CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken 5 januari tm 9 februari 2022

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken22.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bijvoorbeeld omdat de medewerker op verzoek van de leidinggevende op een thuiswerkdag ook naar kantoor komt. De werkgever kan aanvullende regels stellen voor uitvoering van de thuiswerkregeling. Deze bepaling is bedoeld voor de uitvoering van de regeling, bijvoorbeeld voor de in lid 2 genoemde afspraken. Een ander voorbeeld is om de vergoeding niet per dag maar per maand uit te keren. De bepaling is niet bedoeld voor positieve afwijkingen van de 2 euro netto vergoeding. De thuiswerkvergoeding is tijdelijk en vervalt per 1 januari 2023. Cao-partijen hebben afgesproken dat zij voor een volgende cao nieuwe afspraken kunnen maken over thuiswerken, op basis van hoe het thuiswerken zich in de sector ontwikkelt en de dan geldende fiscale regels. 2. Uitwerking van de afspraken over verlof en vitaliteit Verlofsparen, extra vakantie door meer te werken, en prijs van gekochte vakantie De afspraak over verlofsparen is verwerkt in artikel 6.3 cao. De afspraak over verlofsparen gaat in op 1 januari 2022. Een medewerker kan dus vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie opzij zetten voor later. De vormen van bovenwettelijke vakantie die de medewerker opzij kan zetten, staan in het artikel. Verreweg de meeste gemeenten zullen op 1 januari 2022 niet een systeem hebben waarin medewerkers kunnen aangeven dat ze willen verlofsparen.

Medewerkers die in 2022 willen verlofsparen zullen dus moeten wachten tot de werkgever aangeeft hoe die mogelijkheid wordt ontsloten. Het verlofspaarsaldo mag samen met alle andere vormen van verlof in een jaar niet meer bedragen dan 3600 uur. Dit maximum is naar rato van de arbeidsduur. Dit maximum is een fiscale begrenzing.

College voor Arbeidszaken / VNG

3/5

Het verlofsparen is bedoeld om medewerkers in alle levens- en carrièrefasen in staat te stellen om de werktijd af te stemmen op de eigen behoeften. Daarom gelden voor de opname van gespaard verlof grotendeels dezelfde regels als voor de huidige bepalingen over onbetaald verlof. Met de introductie van het verlofsparen in artikel 6.3 vervalt het oude artikel over bovenwettelijke vakantie door meer uren te werken. Met de introductie van het verlofsparen wordt ook artikel 4.4 lid 7 cao, over gekochte vakantie-uren, aangepast. De medewerker die bovenwettelijke vakantie-uren koopt, betaalt per vakantie-uur niet meer alleen het salaris per uur maar ook de IKB-opbouw per uur. Hiermee wordt de prijs van een gekocht vakantie-uur meer in overeenstemming gebracht met de prijs van een verkocht vakantieuur. In de cao die gold tot en met 2021, stond in artikel 6.5 lid 4 de prijs van een verkocht vakantie-uur. De prijs van een verkocht vakantie-uur wordt echter niet bepaald door de cao maar door wet- en regelgeving. Daarom komt het voormalige artikel 6.5 lid 4 niet terug in de nieuwe cao. Harmonisatie van het bovenwettelijk verlof De afspraken over harmonisatie van verlof zijn verwerkt in artikel 6.2 cao. Ze gaan in per 1 januari 2023.

In de cao tekst wordt hoofdstuk 6 twee keer opgenomen: een keer zoals hoofdstuk 6 geldt tot en met 31-12-2022 en een keer zoals hoofdstuk 6 geldt met ingang van 1-1-2023. De nieuwe norm voor bovenwettelijke vakantie en het overgangsrecht staan in artikel 6.2 cao (geldend op 1 januari 2023). De mogelijkheid om daarvan twee dagen aan te wijzen als lokale feestdag is opgenomen in artikel 6.6 cao (geldend op 1 januari 2023). De onbeperkte mogelijkheid om lokale feestdagen aan te wijzen (oude artikel 6.6 cao) en de mogelijkheid om lokaal verlofvormen (oude artikel 6.13) af te spreken, vervallen 1 januari 2023. De afspraken over de rol van het lokaal overleg (artikel 12.2 lid 1 cao) zijn hierop aangepast; ook deze aanpassingen gaan in op 1 januari 2023. De werkgever kan twee vakantiedagen aanwijzen als lokale feest- of sluitingsdag. Hiervoor is, op grond van de WOR artikel 27, instemming van de ondernemingsraad nodig. 3. Uitwerking van de afspraken over betaald ouderschapsverlof De afspraken over betaald ouderschapsverlof zijn verwerkt in artikel 6.10 cao. Tot en met 1 augustus 2022 geldt het huidige artikel 6.10 cao. Vanaf 2 augustus 2022 geldt het nieuwe artikel 6.10 cao. In het nieuwe artikel 6.10 cao, dat vanaf 2 augustus 2022 geldt, wordt het huidige recht op betaald ouderschapsverlof omgevormd tot een bandbreedte voor betaald ouderschapsverlof.

In plaats van een gegeven totale periode van betaald ouderschapsverlof (13 weken) en een gegeven percentage (afhankelijk van de schaal tussen de 50% en de 90%), kunnen medewerkers zelf duur en doorbetalingspercentage van hun betaald ouderschapsverlof kiezen. Deze keuze vindt plaats binnen een gegeven bandbreedte van afspraken. Bijvoorbeeld: - Een medewerker in salarisschaal 7 heeft nu recht op 13 weken betaald ouderschapsverlof met 50% loondoorbetaling.

College voor Arbeidszaken / VNG

4/5

-

Dat recht is vanaf 2 augustus 2022 een bandbreedte, op basis waarvan de medewerker kan kiezen uit: o 6,5 weken tegen 100% o 13 weken tegen 50% o 26 tegen 25% o Enz. Artikel 6.10 bevat hiervoor een rekenformule. De afspraak gaat in op 2 augustus 2022 omdat dan de Wet betaald ouderschapsverlof het betaalde ouderschapsverlof introduceert in de Wet arbeid en zorg (Wazo). Ouders krijgen per 2 augustus 2022 op grond van de wet gedurende 9 weken ouderschapsverlof een UWV-uitkering ter hoogte van 50% van hun dagloon (tot 50% van het maximum dagloon). Voorwaarde is dat zij deze 9 weken opnemen in het eerste levensjaar van het kind. Voor meer informatie over de uitvoering van de regeling verwijzen we u naar het UWV. Het nieuwe artikel 6.10 cao maakt het mogelijk om betaald ouderschapsverlof op basis van de wet en betaald ouderschapsverlof op basis van de cao op elkaar af te stemmen. Het nieuwe wettelijke betaalde ouderschapsverlof komt naast het al bestaande op de cao gebaseerde betaalde ouderschapsverlof. Ze worden niet met elkaar verrekend. Een medewerker kan niet door een combinatie van beide vormen van betaald ouderschapsverlof meer dan 100% van het loon (salaris en salaristoelagen) verdienen. 4. Overzicht ingangsdata afspraken De afspraak over de thuiswerkvergoeding gaat in op 1 januari 2022 en loopt af op 1 januari 2023. De afspraak over verlofsparen gaat in op 1 januari 2022.

De afspraak over verlofharmonisatie gaat in op 1 januari 2023. Dat is ook de reden waarom het akkoord loopt tot en met (in plaats van tot) 1 januari 2023 en de cao-tekst twee keer een hoofdstuk 6 krijgt. De afspraak over betaald ouderschapsverlof gaat in op 2 augustus 2022. Dat is omdat er dan ook een wettelijk recht op betaald ouderschapsverlof ontstaat.

Met vriendelijke groet, Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden

J. Jongepier Secretaris

College voor Arbeidszaken / VNG

5/5

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

28 januari 2022 Kenmerk

TAZ/U202200061 LOGA : 22/03 Lbr nr : 22/006 Telefoon

070 373 83 93 Bijlage(n)

5

Onderwerp

Salarisbrief cao 2021-2022

Samenvatting De uitwerking van de afspraken in de Cao Gemeenten en Cao SGO 2021 en 2022 staan in twee LOGA-brieven: • •

Salarisbrief van de Cao Gemeenten en Cao SGO voor 2021 en 2022 Nieuwe artikelen in de Cao Gemeenten en Cao SGO voor 2021 en 2022

De brieven worden tegelijk verstuurd. Deze salarisbrief gaat over de uitwerking van het akkoord Cao Gemeenten en Cao SGO 20212022. Dit akkoord is op 27 januari 2022 definitief geworden. In deze brief staat hoe de volgende onderwerpen zijn verwerkt in de cao: 1. De salarismaatregelen met ingang van 1 december 2021: 1,5% en 1 april 2022: 2,4% en de minimum salarisbodem van € 14 per uur; 2. De eenmalige uitkering van € 1.200 bruto totaal, bestaande uit € 900 bruto en € 300 onkostenvergoeding bruto; 3. De invloed van de salarismaatregelen op bovenwettelijke uitkeringen; 4. De invloed van de salarismaatregelen op overige groepen; 5. De invloed van salarismaatregelen op pensioengevend inkomen; 6. De publicatie van nieuwe tekst Cao Gemeenten en Cao SGO. De uitwerkingen worden opgenomen in de Cao Gemeenten en Cao SGO die vanaf 1 januari 2021 gelden. De desbetreffende artikelen vindt u in de cao’s. Die worden gepubliceerd op vng.nl, wsgo.nl en caogemeenten.nl.

College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200061

PROD

Aan de leden

Datum

28 januari 2022 Kenmerk

TAZ/U202200061 LOGA : 22/03 Lbr nr : 22/006 Telefoon

070 373 83 93 Bijlage(n)

5

Onderwerp

Salarisbrief cao 2021-2022

Geacht college en gemeenteraad, Deze salarisbrief gaat over de uitwerking van de afspraken in het akkoord Cao Gemeenten 1 januari 2021 – 1 januari 2023 die worden opgenomen in de Cao Gemeenten en Cao SGO. Op 3 november 2021 hebben LOGA-partijen een principeakkoord afgesloten. Alle partijen hebben ingestemd met dit principeakkoord. Daarmee is het cao-akkoord op 27 januari 2022 definitief geworden en kunnen werkgevers uitvoering geven aan de afspraken. In deze brief staan : 1. De salarismaatregelen met ingang van 1 december 2021: 1,5% en 1 april 2022: 2,4% en de minimum salarisbodem van € 14 per uur; 2. De eenmalige uitkering van € 1.200 bruto totaal, € 900 bruto en € 300 onkostenvergoeding bruto; 3. De invloed van de salarismaatregelen op bovenwettelijke uitkeringen; 4. De invloed van de salarismaatregelen op overige groepen; 5. De invloed van salarismaatregelen op pensioengevend inkomen; 6. De publicatie van nieuwe tekst Cao Gemeenten en Cao SGO.

1. Salarismaatregelen met ingang van 1 december 2021 en 1 april 2022 Salarismutatie per 1 december 2021 De salarisverhoging voor de Cao Gemeenten en Cao SGO leidt ertoe dat de in bijlage 1 opgenomen salaristabel voor de gemeenteambtenaren per 1 december 2021 gaat gelden. De afspraak van de salarisverhoging wordt verwerkt in artikel 3.3 lid 1 cao. Salarismutatie per 1 april 2022 De salarisverhoging voor de Cao Gemeenten en Cao SGO leidt ertoe dat de in bijlage 2 opgenomen salaristabel voor de gemeenteambtenaren per 1 april 2022 gaat gelden. De afspraak van de salarisverhoging wordt verwerkt in artikel 3.3 lid 1 cao. Onderwijzend personeel in de kunsteducatie Voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie geldt een afwijkend salarisgebouw. Voor hen geldt de algemene salarisverhoging ook. Daarom zijn de gewijzigde salaristabellen toegevoegd met de salarissen voor het onderwijzend personeel in de kunsteducatie per 1 december 2021 met 1,5% verhoogd in bijlage 3, en per 1 april 2022 met 2,4% verhoogd in bijlage 4. De afspraak van de salarisverhoging wordt verwerkt in artikel 14.6 lid 2 cao. Minimaal salaris van € 14 per uur Voor de salaristabel in de reguliere salarisschalen en de salaristabel in schaal A voor de doelgroep Wet banenafspraak is vanaf 1 januari 2022 afgesproken dat er een minimale salarisbodem van € 14 per uur geldt.

Dit is omgerekend naar een salarisbedrag € 2.184,- per maand op basis van een voltijdsdienstverband. Voor zover het salarisbedrag in de salaristabel lager is dan € 14,- per uur omgerekend € 2.184 per maand op basis van een voltijdsdienstverband, dan wordt het salarisbedrag in de salaristabel opgehoogd. Voor deeltijd geldt een salarisbedrag naar rato. NB: De salarisbedragen in de tabel die onder het minimum van € 14 per uur vallen zijn weergegeven in rood. De afspraak van € 14 per uur is verwerkt in een nieuw artikel 3.3 lid 5 cao. 2. Eenmalige uitkering Het akkoord bevat een eenmalige uitkering per december 2021 van € 1.200 bruto op basis van een voltijdsdienstverband. De uitkering bestaat uit een eenmalige van € 900 bruto en een coronaonkostenvergoeding van € 300 bruto. De eenmalige uitkering geldt voor medewerkers die op peildatum 3 november 2021 in dienst zijn. Alleen de coronaonkostenvergoeding van € 300 bruto wordt verrekend als er (vooruitlopend op het cao-akkoord) lokaal eenmalige uitkeringen vanwege de coronacrisis in het kalenderjaar 2021 zijn uitgekeerd. Verrekening De verrekening van de € 300 bruto eenmalige coronaonkostenvergoeding is het uitgangspunt voor de verrekening en kan tot maximaal nihil worden verrekend. Gemeentelijke organisaties kunnen de coronaonkostenvergoeding fiscaal als eindheffingsloon in de werkkostenregeling (WKR) aanmerken.

Het betreft dan een niet gericht vrijgesteld bedrag en komt ten laste van de vrije ruimte. Gemeentelijke organisaties die de werkkostenregeling (WKR) niet gebruiken, moeten de coronaonkostenvergoeding als loon aanmerken. De eenmalige coronaonkostenvergoeding wordt dan belast volgens de tabel bijzondere beloningen 1. Hieronder volgen enkele voorbeelden: 1 De hoogte van het bijzonder tarief is afhankelijk van het fiscaal jaarloon en het verrekeningspercentage

loonheffingskorting. Zie voor meer informatie paragraaf 9.3.6 van het 'Handboek loonheffingen 2022.

3

Voorbeeld 1: eenmalige uitkering bruto verrekenen Een gemeentelijke organisatie heeft in 2021 lokaal een eenmalige uitkering van € 200 bruto belast bij de werknemer uitgekeerd aan medewerkers vanwege de coronacrisis. De gemeentelijke organisatie moet de € 300 bruto coronaonkostenvergoeding uitbetalen volgens de cao-afspraak. De gemeentelijke organisatie zal nog volgens de cao-afspraak € 300-/- € 200 = € 100 bruto eenmalige coronaonkostenvergoeding belast bij de werknemer als loon tegen de tabel bijzondere beloningen moeten uitkeren aan de medewerkers. Voorbeeld 2: eenmalige uitkering netto als eindheffingsloon in de werkkostenregeling (WKR) verrekenen Een gemeentelijke organisatie heeft in 2021 lokaal nog geen uitkering uitgekeerd aan medewerkers vanwege de coronacrisis. De coronaonkostenvergoeding van € 300 bruto kan tegen de tabel bijzondere beloningen belast bij de werknemer uitgekeerd worden, maar kan onbelast voor de werknemer uitgekeerd worden als de gemeentelijke organisatie deze coronaonkostenvergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de werkkostenregeling 2022. De coronaonkostenvergoeding is niet gericht vrijgesteld. De werkgever betaalt 80% eindheffing als de vrije ruimte wordt overschreden.

Voorbeeld 3: eenmalige uitkering netto als loon tegen tabel bijzondere beloning verrekenen Een gemeentelijke organisatie heeft in 2021 lokaal vanwege de coronacrisis een eenmalige uitkering van € 125 (netto) uitgekeerd aan alle medewerkers. De eenmalige uitkering is onbelast voor de werknemer en deze coronaonkostenvergoeding is aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de werkkostenregeling (WKR) 2021. De coronaonkostenvergoeding is niet gericht vrijgesteld. De werkgever betaalt 80% eindheffing als de vrije ruimte wordt overschreden. De coronaonkostenvergoeding van € 300 is bruto, maar de gemeentelijke organisatie wil de onkostenvergoeding niet in de werkkostenregeling (WKR) 2022 als eindheffingsloon aanwijzen, bijvoorbeeld omdat de vrije ruimte vol is. De gemeentelijke organisatie zal het verschil als loon tegen de tabel bijzondere beloningen moeten belasten bij de werknemer. De gemeentelijke organisatie zal dan € 300-/- € 125 = € 175 bruto eenmalige coronaonkostenvergoeding als loon tegen de tabel bijzondere beloningen moeten uitkeren aan de medewerkers. De afspraak van de eenmalige uitkering en de coronaonkostenvergoeding wordt verwerkt in artikel 3.26 en artikel 3.27 cao. Hieronder volgt voor de verschillende groepen medewerkers de uitwerking van de eenmalige uitkering.

Doelgroep Alle medewerkers die op 3 november 2021 een arbeidsovereenkomst hebben op grond van de Cao Gemeenten of Cao SGO, hebben recht op de eenmalige uitkering. Peilmoment Het peilmoment voor de eenmalige uitkering is 3 november 2021. Een medewerker die op die datum in dienst was, heeft recht op de eenmalige uitkering. Een werknemer die na deze datum uit

4

dienst gaat, heeft recht op een (evenredige) nabetaling van de eenmalige uitkering. De datum 3 november 2021 dient ook als peildatum voor de omvang van de arbeidsduur (deeltijdfactor). Grondslag Voor deeltijders en voor medewerkers die een arbeidsduur hebben van minder dan 36 uur per week (gebruik van artikel 1.9 cao) geldt een bedrag van de eenmalige uitkering naar rato van het dienstverband op de peildatum. Medewerkers met een arbeidsduur van meer dan 36 uren per week, kunnen niet meer dan € 1.200 ontvangen. IKB De eenmalige uitkering telt niet mee in de opbouw van het IKB. Bovenwettelijke uitkeringen De eenmalige uitkering heeft geen invloed op de hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid. Dit zijn de uitkeringen op grond van hoofdstuk 10 van de cao Gemeenten (zie ook paragraaf 4). Zieke medewerkers en medewerkers met verlof Ook zieke medewerkers die in dienst zijn hebben recht op de eenmalige uitkering. Dit geldt ook voor medewerkers die met (gedeeltelijk) betaald of (gedeeltelijk) onbetaald verlof zijn. De eenmalige uitkering wordt niet gekort als sprake is van loondoorbetaling bij ziekte. Oproepkrachten De oproepkrachten krijgen de eenmalige uitkering.

Voor oproepkrachten is het aantal gewerkte uren in de maand november 2021, rekening houdend met een minimum-urengarantie van 15 uur per maand, leidend voor de maatstaf van de deeltijdfactor voor de betaling van de eenmalige uitkering. Dit betekent dat als een oproepkracht in november 2021 20 uur gewerkt heeft, de oproepkracht 20/156e gedeelte ontvangt van de eenmalige uitkering; en dat als een oproepkracht in november 2021 7 uur gewerkt heeft, de oproepkracht het minimum 15/156 e gedeelte van de eenmalige uitkering ontvangt. Flexkrachten De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en de geldende bepaling van artikel 16 ABU-cao, schrijven voor uitzendkrachten voor wanneer zij recht hebben op eenmalige uitkeringen die bij de inlener (lees: de gemeente) gelden. De eenmalige uitkering valt op 3 november 2021 (peildatum) nog niet onder de ‘inlenersbeloning’, omdat eenmalige uitkeringen, in de nieuwe cao ABU, geldend vanaf 17 november 2021, pas per 3 januari 2022 tot de inlenersbeloning worden gerekend. Voor de payrollmedewerkers is in artikel 2.6 cao afgesproken dat zij een gelijke beloning ontvangen. De eenmalige uitkering valt daaronder. Onderwijzend personeel in de kunsteducatie Voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie geldt de eenmalige uitkering wel.

Voor oproepkrachten in de kunsteducatie is het aantal gewerkte uren in november 2021, rekening houdend met de minimum-urengarantie van 15 uur per maand, de maatstaf voor de deeltijdfactor. Dit betekent dat als een oproepkracht in november 2021 20 uur gewerkt heeft, de oproepkracht 20/156e gedeelte ontvangt van de eenmalige uitkering; en dat als een oproepkracht in november 2021 7 uur gewerkt heeft, de oproepkracht het minimum 15/156 e gedeelte van de eenmalige uitkering ontvangt.

5

Wet banenafspraak Medewerkers die op 3 november 2021 een arbeidsovereenkomst hebben op grond van de Cao Gemeenten of Cao SGO en zijn ingeschaald in salarisschaal A hebben volgens het akkoord ook recht op de eenmalige uitkering. 3. Invloed van de salarismaatregelen op bovenwettelijke uitkeringen De structurele salarisstijgingen van 1,5% per 1 december 2021 en 2,4% per 1 april 2022 werken door naar de reeds ingegane uitkeringen in verband met ontslag, arbeidsongeschiktheid in en door de dienst en werkloosheid op grond van respectievelijk hoofdstuk 7, en hoofdstuk 10 Cao Gemeenten of Cao SGO volgens de in de desbetreffende hoofdstukken beschreven indexatiesystematiek. Hieronder wordt apart ingegaan op de indexeringssystematiek van bovenwettelijke uitkeringen. Indexering bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen-, arbeidsongeschiktheidsuitkering in en door de dienst in hoofdstuk 7 en bijzondere uitkering op grond van hoofdstuk 10 Cao gemeenten De bovenwettelijke uitkeringen (reparatie-uitkering, aanvullende uitkering en na-wettelijke uitkering) op grond van de Cao Gemeenten of Cao SGO worden geïndexeerd met de generieke (structurele) salarisverhoging in de gemeentelijke sector. Dit betekent dat de bovenwettelijke uitkeringen van de (oud) medewerkers per 1 december 2021 met 1,5% en per 1 april 2022 met 2,4% worden verhoogd. 4.

Invloed van de salarismaatregelen op overige groepen Politieke ambtsdragers De salarisontwikkelingen van politieke ambtsdragers in de Cao Gemeenten 2021-2023 volgen de afspraken die worden gemaakt voor de medewerkers in de Cao Rijk. De salarisontwikkelingen van ambtenaren in de Cao Gemeenten en Cao SGO zijn dus niet van invloed op de salarissen en onkostentoelagen van de gemeentelijke politieke ambtsdragers. Buitengewone ambtenaren burgerlijke stand (BABS) De afspraken in de Cao Gemeenten 2021-2023 hebben geen directe invloed op de buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand. De buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand vallen niet onder de reikwijdte van de Cao Gemeenten. Alleen als de gemeentelijke organisatie de modelarbeidsovereenkomst van de VNG voor de BABS integraal heeft overgenomen, werken de structurele salarismutaties op grond van artikel 3 van deze voorbeeldregeling wel door in de aan hen uitbetaalde vergoedingen. Flexkrachten (uitzendkrachten, payroll) De algemene, structurele salarismaatregelen in de cao gemeenten van 1,5% per 1 december 2021 en 2,4% per 1 april 2022 gelden ook voor uitzend- en payrollkrachten in gemeentelijke organisaties, omdat in de WAADI voor payrollmedewerkers alsmede artikel 16 (inlenersbeloning) cao ABU voor uitzendkrachten een initiële (structurele) loonsverhoging bij de inlener ook geldt voor ingeleende medewerkers.

Zzp Zelfstandigen (zonder personeel) zijn niet rechtstreeks in dienst bij een gemeentelijke organisatie en kunnen geen rechten ontlenen aan de salarisontwikkelingen in de Cao Gemeenten. Met zzp’ers worden individuele afspraken gemaakt over de beloning.

6

5. Invloed van de salarismaatregelen op pensioengevend inkomen De pensioengrondslag wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld volgens de ‘peildatumsystematiek’ geregeld in het ABP Pensioenreglement. Hierin staat dat een salarisverhoging met terugwerkende kracht tot op of over de jaargrens van enig jaar heen (1 januari of later) pensioengevend is in het daaropvolgende jaar volgens de Handleiding premie en gegevens van het ABP 2. Dit betekent dat de structurele salarisverhoging van 1,5% per 1 december 2021 per 1 januari 2023 tot het pensioengevend inkomen wordt gerekend, maar alleen voor wat betreft het deel vanaf 1 januari 2022. De structurele salarisverhoging van 2,4% per 1 april 2022 wordt per 1 januari 2023 tot het pensioengevend inkomen gerekend. De eenmalige uitkering van € 900 bruto per december 2021 wordt als variabele toelage in het volgende jaar 2023 tot het pensioengevend inkomen gerekend. De eenmalige coronaonkostenvergoeding van € 300 bruto wordt niet tot het pensioengevend inkomen gerekend. 6. Publicatie tekst Cao Gemeenten De uitwerkingen vermeld in deze LOGA-brief worden opgenomen in de tekst van de Cao Gemeenten die geldt vanaf 1 januari 2021. De definitieve tekst van de Cao Gemeenten die per 1 januari 2020 van kracht is, wordt gepubliceerd op vng.nl, wsgo.nl en caogemeenten.nl.

Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder brieven. Met vriendelijke groet, Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden

J. Jongepier Secretaris

Bijlage 1 Bij LOGA-brief TAZ/U202200061

2 Voorbeelden van het bepalen van het pensioengevend inkomen op de peildatum per 1 januari is geregeld in

artikel 8 en de rekenvoorbeelden 10a t/m 10f van de Handleiding premie en gegevens van het ABP.

7

Artikel 3.3 lid 3 Salaristabel per 1 december 2021, nieuwe structuur Schaal periodiek 1 2 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

1658 1696 1738 1779 1821 1862 1904 1945 1987 2028 2069 2111

Schaal periodiek 10A 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

3326 3470 3614 3758 3902 4046 4190 4334 4477 4621 4761 4903

3

4

5

6

7

8

9

10

1696 1753 1810 1867 1924 1981 2038 2095 2152 2209 2266 2322

1739 1811 1883 1955 2026 2098 2170 2242 2314 2385 2457 2529

1789 1869 1949 2028 2108 2188 2268 2348 2428 2507 2587 2667

1841 1929 2016 2104 2192 2280 2368 2455 2543 2631 2718 2806

1963 2052 2142 2231 2321 2411 2499 2589 2678 2768 2858 2947

2203 2295 2388 2481 2574 2667 2760 2852 2946 3038 3131 3224

2521 2623 2725 2827 2929 3031 3134 3236 3339 3441 3543 3645

2798 2917 3036 3155 3274 3393 3513 3632 3752 3871 3990 4109

11

11A

12

13

14

15

16

17

3615 3764 3914 4063 4213 4362 4512 4660 4806 4953 5100 5247

3979 4128 4278 4426 4576 4722 4869 5016 5162 5308 5455 5602

4343 4492 4640 4787 4934 5080 5226 5373 5520 5666 5813 5960

4849 4995 5142 5288 5435 5581 5728 5875 6021 6167 6314 6461

5151 5328 5505 5682 5859 6036 6213 6390 6568 6744 6921 7098

5539 5743 5948 6152 6357 6562 6767 6971 7176 7380 7585 7790

5931 6169 6407 6646 6884 7122 7361 7599 7837 8076 8314 8552

6563 6820 7077 7334 7591 7848 8105 8362 8619 8876 9133 9390

3017 3158 3298 3438 3579 3720 3860 4000 4141 4281 4421 4562

18 7274 7551 7827 8104 8380 8656 8932 9209 9485 9762 10038 10314

Bijlage 2 Bij LOGA-brief TAZ/U202200061 Artikel 3.3 lid 3

8

Salaristabel per 1 april 2022, nieuwe structuur Schaal periodiek 1 2 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

1698 1737 1780 1822 1864 1907 1949 1992 2034 2077 2119 2162

Schaal periodiek 10A 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

3406 3554 3701 3848 3995 4143 4290 4438 4585 4731 4876 5021

3

4

5

6

7

8

9

10

1737 1795 1854 1912 1971 2029 2086 2145 2203 2262 2320 2378

1781 1855 1928 2002 2075 2149 2222 2296 2369 2443 2516 2590

1832 1914 1996 2077 2158 2240 2322 2404 2486 2567 2649 2731

1885 1975 2065 2155 2245 2334 2424 2514 2604 2694 2784 2874

2010 2102 2193 2285 2377 2468 2559 2651 2743 2834 2926 3018

2255 2350 2446 2540 2636 2731 2826 2921 3016 3111 3207 3301

2581 2686 2790 2895 3000 3104 3210 3314 3419 3523 3628 3732

2865 2987 3109 3231 3353 3475 3598 3720 3842 3964 4086 4208

11

11A

12

13

14

15

16

17

3701 3854 4007 4161 4314 4467 4621 4772 4922 5072 5222 5372

4074 4227 4380 4533 4685 4836 4986 5136 5286 5436 5586 5736

4447 4600 4752 4902 5052 5202 5352 5502 5652 5802 5953 6103

4965 5115 5265 5415 5565 5715 5866 6016 6166 6315 6466 6616

5274 5456 5637 5818 5999 6181 6362 6544 6725 6906 7087 7269

5671 5881 6091 6300 6510 6719 6929 7139 7348 7557 7767 7977

6073 6317 6561 6806 7049 7293 7537 7781 8025 8270 8514 8758

6720 6983 7247 7510 7773 8036 8300 8563 8826 9089 9353 9616

3090 3234 3377 3521 3665 3809 3952 4096 4240 4384 4527 4671

18 7449 7732 8015 8298 8581 8864 9147 9430 9713 9996 10278 10562

9

Bijlage 3 Bij LOGA-brief TAZ/U202200061 Artikel 14.6 lid 2 Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 december 2021 ervaringsjaar/ periodiek 5 6 7

8

9

10

Aanloopbedrag 1

1993

2034

2077

2132

2415

2824

Aanloopbedrag 2

0

2132

2195

2271

2554

2956

Aanloopbedrag 3

0

0

0

2415

2689

3098

0

2077

2271

2344

2554

2824

3171

1

2132

2344

2415

2622

2892

3255

2

2195

2415

2486

2689

2956

3332

3

2271

2486

2554

2755

3027

3399

4

2344

2554

2622

2824

3098

3472

5

2415

2622

2689

2892

3171

3546

6

2486

2689

2755

2956

3255

3616

7

2554

2755

2824

3027

3332

3679

8

2622

2824

2892

3098

3399

3744

9

2689

2892

2956

3171

3472

3809

10

2755

2956

3027

3255

3546

3875

11

0

3027

3098

3332

3616

3948

12

0

0

3171

3399

3679

4020

13

0

0

3255

3472

3744

4086

14

0

0

3332

3546

3809

4148

15

0

0

3399

3616

3875

4210

Uitloopbedrag 1

2892

3171

3546

3809

4020

4341

Uitloopbedrag 2

0

3332

3679

4020

4148

4477

Uitloopbedrag 3

0

0

0

4148

4278

4621

Bijlage 4 Bij LOGA-brief TAZ/U202200061 Artikel 14.6 lid 2 Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 april 2022 ervaringsjaar/ periodiek 5 6 7

8

9

10

Aanloopbedrag 1

2041

2083

2127

2183

2473

2892

Aanloopbedrag 2

0

2183

2248

2325

2615

3027

Aanloopbedrag 3

0

0

0

2473

2753

3172

0

2127

2325

2401

2615

2892

3248

1

2183

2401

2473

2685

2961

3333

2

2248

2473

2546

2753

3027

3412

3

2325

2546

2615

2821

3099

3480

4

2401

2615

2685

2892

3172

3555

5

2473

2685

2753

2961

3248

3631

6

2546

2753

2821

3027

3333

3702

7

2615

2821

2892

3099

3412

3768

8

2685

2892

2961

3172

3480

3834

9

2753

2961

3027

3248

3555

3900

10

2821

3027

3099

3333

3631

3968

11

0

3099

3172

3412

3702

4043

12

0

0

3248

3480

3768

4116

13

0

0

3333

3555

3834

4184

14

0

0

3412

3631

3900

4248

15

0

0

3480

3702

3968

4311

Uitloopbedrag 1

2961

3248

3631

3900

4116

4445

Uitloopbedrag 2

0

3412

3768

4116

4248

4584

Uitloopbedrag 3

0

0

0

4248

4380

4732

11

Bijlage 5 Bij LOGA-brief TAZ/U202200061 Artikel 3.3 lid 5 cao Salarisschaal A per 1 januari 2022

Periodiek 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Schaal A (100-120% WML) 1-1-2022 1.725,00 1.756,36 1.787,73 1.819,09 1.850,45 1.881,82 1.913,18 1.944,55 1.975,91 2.007,27 2.038,64 2.070,00

* Als salarisbedrag onder € 2.184 (€ 14 per uur) valt, dan is salarisbedrag in rood weergegeven, dan salarisbedrag ophogen naar € 2.184.

12

Geachte voorzitters von der Leyen, Michel, Metsola, leden van het Europees Parlement, belanghebbenden, “Ik hoor nog steeds het geschreeuw van de meisjes toen ze in de auto werden weggevoerd” Bron: Telegraaf, Datum, 22-01-2022 https://www.telegraaf.nl/vrouw/172570242/gerda-sdochters-zijn-zeven-jaar-geleden-uit-huis-geplaatst-we-blijven-vechten Volgens de regering is het aantal uit huis geplaatste kinderen waarschijnlijk 95.000 kinderen, dit zijn de zogenaamde vrijwillige en gedwongen (via de rechtbanken) uitgezet. Datum, 1111-2021. Bron: https://twitter.com/PieterOmtzigt/status/1458812081503936512?t=uJ1GQuqb1jmfb eQjWd0 -pA&s=19 DE OPSLAG VAN 95.000 ONSCHULDIGE KINDEREN MOET STOPPEN! Stop gesloten jeugdzorg | Het Vergeten Kind Dank u voor uw aandacht, In afwachting van uw reactie, Hoogachtend,

Bestuur Stichting Rechtsbescherming

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE WOLFERT VAN BORSSELENWEG 119 NL – 1181 PJ AMSTELVEEN

W: www.nakadlaw.nl

Aan: Raadsgriffies van de Nederlandse Gemeenten Cc: Vereniging Nederlandse Gemeenten

“The destiny of human rights is in the hands of all our citizens in all our communities.” ~Eleanor Roosevelt

Amstelveen, 28 januari 2022 Geachte raadsgriffier, 1.

Hierbij zend ik u mijn bijdrage van 21 januari 2022 in het kader van het jaarlijkse consultatieproces dat de Europese Commissie sinds 2020 houdt om de kwaliteit van de rechtsorde van de EUlidstaten in kaart te brengen. Graag wil ik u verzoeken deze stukken ter kennisneming toe te voegen aan de stukken voor de (eerst)volgende raadsvergadering via ibabs.

2.

In mijn bijdrage ga ik in op de crisis in de Nederlandse rechtsstaat (zie ook Rapport Venetië Commissie d.d. 18 oktober 2021). Deze kan (grotendeels) worden verklaard door structurele weeffouten op systeemniveau en door de bestuurscultuur, maar laat zich juist voelen op gemeentelijk niveau, in individuele dossiers in de uitvoeringspraktijk van die systemen. Dit is m.i. vooral zichtbaar in de jeugdzorg.

3.

Deze brief zend ik u dan ook mede in het belang van de meer dan 1.500 gedwongen afgestane/geadopteerde kinderen sinds 1956, meer dan 42.000 uit huis geplaatste kinderen (95.000 volgens de regering als wij de ‘drang’ trajecten in het zogenaamde ‘vrijwillig’ kader meerekenen) en 450.000 kinderen onder Staatstoezicht (mogelijk 900.000 indien ook hier kinderen via het ‘vrijwillige’ kader zijn geplaatst), 3.000 kinderen die al jaren in gesloten inrichtingen verblijven (jeugdgevangenissen), veelal zonder dat zij enig strafbaar feit hebben gepleegd, 2.500 verdwenen asielkinderen, 70.000 kinderen die slachtoffer zijn geworden van het Kinderopvangtoeslagschandaal, slachtoffers van satanisch ritueel misbruik en/of andere slachtoffers, hun ouders en verdere familie en dierbaren.

4.

Sinds de decentralisatie van 2015 is het aantal kinderen met een of andere vorm van Staatsinterventie verdubbeld (ondanks de ambitie om het aantal uithuisplaatsingen terug te dringen). Vanwege de huidige plannen over zorg-onderwijs stevenen wij in de komende vier jaar opnieuw af op een verdubbeling. Ik maak mij zorgen over die aanhoudende sterke groei.

5.

Immers, in de afgelopen jaren is gebleken dat in de jeugdzorg sprake is van ongekend onrecht, misstanden, en mensenrechtenschendingen tegen kinderen en ouders. Kinderen staan bloot aan geweld, drugs, alcohol en seksueel overschrijdend gedrag (Rapport Commissie Samson, Deel 1

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE

d.d. 8 oktober 2012, Deel 2 d.d. 6 februari 2014; Rapport Commissie De Winter d.d. 12 juni 2019). Er is in het kader van het Kinderopvangtoeslagenschandaal vastgesteld dat de beginselen van de rechtsstaat zijn geschonden (Rapport Commissie Van Dam d.d. 17 december 2020). De verantwoordelijke toenmalige ministers Sander Dekker (Justitie en Veiligheid) en Hugo de Jonge (VWS) noemden het “niet te bevatten dat deze kinderen, aan wie juist een veilige omgeving geboden had moeten worden, geen veiligheid en geborgenheid hebben gevonden.”1 Zij wilden dit veranderen. “Wat er in het verleden is gebeurd, kunnen we helaas niet veranderen. Het is belangrijk om recht te doen aan de slachtoffers van gisteren. En voorkomen dat de kinderen in de jeugdzorg vandaag, de slachtoffers van morgen worden.” Inmiddels is duidelijk geworden via de (afwikkeling van de) Kindertoeslagenaffaire, dat er niets (wezenlijks) is verbeterd aan de (rechts)positie van kinderen en ouders, en dat de misstanden doorgaan. Recent heeft de rechterlijke macht toegegeven dat onvoldoende rechtsbescherming is geboden (reflectierapporten van de rechtspraak d.d. 8 oktober 2021 (bestuursrechters) en 19 november 2021 (Raad van State)).

Het nationaal Actieplan Waarheidsvinding 2018 heeft geen verbetering gebracht in de integriteit en kwaliteit van de dossiers.2 De Raad voor de rechtspraak heeft op 27 oktober 2021 tijdens de Ronde tafelbespreking in de Tweede Kamer toegegeven, dat jeugdrechters nog steeds uitspraak doen op basis van ondeugdelijke jeugdzorgdossiers. Jeugdzorg laat zien hoe de misstanden, mensenrechtenschendingen en het ongekend onrecht veel leed in gezinnen en families veroorzaken, tot in de huizen van mensen, tot achter de voordeur. Kinderen en ouders worden rechteloos gemaakt en gehouden. 6.

De gemeente Krimpenerwaard ontving op 20 oktober 2021 een processtuk dat door mevrouw Van den Broek, mij persoonlijk bekend, een van de vele slachtoffers van Jeugdzorg, was ingediend. Deze “Dwaze moeder van Nederland” vond de veiligheid en welzijn van haar kinderen belangrijker dan het recht op privacy. Ik wil u daarom uitnodigen om gelijk ook haar document te lezen. Daarin staat aanvullende informatie die voor u eveneens van belang kan zijn. De gemeente Krimpenerwaard heeft niettemin – niet onbegrijpelijk – besloten de stukken te anonimiseren (zelfs de naam van de Noorse mevrouw Strand-Lobben van het beroemde gelijknamige arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens). 3 Voor de bijgaande stukken is die check evenwel niet nodig; deze stukken zijn al op grote schaal verspreid, internationaal en landelijk.

1 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/12/reactie-kabinet-op-het-rapport-van-commissie-de-winter 2 https://www.linkedin.com/pulse/stop-het-actieplan-waarheidsvinding-sven-snijer/ 3

https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=krimpenerwaard&id=100302995

2

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE

7.

In mijn bijdrage aan de Europese Commissie van 21 januari 2022 heb ik ook gesproken over: a. De bestuurscultuur (Rutte Doctrine); de angst- en zwijgcultuur, de structuur van beloningen en bestraffingen; corruptie, nepotisme en loyaliteit in plaats van integriteit en verantwoording; b. De grote kloof tussen perceptie (beeldvorming) en werkelijkheid van de kwaliteit van de Nederlandse rechtsstaat; c. Het lage vertrouwen van de burger in de overheid; d. Herstel van de democratische rechtsstaat; e. Het (imperatieve en repressieve) coronabeleid dat de menselijke waardigheid ondermijnt; f. Het belang van afwijkende meningen voor een bloeiende democratie; g. De vermenging van de onder- en bovenwereld en het fenomeen van verdraaide organisaties, die structureel mensenrechten schenden en zich schuldig maken aan geweld en terreur tegen de eigen bevolking, maar die de schone schijn ophouden en vervolgens de bevolking oproepen tot fatsoen, maar die geen plaats behoren te hebben in een rechtsstaat; h. Ondermijning vanuit de Nederlandse Staat, in het bijzonder: i. Binnen de politie: politiegeweld tegen burgers en de landelijke geheime politiedienst LETJb sinds 2013; ii. Mensenhandel en uitbuiting via jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdhulp en de illegale praktijken van het ‘vrijwillige kader’ en de inhumane en barbaarse behandeling van kinderen, ouders en verdere familie; iii.

Moderne schuldslavernij via de incassoindustrie en de commerciële schuldhulpverlening; iv. De financiële fraude en witwaspraktijken in en via Nederland; v. Datahandel, datalekken, datadelen, de illegale zwarte lijsten en het monitoren van burgers; vi. Milieudelicten via afvalverwerking en andere vormen van milieuvervuiling die schadelijk zijn voor de gezondheid en ook ingaan tegen de klimaatdoelstellingen; vii. De geheime overlegstructuren met private internationale organisaties buiten parlementaire controle, waarin juridisch bindende afspraken worden gemaakt die in of vanuit Nederland worden uitgevoerd; viii. De zwakke/afhankelijke rol van de media en de inbreuken op de persvrijheid; ix. Seksueel geweld en het normaliseren en/of onbestraft laten van seks met kinderen; x. Criminele afrekeningen en liquidaties; i. Digitalisering (van de rechtspraak en overigens) en de bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk.

8.

In de kern leggen al deze onderwerpen een stelsel van een verdraaide overheid en verdraaide organisaties als ketenpartners bloot. Organisaties zijn 'verdraaid' als de natuurlijke principes van organiseren verloren zijn gegaan onder een lawine van on-natuurlijke managementlogica. Recht tegenover deze verdraaide organisaties staan de organisaties die juist excelleren. Zij houden zaken eenvoudig en dicht bij de menselijke natuur en presteren daarmee enorm veel beter.4

9.

Deze onderwerpen worden nader uitgewerkt binnen de context van de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Veel van deze informatie is in 2020 en 2021 niet vanuit Nederland (de overheid en haar ketenpartners en stakeholders) gedeeld met de Europese Commissie, danwel is onderbelicht gebleven. Daarna stel ik de President van de Europese Commissie en de andere geadresseerden een viertal vragen in relatie tot de EU-verdragen en onze gedeelde Europese en feminiene waarden. Dan volgen samenvattende en afrondende beschouwingen.

10. Als bijlage bij de brief aan Europa treft u aan mijn brief van 14 januari 2022 aan de Verenigde Naties. In Geneve, Zwitersland, wordt op dit moment de vergadering gehouden van de CRC van de Verenigde Naties - Convention on the Rights of the Child, 89th Session (17 Jan 2022 - 11 Feb

4

https://verdraaideorganisaties.nl/

3

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE

2022),5 over Kroatië, Cuba, Cyprus, Djibouti, Griekenland, Kiribati, Madagascar, Nederland en Somalië. Meerdere (verdraaide) NGO’s en overheidsinstanties hebben de VN desgevraagd van informatie voorzien over de situatie van kinderrechten. Alleen al de Nederlandse jeugdzorg telde 109 organisaties en stakeholders als ondertekenaars (Kinderrechtencollectief). Geen van hen heeft de (aard en de omvang van de) misstanden en mensenrechtenschendingen binnen de Nederlandse jeugdzorg transparant gemaakt. 11. Verder zend ik u hierbij de link naar het filmpje van de uithuisplaatsing van de 5-jarige Jean op 12 november 2021 https://www.youtube.com/watch?v=9kQ1TI4biKI. Als moeder van vier kinderen, vrouw, echtgenote, doctor in de rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, oud-advocate en oprichtster van de eerste online rechtbank e-Court, en burger van Nederland en Europa, die vanuit mijn geloof en mijn vrouwelijke en Europese waarden mijn leven als ‘law abiding citizen’ probeer vorm te geven, vind ik het moeilijk om dit filmpje te bekijken en beluisteren. Dit is echter noodzakelijk om het leed achter de praktijk van de kinderhandel (hierboven genoemd in alinea 6, onder h, ii) een gezicht te geven. 12.

Het filmpje toont aan dat het hier niet gaat om een verwaarloosd of een mishandeld kind, waarbij de uithuisplaatsing als laatste redmiddel wordt ingezet (nadat is vastgesteld dat het acute gevaar niet op een minder schadelijke manier kan worden weggenomen), maar dat een jongetje wordt afgevoerd, dat thuis gelukkig is, geworteld en goed gehecht is en zich verzet en vastklampt en smeekt om niet meegenomen te worden en er geen enkele ernstige, acute bedreiging is voor zijn ontwikkeling. De Nederlandse Staat zette in dit geval maar liefst 4 politiebussen in en 12 politie agenten. U ziet dat er niemand aanwezig was met enige pedagogische ervaring om het kind op te vangen gedurende dit traumatische gebeuren. Dit kind zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nog jarenlang voor financieel gewin in een pleeggezin of instelling worden vastgehouden, verstrikt in een web van ondeugdelijke dossiervorming, en zijn terugkeer zal onmogelijk worden gemaakt. Helaas worden ouders die dit soort beelden verspreiden slachtoffer van verdere repressie en strafmaatregelen. 13. Tot zover mijn toelichting. Omwille van de transparantie vermeld ik dat ik kandidaat gemeenteraadslid ben voor de ChristenUnie Amstelveen op plaats 3 van de lijst.

Net als Amstelveen, zal ook uw gemeente aan de laatste vergaderronde voor de verkiezingen bezig zijn, en eisen de lokale verkiezingscampagnes veel aandacht op. Daardoor zullen deze stukken mogelijk onvoldoende aandacht krijgen. 14. Daarom wil ik u wijzen op het belang van deze stukken. De onnodige, onrechtmatige uithuisplaatsingen en andere vormen van onnodige, onrechtmatige Staatsinterventies en Staatstoezicht, zijn onderdeel van de vaste werkwijze binnen het Nederlandse systeem, en kwalificeren daarmee als “een handeling die onderdeel is van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval” als bedoeld in artikel 7 Statuut van Rome. Het ongeoorloofd weghalen van een kind is daarnaast een ernstige vorm van (psychologisch) geweld tegen vrouwen en meisjes als bedoeld in artikel 3 Verdrag van Istanbul. Het feit dat de rechterlijke macht tegen deze praktijken geen enkele rechtsbescherming biedt, maar zichzelf ketenpartner noemt en hieraan meewerkt, maakt de situatie alleen nog maar erger. Dit zijn misdaden tegen de menselijkheid, waarvoor alle medeplegers en medeplichtigen, inclusief de leden van de colleges van B&W en de gemeenteraden zich ook persoonlijk zullen hebben te verantwoorden.

Deze misdaden verjaren niet en de Nederlandse rechtspraak – die zich ook heeft te verantwoorden – zal niet het instituut zijn die hierover zal oordelen.

5

https://tbinternet.ohchr.org/_layouts/15/treatybodyexternal/SessionDetails1.aspx?SessionID=1400&Lang=en

4

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE

15. Ik stel het op prijs indien: a. u de goede ontvangst van deze brief met bijlagen wilt bevestigen; b. u mij wilt informeren over de verdere behandeling in de gemeente; c. ik individuele of collectieve reacties mag ontvangen vanuit het college van B&W en/of de gemeenteraad en/of de fracties; 16. Ik verheug mij erop om in de nabije toekomst vanuit de nieuwe rol, samen met gemeenteraadsleden uit het hele land, te werken aan herstel van het vertrouwen in het openbaar bestuur, herstel van de democratische rechtsstaat, bescherming van de menselijke waardigheid en mensenrechten. Wij zijn het aan onze kinderen en kleinkinderen verplicht de misstanden en het ongekende onrecht zonder verder uitstel te beëindigen. 17. Mochten er nog vragen zijn of u wenst een verdere toelichting, dan ben ik daartoe bereid. Uiteraard heb ik er geen bezwaar tegen indien u mijn gegevens verder deelt of deze brief met bijlagen verder wilt verspreiden. Integendeel. 18. Graag van u vernemend.

Hoogachtend,

. Nakad-Weststrate, human rights advocate

Een kopie van deze brief wordt ook naar een aantal belanghebbenden bij het debat gestuurd.

5

datum 06-01-2022 onze referentie 2022/gemeenteraad/droom onderwerp Gemeenteraadsverkiezingen: begrijpelijke verkiezingen voor mensen met een verstandelijke beperking Geachte meneer/mevrouw, 16 maart zijn er verkiezingen in uw gemeente. Een belangrijke gebeurtenis voor u en uw inwoners. Hoe mooi zou het zijn als de gemeenteraadsverkiezingen toegankelijk en begrijpelijk zijn voor iedereen, dus ook voor mensen met een verstandelijke beperking? Zij vinden het belangrijk om hun stem te laten horen: klik hier voor een filmpje waarin 5 mensen met een beperking een vraag stellen.  Wilt u deze brief ook delen met de politieke partijen? Toegankelijke en begrijpelijke verkiezingen voor mensen met een beperking Veel mensen met een verstandelijke beperking kunnen niet lezen of vinden lezen moeilijk. De informatie over verkiezingen of de plannen van de politieke partijen begrijpen zij niet goed. Voor mensen met een beperking is het soms lastig om keuzes te maken. Of ze begrijpen niet (goed) wat stemmen is. Of wat verkiezingen zijn. Zij hebben hier hulp bij nodig. Door hulp en goede informatie kunnen ze wel keuzes maken. Wij willen hen die hulp bieden. Samen met u! Mensen met een beperking zijn volwaardig lid van de samenleving.

begrijpelijke verkiezingen voor mensen met een verstandelijke beperking

pagina 1 van 3

In maart willen zij zelf kunnen beslissen of ze stemmen en zelf kunnen beslissen op wie ze stemmen. Daarom dagen wij u uit de informatie voor de verkiezingen toegankelijk en begrijpelijk te maken voor iedereen, ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Onze droom: Onze droom is dat mensen met een verstandelijke beperking meer mogelijkheden krijgen om hun stem uit te brengen. Daarom is het belangrijk dat zij informatie krijgen die ze begrijpen. Gaat u deze droom uit laten komen? Helpt u mee om de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 beter toegankelijk en begrijpelijk te maken? Dan hebben we de volgende vragen voor u: 1. Hoe toegankelijk zijn de verkiezingen bij u in de gemeente voor mensen met een verstandelijke beperking? En heeft u hierover gesproken met mensen met een verstandelijke beperking? 2. Hoe eenvoudig zijn uw plannen geschreven? Kunnen mensen met een verstandelijke beperking deze lezen en begrijpen? Inspiratie Tirtsa Kamstra, wethouder gemeente Vijfheerenlanden: “Voor de laatste verkiezingen werden alle politieke partijen uitgenodigd om iets te vertellen en in gesprek te gaan met inwoners van de Lingebolder (woonlocatie ASVZ). Dit was een avond vol mooie gesprekken. Je hoort van de bewoners waar zij mee zitten, wat ze belangrijk vinden en wat er voor hen beter kan.

En dat zijn soms onderwerpen waar je zelf niet zo bij stil hebt gestaan, maar waar wel aandacht voor moet zijn. Ik heb het echt ervaren als een hele leerzame en inspirerende avond en denk er nog regelmatig aan terug. Ik hoop dan ook dat dit weer georganiseerd kan worden.” Contact Heeft u een vraag of wilt u meer weten? Wilt u tips of handreikingen krijgen? Ook kunnen wij u in contact brengen met mensen met een beperking. Zij kunnen het beste zelf vertellen waar ze behoefte aan hebben. U kunt contact opnemen met , senior coach cliëntzeggenschap; 0

begrijpelijke verkiezingen voor mensen met een verstandelijke beperking

pagina 2 van 3

Met vriendelijke groet namens alle centrale cliëntenraden en bestuurders van, ASVZ Ieder(in) LFB Philadelphia Reinaerde VGN Wmo Klankbordgroep ondersteund door Zorgbelang Inclusief

begrijpelijke verkiezingen voor mensen met een verstandelijke beperking

pagina 3 van 3

Geachte B&W, volksvertegenwoordigers, In de pers zijn redelijke opmerkelijke artikelen te vernemen over wat wringt bij de jeugdbescherming, ook door Defence for Children, èn de afleidende, goedpratende propaganda die de jeugdzorglobby daarop verspreidt. In De Hofbar (https://www.youtube.com/watch?v=ZqrberM5Jds) komt een voorgaande minister aan het woord.... En ja, ook een stukje van wetenschapper Theo Doreleijers en juristen staan er in. De minister erkent dat hij zijn oor laat hangen naar wat de duurbetaalde doch gepolariseerde jeugdzorglobby influistert. Zo kom je nooit aan de onafhankelijke wetenschappelijke analyses, die hoger op de ladder der onderzoekshiërarchie staan. De jeugdzorgpropaganda veroorzaakt bij pers, politici en kinderrechters een cognitieve dissonantie. Uìt de confirmation bias stappen is dan lastig, en dan zou er niets verbeteren. Men moet de propaganda doorzien: Waar de jeugdbescherming tot 75%, naar woorden van prof. Jo Hermanns, minder kinderen binnen zou halen,en dan nog maar KORT, zijn er niet meer geld en meer pleeggezinnen nodig, doch minder. Waar er aan terugplaatsing wordt gedaan door deskundigen, die wel therapeutisch bevoegd zijn, méér dan SKJ-geregistreerden, zullen er veel minder kinderen in de dure, aanmodderende drang- en dwangzorg zitten.

Waar de gezinsvoogdij de juiste communicatietechniek zou gebruiken, zijn er minder ouders geëpateerd, wat de ondeskundigen zien als agressief. Opvallend was dat prof. Carlo Schuengel een jeugdzorgacademie bij bureau jeugdzorg heeft gehouden met uitleg hoe de gezinsvoogden wel en hoe niet zouden moeten communiceren, om effectief te zijn. Maar opvallend is dat het aantal klachten over bejegening daarna juist opliep. De jeugdzorgwerkers hebben het kennelijk averechts begrepen, en dat melden ouders ook, die afgedreigd worden, angst wordt aangejaagd, zonder voorlichting ter voorkoming van een dure maatregel. Waar de jeugdzorgwerkers hun geweten mogen volgen, geen 'productie-draaien' wordt opgedrongen, zal er minder verloop zijn van personeelsbezetting. De werkdruk zal verminderen wanneer er vòòr een ingrijpende maatregel een diagnostische nul-meting wordt gedaan: dan ligt er reeds een diagnostisch verantwoord plan van aanpak (PvA) wat werk bespaart, en effectiever zal zijn. Waar de jeugdzorg een indicatieve 'zorg' vermoedt, dient op een indicatie een diagnose met preventieve, inhoudelijke voorlichting te volgen. Mèt een nul-meting kan er beter toezicht worden gehouden, èn de rechter kan naar lid 4 van BW1:255 veel concreter noteren waaraan gewerkt dient te worden zodat er wat meer rechtszekerheid komt voor ouders.

Nu zijn de beweringen over ongedefinieerde 'onveiligheid' (dat niet in de wet staat) en vage 'zorgjes' te weinig concreet en aangetoond om ten gunste van het kind op niveau van kinderrecht IVRK art. 24 lid 1 en art. 25 bij verlengingen verweer te kunnen voeren, hetwelk oud-advocaat duidelijk omschreef in https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/meer-prinsen : "Jeugdzorg is niet weerlegbaar". Er gaan miljarden naar jeugdzorg in plaats van jeugdgezondheidszorg. De jeugdspecialisten (met hogere beroepsregistraties zoals NVO-orthopedagoog, of BIG-arts/psychiater) lopen door de bureaucratie van decentralisatie weg, zodat die hoge kennis verdwijnt, en niet binnen een decennium terug te halen valt. Verwar dit niet met jeugdzorgprofessionals, die even diagnostisch bevoegd zijn als professionele slagers en monteurs. Ook volwassenen kiezen, indien een operatie zich aandient, voor een gespecialiseerd chirurg, en niet voor een 'professional' uit welk

ander dan het medisch domein. De politiek laat het al decennia over aan deze (niet-deskundige) 'professionals' in de jeugdzorg, waarover wetenschappelijk geschreven is: https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/wetenschaptegen-jeugdzorg-1 (Proefschrift Cora Bartelink, 2018) of bijv. https://vechtscheidingen.jimdofree.com/wetenschap/mythen-bij-jeugdzorgmeten/ (meerdere deskundigen). Er valt dus wat te bezuinigen wanneer de jeugdbescherming op 25% gaat zitten ten aanzien van wegplaatsingen van één of beide ouders. (https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/politiek-enjeugdbescherming). En waar politie of de scheidingsrechter een signaal van scheiding herkent, is het niet veel goedkoper om die ouders dírèct de training van Villa Pinedo aan te bieden ( https://training.villapinedo.nl/ ); en daarna is het toch veel beter te meten welke mentale keuze elk der ouders heeft gemaakt?! Met de kennis uit die training kunnen ouders de tips volgen ten gunste van het geliefde kind, of aantonen dat hun psyche de wraak laat prevaleren op de uitstraling naar het ontvankelijke kind met voor hem nieuw twee huizen. € 90,~ voor een training van Villa Pinedo... of € 90.000 voor het eerste jaar OTS+UHP? Internist Ursula Gresser vond met meta-analyse (hoog op de ladder der onderzoekshiërarchie) dat het wegplaatsen van kinderen ernstig schadelijk ìs.

(https://www.youtube.com/watch?v=_88sGsV0sPk of https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/dwangzorg-schaadt/). Dit komt overeen met de zeer grote controlegroep-studies van Joseph J. Doyle (https://jeugdbescherming.jimdofree.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/) die ook hoog in de onderzoekshiërarchie staan. Ik hoop dat er interesse is voor de bijna 95.000 betroffen OTS-ouders, en dus voor al die kinderen (en vergeten we al hun familie en vrienden?).

Andere informatie om de lage kwaliteit van ook therapeutischònbevoegde jeugdzorg te scheiden van de effectieve en bevoegde (jeugd)gezondheidszorg: Het verwonderd ouders dat de hele keten van jeugdbescherming, kinderrechters en zelfs politici wel van o.a. de AZF (AdoptieZaken & Familierecht) recente onafhankelijke wetenschappelijke inzichten hebben ontvangen, met waar het in de jeugdzorg (dat geen jeugdgezondheidszorg is) te vaak mis gaat. Dit zouden rechters toch moeten willen weten om een goede afweging te maken? Het wegplaatsen van een kind, weg bij één of beide ouders (en vaak dan ook weg bij familie) blijkt uit divers opgezette wetenschappelijk onderzoek vaak schadelijker te zijn voor de ontwikkeling van de opgroeienden dan de beschermingsmaatregelen. Nergens in jeugdbeschermingsrapportages wordt deze afweging gemotiveerd. Vaak blijft het bij een vage bewering die als beschuldiging op de ouders wordt gelegd. Dat gaat ten koste van het kind. En ten koste van artikel 24 lid 1 IVRK. Beweringen zijn geen diagnoses. Rechtspreken op basis van beweringen is speculeren. Ook bij enkel OTS worden ouders vaak afgedreigd door de 'jeugdzorg'. "U moet ons gehoorzamen, anders wordt uw kind uithuisgeplaatst."

Er wordt geen inhoudelijke uitleg verstrekt wat ouders inhoudelijk zouden moeten doen op de vermeende bedreiging voortvarend te doen oplossen. Mr. Peter Prinsen schreef o.a.: https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/meer-prinsen over hoe de ouders geen inhoudelijk verweer kunnen voeren om hun kind te beschermen tegen de wetenschappelijk vastgestelde te grote kans op schade. Alle AMHK's, RvdK, en G.I.'s hebben reeds in 2018/2019 van de AZF een eerste brief verkregen om tot implementatie te komen. Dat zou zelfs als consequentie hebben dat de werkdruk verlaagd wordt, met minder kinderen in beschermingsmaatregelen. Ook vorig jaar kreeg de keten, maar ook enige rechtbanken t.a.v. kinderrechters, bijgaand rapport. Nu Joseph Doyle sinds 2007 in 2019 een definitief wetenschappelijk rapport heeft geschreven (https://jeugdbescherming.jimdofree.com/kwaliteit/meer-doyle-wetenschap/) dat hoog staat in de onderzoekshiërarchie, met een zeer representatief aantal (van tigduizenden) kinderen, die op de nominatie stonden uithuisgeplaatst te worden, en waarvan een deel random wel thuis mocht blijven met passende hulp, blijkt wel dat depressies, suïcide, tienerzwangerschappen, crimineel gedrag in deze valide controlegroep thuis veel minder voorkomt dan de wel uithuisgeplaatsten. Ook prof.

Jo Hermanns vond dit in Zeeland en sprak op TV dat het aantal UitHuisPlaatsingen wel naar maar 25% kon dalen en dan nog maar kòrt uithuisplaatsen (en werken aan terugplaatsen met specialisten). Hoe komt het dat Nederlandse rechters dit niet willen weten? Hoe komt het dat zij hierover geen kennis nemen om goed af te wegen, ook volgens de uitspraak van de CRvB in LJN BD1113, als kinderrechter ook als bestuursrechter te controleren?! Het negeren van rechterlijke uitspraken die niet naar de zin zijn van 'jeugdzorg' herkennen veel OTSouders, lid van de sociale media, maar ook pedagogen en advocaten heel goed. Het komt me voor dat bij jeugdbeschermingsrechtszaken er nog meer aan een beleidsstructuur wordt vastgehouden: dat de 'professional' het wel weet; maar ook de slager is professional..... (Slagers zijn ook niet goed in opereren). Vele rechters weten niet dat de gedragswetenschappers slechts met SKJ zijn geregistreerd, en zij onbekend blijven voor de gezinnen; naar de beroepscode die eigenlijk bij gedragsdeskundigen horen, dienen ze zèlf het cliëntsysteem te zíén en onderzoeken. Dat gebeurt zelden.

Zij gaan af op wat een diagnostisch-ònbevoegde jeugdzorgwerker kàn en wìl doorgeven, en daarbij bedenken we wat Cora Bartelink in haar proefschrift schreef over afgaan op eigen jeugdervaringen van de jeugdzorgwerker (die niet door niets die studierichting koos; https://vechtscheidingen.jimdofree.com/wetenschap/mythen-bij-jeugdzorgmeten/). Hoe komt in die keten de attitude met cognitieve dissonantie (https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/berndsen-pedagogische-kennis) waar het om kinderen en niet om kindobjecten moet gaan? |

En een analyse n.a.v. een discussie tussen advocaten en orthopedagogen:

"Codificeren èn passend diagnosticeren bij

kinderbeschermingsmaatregelen": Het proefschrift van Joost Huijer, “Leren van het verleden voor het heden”, een dossierstudie naar de rechtvaardiging van jeugdbescherming in de praktijk {van de jeugdbescherming zelf}, 23 november 2020, Utrecht, geeft gaten aan in hoe een beschermingsrapportage tot stand komt. De recente wetenschappen over het negeren en ‘niet-afwegen’ van de schadende kant van beschermingsmaatregelen voor het kind tegenover de vermeende bedreigingen (BW1:255 lid 1) die de hele jeugdbeschermingsketen bekend is geworden, zijn nog steeds niet geïmplementeerd. We mogen – om verdere schade te voorkomen – derhalve verwachten dat deze gaten voortvarend gedicht zouden moeten worden ter voorkoming van “institutionele kindermishandeling” die bij het negeren vaak veroorzaakt kan worden door de jeugdbescherming. Daarbij refereren we aan arresten inzake Strand Lobben en andere ouders versus Noorwegen, in gelijk handelen van de jeugdbescherming als in Nederland, vanuit het ervaren van het kind gedacht. De wetgeving in BW1:255, 265b en 266, maar mogelijk ook Rv149 en Jw3.3, geven te weinig houvast aan ouders om op vage, niet-aantoonbare beweringen het belang van hun kind op het niveau van kinderrecht IVRK24 lid 1 te kunnen verdedigen. De jeugdbeschermingsketen verweert zich al te vaak tegen verzoeken van ouders om tot een hoogwaardig meten te komen. Punten die falen: -

In beschermingsverzoeken wordt zelden of niet bewezen dat ouders aantoonbaar en inhoudelijk brede preventieve voorlichting hebben verkregen; vaak wordt beweerd dat ‘alle hulp heeft gefaald’ zònder bewijs. Ouders mogen verwachten dat dit aantoonbaar is en op het niveau van ‘onbezwaarde toegang tot de gezondheidszorg die passend is bij de zorgen’ (naar de tweede volzin van IVRK24.1) om aan rechtszekerheid te mogen doen.

-

De ‘vooraf verkregen hulpverlening’ wordt niet gespecificeerd met de beroepsregistraties daarbij, zodat het niveau niet te meten valt voor een kinderrechter.

-

Evenmin wordt bewezen of die hulpverlening verband hield met de beweerde zorgen aangaande de ‘ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind’, waar de jeugdbescherming vaak volstaat met het beweren van “onveiligheid”; “onveiligheid” is niet eens gecodificeerd in genoemde wetsartikelen. Zo verwordt het cliché tot een vage bewering waaraan geen houvast voor verweer kan plaatsvinden.

-

De beweerde bedreigingen in de jeugdzorgrapportages dienen in mate van bedreiging afgewogen te worden tegen de wetenschappelijk feitelijk vastgestelde schadelijke contraindicaties van een maatregel.

-

Evenmin wordt concreet gemaakt (met het oog op lid 4 van BW1:255) hoe die vermeende bedreiging moet worden afgewend. Ook hier blijven ouders in vage beweringen achter, te vaag om er iets zelf aan te kunnen doen. Zo heeft de G.I. alle ruimte om aan

vertragingstactiek te doen, want ook het “voortvarend oplossen van de bedreiging” als taak bij een OTS schijnt zelden bewezen en aangetoond te moeten worden bij een rechter. Hoe moet er gemeten worden om bewijs te kunnen leveren? Bij codificatie over wat als ‘ernstige bedreiging’ zou moeten worden gezien, kunnen de jeugdbeschermers van alles beweren. De diagnostisch-ònbevoegde rechter heeft geen houvast zonder een bij de ‘zorg’ passende specialist te raadplegen, ook om toe te zien dat er aan gewerkt is en wordt tijdens de OTS. Codificatie is nodig in de bewijslast van de jeugdbescherming. Anders kan er geen verweer komen door ouders waar dat nodig blijkt te zijn. Bij het beweren dat ouders hulp hebben verkregen dat niet werkte (BW1:255 lid 1) of de ouders wel preventief inhoudelijk en breed zijn voorgelicht en werkelijke werkende, passende hulpverlening hebben verkregen (en niet een hele reeks niet passende hulpverleners), zou de jeugdbescherming bewijs dienen te leveren mèt de beroepsregistratie en specialisaties vermeld, en een diagnostisch rapport daarover. Wanneer een diagnose vereist is voor een machtiging jeugdbeschermingsmaatregel, dan zijn financieel van de jeugdbescherming afhankelijke ketenpartners uit den boze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11209511/1