CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS

Gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken7.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ingekomen stukken Onderwerp

1973911 Antwoordbrief Stichting Groeiend Verzet 09-01-2024

Datum

29-01-2024

Hoofddocument

Antwoordbrief Stichting Groeiend Verzet 09-01-2024

Advies

Verzoek aan college om af te handelen en afschrift aan de raad

Rubriek

B lijst

Onderwerp

Verzoek tot heroverweging aanbestedingsbeleid

Datum

07-02-2024

Hoofddocument

Aanbestedingsbeleid redacted

Advies

Verzoek aan college om af te handelen en afschrift aan de raad

Rubriek

B lijst

Onderwerp

Brief Dietz Strategie & Communicatie

Datum

16-01-2024

Hoofddocument

Brief Dietz redacted

Advies

Ter kennisname

Rubriek

A lijst

Verwachte datum afdoening

16-01-2024

Onderwerp

Brief Aanpak overlast huishoudelijk afval

Datum

19-01-2024

Hoofddocument

Brief Aanpak overlast huishoudelijk afval

Afzender

SP, ONS. Vlaardingen, Algemeen Ouderen Verbond, Fractie Solleveld

Advies

Ter kennisname

Rubriek

A lijst

Verwachte datum afdoening

19-01-2024

Onderwerp

Bericht aan raden over zienwijzen GRJR

Datum

23-01-2024

Hoofddocument

Bericht aan raden over zienwijzen GRJR redacted

Advies

Ter kennisname

Rubriek

A lijst

Onderwerp

Verzoek tot ondersteuning van een historisch waardevol project 'De vergeten helden'

Datum

05-02-2024

Hoofddocument

Verzoek tot ondersteuning van een historisch waardevol project 'De vergeten helden' redacted

Advies

Ter kennisname

Rubriek

A lijst

Onderwerp

Onderzoeksopzet rekenkameronderzoek wonen

Datum

12-02-2024

Hoofddocument

Rekenkamer Vlaardingen - onderzoeksopzet wonen

Afzender

Rekenkamer

Advies

Ter kennisname

Rubriek

A lijst

Aan het College van Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad van Vlaardingen. Onderwerp; reactie op uw briefnummer 1967944 Januari 2024 Geacht College.

Naar aanleiding van uw antwoorden op onze brief van 24 november 2023 voelen ondergetekenden zich helaas genoodzaakt nadere vragen stellen. Niet omdat dit onze hobby is, maar vanwege de ons inziens gebrekkige openheid en volledigheid die wij van de overheid zouden mogen verwachten richting antwoord op vragen van betrokken bewoners en organisaties. Wij hebben behoefte aan meer openheid en transparantie over de procedure en de onderhandelingen met betrekking tot de besluitvorming over De Groote Lucht en de wijk Mrija, om goed beslagen ten ijs te kunnen komen met een eventueel bezwaar tegen het wijzigen van het bestemmingsplan De Vergulde Hand West. Wij hopen dat het College daar begrip voor heeft en zijn volledige en ruimhartige medewerking geeft aan en voor het democratische proces van bezwaar en beroep tegen beslissingen van de overheid. Voor de duidelijkheid hebben wij de vragen en uw antwoorden herhaald en aangevuld met onze nadere vragen. 1) Onze vraag is of deze wettelijke regels inderdaad de mogelijkheid bieden om De Groote Lucht ook op de huidige locatie, met de zelfde normen als nu voor nieuwbouw zijn overeengekomen, is om te bouwen/renoveren? Zo nee waarom niet, en welk serieus onderzoek ligt daaraan dan ten grondslag? Antwoord: voor nieuwbouw geldt een ander, strenger, regime bij de vergunningverlening door DCMR.

De vergelijking met Amersfoort gaat mank, omdat daar een beperkte renovatie is uitgevoerd en de fysieke ruimte daar groter is, zodat de beperkte renovatie minder invloed had op de bedrijfsvoering van de AWZI. De zuivering van het afvalwater moet immers tijdens de renovatie ongestoord doorgaan. Aan de keuze voor nieuwbouw ten opzichte van renovatie ligt een – mede naar het oordeel van de Provincie ZuidHolland en het Hoogheemraadschap van Delfland- valide onderzoek ten grondslag, dat ook aan de raadsleden is verstrekt bij de stukken van het raadsbesluit.

Ook de DCMR zal zich bij de vergunningverlening moeten houden aan de landelijke wettelijke regels. In de wet WABO zijn de normen en regels voor zowel nieuwbouw als renovatie van kracht. Daarom de nadere vragen; 1.kunt u helder uiteenzetten waaruit, en op grond van welke wettelijke regels het door u genoemde strengere regime van de DCMR voor nieuwbouw ten opzichte van ombouw/renovatie bestaat, en welke negatieve gevolgen er zouden zijn voor ombouw/renovatie? 2. In het rapport ‘Verkenning toekomst AWZI De Groote Lucht Inzichten renovatie en nieuwbouw, Blok 1, van juni 2021’, zien wij geen eenduidige conclusie dat alleen nieuwbouw mogelijk is. Er staat in deze rapportage; ‘ Er zijn geen belemmeringen of beperkingen voor renovatie of nieuwbouw naar voren gekomen die bepalend zijn voor de keuze tussen nieuwbouw of renovatie. De meeste betrokken partijen (gemeente, ondernemers van omliggend bedrijventerrein, omwonenden en organisaties voor landschap en natuur) hebben voorkeur voor renovatie’. Daarom de vraag; kunt u ons het onderzoek dat de raad meekreeg doen toekomen waarin staat dat de gemaakte ‘keuze’ voor nieuwbouw, anders dan voor ombouw/renovatie, valide is? En daarbij ook graag het verschil in berekende kosten voor deze twee opties? 3. Waarom gaat onze verwijzing naar ‘Amersfoort’ mank, de doelstelling is vrijwel gelijk.

STOWA schrijft in het rapport ‘ MONITORING ENERGIE EN GRONDSTOFFENFABRIEK OMZET.AMERSFOORT’ dat het project inzicht heeft gegeven in verschillende (typen) technologieën waaronder thermische drukhydrolyse, en kan zoals voorbeeld dienen voor andere zuiveringen met betrekking tot het terugwinnen van grondstoffen en het opwekken van

briefnummer In behandeling bij pagina 1967944 de heer M. Rous

1/4

energie. Graag dus een antwoord op grond van een vergelijkend onderzoek met de praktijk ervaring ‘Amersfoort’ en plannen voor DGL, en het verschil in fysieke ruimte? 2) Hoe serieus de ‘dreiging’ met onteigening moet worden genomen. Heeft het Hoogheemraadschap dit ‘dreigement’ in de onderhandelingen ingebracht of heeft het College dit zelfstandig ingebracht, zonder ‘dreigement’ van het Hoogheemraadschap, tijdens de beraadslagingen van de Gemeenteraad? En zo ja waarom, en welke onderbouwing ligt hieraan ten grondslag? Antwoord: Niemand heeft onteigening als “dreiging” ingebracht. Onteigening door een overheidslichaam is altijd een mogelijkheid als het maatschappelijk belang groot is en partijen niet minnelijk tot overeenstemming kunnen komen. Onteigening ten behoeve van een nieuwe AWZI is eerder voorgekomen. Een hoogheemraadschap is een overheidslichaam dat tot onteigening over kan gaan en de zuivering van afvalwater is een wettelijke taak en daarmee van maatschappelijk belang . Uit raadsverslagen hebben wij vernomen dat er door het college wel degelijk op de mogelijkheid van onteigening is gewezen.

Daarom de aanvullende vraag; waarom heeft het college toen niet aangegeven dat het een beroep op ‘maatschappelijk belang’ door het HH Delfland zou kunnen weerleggen zolang niet is aangetoond dat ombouw/renovatie op locatie absoluut niet mogelijk is, en tevens dat milieu categorie 5.1, zware industrie, op De Vergulde Hand West naast het Volksbos als natuurgebied en de Westwijk maatschappelijk ongewenst is, zoals de raad en het college in 2021 nog van mening waren? 3)

Is er bij de onderhandelingen met het Hoogheemraadschap Delfland, en de besluitvorming, rekening gehouden met betrekking tot de wijk Mrija, en de kosten van aanleg van dit project en de kosten om deze na drie jaar weer te ontmantelen en het terrein weer bouwrijp maken, waarmee vele tientallen miljoenen gemeenschapsgeld in rook op zullen gaan? Zo nee waarom niet? Bent u bereidt deze overwegingen bij de volgende stap, wijziging van het bestemmingsplan, wel mee te nemen in uw overwegingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord:. Het pilotproject is ontstaan vanuit een acute landelijke noodzaak om grootschalige opvanglocaties voor ontheemden uit Oekraïne te realiseren. Over de financiering van Mrija zijn afspraken gemaakt met het Rijk. Het Rijk heeft voor een periode van twee jaar financiering toegezegd en dit is voldoende voor een kostendekkende exploitatie van drie jaar. Alle verleende vergunningen, contracten en overeenkomsten met derden zijn op deze termijn ingericht. Bovendien heeft de locatie waar Mrija op is gerealiseerd de planologische functie van bedrijventerrein. Het is dan ook een Provinciaal planologisch uitgangspunt dat deze functie na drie jaar moet worden voortgezet. Anders eist de Provincie elders in Vlaardingen planologische compensatie van het bedrijventerrein. Er zijn geen andere inzichten of omstandigheden die invloed hebben op de ruimtelijke ordeningsprocedure.

Wij achten dit geen antwoord op onze vraag. Wij weten dat de wijk Mrija op initiatief en kosten van de Rijksoverheid als ‘langdurige opvang oorlogsvluchtelingen uit de Oekraïne’ is gerealiseerd. Wij hebben niet gevraagd of dit project op een ‘kostendekkende exploitatie’ voor de gemeente Vlaardingen is gebaseerd. Wij vinden dit antwoord dan ook kortzichtig, als of financiering door de Rijksoverheid niet ook over gemeenschapsgeld zou gaan. Daarom onze nadere vragen; 1. wat zijn de kosten van grondverzet, aanleg onder- en bovengrondse infrastructuur en groenvoorziening en het plaatsen van flexwoningen geweest, en wat zijn de kosten voor het verwijderen van deze voorzieningen? 2. Graag omschrijven wat de afschrijvingskosten van deze maatschappelijke investering over slechts drie jaar zijn, en wat gemiddeld de afschrijvingskosten zijn voor dergelijke investeringen in de woningbouw? 4) Door wie, en op welke gronden, is de termijn van drie jaar ingebracht tijdens de onderhandelingen? Antwoord: Het Rijk heeft voor een periode van twee jaar financiering toegezegd en dit is, zoals gezegd, voldoende voor een kostendekkende exploitatie van drie jaar. Alle overeenkomsten zijn gericht op deze termijn. Partijen beschouwen deze landelijke en regionale spoedopgave als een landelijke pilot.

De gemeente Vlaardingen heeft hiermee invulling gegeven aan de regionale opgave voor de huisvesting van ontheemde Oekraïners. Dit is geen antwoord op onze vraag. Of kunnen wij uit uw antwoord, ‘ Het Rijk heeft voor een periode van twee jaar financiering toegezegd’, opmaken dat u als gemeente op deze beperkte periode van twee/drie jaar heeft aangedrongen? Dat was onze vraag, en zo ja, waarop is deze periode van slechts drie jaar voor ‘langdurige opvang’ gebaseerd? Graag zouden wij , in het kader van de Wet Open Overheid (Woo), de notulen van de betreffende besluitvormende vergaderingen ontvangen omdat wij precies willen weten op grond waarvan en met welke argumenten, tot deze beperkte termijn is besloten.

briefnummer In behandeling bij pagina 1967944 de heer M. Rous

2/4

5) Waarom maakt u als bevoegd gezag geen gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de wijk Mrija voor een langere periode als woonwijk te handhaven, gezien de belangen van de huidige bewoners, en de nog langdurige woningnood onder onze jonge starters op de woningmarkt, en daarmee het voorkomen van verspilling van vele tientallen miljoenen gemeenschapsgeld? Wat zijn de bezwaren/argumenten daar tegen, anders dan ‘het is afgesproken’? Antwoord: Volgens het bestemmingsplan én volgens de milieuregelgeving is permanent wonen op de locatie van Mrija niet toegestaan. Omdat de opvang van de Oekraïense ontheemden tijdelijk is, kon Mrija met een tijdelijke omgevingsvergunning worden geregeld. De milieuregelgeving zal in de komende 2,5 jaar niet zodanig wijzigen dat permanent wonen ineens wel is toegestaan. Voor een permante woonbestemming zou compensatie van dit bedrijventerrein elders in Vlaardingen moeten plaats vinden. Daarnaast nadert de huidige AWZI De Groote Lucht het einde van zijn levensduur en het Hoogheemraadschap kan de huidige AWZI niet zonder grote investeringen “in de lucht houden”. Tenslotte komen er strengere regels ten aanzien van de waterkwaliteit. Voor de drinkwatervoorziening in de regio is er derhalve een groot belang om de realisatie van de nieuwe AWZI conform de overeengekomen afspraken voort te zetten.

Het college geeft uitvoering aan de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Ook de door u genoemde starters op de woningmarkt zijn een belangrijke doelgroep. De door u voorgestelde situatie waarin de AWZI op haar huidige locatie blijft en de tijdelijke opvanglocatie op de wijk Mrija langer blijft staan kan nooit een structurele oplossing bieden voor de woningnood. De bestemming Wonen is daar, mede vanuit Provinciaal beleid, niet toegestaan en de gemeente zou elders hetzelfde areaal aan bedrijfsterrein planologisch moeten compenseren. De wijk Mrija is een regionale opvanglocatie en indien er ook de komende jaren behoefte blijft aan huisvesting voor ontheemde Oekraïners dan is dat een gezamenlijke opgave voor de regio, Provincie en Rijk.

Dit is een onbevredigend antwoord . U knoopt nu alles aan elkaar. Over de noodzaak van renovatie/nieuwbouw De Groote Lucht is geen verschil van mening, wel over nieuwbouw op De Vergulde Hand versus ombouw/renovatie op huidige locatie. Dat het langer in stand houden van Mrija geen structurele oplossing is voor de huidige woningnood weten wij, maar wel zeker een deel oplossing. Dat het volgens het huidige bestemmingsplan, na afloop van de tijdelijke omgevingsvergunning, Mrija niet langer als woonfunctie is toegestaan weten wij ook wel. Daarom onze vraag gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid om de tijdelijke omgevingsvergunning te verlengen. Uit dit antwoord lijkt het als of het bezwaar daar tegen voornamelijk is gebaseerd op milieuregelgeving, woonbestemming vanuit Provinciaal beleid en areaal bedrijfsterrein. Daarom graag helder aangeven op grond van welke artikelen van welke milieuregelgeving er wel zware industrie tussen Volksbos en de Westwijk en geen woonfunctie toegestaan zou zijn? Het genoemde planologisch moeten compenseren van het areaal aan bedrijventerreinen zal onder de huidige omstandigheden van gebrek aan geschoold personeel ook niet zo’n vaartlopen en de komende jaren niet dringend noodzakelijk zijn en ons inziens dus geen argument om het voortbestaan van de woonwijk Mrija langer dan drie jaar overeind te houden.

Het langer laten bestaan van de wijk Mrija op grond van humanitaire overwegingen ten aanzien van de oorlogsvluchtelingen, en als voorbeeld hoe woningnood onder jongeren zoveel mogelijk te lenigen, is ons inzien een sterker argument op grond van de huidige concrete situatie. Zeker omdat na ruim twee jaar oorlog vrede nog niet inzicht is, vele steden en dorpen in puin liggen, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ( VNG) waarschuwt dat er nog duizenden extra opvangplekken voor oorlogsvluchtelingen nodig zullen zijn. Politiek beleid is altijd in beweging dus op langere termijn via politiek overleg en besluitvorming, zeker gezien de veranderingen in de samenleving zoals technologische ontwikkelingen, maar ook de helaas voortdurende agressieoorlog door de Russische Federatie tegen Oekraïne en het chronisch gebrek aan werknemers en de chronische woningnood, en niet te vergeten het klimaat en daarmee de aandacht voor bouwen in laaggelegen gebieden, zullen het beleid de komende jaren blijven beïnvloeden.

Daarom de laatste vraag; waarom zou het college op grond van bovenstaande argumenten, in overleg met de provincie, genoemde planologische bezwaren geheel of gedeeltelijk, in overeenstemming met nieuwe ontwikkelingen, niet kunnen heroverwegen? In afwachting van uw nu hopelijk wat meer inhoudelijk en vollediger antwoorden op onze vragen verblijven wij met vriendelijke groet, Namens Stichting Groeiend Verzet; Harry de Vries, Frederieke Verheijen, Remi Poppe en namens de ongeveer duizend ondertekenaars van de petitie behoud Mrija; ds. Jan de Geus en ds. Hugo Habekotè

briefnummer In behandeling bij pagina 1967944 de heer M. Rous

3/4

briefnummer In behandeling bij pagina 1967944 de heer M. Rous

4/4

Geachte Raadsleden en college van B&W, Met verwijzing naar de recente aanbestedingsprocedure voor Energiefixers, uitgeschreven door de gemeente Vlaardingen in het belang van het tegengaan van Energiearmoede, waarbij Regionaal Energie Loket (afgekort REL) uit Amsterdam op 21-12-23 als winnaar uit de bus is gekomen, willen wij langs deze weg onze teleurstelling en verbazing uiten. Als lokale aanbieder WoonWijzerWinkel, vinden wij het, net als Sobolt uit Ro erdam en MeGreen uit Vlaardingen, onbegrijpelijk dat een verre van lokaal betrokken par j als REL maar liefst een 100% score hee weten te behalen, gelet op de maatschappelijke opgave en de expliciete vereisten gesteld in ar kel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet 2012, waar in de beoordeling blijkbaar aan voorbij is gegaan. Ar kel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet 2012 onderstreept het belang van het leveren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor publieke middelen. Wij betreuren het ten zeerste dat bij deze aanbesteding de unieke kans om lokale maatschappelijke waarde te genereren in onze gemeenschap, Vlaardingen, niet is benut. Het feit dat een lokale par j, met diepgaande kennis van en betrokkenheid bij de lokale gemeenschap en samenwerkend met regionale partners, niet is gekozen, roept vragen op over hoe de criteria zijn toegepast en hoe de scores zijn toegekend.

Wij erkennen dat alle inschrijvers gelijk behandeld moeten worden binnen het kader van Europese aanbestedingsprocedures. Echter, de beslissing om een aanbesteding volledig toe te kennen aan een par j ver buiten de lokale gemeenschap, vooral wanneer deze aanbesteding een directe impact hee op de lokale bevolking en het milieu, lijkt in strijd met de geest van ar kel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet 2012. Dat benadrukt namelijk de noodzaak om publieke middelen zodanig te besteden dat zij een maximaal maatschappelijk effect sorteren. Dat is met REL niet het geval, terwijl zij wel een onwaarschijnlijke 100% niet te overtreffen score hebben behaald. Hiermee gee gemeente Vlaardingen het duidelijk statement af dat maatschappelijke meerwaarde voor de gemeente onbelangrijk is. Bij de Fixbrigade in Amsterdam werden entallen werkzoekenden en stagiairs opgeleid tot ‘fixers’ om mensen met een laag inkomen te helpen hun huis energiezuiniger te maken. Het buur ni a ef werd geroemd, maar is ten dode opgeschreven doordat het een nieuwe aanbesteding van de gemeente Amsterdam hee verloren. Een andere par j mag nu duizenden woningen energiezuiniger maken.

Zie h ps://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/socialeonderneming-verliest-aanbesteding-van-commerciele-par j Het is ons standpunt dat, gezien de maatschappelijke opgave van deze aanbesteding, er meer aandacht had moeten zijn voor het sociaal-maatschappelijke karakter van de aanbieders. Een focus op lokale betrokkenheid en het vermogen om maatschappelijke resultaten te realiseren had een belangrijke overweging moeten zijn. Het volledig negeren van deze aspecten in de beoordeling beschouwen wij als een gemiste kans voor de gemeente Vlaardingen om een substan ële bijdrage te leveren aan de lokale gemeenschap. Nu worden bestaande maatschappelijke structuren vernie gd en s muleert de uitvoering van deze aanbesteding de lokale werkgelegenheid en economie niet. 1

We hopen dat deze brief aanleiding gee tot een heroverweging van de beoordelingscriteria en scoretoekenning in toekoms ge aanbestedingen, met als doel een rechtvaardiger en maatschappelijk georiënteerd aanbestedingsbeleid dat lokale par jen en de maatschappelijke waarde die zij kunnen leveren, erkent en waardeert. Wij blijven beschikbaar voor een open dialoog en hopen dat er in de toekomst meer mogelijkheden zullen zijn voor lokale en regionale aanbieders om een significante bijdrage te leveren aan projecten met een maatschappelijke opgave binnen de gemeente Vlaardingen. Tenslo e: wij bieden als WoonWijzerWinkel heel concreet een fysieke showroom voor energiebesparing in Vlaardingen aan en nodigen eenieder uit eens in Ro erdam te komen kijken hoeveel toegevoegde waarde zo’n showroom hee en daarbij eens fysiek nader kennis te maken met de verschillende oplossingen voor o.a. (ecologisch) isoleren, warmtepompen, zonnepanelen, ba erij-opslag, infrarood etc. Wij hebben daar 15 jaar ervaring mee en mijn roots liggen in Vlaardingen, vandaar die koppeling..

Zo’n showroom kan daarbij eenvoudig worden bekos gt uit de commerciële revenuen die anders door commerciële marktpar jen worden verdiend bij de uitvoering van susbsidieprogramma’s zoals de NIP gelden (Na onaal isola e Programma) die normaliter via een aanbesteding hun weg vinden en kunnen oplopen tot 10% van de subsidiewaarde en dan in commerciële zakken verdwijnt in plaats van te investeren in de lokale economie zoals ik u voorstel. Met vriendelijke groet, ir. Maurice van der Meer directeur WoonWijzerWinkel

______________________________________ WoonWijzerWinkel Bezoekadres Postadres Directiekade 2 Postbus 11314 3089 JA Rotterdam 3004 EH Rotterdam woonwijzerwinkel.nl ______________________________________ Maurice van der Meer +31 10 747 01 47

 Before printing, please think about the environment!

2

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:

dinsdag 16 januari 2024 13:57 griffie Stuk bijeenkomst 18/01 - Zorgen omtrent komst Hornbach te Rotterdam Vlaardingen - Zorgen ondernemers tav komst Hornbach Rotterdam.pdf

Geachte Griffier, Geachte lezer, Langs deze weg wil ik u op de hoogte stellen van de brief die wij begin deze week naar wethouder Bikkers hebben verzonden aangaande de komst van de Hornbach op bedrijventerrein Charlois in Rotterdam. Namens een groep ondernemers uit de regio hebben wij een brief opgesteld waarin we bezorgdheid uiten ten aanzien van de komst van de bouwgigant. Wij hebben de wethouder om aandacht en actie gevraagd voor deze kwestie. Aan u de vraag of u deze brief ter kennis onder de raadsleden zou kunnen brengen zodat zij ook op de hoogte zijn van deze aangelegenheid. Mogelijk als ingekomen stuk voor de raadsvergadering van 18/0. Wij zijn ons bewust van het krappe tijdspan echter hopen wij dat de raadsleden ook op de hoogte zijn van deze ontwikkeling. De volledige brief bevindt zich in de bijlage. Een afschrift van deze brief zullen wij ter informatie ook naar Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland sturen. Voor eventuele vragen kunt u bij mij terecht. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en in afwachting van uw reactie. Met vriendelijke groet,

www.dietz.nl

1

Vlaardingen, 19 januari 2024

Betreft: Aanpak overlast huishoudelijk afval

Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Wij maken ons zorgen over het gemeentelijk afvalbeleid en de uitvoering daarvan. Steeds vaker ontvangen wij klachten van inwoners over het achterlaten van huisvuil naast de afvalcontainers en de overlast van ongedierte, zoals ratten, dat door dit afval wordt aangetrokken. Momenteel voert de Rekenkamer Vlaardingen een onderzoek uit naar de inzameling van huishoudelijk afval in onze gemeente vanuit het perspectief van de inwoners. Wij kijken uit naar de resultaten van dit onderzoek en zullen deze agenderen voor behandeling in zowel de commissie- als de raadsvergadering. We verwachten voorstellen van zowel de gemeenteraad als het college om ons afvalbeleid te verbeteren, met als doel de problemen rondom huisvuil op straat op structurele wijze en voor de lange termijn aan te pakken. Wij begrijpen dat een zorgvuldige en effectieve aanpassing van het beleid tijd vergt. Echter, inwoners ervaren op dit moment acute problemen in hun leefomgeving die niet kunnen wachten op een oplossing in de verre toekomst. Deze symptomen moeten nu rigoureus worden aangepakt totdat de problemen structureel bij de bron kunnen worden opgelost. Daarom roepen wij het college op om - vooruitlopend op de actualisatie van het beleid - zo spoedig mogelijk aanvullende maatregelen te nemen om huisvuil op straat en de daarmee gepaard gaande overlast aan te pakken.

Wij vertrouwen erop dat u deze kwestie met de nodige urgentie en aandacht zult behandelen, en kijken uit naar concrete stappen om de leefomgeving van onze inwoners te verbeteren.

Met vriendelijke groet, Namens de gemeenteraadsfracties van de SP, Algemeen Ouderen Verbond, ONS.Vlaardingen en Fractie Solleveld, Arnout Hoekstra, fractievoorzitter SP Nol Kloosterman, fractievoorzitter Algemeen Ouderen Verbond Frans Hoogendijk, fractievoorzitter ONS.Vlaardingen Stefanie Solleveld, fractievoorzitter Fractie Solleveld

Beste collega’s, Ik stuur deze mail, omdat ik om jullie hulp wil vragen. Ik ben raadslid in Lansingerland en raadsrapporteur van de GRJR. Ik benader u omdat u in uw commissie en raad binnenkort de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond bespreekt. Alle deelnemende raden hebben de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Wij zien artikel 10a van de regeling graag aangepast. Wij hopen deze aanpassing samen met u te kunnen realiseren. In deze brief leg ik u uit wat onze wens is. Aanleiding De regeling van de GRJR wordt aangepast omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd. Deze wijziging heeft als voornaamste doel om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Dit gebeurt door een versterking van de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeenteraden. Zienswijzen Om gemeenteraden meer in positie te brengen zijn er een paar nieuwe instrumenten in de Wgr geïntroduceerd. Eén van die instrumenten is het geven van zienswijzen op andere besluiten dan de ontwerpbegroting. De zienswijzeprocedure is het best geschikt in de planvormingsfase , dus nog voor er tot besluitvorming wordt overgegaan1. Wensen Lansingerland In onze zienswijze van september 2023 (zie bijlage) heeft de raad van Lansingerland de GRJR het volgende meegegeven: ‘De gemeenteraad wil vaker gebruik maken van het instrument zienswijze.

Naast de door de Wgr voorgeschreven besluiten die een zienswijze vragen, wil de raad gevraagd en ongevraagd zienswijzen kunnen indienen. Een opsomming van besluiten of onderwerpen waarop een zienswijze van toepassing kan zijn, zou mogelijk andere besluiten of onderwerpen uitsluiten. Daarom stelt de raad voor een algemene omschrijving op te nemen, die refereert aan de kaderstellende en controlerende rol van de raad. De raad zou prijsstellen op een bestuurlijke planning waar de voorgenomen besluiten op staan (voor zover bekend). Op deze manier heeft de raad tijdig inzage in besluiten waar de raad mogelijk een zienswijze op wil geven. De raadstelt voor dat ontvangen zienswijzen expliciet in het Algemeen Bestuur van de GRJR worden behandeld.’ Helaas heeft de GRJR dit voorstel niet overgenomen en is in artikel 10a van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling opgenomen dat er geen besluiten zijn aangewezen waarover raden een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dit een gemiste kans omdat de positie van onze raden daardoor niet wordt versterkt. Wij vinden het namelijk belangrijk dat we mee kunnen beslissen over plannen en onderwerpen die wij belangrijk vinden. In onze zienswijze op de gewijzigde regeling zullen wij opnieuw aangeven dat wij de zienswijze regeling willen uitbreiden. Wij hopen op uw steun en vragen u om dit ook op te nemen in uw zienswijze.

Heeft u vragen of wilt u een tekstvoorstel te bespreken? Neem dan vooral contact met mij op. Met vriendelijke groet,

1

Handreiking VNG Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen? P. 25 en 26

Maurer, Maaike Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

griffie maandag 5 februari 2024 15:43 Maurer, Maaike FW: verzoek tot ondersteuning van een historisch waardevol project 'De vergeten helden'

Van: Verzonden: maandag 5 februari 2024 12:57

Onderwerp: verzoek tot ondersteuning van een historisch waardevol project 'De vergeten helden'

Beste gemeenteraad van Vlaardingen, goedendag fractievoorzitters,

Via dit bericht neem ik de vrijheid om jullie te informeren over het volgende. Het betreft een voorstel tot ondersteuning van een bijzonder en historisch waardevol project. En hoewel het nog even duurt, is het goed en verstandig om voor sommige initiatieven op tijd aan de bel trekken. Vandaar dat wij als stichting 80 jaar vrijheid bezig zijn met het project 'De vergeten helden'. Over de nut, noodzaak en de bijzondere waarde hiervan leest u verder in dit bericht. Eveneens ontvangen jullie als fractievoorzitters enkele bijlagen. Daarin ziet u mede wat op hoofdlijnen onze plannen zijn en de hieraan verbonden geschatte kosten voor het lustrum in 2025 onder de noemer '80 jaar vrijheid'. Binnenkort kunt u hierover lezen in enkele lokale/regionale kranten. Sowieso zijn wij benieuwd naar uw reactie op dit historisch waardevolle project en gaan wij graag met u hierover in gesprek.

De kopstukken, de rol en de positie van de knokploeg Vlaardingen/Westland tussen 1940-1950 Vlaardingen/Maassluis/Het Westland – Een nieuw historisch onderzoek neemt eindelijk het verzet in de regio onder de loep. Dit initiatief komt niet alleen tot stand vanwege een gebrek aan gedegen onderzoek naar het (gewapend) verzet en de KP Vlaardingen/Westland of een gebrek aan kennis hierover onder haar inwoners. Een andere belangrijke reden is het lustrum in 2025 onder de noemer ‘80 jaar vrijheid’. Want wat weten wij vandaag de dag nog over het verzet, haar activiteiten en over degenen die hieraan een belangrijke bijdrage leverden? Het 1

antwoord hierop is volgens historicus en theoloog Philip van den Berg: ‘Veel te weinig om eerlijk te zijn!’ Toen en nu Het stellen van enkele vragen zegt vaak al genoeg. Want wie was Piet1 en waarom staat hij zo slecht aangeschreven, zowel tijdens als na de bezetting? En welke agent bij de politie verrichtte belangrijk werk in de regio als landelijk voor de LKP? Maar ook de vraag: welke Vlaardinger werkte als politiefunctionaris nauw samen met de SD? Of wie waren de voormalige verzetslieden uit de knokploeg Vlaardingen/Westland die meededen aan de voorbereidingen voor het plegen van een staatsgreep in de periode 1945-1950? Signaal Waarschijnlijk lukt het slechts een handjevol mensen om de juiste antwoorden te geven op bovenstaande vragen. Dit is geen verwijt, maar wel een duidelijk signaal dat de verschillende generaties in de regio onbekend zijn met de belangrijke rol die het (gewapend) Westlands verzet speelde tijdens de bezetting. Deze pijnlijke constatering is een goede reden om daar verandering in aan te brengen. 80 jaar vrijheid Een mooie aanleiding om deze handschoen op te pakken is dat Nederland in 2025 viert en herdenkt dat heel ons land 80 jaar geleden werd bevrijd.

Alleen, hoe geef je in deze tijd vorm en inhoud aan zo'n belangrijk thema? Natuurlijk heeft Van den Berg hierover nagedacht en ziet hij een verscheidenheid aan mogelijkheden, waaronder: het opzetten van een informatieve website, het plaatsen van een monument, het organiseren van een symposium, het opzetten van een tentoonstelling en het uitgeven van een historisch verantwoord en leesbaar boek. Stichting Al deze ideeën werkt de historicus verder uit in samenwerking met stichting 80 jaar vrijheid, inclusief met een bijbehorend plan van aanpak. Natuurlijk zoeken wij hierin ook samenwerking op met andere partijen, bijvoorbeeld in de betrokkenheid, bijdrage en steun vanuit de gemeenten, de verschillende historische verenigingen, het bedrijfsleven en particulieren. Eenvoudigweg omdat je dit soort bijzondere historische projecten niet alleen moet willen vormgeven en uitvoeren. Kernthema's Hopelijk motiveert u deze toelichting u als politieke partij en als onderdeel van de gemeenteraad om dit mooie initiatief en waardevol project te ondersteunen. Zoals eerder aangegeven zijn wij bereid om mogelijk in een (persoonlijk) gesprek het een en ander toe te lichten.

Ter aanvulling, bij dit onderzoek ligt de nadruk vooral op het (gewapend) verzet in de regio, in het bijzonder de knokploeg Vlaardingen/Westland, haar kopstukken, de betrokken vrouwen, de onderlinge spanningen en de werkzaamheden over de periode 1940-1950.

Op dit moment zijn wij druk bezig met het opzetten van een website met bijbehorende informatie. Vandaar dat op dit moment de contacten verlopen via de privé-mail van de voorzitter van onze stichting. Verder gaan wij ervan uit dat jullie bekend zijn en realiseren dat de knokploeg Westland, later omgedoopt tot KP Vlaardingen/Westland, een belangrijke plaats innam ten tijde van de bezetting. 2

Eveneens zal u als raadsfracties duidelijk zijn dat een dergelijk waardevol en cultuurhistorisch plan niet kan zonder de betrokkenheid, het enthousiasme en de (financiële) steun vanuit de lokale politiek, waaronder het college van B&W. Vandaar dat wij u op deze wijze benaderen om dit project onder uw aandacht te brengen voor het bewerkstelligen en het toekennen van een financiële bijdrage vanuit de gemeente voor dit bijzondere project. Vanuit die invalshoek sturen wij u enkele bijlagen mee, zodat u een beter beeld krijgt van het geheel. Ter aanvulling, wij informeren het college van B&W over onze plannen, zodat zij eveneens op de hoogte zijn van ons initiatief en wensen. Wij hopen hiermee u voldoende te hebben geïnformeerd en zien uit naar uw reactie. Verder wensen wij u allen nog een goede (werk)week toe. Graag tot horens Met een hartelijke groet,

Drs. P.M. van den Berg (Philip) voorzitter stichting 80 jaar vrijheid Maasland

3

Onderzoeksopzet wonen woonbeleid | 12 februari Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet | 1 2024

Datum: 12 februari 2023 Definitieve versie

Samenstelling: Dhr. H. Veldman, directeur Mevr. E. Stumphius, plv. directeur

Contactpersoon: Dhr. N. (Nick) Woudstra, secretaris [T] 06 30 89 32 50 [E] nick@necker.nl

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 2

In de Grondwet is vastgelegd dat de overheid verantwoordelijk is voor de bevordering van voldoende woongelegenheid. De Het Rijk schatte in 2023 dat het woningtekort in Nederland ruim 390.000 woningen bedroeg. Doordat onder andere het aantal huishoudens sneller toeneemt dan dat er woning gebouwd kunnen worden is de verwachting zelfs dat de het tekort op zal lopen tot en met 2027. Al met al maakt dat er een grote woningbouwopgave ligt voor Nederland. Landelijk is de doelstelling om tot en met 2030 900.000 woningen te bouwen. Belangrijk om te benoemen is dat dit het woningbouwtekort niet direct zal oplossen, maar wel significant zal verkleinen. Het realiseren van woningen is een samenspel tussen Rijk, provincie, regio en gemeente. De gemeente Vlaardingen heeft de ambitie om te groeien naar 39.000 woningen. Uit de consultatieronde die de rekenkamer heeft gehouden onder de raadsfracties bleek het onderwerp wonen zeer populair. In deze opzet hebben wij een onderzoek naar wonen verder uitgewerkt. In de auditcommissie van 24 januari 2024 hebben raadsfracties enkele opmerkingen gemaakt over de scope van het onderzoek. Deze zijn voor een deel verwerkt in de rapportage. Doelstelling en afbakening In het onderzoek wordt zowel het interne als het extern perspectief meegenomen.

Er wordt gekeken naar de rolneming van de gemeenteraad, het college en de organisatie als het gaat om beleid, strategie en uitvoering (intern). Vanzelfsprekend staat de gemeente niet alleen voor de woningbouwopgave en wordt om die reden ook gekeken naar het perspectief van wooncorporaties, huurdersverenigingen en projectontwikkelaars (extern). Verder is de woningmarkt regionaal, dus ook dat perspectief zal in het onderzoek worden meegenomen. Het doel van het onderzoek is om inzicht te bieden in waar de gemeente Vlaardingen staat in het realiseren van haar ambities en om handvatten te bieden aan de gemeenteraad om te kunnen sturen op dit dossier. Dit ook in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten en de regiogemeenten. Bij sturing gaat het om het beïnvloeden van het woonbeleid en de instrumenten die de raad daarvoor tot zijn beschikking heeft. Daarnaast wordt ook gekeken naar de mate van informatievoorziening over wonen aan de gemeenteraad.

Op basis van het voorgaande is de volgende hoofdvraag geformuleerd: In hoeverre worden de gemeentelijke doelen en ambities op het gebied van wonen gerealiseerd in de gemeente Vlaardingen en welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad voor (bij)sturing op dit terrein? De hoofdvraag is uitgewerkt in negen deelvragen. Deze deelvragen vallen onder de drie thema's (1) beleid, (2) uitvoering en doelrealisatie en (3) informatievoorziening en sturing.

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 3

Beleid 1. Welke ambities en doelstellingen heeft de gemeente Vlaardingen geformuleerd op het gebied van Wonen? 2. Op welke manier zijn de doelstellingen en ambities vertaald naar een uitvoeringsprogramma? 3. Met welke partijen wordt samengewerkt rondom het woonbeleid en welke afspraken liggen hieraan ten grondslag Uitvoering en doelrealisatie 4. Hoe wordt de uitvoering van het woonbeleid in praktijk vormgegeven? 5. Waar staat de gemeente Vlaardingen in het realiseren van de ambities en doelstellingen op het gebied van wonen? Hoe is dit te duiden en te verklaren? Informatievoorziening en sturing 6. Welke afspraken hebben de raad en het college gemaakt over de informatievoorziening aan de raad omtrent wonen? 7. Hoe wordt de raad geïnformeerd over het bereiken van de doelstellingen, de voortgang van de uitvoering en de besteding van de middelen ten aanzien van wonen? 8. Welke (sturings)instrumenten heeft de gemeenteraad tot zijn beschikking op het terrein van Wonen? In hoeverre zet de gemeenteraad deze instrumenten in?

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 4

Het woonbeleid van gemeenten is een onderwerp dat om verschillende redenen veel aandacht vraagt. De match tussen de demografische samenstelling van de gemeente en de woningvoorraad, de noodzakelijke verduurzaming en de regionale samenwerking zijn hier voorbeelden van. De woningmarkt staat in Nederland onder druk. Verschillende maatschappelijk en economische ontwikkelingen dragen hieraan bij. ‘Ontgroening’ en ‘vergrijzing’ van de bevolking zorgt vaak voor een mismatch op de woningmarkt. Naast het woningbouwtekort, neemt ook het aantal alleenstaanden toe. Dit alles zorgt er onder andere voor dat gemeenten steeds moeilijker geschikte woningen kunnen realiseren voor al de doelgroepen in hun gemeente. Vertaald naar de situatie van Vlaardingen, betekent dit dat er aandacht nodig is voor het creëren van kansen voor nieuwkomers en huisvesting voor verschillende groepen. Het onderzoek naar het woonbeleid van de gemeente Vlaardingen moet zich wat ons betreft primair richten op doelmatigheid en doeltreffendheid (effectiviteit) van het woonbeleid. In het onderzoek maken wij onderscheid te maken tussen woningbouw en volkshuisvesting. Op deze manier sluit wordt zowel de kwantitatieve als kwalitatieve aspecten onderzocht. Op deze manier heeft het onderzoek de meeste waarde voor de gemeenteraad, college en organisatie.

Effectiviteit en doelmatigheid Effectiviteit draait om de vraag of de in de woonvisie geformuleerde doelen worden gerealiseerd, waarbij doelmatigheid gericht is op de vraag hoe de balans is tussen het bereiken van doelen en de kosten die daarvoor nodig zijn. Bij effectiviteit zijn er verschillende perspectieven in te nemen. Belangrijk daarbij is allereerst het zicht dat de gemeente heeft op het doelbereik het woonbeleid. Hoeveel ‘harde’ en ‘zachte’ plannen heeft de gemeente voor woningbouw? Is dit voldoende om de ambities te behalen? Ook kijken we naar de samenwerking en afspraken met wooncorporaties. Worden de prestatieafspraken gemonitord en geëvalueerd? Is er voldoende aandacht voor de verschillende doelgroepen? Wonen in de gemeente Vlaardingen In de periode 2017 – 2022 zijn er in de gemeente Vlaardingen 1414 woningen bijgekomen.1 Volgens de laatste cijfers bevinden zich in de gemeente Vlaardingen 36.215 woningen. Het gemiddelde bouwjaar van deze woningen is 1967 (NL: 1971). Een groter deel dan gemiddeld is gebouwd voor 1970. Het valt op dat slechts 6% (NL: 7,3%) van deze woningen na 2010 is gebouwd.2 Wat verder opvalt is dat de minderheid van de woningkopers (45,8%) uit de eigen gemeente afkomstig is. Dat is lager dan gemiddeld. Dat benadrukt de regionale component van de woningmarkt in

Woonvisie 2020 - 2030 Gemeente Vlaardingen Cijfers van waarstaatjegemeente.nl, geraadpleegd januari 2024

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 5

Vlaardingen. De gemeente Vlaardingen heeft in haar Woonvisie dan ook de ambitie om het grootste deel van de woningen in het duurder segment te bouwen. Een minderheid van de woningen (47,3%) van de woningvoorraad in de gemeente bestaat uit koopwoningen. Het percentage huurwoningen van de woningcorporatie(s) (22,1%) is zeer hoog vergeleken met de rest van Nederland (28,7%). Zeker met het oog op de doelstelling om 30% van de woningen uit sociale huur te laten bestaan. Het overige deel (10,5%) bestaat uit particuliere huur.

Hieronder zetten wij uiteen welke onderzoeksmethodologie wij gaan gebruiken en hoe dit aansluit op de drie verschillende onderzoeksthema’s. Onderzoeksthema’s Beleid Het evalueren van de effectiviteit van woonbeleid begint met de analyse van het woonbeleid. Hierbij is aandacht voor verschillende fases uit de beleidscyclus. De woonvisie van de gemeente Vlaardingen is opgesteld in 2020. Het is daarom beperkt mogelijk om effectiviteit van de huidig geldende woonvisie te toetsen, gezien de lange doorlooptijd van woningbouwprojecten. Het onderzoek zal zich daarom richten op lopende projecten, beleidsontwikkelingen en uitvoeringsprogramma’s. Dit heet een ex durante onderzoek. Het onderzoek biedt echter wel inzichten in de lopende uitvoeringspraktijk en een blik op de toekomst. Is met het huidige beleid, en de huidige kaders, het doel van 39.000 woningen in 2030 te bereiken? Centraal staan de beleidsuitgangspunten en (kwantitatieve en kwalitatieve) doelstellingen die de gemeente – samen met haar partners – heeft vastgelegd op het gebied van wonen en op welke manier zij die doelen wil bereiken. Vervolgens wordt er gekeken naar de doorvertaling naar uitvoeringsprogramma’s, samenwerkingsverbanden en het systeem van monitoring, evaluatie en bijsturing.

De gemeente is voor het doelbereik van haar woonbeleid afhankelijk van de samenwerking met maatschappelijke partners, waaronder wooncorporaties. Het in kaart brengen van de samenwerking met externe partners geeft de onderzoekers een goed beeld van de rolopvatting van de gemeente en de gemeentelijke visie op de rol van maatschappelijke partners. In dit onderzoek besteden wij aandacht aan de wijze waarop die samenwerking is georganiseerd, hoe de rollen zijn verdeeld en welke afspraken er zijn gemaakt met de partners. Uitvoering en doelrealisatie We stappen van het papier af om te kijken hoe de uitvoeringspraktijk verloopt. De concrete resultaten, de ervaringen en de succes- en knelpunten, bezien vanuit de gemeente en de partners, staan centraal in dit thema. Aspecten als uitvoeringsinstrumentarium en adaptieve werkwijzen worden hierin meegenomen. Evenals de impact van de nieuw ingevoerde Omgevingswet. Te houden interviews vormen een belangrijke bron van informatie voor het in kaart brengen van de uitvoeringspraktijk. Doelbereik wordt onder andere bepaald door een effectieve samenwerking, de mogelijkheid en flexibiliteit om op een veranderende markt in te spelen en gedegen beleid. Daarnaast zijn er tal van

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 6

grotere en kleinere maatregelen en werkwijzen die het doelbereik kunnen bevorderen. Wij brengen in kaart in hoeverre de doelen bereikt zijn en zoeken naar verklaringen voor het wel of niet behalen van de gestelde doelen en ambities. Informatievoorziening en sturing Wij zijn ervan overtuigd dat kwalitatief goede informatievoorziening ontstaat vanuit een wisselwerking tussen raad en college. In dit onderzoek gaan we daarom bij het onderzoeken van de kwaliteit van de informatievoorziening niet alleen na welke informatie de raad ontvangt, bijvoorbeeld via raadsinformatiebrieven of P&C-documenten, maar brengen we ook in kaart naar welke informatie de raad zelf op zoek gaat. De raad heeft hiervoor verschillende instrumenten tot zijn beschikking, zoals het stellen van mondelinge, schriftelijke of technische vragen of interpellatie. Daarnaast helpt het als voor de raad de achtergrond van de gemaakte keuzes inzichtelijk is en als duidelijk is waarom maatregelen al dan niet het gewenste effect sorteren. Zo wordt het voor de gemeente en de raad in het bijzonder mogelijk om op basis van een stevige kennispositie keuzes te maken. Wij brengen in kaart op welke wijze aan de raad wordt teruggekoppeld over de realisatie en het doelbereik van het gemeentelijke woonbeleid.

Een focus op informatievoorziening en de benutting van sturingsinstrumenten betekent dat de rekenkamer concrete aanbevelingen kan doen aan de raad, ter verbetering hiervan. Onderzoeksmethodologie Documentanalyse Met de documentanalyse brengen we aan de hand van (strategische) beleidsstukken en P&Cdocumenten het woonbeleid van de gemeente in beeld. We gebruiken daarvoor documenten als regionale woonvisie, lokaal woningbouwbeleid, het coalitieakkoord, onderliggende documenten, zoals de begroting en jaarstukken. We verkrijgen op deze wijze inzicht in de gestelde doelen en ambities, in de beschikbare middelen en in de vastgestelde maatregelen en gemaakte afspraken met derden, zoals de wooncorporaties en huurdersorganisaties. Interviews Om de informatie uit de documenten te toetsen voeren we interviews met de volgende personen: • • • •

De verantwoordelijke portefeuillehouder (een vertegenwoordiging van) De gemeenteraad Twee ambtelijk gesprekken met beleidsmedewerkers; één gericht op volkshuisvesting en één gericht op het realiseren van de kwantitatieve woningbouwambitie Meerdere gesprekken met extern betrokkenen zoals woningbouwcorporaties (Waterweg Wonen, Woningstichting Samenwerking), makelaars in de gemeente en projectontwikkelaars die regelmatig voor de gemeente werken.

We gebruiken deze gesprekken om de bevindingen uit de documentenanalyse bij de organisatie terug te leggen, en indien mogelijk de bevindingen vanuit uitvoeringsperspectief meer inkleuring te geven. Zijn er bijvoorbeeld knelpunten in de uitvoering of sturing te benoemen?

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 7

We voeren dit onderzoek uit in zes fases. Elk van deze fases wordt hieronder kort toegelicht. Fase 1. Definiëren en opstarten Resultaat: Er is helderheid over definities en alle betrokken partijen kennen de onderzoeksopzet en het informatieverzoek en bieden medewerking aan het onderzoek. Wat: Het is belangrijk om de betrokken partijen te informeren en mee te nemen in de onderzoeksopzet. Hoe: Dit doen we door een startgesprek te organiseren met de contactpersoon. In deze gesprekken komt oriënterend de inrichting van het beleid en uitvoering aan bod, de te hanteren definities, het informatieverzoek en externe partners om gedurende het onderzoek te spreken. Wie: In overleg met de ambtelijke top bepalen we wie we precies spreken. Wij zorgen voor de voorbereiding, uitvoering en verslaglegging van de gesprekken. Planning: februari 2024

Fase 2. Beleidsonderzoek Resultaat: De kaders, het beleid en de uitgangspunten op het gebied van wonen (woningbouw en volkshuisvestiging) in kaart. Wat: Door middel van gesprekken en documentanalyse is het mogelijk om de papieren werkelijkheid te toetsen aan de praktijk. Hoe: Door middel van een documentanalyse schetsen we een eerste beeld van het beleid omtrent wonen. Om de informatie uit de documentanalyse te verdiepen, nemen we in deze fase een interview af met de verantwoordelijk portefeuillehouder. Met de informatie uit dit interview vullen wij onze bevindingen uit de documentanalyse aan en verifiëren we deze. Daarnaast richten we ons in het interview op de informatievoorziening aan de gemeenteraad. Wie: Portefeuillehouder, ambtelijke organisatie

Planning: maart 2024 – april 2024

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 8

Fase 3. Uitvoeringsonderzoek Resultaat: Inzicht in de praktijk van de uitvoering van het beleid omtrent wonen vanuit zowel het interne als externe perspectief. Wat: We kijken enerzijds naar de doelrealisatie in de achterliggende periode en anderzijds naar de knelpunten en succesfactoren die een rol spelen in de uitvoering en doelrealisatie. Daarnaast brengen we het speelveld verder in kaart (welke maatschappelijke partners zijn er betrokken en welke rol dicht de gemeente hen en zichzelf toe? Welke succes- en knelfactoren ziet de gemeente in de samenwerking met het netwerk van partners). We brengen in beeld in hoeverre de uitvoering en inzet van de maatregelen en het instrumentarium volgens plan verlopen en wat eventuele verklaringen zijn voor afwijkingen. Dit resulteert in een overzicht van de uitvoeringspraktijk en een overzicht van het doelbereik. Hoe: We bestuderen stukken waarin het beleid is vertaald naar uitvoering en (prestatie)afspraken en waarin over de uitvoering en voortgang daarvan wordt gerapporteerd. Dit zijn bijvoorbeeld uitvoeringsplannen en voortgangsrapportages. Daarnaast nemen we twee interviews af met de ambtelijke organisatie: één interview met de ambtenaren die zich richten op het realiseren van nieuwe woningen en één interview met ambtenaren die zich richten op volkshuisvesting.

We gebruiken deze gesprekken om de bevindingen uit fase 2 en 3 bij de organisatie terug te leggen, en indien mogelijk de bevindingen vanuit uitvoeringsperspectief meer inkleuring te geven. Zijn er bijvoorbeeld knelpunten in de uitvoering te benoemen? Wij nodigen daarnaast onder andere projectontwikkelaars, woningcorporatie(s) en huurdersverenigingen uit voor een gesprek, over hun betrokkenheid bij (de totstandkoming van) het woonbeleid, uitvoering en doelbereik en ervaringen met de gemeente, in vergelijking met andere gemeenten waar ze actief zijn. Wie: Ambtelijke organisatie, externe partners

Planning: april 2024

Fase 4. Informatievoorziening en sturing Resultaat: Inzicht in de sturingsmechanismen van de ambtelijke organisatie over de uitvoering van het woonbeleid, en het inzicht van de gemeenteraad hierin.

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 9

Wat: We onderzoeken hoe de raad is geïnformeerd over de voortgang van het beleid, en eventuele afwijkingen in de uitvoering. Tevens kijken we naar welk initiatief de raad zelf heeft genomen om geïnformeerd te raken. Tot slot bezien we in hoeverre de raad gebruik maakt van zijn sturingsinstrumenten. Hoe: In de eerder genoemde gesprekken met de portefeuillehouder en beleidsmedewerkers staan we stil bij de al dan niet gemaakte afspraken over informatievoorziening tussen raad en college. Ook bevragen wij de gesprekspartners over hun visie op de wijze waarop de raad zijn controlerende en kaderstellende rol invult. Een vertegenwoordiging van raadsleden wordt in het kader van de rol van de raad geïnterviewd over informatievoorziening vanuit het college omtrent wonen. Daarnaast wordt een verdieping gezocht op de ervaringen van raadsleden rondom verantwoording vanuit het college. Tevens vragen we welke instrumenten de raad heeft ingezet en welk effect de inzet van deze instrumenten heeft gehad. Ook gaan we in op wensen en verbetermogelijkheden op het vlak van verantwoordingsinformatie en inzet van instrumenten. Wie: Ambtelijke organisatie, gemeenteraad, rekenkamer

Planning: mei 2024

Fase 5. Rapportage Resultaat: Een bondige, leesbare rapportage.

Hoe: In de laatste fase van het onderzoek leggen wij onze onderzoeksresultaten vast in een bondige Nota van Bevindingen. De nota leggen we voor aan de organisatie voor een feitencheck: het ambtelijk wederhoor. Wij verwerken de opmerkingen van de organisatie, vragen het college om een bestuurlijke reactie en zenden de definitieve rapportage aan de gemeenteraad. Wie: (Vertegenwoordiging van) gemeenteraad, ambtenaren, medewerkers ketenpartners, portefeuillehouder(s). Planning: juni – juli 2024

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 10

Hayke Veldman is de directeur van de rekenkamerfunctie, Emilie Stumphius de plaatsvervangend directeur. Nick Woudstra is de secretaris. Zij begeleiden het onderzoek dat uitgevoerd wordt door onderzoekers van Necker. Het onderzoeksteam start dit onderzoek februari 2024. U kunt ons rapport verwachten in de zomer van 2024 ervan uitgaande dat de dossiers op orde en de personen voor interviews tijdig beschikbaar zijn. Onderzoeksfase

Periode

Fase 1 – definiëren en opstarten

Februari 2024

Fase 2 - beleidsonderzoek

Maart 2024 - april 2024

Fase 3 - uitvoeringsonderzoek

April 2024

Fase 4 – informatievoorziening en sturing

Mei 2024

Fase 6 – rapportage

Juni – Juli 2024

Rekenkamerfunctie Vlaardingen | Onderzoeksopzet woonbeleid | 11

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13810725/1