CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept raadsbesluit Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (Rotterdamwet)

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (Rotterdamwet)2.450 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT Registratienummer Datum raadsvergadering

: 2005923 : 30 januari 2025

Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen

De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 2024; Gelet op: 1. de ernstige en structurele leefbaarheidsproblematiek in delen van de Westwijk; de overtuiging dat sturen op de bevolkingssamenstelling een positief effect heeft op de leefbaarheid; de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, die daarvoor een noodzakelijk en geschikt instrument is, proportioneel kan worden ingezet en tevens voldaan wordt aan eisen van subsidiariteit; 2. gelet op artikel 156 van de Gemeentewet, de artikelen 4, eerste lid, 7 en 21 van Huisvestingswet 2014, de artikelen 5, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en het Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; Besluit: 1. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) te verzoeken 802 woningen in de Westwijk (zoals vermeld in de aanvraag) op grond van artikel 5, lid 2 en 3 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) aan te wijzen. 2. De brief van de gemeenteraad aan de minister van VRO ten behoeve van de aanvraag vast te stellen. 3. De Verordening toegang woningmarkt Vlaardingen vast te stellen Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.

bereidverklaring: een schriftelijke verklaring van of namens de eigenaar, dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik te geven; b. college: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen; c. huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8 van de gewijzigde Huisvestingswet 2014; d. huishouden: 1. alleenstaande; of 2. samenwonenden, zijnde twee personen die hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen voor elkaar, dan wel personen die dit willen gaan doen; of,

e. f. g. h. i. j. k. l.

3. de alleenstaande of samenwonenden en de kinderen van de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden, voor zover die kinderen hoofdverblijf hebben in de woning van de alleenstaande of samenwonenden en de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt; 4. de alleenstaande of samenwonenden en het kind van de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden, voor zover het kind hoofdverblijf heeft in de woning van de alleenstaande of samenwonenden, de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt en er tussen het kind en de alleenstaande of tenminste één van de samenwonenden een zorgrelatie bestaat die tot gevolg heeft dat de zorgontvanger zonder de uit hoofde van die relatie ontvangen zorg redelijkerwijs niet in zijn of haar huidige woonsituatie kan blijven wonen; huurprijs: huurprijs als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a, van de Huisvestingswet 2014; huurprijsgrens: huurprijsgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag; inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; minister: minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; student: als leerling/student ingeschrevene aan een opleiding voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs in Nederland; toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; woonruimte:

besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen, afsluitbare toegang welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen zoals badkamer, toilet en keuken buiten de woonruimte.

Hoofdstuk 2 Toegang tot de woningmarkt Artikel 2.1 Reikwijdte verordening Deze verordening is van toepassing op de te huur aangeboden zelfstandige woonruimten gelegen in de volgende gebieden in de Zuidbuurt en de buurten Wetering, Lage Weide en Hoogkamer in de Westwijk, die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zijn aangewezen. a. Zuidbuurt (complexen TEC-22003 en TEC-22004, Stichting Waterweg Wonen) Complex TEC-22003 (270 galerijwoningen) · Johannes van Bijnenstraat (huisnummers 1 t/m 89); 45 woningen · Johannes Poststraat (huisnummers 1 t/m 89); 45 woningen · Prof. Rutgersstraat (huisnummers 298 t/m 386); 45 woningen · Prof. Teldersstraat ( huisnummers 300 t/m 388); 45 woningen · Samuel Esmeijerstraat (huisnummers 1 t/m 89); 45 woningen · Dr. Wiardi Beckmansingel (huisnummers: 275 t/m 363); 45 woningen Complex TEC-22004 (72 galerijwoningen) · Prof. Rutgerstraat (huisnummer: 217 t/m 287 en 365 t/m 435); 72 woningen b. Buurt Wetering Complex TEC-23002 (244 portiekwoningen, Stichting Waterweg Wonen) · Floris de Vijfde laan (huisnummers 4 t/m 100); 48 woningen · Blois van Treslongstraat (huisnummers 1 t/m 95): 40 woningen · Van Wesembekestraat (huisnummers 1 t/m 195); 80 woningen · Sonoystraat (huisnummers tussen 1 t/m 95); 40 woningen · Van Boisotstraat (huisnummers tussen 1 t/m 85); 36 woningen. c.

Buurt Lage Weide (complexen TEC-24002 en TEC-24004 Stichting Waterweg Wonen) Complex TEC-24002 (64 portiekwoningen) · Eykmanstraat (huisnummers 1 t/m 159); 64 woningen

Complex TEC-24004 (96 portiekwoningen) · Kamerlingh Onnesstraat (huisnummers 1 t/m 227); 96 woningen d. Buurt Hoogkamer Complex TEC-21001(56 portiekwoningen, Stichting Waterweg Wonen) · Coornhertstraat (huisnummers 213 t/m 347); 56 woningen Artikel 2.2 De bevoegdheid tot verlening, weigering, weigering en intrekking van de huisvestingsvergunning Het college besluit tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van een huisvestingsvergunning. Artikel 2.3. Vergunningsvereiste 1. Het is verboden een te huur aangeboden zelfstandige woonruimte met een huurprijs onder de huurprijsgrens zonder een huisvestingsvergunning in gebruik te nemen voor bewoning. 2. Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte. Artikel 2.4 Aanvraag huisvestingsvergunning 1. Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende informatie, gegevens en bescheiden: a. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; b. het adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een bereidverklaring van of namens de eigenaar dat de aanvrager de woonruimte kan huren; d. een verklaring omtrent de hoogte van het inkomen van het huishouden van de aanvrager; e.

een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft; f. stukken waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen. 2. De aanvrager kan verzocht worden om zijn legitimatiebewijs en dat van de leden van zijn huishouden te tonen. 3. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden kan het college nadere regels stellen. 4. Het college beslist op een aanvraag om huisvestingsvergunning binnen vier weken na de dag van ontvangst daarvan. 5. Het college kan de in het vorige lid bedoelde termijn éénmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Artikel 2.5 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Het college verleent de huisvestingsvergunning indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager bezit de Nederlandse nationaliteit of wordt op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld, of is vreemdeling en houdt rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e, en l van de Vreemdelingenwet 2000; b. tenminste één van de leden van het huishouden is niet minderjarig als bedoeld in artikel 1:233 van het Burgerlijk Wetboek; c. de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 2.6 d.

de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 2.7 en 2.8 Artikel 2.6 Voorrang op sociaaleconomische gronden

Aanvragers van een huisvestingsvergunning kunnen voor de in artikel 2.1 genoemde zelfstandige woonruimten voorrang krijgen, indien zij voldoen aan één of meer van de onderstaande criteria: Voor alle genoemde complexen geldt dat de grootte van de woonruimte moet passen bij de omvang van het huishouden. Om te bepalen of dit bij de aanvrager het geval is, hanteren Burgemeester en wethouders de volgende tabel: Plus de voorwaarde dat:

Aantal kamers 1

Aantal leden van het huishouden 1

2

1 tot en met 2

3

1 tot en met 3

4

2 tot en met 4

5 of meer

3 tot en met 5

Het beroep van de aanvrager valt in een van de onderstaande beroepsklassen: 1. Docenten beroepsgerichte vakken secundair onderwijs (CBS code 0112) 2. Docenten algemene vakken secundair onderwijs (0113) 3. Leerkrachten basisonderwijs (0114) 4. Kinderopvang (5311) 5. Verzorgenden (1051) 6. Verplegenden (1033) 7. Politie en brandweer (0632) 8. Beveiligingspersoneel (0633)

Of de voorwaarde dat:

Voorrang wordt verleend aan niet-huurtoeslaggerechtigden met een inkomen dat niet hoger is dan de inkomensgrens voor sociale huur (€ 47.699 euro voor eenpersoonshuishoudens of € 52.671 euro voor meerpersoonshuishoudens in 2024; deze inkomensgrenzen worden jaarlijks aangepast door de Rijksoverheid).

Optioneel

uitzondering inkomensvoorwaarde voor studenten zoals bedoeld in artikel 2.6

Aan woningzoekenden die voldoen aan een van deze criteria wordt voorrang gegeven boven woningzoekenden als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Artikel 2.7 Huisvestingsvergunning om overlast of criminaliteit te voorkomen Een huisvestingsvergunning kan alleen worden verleend als blijkt dat er geen gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in een woonruimte willen vestigen, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de complexen, straten of gebieden zoals bedoeld in artikel 2.1. Artikel 2.8 Huisvestingsvergunning om overlast of criminaliteit te voorkomen, voor een persoon die zich op een later tijdstip wil huisvesten 1. Een persoon van 16 jaar of ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 6 wil huisvesten, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. 2. Een huisvestingsvergunning kan alleen worden verleend als blijkt dat er geen gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de persoon, bedoeld in het eerste lid, zal leiden tot een

toename van overlast of criminaliteit in de complexen, straten of gebieden als bedoeld in artikel 2.1. Artikel 2.9 Onderzoek naar overlast of criminaliteit; woonverklaring 1. Het onderzoek naar overlast of criminaliteit vindt plaats volgens de procedure en de criteria, bedoeld in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. 2. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens: a. het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: 1. geluid of trillingen; 2. het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; 3. het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; 4. vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of de directe omgeving ervan; b. onrechtmatig gebruik van een woning; c.

gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers;

d. gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; e. activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; f.

openbare dronkenschap in de omgeving van de woning;

g. het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; h. brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; i.

radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht.

3. Het onderzoek en de duiding van de politiegegevens vinden plaats door de politiechef. 4. De burgemeester beoordeelt op basis van de criteria, bedoeld in het eerste lid, het onderzoek en de duiding van de politiegegevens. Op grond hiervan geeft hij een woonverklaring af, waaraan voorschriften verbonden kunnen zijn. Als de burgemeester het voornemen heeft om een negatieve woonverklaring af te geven of aan de woonverklaring voorschriften te verbinden, dan stelt hij de aanvrager van de huisvestingsvergunning in de gelegenheid te worden gehoord. Artikel 2.10 Gegevens en voorschriften in de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning bevat in elk geval het adres van de woonruimte waarvoor een huisvestingsvergunning wordt gevraagd en de persoonsgegevens van de leden van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken.

2. Als de burgemeester aan de woonverklaring voorschriften heeft verbonden, dan nemen burgemeester en wethouders deze voorschriften op in de huisvestingsvergunning. 3. Burgemeester en wethouders kunnen andere voorschriften in de huisvestingsvergunning opnemen. Artikel 2.11 Weigerings- en intrekkingsgronden 1. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning weigeren: a. aan de woningzoekende die op grond van artikel 5 geen voorrang heeft gekregen; b. als de burgemeester een negatieve woonverklaring heeft afgegeven; c.

als de woningzoekende of een tot zijn huishouden behorend persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;

d. als niet aannemelijk is dat de woningzoekende de woonruimte binnen de beslistermijn, bedoeld in artikel 4, in gebruik zal nemen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken: a. als de houder van de vergunning of een tot zijn huishouden behorend persoon zich niet houdt aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden; b. als de houder van de vergunning de in de vergunning bedoelde woonruimte niet binnen een gestelde termijn in gebruik heeft genomen; c.

als de vergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens.

Artikel 2.12 Nadere regels 1. Het college kan nadere regels vaststellen voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in dit hoofdstuk. 2. Voor het in gebruik geven en nemen van de woonruimten van de toegelaten instellingen in de in artikel 2.1 genoemde gebieden is naast deze verordening ook de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 (raadsvoorstel nr. 1979110, 6 juni 2024) van toepassing. Artikel 2.13 Hardheidsclausule Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 3.1 Inwerkingtreding, Intrekking

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na het besluit van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot het aanwijzen van de in artikel 2.1 van deze verordening genoemde adressen. 2. Met het in werking treden van deze verordening wordt de oude Verordening toegang woningmarkt Vlaardingen (20 juli 2016) ingetrokken. 3. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om voor de straten en complexen genoemd in artikel 2.1 van deze verordening, geen toepassing te geven aan artikel 2.7, artikel 2.8 en artikel 2.9 of deze toepassing op een later moment in werking te laten treden, waardoor de screening op basis van art 10b van Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek later begint of eerder stopt. Artikel 3.2 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toegang woningmarkt Vlaardingen. Aldus besloten in openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 30 januari 2025. De griffier,

De voorzitter,

I.L.J.C. Konings LLM MA

drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896929/4