit het Btwcompensatiefonds in aanmerking dan tot op heden werd aangenomen. Nu voor het Btw-compensatiefonds tot vijf jaar terug om een nieuwe beschikking kan worden gevraagd, is het naar onze mening in beginsel mogelijk om op basis van de uitspraak alsnog btw op bepaalde kosten te compenseren die in het verleden voor re-integratietrajecten zijn gemaakt. Btw-correcties ten aanzien van de bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen Begin 2020 is definitief duidelijk geworden dat gemeenten alsnog btw verschuldigd zijn over bijdragen die worden ontvangen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval. Vanaf 2015 zullen gemeenten daarom alsnog btw moeten afdragen over de ontvangen bijdragen van Stichting Afvalfonds Verpakkingen. De btw die in rekening wordt gebracht aan Stichting Afvalfonds Verpakkingen kan door deze stichting alsnog in aftrek worden gebracht, waardoor Stichting Afvalfonds Verpakkingen per saldo geen financieel nadeel zal ondervinden. Tot op heden hebben gemeenten de btw op kosten voor de gescheiden inzameling, sortering en/of verwerking van verpakkingsafval gecompenseerd via het Btwcompensatiefonds.

Nu de bijdragen met btw zijn belast, komt deze btw echter voor aftrek via de btw-aangifte in aanmerking. De ten onrechte gecompenseerde btw zal dus moeten worden gecorrigeerd. Indien het corrigeren van de btw op kosten tot problemen leidt, kunnen op dit punt mogelijk praktische afspraken met de Belastingdienst worden gemaakt. De Belastingdienst heeft te kennen gegeven geen verzuimboetes aan de gemeenten op te leggen; de gemeenten zullen echter wel geconfronteerd worden met belastingrente.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/37

Managementsamenvatting

Actualiteiten #05 - Btw Btw-sportvrijstelling en exploitatie van sportaccommodaties

Bevindingen

Actualiteiten COVID-19

De wijziging van de btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019 heeft een behoorlijke impact op gemeenten. De vrijstelling is van toepassing op diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding, mits deze diensten worden verricht door een instelling die geen winst beoogt. Een gemeente wordt in de regel aangemerkt als een niet-winstbeogende instelling, waardoor de sportvrijstelling van toepassing is in het geval een gemeente zelfstandig sportaccommodaties exploiteert. Gemeenten hebben daardoor geen recht meer op aftrek van voorbelasting ten aanzien van de gemaakte kosten en investeringen. Ter compensatie van de btw-schade die bij de gemeente ontstaat, is de zogenoemde SPUK (Specifieke regeling uitkering sport) geïntroduceerd. Voor bepaalde bestedingen kunnen gemeenten een bijdrage aanvragen. Veel gemeenten hebben de exploitatie van sportaccommodaties (gedeeltelijk) uitbesteed aan derden. In de praktijk bestaat op dit moment nog onduidelijkheid over de vraag of de exploitatie door bepaalde derden (zoals commerciële exploitanten) binnen het bereik van de btw-sportvrijstelling valt.

Disclaimer Actualiteiten

In afwachting van duidelijkheid hieromtrent, hebben gemeenten veelal zowel een SPUK-aanvraag ingediend als de btw op de kosten ten aanzien van de sportaccommodatie in aftrek gebracht. Het is van belang om het verdere verloop van de discussie te volgen en vervolgstappen te zetten/correcties te maken zodra de btw-positie van de exploitanten duidelijk is. Exploitatie van begraafplaatsen door gemeenten

Disclaimer

Op 19 juni 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat gemeenten bij de uitgifte van grafrechten geen recht hebben op een bijdrage uit het Btw-compensatiefonds. Dit oordeel wijkt daarmee af van het eerdere oordeel van het Hof Den Haag, waarin het Hof van mening was dat gemeenten als overheid handelen bij de exploitatie van gemeentelijke begraafplaatsen (waaronder de uitgifte van grafrechten) en zodoende recht hebben op een bijdrage uit het Btw-compensatiefonds. Naar het oordeel van de Hoge Raad hebben gemeenten weliswaar de opdracht om te beschikken over een gemeentelijke begraafplaats, maar dat betekent niet dat gemeenten voor het uitgeven van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats optreden als overheid. De bepalingen van de Wet op de lijkbezorging zijn ook van toepassing op derden die begraafplaatsen exploiteren. Voor het uitgeven van grafrechten hebben gemeenten dan ook geen overheidsbevoegdheden nodig. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam, waarbij het Hof Amsterdam de opdracht heeft gekregen te onderzoeken of gemeenten de begraafplaatsen wellicht mede gebruiken voor niet-economische activiteiten, waardoor mogelijk alsnog gedeeltelijk recht bestaat op compensatie van btw. Het gaat dan bijvoorbeeld om de plicht van een gemeente om te zorgen voor de lijkschouwing en lijkbezorging indien niemand anders daarin voorziet.

Het is op dit moment wachten op het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam.

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/38

05 Disclaimer

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/39

Managementsamenvatting Bevindingen

COVID-19

Actualiteiten

Disclaimer en beperking in het gebruik Volledigheidshalve merken wij op dat onze analyse en evaluatie is uitgevoerd in het kader van de door u verstrekte opdracht tot controle van de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico's dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing. Hierdoor is onze analyse en evaluatie beperkter dan dat deze zou zijn geweest in het kader van een opdracht tot het geven van een oordeel omtrent de opzet, het bestaan, de effectiviteit en de efficiency van de interne beheersing als geheel en deze bestrijkt daarom niet noodzakelijkerwijze alle in de interne organisatie vervatte tekortkomingen. Wij attenderen u erop dat deze brief is opgesteld ten behoeve van het management van de gemeente Vlaardingen en daarom niet zonder onze toestemming aan derden mag worden verstrekt.

Disclaimer

© 2021 Deloitte The Netherlands

Gemeente Vlaardingen | Managementletter 2020

2107AB7CAA/IP/40

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited ("DTTL"), its global network of member firms and their related entities. DTTL (also referred to as "Deloitte Global") and each of its member firms are legally separate and independent entities. DTTL does not provide services to clients. Please see www.deloitte.nl/about to learn more. Deloitte is a leading global provider of audit and assurance, consulting, financial advisory, risk advisory, tax and related services. Our network of member firms in more than 150 countries and territories serves four out of five Fortune Global 500® companies. Learn how Deloitte’s approximately 286,000 people make an impact that matters at www.deloitte.nl. This communication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms or their related entities (collectively, the “Deloitte network”) is, by means of this communication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this communication. © 2021 Deloitte The Netherlands

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10391185/1