Interpellatieverzoek Bestuurlijke betrouwbaarheid en handelswijze wethouder Proos
Tekst van het document
AANVRAAG INTERPELLATIEDEBAT Op grond van artikel 34 van het Reglement van Orde Vlaardingen hebben raadsleden de mogelijkheid schriftelijk aan de burgemeester of het College van burgemeester en wethouders vragen te stellen.
DATUM: 28 oktober 2025 Onderwerp: Bestuurlijke betrouwbaarheid en handelswijze wethouder Proos Aan het college van B&W, AANLEIDING De fractie van HEEL DE STAD verzoekt de raad om het toestaan van een interpellatiedebat met wethouder Proos (o.a. portefeuille Wonen, Sport, Vastgoed en Ruimtelijke Ordening), vanwege een reeks ernstige incidenten en bestuurlijke misstappen die het vertrouwen in het college en het openbaar bestuur ondermijnen. Het betreft onder meer het AZC-proces Zuidbuurt, waarbij de wethouder herhaaldelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekte; het liegen tegen de bewoner van de boerderij over sloopplannen; het zwembaddossier waarin hij voetbalverenigingen onder druk zette om steun uit te spreken; het verlies van notulen; het onjuist informeren van de raad over 21 nieuwkomers bij hotel IBIS; en het dwingen van sportverenigingen zoals DETLATSPORT te verhuizen, terwijl hij zelf zijn verhuisbelofte niet nakwam.
INTERPELLATIEVRAGEN 1. Bekendheid en verantwoordelijkheid Is de wethouder bekend met de gang van zaken rond de AZC-locatie Zuidbuurt, waarbij aan de bewoner van de betrokken boerderij is meegedeeld dat er geen sloop zou plaatsvinden, terwijl dit reeds intern was voorbereid? Hoe verantwoordt hij deze misleiding richting de bewoner en richting de raad? 2. Informatieplicht richting raad Waarom is de gemeenteraad niet vooraf, volledig en transparant geïnformeerd over de daadwerkelijke plannen voor sloop van de boerderij en de inrichting van het terrein voor opvang, terwijl hierover wel interne besluitvorming plaatsvond? Vindt de wethouder dat hiermee voldaan is aan de inlichtingenplicht op grond van artikel 169 lid 3 van de Gemeentewet? 3. Integriteit en communicatie Hoe beoordeelt de wethouder zelf het feit dat er sprake is van inconsistente en deels onjuiste informatievoorziening richting raad, bewoners en pers – onder meer over het aantal nieuwkomers bij hotel IBIS, de status van het zwembadproject en het ontbreken van notulen?
1
Acht hij dit verenigbaar met de bestuurlijke integriteitsnormen? 4. Bestuurlijke druk en machtsmisbruik Erkent de wethouder dat voetbalverenigingen en sportclubs onder druk zijn gezet om steun uit te spreken voor het nieuwe zwembadproject (‘chantage met subsidierelaties’), terwijl er geen plan B of open besluitvorming over renovatie van De Kulk is geweest? Welke verantwoording neemt hij voor deze handelwijze? 5. Verlies van documenten en besluitvormingstransparantie Kan de wethouder toelichten hoe het mogelijk is dat notulen van relevante overleggen over het zwembadproject zoekgeraakt of niet meer traceerbaar zijn? Welke maatregelen worden genomen om vastlegging en archivering te verbeteren? 6. Verantwoordelijkheid en vertrouwen Ziet de wethouder in dat de opeenstapeling van incidenten – van misleiding bij het AZCproces tot chantage in het sportdossier – het vertrouwen in het bestuur ernstig schaadt? Is hij bereid verantwoordelijkheid te nemen voor deze handelwijze, en zo ja: op welke wijze?
VERZOEK VAN HEEL DE STAD De fractie van HEEL DE STAD verzoekt de gemeenteraad van Vlaardingen in te stemmen met dit interpellatieverzoek, zodat in een openbare raadsvergadering een debat kan plaatsvinden met wethouder Proos over zijn handelen, informatievoorziening en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Het doel van dit debat is herstel van vertrouwen, transparantie en bestuurlijke zuiverheid in de omgang met inwoners, maatschappelijke partners en de gemeenteraad.
NAAM EN FRACTIE, Indiener(s): Ron Boers, Jorn van der Bie Fractie(s): HEEL DE STAD
2
TOELICHTING In artikel 34 van het Reglement van Orde staat: In het Reglement van Orde, artikel 34 staat dat raadsleden het recht hebben om vragen te stellen en dat de vragen moeten gaan over onderwerpen die behoren tot het dagelijks bestuur van de gemeente. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor, dat de vragen terstond in afschrift aan de raadsleden, de steunleden, de burgemeester en de wethouders worden toegezonden. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaats vinden. De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het college toegezonden aan het betreffende raadslid en door de griffie door middel van plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van alle raadsleden en steunleden. Goede schriftelijke vragen hebben een politiek karakter, immers technische vragen kunnen direct ambtelijk afgedaan worden. Vragen moeten niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden.
U vraagt dus bijvoorbeeld naar wie, wat vind u, waarom, hoe. U bent zelf verantwoordelijk voor het onder de aandacht brengen van de media van uw vragen.
3