Ingekomen stukken 22 september t/m 26 oktober 2021
Tekst van het document
22
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
van Justitie en Veiligheid en Defensie, raken de dreigingen op het cyber- en informatiedomein zeker ook de gemeentelijke overheid. Het versterken van de digitale weerbaarheid van de gemeentelijke informatiesystemen vraagt om continue aandacht. De gemeenten hebben een rol in de voorbereiding op digitale incidenten en crisisbeheersing en gevolgenafhandeling wanneer deze zich manifesteren. De overheidsbrede cyberoefening is een mooie aanjager om ook in het gemeentelijk domein te oefenen met digitale incidenten binnen en buiten het gemeentehuis. Ook enkele veiligheidsregio’s ontwikkelen dergelijk oefenmateriaal. Het is van het grootste belang om als gemeente actief te oefenen. Wij zoeken de samenwerking met het IFV en Veiligheidsregio’s om dit verder te ontwikkelen.
Mensenhandel Wat wil het kabinet? Het interdepartementale programma Samen tegen Mensenhandel wordt in 2022 voortgezet. Het programma is gericht op bescherming van kwetsbare jongeren, online aanpak van mensenhandel en klanten die seksuele diensten afnemen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dit laatste gaat op 1 januari 2022 in, via het initiatiefwetsvoorstel ‘strafbaarstelling misbruik van prostitué(e)s die slachtoffer zijn van mensenhandel’. De gemeentelijke aanpak, waarover in het programma Samen tegen mensenhandel afspraken zijn gemaakt, blijft een aandachtspunt van het kabinet. De motie Segers/Asscher (2019) zorgt voor capaciteitsuitbreiding van de mensenhandel-politieteams van 87 fte in 2023 bij de Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Wat betekent dit voor gemeenten? In 2022 moeten alle gemeenten een aanpak hebben voor het tegengaan van mensenhandel, moet er een landelijk dekkend netwerk zijn van zorgcoördinatie en moeten gemaakte afspraken regionaal zijn ingebed. Het vraagt nog veel inzet van gemeenten om deze doelen uit het programma Samen tegen mensenhandel te kunnen realiseren, maar er zijn al veel goede stappen gezet. De uitbreiding van politie-inzet binnen de AVIM op dit thema helpt gemeenten om meer zicht te krijgen op de aard en omvang van de problematiek.
De VNG ondersteunt gemeenten en benadrukt het belang van bewustwording, van de verbinding tussen zorg en veiligheid en van de rol van preventie.
Prostitutie(beleid) Wat wil het kabinet? Het prostitutiebeleid van het kabinet bestaat uit drie pijlers: regulering van de branche, versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers en ondersteuning van sekswerkers die de branche willen verlaten. Met het Wetsvoorstel regulering sekswerk wil het kabinet voorzien in de veiligheid en gezondheid van sekswerkers. Om de maatschappelijke positie van sekswerkers te versterken wordt er in 2022 ervaring opgedaan met de klachtenbalie voor sekswerkers om effectiever op te kunnen treden bij signalen. Daarnaast ondersteunt het kabinet de belangenvereniging van prostituees. Tot slot kunnen sekswerkers die de prostitutie willen verlaten begeleid worden vanuit een van de uitstapprogramma’s in het (hele) land. Hiervoor heeft het kabinet structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s. Dit budget wordt met ingang van 2021 aan 18 aangewezen gemeenten uitgekeerd. Over de incidentele middelen van € 1 miljoen voor het jaar 2022 moet nog aanvullende besluitvorming plaatsvinden. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook voor gemeenten is van belang dat in de sekswerkersbranche misstanden worden aangepakt, dat het beroep veilig kan worden beoefend en er met hulp gestopt kan worden. De Wet regulering sekswerk is controversieel verklaard.
Hierdoor zal het langer duren voordat er een gedegen juridische basis voor de regulering van sekswerk wordt gelegd.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en straatintimidatie Wat wil het kabinet? Het Wetsvoorstel seksuele misdrijven zorgt voor aansluiting van de normering van seksueel grensoverschrijdend gedrag en straatintimidatie bij de huidige tijd en komt tegemoet aan de wens
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23
tot een strafrechtelijke aanpak. Om online seksueel kindermisbruik te bestrijden wordt een combinatie van strafrecht, preventie en publiek-private acties gehanteerd. Belangrijkste mijlpaal daarbij is de wetgeving en inrichting van een autoriteit om hostingbedrijven langs bestuursrechtelijke weg aan te pakken. Begin 2022 presenteert het kabinet een plan van aanpak dat de digitale bescherming van minderjarigen en adolescenten verbetert en aanjaagt. Wat betekent dit voor gemeenten? Versterking van de integrale aanpak en extra accenten op strafrecht zijn ook voor de gemeenten van belang. Wij constateren dat de wetgevingstrajecten uiterst moeizaam verlopen.
Politie Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in de afgelopen jaren structureel extra budget, oplopend tot € 291 miljoen, beschikbaar gesteld voor uitbreiding en flexibilisering van de politie, innovatie, werkomgeving en toe- en uitrusting van politiemensen. In totaal gaat het om een toename in capaciteit van 2.430 fte ten opzichte van 2017. Ook zijn er voor de jaren 2019-2021 incidenteel extra middelen vrijgemaakt om bij de operationele onderdelen gericht in te spelen op de negatieve effecten van de uitstroom van ervaren personeel. Het kabinet doet extra investeringen van € 9,9 miljoen in gebiedsgebonden politiezorg (GGP), € 70,3 miljoen in de Dienst Speciale interventies (DSI), € 49,4 miljoen in verkeerteams en € 13,8 miljoen voor digitalisering en cybercrime. Ook wordt geïnvesteerd in informatievoorziening om meer datagedreven te kunnen werken, in cyberveiligheid, in versterkte basisinfrastructuur, in versterking van de uitrusting voor politieoperaties op straat en in de eigen cybersecurity van de politie. In 2022 wordt verder gebouwd aan het politiekorps. Naast het Multidisciplinair Interventie Team (MIT) en de Veiligheidsagenda politie realiseert de politie een houtkoolschets voor opsporing en de ontwikkelagenda’s intelligence en opsporing. De politie werkt ook verder aan de doorontwikkeling van de GGP.
Wat betekent dit voor gemeenten? De eerdere investeringen hebben geleid tot uitbreiding van de politiecapaciteit met 1.111 fte. Dat is hoognodig, omdat er in sommige delen van het land en bij sommige belangrijke expertises, sprake is van serieuze personeelsproblemen. De organisatorische maatregelen zouden ertoe moeten leiden dat de politie haar inzet en dienstverlening op regionaal en lokaal niveau beter kan laten aansluiten op de daar voorkomende problemen en wensen. Ook de VNG constateert dat de GGP sterk onder druk staat en daardoor ook de dienstverlening aan inwoners. Toch is fors meer nodig om de politie op een adequaat niveau haar werk voor de samenleving te laten doen. De VNG en de regioburgemeesters blijven in gesprek met politie en de minister om ervoor te zorgen dat de (al eerder aangekondigde) kanteling van de politieorganisatie daadwerkelijk vorm krijgt. De politie werkt lokaal en moet de ruimte hebben om lokaal dat te doen wat nodig is, onder gezag van burgemeester en OM.
Crisisbeheersing Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de regierol van de minister van Justitie en Veiligheid versterken om zo crisisbeheersing doelmatiger en doeltreffender te maken. De minister van Justitie en Veiligheid is coördinerend minister voor de inrichting, werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. Ook heeft hij, in nauwe samenwerking met andere ministeries, de regie over het versterken van de nationale veiligheid. De NCTV geeft hier invulling aan. Voor de crisisbeheersing en brandweerzorg stelt de minister een integraal wettelijk kader op. Het stelsel moet voor de toekomst toegerust zijn op grensoverschrijdende, moderne risico’s en crisis. De verdere uitwerking hiervan moet leiden tot een gezamenlijke nieuwe strategische agenda voor 2022 en daarna. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden niet expliciet benoemd, maar zijn wel een belangrijke partij in de voorbereiding
24
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
van crisis en bestrijding van de gevolgen van crisis met nationale impact. Dit bleek ook tijdens de coronacrisis. Wij blijven in gesprek met de minister van JenV over de nieuwe agenda en de wijze waarop we als overheden en private partners gezamenlijk kunnen omgaan met crises. Het gaat daarbij zowel om het anticiperen op als het beheersen van crises, ook als deze een digitale oorzaak (hacking of ransomware) hebben.
Huiselijk geweld Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft de aanpak van huiselijk geweld tot en met 2022 als prioriteit staan op de Veiligheidsagenda. In 2022 worden de programma resultaten en monitoring van de aanpak geborgd, waarbij zoveel mogelijk aansluiting gezocht wordt bij de beoogde herziening van de jeugd- en gezinsbescherming. Met de ontwikkelagenda ‘Veiligheid Voorop!’ werken politie, OM, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en het ministerie van JenV samen aan een samenhangende aanpak voor slachtoffers en dader. De herziening van de jeugd- en gezinsbescherming en het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming bieden perspectief op een meer effectieve en eenvoudiger georganiseerde jeugdbescherming. Het toekomstscenario betreft de samenwerking van professionals onderling en de samenwerking met het gezin en het sociaal netwerk. Dit scenario, waar onderdelen van het programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) mee samenhangen, wordt op basis van een in 2021 onder veldpartijen gehouden consultatieronde, in 2022 met de praktijk verder ontwikkeld (zie voor huiselijk geweld ook begroting ministerie VWS). Wat betekent dit voor gemeenten? Ook in 2022 is er voor gemeenten ruimte om aandacht te blijven besteden aan de regionale en lokale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, mede in relatie tot de vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen.
De ontwikkelingen op beide gebieden volgen we als mede-opdrachtgever van het programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) en van het toekomstscenario vanuit de VNG op de voet. Dit geldt ook voor de wijze waarop de € 5 miljoen voor de voortzetting programma GHNT in 2022 ingezet gaan worden.
Menselijke en beschikbare rechtsbijstand Wat wil het kabinet? Het kabinet doet een intensivering van € 154 miljoen per jaar voor de sociale advocatuur, aflopend naar € 64 miljoen structureel in 2025. Met de vernieuwing van het stelsel van rechtsbijstand wordt ingezet op snellere en meer laagdrempelige hulp voor mensen met problemen. Het beroep op rechtsbijstand zal hierdoor in de toekomst naar verwachting enigszins afnemen. Daarnaast zet het kabinet in op een grotere (financiële)bijdrage van commerciële advocatenkantoren. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat met ingang van 2025 nog een structureel bedrag van € 64 miljoen per jaar nodig is. Wat betekent dit voor gemeenten? In procedures met de overheid hebben rechtzoekenden, zoals de inwoners in Groningen en slachtoffers van de toeslagenaffaire, vaak grote moeite om ‘hun gelijk’ en daarmee passende compensatie te krijgen. Zij lopen nu tegen grote barrières en hoge kosten aan. Het is belangrijk dat zij worden ondersteund met rechtsbijstand en een menselijke benadering. Gemeenten hebben nu vaak een bovengemiddelde rol in de ondersteuning van en de zorg voor mensen die vastlopen in de systemen. Daarvoor zijn wellicht in de toekomst meer middelen nodig.
Zorg en veiligheidshuizen Wat wil het kabinet? Voor 2022 staat een onderzoek ‘Toekomstontwikkeling governance rond zorg en veiligheidshuizen’ gepland. De Zorg- en Veiligheidshuizen richten zich de laatste jaren steeds meer op de aanpak van personen met een hoog veiligheidsrisico. In de nieuwe Meerjarenagenda 2021-2024 is daarom ook
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25
focus aangebracht op bepaalde hoog-risicogroepen, zoals mensen met verward gedrag, ex-justitiabelen en radicalisering. Het ministerie van JenV faciliteert (samen met VWS en VNG) de uitvoering van de Meerjarenagenda, die moet leiden tot een netwerk van duurzame basisvoorzieningen dat in staat is om bestaande en nieuwe opgaven op te pakken. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het van belang om tijdig op het onderzoek in te spelen en scherp te hebben wat de gemeentelijke belangen zijn. In de Meerjarenagenda 2021-2024 hebben de partners afspraken vastgelegd over de inrichting en besturing van de zorg- en veiligheidshuizen. Daarnaast is er een aanpak geformuleerd voor het verzamelen en analyseren van informatie en over ondersteunende ICT-oplossingen. De agenda helpt de partners in het zorg- en veiligheidshuis om meer zicht te krijgen op elkaars kennis en kunde, het verduidelijken van rollen, taken en verantwoordelijkheden en het verder op elkaar afstemmen van werkzaamheden. Daardoor kan er effectiever aan de gezamenlijke maatschappelijke opgave worden gewerkt: het voorkomen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval.
Re-integratie van (ex-)gedetineerden Wat wil het kabinet? Voor veilige terugkeer van gedetineerden wordt in 2022 de regionale samenwerking en netwerkvorming van gemeenten en reclassering rond een penitentiaire inrichting (PI) verder geïntensiveerd. Landelijke knelpunten die re-integratie in de weg staan worden continu geïnventariseerd en opgelost. De ambitie is om in 2023 een wetswijziging gerealiseerd te hebben om zodoende een nieuw systeem in te kunnen voeren voor afgifte van identiteitsbewijzen aan gedetineerden. In de tussentijd werken de ministeries van BZK en JenV aan een tussenoplossing. Die bestaat uit het machtigen van één of meerdere gemeenteambtenaren om aanvragen voor identiteitskaarten in de PI in behandeling te nemen. Bij positieve ervaringen kunnen meer gemeenten en penitentiaire inrichtingen meedoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit is de bevestiging van een afspraak om één van de 6 basisvoorwaarden, de ID-bewijzen, voor re-integratie beter te regelen. Voor gemeenten betekent dit dat op termijn hun werkwijze hierop zullen moeten aanpassen, zodat iedere gedetineerde de PI met een identiteitsbewijs verlaat. Dat vraagt een investering die zich uiteindelijk moet terugbetalen in betere resultaten van de inspanningen om re-integratie te laten slagen.
Terugdringen recidive Wat wil het kabinet? In 2022 worden de succesvolle experimenten gericht op het terugdringen van recidive gecontinueerd. Deze experimenten zijn sinds 2018 al werkende weg in de praktijk op verschillende manieren getest. Het gaat om experimenten uit het ‘projectenlab’ om de re-integratie van (ex-)justitiabelen in de lokale praktijk effectiever vorm te geven. Het OM, Rechtspraak, reclassering, gemeenten, zorgpartners en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) werken inmiddels in 39 projecten samen. Vanaf 2021 wordt met gericht wetenschappelijk onderzoek en tussentijdse evaluaties bekeken hoe de bevindingen uit de projecten in de praktijk verder kunnen worden ontwikkeld en kunnen worden verbreed. In deze evaluaties staat leren, experimenteren en innoveren centraal. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen bij hun maatschappelijke opdracht om samen met ketenpartners een goede terugkeer van de gedetineerden in de maatschappij vorm te geven, gebruikmaken van goede voorbeelden uit het projectenlab. Deze voorbeelden, voorzien van verschillende financieringsmogelijkheden staan uitgewerkt op de diverse sites.
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijdragen aan medeoverheden nazorg ex-gedetineerden Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de nazorg aan ex-gedetineerden verbeteren. Het ministerie van JenV verstrekt hiervoor een bijdrage aan gemeenten. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen deze bijdrage benutten om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren. Dit zijn de gelden (€ 2,4 miljoen) die ooit op initiatief van Kamerlid Van der Staaij beschikbaar zijn gesteld als stimulans aan gemeenten om trajecten voor begeleiding van (ex)gedetineerde inwoners goed vorm te geven. De extra bijdrage dient voornamelijk als stimulans voor gemeenten om samen of met particuliere organisaties trajecten op het terrein van wonen en werken voor (ex) gedetineerde burgers op te zetten of te financieren.
Forensische zorg Wat wil het kabinet? Mensen die in aanraking komen met politie en justitie kunnen een psychische stoornis hebben. Voor de veiligheid van de samenleving is het belangrijk dat zij een passende behandeling krijgen. Met een herijkte visie en een ‘Bestuurlijke agenda forensische zorg’ heeft het ministerie van JenV samen met de sector voor de komende jaren een lijn vastgesteld voor gerichte en duurzame verbeteringen. Om te kunnen voorzien in de stijgende behoefte aan capaciteit is in 2021 € 95 miljoen structureel aan het budget voor forensische zorg toegevoegd. In 2022 stijgt het beschikbare budget voor forensische zorg met nog eens € 25 miljoen. Conform de hoofdlijnen van de bestuurlijke agenda zet het kabinet in 2022 in op meer doelmatigheid en doeltreffendheid van forensische zorg, meer kwaliteit en professionaliteit en sterke ketensamenwerking en continuïteit van zorg. Momenteel onderzoekt het kabinet in hoeverre een kwaliteitskader forensische zorg hieraan kan bijdragen. Daarin staat wat de sector verstaat onder goede forensische zorg. Dat biedt transparantie en houvast voor professionals en stakeholders. Kwalitatief goede forensische zorg is belangrijk voor de financiële houdbaarheid van het stelsel. Een speerpunt hierbij is een nieuwe inkoopstrategie die DJI meer sturing geeft op kwaliteit en capaciteit van de forensische zorg.
In 2022 voert het kabinet een nieuwe inkoopprocedure in, zodat ze vanaf 2023 nieuwe (raam)overeenkomsten met zorgaanbieders kunnen afsluiten. Ook het verbeteren van de ICT-systemen van DJI draagt bij aan doelmatigheid en doeltreffendheid. Daardoor ontstaat beter inzicht in door- en uitstroom van forensische patiënten en is meer sturing mogelijk op wachttijden en bezetting. Ook draagt dit bij aan een betere gegevensdeling over patiënten en dringt men administratieve lasten terug. De eerste fase in dit traject wordt in 2022 afgerond. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent deze ambitie dat er aandacht is voor een verbetering van de ketensamenwerking als het gaat om personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Er wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit van de forensische zorg, gegevensdeling en het terugdringen van administratieve lasten. Met als gevolg minder overlast en een kleiner veiligheidsrisico in de samenleving, en verbeterde mogelijkheden van de zorg en ondersteuning voor de groep inwoners met verward gedrag en een veiligheidsrisico.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27
4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Cultuur Wat wil het kabinet? In overleg met de Raad voor Cultuur verkent het kabinet voorstellen voor een herstelplan voor de culturele en creatieve sectoren. Voor alle plannen is 2022 een belangrijk uitvoeringsjaar. De culturele sector is zwaar getroffen door de coronacrisis en vraagt de benodigde aandacht. Het doel is om de sector weer in de hele breedte te laten draaien, te laten bijdragen aan het maatschappelijk herstel van Nederland en minder kwetsbaar te laten zijn in de toekomst. Het kabinet stelde € 10 miljoen extra beschikbaar voor het opschalen van initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie kon hiermee culturele activiteiten organiseren die bij uitstek mensen steunen die door corona in eenzaamheid, gebrek aan zingeving of depressiviteit zijn geraakt. Naar verwachting heeft de culturele en creatieve sector ook in het derde kwartaal van 2021 nog te maken met de (gevolgen van de) beperkende maatregelen. Daarom is besloten om voor de culturele en creatieve sector de specifieke steunmaatregelen in het derde kwartaal, in afgebouwde vorm, te verlengen. De kosten hiervan bedragen € 70 miljoen. Versterking Restitutiebeleid Een genoemde beleidswijziging betreft versterking van het restitutiebeleid.
Op 7 december 2020 verscheen het rapport van de commissie-Kohnstamm met aanbevelingen om het restitutiebeleid te versterken. Deze aanbevelingen betreffen onder andere het hervatten van grootschalig herkomstonderzoek en verbetering van de informatievoorziening aan potentiële rechthebbenden. De aanbevelingen leiden tot een meerjarig effect op de begroting. Programma Cultuureducatie met Kwaliteit Het programma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ krijgt een vervolg in de periode 2021-2024. Daarbij is er meer ruimte om in te spelen op lokale wensen, zoals aandacht voor het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, gelijke kansen, aansluiting bij curriculum.nu en de relatie binnenschools-buitenschools. Het bedrag dat andere gemeenten dan de G9 ontvangen is verhoogd: het ministerie van OCW stelt voor alle gemeenten het bedrag beschikbaar dat de G9 eerder al ontvingen, namelijk € 0,79 per leerling. Cultuureducatie met kwaliteit is in de periode 2021-2024 ook toegankelijk voor aanvragers in Caribisch Nederland. Wat betekent dit voor gemeenten? Het jaar 2022 staat in teken van herstel van de lokale en regionale culturele sector. De doorontwikkeling van de stedelijke cultuurregio’s is daarbij heel relevant. Hier doet het ministerie van OCW momenteel een evaluatieonderzoek naar.
De verbinding en synergie van herstel op nationaal, regionaal en lokaal niveau is een cruciale uitdaging. De Raad voor Cultuur adviseert in ‘Weerbare cultuursector essentieel voor herstel’5 om cultuureducatie sterker te verankeren in het onderwijs. Het Nationaal Plan Onderwijs en de steunpakketten voor bevordering welbevinden en mentaal welzijn jeugd bieden gemeenten middelen om cultuureducatie hiermee steviger in te bedden in het onderwijs. Het LKCA ontwikkelde hiervoor een bruikbare handreiking ‘De rol van Cultuureducatie in het NPO’6.
5 6
28
https://www.raadvoorcultuur.nl/actueel/nieuws/2021/06/08/weerbare-cultuursector-essentieel-voor-herstel https://www.lkca.nl/publicatie/de-rol-van-cultuureducatie-in-het-nationaal-programma-onderwijs/
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Onderwijshuisvesting Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft voor 2022 en 2023 in totaal € 160 miljoen gereserveerd voor een vervolgregeling op de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUViS). Dit bedrag maakt deel uit van de € 360 miljoen die de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs in oktober 2020 voor ventilatie in schoolgebouwen ter beschikking heeft gesteld. In de vervolgregeling worden de ervaringen met de SUViS en de uitkomsten van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Onderwijshuisvesting meegenomen. De opgave die in het IBO Onderwijshuisvesting staat beschreven, waaronder de aanpak van de verouderde schoolgebouwen, vraagt voor de komende 30 jaar om een investering van € 730 miljoen per jaar. Voor deze bredere opgave zijn geen middelen opgenomen in de begroting. De minister moet nog een beleidsreactie geven op het IBO Onderwijshuisvesting. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is nog onduidelijk hoe de vervolgregeling op de SUViS er uit gaat zien en onder welke voorwaarden aanspraak gemaakt kan worden op de € 160 miljoen die beschikbaar komt. Het is wel duidelijk dat de omvang van de totale opgave voor onderwijshuisvesting vele malen groter is. Het IBO Onderwijshuisvesting onderstreept de noodzaak om de vernieuwing van de schoolgebouwen flink te versnellen.
In de rijksbegroting worden hiervoor geen middelen ter beschikking gesteld, waardoor gemeenten deze noodzakelijke versnelling niet kunnen realiseren. We blijven pleiten voor meer middelen voor onderwijshuisvesting.
Laaggeletterdheid Wat wil het kabinet? Er is aandacht voor laaggeletterdheid in de begrotingen van de ministeries van OCW en BZK. De specifieke uitkering via het ministerie van BZK voor volwasseneneducatie aan de samenwerkende WEB-contactgemeenten (Wet educatie beroepsonderwijs) wordt gecontinueerd. In 2022 komt deze uitkering op € 63,3 miljoen. De verdeelsleutel voor deze uitkering in de regio is vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WEB. Ook het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal (2020-2024) wordt gecontinueerd. Ter ondersteuning van de aanpak van laaggeletterdheid wordt in 2022 € 15,2 miljoen beschikbaar gesteld als bijdrage aan het landelijke programma ‘Tel mee met Taal’ dat de ministeries van OCW, SZW, VWS en BZK uitvoeren en financieren. Met het programma ‘Tel mee met Taal’ worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten verandert er in financiële zin niet zoveel. De WEB-middelen zijn gecontinueerd en het actieprogramma ‘Tel mee met taal’ loopt nog tot 2024. Wel komt er het komende jaar meer aandacht voor het monitoren van output en outcome en de uitbreiding van de scope van de aanpak van basisvaardigheden.
Het gaat hier niet alleen om lees- en schrijfvaardigheid, maar ook om digitale en rekenvaardigheid. Voor digitale inclusie is al wel aandacht, maar voor de aanpak van lage rekenvaardigheid zijn nog weinig activiteiten. Ook zal in 2022 het ontbreken van basisvaardigheden bij werknemers onderwerp van gesprek zijn met werkgevers- en werknemersorganisaties. Ongeveer de helft van de laaggeletterden werkt immers. Dit gebeurt eerst op landelijk niveau en daarna op regionaal en lokaal niveau. Hier is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid met de werkgevers.
Archiefwet Wat wil het kabinet? De Tweede Kamer behandelt naar verwachting in 2022 het wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995. Aansluitend wordt gewerkt aan het moderniseren van lagere regelgeving, zoals het Archiefbesluit en de Archiefregeling. Het Nationaal Archief en de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed worden versterkt, als onderdeel van de POK-maatregelen (Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29
Wat betekent dit voor de gemeenten? De nieuwe Archiefwet houdt een verplichting in om een gemeentearchivaris aan te wijzen en verkort de overbrengingstermijn voor te bewaren informatie naar 10 jaar. Het Archiefbesluit en de Archiefregeling stellen nadere eisen aan de concrete uitvoering van de Archiefwet, waaronder de nieuwe figuur van bewaren aan de bron. OCW stelt de VNG in staat om de gevolgen in uitvoeringstoetsen in beeld te brengen. Het Nationaal Archief bevordert kennisdeling via het overheidsbrede Kennisnetwerk Informatie en Archief (KIA).
30
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5 Infrastructuur en Waterstaat Onderhoud van wegen Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert € 3,6 miljard voor het onderhoud van wegen. Er wordt € 2,1 miljard uitgetrokken voor Rijkswaterstaat om te investeren in onderhoud, vervanging en renovatie. ProRail ontvangt tot 2025 jaarlijks € 1,5 miljard voor investeringen in beheer, onderhoud en vervanging van het spoor. Deze investeringen worden gedaan zodat (vracht)auto’s, schepen en treinen kunnen blijven doorrijden. De infrastructuur wordt nu immers veel intensiever gebruikt dan bij de aanleg op was gerekend. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet investeert in RWS en ProRail om werkzaamheden op beheer en onderhoud uit te voeren, maar in de begroting is geen uitspraak gedaan dat gemeenten ook meer geld in het gemeentefonds ontvangen om beheer en onderhoud van het onderliggende wegennet op peil te houden. Daarnaast zorgt de verhoogde uitgave van het rijk aan onderhoud ervoor dat minder geld over is voor een bijdrage aan nieuwe regionale of MIRT-investeringen via het Mobiliteitsfonds.
Stimuleren van nul emissie voertuigen Wat wil het kabinet? Het kabinet reserveert € 600 miljoen voor het stimuleren van nul emissie voertuigen. Deze middelen worden ingezet om gerichter de ingroei te stimuleren, door een versobering van de fiscale stimulering voor zakelijke rijders en een verruiming van de subsidiebudgetten voor particulieren met ongeveer € 60 miljoen en voor ondernemers met ongeveer € 28 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? De ondersteuning van de ingroei van nul emissie voertuigen is positief. Gemeenten ontvangen zelf geen extra middelen om de benodigde extra groei van laadinfrastructuur te faciliteren. Voor gemeenten betekent dit daarom een verzwaring van de taken door de verwachte aanvragen voor laadpalen.
Mobiliteit Wat wil het kabinet? Om een nieuwe sociale norm voor duurzame mobiliteit te creëren reserveert het kabinet € 24 miljoen extra voor gedrags- en communicatiemaatregelen. Dit zijn maatregelen zoals ‘het nieuwe rijden’ en ‘spreiden en mijden’. Het kabinet wil thuiswerken ook na de coronacrisis ondersteunen. Daarom kan de werkgever per dag € 2 belastingvrij aan de werknemer geven (zie hoofdstuk 8, SZW). Wat betekent dit voor gemeenten? De inzet op het bestendigen van thuiswerken en een verandering in mobiliteit is een mooi signaal. Door als werkgever thuiswerkenden een belastingvrije vergoeding te kunnen geven wordt een prikkel gegeven om vaker thuis te werken en minder (in de spits) naar het werk te reizen.
Duurzame mobiliteit Wat wil het kabinet? Hiervoor is door het rijk voor de periode 2021-2024 in totaal € 160 miljoen gereserveerd. Het programma Duurzame mobiliteit richt zich op maatregelen op het gebied van smart mobility, doelgroepgerichte gedragsaanpak, logistiek/hubs, minder hinder en maatregelen die het fietsgebruik stimuleren. Uitgangspunt in de programmatische aanpak is een harde eis van cofinanciering vanuit de regio’s. Er wordt tenminste een gelijkwaardige bijdrage verwacht. Daarnaast komt in 2022 een subsidie
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31
van € 20 miljoen voor schoon en emissieloos bouwmaterieel voor ondernemers. Verder zijn er geen middelen voor gemeenten om de uitvoeringslasten voor de implementatie van het Klimaatakkoord op mobiliteit te bekostigen. Wat betekent dit voor gemeenten? Investeringen in duurzame mobiliteit zijn belangrijk maar nog op een laag niveau. De harde eis van tenminste 50% cofinanciering is voor veel gemeenten in verband met hun financiële situatie lastig op te brengen waardoor de verduurzaming van mobiliteit naar verwachting een groot verschil aan snelheden gaat opleveren. De subsidie voor schoon en emissieloos bouwmaterieel kunnen ondernemers gebruiken die van de gemeente als aannemer voor nul emissie werktuigen aangevraagd worden. Uitvoeringslasten voor de implementatie van het Klimaatakkoord worden niet vergoed en daardoor kan de uitvoering van het Klimaatakkoord vertraging oplopen.
Verkeersveiligheid Wat wil het kabinet? Het rijk gaat ook in 2022 door met het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) en de verbetering van de verkeersveiligheid. De Investeringsimpuls Verkeersveiligheid loopt nog door met elk jaar € 50 miljoen. De eerste tranche (de regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021) is in 2020 verleend. In 2022 wordt nadere invulling gegeven aan een tweede tranche. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen ook volgend jaar een aanvraag doen voor de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Hierop kan al voorgesorteerd worden. De eisen en looptijd van de tweede tranche worden op dit moment nog verder uitgewerkt. Er zijn geen nieuwe middelen toegekend aan verkeersveiligheid en dat doet geen recht aan de ambitie het aantal verkeersslachtoffers en maatschappelijke schade fors terug te brengen.
Circulaire economie Wat wil het kabinet? De ambitie van het kabinet is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van primaire abiotische grondstoffen (zoals mineralen en metalen). In het rijksbrede Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie is de ambitie opgenomen per transitieagenda: biomassa en voedsel, bouw, consumptiegoederen, kunststoffen en maakindustrie. Voor het Uitvoeringsprogramma is op de IenW-begroting voor 2022 € 15 miljoen vrijgemaakt en voor 2023 en 2024 jaarlijks € 5 miljoen. In de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) heeft het PBL geadviseerd dat er meer duidelijkheid moet komen over de richting van de transitie. Hiertoe worden met betrokken partners de algemene doelen voor 2030 en 2050 uitgewerkt en geconcretiseerd. Het kabinet kondigt daarnaast een Circulaire Economie wet aan. Die wordt op dezelfde manier ingericht als de Klimaatwet. Wat betekent dit voor gemeenten? Wat de € 15 miljoen voor het onderwerp ‘Circulaire economie’ betekent voor gemeenten is niet duidelijk en lijkt onvoldoende om de gewenste transitie naar een circulaire economie daadwerkelijk te realiseren. Duidelijke (tussen)doelen, die handelingsperspectief bieden voor gemeenten, kunnen gemeenten helpen. Het beleid en de daarmee gepaard gaande uitvoering is vooralsnog afhankelijk van vrijwillige afspraken en convenanten.
De rekening wordt daarmee gelegd bij de inwoners die daardoor hogere lasten moeten opbrengen.
Deltafonds Wat wil het kabinet? Via het Deltafonds steekt IenW € 100 miljoen euro extra in maatregelen die de zoetwatervoorziening klimaatbestendig maken. De extra investeringen in het Deltafonds zijn gericht op vasthouden en benutten van het zoetwater dat we hebben, en moeten leiden tot een grotere beschikbaarheid in perioden van schaarste. In totaal is hiervoor nu € 250 miljoen beschikbaar. Het kabinet investeert wel ruim € 6,8 miljard extra in klimaatmaatregelen. Naast het tegengaan van klimaatverandering, vraagt 32
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
het veranderend klimaat ook om het klimaatbestendig inrichten van Nederland (klimaatadaptatie). Wat betekent dit voor gemeenten? Vasthouden van water is een begrijpelijke inzet na jaren met hele droge zomers. In de huidige begroting is geen financiële impuls opgenomen voor klimaatadaptatie, terwijl klimaatverandering een feit is. Om Nederland klimaatbestendig te maken, is daarom extra financiering voor klimaatadaptie noodzakelijk. Zoals opgeroepen in het Deltaprogramma 20227 is versterking van de regionale uitvoeringskracht hiervoor een belangrijke vereiste.
Milieu Wat wil het kabinet? Belangrijke onderwerpen zoals bodem en ondergrond komen zo goed als niet aan bod in de begroting. Het ministerie van IenW heeft bij het onderwerp ‘Bodem en Ondergrond’ een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. Wat betekent dit voor gemeenten? Met de intentie van het kabinet om gemeenten in staat te stellen de problematiek van bodemverontreiniging te beheersen wordt in potentie voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor bouwen van woningen (bodemverontreiniging is daarvoor een belemmerende en kostenverhogende factor) en voor het bieden van een leefomgeving die aan landelijke normen voldoet. Het rijk moet nog wel haar intentie in daadwerkelijke uitvoering waarmaken. Hiervoor is het nodig dat het rijk de middelen in overeenstemming brengt met de geambieerde bodemkwaliteit wat neerkomt op een verhoging van budgetten voor medeoverheden.
Cyberstrategie infrastructuur Wat wil het kabinet? Het ministerie van IenW heeft een deel van de zogenaamde VNAC-gelden (Verkenning Nationaal Actieprogramma Cybersecurity) gekregen om specifiek cybersecurity verder te ontwikkelen. Ze zijn verantwoordelijkheid voor de fysieke infrastructuur-, transport en logistiek- en watersector. De overkoepelende coördinatie voor de besteding van deze middelen ligt bij het ministerie van J&V. Het ministerie zet in 2022 deze middelen in voor de Versterking Nationale Aanpak Cybersecurity (VNAC) om de cyberbewustzijn en weerbaarheid binnen de maritieme sector te vergroten en planmatig vorm te geven. Daarnaast zet het kabinet in op het verder professionaliseren en borgen van het toezicht op cybersecurity. Het jaar 2022 staat in het teken van de implementatie van de nieuwe cybersecuritystrategie van IenW. Deze strategie biedt richting aan de inzet op het gebied van het versterken van de cyberweerbaarheid. Dit richt zich zowel op de interne IenW organisatie (Zbo’s en agentschappen) als (externe) vitale en niet-vitale aanbieders die onder de systeemverantwoordelijkheid van IenW vallen. De aandacht van het samenwerkingsprogramma ‘versterken cyberweerbaarheid in de watersector’ gaat in 2022 uit naar de implementatie van maatregelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Drinkwatervoorzieningen, waterlopen en hoofdnetwerken liggen in onze gemeenteruimte.
De gemeente is hiervoor niet direct verantwoordelijkheid, maar is wel aan zet wanneer een cyberincident deze voorzieningen raakt. Hiervoor is een goed beeld van maatschappelijk relevante digitale bedrijvigheid en vitale processen in en rond de gemeente noodzakelijk. Alleen samen werkt de nationale aanpak. Vanuit de verantwoordelijk voor digitale veiligheid pakt de gemeente de gevolgbestrijding van digitale crisis- en grote incidenten in de gemeente aan. Dit doen ze samen met de veiligheidsregio’s. Met de Agenda Digitale Veiligheid werken wij met de ministeries samen aan een landelijk beeld van die maatschappelijk relevante processen, zodat die aanpak op lokaal niveau nader uitgewerkt kan worden. 7
https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=80907b7b-3a0c-4d76-8169-3c79a5b89874&title=Nationaal%20 Deltaprogramma%202022.pdf
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
33
Vergunningverlening, toezicht en handhaving Wat wil het kabinet? In 2022 wordt verder gewerkt aan het programma ‘liever een goede buur’ om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en de aanpak van milieucriminaliteit te versterken door onder meer het verbeteren van het interbestuurlijk toezicht. In 2022 wordt opvolging gegeven aan het rapport van de Adviescommissie VTH en de kabinetsreactie op dit rapport dat in de tweede helft van 2021 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor een goede aanpak van milieucriminaliteit en het garanderen van een gezonde leefomgeving moet het VTH-stelsel worden versterkt. Dit moet wel gebeuren op een manier waardoor gemeenten beter en effectiever kunnen optreden. Belangrijke voorwaarden daarvoor zijn dat gemeenten en de regio’s goede data en kennis tot hun beschikking hebben en in staat zijn adequaat op te treden bij overtredingen. Daarvoor is extra budget nodig en een concreet actieplan. Een stelselwijziging en reorganisatie van gemeenten en omgevingsdiensten is ineffectief en past niet in de Omgevingswet.
Veilige, schone en gezonde leefomgeving Wat wil het kabinet? De leefomgeving kent op dit moment een basiskwaliteit volgens wettelijke milieunormen. Voor de verbetering van de gezondheid en veiligheid zijn echter verdere inspanningen nodig. Safe-by-Design speelt daarbij een belangrijke rol: het al in de ontwerpfase voorkomen van risico’s voor mens en milieu. IenW stimuleert dit en agendeert Safe-by-Design in OESO- en EU-verband. In 2022 wordt een oproep gepubliceerd in het kader van het NWO-onderzoeksprogramma voor de Nationale Wetenschapsagenda waarbij de focus ligt op het ontwikkelen van een praktijkgerichte Safe-by-Design aanpak. Het kabinet wil zo snel en verantwoord mogelijk alle asbestdaken verwijderd hebben op basis van vrijwilligheid. Ook in 2022 wordt invulling gegeven aan de samenwerkingsverklaring ‘Aanpak van asbestdaken’. De pakketaanpak voorziet in meer dan 40 niet-wettelijke maatregelen en activiteiten, waaronder een particulier fonds en instrumenten voor de zakelijke eigenaren van asbestdaken. Daarnaast wil het kabinet onderzoeken op welke manier het aantal deelnemers van de samenwerkingsverklaring Asbest kan worden vergroot. Wat betekent dit voor gemeenten? Digitale veiligheid en operationele veiligheid gaan hand in hand. Met het ministerie van IenW en het NCSC ontwikkelden we in 2021 de Security check procesautomatisering.
Hiermee is een eerste stap gezet om Safe-by-Design voor gemeenten hanteerbaar te maken. We sluiten aan bij relevante onderzoeksinitiatieven en coalities die zich richten op onderzoek zodat de Safe-by-Design aanpak goed aansluit op de baseline informatieveiligheid overheid en gemeentepraktijk. Het asbestdakverbod sneuvelde enkele jaren geleden in de Eerste Kamer. De subsidie om deze daken vrijwillig te verwijderen is uitgeput. Gemeenten kunnen nu op basis van vrijwilligheid initiatieven nemen of ondersteunen, om alle asbestdaken in hun gemeente gestimuleerd te doen afnemen. Mochten gemeenten überhaupt ruimte aan die taak kunnen geven (naast alle andere opgaven in het fysieke domein) dan zijn er ruim 13 gemeenten in Nederland die hun ervaringen kunnen delen met deze gemeenten. Gemeenten kunnen indien nodig hun (beperkte) handhavingscapaciteit inzetten bij specifieke gevallen (bij een duidelijk kapot en slecht asbest dak). Uiteraard moeten gemeenten bij het actief stimuleren van de verwijdering van alle asbestdaken in hun gemeente, een bredere afweging maken. Daarin moeten gemeenten soms pijnlijke keuzes maken. De uitvoeringscapaciteit van gemeenten sluit niet aan bij de grote ambities en transities die er in het fysieke domein spelen.
34
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) Wat wil het kabinet? Een belangrijk instrument om de doelstellingen van een circulaire en klimaatneutrale economie te realiseren is ook in 2022 Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Dat betekent dat het rijk samen met medeoverheden bij de inkoop van producten, diensten en werken stuurt op de inkoop van circulaire- en klimaatneutrale alternatieven. Met de uitvoering van het Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2021-2025 wordt de aanpak minder vrijblijvend. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komt een nieuw Manifest MVI, dat gemeenten kunnen ondertekenen. Het nieuwe manifest zal meer inspanningen vragen om MVI verder te brengen in de gemeentelijke organisatie dan het huidige manifest. Daarnaast zal het rijk in 2022 en de jaren erna diverse initiatieven ontplooien om MVI gemeengoed te laten worden binnen alle gemeenten en overige overheden, met welke initiatieven gemeenten hun voordeel kunnen doen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
35
6 Economische Zaken en Klimaat Algemeen economisch beeld Wat wil het kabinet? In de Macro Economische Verkenning 2022 is het CPB optimistisch over het economisch herstel. Naar verwachting is voor het eind van dit jaar de economie weer op het niveau van voor de coronacrisis. Het CPB gaat uit van een economische groei van 3,9% in 2021 en 3,5% in 2022. Met het van het slot gaan van de dienstensector en de afbouw van het steunbeleid herstelt de normale dynamiek van bedrijfsopheffingen en -oprichtingen zich. Hierdoor loopt de werkloosheid naar verwachting ietwat op van 3,4% in 2021 naar 3,5% in 2022. Uiteraard is deze raming met veel onzekerheid omgeven. Nieuwe uitbraken (van nieuwe virusvarianten) kunnen volgens het CPB alsnog roet in het eten gooien. In alle scenario’s adviseert het CPB om in te zetten op herstelbeleid en de economie zich te laten aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Waar steunbeleid gericht was op behoud van werkgelegenheid, dient herstelbeleid zich nu te richten op een duurzaam herstel en aanpassingsvermogen in het licht van de uitdagingen op de lange termijn. Ook bij positief verloop van ontwikkelingen rondom het coronavirus kunnen de economische gevolgen nog een tijd zichtbaar blijven.
Bijvoorbeeld omdat bedrijven tijd nodig hebben om te herstellen, omdat investeringen in mensen en kapitaalgoederen zijn uitgesteld, de internationale toeleverketen nog hinder ondervindt, of omdat de wereldwijde vraag naar goederen en diensten achterblijft. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten bevinden zich nog in de herstelfase. Ondanks het positief macro-economisch beeld kampen gemeenten nog met de effecten van de crisis. Een deel van die effecten wordt tot 1 oktober a.s. nog gedempt door de landelijke steunpakketten. Verwacht wordt dat die effecten zichtbaar worden in Q3 2022 en een sociaal-fysieke impact zullen hebben op binnensteden/kernen vanwege de getroffen sectoren die daar ondernemen. De werkloosheid is op dit moment ongekend laag. De keerzijde is wel dat ondernemers grote moeite hebben bij het vinden van voldoende arbeidskrachten. Het is op het gebied van de arbeidsmarkt niet gepast alleen maar tevreden te zijn. Gemeenten kunnen bij een ongewijzigd beleid een oplopend tekort aan voldoende geschikte arbeidskrachten verwachten. De match op de arbeidsmarkt moet structureel worden verbeterd zoals de commissie Borstlap adviseert. We constateren dat een toekomstbestendige arbeidsmarkt nodig is om uitvoering te kunnen geven aan de maatschappelijke opgaven en economische transitie mogelijk te maken.
Als gemeenten verwachten we bij ongewijzigd rijksbeleid een oplopend tekort aan geschikte arbeidskrachten. In het VNG white paper over menselijk kapitaal doen we voorstellen om de match op de arbeidsmarkt structureel te verbeteren. We sluiten daarbij aan bij adviezen van de commissie Borstlap en werken samen onderwijskoepels, werkgevers en sociale partners. Gemeenten kijken tegelijkertijd ook vooruit en delen met het rijk de ambitie voor het toekomstbestendig maken van onze economie en koppeling met brede welvaart en aanpak transities (klimaat, circulair, digitalisering en energie). Dit sluit aan op de actieagenda van de VNG Taskforce Economisch herstel en transitie en op de gezamenlijke inzet voor de kabinetsformatie ‘Krachtig groen herstel’ van de VNG, IPO en UvW.
36
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Terugkeer van steunpakketten naar gezonde economie Wat wil het kabinet? In een fase waarin beperkingen stapsgewijs worden afgeschaald en het maatschappelijk leven weer doorgang vindt, komt ook het moment dat de economie weer op eigen kracht kan gaan draaien. De economische rationale voor de steunpakketten is daardoor steeds kleiner geworden, zo laten de analyses van onder andere het Centraal Planbureau (CPB) zien. De terugkeer naar een gezonde economie, met een normale economische dynamiek, is van groot belang voor het verdienvermogen van Nederland. In sommige sectoren zijn grote tekorten aan personeel, terwijl de steun die voortkomt uit de pakketten ook mensen belemmert de overstap te maken naar plekken waar zij hard nodig zijn. Het grootste deel van de bedrijven lijkt daarmee uit het steunpakket ‘gegroeid’ te zijn. Het kabinet heeft daarom besloten met ingang van het vierde kwartaal van 2021 de generieke steunpakketten niet te verlengen. Steun die te lang wordt doorgezet, zal het potentieel van de Nederlandse economie op de langere termijn schaden. Tegelijkertijd beseft het kabinet dat de situatie voor sommige burgers en bedrijven de komende tijd alsnog moeilijk zal blijven. Om deze reden zal in het vierde kwartaal een aantal ondersteunende regelingen nog van kracht zijn om de dynamiek op de arbeidsmarkt te bevorderen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Wij maken ons zorgen over het effect op de lokale ondernemers in de zwaar getroffen sectoren bij het aflopen van de steunmaatregelen per 1 oktober a.s. Dit geldt ook voor de beperkingen die met de huidige maatregelen aan horeca in meest brede zin worden gesteld (00.00 uur sluiting) waardoor deze ondernemers maar ook non-profit organisaties in onze gemeenten (zoals sport- of welzijnsverenigingen) inkomsten mislopen.
Investeringen in winkelgebieden en binnensteden Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert de komende jaren € 100 miljoen in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Deze aanpak herstructurering van winkelgebieden in binnensteden en kernen start in de zomer van 2021. De uitgaven zullen verspreid over enkele jaren plaatsvinden. Wat betekent dit voor gemeenten? De gevolgen van de crisis zijn naar verwachting groot met bij ongewijzigd beleid meer leegstand in binnensteden. Aantrekkelijke binnensteden en kernen zijn van groot belang voor ons vestigingsklimaat, en voor de brede welvaart in de regio. Gemeenten willen met steun van het rijk het voortouw nemen in een aanpak om binnensteden en kernen aantrekkelijk te houden. De crisis heeft ondernemers in onze binnensteden en kernen hard geraakt. Gemeenten zijn volop aan de slag met actieprogramma’s en doen dat samen met ondernemers en bewoners. Het ontbreekt op veel plekken aan mankracht, geld of kennis. Ook zien we dat bovenlokale problemen niet zonder het rijk kunnen worden aangepakt. De € 100 miljoen voor de onrendabele top van herstructureringsprojecten is een eerste begin en kan zo’n 20 gemeenten op weg helpen. Dit bedrag moet worden uitgebreid om meer gemeenten te kunnen helpen.
Nationaal Groeifonds Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft voor het Nationaal Groeifonds (NGF) € 7,3 miljard opgenomen in de begroting voor 2022.De eerste tranche is afgelopen jaar al toegekend, de tweede is al vastgesteld. Dit najaar volgt nog de Instellingswet waarna de derde tranche kan worden vastgesteld. Onder het bredere publiek-private herstelplan vallen ook investeringen vanuit het Nationaal Groeifonds. Indien er een kwalitatief hoogwaardig voorstel wordt ingediend, wil het ministerie van EZK vanuit dit fonds projecten faciliteren in sleuteltechnologieën en groeimarkten als High Tech/ICT (halfgeleiders, fotonica, kwantum, Artificial Intelligence). Maar het departement gaat zich ook sterk maken voor het verder stimuleren van digitalisering binnen de industrie (Smart Industry). De minimale
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
37
projectomvang van € 30 miljoen betekent in veel gevallen dat samenwerking tussen gemeenten en veldpartijen vereist is om aanspraak te maken. Verder investeert het kabinet in kennisontwikkeling, R&D en innovatie en infrastructuur. In totaal gaat het om € 646 miljoen aan toekenningen en voorwaardelijke toekenningen. Hier wordt expliciet genoemd de investering in de toepassing van kunstmatige intelligentie om maatschappelijke problemen op te lossen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het NGF moet meer worden opengesteld voor publieke investeringen van gemeenten en regio’s waarmee de (duurzame) economie is gediend. Met de komende ‘Instellingswet’ moet dat mogelijk gemaakt worden. Gemeenten kunnen nu beperkt en in samenspraak met veldpartijen, investeringsprojecten aandragen die uit het fonds worden betaald. Plannen kunnen eventueel met de beleidsministeries verder worden uitgewerkt. De projecten moeten een meerwaarde voor Nederland hebben en mogen nog niet onder de scope van gemeentelijke investeringen vallen.
Klimaat en energie Wat wil het kabinet? Het kabinet investeert in totaal ruim € 6,8 miljard extra in klimaatmaatregelen, boven op het bestaande klimaatbeleid: • Het kabinet reserveert daarvan € 3 miljard voor de subsidie voor op het opwekken van duurzame energie (SDE++). Daarbij blijft het budget voor opwek op land maximaal 35 TWh. Het kabinet gaat niet in op de knelpunten rond de elektriciteitsinfrastructuur. • Er komt € 1,3 miljard beschikbaar voor nieuwe energie-infrastructuur die bedrijven in de industrie nodig hebben om waterstof en warmte aan- en af te voeren. Daarvan gaat ca € 400 miljoen naar het warmtetransportnetwerk Zuid-Holland (aansluiting van Leiden, Delft en Den Haag). Het kabinet stelt geen middelen beschikbaar voor financiering van andere warmtenetten (distributie en levering). • Het energiebelastingtarief voor gas wordt stapsgewijs verhoogd; het tarief voor elektriciteit wordt juist verlaagd. • In de rijksbegroting is € 20 miljoen opgenomen voor het continueren van de RES in 2022. In 2022 is voor de RES-regio’s weer eenzelfde budget beschikbaar om verder te werken aan de uitvoering van de RES 1.0 en het uitwerken van de RES 2.0. Daarnaast kunnen het Nationaal Programma RES (€ 5 miljoen), de Expertpool en de Participatiecoalitie de regio’s in 2022 blijven ondersteunen.
Het kabinet schuift veel noodzakelijk maatregelen om de 2030 doelen te halen door naar de formatie. Dat geldt o.a. voor het verder beprijzen van energie (op zo’n manier dat energiearmoede wordt vermeden), middelen om warmtenetten in de wijken te financieren en de noodzakelijke middelen voor de uitvoeringslasten. Dat geldt ook voor het uitstellen van een besluit over financiering van het NPRES. Wat betekent dit voor gemeenten? Het verder stimuleren van duurzame energie-opwek is gezien de hoge Europese opgave logisch. Maar ongericht subsidies verstrekken aan huiseigenaren zonder visie of regie van gemeenten in de wijkaanpak heeft het risico dat de ambitie van aardgasvrije wijken lastiger of duurder wordt om te realiseren. Het is zorgelijk dat er geen aandacht is in de voorstellen voor het overbelaste elektriciteitsnetwerk wat ook zonder verduurzaming al tegen de grenzen van de capaciteit. Het net kan bijna geen nieuwe duurzame elektriciteit meer aan. Dit kan de klimaatdoelstellingen frustreren.
Europese samenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan dat het 2022 een belangrijk jaar wordt voor Europese samenwerking. Een groot deel van de uitdagingen waar Nederland voor staat dienen namelijk opgepakt te worden in Europees verband, bijvoorbeeld de coronapandemie, de digitale transitie en klimaatverandering. Het volgend kabinet stelt een nationaal plan op voor de implementatie van het Europese Recovery and Resilience Facility. Dit is een Europees fonds waaruit Nederland € 5,6 miljard kan ontvangen voor herstel van de coronapandemie. Deze middelen kunnen worden ingezet voor investeringen in onder andere de regionale economie en groene en digitale transities.
38
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Daarnaast zet het kabinet zich in om de voorgestelde maatregelen binnen de Europese Green Deal op een kosteneffectieve manier vorm te geven. Komend jaar onderhandelt het kabinet over maatregelen die onder meer betrekking hebben op energie in gebouwde omgeving, energiebewust aanbesteden, elektrisch vervoer, circulaire economie en biodiversiteit. Met de Europese Green Deal dient in 2030 55% CO2-reductie (ten opzichte van 1990) gerealiseerd te zijn. Dit is een ophoging van het eerder vastgestelde 49% CO2-reductiedoel uit het Klimaatakkoord. Het kabinet heeft de ‘Studiegroep Invulling Klimaatopgave Green Deal’, onder leiding van Laura van Geest, gevraagd om de gevolgen van de Europese ophoging voor Nederland in kaart te brengen. Een volgend kabinet zal dit rapport gebruiken voor het vaststellen van vereiste aanvullende klimaatafspraken in Nederland. Wat betekent dit voor gemeenten? Opgaven rondom corona, digitalisering en klimaat beperken zich niet tot de landsgrenzen. Deze opgaven kennen hun uitwerking in gemeenten, al dan niet als gevolg van Europese wet- en regelgeving. Bij gemeenten komen alle transities op economisch herstel, digitalisering, wonen en klimaat bij elkaar. Veel investeringen uit het Recovery and Resilience Facility komen uiteindelijk in gemeenten en regio’s terecht. De ophoging van het CO2-reductiedoel vraagt van gemeenten mogelijk aanvullende inspanningen.
De mate van deze aanvullende inspanningen is afhankelijk van de uitkomsten van onderhandelingen in de EU en de nationale aanvullende klimaatafspraken. Conform de afspraken uit het Klimaatakkoord is het van belang dat deze aanvullende afspraken haalbaar/betaalbaar moeten zijn voor de samenleving, gemeenten de juiste bevoegdheden nodig hebben en dat gemeenten tegemoet worden gekomen in de uitvoeringslasten.
5G en Digitale Infrastructuur Wat wil het kabinet? Het kabinet wil toe naar een ‘digitale infrastructuur van wereldklasse’ en streeft naar een sterke internationale positie voor Nederland op het gebied van vaste en mobiele communicatienetwerken. Het beschikbaar komen van voldoende frequentieruimte is cruciaal voor een goede mobiele connectiviteit. In lijn daarmee wordt de veiling van de 3,5 GHz band voorbereid. Om de uitrol van verbeterde (vaste en mobiele) digitale infrastructuren zo soepel mogelijk te laten verlopen worden gemeenten ondersteund. Inmiddels is de grote meerderheid van de adressen in het buitengebied voorzien van snel internet en heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) denkrichtingen uitgewerkt om de uitrol van glasvezel in kernen goed te laten verlopen. In 2022 wordt de ingezette lijn doorgetrokken. De ondersteuning van gemeenten wordt verder verstevigd. Zo zal EZK in 2022 verder werken aan de transparantie en harmonisatie van lokaal beleid om een soepele uitrol te bevorderen. Wat betekent dit voor gemeenten? In 2022 moet de dekking van mobiele netwerken in 98% van de gemeenten 8 megabit zijn en krijgen bijna 1 miljoen huizen een glasvezel aansluiting. Verder zal de nieuwe Telecommunicatiewet in de Tweede Kamer behandeld worden.
Er wordt door rijk, gemeenten, sector en toezichthouders gewerkt aan voorbeelden voor antennebeleid en graafbeleid, legesverordeningen en standaardcontracten om de nieuwe wetgeving lokaal te implementeren en de regie op de uitrol van glasvezel en antennes te versterken.
Veiligheid en economie raken steeds meer verweven Wat wil het kabinet? De combinatie van snelle technologische ontwikkelingen en een veranderende geopolitieke omgeving kunnen leiden tot risico’s die mogelijk gevolgen hebben voor de economie en de nationale veiligheid, zoals cyberspionage, sabotage en ongewenste overnames en investeringen. Om dit tegen te gaan, werkt het ministerie van EZK momenteel aan een breed stelsel van investeringstoetsen (zoals reeds gebruikt in de gas- en elektriciteitssector en de telecomsector) om deze risico’s minimaliseren. Daarnaast heeft het kabinet besloten dit jaar een budget beschikbaar te stellen voor deelname van Nederland aan de IPCEI Micro-elektronica 2 (ME2) en de IPCEI Cloudinfrastructuur en services (CIS).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
39
Een Important Project of Common European Interest (IPCEI) is een grootschalig Europees consortium die is aangemerkt als strategisch belangrijk voor de Europese Unie, waarvoor de staatssteunregels worden verruimd. Het doel van de IPCEI ME2 is de Europese industrie toegang te garanderen tot moderne en duurzame micro/nano-elektronica, inclusief de benodigde software, door de huidige waardeketen verder te versterken en uit te bouwen. Het doel van de IPCEI CIS is om een nieuwe waardeketen van cloud-infrastructuur en diensten in Europa op te zetten, waarbij cyberveiligheid, interoperabiliteit en duurzaamheid belangrijke vereisten zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Dreigingen op het cyber- en informatiedomein houden zich niet aan geografische grenzen en raken ook de gemeentelijke overheid. Cyberaanvallen zijn ook gemeenten het doelwit. Preventief borgen van de toetsingskaders van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de internetveiligheid van de dienstverlening bij de inzet van technologie (hard- en software) in het gemeentelijk domein en de buitenruimte. Ook bij het verlenen van vergunningen voor bedrijvigheid en evenementen met een digitale component zullen deze toetsingskaders een plaats moeten gaan krijgen, om zo de risico’s te beperken voor de economie en de nationale veiligheid, zoals cyberspionage, sabotage.
Wanneer geopolitiek interessante bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt, is het van belang om het lokale risicobeeld op te maken vanuit het scenario dat deze bedrijvigheid door gerichte cyberdreiging digitaal ontregeld raakt. Deze digitale ontregeling kan tot maatschappelijke ontwrichting leiden. De gemeenten hebben een rol in preparatie op digitale incidenten en crisisbeheersing en gevolgenafhandeling wanneer dit zich in het fysieke domein manifesteert. Wij ondersteunen de gemeenten hierop vanuit de Agenda Digitale Veiligheid (zie ook begroting ministerie JenV).
Inhuur externen is duur Wat wil het kabinet? Voor 2022 investeert het kabinet € 40 miljoen voor omscholingstrajecten naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek. Voor het totale subsidiebedrag kunnen naar verwachting bijna 20.000 mensen worden opgeleid om te voldoen aan de eisen aan kennis en vaardigheden die de markt stelt. Werkgevers kunnen via deze regeling 50% van de kosten vergoed krijgen die naar verwachting gemiddeld per omscholing € 7.500 bedragen. Het ministerie heeft voor het regelen van de eigen ICT ook te maken met de algehele krapte op de markt voor ICT-personeel. Door snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en daardoor snel wisselende expertises is het vaak niet mogelijk en zinvol zelf alle kennis in huis hebben. Het personeel is bovendien duur. Wat betekent dit voor gemeenten? De capaciteit in ons land op OOV, voor ICT en met name voor informatiebeveiliging is schaars en het is lastig om geschikte mensen te werven. Ook gemeenten hebben daar last van op het terrein van onderzoek, beleid en realisatie. Door de beschikbare capaciteit met andere overheden te delen, stimuleren we kennisdeling en –vermeerdering en het uitruilen van best practices. Voor veel beleidsvragen is nog fundamenteel onderzoek noodzakelijk.