CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2022 GRJR

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze Kadernota 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond7.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERNOTA 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Inhoudsopgave

Inleiding

5

1.1 Inkoop van specialistische jeugdhulp

8

1.2 Taken GRJR

9

2. Context 2022

12

2.1 Landelijke ontwikkelingen

12

2.2 Norm voor opdrachtgeverschap en de regiovisie GRJR

13

2.3 Jeugdhulpgebruik in Rijnmond

15

2.4 Transformatie

18

2.5 Inkoop

20

2.6 Verbeterplan

20

2.7 Financiële context

20

3. Financiële ambities 2022

25

4. Financiële kaders 2022

29

4.1 Financiële taakstelling

29

4.2 Indexering

30

4.2.1 Indexering zorg gerelateerde kosten

30

4.2.2 Indexering organisatiekosten

32

4.3 Risicobeleid

32

4.4 Organisatiekosten

33

4.5 ICT kosten en budget voor informatievoorziening

33

4.6 Inkoop

34

2

4.7 Transformatie

35

4.8 Bepaling gemeentelijke bijdragen

35

4.9 Meerjarenperspectief

36

5. Vaststellingsbesluit

39

3

Voorwoord In de komende jaren staan we (evenals vele andere jeugdhulpregio’s) voor de uitdaging om goede én betaalbare zorg te leveren. Bij de kadernota 2021 is daarom een financiële taakstelling vastgesteld voor de periode 2021-2024. Om deze taakstelling te bereiken, zijn verschillende maatregelen geformuleerd. Tegelijk werken we aan transformatie van de jeugdhulp, om de hulp nog beter de laten aansluiten bij de behoeften van kinderen en hun ouders/verzorgers. Deze bewegingen lijken soms op gespannen voet met elkaar te staan. Met de lokale teams als spil zien we goede mogelijkheden voor verdere transformatie van de jeugdhulp. Het lokale veld is immers de schakel naar het brede sociaal domein, naar de huisartsenzorg en naar het onderwijs. Daarmee is het echter ook mogelijk dat de transformatie van de specialistische jeugdhulp een toename van de uitgaven voor de lokale infrastructuur met zich meeneemt. We zijn als regio gezamenlijk verantwoordelijk voor het organiseren van beschikbare en betaalbare zorg in de hele regio. Dit blijft een uitdaging in de komende jaren en dit willen we dan ook zo goed mogelijk met elkaar organiseren. De nog vast te stellen regiovisie is daarmee een belangrijke basis voor de meerjarenbegroting.

Omdat de regiovisie pas in het voorjaar aan de raden van de individuele gemeenten wordt voorgelegd, vormt op dit moment de Kadernota 2022 de belangrijkste basis voor de Programmabegroting 2022. Ankie van Tatenhove Lid Dagelijks Bestuur GRJR Portefeuillehouder Financiën

4

Inleiding Voor u ligt de kadernota 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Het Algemeen Bestuur van de GRJR is met de kadernota 2022 in staat de kaders voor de begroting 2022 vast te stellen. De kadernota bevat de voorziene en beoogde beleidsuitgangspunten. Daarnaast staan hierin de financiële uitgangspunten die naar de begroting 2022 vertaald worden. Hiermee vormt deze kadernota de start voor het opstellen van de Programmabegroting 2022 en daaropvolgende (ramings)jaren. De kadernota 2021 was de eerste kadernota van de GRJR. In de eerste kadernota lag de nadruk vooral op de financiële context en de ambities van de GRJR als uitvoeringsorganisatie. De kadernota 2022 heeft ook aandacht voor relevante landelijke en zorginhoudelijke doorontwikkelingen. We maken ook de verbinding met de regiovisie van de GRJR. Ook staan we stil bij de ambitie voor 2021-2024 om de trend van de kostenstijging om te buigen, met daarbij een verder onderbouwde financiële doorrekening. Vervolgproces Anders dan bij de kadernota 2021 krijgen de vijftien gemeenteraden bij de kadernota 2022 de mogelijkheid om hun zienswijze mee te geven. Dit vergroot de bestuurlijke legitimiteit van de kadernota en dat biedt in het proces meer ruimte om de zienswijzen van de gemeenten een plek te geven in de begroting 2022.

Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond hebben de gemeenteraden dan ook nog de mogelijkheid om hun zienswijze te geven op de begroting 2022. Vervolgens werkt het Openbaar Lichaam de programmabegroting 2022 uit.

Ontvangst zienswijze kadernota 2022 • Januari 2021

Vaststellen conceptbegroting 2022

Begroting 2022 voor zienswijze naar raden

• April 2021

• April 2021

Ontvangst zienswijze begroting 2022

Vaststelling begroting 2022

• Juni 2021

• Juli 2021

5

Leeswijzer Deze kadernota start met een toelichting bij het doel en de taken van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vervolgens schetsen we in hoofdstuk 2 de relevante context voor 2022. Landelijke ontwikkelingen, het verbeterplan, de transformatie en de nieuwe inkoopronde komen hierbij aan de orde. In hoofdstuk 3 staan we stil bij de financiële ambities voor 2022 en het plan van aanpak om tot de afgesproken taakstelling te komen. Tot slot volgt in hoofdstuk 4 het financiële kader voor de begroting 2022.

6

\

Hoofdstuk 1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

7

1. Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een

Wet gemeenschappelijke regeling In de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is de

samenwerkingsverband van vijftien

bestuurlijke relatie tussen gemeente en

gemeenten, te weten Albrandswaard,

gemeenschappelijke regeling vastgelegd en nader

Barendrecht, Brielle, Capelle aan den

uitgewerkt. Binnen deze wet is geregeld dat naast

IJssel, Goeree-Overflakkee,

de gemeenteraden van de deelnemende

Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel,

gemeenten ook Gedeputeerde Staten (GS)

Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De GRJR voert haar taken uit op grond van

toezicht houdt op de gemeenschappelijke regeling. Vanuit deze toezichthoudende rol kunnen gemeenteraden voor vaststelling van de begroting een zienswijze indienen bij het bestuur van de GR, daarnaast voert GS toezicht uit op de begroting.

mandaat dat is verleend door de

Om dit toezicht vorm te geven dient de begroting

individuele gemeenten.

voor 1 augustus voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar aan GS te worden toegezonden.

1.1 Inkoop van specialistische jeugdhulp De deelnemende gemeenten hebben in 2014 besloten om deze samenwerking aan te gaan vanuit het oogpunt gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen. De belangrijkste reden om de samenwerking te zoeken in de inkoop van jeugdhulp is dat gemeenten niet vooraf voor alle typen zorg weten of en in welke mate het bij kinderen uit hun gemeenten nodig is om deze aan te bieden. Gemeenten willen wel beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijk zorg in te kopen, is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen daardoor in samenwerking met elkaar een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere individuele gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod betekent meer keuzemogelijkheden voor de individuele burger, een betere match tussen vraag en aanbod en een effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp.

8

Lokale sturing staat binnen de GRJR centraal. De deelnemende gemeenten besluiten dan ook gezamenlijk wat wel en niet binnen de GRJR wordt ingekocht of gesubsidieerd. De gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk voor zowel het lokale als het gezamenlijke aanbod. De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd.

1.2 Taken GRJR De jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen. De taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt. Het Openbaar Lichaam is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: •

Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet;

•

Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis);

•

Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen.

Naast deze rollen is de uitvoeringsorganisatie ook gericht op het faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. Op deze manier kan de uitvoeringsorganisatie de gemeenten in positie te brengen om tot heldere beleidsmatige en resultaatgerichte aansturing op jeugdhulp te komen. Deze aanvullende taken zijn nog niet goed geformaliseerd. Uit de analyse in het kader van het aangescherpte verbeterplan blijkt dat de taken ‘faciliteren’ en ‘van elkaar leren’ onvoldoende zijn afgebakend en gedefinieerd. Dit wordt meegenomen in de uitvoering van het Verbeterplan (zie ook paragraaf 2.7).

9

De aansturing en coördinatie op de regionaal ingekochte jeugdhulp blijft de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten zelf. De uitvoeringsorganisatie faciliteert de gemeenten hierin. Een voorbeeld van beleidsmatige aansturing is de transformatieagenda, waar de samenwerkende gemeenten ieder lokaal richting aan geven (zie ook paragraaf 2.3). Samengevat kunnen de volgende rollen voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR worden onderscheiden: 1. Uitvoeringsorganisatie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en subsidiëring van JBRR en VTRR 2. Informatieverzameling en analyse 3. Leren van elkaar 4. Belangenbehartiger

10

Hoofdstuk 2 CONTEXT 2022

11

2. Context 2022 Dit hoofdstuk beschrijft de context waarin de GRJR zich in 2022 bevindt en de relevante ontwikkelingen die invloed hebben op de GRJR in 2022. We starten hierbij met een beschrijving van de landelijke context. Daarna maken we met onder meer de regiovisie de brug naar de regionale context. We staan hierbij stil bij de programma’s die eerder al zijn gestart en doorlopen naar 2022: het verbeterplan en de transformatieagenda. Als laatste wordt de financiële context in 2022 geschetst.

2.1 Landelijke ontwikkelingen Om de doelen van de Jeugdwet te realiseren, heeft het ministerie van VWS in 2020 laten weten stappen te zetten op drie terreinen: a. Inhoudelijke zorgvernieuwing In 2018 vond een evaluatie van de Jeugdwet plaats. Toen heeft het ministerie van VWS de conclusie getrokken dat extra inspanning nodig is om de transformatie van de zorg voor jeugd verder te brengen. De zes actielijnen van het programma Zorg voor de Jeugd richten zich onder andere op betere toegang tot zorg, betere ondersteuning van kinderen en jongeren (thuis, uitwonend, op school en bij 18 jaar) én doorontwikkeling van het vak en vakmanschap van jeugdprofessionals. Dit sluit aan op de beweging die we regionaal inzetten. Zowel landelijk als regionaal werken we bijvoorbeeld aan het terugbrengen van de aantallen trajecten gesloten jeugdhulp (zie ook pararaaf 2.3 Transformatie). b. Toereikende budgetten VWS laat onderzoek doen naar de noodzaak van structurele extra middelen voor jeugdzorg vanaf 2022. De resultaten worden in het voorjaar van 2021 verwacht. In afwachting hiervan zijn voor de jaren 2019 – 2021 incidenteel extra middelen uitgetrokken. Ondanks het transformatiefonds is bij gemeenten binnen de Jeugdhulpregio Rijnmond nog steeds sprake van een dusdanig grote vraag naar jeugdhulp dat er

12

sprake is van ontoereikende budgetten. De GRJR vervult een rol in de belangenbehartiging naar het rijk. c. Organisatorische en wettelijke basis op orde Om kwalitatief goede zorg te kunnen leveren moet de organisatorische en wettelijke basis van het jeugdstelsel op orde zijn. In de wetenschap dat alleen toereikende financiële middelen niet voldoende zijn, heeft het ministerie van VWS een aantal noodzakelijke verbeteringen in het stelsel afgekondigd. Het gaat hierbij om stevig opdrachtgeverschap bij gemeenten, stevig opdrachtnemerschap van jeugdzorgaanbieders en om een aantal waarborgen in het stelsel om de complexere jeugdzorg beter te organiseren. Dit vraagt om ondersteuning van een betere en lerende praktijk, bestuurlijke afspraken met betrokken partijen en waar nodig aanpassing van wet- en regelgeving. In de zomer van 2020 is het concept wetsvoorstel “Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen” ter consultatie aangeboden. De voorgestelde wijzigingen hebben in algemene zin een effect op de regionale samenwerking en inrichting. Zo vraagt de wet van de verschillende jeugdhulpregio’s een gemeenschappelijke regeling te vormen. Daarnaast vraagt de wetswijziging aandacht voor de Norm voor Opdrachtgeverschap. Het kabinet streeft ernaar dat de wet begin 2023 in werking treedt.

2.2 Norm voor opdrachtgeverschap en de regiovisie GRJR De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkte in 2020 in overleg met jeugdhulpaanbieders een zogenoemde ‘Norm voor Opdrachtgeverschap’ uit. De Norm voor Opdrachtgeverschap houdt in dat regio’s zich verplichten tot beperking van administratieve lasten (door de inkoopsystematiek) en dat regio’s zich houden aan zorgvuldigheidseisen voor inkoop. Dit betekent dat ze inzetten op tijdige start en afronding van contractering, op meerjarige contracten en op continuïteit van zorg bij aflopende contracten.

13

Een belangrijk onderdeel van de Norm voor Opdrachtgeverschap is de regiovisie. De regiovisie geeft helderheid hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties borgen. Ook beschrijft de regiovisie de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap en gaat de regiovisie in op de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp. Belangrijk is ook dat de deskundigheid van professionals en het perspectief van cliënten een plek krijgen in de regiovisie. Tot slot is het bij een goede visie op jeugdhulp belangrijk ook stil te staan bij de aanpalende beleidsterreinen, zoals onderwijs, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz) en schuldhulpverlening. Een regiovisie is het gezamenlijke beleidskader voor de 15 gemeenten. Het heeft inhoudelijke zeggingskracht en geeft richting aan de inkoopstrategie. Gemeenten werken vaak samen in een subregio. Dat geldt ook voor de 15 gemeenten in de Jeugdhulpregio Rijnmond. Deze gemeenten en subregio’s hebben eigen visies op lokale en regionale jeugdhulp en eigen inrichtingen van het lokale zorglandschap. En ook hebben zij soms verder en minder vergaande onderlinge samenwerkingen met aanpalende beleidsterreinen. Dat kan het complex maken tot een gezamenlijke visie te komen.

De onderstaande kaart brengt het gebied van onze Jeugdregio, met vijftien gemeenten en 5 subregio’s, in beeld.

14

Het opstellen van een regionale agenda is een gedeelde verantwoordelijkheid van de regio Rijnmond. Elke afzonderlijke gemeenteraad stelt deze regionale agenda vast. Dat vraagt een goede afstemming tussen lokale visies en de regiovisie.

2.3 Jeugdhulpgebruik in Rijnmond Om een beeld te vormen van het jeugdhulpgebruik in de jeugdregio Rijnmond is het aardig om een vergelijking te maken met andere regio’s of met het jeugdhulpgebruik van Nederland. Het CBS verzamelt jaarlijks informatie over jeugdhulpgebruik in Nederland.1 De onderstaande grafieken geven een beeld van het aantal jongeren van 0-19 jaar en het jeugdhulp gebruik van de Jeugdhulpregio Rijnmond. Daarnaast is ook de ontwikkeling van het aantal jongeren van 0-19 jaar in heel Nederland en het jeugdhulpgebruik in het Nederland in beeld gebracht. Een vergelijking van die gegevens laat zien dat het jeugdhulpgebruik in de regio Rijnmond vergelijkbaar of

1 Bronnen: https://longreads.cbs.nl/jeugdhulp2019/ en https://www.cbs.nl/nl-

nl/publicatie/2020/18/jeugdbescherming-en-jeugdreclassering-2019 15

gunstiger is ten opzichte van Nederland gemiddeld. Wel is sprake van meer jeugdbescherming en meer jeugdreclassering. Bevolking leeftijd 0 – 19 jaar

Jongeren met jeugdzorg naar soort (% van jongeren tot 18 jaar)

Jeugdhulptrajecten

16

Jeugdhulpgebruik binnen de regio Rijnmond De onderstaande figuur geeft een beeld van het Jeugdhulpgebruik binnen de vijftien gemeenten van de regio Rijnmond, per type jeugdhulp. Voor een goede duiding van de grafiek is het belangrijk kennis te nemen van de toelichting bij de legenda.

100 0,2

90 80

0,6

0,2

0 70

0,3 0

0,7

0,7 0,5

64,1

52

50 52,6 40

0,8

0,9

0,3 0,3

60

0

0,6 0,7

53,6

43,5

56,6 39,3

44,3

43,5

51,9

47,4

45,8

55,6

46,4

39,6

38,5

30 1,3

1,5 0,7

20 10

0,5 6,5 6,9

0,7 8,4

10,9

8,5

9,1

1,4 11,7

12

1,5

10

9,7

10,1

10,9

1,7 1,4

8,6 0,7 8

11,5

9,9

9

16,8

9,9

1,2

1,8

1,6

15 8,8

12,9

1,5 1

10,1 12,1

1,7

14,3

13,2

7,7

9,3

10,3

10,5 7,9

11,6

0

Jongeren met jeugdreclassering (in % van alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar) Jeugdbescherming en jeugdhulp met verblijf in natura (in % van alle jongeren met jeugdbescherming tot 18 jaar) Jongeren met jeugdbescherming (in % van alle jongeren tot 18 jaar) Jongeren met jeugdhulp met verblijf in natura (in % van alle jongeren met jeugdhulp tot 18 jaar) Jongeren met jeugdhulp in natura (in % van alle jongeren tot 18 jaar)

17

2

2.4 Transformatie

2 Bron: CBS

18

Bij de start van de overheveling van de Jeugdwet in 2015 heeft de GRJR met een gezamenlijk transitiearrangement de zorgcontinuïteit gegarandeerd voor alle jeugdigen in Rijnmond. De focus van onze inkoopstrategie lag daarbij op het zoveel mogelijk in stand houden van specialistische jeugdhulp als voorziening. Met de inkoopronde in 2018 is een nieuwe stap gemaakt. Niet alleen is er resultaatbekostiging ingevoerd, de opdracht voor alle gecontracteerde hoofdaannemers is ook om zo integraal mogelijk hulp te verlenen. Dit in samenwerking met alle wettelijke verwijzers (waaronder de lokale teams) en andere ketenpartners (zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond).

De vijf leidende principes: •

(t)huis en kunnen naar

De stuurgroep Transformatie is ingericht als spreekbuis van de Rijnmondse koers en als motor voor het leren van

school •

elkaar. Dat doen de deelnemers, zowel wethouders als ketenpartners, door een gezamenlijke visie te ontwikkelen.

Kinderen hebben een

Ouders en opvoeders zijn blijvend

•

We luisteren naar de

Dit in lijn met de leidende principes, die het Algemeen

vraag van het kind en

Bestuur van de GRJR formuleerde in de zomer van 2019.

spreken de taal van het

Die regiovisie bepaalt de koers voor de komende jaren en

kind

geeft inhoudelijk focus aan transformatie in de jeugdhulp. Zo lopen we vooruit op de nieuwe wettelijke eisen van het ministerie wat betreft regionale samenwerking.

•

We doen wat helpt

•

We streven altijd naar de best passende hulp

Door als aanjager en ambassadeur te fungeren wil de stuurgroep in de jeugdhulp een voedingsbodem voor innovatie creëren en ervaringsdeskundigheid borgen. Dit in samenwerking met de partners van STRAW (Samen Transformeren Rotterdamse Academische Werkplaats). Daarnaast bewaakt de stuurgroep de besteding van middelen conform de regionale aanvraag bij het Transformatiefonds. Met de middelen uit het fonds starten in 2019, 2020 en 2021 verschillende ontwikkelprojecten, die tot doel hebben om jeugdhulp dicht bij huis te organiseren en daarmee crisiszorg te voorkomen, jeugdigen beter te beschermen en samen te leren sturen. In samenwerking met KPMG is in 2020 een monitor opgesteld om de opbrengst van de verschillende ontwikkelprojecten structureel te borgen.

19

De stuurgroep werkt in 2021 en 2022 aan verbreding van zijn basis, door het uitbreiden van de bestaande projectgroepen (voor verbinding onderwijs jeugdhulp en het actieplan pleegzorg). Dit met het oog op implementatie van de regiovisie.

2.5 Inkoop De huidige contracten lopen tot en met 2021 met een mogelijkheid tot verlenging met een laatste jaar. Zowel lokaal als regionaal lopen in 2021 en 2022 de voorbereidingen voor een nieuwe aanbesteding. De regiovisie vormt een belangrijke basis voor die aanbesteding. Daarnaast is van belang dat we de nieuwe inkoop baseren op de ervaringen van de afgelopen jaren met ons huidige arrangementenmodel.

2.6 Verbeterplan De GRJR werkt sinds het najaar van 2019 aan een betere uitvoering en besturing van de jeugdhulp in de regio Rijnmond. De focus ligt bij ‘de basis op orde’. Op basis van het verbeterplan van 2019 zijn vier prioriteiten genoemd, waarop de GRJR samen met aanbieders en gemeenten verbeterstappen inzet: 1. Inkoopstrategie en arrangementenmodel (zie 2.5) 2. Informatievoorziening/ P&C-cyclus 3. Contractmanagement 4. Governance We hebben ervaren dat de governancestructuur om aanpassing en aanscherping vraagt. Als eerste stap zijn binnen de huidige gemeenschappelijke regeling verbeteringen mogelijk. De vervolgstap volgt na vaststelling van de regiovisie.

2.7 Financiële context In heel Nederland zien jeugdhulpregio’s de kosten voor de jeugdhulp toenemen. Dat zorgt voor een toenemende financiële druk bij gemeenten. Momenteel vindt landelijk een onderzoek plaats naar de noodzaak van structurele verhoging van de jeugdhulpmiddelen aan de gemeenten.

20

Voor de financiële context van Jeugdhulpregio Rijnmond zijn naast de landelijke ontwikkelingen de eerder afgesproken financiële ambities (met de taakstelling) relevant. Hoofdstuk 3 gaat hier uitgebreid op in. Gecertificeerde instellingen (GI’s) In 2019 is er een onderzoek uitgevoerd naar de tarieven van Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting. In dit onderzoek is ook gekeken naar welke taken de GI’s regionaal uitvoeren maar ook of er taken zijn die wellicht ook lokaal (bij de lokale teams) belegd worden. Hierbij wordt vooral aan de zogenaamde taken ten aanzien van drang gedacht. In 2020 is gekeken of en hoe deze beweging naar de lokale teams gemaakt kan worden en wat dit dan voor de lokale teams betekent. Naar verwachting zal dit in 2022 en verder tot een verlaging van de begroting voor de GI’s leiden, maar dit is wel van een aantal zaken afhankelijk: •

Besluitvorming van gemeenten over de beweging van drang. • Wanneer gemeenten dit zelf gaan uitvoeren dan zal dit ertoe leiden dat de GI’s dit niet meer doen. Dat neemt een verlaging van de productie met zich mee. Gemeenten zijn zich hier nu op aan het beraden. Vragen die spelen: gaan we de beweging van drang naar lokaal maken, doen we dat dan voor Drang en/of Drang + VTO (verzoek tot onderzoek) en per wanneer gaan we dit implementeren? Gemeenten wordt gevraagd om dit uiterlijk 1/11/2020 inzichtelijk te maken. Het kan zijn dat een deel van de gemeenten, vanwege de complexiteit van het werk, toch besluit de taken bij de GI te laten. Wanneer de GI’s het blijven uitvoeren kan/zal de vraag opkomen welke kwaliteit gemeenten willen en daarmee ook welk tarief men bereid is te betalen. • Wanneer gemeenten besluiten drang zelf te gaan doen, dan is de verwachting dat de GI gevraagd wordt een aantal andere, meer ondersteunende taken, uit te voeren. Denk daarbij aan de activiteiten zoals nu opgenomen in de transformatie subsidie (consultatie en advies, trainingen, participeren op locatie wijkteams etc.) wanneer dit onderdeel wordt van de GRJR begroting en afspraken (zou bv ook lokaal kunnen) dan zal dus de impact van verschuiving van drang naar lokaal weer gedeeltelijk opgeheven worden.

21

•

Wat betreft ‘dwang’ zien we al een paar jaar een afname van inzet OTS-en (onder toezicht stellingen). Verwachting is dat deze daling doorzet. In de begroting en in de subsidieverlening wordt dit onderdeel daarop aangepast.

Vooralsnog is de inschatting dat het te subsidiëren en daarmee het begrote bedrag voor 2021 gelijk blijft. Voor 2022 wordt een beweging naar lokaal verwacht maar er zijn nog veel onduidelijk- en onzekerheden om dit al in een budget uit te drukken. De verwachting is wel dat er een daling van het begrote budget mogelijk is. Deze is niet verwerkt in het meerjarenperspectief. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Gedurende het jaar 2020 bleek de instroom bij VTRR hoger te zijn dan verwacht. Vooral het aantal adviesvragen is fors gestegen. Ook het aantal overdrachten is een stuk hoger dan begroot. VTRR is momenteel nog aan het analyseren wat de oorzaken en mogelijke oplossingen zijn voor deze hogere instroom. Ze verwachten voor 2021 in ieder geval nog wel met hogere instroom te maken te krijgen. Wat dit voor de instroom 2022 gaat betekenen en voor het begrote budget is nog lastig aan te geven omdat we niet weten hoe de instroom zich gaat ontwikkelen. Dit zal gedurende de komende maanden (2020 en 2021) goed uitgezocht moeten worden. Net als bij de GI’s is er nog geen aanpassing geweest in het meerjarenperspectief. Woonplaatsbeginsel Een landelijk ingegeven financiële ontwikkeling is de wijziging van het woonplaatsbeginsel. In 2020 is (mede door de ontwikkelingen rondom Corona) nogmaals gekozen voor uitstel van de start van het gewijzigde regels rondom het woonplaatsbeginsel.

Deze ingang van de aanpassingen staat nu voor 1 januari 2022 gepland. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan een of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige. 22

Door de wijziging zal in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk worden voor de zorg voor jeugdigen waar ze nu voor verantwoordelijk zijn; met name zal een en ander wijzigen voor de groep kinderen met een voogdijmaatregel. Het is de bedoeling dat al deze jeugdigen op 1 januari 2022 administratief worden overgedragen van gemeente A naar gemeente B. Het is dus belangrijk dat gemeenten inzichtelijk hebben welke kinderen zij administratief moeten overdragen, en welke kinderen ze van andere gemeenten ‘ontvangen’. Op de pagina van de VNG met betrekking tot het nieuwe woonplaatsbeginsel is een excelbestand met een simulatie opgenomen met de mogelijke gevolgen van de uitvoering van deze maatregel per gemeente. Een gevolg van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel is ook dat het budget voor voogdij en 18+ objectief verdeeld kan worden. Hierover moeten gemeenten uiterlijk in de meicirculaire voorafgaand aan de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel geïnformeerd worden. De overgang van het historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel zal ook gevolgen hebben voor de middelen die de individuele gemeenten ontvangen ter dekking van de kosten Het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft dan ook gevolgen voor de hoogte van de inleg van de gemeenten binnen de GRJR. Immers er zullen verschuivingen plaatsvinden in aantallen kinderen in zorg tussen gemeenten.

Zodra er meer informatie beschikbaar is worden de raden hier verder over geïnformeerd. Corona Een onzekere factor op dit moment is de corona-crisis. Het is nog onduidelijk wat deze crisis doet met de vraag naar jeugdhulp en hoe lang de effecten van de crisis na-ijlen en wat de betekenis is voor de begroting van 2022.

23

Hoofdstuk 3 FINANCIELE AMBITIES voor 2022

24

3. Financiële ambities 2022 We zien dat de Jeugdhulpregio Rijnmond met een stijging in de jeugdhulpkosten wordt geconfronteerd. Om die reden hebben de vijftien gemeenten gezamenlijk bij de kadernota 2021 afgesproken een financiële taakstelling te formuleren en om dit te bereiken een gezamenlijk pakket van maatregelen op te stellen. Financiële taakstelling 2021 - 2024 Onze financiële ambitie is erop gericht om een besparing te realiseren van -1% in 2021, 2% in 2022, -3% in 2023 en -4% in 2024. Dit betekent oplopend naar 2024 10 miljoen minder uitgeven aan specialistische jeugdhulp. Feitelijk zal de financiële opgave groter zijn, omdat overschrijdingen van de budgetten, zoals die bijvoorbeeld in 2019 plaatsvonden, niet zijn meegenomen. Daarnaast zijn de plannen, in lijn met de transformatiegedachte, er deels op gericht om te bezuinigen op de specialistische Jeugdhulp door meer in te zetten op preventie en basis ondersteuning. Dat neemt dus een verschuiving naar lokaal met zich mee. De besparing op de totale kosten voor de Jeugdhulp zal dus kleiner zijn. Gezamenlijke aanpak De taakstelling beogen we te bereiken door: -

in te zetten op de transformatie van de jeugdhulp, het eerder en zo dichtbij mogelijk leveren van jeugdhulp;

-

door het voeren van regie, zowel lokaal als regionaal, op casuïstiekniveau, de ingezette zorg, de contracten en de financiën.

Er zijn ambities en maatregelen te benoemen op kwaliteit, op volume en op het budget. De samenhang tussen de aspecten waarop geïntervenieerd wordt, kan als volgt weergegeven worden:

25

In dit model is zichtbaar dat het een gezamenlijke, samenhangende aanpak betreft. Er zijn drie soorten interventies, namelijk interventies door: 1. Gemeenten 2. Aanbieders (w.o. jeugdbescherming en VTRR) 3. GRJR Plan van aanpak In 2020 zijn deze interventies voor het eerste deel van de taakstelling uitgewerkt in een plan van aanpak en vertaald naar (financiële)opbrengst. De maatregelen vallen binnen zes categorieën: A. Meer ruimte voor preventie – versterken rol van het voorveld en transformatie van de zorg B. Sturen op de toegang – versterken rol verwijzers en casusregie C. Sturen op regie – casusregie, contractmanagement, backoffice en informatie D. Sturen en monitoren – data en monitor E. Basis op orde F. Inkoop Deze zes categorieën bevatten maatregelen om meer grip te krijgen en maatregelen die nodig zijn om de taakstelling te kunnen realiseren. Deze maatregelen zijn – voor zover mogelijk – vertaald naar beoogde (financiële) resultaten en indicatoren. 26

Een kanttekening die we hierbij plaatsen, is dat ook externe factoren van invloed kunnen zijn op de kosten van de GRJR. Denk hierbij aan landelijke ontwikkelingen, demografische ontwikkelingen en wijzigingen bij aanpalende beleidsterreinen. Daarnaast hebben de 15 gemeenten ook te maken met lokale verschillen in bestuur en organisatie van de jeugdhulp. En er zijn maatregelen die een onderlinge afhankelijkheid hebben en de maatregelen zijn verschillend van formaat, van quick wins tot langlopende trajecten. Dit maakt het sturen op dit plan van aanpak complex. Gezamenlijke aanpak, individuele afrekening De financiële taakstelling is opgenomen in de begroting 2021 en doorvertaald in de meerjarenraming 2022--2024. Hieraan gekoppeld is een regionaal plan, met daarbij 15 actieplannen van de deelnemende gemeenten. Het regionale plan is opgesteld door de gezamenlijke 15 gemeenten van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Tussen de samenwerkende gemeenten is afgesproken te werken met een vereveningssystematiek die enerzijds de schommelingen gedurende het jaar opvangt, maar anderzijds wel gemeenten afrekent op het werkelijke zorggebruik. Op het moment dat een gemeente in een jaar minder afneemt dan vooraf gefinancierd, dan ontvangt deze gemeente dat terug in de vorm van een lagere bijdrage aan de regeling. Door de vereveningssystematiek zit hier wel een vertraging in.

De actieplannen en gekwantificeerde maatregelen die bij het vaststellen van de begroting 2021 beschikbaar waren, bevatte vooral de eerste makkelijk door te voeren maatregelen (de quickwins). Daarom is de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022 t/m 2024 het niveau van de ambitie voor het jaar 2022 als ingevulde taakstelling verwerkt. In de loop van 2020 werken we verder aan de nadere invulling van de maatregelen om de taakstelling voor de jaren 2023 en 2024 te onderbouwen.

27

Hoofdstuk 4 FINANCIELE KADERS

28

4. Financiële kaders 2022 Dit hoofdstuk geeft concreet uitwerking aan de financiële kaders voor de programmabegroting 2022.

4.1 Financiële taakstelling Onze financiële ambitie is erop gericht om een besparing te realiseren van -1% in 2021, 2% in 2022, -3% in 2023 en -4% in 2024. Dit betekent oplopend naar 2024 10 miljoen minder uitgaven. Feitelijk zal de financiële opgave groter zijn, omdat overschrijdingen van de budgetten, zoals bijvoorbeeld in 2019 plaatsvonden, niet zijn meegenomen. Ook zal een investering in het lokale veld nodig zijn voor een daling bij de specialistische jeugdhulp.

Meerjarenbeeld en gewenst niveau 2024 300.000.000 250.000.000 200.000.000 150.000.000 100.000.000 50.000.000 -

De taakstelling voor de jaren 2021 en 2022 zijn volledig ingevuld. Aan de nadere invulling voor de resterende taakstelling voor de jaren 2023 en 2024 wordt nog gewerkt. Dit zal mede gebeuren op basis van de ervaringen met de effecten van de benoemde maatregelen maar ook de uitkomsten van de transformatiesubsidies 2020 worden betrokken.

29

BEGROTING Raming GR 2021 2022

Raming GR 2023

Raming GR 2024

249.370.855

249.287.655

249.287.655

249.287.655

2.684.697-

5.369.394-

8.054.091-

11.244.921-

2.684.697

5.875.527

243.918.261

243.918.261

246.686.158

243.918.261

4.2 Indexering Er is sprake van twee soorten indexering: -

Indexering van zorg gerelateerde kosten;

-

Indexering van organisatiekosten

4.2.1 Indexering zorg gerelateerde kosten Dit betreft de uitgaven voor inkoop- en subsidies voor de specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Het gaat dan om de begrotingspercelen A t/m G. De Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). De OVA is een compensatie voor cao-ontwikkelingen die de uitkomst zijn van afspraken binnen de jeugdhulpbranche. Het Rijk heeft met de jeugdhulpinstellingen afspraken gemaakt over compensatie voor de loonkostenontwikkeling in een OVA-convenant. De OVA wordt jaarlijks door de Nederlands Zorgautoriteit (NZA) berekend en gepubliceerd op hun website. De OVA wordt berekend op basis van cijfers die het Centraal Planbureau (CPB) publiceert. Omdat het definitieve percentage van de OVA pas in het najaar van het betreffende jaar bekend gemaakt wordt is ervoor gekozen de OVA volgens de T+1 systematiek toe te kennen. Dit betekent dat de OVA 2021 verwerkt wordt in de begroting van 2022.

30

Voor de berekeningen in de kadernota 2022 is vooralsnog uitgegaan van het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24% 3. Inkoop specialistische Jeugdhulp (percelen A t/m E) Vanaf 2018 werkt de GRJR met een nieuwe bekostigingssystematiek. In het bestek staat ten aanzien van indexatie een ‘kan-bepaling’. De GRJR kan overgaan tot indexatie, maar hier is geen verplichting toe. Algemeen uitgangspunt is dat bij een correct tarief het landelijk toegekende accres kan worden verwerkt in de tarieven. Voor het jaar 2022 is door het AB Jeugdhulp Rijnmond nog geen besluit genomen over het wel of niet toepassen van een indexatie op de tarieven. Voorgesteld wordt om vooralsnog uit te gaan van het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24%. Gecertificeerde Instellingen (GI’s)(perceel G) In het AB van april 2018 is besloten om de tarieven van de gecertificeerde instellingen (GI’s) te indexeren op basis van de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkelingen (OVA). Ook voor 2022 wordt voorgesteld om bij de subsidie voor de Gecertificeerde Instellingen de OVA toe te passen op de tarieven conform de eerder vastgestelde T+1 systematiek, waarbij vooralsnog uitgegaan wordt van het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24%.

VTRR (perceel H) Ook voor VTRR wordt voor het jaar 2022 voorgesteld om op de subsidie de OVA toe te passen volgens de T+1 systematiek, waarbij vooralsnog uitgegaan wordt van het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24%.

3https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten

31

4.2.2 Indexering organisatiekosten Naast de budgetten voor de inkoop en subsidiering van specialistischte jeugdhulp, jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond staan er nog enkele budgetten m.b.t. niet zorg gerelateerde uitvoeringskosten in de begroting van de GRJR opgenomen, namelijk budgetten organisatiekosten GRJR, ICT-kosten, accountantskosten en een budget voor werk en onderzoek. Deze budgetten vallen onder perceel I. Op deze budgetten wordt niet de OVA-indexatie van de Nederlands zorgautoriteit toegepast maar wordt aangesloten bij de indexatie die de kring van gemeentesecretarissen jaarlijks vaststelt. De brief met het indexatiepercentage voor 2022 wordt in januari 2021 verwacht. Daarom wordt in de berekening van het meerjarenperspectief in de kadernota 2022 gerekend met het voor 2021 gecommuniceerde percentage van 1,4%. Financiële doorvertaling van genoemde indexatie-percentages Onderstaande bedragen zijn verwerkt in het financiële overzicht in het volgende hoofdstuk:

OVA %

3,24% Raming GR 2022

7.332.470

Verwerkt bedrag Organisatie %

1,40% Raming GR 2022

Verwerkt bedrag

98.600

De indexatie-bedragen zijn structureel verwerkt.

4.3 Risicobeleid In 2017 is door het AB Jeugdhulp Rijnmond voor het risicobudget een bandbreedte tussen de 1,5 en 2,0 % vastgesteld. Tot op heden is steeds de ondergrens van deze bandbreedte toegepast in de begrotingen van de GRJR met de volgende voorwaarden:

32

1.

De risico-inventarisatie gedurende een jaar enkele malen te actualiseren op basis van de dan bekende informatie. De eerste actualisatie dient voor maart plaats te vinden zodat dit meegenomen kan worden in de ontwerpbegroting van het jaar erna.

2.

Gemeenten dienen binnen hun eigen begroting te anticiperen op het feit dat het risicopercentage wat uit de inventarisatie naar voren komt hoger is dan het gereserveerde budget.

Het risicopercentage voor 2021 en 2022 wordt vooralsnog op 1,5% gezet met bovenstaand voorwaarden.

4.4 Organisatiekosten In 2020 heeft het AB Jeugdhulp Rijnmond besloten tot het structureel ophogen van de formatie en het bijbehorende budget voor organisatiekosten voor de uitvoeringorganisatie. Hierbij is conform eerdere besluitvorming gebruik gemaakt van de GGD-tarieven. Deze herijking van formatie en structureel budget is een eerste stap die genomen is in het kader van het verbeterplan. Door deze uitbreiding ontstaat een organisatie die qua omvang in staat is om de gevraagde verbeteringen uit het verbetertraject vorm te geven. Bij de verdere herinrichting wordt aandacht besteed aan de werkwijze en taken van contract- en accountmanagement, een transparante positionering binnen en/of een ontvlechting met de gemeente Rotterdam, maar ook worden er betere afspraken gemaakt rondom de inzet en bekostiging van experts en adviseurs van de gemeente Rotterdam of andere gemeenten. In het kader van het verbeterplan zal op basis van de gemaakte keuzes ook gewerkt worden aan een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de gemeente Rotterdam, onderdeel hiervan is bezien of herijking van de gehanteerde tarieven nodig is.

4.5 ICT kosten en budget voor informatievoorziening Specifieke ICT-kosten welke niet gedekt worden binnen de reguliere overhead van de uitvoeringsorganisatie zijn apart op de begroting opgenomen. 33

Dit zijn kosten voor de monitor voor managementinformatie, Betaaltoolzorg (BTZ) en Kind in de Keten Monitor KidK. In de formatie voor de uitvoeringsorganisatie is rekening gehouden met enkele specifieke functionarissen die benodigd zijn voor het zorgdragen voor een goed werkende informatievoorziening. Ontwikkelkosten en inbedding De jaren 2018 t/m 2020 hebben in het teken van de ontwikkeling van de applicatie betaal- en datatool GRJR en de (zorginhoudelijke) monitor Kind in de Keten (KidK) gestaan. Deze ontwikkelingen hadden als doel juiste en betrouwbare data aangeleverd te krijgen van diverse partners in de keten en de 15 deelnemende gemeenten. Het jaar 2021 en verder zal meer in het teken staan van doorontwikkeling en beheer van de tools maar ook in het bewerken van de beschikbare data naar de gewenste (management)informatie. Nu de datakwaliteit op dusdanig niveau is kan de stap naar de ontwikkeling van de verschillende dashboards gemaakt worden. Voor de doorontwikkelingen is wel budget nodig. Het benodigde budget wordt geraamd op: 2021

175K

2022 e.v.

150K

4.6 Inkoop Met betrekking tot de inkoop zijn de voorbereidingen gestart op een nieuwe aanbesteding. Dit heeft een aantal gevolgen voor de begroting van 2022. Er zullen incidentele kosten gemaakt worden voor zaalhuur, communicatie en voor wellicht inhuur. Hierbij moet rekening gehouden worden met een bedrag van €50.000. Direct verbonden met de inkoop is dat er een project voor de implementatie zal worden opgestart om de wijzigingen van de nieuwe aanbesteding goed te kunnen invoeren. Gedacht moet worden aan de kosten voor een projectleider implementatie, communicatie, trainingen toegangsmedewerkers. Momenteel wordt ingeschat dat hiervoor totaal €400.000 is benodigd, gelijkelijk verdeeld over 2022 en 2023.

34

Binnen de kaders van de nog vast te stellen Regiovisie worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om op onderdelen van de percelen D en E te experimenteren om deze lokaal te organiseren en in te kopen. Een aantal gemeenten hebben aangegeven belangstelling te hebben voor experimenteerruimte. De kosten van deze experimenteerruimte zullen in mindering worden gebracht op de inleg van de betreffende gemeenten op programmabegroting 2022.

4.7 Transformatie Voor de jaren 2018, 2019 en 2020 is er vanuit het rijk een transformatiebudget beschikbaar gesteld aan de Jeugdhulpregio Rijnmond. Deze middelen zijn in de jaren 2019 en 2020 ingezet voor diverse pilots binnen de subregio’s en bij zorgaanbieders. Mede door Corona hebben de diverse pilots wel vertraging opgelopen in 2020. Daarom heeft het AB Jeugdhulp Rijnmond besloten de inzet van de beschikbare middelen met nog een jaar te verlengen. Daarmee is het financiële budget voor transformatie voor het 2021 nog geregeld maar de verwachting is dat de (incidenteel) beschikbare middelen daarna wel volledig ingezet zijn. Omdat het voortzetten van de ingezette transformatie en om nieuwe initiatieven die mogelijk samenhangen met de wensen t.a.v. eventuele nieuwe inkoop maar ook met de te nemen beheersmaatregelen om de ingezette taakstelling waar te maken wordt voorgesteld om voor de jaren 2022 en verder een transformatiebudget van ten minste € 2,0 mln. per jaar op te nemen.

4.8 Bepaling gemeentelijke bijdragen Met ingang van begrotingsjaar 2021 worden de gemeentelijke bijdragen bepaald op basis van een aangescherpte verrekeningssystematiek. In 2019 en 2020 heeft een evaluatie van de sinds de oprichting van de GRJR toegepaste vlaktakssystematiek plaatsgevonden. Er is besloten om met deze vlaktakssystematiek te blijven werken omdat enerzijds sprake is van solidariteit gedurende het jaar omdat de gemeenten gezamenlijke schommelingen gedurende het jaar opvangen, maar anderzijds betaald iedere gemeenten uiteindelijk wel voor het werkelijke zorggebruik.

35

Wel is de toepassing van de systematiek aangepast zodat stijgingen en dalingen van de zorgkosten sneller verwerkt/ verrekend worden zodat gemeenten sneller het voordeel van dalend zorggebruik of het nadeel van stijgend zorggebruik bij Specialistische Jeugdhulp kunnen verwerken in hun begroting. Ook is een aanpassing doorgevoerd in de weging van de daadwerkelijke zorgkosten om zo het verschil tussen de bijdrage (begroting) van een gemeente en het werkelijke zorgverbruik dichter bij elkaar te brengen. Dit is gedaan door: •

De begroting per Gemeente op basis van 1/3e T-2 en 2/3 T-1 te berekenen (dit was1/3e T-3, T-2 en T-1).

•

De realisatie (werkelijke zorg kosten per jaar) in 2 jaar (50-50%) te verrekenen in plaats van in drie.

Op deze manier blijft de solidariteit lopende het jaar bestaan en eventuele schommelingen in de kosten worden gedurende twee jaar opgevangen. Ook de prikkel om minder gebruik te gaan maken van specialistische voorzieningen blijft behouden en zelfs meer beloond dan in de oude toepassing omdat een gemeente die minder afneemt dan financiert dit sneller terugvertaald ziet in een lagere bijdrage aan de regeling. Voor VTRR geldt dat de bijdrage per gemeente gebaseerd wordt op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018. Vanaf 2021 zoveel mogelijk naar werkelijk zorgverbruik, dus pxq.

4.9 Meerjarenperspectief In deze kadernota is op de volgende pagina de doorvertaling weergegeven van de financiële uitgangspunten uit paragraaf 5.1 voor het ramingsjaar 2022. Dit is het kader voor de begroting 2022 en dient als basis voor een meerjarenperspectief dat in de ontwerpbegroting 2022 (AB 15 april 2021) nog vertaald wordt in een concreter voorstel.

36

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022 - 2025

BEGROTING Raming GR 2021 2022

Raming GR 2023

Raming GR 2024

Raming GR 2025

LASTEN A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)

21.845.040

22.552.820

22.552.820

22.552.820

22.552.820

B Weer naar huis (Opname)

62.247.659

62.764.483

62.764.483

62.764.483

62.764.483

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)

9.342.676

11.145.379

11.145.379

11.145.379

11.145.379

D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)

14.513.379

14.983.613

14.983.613

14.983.613

14.983.613

E Pakket thuis (Ambulante hulp)

43.880.862

45.302.602

45.302.602

45.302.602

45.302.602

F Crisishulp

9.467.944

9.774.705

9.774.705

9.774.705

9.774.705

G Gecertificeerde instellingen

48.637.712

50.213.574

50.213.574

50.213.574

50.213.574

H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)

16.375.541

16.906.109

16.906.109

16.906.109

16.906.109

I Overige

C

15.436.758

15.436.758

15.436.758

15.436.758

15.436.758

1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)

1.736.000

1.736.000

1.736.000

1.736.000

1.736.000

2. Extra ASR

1.147.800

1.147.800

1.147.800

1.147.800

1.147.800

3. Landelijke inkoop

12.148.598

12.148.598

12.148.598

12.148.598

12.148.598

4. Acute dienst GGZ

404.360

404.360

404.360

404.360

404.360

Uitvoeringskosten

7.623.284

7.822.584

7.822.584

7.622.584

7.622.584

Risico's Jeugdhulp

3.626.839

3.626.839

3.626.839

3.626.839

3.626.839

-

-

-

-

-

io Organisatiekosten GR

3.521.445

3.570.746

3.570.746

3.570.746

3.570.746

ic Specifieke ICT-kosten

100.000

150.000

150.000

150.000

150.000

ia Accountantskosten

75.000

75.000

75.000

75.000

75.000

iw Werk en Onderzoek

300.000

200.000

200.000

200.000

200.000

-

200.000

200.000

-

-

249.370.855

256.902.626

256.902.626

256.702.626

256.702.626

-2.684.697

-5.369.394

-8.054.091

-11.244.921

-11.244.921

-

2.684.697

5.875.527

5.875.527

251.533.232

251.533.232

251.333.232

251.333.232

i

tl Transformatiefonds/Innovatie

Projectbudget Inkoop en Implementatie z Totaal lasten Nog toe te wijzen taakstelling Nog in te vullen taakstelling z Totaal lasten na Taakstelling

246.686.158

In dit overzicht is het OVA-percentage verwerkt tot het voorlopige percentage 2021.

37

Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT

5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 14 oktober 2020

Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond

J. Bokhove

Secretaris a.i. Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond

S. Hammer

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9650573/1