CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 MRDH redacted

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2023 Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)33.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Goede digitale connectiviteit Onderhouden en verder uitbreiden van het kennisnetwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de digitale connectiviteit in de regio. Dit doen we door de kennis van de twee grote steden te delen met de andere 21 gemeenten en ze te helpen om deze kennis in te zetten, bijvoorbeeld voor het harmoniseren van de gemeentelijke regelgeving en het gemeentelijke beleid, zodat tempo gemaakt kan worden bij de aanleg van communicatienetwerken zoals glasvezel en 5G. Binnen het kennisnetwerk zorgen we ervoor dat bij de uitrol van 5G de zorgen die er in de samenleving zijn aandacht krijgen.

In 2021 is gewerkt aan zes actielijnen binnen het programma Digitale Connectiviteit. Op de actielijnen digitale strategie, glasvezel en 5G (actielijnen 1, 3 en 4) zijn de krachten gebundeld met de provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en een extern bureau in de Connectiviteit Brigade. 22 gemeenten in ZuidHolland zijn voorzien van een intake en uitgebreide informatie, meer dan vijftien vraagstukken van gemeenten zijn behandeld, negen sessies zijn georganiseerd voor en met gemeenten en zeven documenten zijn ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid op het gebied van digitale connectiviteit. Actielijn 2 - kennisdeling - is niet geheel verlopen zoals gewenst, vanwege de beperkte mogelijkheden om fysiek bijeen te komen. De kennisbijeenkomsten zijn korte webinars geworden. De fysieke netwerkbijeenkomsten en de bestuurlijke bijeenkomst digitaliseringsstrategie zijn naar 2022 uitgesteld. In het kader van actielijn 5 - datacenters - is via (een opdracht aan) InnovationQuarter een kleinschalig datacenter (NorthC Zestienhoven) in de regio uitgebreid en heeft het AMS-IX internetknooppunt zich naar twee datacenters in de metropoolregio (Smartdc en Greenhouse DC) uitgebreid. Hierdoor hebben de aangesloten bedrijven in de metropoolregio de snelst mogelijke toegang tot internationale datanetwerken.

Verbinden van experimenteerlocaties digitalisering en 5G, zoals het Delft on Internet of Things fieldlab, het Living Lab Scheveningen en het Living Lab Sensible Sensor Reyeroord. Daarbij zorgen we ook dat resultaten uit deze projecten regionaal gedeeld worden.

Op actielijn 6 - Living Labs en fieldlab - wordt hierna ingegaan. De projecten Delft on Internet-of-Things (DoIoT) fieldlab en Living Lab Sensible Sensor Reyeroord liepen in 2021 af. Het Living Lab Scheveningen project, waaraan de MRDH bijdroeg, liep in 2020 al af. De resultaten van deze drie projecten zijn opgeleverd en geleerde lessen zijn gedeeld met de regio. 48

Acties in 2021

Status

Toelichting Living Lab Scheveningen is gecontinueerd zonder bijdrage van de MRDH. Het vervolg van Living Lab Sensible Sensor Reyeroord is nog onbekend. De fieldlabs en living labs worden sinds 2021 door de provincie Zuid-Holland met elkaar in verbinding gebracht door middel van enkele bijeenkomsten en gezamenlijke activiteiten per jaar. Het DoIoT Fieldlab heeft Europese financiering aangetrokken om de komende jaren door te kunnen gaan. Daarnaast draagt de MRDH nog aan dit lab bij via:  het project ‘Delft on Internet-of-Things fieldlab (DoIoT) for Intelligent Mobility’ (bijdrageregeling EV);  een opdracht die de MRDH eind 2021 heeft gegeven aan het DoIoT Fieldlab om samen met tien tot twaalf bedrijven projectideeën tot projecten uit te werken in het kader van het het 5G Innovatieprogramma (samenwerking met IQ, PZH en TU Delft). Daarnaast zijn in 2021 bijdragen vanuit de bijdrageregeling EV toegekend aan:  Impaqt Quantum Computer – Nano NISQ, een consortium van bedrijven dat samen een unieke quantum computer bouwt; Sectoraal Digitaal Veilig, een project om de cyberweerbaarheid van ondernemers in zes essentiële sectoren te vergroten.

Ruimte om te werken Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties: we zorgen voor regionale afstemming, bijvoorbeeld op het gebied van Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden terreinen, gebiedsvisies en transformatieopgaven.

We werken gebiedsgericht aan werklocaties van regionaal belang, onder meer door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen.

In 2021 zijn transformatieopgaven op bedrijventerreinen in Barendrecht, Maassluis, Ridderkerk en Schiedam regionaal afgestemd. Daarnaast vond afstemming plaats over nieuwe detailhandel (supermarkt) in Rotterdam. Gedurende het jaar zijn werkzaamheden verricht om de strategie werklocaties te kunnen actualiseren, zoals afstemming met de gemeenten en provincie Zuid-Holland over regionale afspraken voor detailhandel, kantoren en bedrijventerreinen. Ook is de MRDH betrokken geweest bij het proces rond de behoefteraming bedrijventerreinen van de provincie Zuid-Holland. De gemeenten Barendrecht, Maassluis en Ridderkerk kregen procesadvisering voor het beter benutten van de bedrijventerreinen of bij het opstellen van een compensatieplan indien er sprake is van een transformatieopgave. Dit draagt bij aan de visievorming op werklocatie en een vergrote haalbaarheid van de uitvoering. Voor het stimuleren van verduurzaming op bedrijventerreinen is de aanpak voor Next Economy bedrijventerreinen op 19 mei vastgesteld in de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat, gericht op Mobiliteit/ CO2-reductie, energie, circulariteit, informatie/data, personeel en financieringsvraagstukken. De aanpak is gericht op 49

Acties in 2021

Status

Toelichting projectondersteuning en aanbod van expertise. In dat kader verleende de MRDH in 2021 aan twee projectvoorstellen een bijdrage.

Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Ondersteunen van gemeenten die werken aan de kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie.

Faciliteren van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie.

De MRDH organiseerde achttien sfeergebiedensessies voor de gemeenten. Dit is een methode om te bekijken waar kansen op VTE-gebied liggen en om te verkennen waar gemeenten gezamenlijk aan kunnen gaan werken. Daarnaast liet Den Haag, Midden-Delfland en Rotterdam met financiering van de MRDH, onderzoek doen naar de bezoekersstromen naar een aantal specifieke locaties om zo concrete oplossingen te krijgen voor een betere spreiding van bezoekers. In 2021 is het regionale netwerk acht keer digitaal bij elkaar gekomen om kennis en informatie te delen.

Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie en voor OV-locaties langs de Hoekse Lijn en in het Middengebied, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, biedt de MRDH dezelfde ondersteuning aan als aan de hiervoor genoemde locaties.

De inzet van de MRDH is, naast de Verstedelijkingsalliantie (zelfstandige organisatie, die goed functioneert), gericht op de Hoekse Lijn-samenwerking. Aan de hand van de gezamenlijk opgestelde ontwikkelvisie - ‘van strand naar stad’ - werken de zes partners verder aan de regionale samenhang bij de ontwikkeling van de afzonderlijke stationsgebieden. De MRDH is nauw betrokken bij de Verstedelijkingsalliantie, Hoekse Lijn Partners en Bleizo-West in het Middengebied. De meerwaarde van de MRDH wordt vaker duidelijk bij opgaven zoals De Stationstuinen (Barendrecht), de Poort naar de Hollandse duinen (Wassenaar) en de Bekostiging van groen-blauwe opgaven (onderzoek in samenwerking met MiddenDelfland).

Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Bieden van ondersteuning aan het netwerk van gemeenten dat werkt aan de energietransitie.

In 2021 zijn er zes ambtelijke en zes bestuurlijke netwerkbijeenkomsten Energie MRDH georganiseerd. Via dit netwerk vond ook afstemming plaats over de regionale energiestrategie, wat resulteerde in een gedragen strategie die aan het Rijk is aangeboden. Daarnaast is er kennisdeling geweest over de aanpakken van gemeenten, regelingen van overheidsinstanties en inspiratievolle onderwerpen van experts.

Project loopt volgens begroting Project loopt niet volgens begroting

50

2.3.3 Wat heeft het gekost?

Programma 3 Economisch vestigingsklimaat

Realisatie 2021

Verschil gewijzigde Gewijzigde begroting en begroting realisatie 2021 2021

Primaire begroting 2021

Realisatie 2020

Lasten Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES! Delft Subtotaal directe kosten personeel

2.036.322 872.500 285.000 850.222

-1.986.476 0 0 -125.664

4.022.798 872.500 285.000 975.886

4.089.661 0 0 975.886

2.755.131 873.192 166.250 779.171

Totaal lasten

4.044.044

-2.112.140

6.156.184

5.065.547

4.573.744

Baten Inwonerbijdrage Overige inkomensoverdrachten gemeenten Overige inkomensoverdrachten Europese Unie

5.180.819 38.083 0

96.201 583 0

5.084.618 37.500 0

5.028.047 37.500 0

4.991.673 37.594 6.156

Totaal baten

5.218.901

96.783

5.122.118

5.065.547

5.035.423

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

1.174.857

2.208.923

-1.034.066

0

461.679

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Geaccordeerd bij bestuursrapportage

-285.000

749.066

-1.034.066

0

-119.926

Gerealiseerd resultaat

1.459.857

1.459.857

0

0

581.605

51

Samengevat is uit bovenstaande tabel op te maken dat het positieve saldo van baten en lasten ten opzichte van de begroting € 2.208.923 voordelig bedraagt. Dit bedrag bestaat uit de volgende onderwerpen (afgerond op duizendtallen): Lasten  Onderbesteding bijdragen aan gemeentelijke projecten (o.b.v. projectvoortgang)  Onderbesteding projectontwikkeling  Onderbesteding directe kosten personeel

€ € €

1.571.000 415.000 126.000

Baten  Extra programmabaten vanwege onderbesteding overhead EV  Overige inkomensoverdrachten

€ €

96.000 1.000

Totaal

€

2.209.000

Hierna volgt een uitgebreide verschillenanalyse. Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2021 en realisatie 2021 Lasten Er is binnen dit programma in 2021 € 2.112.141 minder besteed aan lasten dan begroot. In de volgende tabel is een verschillen-analyse opgenomen per onderwerp: 1 2 3 4 5

Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling ProgrammakostenProjectontwikkeling Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Begroting 2021 € 2.722.798

Realisatie lasten 2021 € 1.151.151

Verschil 2021 € 1.571.647

€ 1.300.000

€

885.170

€

414.830

€

€

872.500

€

0

872.500

€ 285.000 € 975.886 € 6.156.184

€ 285.000 € 850.222 € 4.044.043

€ 0 € 125.664 € 2.112.141

52

Ad 1 Programmakosten – Bijdrageregeling EV Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 (Bijdrageregeling EV) is in 2021 ten laste van het programmabudget voor € 2.388.064 aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: Onderwerp

Besluit BCEV

Ontvangende gemeente

Bedrag (€)

Onderwerp: Sterker uit de crisis (Stimuleren van innovatie en economische groei/ Goede digitale connectiviteit/ Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt/ ) Digitalisering MKB – Clicks and Bricks

3-2-2021

Schiedam

40.000

Digitalisering MKB – MKB Digicafés

17-3-2021

Rotterdam

83.520

Digitalisering MKB – Data innovation hub

17-3-2021

Zoetermeer

75.000

Digitalisering MKB – E-learnings

19-5-2021

Delft

69.500

Leven Lang Ontwikkelen/ Digitalisering MKB – Werken aan de digitale toekomst van de Nederlandse tuinbouwketen

19-5-2021

Westland

163.698

Digitalisering MKB – Digitale voucherregeling MKB

14-7-2021

Den Haag

96.000

Leven Lang Ontwikkelen - Living Lab SchieDistrict Mechatronica

14-7-2021

Schiedam

110.000

Leven Lang Ontwikkelen - Next Healthcare Professional Fase 1: Zorgmedewerkers leren werken met digitale technologie

8-12-2021

Rotterdam

200.000

Subtotaal

837.718

Onderwerp: Campusprogramma (Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt) lnnovatiecentrum Energie & Mobiliteit Delft (I-EM Delft)

14-7-2021

Delft

250.000

Energietransitielab

14-7-2021

Rotterdam

300.346

Subtotaal

550.346

Onderwerp: Digitalisering (Goede digitale connectiviteit) Delft on Internet-of-Things for Intelligent Mobility’

19-5-2021

Delft

175.000

ImpaQT Quantum Computer - Nano NISQ

14-7-2021

Delft

200.000

Sectoraal Digitaal Veilig

8-12-2021

Den Haag

300.000

Subtotaal

675.000 53

Onderwerp: Werklocaties (Ruimte om te werken) Next Economy bedrijventerreinen - Boezem

13-10-2021

Pijnacker-Nootdorp

50.000

Next Economy bedrijventerreinen - Halfweg-Molenwatering Circulair

8-12-2021

Nissewaard

50.000

Fonds Vitale Kerngebieden Rotterdam

13-10-2021

Rotterdam

225.000

Totaal verleend op alle onderwerpen

2.388.064

Totaal beschikbaar budget

2.722.798

Budgetruimte Bijdrageregeling 2021

334.734

De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat stelde binnen de programmakosten economisch vestigingsklimaat voor projectbijdragen aan gemeenten een budget van € 2.722.798 beschikbaar. Ten opzichte van het budget is er voor € 334.734 minder aan projectbijdragen verleend. Zo was het de verwachting dat er in 2021 een voorstel zou komen voor de Zorginnovatie academie in Vlaardingen. Dit liep vertraging op door wisseling van projectleiders bij de gemeenten, waardoor het voorstel in 2022 ter besluitvorming is voorgelegd . Daarnaast zijn er in 2021 met diverse partners gesprekken gevoerd over het opzetten van een innovatieprogramma voor de maritieme sector, maar uit onderzoek eind 2021 is gebleken dat er vanuit de sector een andere behoefte is. Het door de bestuurscommissie beschikbaar gestelde budget van € 2.722.798 voor het verlenen van projectbijdragen is ook bedoeld voor bevoorschotting en afrekening van alle tot en met 2021 verleende bijdragen. De in 2021 verantwoorde last van € 1.151.151 houdt naast bevoorschotting en afrekening ook rekening met de daadwerkelijke voortgang van de projecten. De onderbesteding bedraagt uiteindelijk € 1.571.647. Voor zover hiervoor verplichtingen zijn aangegaan wordt dit budget toegevoegd aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het financiële verloop van de tot en met 2021 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt:

54

Jaar

Verleend t/m 2021

Bevoorschot en afgerekend t/m 2020

Vrijval t/m 2020

Nog te bevoorschotten en af te rekenen t/m 2020

2015

1.892.340

1.841.069

51.271

0

2016

2.394.654

2.237.005

121.649

36.000

-10.183

46.183

0

2017

2.200.000

1.819.048

214.452

166.500

91.129

75.371

0

2018

3.044.850

2.277.927

113.633

653.290

320.376

74.624

258.290

2019

2.143.219

1.554.575

0

588.644

78.644

510.000

2020

2.549.000

623.200

0

1.925.800

1.360.000

565.800

2021

2.388.064

543.600

1.844.464

875.958

Totaal

16.612.127

3.178.554

4.054.512

10.352.823

501.005

3.370.234

Bevoorschot en afgerekend 2021

Vrijval 2021

Nog te bevoorschotten en af te rekenen

Correctie bestedingen *

0

2.383.565

196.178

* vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2021 per saldo verlaagd met € 875.958 en op de balans geboekt (saldo bestaat uit € 1.559.239 Vooruitbetaalde projectbijdragen en € 683.281 nog te betalen projectbijdragen). Voor de juiste balanspositie per jaareinde dient de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met dit bedrag te worden verhoogd

Per jaareinde dient € 4.054.512 beschikbaar te zijn voor bevoorschotting en afrekening van tot en met 2021 verleende bijdragen. Hiervoor is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat beschikbaar. Zie verder de toelichting bij de reserves. Ad 2 Programmakosten – Projectwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten kenden de middelen voor projectontwikkeling een onderbesteding van € 414.830. Deze onderbesteding kent diverse oorzaken. In 2021 was bijvoorbeeld gepland om een monitor op te stellen die inzicht biedt in onder meer de stand van zaken rondom startups en scaleups in de metropoolregio. Doordat meer tijd nodig was voor het uitwerken van de onderzoeksopzet en uitvraag kon dit niet in 2021 plaatsvinden. Binnen Next Economy bedrijventerreinen zijn vouchers voor expertondersteuning aan gemeenten beschikbaar gesteld. Hier is geen gebruik van gemaakt in 2021. In december 2021 zijn deze vouchers opgehoogd (van 1 dag naar 2,5 dag), waardoor verwacht wordt dat in 2022 wel gebruik gemaakt zal worden van deze vouchers. In het budget voor Digitalisering was voor 2021 rekening gehouden met het ondersteunen van gemeenten in het ontwikkelen van een digitale strategie. Deze ondersteuning heeft uiteindelijk plaatsgevonden vanuit het budget van de Connectiviteitbrigade.

De Connectiviteitsbrigade wordt door meerdere partijen gefinancierd, waardoor de kosten voor de MRDH lager uitvielen. Ten laste van dit budget voor projectontwikkeling is per jaareinde wel reeds voor ongeveer € 275.000 aan verplichtingen aangegaan die over de jaargrens heenlopen. Voorbeeld hiervan is de selectie van de campus connector/ambassadeur die half januari 2022 is gestart en zich richt op de verbinding bedrijfsleven – campussen en de positionering van het ecosysteem van campussen. Vanwege de fysieke beperkingen van corona was een start in 2021 nog niet zinvol. 55

Ad 3 Subsidie InnovationQuarter De begrote subsidie aan InnovationQuarter van € 872.500 is volledig besteed. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio met betrekking tot versterking van het Economisch Vestigingsklimaat. Voortbouwend op de samenwerking van de afgelopen jaren heeft IQ in 2021 ingezet op 4 pijlers: Innoveren, Secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ), Investor Relations Programma (Internationaliseren) en het Zuid-Hollands Investeringsplatform (ZIP). Dit heeft de volgende resultaten opgeleverd: 1. Vanuit Innoveren zijn 65 businesscases en innovatieprojecten gerealiseerd met een investeringsvolume van € 45 miljoen. Daarnaast heeft IQ afgelopen jaar samen met partners onder andere de innovatieprogramma’s SMITZH, Energie & Klimaat, ZorgTech, AgriTech en Maritime Delta uitgevoerd en leverde ze een substantiële bijdrage aan de totstandkoming van diverse voorstellen voor het Nationaal Groeifonds. 2. Vanuit Internationaliseren zijn 51 buitenlandse bedrijven geassisteerd bij het vestigen dan wel uitbreiden in de regio. Zij verwachten binnen 3 jaar € 597 miljoen te investeren in de regio en 2483 arbeidsplaatsen te creëren.

Daarnaast heeft IQ 143 investor relations gesprekken gevoerd met hier reeds gevestigde buitenlandse bedrijven en 88 trade relations gesprekken met innovatieve mkb-bedrijven over hun internationale ambities. 169 innovatieve regionale bedrijven namen deel aan hun internationaliseringsactiviteiten. 3. Vanuit het Secretariaat voor de EBZ is afgelopen jaar onder andere gewerkt aan de Groeiagenda Zuid-Holland en bijbehorende regionale lobby, aan de ondersteuning van de taskforces op het terrein van Human Capital, Energie, Circulair, Digitaal, Life Sciences & Health, Campussen en Technologische Industrie en aan de uitvoering van het Human Capital-akkoord (inmiddels 15 projecten). 4. Vanuit ZIP is in 2021 mede-uitvoering gegeven aan de Corona-OverbruggingsLeningen (COL) en zijn verschillende businesscases doorgerekend. Ad 4 Subsidie Yes!Delft De begrote subsidie aan YES!Delft (jaarschijf 2021) van € 285.000 is volledig besteed. Zie ook de inhoudelijke toelichting op de samenwerking met YES!Delft bij Wat wilden we bereiken? en Wat is er voor gedaan? Ad 5 Directe kosten personeel De hier verantwoorde onderbesteding van € 125.664 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere inschalingen dan begroot. Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2021 € 6.501.075 en is conform begroting gerealiseerd.

Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 5.180.819) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.320.256 zie hoofdstuk 2.4). Vanwege 56

onderbesteding op de overhead (zie hoofdstuk 2.4) is binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat een groter deel van de inwonerbijdrage verantwoord (€ 96.201 meer baten gerealiseerd dan begroot). Overige inkomensoverdrachten gemeenten Betreft de afname van gemeenten van gegevens over detailhandel op basis van licentie overeenkomsten. Realisatie nagenoeg gelijk aan begroting. Reserves De begrote reserve-onttrekking van € 1.034.066 bestaat uit twee delen:  € 285.000 ter dekking van de jaarschijf 2021 van de begrotingspostsubsidie aan YES!Delft. Deze subsidie is conform begroting gerealiseerd in 2021, de begrote reserve onttrekking wordt daardoor ook gerealiseerd.  € 749.066 ter dekking van het plafond voor het verlenen van projectbijdragen aan gemeenten en anderzijds ter dekking voor het bevoorschotten en afrekenen van deze projectbijdragen. De bevoorschotting en afrekening van verleende projectbijdragen (inclusief projectvoortgang) was € 1.571.647 lager dan begroot. Een bijdrage uit de reserve was daarom niet nodig om de exploitatiekosten te dekken.

Toelichting verloop en bestemming Egalisatiereserve EV De Egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2021 uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2020 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft 2020-2022 Sterker uit de crisis Onvoorzien Saldo 1 januari 2021 Onttrekking YES!Delft Saldo 31 december 2021

€ 3.013.778 € 403.750 € 749.066 € 66.456 € 4.233.050 € 285.000 € 3.948.050

Voor het extra Sterker uit de crisis budget zijn in 2021 de bijdragen verleend, de specifieke reservering hiervoor kan nu vervallen. Voor de reservering Meerjarige afspraken YES!Delft 2020-2022 resteert na de bijdrage uit de reserve in 2021 van € 285.000 nog € 118.750. Dit bedrag dient gereserveerd te blijven voor de laatste jaarschijf van deze lopende subsidie (tot en met mei 2022). De post Onvoorzien binnen de reserve kan vervallen, uitgangspunt van de reserve is dat er concrete projecten mee worden gefinancierd. Per 31 december 2021 bestaat de reserve dan uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2021 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft

€ 4.054.512 € 118.750 57

Benodigd saldo 31 december 2021 Beschikbaar per 31 december 2021 Tekort

€ 4.173.262 € 3.948.050 € 225.212

Voorstel Resultaatbestemming Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2021 bedraagt € 1.459.857. Voorstel is om hiervan € 225.212 toe te voegen aan de Egalisatiereserve EV ter dekking van de reeds verleende maar nog af te rekenen projectbijdragen aan gemeenten en de reeds verleende maar nog af te rekenen subsidie aan YES!Delft. Dan resteert er een nog te bestemmen resultaat van € 1.234.645. Voorgesteld wordt dit bedrag toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat en in te zetten voor de meerjarige subsidie aan YES!Delft voor het programma Region of the Future 2022-2025. Met dit programma is een subsidie van in totaal € 1.500.000 gemoeid. Het programma gaat 3 jaar lopen en kent een jaarbegroting van € 500.000. Het algemeen bestuur neemt op 8 juli 2022 een besluit over de subsidie aanvraag. Het betreft een opschaling van het huidige programma City of the Future, met een jaarbegroting van € 285.000. Daarnaast kan de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing) vervallen per 31 december 2021. Voorgesteld wordt om dit bedrag toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat en in te zetten voor het programma Region of the Future 2022-2025.

De Egalisatiereserve EV bestaat na deze voorgestelde resultaatbestemming uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2021 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft 2020-2022 Meerjarige afspraken YES!Delft 2022-2025 Saldo 1 januari 2022

€ 4.054.012 € 118.750 € 1.334.645 € 5.507.407

Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2020 en realisatie 2021 De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen).

58

Lasten De realisatie van de lasten was in 2021 € 641.000 lager ten opzichte van 2020. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5

Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Realisatie 2021 € 1.151.000

Realisatie 2020 € 2.369.000

Verschil € 1.218.000 -/-

€ 885.000 € 873.000 € 285.000 € 850.000 € 4.044.000

€ 386.000 € 873.000 € 166.000 € 779.000 € 4.685.000

€ € € € €

499.000 +/+ 0 119.000 71.000 -/641.000 -/-

Toelichting grootste verschillen: Programmakosten-Bijdrageregeling EV Het betreft veelal meerjarige projecten waarvan de bestedingen de projectvoortgang volgen. De bestedingen fluctueren daardoor ook tussen de jaren. Vanwege corona zijn een aantal projecten vertraagd geraakt in 2021, daardoor waren bestedingen beperkter. Programmakosten – overig Er is in 2021 programmabreed meer besteed op projectontwikkeling. Op basis van het Plan Regionale Campusondersteuning 2021-2022 zijn diverse onderzoeken en ondersteuningsopdrachten verstrekt. In het kader van de doelstelling Ruimte om te werken ging het om de uitwerking van de Transformatiewijzer MRDH en de toepassing hiervan op compensatieplannen. Op het gebied van goede digitale connectiviteit is er onder meer extra inzet gepleegd voor de Connectiviteit Brigade. Voor de gemeenten Midden-Delfland, Den Haag en Rotterdam deed de Verkeersonderneming in 2021 onderzoek naar bezoekersstromen. In de samenwerking tussen de MRDH en de Greenport West-Holland zijn in 2021 kwartiermakers gestart op digitalisering, leven lang ontwikkelen en ruimtelijk-economische strategie. Subsidie YES!Delft De subsidie liep in 2021 het gehele jaar, de start was in juni 2020 (7 maanden). Baten De realisatie van de baten was in 2021 € 189.000 hoger dan in 2020.

Dit heeft te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2021 ten opzichte van de begroting 2020.

59

2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een toelichting over de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead (euro's)

Realisatie 2021

Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021

Gewijzigde begroting 2021

Primaire begroting 2021

Realisatie 2020

2.947.855 2.005.507 4.953.362

85.872 -395.293 -309.421

2.861.983 2.400.800 5.262.783

2.788.990 2.400.800 5.189.790

3.020.474 1.832.622 4.853.096

Personele overhead EV Materiële overhead EV

818.879 501.377 1.320.256

2.622 -98.823 -96.201

816.257 600.200 1.416.457

872.828 600.200 1.473.028

899.857 458.156 1.358.013

Totaal lasten

6.273.618

-405.622

6.679.240

6.662.818

6.211.109

Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een onderschrijding zien van € 405.622 ten opzichte van de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 494.116 op de materiële overhead, dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 88.494 dat grotendeels wordt veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Hierdoor bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 489.936 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 401.442 positief. Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat. 60

Dekkingsbronnen overhead (euro's)

Realisatie

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021

2021

Gewijzigde begroting 2021

Primaire begroting 2021

Realisatie 2020

Onttrekking fonds BDU Inwonersbijdrage EV

4.953.362 1.320.256

-309.421 -96.201

5.262.783 1.416.457

5.189.790 1.473.028

4.818.613 1.349.392

Totale dekkingsbron

6.273.618

-405.622

6.679.240

6.662.818

6.168.005

Resultaat voor reservemutaties

0

0

0

43.104

Onttrekking reserve interne kwaliteitsverhoging

0

0 0 0

0

0

-43.104

Resultaat

0

0

0

0

0

De kosten voor de personele en materiële overhead worden voor zover deze betrekking hebben op verkeer en openbaar vervoer (Vervoersautoriteit/Va) gedekt vanuit de BDU. Voor zover deze kosten betrekking hebben op de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden deze kosten gedekt vanuit de inwonersbijdrage. Door een onderbesteding van € 405.622 op de overhead is er minder dekking nodig.

61

Indicatoren

1

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

2

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

3 4

0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten Externe inhuur

5

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

Realisatie 2021 0,037 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 4,68 per inwoner 6,31% van de totale loonsom 1,02% van de totale lasten

Begroting 2021 0,037 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 5,03 per inwoner 5,84% van de totale loonsom 1.23% van de totale lastenbegroting

Ad 1) De formatie bedroeg in 2021 89,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2020 2.390.101 (begroting 2021). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2021 84,2 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2020 2.390.101 (begroting 2021). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2021 € 11.174.338 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2020 2.390.101 (begroting 2021). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2021 € 8.667.454 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2021 € 547.130. Voor 15% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH-gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2021 € 6.273.618 (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2021 € 615.503.404 (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage bij Economisch Vestigingsklimaat. -0-0-0-

62

Hoofdstuk 3 Paragrafen -0-0-03.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor je geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunt treffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten, waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio wordt gebruikt als pilot voor deze werkwijze. Risico’s algemeen Er zijn twee mogelijke maatregelen om risico’s te beheersen en/of financieel te dekken. 1. Risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen te treffen. Bijvoorbeeld door verzekeringen af te sluiten of de regelgeving aan te scherpen. 2.

Risico’s financieel afdekken door voorzieningen voor risico’s in te stellen die je kunt kwantificeren, alsmede een weerstandsvermogen instellen voor risico’s die je niet financieel kunt kwantificeren. Regelmatig doen zich normale bedrijfsrisico’s voor. Daarom zijn die vrij goed meetbaar. Je kunt ze daardoor afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) kan voorkomen en dat je voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen (apparaatslasten EV begroting 2016) nodig hebt. Dit komt neer op een bedrag van circa € 100.000, dat elke vier jaar nodig is. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. 63

Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ (GR MRDH) vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de GR MRDH en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Wij zullen dit met een opheffingsbesluit eind 2021 effectueren. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aangehouden, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet zijn besteed, worden beschouwd als vreemd vermogen, kun je geen risicoreserve van deze middelen opbouwen.

Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit blijkt dat je een reserve moet vormen om de risico’s naar behoren af te dekken, die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie aan voornoemde OV-bedrijven gunde en dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa. Ook is meegewogen dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen.

Met het instellen van deze verordening wil de MRDH vooral adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven faciliteren. Zodat die daarmee de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer kunnen realiseren. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2021 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 30 miljoen. Uitgaande van een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 27 miljoen. Vanaf het jaar 2022 zal de ondergrens verhoogd worden naar € 28 miljoen op basis van een maandelijkse concessievergoeding van gemiddeld € 31 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. 64

De coronacrisis leidt niet tot een aanpassing van de genoemde wegingsfactoren voor de risicoberekening. Het risico dat de vervoerders niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoen blijft laag. De rente en afschrijving maken immers onderdeel uit van de maandelijkse concessievergoeding, waardoor de MRDH hier rechtstreeks op kan sturen. Het maatschappelijk belang voor het behoud van het openbaar vervoer is onverminderd groot, ook met het oog op de toenemende verstedelijking waar de regio de komende jaren mee heeft te maken. Dit maatschappelijke belang blijkt ook uit de aandeelhouderrol van de overheden in de betreffende vervoersbedrijven. De forse daling van de reizigersinkomsten, vanwege de coronamaatregelen, is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven. Binnen de metropoolregio zijn zij immers opbrengstverantwoordelijk. Voor het jaar 2021 (net als het jaar 2020) zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken leidden tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (de Beschikbaarheidsvergoeding), die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Onderdeel van die afspraken is verder dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen aan de vervoersbedrijven blijft uitkeren.

Daarnaast is het in 2021 opgestelde Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. Het transitieprogramma wordt tot en met 2022 periodiek herijkt, om zo elke keer te kunnen bijsturen als de situatie daar om vraagt. De MRDH-begroting 2022 en verder gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van 2021.

65

In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties) boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering

Jaarrekening 2021 1.158.925.102 1.420.422.451 923.274.593 235.650.509

Raming 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.149.722.194 1.347.007.597 875.554.938 274.167.255

1.226.387.131 1.384.861.186 900.159.771 326.227.360

1.311.824.207 1.512.424.478 983.075.911 328.748.296

1.341.430.788 1.482.960.734 963.924.477 377.506.311

1.387.004.930 1.462.307.764 950.500.047 436.504.883

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 27 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

18.852.041 27.000.000 25.873.277 7.334.239

21.933.380 28.000.000 27.000.000 7.685.992

26.098.189 28.000.000 28.000.000 7.801.395

26.299.864 28.000.000 28.000.000 8.208.065

30.200.505 30.200.505 28.000.000 8.526.284

34.920.391 34.920.391 30.200.505 8.779.356

Toevoeging opslag aan risicoreserve* Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

1.126.723 0 6.207.516

1.000.000 0 6.685.992

0 0 7.801.395

0 0 8.208.065

2.200.505 0 6.325.779

4.719.886 0 4.059.470

Samenvatting weerstandsvermogen ratio jaarrekening 2021: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV-bedrijven:

€ 27.000.000 € 27.000.000

De MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:

1 (voldoende)

66

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2021 is bereikt. Er is op dit moment geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er vanaf 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit treasuryfunctie2 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) liet de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb.

In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit de rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden, is ervoor gekozen om te lenen bij de MRDH. Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel, maar ziet de treasuryfunctie als aparte activiteit. In november 2019 liet de Rijksbelastingdienst per brief weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag, die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders, in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat zij van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet betalen. Dat wil zeggen: ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting.

Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 kunnen gaan afronden. De intentie is om de afspraken voor de jaren 2018 en verder te continueren. De Rijksbelastingdienst vraagt de MRDH hiervoor aanvullende onderbouwing aan te leveren. Voor die onderbouwing wordt 2

Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag kunnen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken krijgen. 67

momenteel Deloitte ingehuurd. Op basis van het continueren van de afspraken zal het te betalen bedrag over de aanslagen 2016 t/m 2020 liggen op ongeveer € 10.000. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of overzicht van baten en lasten. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:

Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

2021

2020

165,6% -5,1% 2,2% n.v.t. 0,5% n.v.t.

148,9% -3,9% 2,0% n.v.t. 2,1% n.v.t.

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (lasten/baten begroting). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie en welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen de fondsen (met name de BDU verkeer en vervoer). De per balansdatum aanwezige fondssaldi zijn daarnaast conform de bepalingen in het BBV als vlottende schulden te beschouwen.

Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen voor de in de tabel genoemde jaren niet zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Deze positie wordt in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) nader beschouwd. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of 68

structurele daling van de lasten nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair.

De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom, dan wel een recht van opstal daarop gevestigd door de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:

69

Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432

Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan

Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)

Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan.

Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging.

70

Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0. 3.3 Financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2021 laat zich als volgt becijferen: Balans en financiering 31-dec-21

31-dec-20

Beschikbaar op lange termijn Eigen vermogen Schulden op lange termijn

32.507.907

30.206.327

1.054.909.811

1.127.554.201

Benodigd op lange termijn

1.087.417.718

1.157.760.528

Materiële vaste activa

1.006.635

1.445.982

Financiële vaste activa

1.054.926.103

1.126.494.386 1.055.932.738

1.127.940.368

31.484.980

29.820.160

Vlottende activa

411.391.233

374.772.636

Vlottende passiva

379.906.253

344.952.476

Werkkapitaal

31.484.980

29.820.160

Financieringsoverschot Te weten

71

Hieruit blijkt, dat het werkkapitaal in 2021 is toegenomen met een bedrag van € 1,6 miljoen. In onderstaande staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld. Staat van herkomst en besteding middelen Beschikbaar gekomen uit Onttrekking Egalisatiereserve EV

285.000-

Nog te bestemmen resultaat 2021

1.459.857

Toevoeging risicoreserve financieringen

1.126.723

Afschrijving materiële vaste activa, incl. duurzame waardevermindering

439.348

Afloop waarborgsommen

1.078.312-

Aangetrokken leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven

71.566.07969.903.463-

Besteed aan Verstrekte leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven Investeringen

71.568.283-71.568.283

Toename werkkapitaal

1.664.820

Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen.

72

De belangrijkste interne regelgeving omvat:  Treasurystatuut 2021  Mandaatbesluit treasuryfunctie MRDH  Verordening Bussenleningen 2017  Financiële Verordening MRDH 2015 Hierin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, bevoegdheden en administratieve organisatie. Het Treasurystatuut is in 2020 aangepast en geldt in 2021. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie. Desondanks is er wel sprake van een omvangrijke financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. De financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. Het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed.

Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten. Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH.

Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. 73

Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 3.1). Per bedrijf zijn de verstrekte leningen en borgstellingen als volgt te specificeren:

HTM leningen RET leningen EBS leningen

Stand per 1-1-2021 Opgenomen gelden Aflossingen € 506.900.000 € 44.000.000 € 28.700.000 € 570.692.195 € 5.000.000 € 85.940.457 € 48.901.187 € 5.927.823

Totaal leningen

€

1.126.493.382 €

HTM borgstellingen RET borgstellingen

€ €

1.300.000 108.000.000

Totaal borgstellingen

€

109.300.000 €

Stand per 31-12-2021 € 522.200.000 € 489.751.738 € 42.973.364

49.000.000 €

120.568.280 €

1.054.925.102

€ €

1.300.000 € 4.000.000 €

104.000.000

€

5.300.000 €

104.000.000

-

Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement In het verslagjaar is de voor de MRDH relevante korte rente (op basis van de hiervoor geschetste beleidslijnen) negatief gebleven. Daardoor was het in 2021 niet lonend om kasgeldleningen te verstrekken aan andere decentrale overheden. Bij het schatkist bankieren kan de MRDH de overtollige liquiditeiten voor 0% ‘wegzetten’. Het rentepercentage voor leningen met looptijden van een jaar of meer bewoog zich in 2021 licht opwaarts. Voor de tarieven 2022 en verder liggen de prognoses op een hoger niveau. De MRDH had ultimo 2021 een belegd vermogen van € 1.300,4 miljoen. Dit kan als volgt worden gespecificeerd: Leningen regionale OV-bedrijven Rekening-courant ’s Rijks schatkist Liquide middelen Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11551136/1