Kadernota Ontwerpbegroting 2025
Tekst van het document
Kadernota Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2029 Versie 1.1
Maassluis, 8 februari 2024
Status: Definitief
Opgesteld door: Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering
Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik
Inhoud Inleiding ....................................................................................3 Doelstellingen en algemene kaders ................................. 4 Wmo ....................................................................................................................................... 4 Jeugdwet .............................................................................................................................. 4
Programma Wmo .................................................................. 6 Vervoerskosten ................................................................................................................... 6 Scootmobielen en rolvoorzieningen ............................................................................. 7 Woonvoorzieningen ........................................................................................................... 8 Schoon Huis ......................................................................................................................... 10 Meedoen in de Stad........................................................................................................... 12 Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen ..............................................................14 Regeling tegemoetkoming meerkosten .....................................................................14 Projecten en Innovatie .....................................................................................................15 Preventie ..............................................................................................................................15 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .................................................................................... 16
Programma Beschermd Wonen ....................................... 18 Programma Jeugdhulp...................................................... 20 Jeugdhulpopdracht ......................................................................................................... 20 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer ................................................................................. 21 Inkomsten Jeugdhulp ..................................................................................................... 22
Programma Overhead ....................................................... 23 Verdeelsleutels .................................................................... 24
2
Inleiding Deze kadernota presenteert per begrotingsonderdeel de aannames voor de ontwikkeling van de prijs en van de aantallen voor de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029. Voor de toegang tot Wmo-voorzieningen en tot de Jeugdwet geldt dat deze op basis van open einderegelingen plaatsvindt. De contracten met Mevis (jeugdhulp) en ZorgSamen MVS (Meedoen in de Stad niet-ouderen) zijn afgesloten op basis van populatiebekostiging. Voor de overige Wmo-voorzieningen geldt dat de hiervoor begrote budgetten indicatief zijn en niet gelden als budgettair plafond. De begroting van Rogplus is niet gekoppeld aan de ontwikkeling van de inkomsten van de gemeenten uit het gemeentefonds. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 wordt voor de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opgedane ervaringen en beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmo-voorzieningen in de MVS-gemeenten. Waar nodig is hierbij rekening gehouden met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Personeelstekorten kunnen invloed hebben op de beschikbaarheid van de voorzieningen. De prijsontwikkeling wordt waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Met ingang van 2023 hebben de gemeenten de uitvoering van de Jeugdwet grotendeels gedelegeerd aan Rogplus.
Als onderdeel hiervan doet Rogplus het contractmanagement voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. De begroting van Rogplus kent sindsdien vier , Jeugdhulp en Overhead. De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 worden opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2025 worden daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.
3
Doelstellingen en algemene kaders Rogplus voert voor de MVS-gemeenten taken uit op het gebied van de Wmo en de Jeugdwet. Per wet worden hier de doelstellingen en kaders beschreven. Wmo Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.
Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding. Jeugdwet Op 11 november 2020 hebben de MVS-gemeenten besloten om gezamenlijk het MVS Jeugdmodel te realiseren. Met dit model beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het model hebben de gemeenten een aanbesteding gedaan voor het grootste deel van de aan de gemeenten toegewezen jeugdhulptaken.
4
Met ingang van 2023 hebben de gemeenten de uitvoering van de Jeugdwet grotendeels gedelegeerd aan Rogplus. Als onderdeel hiervan doet Rogplus het contractmanagement voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. Uit de aanbestedingsleidraad voor deze opdracht volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus bijdraagt: De cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.
5
Programma Wmo Vervoerskosten Nieuwe contracten Begin 2023 heeft Rogplus de Europese aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer Wmo in de MVS-gemeenten. Dit zijn gescheiden percelen die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De opdrachten zijn in het tweede kwartaal van 2023 gegund en de nieuwe contracten zijn ingegaan per augustus 2023. Vervoerloket De vergoeding voor het vervoerloket bestaat vanaf 2024 uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. Elke maand factureert het Vervoerloket een vaste maandvergoeding aan Rogplus. Deze is niet afhankelijk van de prestatie-index of de prestatie-indicatoren. De variabele vergoeding is afhankelijk van de prestatie index per maand in relatie tot het aantal uitgevoerde ritten per maand. De variabele maandvergoeding is afhankelijk van de prestaties van de vervoerder. Hierbij nemen de prestaties toe als er zoveel mogelijk reizigerskilometers verreden worden met zo weinig mogelijk inzeturen. Omdat er een relatie is tussen de prestaties en het aantal ritten, wordt deze invloed ook meegenomen in de berekening. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op een doorrekening, waarin uit wordt gegaan van de feitelijk gemaakte kosten sinds het ingaan van de nieuwe contracten en het historisch gebruik van het Wmo-vervoer.
De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Conform het nieuwe contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%1. Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022 mee te maken had. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%.
1
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
6
Doelgroepenvervoer Wmo De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20%. Het vaste tarief per inzetuur moet binnen de opgegeven bandbreedte liggen. Deze bandbreedte In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerder aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het beschikbaarheidstarief wordt een tarief per inzetkilometer vergoed. Deze inzetkilometers. De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 3,4 %2. Dit percentage is van toepassing op 2024 en wordt ook toegepast op de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029. Ook geldt dit percentage voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Regiotaxi). Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer. Het gaat om de volgende drie acties: Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders Actie 4.
Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) De voor 2025
Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2025 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten.
Scootmobielen en rolvoorzieningen Aantallen Sinds juni 2020 zijn de huidige contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. De budgetten in de ontwerpbegroting 2025 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2023. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2023 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn
2
https://www.sfmobiliteit.nl/nea-index
7
voor 2025 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sinds 2022 ziet Rogplus een toename van de aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten is hierdoor sinds 2022 hoger dan gemiddeld. ALS-patiënten hebben meestal complexe rolen woonvoorzieningen nodig. Ook moet vaak hun woning aan worden gepast. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting o Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen. Omdat de pilot nog loopt en er nog onvoldoende inzicht is in de effecten, wordt in de ontwerpbegroting 2025 nog geen rekening gehouden met het gebruik van deelscootmobielen. Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 worden de uitgaven hiervoor apart begroot.
Prijs Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%3. Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022 mee te maken had. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%.
Woonvoorzieningen Aantallen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen, zoals een hoog-/laagbed, een tillift, een postoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen.
3
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
8
Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Sinds dit jaar ziet Rogplus dat rechters vanwege het woningtekort vaker geneigd zijn uitspraken te doen dat gemeenten niet zonder meer het primaat verhuizen kunnen hanteren en ingrijpende woningaanpassingen moeten toekennen. Hoe en of dit zich financieel vertaalt is nog onzeker. In de ontwerpbegroting 2025 wordt daarom (nog) geen rekening gehouden met deze ontwikkeling. Wel monitort Rogplus de kostenontwikkeling, zodat als daar aanleiding toe is de begroting aan kan worden gepast. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden.
De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Zorgakkoord meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2025 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. In de ontwerpbegroting 2025 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie. Rogplus houdt bij de budgetten voor roerende woonvoorzieningen en -patiënten. Prijs In 2023 heeft Rogplus aanbestedingen gedaan voor (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2%4. Het percentage van 0,2% is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere jaren.
Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in
4
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
9
september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten jaren (2017 tot en met 2023). Dit is 3,50%. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2022 en 2023 als basis genomen voor de ontwerpbegroting.
Schoon Huis Aantallen Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Schoon Huis te verlengen. Als het bestuur dit voorstel overneemt zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2024 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2022. Bij de berekening van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Deze groei is inmiddels afgevlakt.
Een verklaring hiervoor is dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Krapte op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 hebben aanbieders steeds meer moeite met het vinden van personeel. Door het tekort aan medewerkers kan niet altijd aan de vraag naar huishoudelijke hulp worden voldaan en zijn wachtlijsten ontstaan. De aantallen wachtenden en de duur van de wachttijd verschillen per gemeente en per aanbieder. In de meeste gevallen is de wachttijd langer dan drie maanden. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt ook na 2024 aanhoudt.
10
Powerful Ageing. Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht. Hierdoor kunnen de cliënten zelf meer huishoudelijk werk doen. Aanpassing eigen bijdrage. Het kabinet heeft besloten om voor alle Wmovoorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van 20,60 per maand (het abonnementstarief), ongeacht het inkomen. Met de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Deze wijziging gaat per 1 januari 2026 in. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt.. Het beroep op de algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2023 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis gestegen met 2,0%. Lokaal zijn de verschillen aanzienlijk. De verzilveringsgraad was eind 2023 lager dan eind 2021: 90,1% om 91,5% Ook bij de verzilveringsgraad bestaan er verschillen tussen de gemeenten.
De stijging van de vraag naar de algemene voorziening Schoon Huis vertaalt zich, zolang er wachtlijsten bestaan minder dan evenredig in een stijging van de kosten. In de ontwerpbegroting neemt Rogplus aan dat de wachtlijstproblematiek in 2024 doorzet. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis en de verzilveringsgraad daarvan. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2023 in alle drie de gemeenten is gedaald. Deze daling zette zich in 2022 al in. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 76,0%. In de ontwerpbegroting 2025 gaat Rogplus in 2024 uit van dalende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis en in 2025 en verder van stabilisatie. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten. Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2023 gebruik hebben gemaakt van de AAV.
Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van 4. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.
11
Prijs Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 105 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2025 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 105 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2024 is dit uurtarief 37,80. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). In de ontwerpbegroting worden de uurtarieven jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Het voorlopige percentage voor 2024 van de OVA is 4,94%5. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice.
Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2023, geïndexeerd met de OVA (4,94%). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023.
Meedoen in de Stad Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2025 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband.
5
https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers
12
In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Meedoen in de Stad voor ouderen te verlengen. Als het bestuur dit voorstel overneemt zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. Als onderdeel van de verlenging worden middelen vrijgemaakt voor logeren. Van deze mogelijkheid wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt als vaste mantelzorgers vakantie hebben. In de ontwerpbegroting wordt het budget voor logeren opgenomen. Het gebruik over 2023 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2024 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven.
De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de contracten maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Voor de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2024. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Prijs Meedoen in de stad niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2025. Bij de verlenging van de contracten voor Meedoen in de Stad ouderen zijn nieuwe tariefafspraken gemaakt.
Deze zijn van toepassing vanaf 2025. In de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 worden deze tariefafspraken verwerkt. Voor Meedoen in de stad ouderen, de landelijke contracten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2025 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met
13
het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,94%. Voor Meedoen in de Stad ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders.
Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen Aantallen Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen vallen de volgende initiatieven: Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2024. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. Prijs In de ontwerpbegroting 2025 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast.
Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,94%.
Regeling tegemoetkoming meerkosten Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert in ieder geval in 2024 een inkomensgrens van 150% van de bijstandsnorm In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat dit ook in 2025 en verder geldt.
14
In Vlaardingen en Schiedam is de inkomensgrens 120% van de bijstandsnorm. De hoogte van de tegemoetkoming in Schiedam. In het meerjarenperspectief zijn geen wijzigingen in de gehanteerde inkomensgrens voorzien. In de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen (toegekende) aanvragen in Vlaardingen en Schiedam gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023. In Maassluis wordt het aantal gebaseerd op de opgave van de gemeente bij de verruiming van de regeling in 2023. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten. Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de wijzigingen in dit tarief voorzien. Projecten en Innovatie Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen en collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo.
Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2024 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot met deelscootmobielen gedekt uit de middelen voor innovatie. Sinds de de meeste projecten gericht zijn op innovatie, laat Rogplus dit onderscheid vervallen en wordt met ingang van de ontwerpbegroting 2025 gewerkt met één budget voor projecten en innovatie. Dit budget wordt niet geïndexeerd voor aantallen. Wel wordt het budget geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,94%.
Preventie Sinds een aantal jaren is de rol van de consulenten van Rogplus veranderd. In het kader breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op
15
preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. Adviesgesprekken. Rogplus hanteert zo veel mogelijk de principes van positieve gezondheid. In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde en zelfstandigheid. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en afstemmen met het informele en voorliggend veld.
Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in wijkteams. De helft van de personeelslasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams, een kwart van de personeelslasten van consulenten die adviesgesprekken houden, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Als de pilot met Powerful Ageing succesvol blijkt en Powerful Ageing als reguliere Wmovoorziening in wordt gezet, is dit ook een vorm van preventie. De pilot loopt in 2024 af. Omdat de resultaten van de pilot nog onvoldoende bekend zijn, wordt in de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 nog geen budget opgenomen voor Powerful Ageing (als reguliere Wmo-voorziening). Als hier besluitvorming over de opvolging van de pilot plaats heeft gevonden, kan hier in de begroting rekening mee worden gehouden.
Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OV-tarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). In 2024 zijn de tarieven gelijk gebleven ten opzichte van 2023.
16
Voor 2024 1,08 66 per kilometer voor ritten binnen de MVS3 per kilometer voor ritten daar buiten6. Voor 2025 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar. Overname scootmobielen en rolvoorzieningen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied kan de gemeente waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen. Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen 20,60 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Het kabinet heeft voorgesteld om de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2026 voor hogere inkomens weer inkomensafhankelijk te maken. Voor 2026 en verder wordt een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage met 10% aangenomen. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2023.
De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis volgt de ontwikkeling van de kosten. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.
6
https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2023#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2017%2C4%20eurocent).
17
Programma Beschermd Wonen Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. Sinds 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van Beschermd Wonen van toepassing. Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Begin 2024 was er in de MVS-gemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt. In 2023 zijn in de regio verschillende nieuwe plaatsen voor Beschermd Wonen gecreëerd. Ook in 2024 is zicht op groei van het aantal plaatsen. Bij een licht dalend aantal cliënten heeft dit tot een afname van de wachtlijsten voor instroom in Beschermd Wonen geleid.
Het woningentekort verhindert de uitstroom van cliënten Beschermd Wonen sterk. Hierdoor bestaan wachtlijsten voor Beschermd Wonen. Rogplus en de MVS-gemeenten werken aan een actieplan om op korte termijn de wachtlijsten weg te werken en op lange termijn balans te houden tussen het beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. Prijs Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gemeenschappelijke ruimte
Cliënten worden onderverdeeld in cliënten met een instroomprofiel, een ondersteuningsprofiel en een uitstroomprofiel. Daarbij is er aandacht voor meer
18
differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). In de ontwerpbegroting 2025 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2024. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,94%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2023 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten.
19
Programma Jeugdhulp Jeugdhulpopdracht Jeugdhulpmodel De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp.
Opdrachtwaarde De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten heeft Rogplus in de begroting 2024 de (geïndexeerde) opdrachtwaarde opgenomen, zoals deze bepaald is op basis van het werkelijke zorggebruik en het prijspeil in 2022. Hierbij is het effect van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet verwerkt en zijn de inzichten in de omvang van de uitgaven en de prijsontwikkeling voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten in 2022 meegenomen. De herziene opdrachtwaarde voor 2024 is hierbij vastgesteld op 64.516.400. Jeugdhulp via pgb Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de (ontwerp)begroting neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb is berekend als onderdeel van de herijking van de opdrachtwaarde en bedraagt in 2024 1.011.900. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2025 en verder gelijk blijft op de stand van 2024. Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgb-cliënten.
20
Het verschil tussen de opdrachtwaarde en het budget voor Jeugdhulp via pgb wordt begroot voor het door Mevis als zorg in natura uitgevoerde deel van de jeugdhulpopdracht. Prijsindex Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers7: 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 4,21%. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief rekent Rogplus met dit percentage. Vanaf het derde opdrachtjaar (2025) wordt rekening gehouden met het contractueel vastgelegde inverdieneffect. Dit is 1,0% van de geïndexeerde opdrachtwaarde in 2025, 2,0% in 2026, 3,5% in 2027 en 5,0% in 2028 en verder. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting gebaseerd op de organisatie, zoals Rogplus die in 2023 heeft opgebouwd.
De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead.
Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Sinds 2023 zijn daarom de budgetten voor het jeugdhulpvervoer in de begroting van Rogplus opgenomen. Voor de ontwerpbegroting 2025 worden de budgetten voor jeugdhulpvervoer op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer over 2023 berekend. In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de NEA-index. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd.
7
https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers
21
Inkomsten Jeugdhulp Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2024 vastgesteld op 117.000. Voor de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten.
22
Programma Overhead De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2025 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan van Rogplus. In de ontwerpbegroting 2025 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2024 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. In de ontwerpbegroting 2025 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2024 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2023 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus.
De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten ; de personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden
Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 1,6%8. In de ontwerpbegroting 2025 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2023, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2025 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2023. Buiten deze rente-inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten.
8
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED
23
Verdeelsleutels De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; Het aantal unieke cliënten; Het aantal beschikkingen. Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2025 is dit 2023. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten..
Beschermd Wonen als volgt: Maassluis: 20,5% Vlaardingen: 40,0% Schiedam: 39,5% Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 16,9% Vlaardingen: 45,7% Schiedam: 37,4% Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 15,03% Vlaardingen: 44,04% Schiedam: 40,93% De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: Maassluis: 21,5% Vlaardingen: 39,5% Schiedam: 39,0%%
24