CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

GRJR ontwerp-begroting 2025, ontwerp-begrotingswijziging 2024, voorlopige jaarstukken 2023 em kadernota 2025

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Antwoordbrief met zienswijze op de ontwerpbegrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond29.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke processen De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de GRJR berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris/directeur aangesteld. De secretaris/directeur coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en gemeenten: - Individuele gemeenten geven – op verwijzing van wettelijke verwijzers beschikkingen op grond van de Jeugdwet en bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde

-

-

aanbieder. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Deze sturing kent beperkingen, doordat er ook andere wettelijke verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties behoort tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties.

In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording te kunnen bewerkstellingen is de GRJR in 2024 gestart met een onderzoek naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen.

Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en

ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijft het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT kosten Accountants- en bankkosten Werk en onderzoek Projectbudget inkoop en implementatie Totaal

Lasten 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 6.393.651

3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De benodigde beheersingsmaatregelen liggen vast in een Kader interne beheersing. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocol en

een toetsingskader. Het toetsingskader geactualiseerd door het AB.

rechtmatigheid

wordt

jaarlijks

Administratieve afhankelijkheid van gemeentelijke backoffices De GRJR is daarnaast afhankelijk van interne beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. Hierdoor is er een aantal moeilijk te mitigeren risico’s. In 2024 voert de GRJR samen met deelnemende gemeenten onderzoek uit naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd. Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 13 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd.

Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. Het eerder genoemde Kader interne beheersing gaat hier uitgebreid op in.

3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft

de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.

Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2025

Verschil

BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten

372.873.106 0 372.873.106

409.194.151 0 409.194.151

36.321.044 0 36.321.044

Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten

30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106

31.331.211 100.863.624 11.758.453 15.411.112 71.605.137 2.088.922 40.532.743 19.220.376 17.994.172 3.318.195 42.165.266 70.557.870 9.416.682 53.726.153 40.617.249 10.132.615 2.976.289 23.052.185 31.153.630 1.117.322 27.218.895 819.763 1.997.650 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 409.194.151

1.321.302 6.679.492 1.190.353 1.520.521 3.784.982 183.635 8.173.569 3.875.442 3.635.225 662.902 8.111.475 5.377.529 511.510 2.918.383 2.206.313 550.400 161.671 1.252.185 1.688.711 60.692 1.474.978 44.529 108.512 286.888 51 236.310 9.208 10.664 18.531 12.124 36.321.044

0

-

0-

LASTEN A B B1 B2 B3 B4 C C1 C2 C3 D E F G G.1 G.2 G.3 H I I.1 I.3 I.4 I.5 J J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 z

SALDO

In de Kadernota 2025 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2025. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2025 afgezet tegen 2024.

4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten.

Mutatieoverzicht van begroting 2024 naar begroting 2025 Gewijzigde begroting 2024 A Herverdeel effect organisatiekosten door MVS B Trend 2025 C Indexatie 2025 D Aanpassingen gemeenten D' Aanpassingen kostenbeheersingsmaatregelen Begroting 2025

Mutaties +

Mutaties - Begroting (lasten) 372.873.106 0 0 0 22.698.383 22.698.383 18.579.993 18.579.993 1.138.193 -1.138.193 3.819.139 -3.819.139 409.194.151

Toelichting De begroting is opgesteld volgens de uitgangspunten van de Kadernota 2025 zoals door het AB vastgesteld in december 2023. A. In de jaren 2023 en 2024 droegen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam een extra bedrag bij aan de organisatiekosten. Vanaf 2025 komt deze bijdrage te vervallen en worden de organisatiekosten op de vastgestelde wijze over de gemeenten verdeeld. B. Het effect van het verwerken van de trend zoals opgenomen in de kadernota 2025 is € 22,7 mln. C. Het indiceren van de kosten leidt tot hogere lasten van € 18,6 mln. Hiervoor worden de gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd. D. De ambitie uit het kostenmaatregelenpakket is deels door kostenbesparingen ingevuld. Waar de trend voor een gemeente aantoonbaar afwijkt is hierop gecorrigeerd (D). Daarnaast is het verwachte effect van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing verwerkt omdat de maatregelen die daarin in zijn opgenomen in 2024 en 2025 worden uitgewerkt en uitgevoerd en daarom naar verwachting in 2025 al een beperkt effect zullen hebben (D’).

4.1.2 Toelichting op de baten Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten Waarbij de volgende systematiek gebruikt wordt: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, twee maandelijkse rapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data) - Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking).

Deze kaders voor het financieel beleid en beheer zijn door het AB in april 2022 vastgesteld. Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de jaareindeverwachting per budget per gemeente uit de 2e bestuursrapportage van 2023, getoetst aan de cijfers van de voorlopige jaarrekening, en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten). Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering is bepaald op basis van de verleende subsidies 2024. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1).

- De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt €1,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. De afgelopen jaren is de jaarrekening hoger geweest dan de begroting. Doordat deze nabetaling van de gemeenten pas na de zomer is, komen we zonder aanpassing aan het begin van het jaar geld tekort om

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14156214/1