GRJR ontwerp-begroting 2025, ontwerp-begrotingswijziging 2024, voorlopige jaarstukken 2023 em kadernota 2025
Tekst van het document
Aan:
De raden van de deelnemende gemeenten van de GRJR
Van: Datum: Onderwerp:
Dagelijks Bestuur GRJR 5 april 2024 Aanbieding P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze
Bijlagen:
1. Ontwerp-Begroting 2025 2. Ontwerp-Begrotingswijziging 2024 3. Voorlopige Jaarstukken 2023 4. Overzicht reacties raden op Kadernota 2025, met antwoord
Geachte raad, Voor u liggen de Ontwerp-Begroting 2025, de eerste Ontwerp-Begrotingswijziging 2024 en de Voorlopige Jaarstukken 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). In deze aanbiedingsbrief geven wij een beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in de GRJR die in deze stukken zijn uitgewerkt. Context: de rol van de GRJR in relatie tot de deelnemende gemeenten De gemeenten in de regio Rijnmond willen tijdig passende hulp bieden aan jeugdigen die dat nodig hebben om gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid. Voor dit belangrijke maatschappelijke doel werken de gemeenten samen in de GRJR om te zorgen voor voldoende beschikbaar aanbod van specialistische jeugdhulp. Dit aanbod moet aansluiten op de vraag (de noodzaak om hulp in te zetten) en op de ‘lokale infrastructuur’ waarmee uw gemeente zorgdraagt voor gezinnen en jeugdigen. De GRJR zorgt voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp in te kopen en subsidiëren, opgevolgd met contract- en accountmanagement. De beschikbare hulp wordt vervolgens door deelnemende gemeenten, vaak op aangeven van wettelijke verwijzers, ingezet naargelang de gemeente dat voor haar jeugdigen nodig acht. De kosten die voorvloeien uit deze gemeentelijke toewijzingen van hulp worden in nauwe samenwerking met de gemeenten door de GRJR begroot en verantwoord.
Ontwikkelingen in de Jeugdhulp Rijnmond Bij de inzet van specialistische jeugdhulp zien we, net als in het hele land, een doorgaande kostenstijging. Die komt zowel in bijgaande voorlopige jaarstukken als begrotingsvoorstellen tot uiting. Deze ontwikkeling is in de Kadernota 2025 van de GRJR toegelicht en vertaald naar uitgangspunten voor de begroting van de GRJR. Het belangrijkste begrotingsuitgangspunt betreft het zo realistisch mogelijk begroten. Een te rooskleurige begroting leidt alleen maar tot tegenvallers, omdat de uitgaven vanuit de verantwoordelijkheden in de Jeugdwet nu eenmaal niet zomaar te voorkomen zijn door lagere budgetten te begroten. Van een te rooskleurige begroting was voor begroting 2023 sprake, zoals blijkt uit de Voorlopige Jaarstukken 2023. Een aanzienlijk deel van de overschrijding is gevolg van onderschattingen, ondanks serieuze afstemming hierover met de gemeenten. Dit is weer te verklaren uit de bijzonder moeilijke Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl
1
voorspelbaarheid van ontwikkelingen en effecten van veranderingen in het stelsel, zoals bijvoorbeeld de afbouw van de gesloten jeugdzorg. Zowel de kostenstijging zelf als de onvoorspelbaarheid ervan is een landelijk erkend probleem, waarvoor de landelijke Hervormingsagenda Jeugd ook een aantal lange termijn maatregelen bevat. Regionale Bestuursopdracht kostenbeheersing en Hervormingsagenda De doorgaande kostenontwikkeling leidt ondertussen tot onhoudbaar grote druk op de gemeentefinanciën. Eind 2023 zijn wij daarom gestart met de voorbereiding van een Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing. Over de vaststelling hierin in februari jl. hebben wij u in maart jl. met een separate brief geïnformeerd. De voorgenomen maatregelen richten zich met name op verscherpte toepassing van bestaande kaders en contractafspraken met de zorgaanbieders om daarmee onnodig dure of doorlopende inzet van jeugdhulp te beperken. De financiële effecten hiervan zijn voor 2024 en 2025 nog beperkt, maar moeten vanaf 2028 leiden tot een structurele besparing van circa € 32 miljoen. Als regio doen we al het mogelijke voor kostenbeheersing, maar dit is onvoldoende om de financiële druk tegen te gaan. De haalbaarheid van de besparingen in de Hervormingsagenda achten wij ongeloofwaardig.
Vanuit de regio Rijnmond zullen wij daarom ook stevige signalen geven aan de rijksoverheid dat er meer rijksmiddelen beschikbaar moeten komen. Voorlopige jaarstukken 2023 De voorlopige jaarstukken vertonen een aanzienlijk tekort ten opzichte van de gewijzigde begroting. De verschillen per gemeente en per jeugdhulpopdracht zijn in de jaarstukken uitgesplitst. De jaarstukken zijn nog voorlopig, omdat de definitieve productiecijfers (met accountantsverklaringen) van onze zorgaanbieders en subsidieontvangers pas per 1 april beschikbaar komen. Ook de gemeentelijke data over inzet/toewijzing van hulp worden nog gecompleteerd. Hierdoor kan het definitieve rekeningresultaat nog afwijken. De jaarstukken worden op 12 juli 2024 na controle door onze accountant definitief vastgesteld door het algemeen bestuur van de GRJR. Ontwerp-Begroting 2025 en Ontwerp-Begrotingswijziging 2024 Wij hebben de begrotingsstukken opgesteld vanuit de uitgangspunten in de Kadernota 2025 van de GRJR. In december jl. zonden wij u deze nota ter kennisname toe en boden wij u gelegenheid hierop uw reactie te geven. Uit de ontvangen reacties concluderen wij begrip en steun voor de voorgestelde lijn. Wij lichten hieronder kort toe hoe wij hieraan in de voorliggende begrotingsstukken uitwerking geven.
Zo realistisch mogelijk begroten: de meeste raden drongen in eerdere zienswijzen bij herhaling aan op meer realistisch begroten om tegenvallers achteraf te beperken. In de begrotingen 2023 en 2024 trekken we de ramingen op naar het uitgavenniveau 2022 maar hielden nog geen rekening met verdere trendmatige groei. We wezen in onze aanbiedingsbrief van april vorig jaar overigens op het risico van deze keus. Uit de ontwikkeling in 2023 trekken we als lering dat deze trendmatige groei wel moet worden begroot. De inschatting van deze trend sluit uiteraard het risico op forsere uitgavengroei niet uit. Daarnaast is voor de begrotingsvoorstellen als vertrekpunt gekozen voor de voorlopige jaarcijfers 2023, in plaats van het op dit moment meest recente bestuurlijke document (de 2 e bestuursrapportage 2023). Omdat de voorlopige jaarcijfers hogere uitgaven laten zien bevordert deze keus het realiteitsgehalte van de begrotingsvoorstellen. 2
Indexatie: Het benodigd hulpaanbod kan alleen worden gegarandeerd als rekening wordt gehouden met loon- en prijsontwikkeling. Een groot deel van de kostenstijging voor 2024 en 2025 komt niet door toenemend zorggebruik, maar is direct gevolg van noodzakelijke indexatie om dezelfde hoeveelheid zorg te kunnen laten leveren op prijspeil 2024 respectievelijk 2025. Gemeenten worden financieel gecompenseerd voor dekking van de kosten van indexatie. Kostenbeheersingsmaatregelen en Hervormingsagenda: Er zijn ombuigingsmaatregelen nodig om de uitgaven te beperken en het jeugdhulpstelsel houdbaar te maken. Het effect van de Regionale Bestuursopdracht kostenbeheersing voor 2024 en 2025 is nog beperkt. Zoals verschillende raden in hun reactie op de Kadernota aangeven staat immers voorop dat noodzakelijke zorg wel geleverd moet worden. Bij de begrotingsvoorstellen is nadrukkelijk niet gekozen voor het lager opvoeren van uitgaven om daarmee ‘op papier’ het gat te dichten met de middelen die gemeenten van het rijk ontvangen. Het zichtbaar houden van dit dekkingstekort is van belang in het kader van de landelijke afspraken over de Hervormingsagenda, die immers ook impliceren dat het rijk de rijksbijdragen alsnog moeten verhogen als dat nodig blijkt.
Tot slot Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen stellen wij u nu twaalf weken in de gelegenheid om uw zienswijze te geven op deze begrotingsstukken. Graag ontvangen wij uw zienswijzen uiterlijk 28 juni 2023. Indien gewenst komen onze secretaris/directeur en controller een toelichting geven op de stukken. Wij zullen op 13 september 2023 de begroting 2024 en begrotingswijziging 2023 definitief vaststellen, rekening houdend met uw inbreng. Uw zienswijze kunt u per post en per mail indienen via: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond T.a.v. mevrouw G. Doornweerd Postbus 70014 3000 KS Rotterdam info@jeugdhulprijnmond.nl Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur van de GRJR,
S. Hammer Secretaris
R. Buijt Voorzitter
3
Voorlopige JAARSTUKKEN 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 5 april 2024
INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER............................................................................ 3 2. FINANCIEEL OVERZICHT ......................................................................................... 5 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................ 8 2.1 Context ...............................................................................................8 2.2 Resultaten 2023 .................................................................................9 2.3 Resultaten per opdracht ................................................................... 17 3. PARAGRAFEN ...................................................................................................... 34 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 35 3.2 Bedrijfsvoering .................................................................................. 38 3.3 Financiering ...................................................................................... 41 4. JAARREKENING ................................................................................................... 44 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 44 4.2 Toelichting op baten en lasten ..........................................................
45 4.3 Balans .............................................................................................. 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 50 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 56 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 57 5. BESLUITEN .......................................................................................................... 59 5.1 Rechtmatigheidsverantwoording ...................................................... 59 5.2 Vaststellingsbesluit ........................................................................... 60 BIJLAGE A: VOORLOPIGE REALISATIE OP GEMEENTENIVEAU ................................... 61 BIJLAGE B: SISA-VERANTWOORDING....................................................................... 62 BIJLAGE C: INFORMATIE VOOR DERDEN (IV3) .......................................................... 63
2
1. Samenvatting en leeswijzer In voorliggende Jaarstukken 2023 verantwoordt de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) het gevoerde, door gemeenten vastgestelde, beleid en het financieel beheer over het jaar 2023, zodat bestuur en gemeenteraden hun controlerende taak kunnen vervullen. Samenvatting a. Het hoofddoel van de GRJR is voldoende bereikt. o In 2023 zorgden de gemeenten in Rijnmond door samenwerking in de GRJR dat voldoende (regionale) specialistische jeugdhulp en bescherming door jeugdbescherming en veilig thuis beschikbaar was voor jeugdigen van alle 13 gemeenten. o Er zijn meer dan 11.000 jeugdigen en hun gezin in 10 van deze gemeenten geholpen met specialistische jeugdhulp. De jaarrekening gaat niet over de jeugdhulp voor jeugdigen van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. b. Dit is niet binnen de randvoorwaarden gelukt. o Met de inzet van deze hulp bleven de gemeenten individueel en gezamenlijk niet binnen de financiële randvoorwaarden (de GRJR-begroting 2023). De voorlopige realisatie 2023 is € 330,7mln. (vergelijk realisatie 2022 € 311,9 mln.) en overschrijdt daarmee de begroting 2023 (€ 278,6 mln.) zeer fors. Hiervoor was in de risicoparagraaf en de bestuursrapportages al gewaarschuwd. Deze overschrijding kan in de definitieve jaarrekening nog tot € 3 mln meevallen of tot € 2 mln tegenvallen.
o De kostenstijging is al sinds de decentralisatie in 2015 gaande. In de begroting 2023 rekenden we op basis van de inzichten van dat moment op fors lagere kosten. Maar de praktijk leert dat voorgenomen kostenbesparende maatregelen onvoldoende effectief konden worden doorgevoerd en dat stevige aanvullende maatregelen nodig zijn. c.
Er zijn stappen in gang gezet voor verdere kostenbeheersing en transformatie van de jeugdhulp. o Dat de kosten stijgen en ingrijpende maatregelen nodig zijn is in lijn met de Hervormingsagenda-discussie. De Hervormingsagenda Jeugd bevat langere termijn maatregelen, maar leidt ook tot de conclusie dat onvermijdelijke tekorten bij gemeenten niet door het Rijk worden gecompenseerd. De GRJR brengt dit punt consequent ter tafel bij de VNG. o Om het tij te keren startte de GRJR eind 2023, met gemeenten en aanbieders, een grootschalig kostenbeheersingsprogramma (zie Kadernota 2025). Dit programma levert nog onvoldoende op. Verdergaande maatregelen zijn nodig. o Daarnaast zijn maatregelen nodig buiten het specialistische jeugdhulp domein.
3
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag en de jaarrekening. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag, met in hoofdstuk 2 de resultaten per onderdeel van de jeugdhulp en in hoofdstuk 3 de in het BBV voorgeschreven paragrafen (voor zover van toepassing) met inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening, met financieel inzicht in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting), de financiële positie (Balans met toelichting) en enkele verplichte overzichten.
4
2. Financieel overzicht Het financiële beeld is als volgt.
Het tekort in de rekening bedraagt € 50,1 mln. Voor ruim € 47,2 mln. is dit tekort in de exploitatie 2023; hiervan was ca. €36 mln al voorzien in de tweede bestuursrapportage 2023. Van het exploitatietekort is een deel nog onzeker vanwege € 18 mln aan voorlopige productieopgaven van aanbieders waarvoor op dit moment nog controlegegevens van gemeenten ontbreken. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is deze productie al wel meegenomen in de jaarrekening. Het definitieve tekort kan hierdoor nog variëren van naar schatting € 3 mln lager tot € 2 mln hoger. Verder zijn er voor € 4,8 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. De toelichting hierop is opgenomen bij paragraaf 4.2 Toelichting op baten en lasten. Hierop kan in de definitieve jaarrekening nog een meevaller komen van ca € 1,5 mln. Toelichting op de uitgavenontwikkeling Het verloop van de planning en control stukken over 2023 was als volgt: • De begroting 2023 is opgesteld in eerste kwartaal 2022, met nog beperkte kennis over realisatie 2021 en 2022, met inkoopinformatie uit 2021 voor nieuwe contracten per 1 januari 2023, nog te bepalen effecten van splitsing tussen inkoop MVS en overige 10 gemeenten en van de vlaktaksafschaffing.
We streefden naar een zo realistisch mogelijke begroting, waarvoor veel aannames gemaakt moesten worden per gemeente in nauw overleg; • Bij de 1e bestuursrapportage 2023 (mei/juli) was al duidelijk dat de oorspronkelijke begroting van € 242 mln. veel te laag was. De in samenspraak met gemeenten gedane aannames bleken niet te kloppen. Zoals de aanname dat lokale inkoop van delen van daghulp en ambulante hulp direct zou leiden tot lagere regionale kosten; • Vanwege deze signalen is een begrotingswijziging 2023 gedaan (ontwerp april, definitief september). Daarbij is aangegeven dat de kostenontwikkeling moeilijk in te schatten was. De eerdere aannames klopten niet, maar wat dan wel juiste aannames zijn was lastig te bepalen. Ook dat deden we per gemeente in onderling overleg, waarbij sommige gemeenten nog steeds een gunstige verwachting aangaven; Een goede schatting was moeilijk, enerzijds onzekerheid over inzet van jeugdhulp in de resterende maanden, en anderzijds achterstanden in de gemeentelijke administraties voor zorgtoewijzingen en bij aanbieders. Deze achterstanden zijn door de te beperkte informatiepositie van de GRJR en de decentraal ingerichte administraties niet goed te bepalen;
5
•
Verdere overschrijding was dan ook niet uit te sluiten en bleek al direct in de 2e bestuursrapportage 2023 (sept/okt). Van de nu geconstateerde € 50 mln. overschrijding zagen we in de 2e bestuursrapportage € 35 mln. aankomen. Daarbovenop is de voorlopige inschatting dat voor € 15 tot € 20 mln. zorg voor kinderen is geleverd waarvoor de toewijzingen, af te geven door gemeenten, nog moeten komen. Hiervan is € 18 mln. meegenomen in deze voorlopige jaarrekening. Het juiste bedrag wordt in de komende tijd ten behoeve van de definitieve jaarrekening uitgezocht.
Conclusie Uit deze voorlopige jaarcijfers blijkt dat: • De grote tegenvaller komt door te gunstige begrotingsaannames in combinatie met doorgaande stijging van kosten van jeugdhulpgebruik; • De GRJR-informatievoorziening tot betere tussentijdse signalering leidt, maar de informatiepositie nog onvoldoende is om verrassingen uit te sluiten; • De uitgavenontwikkeling zelf – die afhangt van werkelijke inzet van hulp in samenspraak tussen GI’s, gemeenten en aanbieders – niet in control is. Hoe verder Bij de opstelling van de definitieve jaarstukken 2023 (AB juli) maken we gebruik van de formele productieverantwoordingen met accountantsverklaringen van aanbieders. We zullen niet meer kosten honoreren en in de jaarrekening meenemen dan in de productie is verantwoord, en die productie alleen betalen voor zover er toewijzingen van gemeenten zijn afgegeven. Hiermee zijn GRJR en aanbieders afhankelijk van gemeenten voor het bijwerken van de toewijzingen. De informatievoorziening van de GRJR is de afgelopen jaren al sterk verbeterd, waardoor we in de bestuursrapportages de tegenvallers konden zien aankomen. De informatiepositie is echter nog onvoldoende om volledig te kunnen informeren. De moeite om de informatie tijdig volledig te hebben was in 2023 aanleiding voor een onderzoek naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken.
In de loop van 2024 worden hierover besluiten genomen. De kostenstijgingen zijn niet houdbaar. Daarom is naar aanleiding van de tweede bestuursrapportage een maatregelenpakket voor de kostenbeheersing uitgewerkt. Dit pakket is in het AB van februari 2024 vastgesteld. De bijdragen van de gemeenten zullen worden opgehoogd op basis van de realisatie 2023 per gemeente versus de inleg 2023. Hierbij zijn de kosten waar mogelijk aan gemeenten toegerekend op basis van afname door de betreffende gemeente. Na deze ophoging sluit de voorlopige jaarrekening 2023 op € 0. De voorlopige bedragen voor de extra inleg zijn opgenomen in paragraaf 4.5 Toelichting op de balans. Deze bedragen worden pas vastgesteld en in rekening gebracht bij de definitieve vaststelling van de jaarrekening in juli. 6
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
7
2. Programmaverantwoording 2.1 Context 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en uitgaven worden bepaald door beleid en uitvoering van de gemeenten. De GRJR zorgt, met contracten voor specialistische jeugdhulp en subsidies voor jeugdbeschermings-, jeugdreclasserings- en veilig thuis-taken, dat lokale beleidsambities kunnen worden gerealiseerd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Dit kader komt erop neer dat gemeenten zorgen voor een sterke lokale infrastructuur waarop regionaal aanbod moet aansluiten. De GRJR heeft deze visie vertaald naar een inkoopstrategie voor nieuwe jeugdhulpcontracten per 1 januari 2023.
Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en lokaal ingekocht. Dit betreft delen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en alle jeugdhulp voor gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Naast de opdracht om jeugdhulp te realiseren zijn ook contractuele afspraken met aanbieders gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopdrachten. 2.1.2 Actuele begroting 2023 In april 2022 legde het bestuur van de GRJR de ontwerpbegroting 2023 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor. In juli 2022 stelde het bestuur de begroting 2023 vast. In april 2023 legde het bestuur een begrotingswijziging voor zienswijzen voor (wettelijk aangepaste termijn van dertien weken). In september 2023 stelde het bestuur de begrotingswijzing vast. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
8
Overzicht van Begroting 23 naar Begrotingswijziging 23
A. B. C. D. E. F. G.
H. I. J.
Begroting 2023 Realistisch begroten Maatwerk pleegzorg Pleegzorgvergoeding Diverse verschuivingen binnen de begroting Indexatie Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau effect inkoop 2023 Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E totaal mutaties april 2023 Begroting 2023 versie april 2023 Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E Aanpassing budget GI's totaal mutaties september 2023 Begroting 2023 versie september 2023
Mutaties +
Mutaties -
12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695
33.411.074
625.271 1.812.402 2.437.673 9.911.256
17.655.369 17.655.369
2.500.000 12.411.256
Begroting (lasten) 242.409.928 12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695 -625.271 -1.812.402 30.973.401 273.383.328 -9.911.256 17.655.369 -2.500.000 5.244.113 278.627.441
De begroting 2023 had om omvang van € 242,4 mln. Dit is € 69,5 mln. lager dan de jaarrekening 2022 (waarvan € 47,4 mln. omdat MVS zelf jeugdhulp inkoopt). Door de begrotingswijziging steeg de begroting met € 30,9 mln. tot € 278,6 mln. 2.1.3 Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.
2.2 Resultaten 2023 2.2.1 Hoofddoel voldoende bereikt: jeugdigen helpen De inhoudelijke boodschap van deze jaarstukken is, dat we als samenwerkende gemeenten in 2023 er weer in zijn geslaagd om onze jeugdigen hulp te geven waar die nodig was. Rond de 11.1001 jeugdigen ontvingen in 2023 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8.000 van hen kregen een vorm van ambulante hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1.100 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 1.750 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuis wonen niet mogelijk was. Meer dan 800 kinderen hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 350 jeugdigen verblijven in langdurige vormen van verblijfshulp zoals gezinshuizen of beschermd wonen. Naast deze cijfers kregen meer dan 650 jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist op een buitenregionale plek. In 2023 implementeerde de GRJR nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp met systeemaanbieders, prestatieaanbieders en flexaanbieders, en werkte de GRJR met de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering volop aan verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Het jaar stond in het teken van afronding 1
Dit betreft vaak een unieke vorm van jeugdhulp maar soms ook een combinatie, van bijvoorbeeld pleeghulp en ambulante hulp. Dit aantal kan in de definitieve jaarrekening nog worden bijgesteld omdat er toewijzingen met terugwerkende kracht worden afgegeven.
9
van de oude contracten, in de praktijk inregelen van de nieuwe contracten, aanpakken van zeer ernstige knelpunten in de gesloten jeugdhulp en de jeugdbescherming en starten met ontwikkelopdrachten om de hulp passender, tijdiger en nabijer te maken. 2.2.2 Niet binnen financiële randvoorwaarden gelukt Zoals de Hervormingsagenda laat zien staat er grote financiële druk op de jeugdhulp. Er is al jaren sprake van forse kostenstijging. Dat blijkt ook weer uit deze jaarrekening. Oorzaken van de overschrijdingen Samen met de gemeenten heeft de GRJR met de kennis in het voorjaar 2022 de uitgaven 2023 zo realistisch mogelijk ingeschat. Halverwege 2023 heeft de GRJR de ramingen bijgesteld, rekening houdend met de verwachting van sommige gemeenten dat beoogde kostenbeperkende effecten nog wel zouden optreden.
In de tweede helft van het jaar bleken ook deze verwachtingen nog te rooskleurig: • De woonplaatsbeginsel-aanpassing werkt sterker door dan verwacht; • De verschuiving naar lokaal van delen van daghulp en ambulante hulp blijft achter; • Inzet van pleeghulp in plaats van duurdere residentiële hulp wil maar niet groeien; • Snellere uitstroom uit specialistische jeugdhulp (bijvoorbeeld uit daghulp naar onderwijs, uit gezinshuizen naar zelfstandig wonen, etc.) wil maar niet vlotten; • Het binnen acceptabele wachttijden blijven, waar in 2021 en 2022 incidenteel veel in is geïnvesteerd, lijkt structureel meer inzet te vereisen; • Inspanningen om dure zorg beter en goedkoper te maken (afbouw van gesloten jeugdhulp en inzet van alternatieven) pakken vooralsnog financieel niet gunstig uit. Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 was niet alleen regionaal, maar ook landelijk een turbulent jaar voor de jeugdhulp. De landelijke discussie over de Hervormingsagenda werd na een langslepend geschil voorlopig beklonken. Er zijn nu afspraken over fundamentele verbetering van jeugdzorg. Helaas voor gemeenten heeft de rijksoverheid niet ingestemd met het ophogen van de algemene uitkering aan gemeenten om de grote stijgingen van de jeugdhulpuitgaven in de afgelopen jaren structureel te compenseren.
De beheersing van de kosten is dan ook een grote opgave voor de gemeenten, zowel individueel als samenwerkend in de GRJR. Dit betreft het samenhangend geheel van Jeugdwetkosten, dus naast specialistische jeugdhulp via de GRJR ook lokale jeugdhulp en voorliggende voorzieningen. Daarbij moet worden bedacht dat de GRJR de kosten van de regionale specialistische jeugdhulp niet eigenstandig kan beperken, omdat wettelijke verwijzers en gemeentelijke lokale teams bepalen welke hulp voor een individuele jeugdige wordt ingezet conform het beleid van de gemeenten. 2.2.3 Aanzetten tot verdergaande kostenbeheersing en transformatie De conclusie uit deze jaarrekening is dat de gewenste transformatie of hervorming tot nu toe nog niet leidt tot een rem op de uitgaven. De uitgaven groeien de pan uit, er is veel meer nodig en dat vraagt zowel inzet van de GRJR, van de aanbieders en van individuele gemeenten op jeugdhulp- én aanpalende domeinen.
10
Er wordt langs diverse lijnen gewerkt aan de transformatie: maatregelen voor kostenbeheersing, uitwerking van de Hervormingsagenda, vormgeving van alternatieven voor Jeugdhulpplus, vormgeving van bovenregionale expertisenetwerken en sturing op ontwikkelopdrachten. Kostenbeheersingsmaatregelen Naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2023 zijn kostenbeheersingsmaatregelen binnen huidige contractuele kaders geïnitieerd, vooral gericht op doelmatiger inzet van bestaande instrumenten bij toewijzen van hulp en managen van contracten. Het Algemeen Bestuur heeft in februari 2024 een pakket kostenbesparingsmaatregelen vastgesteld onder het adagium “Voldoende is goed genoeg”. Tegelijkertijd is met de gemeentelijke directeuren sociaal domein een Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) opgesteld die het AB ook in februari 2024 heeft vastgesteld. In de RBOK staan ambitie van en sturing op het maatregelenpakket GRJR toegelicht. Daarnaast zijn verdergaande maatregelen buiten de bestaande kaders van de GRJR nodig, die de reikwijdte van de Jeugdwet inperken, de instroom in jeugdhulp beperken en de uitstroom bevorderen. Hierover loopt een maatschappelijk debat en is fundamentele beleidsaanpassing nodig, waarop ook de Hervormingsagenda ziet met voornamelijk langere termijn-effecten.
Uitwerking Hervormingsagenda De GRJR is op landelijk niveau op diverse niveaus aangehaakt op de Hervormingsagenda. Het dagelijks bestuur sprak begin 2023 met de VNG over de inhoud van de conceptagenda en de achterliggende financiële systematiek. Na vaststelling van de agenda zijn diverse landelijke werkgroepen gevormd. De GRJR neemt deel aan de werkgroep die zich bezighoudt met het opnieuw inrichten van de landelijke inkoop van hoog specialistische jeugdhulp (LTA). De GRJR adviseert verder de VNG over de lijst met zorgvormen die ten minste op regionaal niveau moeten worden ingekocht. Daarnaast trok de GRJR in de regio het proces van de robuustheidsscan (is de regio als toekomstige regio robuust genoeg?) en de regioscan (0-meting: waar staan we ten opzichte van de Hervormingsagenda?). Ten slotte participeerde de GRJR in het BJ42-overleg van de VNG met de 42 jeugdhulpregio’s. De VNG richt deze overleggen steeds meer in als gremium om ontwikkelingen rondom de implementatie van de Hervormingsagenda in de verschillende regio’s richtinggevend met elkaar te delen. Werkgroep Alternatieven voor jeugdhulpplus De GRJR startte in 2023 een werkgroep met de zeven systeemaanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voor de versnelde ontwikkeling van alternatief zorgaanbod voor jeugdhulpplus en 1-op-1 begeleiding.
Een concreet resultaat hiervan is bijvoorbeeld dat Pameijer een plan heeft opgeleverd om woongroepen te verkleinen naar vier jongeren met gelijkblijvende begeleiding. Daarnaast zijn aanbieders bezig met een bijscholingsprogramma van jeugdhulp professionals, een ambulant team met diverse expertises dat uithuisplaatsingen moet tegengaan en een verkenning naar een instellingsterrein waar kinderen met GGZproblematiek onvoorwaardelijk kunnen wonen.
11
Bovenregionaal expertisenetwerk (Bren) De GRJR is nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Bovenregionaal expertisenetwerk. Dit netwerk heeft de volgende drie doelen: • Casusoverleg over jeugdigen waarin voorzitters van regionale expertiseteams casuïstiek over jeugdigen bespreken voor wie in de regio geen oplossing wordt gevonden. Dit verloopt naar tevredenheid; • Ontwikkeling van noodzakelijk nieuw aanbod in het landsdeel. In dit kader zijn in 2023 diverse projecten gestart. Timon gaat een kleine woonvorm ontwikkelen waar jongeren die voorheen van aanbieder naar aanbieder werden doorgeplaatst onvoorwaardelijk kunnen wonen. Een soortgelijke opdracht heeft Novaa voor jongeren met forensische problematiek. Ook zijn er opdrachten uitgezet om jongeren en ouders op wachtlijsten door jonge ervaringsdeskundigen te laten ondersteunen; • Wetenschappelijk onderzoek. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) onderzoekt bijvoorbeeld naar de werkzame elementen van zorgaanbod vanuit het BREN. Ontwikkelopdrachten Vanaf 1 januari 2023 werkt de GRJR met zeven systeemaanbieders voor specialistische jeugdhulp. Met deze aanbieders zijn afspraken gemaakt waarin de ontwikkelopgaven in de regiovisie zijn vertaald naar opdrachten om hun zorgaanbod passender te maken.
Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage en na afloop van het jaar verantwoorden zij de inzet van hun ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. (N.b. deze verantwoording moet voor 01-04-2024 zijn aangeleverd en kon daardoor nog niet in de voorlopige jaarrekening opgenomen kon worden.) Om de resultaten meetbaar te maken bouwen aanbieders en GRJR aan betekenisvolle KPI’s per ontwikkelopdracht. In contractgesprekken bespreken de contractmanagers de inhoudelijke ontwikkelingen mede aan de hand van deze KPI’s. Naast de individuele ontwikkelopdrachten vormden aanbieders een gezamenlijke ontwikkelagenda op ter versterking van de individuele ontwikkelopdrachten. Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van de toeleiding naar specialistische hulp, het ontwikkelen van passend zorgaanbod en het leren van complexe casuïstiek. Op de ontwikkelopdrachten wordt onderstaand kwalitatief resultaat geboekt: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust zich op gebiedsgericht werken, een andere opende een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was.
Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op de exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin.
12
2. Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken met gemeenten aan meer verbinding met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Vanuit gemeentelijke en regionale zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel van JBRR sluiten inmiddels ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking) en twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van jeugdhulp als alternatief in plaats van verblijfshulp. De wijze van monitoring van deze opdracht is in ontwikkeling. Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. 5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af.
2.2.4 Ontwikkeling van het zorglandschap; nabij en passende, tijdige hulp Algemene ontwikkelingen Met de start van de nieuwe contractperiode per 1 januari 2023 is het zorglandschap op een andere wijze ingedeeld dan voorheen. De zeven systeemaanbieders zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Forensische jeugdhulp is apart gecontracteerd; dit zijn de prestatie-aanbieders. Tot slot zijn er flex-aanbieders die worden ingezet als systeem- of prestatieaanbieders geen ruimte meer hebben om de hulp zelf tijdig te leveren of als zij de zorg niet kunnen leveren. De eerste helft van 2023 stond in het teken van de zorgcontinuïteit van oude naar nieuwe contracten. Jeugdigen die in 2022 al zorg ontvingen en in zorg bleven, kregen de hulp die ze al hadden op het oude contract tot uiterlijk 1 juli 2023. De hulp die daarna nodig is werd zo nodig overgezet naar een nieuwe contractpartij. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, zowel landelijk als in onze regio. In de Hervormingsagenda is dan ook veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt. Aanbieders zetten in op het werven en behouden van (ervaren) medewerkers o.a. door het beheersen van de werkdruk.
13
In mei 2023 startte een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg waarin Mbo’ers naast Hbo’ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel is om de jeugdhulpsector toegankelijker te maken voor Mbo’ers en zo het tekort op de arbeidsmarkt te verminderen. De eerste resultaten zijn positief. Het ziekteverzuim in de jeugdhulp is licht afgenomen, maar is nog steeds hoger dan in andere sectoren. Aanbieders zetten sterk in op preventie en begeleiding om zo het ziekteverzuim terug te dringen. Hoofdlijnen opdrachten A tot en met F In alle opdrachten (behalve pleegzorg) zien we dat de weektarieven stijgen, bij gelijkblijvende aantallen kinderen in jeugdhulp en niet veranderende duur van zorg: • Ondanks de ambitie om jeugdigen die hulp met verblijf nodig hebben meer in pleegzorg te plaatsen, is het aantal jongeren in pleegzorg (A) is in 2023 licht gedaald. Kinderen worden langer ambulant behandeld. Als uiteindelijk toch plaatsing buiten het gezin nodig is, dan is de problematiek van de jeugdigen voor veel pleegzorggezinnen te zwaar; • Substantiële afname van jeugdigen in opname met behandeling (B), waarmee in de begroting rekening is gehouden, werd niet gerealiseerd. Afname van het aantal kinderen in gesloten jeugdhulp is gestabiliseerd. Er is tegelijk een sterke weektariefstijging in B door toegenomen complexiteit van de zorgvraag bij instellingen die jeugdigen in de openheid opvangen.
Dit komt door de ingezette afbouw van gesloten jeugdhulp (B2/Jeugdhulp+). Wel zien we een lichte daling van het aantal jeugdigen in opname met intensieve behandeling (B3), die mogelijk gevolg is van intensievere (duurdere) inzet van daghulp (D) en ambulante hulp (E); • We zien meer jongeren in gezinshuizen (C1) komen als alternatief voor pleegzorg, en in beschermd wonen (C3). Er komen minder jongeren dan voorheen in KamerTrainingscentra (C2); dit aanbod lijkt niet goed aan te sluiten bij de vraag van jeugdigen die toe zijn aan een volgende fase op weg naar zelfstandigheid; • Het aantal jeugdigen in daghulp (D) bleef vrijwel gelijk aan 2022, ondanks de verwachting dat dit substantieel zou dalen omdat gemeenten een deel van daghulp zelf aanbieden. Of de jeugdhulp op de juiste plek geleverd wordt (regionaal/lokaal) is nog niet goed te beoordelen, mede omdat gemeenten (nog) onvoldoende informatie hebben over lokaal zorggebruik. Knelpunten zoals niet tijdig uitstromen naar lokaal en onvoldoende doorstroom naar (passend) onderwijs dragen bij aan kostenoverschrijding in opdracht D. De complexiteit van de zorgvraag zien we ook in D terug in gestegen weektarieven, mogelijk in samenhang met minder inzet van verblijfshulp met intensieve behandeling (B3); • Het aantal jeugdigen in ambulante hulp (opdracht E) neemt duidelijk af, maar het gemiddeld weektarief stijgt.
De daling in gebruik betreft grotendeels afname van laag frequente medicatie (E3), en afname van lichte vormen van ambulante hulp (E1 tredes 1 en 2). Dit komt doordat gemeenten vanaf 1 januari 2023 zelf een deel van de ambulante jeugdhulp hebben ingekocht. De financiële effecten zijn minder dan verwacht. De stijging van weektarieven heeft mede als oorzaak dat lichte hulp meer lokaal geleverd wordt en duurdere zorg regionaal blijft;
14
•
Bij de crisishulp (F) is de onderlinge samenwerking tussen systeemaanbieders en het crisisinterventieteam van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verstevigd. Met elkaar is er voldoende capaciteit beschikbaar om zorgvragen van nieuwe jeugdigen in crisissituaties te kunnen oppakken. Er is gebruik gemaakt van ongeveer 85% van de beschikbare crisiscapaciteit. Dit jaar is overcapaciteit van het ambulante crisisaanbod voor het eerst alternatief ingezet op reguliere arrangementen, met name ter voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen.
Forensische zorg Zorg aan jeugdigen met een reclasseringsmaatregel, forensische zorg in de vorm van opname (B), verblijf (C), daghulp (D) en ambulant (E), is sinds 2023 apart gegund aan prestatieaanbieders. Omdat dit eerder niet apart was ingekocht en geregistreerd is nog geen vergelijking te maken met voorgaande jaren en is 2023 een 0-meting. Alleen het gebruik van verblijf voor de ASR (adolescentenstrafrecht) doelgroep werd tot en met 2022 geregistreerd. In 2023 zijn 348 toewijzingen voor forensische zorg afgegeven voor 290 jeugdigen. Veruit de meeste toewijzingen (235) betreffen ambulante hulp (E), en er is zo’n 40 maal daghulp toegewezen (D). Er is ten opzichte van de vroegere ASR een groei te zien in het aantal jeugdigen met forensische verblijfszorg, met name beschermd wonen (C3) en training zelfstandig wonen (C2). In 2023 gebruikten ruim 50 jeugdigen deze hulp met verblijf. De gemiddelde wachttijd bij prestatieaanbieders was in 2023 16 dagen. De gemiddelde leeftijd van jeugdigen met forensische zorg ligt hoger dan bij reguliere jeugdhulp: 20% is 17-18 jaar en 47% is tussen de 18 en 23 jaar. Wachttijden Resultaten opdracht E (ambulante hulp) Bij het afronden van het project Aanpak wachttijden was eind 2022 de gemiddelde wachttijd voor opdracht E 14 weken. Eind 2022 stonden voor opdracht E 1085 jeugdigen op de wachtlijst. Aantal wachtenden opdracht E (excl. MVS)
Gemiddelde wachttijd opdracht E 30 25 20 15 10 5 0
27
1500 15 13 15
18
17 18 14 13 16
1150
1331 1057 1014 1070
1085 1017
1272 1313 1215
1000 500 0 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2023 2023
Na het eerste kwartaal van 2023 was te zien dat de systeemaanbieders de in 2022 ingezette daling zowel qua aantallen als wachttijd hadden voortgezet. Aanbieders merken dat bij verwijzers, met name huisartsen, de verschuiving van delen van opdracht E naar lokale inkoop niet voldoende bekend is. Terwijl het aantal huisartsverwijzingen naar de regionale GGZ-aanbieders toenam van 75% in het eerste kwartaal naar 85% in het derde kwartaal. Hierdoor was er in 2023 grotere druk op de regionale GGZ-aanbieders voor screening en triage. De gevolgen werden gedurende 15
2023 zichtbaar. De gemiddelde wachttijd is met 4 weken gestegen en het aantal wachtenden met 130. Verschillende gemeenten nemen in subregionaal verband stappen om te zorgen voor herverdeling van casuïstiek, zodat inzet van lokaal gecontracteerde aanbieders bij passendheid voorliggend is aan inzet van regionale aanbieders. Naast de wachttijd en wachtlijst monitort de GRJR de spreiding van de wachttijd, dus: hoe lang wachten de meeste jeugdigen? Idealiter ligt de piek op de eerste drie maanden en zullen de aantallen lang wachtenden steeds meer afnemen. Rond de zomervakantie is het gebruikelijk een toename in het aantal wachtenden en wachttijd te zien. Ook hierin is de verschuiving in opdracht E zichtbaar door langere wachttijden bij de GGZaanbieders. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. Voor GGZ-hulp, hulp in complexe scheidingssituaties en voor kinderen met (complex) autisme is de wachttijd op het moment het langste.
Aantal wachtenden
Wachtlijst opdracht E (excl. MVS) 500 400 300 200 100 0
301 206 118
116
130
183
110
2022 Q4 38
13
2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4
Wachttijd
Resultaten opdracht D (daghulp) In opdracht D zijn de gebruikelijke golfbewegingen van aantallen jeugdigen en wachttijd. Wel valt op dat de gemiddelde wachttijd gedurende het jaar bijna 2 weken hoger lag dan in 2022, maar eind 2023 is de wachttijd gemiddeld weer gedaald tot 13 weken. Dit is rond de afgesproken Treek-norm. Resultaten opdracht B (opname) en C (verblijf) Anders dan in voorgaande jaren, zijn er in opdracht B en C geen lange wachttijden voor de meeste kinderen. Aanbieders rapporteren over het kleine aantal jeugdigen een gemiddelde huidige wachttijd van 8 weken en retrospectieve wachttijd van 3 weken. Kanttekening hierbij is dat voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag het lastig is passende hulp te vinden. Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Daar sluit het aanbod niet altijd goed aan op de vraag. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de wachttijdendashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp. Vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp.
16
Resultaten opdracht A (pleegzorg) De wachttijd in de pleegzorg is afgenomen van 22 weken eind 2022 naar gemiddeld 10 weken eind 2023. Het aantal wachtenden was het merendeel van het jaar stabiel, maar is in het 4e kwartaal sterk afgenomen. De zorgvraag betreft met name deeltijd pleegzorg en zijn veelal jeugdigen die al elders in zorg zijn. De wachttijd heeft dan bijvoorbeeld te maken met ouders die geen toestemming voor deeltijd pleegzorg geven of met het feit dat de juiste match tussen kind en gezin nog niet is gevonden.
2.3 Resultaten per opdracht 2.3.1 Pleegzorg (Opdracht A) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs Realisatie 2023
€ 22.710.000
€ 21.841.000
€ 20.249.000
€ 20.867.000
€ 22.407.000
- € 2.158.000
Jaar*a
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
2021
4.108b
1.954
261
92
2022
2.358
1.876
266
116
2023**
2.294
1.762
272
132
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is de verwachting dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Voor pleegzorg (opdracht A) is de voorlopige realisatie 2023 hoger dan begroot en vergelijkbaar met de realisatie 2021 en 2022, ondanks de indexatie van de tarieven. De ambitie om pleegzorg te laten groeien (als alternatief voor overige verblijfszorg, opdracht B en C) wordt niet gehaald. Er is in het aantal jeugdigen geen toename te zien in de realisatie 2023, er is zelfs een lichte afname. De toewijzingsduur van pleegzorg neemt wel toe. De licht hogere kostenrealisatie in 2023 ten opzichte van de begroting 2023 kan dus te verklaren zijn door een langere duur van de zorg die geleverd wordt in deze opdracht. Het weektarief stijgt licht, maar dit is uitsluitend een effect van de indexatie. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Het uitgangspunt in de GRJR is volgens de Regiovisie, dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie die hun ontwikkeling stimuleert. Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf heeft pleegzorg daarom altijd de voorkeur. De ambitie van de regio is dan ook om het aantal pleeggezinnen en pleegzorgplaatsingen te laten stijgen.
17
Toch is het aantal toewijzingen en het aantal jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren (zie tabel). Dit is in lijn met het landelijke beeld. De daling is deels te verklaren door een tekort aan passende pleeggezinnen en deels door complexere problematiek bij jeugdigen die jeugdhulp met verblijf nodig hebben. De trend om jeugdhulp zo lang mogelijk in de thuissituatie op ambulante basis aan te bieden speelt bij dit laatste punt mee. Als deze inzet toch niet het gewenste resultaat oplevert en alsnog een uithuisplaatsing van één of meerdere jeugdigen nodig is, dan is de complexiteit van de zorgvraag vaak toegenomen. Een plaatsing in een pleeggezin is dan vaak niet meer passend. Om meer pleeggezinnen te werven hebben er in de afgelopen jaren campagnes plaatsgevonden. De systeemaanbieders hebben hierop ook een ontwikkelopdracht. Dit heeft nog niet tot een toename geleid in onze regio. De langere zorgduur in pleegzorg is beleidsmatig gewenst: de regio wil dat een pleegzorgplaatsing duurzaam is. Om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is daarom ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding (niet zijnde jeugdhulp) te voorzien. Dit is gedaan via de subsidie Pleegzorg Maatwerk. Ook kan er aanvullende hulp uit opdrachten D en/of E worden ingezet.
In 2023 is een subsidie Functiedifferentiatie in de Pleegzorg verleend (mei 2023 – mei 2024) om te onderzoeken of en hoe het inzetten van MBO-‘ers naast HBO-ers bij kan dragen aan een efficiëntere dienstverlening en het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt. 2.3.2 Opname met behandeling (Opdracht B) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs Realisatie 2023
€ 66.239.000
€ 78.698.000
€ 61.228.000
€ 79.036.000
€ 82.931.000
-€ 21.703.000
Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332
Aantal jeugdigen 864 845 805
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 2.649 40 2.976 42 3.363 40
18
Opdracht B1 Jaar*a 2021
Aantal toewijzingen 234
Aantal jeugdigen 133
2022
190
145
1.806
56
2023**
191
155
2.014
52
2021
Aantal toewijzingen 308
Aantal jeugdigen 157
Weektarief in €*** 3.466
Toewijzingsduur in weken 31
2022
218
123
3.803
32
2023**
166
105
4.781
31
Aantal toewijzingen 1.101 929 919
Aantal jeugdigen 634 617 586
Weektarief in €*** 2.592 3.012 3.376
Toewijzingsduur in weken 41 42 39
Aantal toewijzingen 58 57 70
Aantal jeugdigen 41 44 47
Weektarief in €*** 4.674 5.501 6.280
Toewijzingsduur in weken 19 16 6
Opdracht B2 Jaar*a
Opdracht B3 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht B4 Jaar*a 2021 2022 2023**
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.739 50
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in opname met behandeling (opdracht B) Voor opname met behandeling (opdracht B) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot en licht hoger dan de realisatie 2022. Dat betekent dat de ambitie om opdracht B financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is er ook geen substantiële afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht B, dit daalt slechts licht. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht blijft stabiel, daar waar de ambitie een kortere duur is. Het weektarief stijgt met de jaren sterker dan de indexatie. 19
Er is een zeer lichte daling in aantal jeugdigen te zien in de opdrachten in B2/Jeugdhulp+ en B3 (open intensieve behandeling). De opdrachten B1 (kortdurende open behandeling) en B4 (vrijwillig gesloten behandeling) laten daarentegen een zeer lichte stijging zien in het aantal jeugdigen. In opdracht B wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 5 jeugdigen van de 805 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling opname met behandeling (opdracht B) Binnen B2/JH+ (gesloten jeugdhulp) zien we vooral dat de toewijzingsduur niet afneemt ten opzichte van het voorgaande jaren, ondanks dat de groepen verkleind zijn. Aanbieders geven wel aan dat het aantal incidenten in de groep stevig verminderd is. Dit is een goede ontwikkeling. Door de verkleining van de groepen zijn er minder plekken beschikbaar, dat zien we terugkomen in het dalende aantal jeugdigen en toewijzingen. In het weektarief uit 2022 waren de aangepaste tarieven voor deze groepen nog niet opgenomen. Dat verklaart dus voor een deel de stijging in het weektarief. Wat we daarnaast constateren, is dat voor zo’n 30% van de toewijzingen het weektarief hoger is dan het standaardtarief voor B2/JH+. Dit komt met name doordat de jeugdigen 1-op-1 hulp krijgen of een aangepast dagprogramma ontvangen, omdat zij niet naar school kunnen.
In opdracht B3 (open intensieve behandeling) zien we het aantal jeugdigen dalen, tegelijkertijd zien we het weektarief stijgen. Dit lijkt erop alsof de jeugdigen die voorheen in gesloten jeugdhulp werden opgevangen, niet allemaal in deze open setting terecht komen. We zien daarnaast het weektarief van B3 stijgen. Ook op de opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) is een stijging op de weektarieven die hoger zijn dan € 1.000. Dit zijn mogelijk ook deels jeugdigen die nu ambulant in de eigen thuissituatie geholpen worden, waar deze anders via opname (dus B3) geholpen zouden worden. Dat is in lijn met de ambitie om jeugdigen zoveel mogelijk in de thuissituatie te helpen en dus plaatsingen in een residentiële setting te verminderen/te verkorten. Binnen opdracht B4 (vrijwillig gesloten behandeling) zien we het volgende gebeuren: het aantal jeugdigen stijgt licht, het aantal toewijzingen stijgt harder dan het aantal jeugdigen, maar de toewijzingsduur gaat juist enorm omlaag. Dit betekent dat de jeugdigen steeds kortere toewijzingen krijgen voor opdracht B4, maar mogelijk worden deze wel vaker gevolgd door een herindicatie. Ook in dit perceel zien we een sterke stijging van het weektarief dat groter is dan de indexatie. Overigens is het aantal kinderen in deze opdracht klein.
Incidentele kosten afbouw Jeugdhulpplus De gesloten jeugdhulp is een specifieke hulpvorm die landelijk maar door een beperkt aantal aangewezen aanbieders wordt geleverd. Het gaat om een doelgroep van ca. 300 jeugdigen uit de vijf jeugdhulpregio’s in het landsdeel Zuidwest/de provincie Zuid-Holland (ca. 145 jeugdigen per jaar uit Rijnmond), die in onze provincie door iHub en Schakenbosch wordt geholpen. Sinds 2021 werken we aan uitvoering van de landelijke opdracht om op termijn tot 0 jeugdigen in gesloten jeugdhulp te komen. Dit doet het landsdeel met deze aanbieders door bijvoorbeeld verkleining van groepen en afschaffing van separeerruimtes. Het aantal jeugdigen dat in gesloten jeugdhulp terecht komt is de afgelopen jaren gedaald. De financiële posities van de gesloten jeugdhulpaanbieders kwamen in de knel.
20
Beide moesten onder regie van het landsdeel werken aan herstel- en continuïteitsplannen. Als richtinggevend kader ligt er een bovenregionaal plan, dat eind 2023 voor de tweede keer is geactualiseerd. De ambitie voor de komende jaren ziet er zo uit: Jaar
Ambitie JHP Landsdeel
2024
135 JHP + 45 hybride = 180
2025
135 JHP + 45 hybride = 180
2026
135 JHP & hybride (per 1-1-2026)
2027 2028
54 JHP & hybride (per 1-1-2028)
De jeugdigen die voorheen in geslotenheid werden opgevangen hebben geschikte alternatieve hulp nodig. De opbouw van passende alternatieve vormen van jeugdhulp is urgent geworden. Dit is een ontwikkelopdracht voor de aanbieders in onze regio. Kosten van transformatie (om- en afbouw) De om- en afbouw van JeugdhulpPlus is een omvangrijk proces dat voorbereidings-, incidentele en structurele kosten met zich meebrengt. Voorbereidingskosten worden gemaakt om dit proces in goede banen te leiden en plannen van om- en afbouw te maken. Incidentele kosten worden gemaakt om om- en afbouw te realiseren, zoals verbouwingen en tijdelijke leegstand. Tot en met 2022 is al voor meer dan €10 mln. aan transformatiekosten gemaakt die naar rato door de vijf jeugdhulpregio’s worden gedragen. Op basis van AB-besluitvorming, na controle van de jaarrekening 2022, heeft Rijnmond voor € 3,7 mln. kosten, dit is inclusief nakomende kosten 2022+ 2023. Op basis van de plannen die gemaakt worden zullen er nog nader te bepalen transformatiekosten bijkomen. Deze kosten zijn in de deze jaarrekening opgenomen in het overlopend resultaat. Daarnaast zijn er structurele effecten van bijvoorbeeld groepsverkleining, waarvoor tarieven zijn aangepast. Deze effecten werken door in de jaarrekening 2023. Financiering In 2023 heeft het landsdeel een lobby met het rijk gestart om de transformatiekosten vergoed te krijgen.
In de financieringsafspraken van de Hervormingsagenda is hiervoor geld apart gezet en het Ministerie van VWS is bezig hiervoor een specifieke uitkeringsregeling op te stellen. Er zijn nog geen toezeggingen over de hoogte van de uitkering, wel over dat kosten vergoed worden. Het Ministerie van VWS heeft eerder al een specifieke uitkeringsregeling getroffen voor de ontwikkeling van bovenregionale expertisenetwerken (BREN) en hiervoor geld beschikbaar gesteld aan de coördinerende gemeente Rotterdam ten behoeve van het hele landsdeel. Voor het hele landsdeel stelt Rotterdam naar verwachting € 3,7 mln. uit de BREN beschikbaar voor de transformatiekosten JH+. Daarvan is € 1,6 mln. voor regio Rijnmond beschikbaar als dekking voor de al door de GRJR gemaakte transformatiekosten. In bijlage B is de SISA-verantwoording opgenomen. Beide mogelijke opbrengsten zijn nog niet opgenomen in de voorlopig jaarrekening 2023. 21
2.3.3 Langdurig verblijf (Opdracht C) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil begroting vs. Realisatie 2023
€ 14.258.000
€ 15.466.000
€ 19.820.000
€ 17.598.000
€ 21.082.000
- € 1.262.000
Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C1 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C2 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht C3 Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 554
Aantal jeugdigen 309
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.348 53
430 489
338 369
Aantal toewijzingen 129 127 177
Aantal jeugdigen 67 100 127
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.391 63 1.462 68 1.572 62
Aantal toewijzingen 407 287
Aantal jeugdigen 231 229
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.314 50 1.443 56
196
163
Aantal toewijzingen 18 11
Aantal jeugdigen 11 10
36
30
1.456 1.633
1.591
60 57
54
Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.788 45 1.737 43 2.072
41
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
22
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in langdurig verblijf (opdracht C) Voor langdurig verblijf (opdracht C) is de realisatie 2023 iets hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 flink gestegen. Conform de stijging in realisatie over de afgelopen jaren is ook een stijging in het aantal jeugdigen in opdracht C te zien. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen van 2022 naar 2023. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (verder naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht fluctueert wat over de laatste jaren. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De stijging in aantal jeugdigen is binnen de verschillende opdrachten in C te zien bij de gezinshuizen (C1) en beschermd wonen (C3). In opdracht C wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 48 jeugdigen van de 369 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling langdurig verblijf (opdracht C) We zien dat de opdracht gegroeid is ten opzichte van 2022, dit geldt met name voor de opdrachten C1 en C3. Met name de stijging op C1 is in lijn met de ontwikkelopdracht dat we het aantal plekken in gezinshuizen willen laten groeien. Ook in opdracht C3 zien we een stijging, die we tot nu toe niet eerder gezien hebben.