CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Begroting 2025 en 2e Begrotingswijziging 2024 VRR

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Kennis nemen van het jaarverslag 2023 en het vaststellen van de zienswijze op de 2e begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025 van de Veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond14.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 alinea's met “verslag”: 202

De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast principebesluit genomen tot oprichting algemeen bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting adviseert de thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade. De stichting Waarborgfonds is bedoeld voor niet-

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

28

De financiële bijdrage aan de stichting expertisebureau en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. In 2023 is de Europese aanbesteding voor een ongevallenverzekering voor alle Veiligheidsregio's met succes doorlopen. Dit betekent dat vanaf 2024 er een nieuwe aanbieder is van de ongevallenverzekering voor alle Veiligheidsregio's in Nederland. Financieel gezien is deze aanbesteding voor de VRR gunstig verlopen en kan uit het bestaande budget de premie en de bijdrage in het waarborgfonds worden gedekt. Met ingang van 2024 zal het waarborgfonds dan in werking zijn voor de genoemde niet. Wel blijft het risico nog bestaan voor de verzekering van voertuigen omdat daar veel schades zijn. 500k per jaar aan schade geweest aan voertuigen. Dit bedrag is nu als risico opgenomen. Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle n worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis.

Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Het risico wordt jaar. ongunstig omdat over de meeste activiteiten dan 21% btw moet worden berekend. Landelijk doorlopen we samen met BDO een traject waarbij alle issues inzichtelijk worden gemaakt. Op basis hiervan gaan we proberen uniforme afspraken te maken met de belastingdienst. Alarmering bevolking

Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld maar het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit jaar aangegeven het WAS per 2025 uit te faseren. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. In de kamerbrief geeft de minister aan dat voor hoog risicolocaties er lokaal maatwerk kan worden geleverd. Het is niet duidelijk hoe dit bekostigd gaat worden. Een extra risico dat naar voren is gekomen betreft het feit dat de huidige leverancier van WAS-palen de productie heeft stopgezet. Dit betekent dat gemeenten geen nieuwe WAS-palen meer kunnen plaatsen. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden.

Gezien het grote aantal hoog risicolocaties in de regio wordt het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) van het najaar 2021. Omdat de uitfasering nu gepland staat vanaf 2025 wordt voor 2023 en 2024 geen risico meer ingeschat. Ontwikkeling GHOR

Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur, gemeenten, provincie en Rijk, goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

29

Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk.

Datalek GGD Op 28 maart 2023 heeft Stichting Initiatieven Collectie GHOR, het LCCB en de Staat gedagvaard. Ook de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is in deze zaak gedagvaard. De zaak dient bij de rechtbank Amsterdam. Via een collectieve actie vordert Stichting ICAM schadevergoeding wegens een landelijke datadiefstal eind januari 2021. Het betreft gegevens die zijn opgenomen in CoronIT, het landelijke IT-systeem voor COVID-19-testen en vaccinaties. .500 voor eenieder wiens gegevens onbevoegd uit de hiervoor genoemde systemen zijn gehaald. Dat betreft voor zover bekend 1248 personen. Inmiddels is door GGD aan deze betrokkenen per persoon tegen finale kwijting aangeboden. Een zeer groot deel van de hiervoor genoemde personen heeft dit aanbod aanvaard.

gevaccineerd zouden zijn. Dat zijn de datadiefstal.

aldus Stichting ICAM

6,5 miljoen personen op het moment van

Wij hebben de aansprakelijkstelling gemeld bij onze verzekeraar. Onze verzekeraar heeft aangegeven aan de hand van de uitgebrachte dagvaarding te beoordelen of dekking bestaat voor deze vorm van aansprakelijkheid en schade onder desbetreffende polis. Op 5 juli 2023 wordt de dagvaarding aangebracht en worden de gedagvaarde partijen in de gelegenheid gesteld een zogenaamde conclusie van antwoord voor te bereiden. Onze belangen worden in deze procedure behartigd door actie (Wamca) als deze een uitspraak van de rechtbank Amsterdam zal volgen. Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = --------------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio van minimaal 1 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de netto. Op basis van de verwachte ontwikkeling van het resultaat de komende jaren en de inschatting van de risi

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

30

Hierbij is de beschikbare weerstandscapaciteit gebaseerd op een gelijkblijvende algemene reserve vanaf 2025.

VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio van minimaal 1 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de nettoDoor de daling van de nettop van de jaren komt de ratio voor de netto-risico s ruim boven de norm van 1 uit. Voor de brutode ratio onder 1. 2.3.2 Kengetallen en beleidsindicatoren Financiële kengetallen

Bij de berekening van de kengetallen is ervan uit gegaan dat de positieve resultaten vanaf 2025 niet aan de algemene reserve worden toegevoegd. Hierover zullen nog nadere afspraken worden gemaakt met gemeenten. Door het dalen van het saldo bestemmingsreserve en het gelijk blijven van de algemene reserve loopt de solvabiliteitsratio terug vanaf 2025. Omdat in 2027 en 2028 relatief hoge bedragen worden onttrokken aan de bestemmingsreserves is de structurele exploitatieruimte voor deze jaren negatief. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserves worden als incidentele baten beschouwd.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

31

Beleidsindicatoren

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

32

2.4 Financiering Dit onderdeel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. In het volgende overzicht worden de leningen gespecificeerd en toegelicht:

In 2023 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten omdat er voldoende liquide middelen beschikbaar waren. Prognose nieuwe leningen In het overzicht is een aantal nieuwe leningen opgenomen in de jaren 2024-2028. De verwachting is dat de VRR in de komende jaren deze middelen zal moeten aantrekken ter financiering van de investeringen. Voor deze leningen is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5% en aflossing van de lening in 10 jaar tijd. Rentegevoeligheid De VRR heeft geen derivaat overeenkomsten. Alle leningen kennen een vaste renteperiode tot het einde van de looptijd. Kredietfaciliteiten De VRR heeft geen kredietlimiet op haar rekening-courant. Ontwikkelingen schatkistpapier In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken dat alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aanhouden bij de Nederlandse schatkist. Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden, waaronder de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond valt, dat zij hun overtollige middelen aanhouden bij de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld niet langer bij banken buiten de schatkist mag worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Op deze gelden wordt ook rente ontvangen.

In de begroting is rekening gehouden met 2.5% rente op de uitgezette middelen in 2024 en 2% vanaf 2025.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

33

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 2024 en verder 8,2%.

Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

34

2.5 Onderhoud kapitaalgoederen De VRR heeft 85 panden in beheer, hiervan zijn er 24 in eigendom en 61 huur. Dit betekent dat het overgrote deel van de panden die de VRR in gebruik heeft, wordt gehuurd. De verhuurders zijn voornamelijk gemeenten. De panden verkeren over het algemeen in een voldoende tot ruim voldoende staat van onderhoud. De VRR is verantwoordelijk voor het meerjarig onderhoud op de panden in eigendom en op de gehuurde panden voor zover de VRR daar aanpassingen in heeft aangebracht. De VRR is verantwoordelijk voor het hebben van een (recent) meerjarig onderhoudsplan en maakt hiervoor gebruik van een onderhoudsbeheerssysteem. Voor alle panden is een tienjarig onderhoudsplan opgesteld alsmede de kwalificatie waaraan het pand moet voldoen. Vier- tot vijfjaarlijks wordt een conditiemeting uitgevoerd op basis van de NEN 2767 methode. Deze houdt in dat er 6 condities zijn

De uitkomsten worden in het onderhoudsbeheerssysteem geregistreerd en de meerjarige onderhoudsplannen worden hierop aangepast. Onderhoudswerkzaamheden worden conform het meerjarig onderhoudsplan uitgevoerd. In een aantal gevallen is de verhuurder verantwoordelijk voor het contractonderhoud (bijvoorbeeld voor gebouw-gebonden installaties). In die situaties betaalt de VRR een vergoeding aan de verhuurder. De VRR heeft een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 182 1e lijn voertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten. In paragraaf 3.9 zijn overzichten opgenomen over de investeringen.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

35

2.6 Verbonden partijen. In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond een financieel, dan wel, bestuurlijk belang heeft.

De stichting FERM is een in 2021 opgerichte stichting gevestigd in Rotterdam met de ambitie dat Rotterdam zich in 2023 bevindt in de top van de wereld ten aanzien van het weerbaar zijn tegen digitale verstoringen. Relevante partijen werken samen om de impact van digitale verstoringen bij bedrijven en in de ketens op het Haven Industrieel Complex in Rotterdam te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden. Behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid welke verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

36

3.1 Financiële ontwikkelingen Op basis van de realisatie 2023, zoals opgenomen in het jaarverslag en de jaarrekening 2023, en de laatste bekende gegevens is een 2e begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 opgesteld. Tevens heeft daarbij een toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen plaatsgevonden. Voor 2024 wordt nog een tekort voorzien voor het deel dat door de gemeenten wordt gefinancierd van Ten aanzien van het tekort is door het Algemeen Bestuur besloten dat er een nacalculatie op de gemeentelijke basiszorgbijdrage plaats zal vinden. Daarmee komt het tekort ten laste van de regiogemeenten. In de cijfers is rekening gehouden met deze nacalculatie. In de 1e begrotingswijziging was nog r De veiligheidsregio zal zich inspannen om het tekort voor 2024 zo laag mogelijk te houden. Voor de ambulancedienst, gefinancierd door de zorgverzekeraars, wordt een resultaat van nihil begroot. Voor de periode 2025-2028 worden positieve resultaten begroot. Met het bestuur zal worden overlegd hoe hiermee zal worden omgegaan, mede in het kader van de vraag van gemeenten om met initiatieven te komen die een bijdrage kunnen leveren aan de financiële opgave van de gemeenten vanaf 2026. De positieve resultaten zijn vooralsnog niet opgenomen in het eigen vermogen van de veiligheidsregio.

De belangrijkste financiële uitgangspunten en ontwikkelingen worden hieronder toegelicht: Ambulancedienst: De begroting van het programma ambulancezorg is gebaseerd op de conceptafspraken 2024 met de zorgverzekeraars. Jaarlijks worden nieuwe afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars. De gesprekken voor 2025 zullen medio 2024 starten. Dit is de reden waarom is uitgegaan van de conceptafspraken 2024. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage: In het bestuur zijn afspraken gemaakt over de indexatie van de gemeentelijke bijdrage en de kostenverdeelsleutel. Afgesproken is dat het indexeringspercentage wordt gehanteerd zoals vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Voor 2024 is de hoogte van de gemeentelijke bijdrage in deze begroting niet veranderd ten opzichte van de 1e begroting van 2024. Voor 2025 is de index voor de gemeentelijke bijdrage vastgesteld op 6,8%. Hiervan heeft 4,4% betrekking op de indexatie voor 2025 en 2,4% betreft een inhaalindex voor de jaren 2022-2024. Naast de indexatie is rekening gehouden met de afspraken over de ontwikkelagenda. In 2024 en 2025 komen de 2e en 3e tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de hoogte van de BDuR is uitgegaan van de brief van het ministerie van Justitie en veiligheid van december 2023.

Loonstijging CAO versus begroot accres: De huidige CAO van de veiligheidsregio loopt tot 1 mei 2024. Er is nog geen nieuwe CAO afgesloten en de laatste salarisverhoging dateert van 1 januari 2023. Voor de cijfers in de begroting 2024 wordt uitgegaan van de salarisstijgingen die zijn vastgelegd in de nieuwe CAO van de gemeenten met als ingangsdatum 1 mei 2024. Dit betekent voor de veiligheidsregio een salarisstijging per 1 mei 2024 van 4,75% en per 1 oktober van 1,25%. Het uitgangspunt voor 2025 is dat er geen verdere stijging van de salarissen zal worden afgesproken. Voor de ambulancedienst is uitgegaan van de huidige CAOambulancezorg die loopt tot en met einde 2024. Personele inzet: De begroting is gebaseerd op een volledige bezetting van de vastgestelde formatie. Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

37

FLO-Brandweer: In 2023 is duidelijk geworden dat over de betaling van het Netto FLO-spaartegoed (NFST) in het kader van de FLO-regeling een RVU-premie van 52% moet worden betaald. Hierdoor stijgen de kosten van de FLO-regeling. Naar aanleiding van de premieheffing zijn er nieuwe afspraken gemaakt door de uitbetaling van het NFSTtegoed. Afspraak is dat het niet meer maandelijks wordt betaald maar dat dit wordt uitgesteld tot het moment dat de medewerker gebruik gaat maken van FLO. Hiermee wordt het eenvoudiger om de kosten van FLO te begroten. Gevolg is wel dat de kosten van NFST worden uitgesteld, de premieheffing wordt daarmee niet voorkomen en per saldo leidt dit dan ook tot een kostenstijging van 10,7 mln. over de gehele looptijd (tot 2048). Op basis van de nieuwe afspraken is een nieuwe prognose gemaakt van de kosten van FLO. Daarbij komt naar voren dat de kosten tot 2028 afnemen en daarna zullen toenemen. Het bedrag wat tot en met 2028 jaarlijks daalt zal worden toegevoegd aan een voorziening. 2e loopbaanbeleid Er wordt landelijk gewerkt aan herijking van het 2e loopbaanbeleid. De veiligheidsregio werkt ook aan een eigen plan waarbij medewerkers langer kunnen doorwerken in hun eigen functie. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe dit uitwerkt en wat de financiële consequenties zijn. Daarnaast is sinds 2022 de regeling verlofsparen in de CAO opgenomen.

Deze uren kunnen ook gebruikt worden om eerder te stoppen met werken en kunnen dus ook in het kader van 2e loopbaanbeleid ingezet worden. Wel bestaat vanaf medio 2023 Officieel de mogelijkheid om bij te tekenen. In 2024 zullen de uitkomsten bekend worden van de enquête onder de medewerkers of zij gebruik willen maken van de huidige regelgeving of dat zij naar de mogelijkheid willen om gebruik te maken van de regeling Brandweerman zolang het kan. Aan de hand hiervan zullen nieuwe prognoses worden opgesteld. Ontwikkeling overige kosten: Voor de kosten van huisvesting, middelen en overige kosten is rekening gehouden met een indexatie van 2,6% in 2025. Kapitaallasten: Afschrijvingen: De afschrijvingen zijn gebaseerd op de investeringen die zijn geactiveerd enerzijds en de verwachte afschrijvingen op de geplande investeringen anderzijds. Op basis van de verwachte ingebruikname datum en de regels rondom afschrijvingen zijn de afschrijvingen berekend. De geplande investeringen vanaf 2025 zijn geïndexeerd met 2.6%. Rentelasten: De rentelasten zijn gebaseerd op de rentekosten van de bestaande leningen en de rentekosten van nieuwe leningen die naar verwachting nog zullen worden aangegaan. Voor de nieuwe leningen in 2024-2028 is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Renteopbrengsten: Door de gestegen rente wordt er over beschikbare liquide middelen ook rente ontvangen.

De hoogte van de opbrengsten is berekend op basis van een liquiditeitsprognose en een verwachte rentevergoeding van 2,5%. Projecten: In de begrotingen 2024 en 2025 en de meerjarenraming is ervan uitgegaan dat voor diverse projecten de subsidies zullen worden gecontinueerd. Het gaat dan o.a. om subsidies voor spoorincidentbestrijding (25KV), Industriële veiligheid (o.a. BRZO) en MIRG Voor al deze projecten geldt dat zij kostendekkend zijn opgenomen. Kosten van grote crises: In het kader van de opvang ontheemden uit Oekraïne is voor 2024 1.6 miljoen aan kosten meegenomen. Deze kosten zullen volledig worden vergoed en hebben dus geen effect op het resultaat van 2024. Voor 2025 en verder is geen rekening gehouden met kosten van grote crises.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

38

3.2 Overzicht van baten en lasten per programma 2024-2028 Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserve Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na bestemming Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie

2e BW 2024 63.556 99.053 15.096 31.198

Begroting 2025 63.556 103.579 14.092 32.012

681 209.584 68.422 120.756 16.726

Plan 2026

Plan 2027

Plan 2028

63.357 104.756 13.962 32.147

63.357 105.820 14.007 32.147

63.357 105.933 14.007 32.147

789 214.028 68.422 130.540 15.275

940 215.163 68.422 130.379 16.279

1.014 216.345 68.422 130.590 16.324

1.073 216.517 68.422 130.802 16.324

508 206.413 -3.172

419 214.656 628

419 215.499 337

419 215.756 -588

419 215.967 -550

661

596

596

596

596

661 199 1.844 0 2.043 -1.789 1.789 -

596 199 1.426

596

596

596

974

1.568

1.736

1.624 1.656

974 714

1.568 383

1.736 590

1.656

714

383

590

In de meerjarenraming is rekening gehouden met de laatst bekende gegevens van kapitaallasten (o.b.v. de verwachte investeringen en rentelasten) en de geplande dotaties en onttrekkingen aan de reserves en voorzieningen. Daarnaast is voor 2025 nog rekening gehouden met 3 maanden baten en lasten voor het project opvang ontheemden Oekraïne. Over de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage zijn afspraken gemaakt en deze zijn verwerkt. In 2025 en 2026 zijn er nog extra gelden afgesproken voor de ontwikkelagenda en 2027 en 2028 zijn de laatste jaren van het ingroeitraject van de nieuwe kostenverdeelsleutel. Voor 2024 wordt nog een negatief resultaat begroot. Vanaf 2025 zijn er positieve resultaten en dat komt doordat in 2025 een indexatie plaatsvindt van de gemeentelijke bijdrage waarin ook een nacalculatie is meegenomen van oude jaren. Daarmee vindt een compensatie plaats van de gestegen kosten in eerder jaren.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

39

3.3 Verschillenanalyse per programma De verschillen tussen de 1e en 2e begrotingswijziging 2024 en de 2e begrotingswijziging2024 en begroting 2025 zijn per programma als volgt:

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

40

Ambulancezorg

Toelichting 2024

-

-

Hogere salarislasten: Voor de begroting 2024 is uitgegaan van de nieuwe CAO waarbij de salarisstijgingen van 2023 en 2024 zijn verwerkt. De nieuwe CAO is in september 2023 goedgekeurd en dit was nog niet verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2024.Het gaat om een stijging van 5% per 1 februari 2023, 5% per 1 december 2023 en 5% per 1 juni 2024. Pilot elektrische voertuigen: In het kader van verduurzaming is begin 2024 gestart met een pilot van elektrische voertuigen. Voor deze pilot is in de jaarrekening 2023 een bestemmingsreserve gevormd. Hogere overige lasten: Voor de overige lasten is rekening gehouden met een stijging als gevolg van gestegen prijzen. Hierbij zijn de indexpercentages gehanteerd van de Nederlandse Zorgautoriteit. Afspraken zorgverzekeraars: Voor 2024 liggen er conceptafspraken met de zorgverzekeraars over te leveren diensten en budget. Hierbij is rekening gehouden met de gestegen kosten. Overige baten: Er zijn voor een aantal kosten nog bedragen gereserveerd die in 2024 zullen worden aangewend.

Toelichting 2025: Voor 2025 is voor nu dezelfde begroting gehanteerd als voor 2024 en zijn er dus geen verschillen.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

41

Brandweerzorg

Toelichting 2024

-

-

Verschuiving kosten: In 2023 en 2024 zijn er extra gelden opgenomen in de begroting voor de ontwikkelagenda. Deze kosten zijn begroot bij de van deze kosten betreft kosten voor overhead, met name op het gebied van ICT. Deze kosten zijn in deze begroting verschoven naar de overhead. Afschrijvingen: De afschrijvingen zijn lager doordat investeringen zijn opgeschoven. Overige lasten: Dit betreft aanpassingen bij personeel, middelen en overige kosten. Diverse opbrengsten: In de begroting is rekening gehouden met opbrengsten uit onder meer detacheringen en uitkeringen van het UWV.

Toelichting 2025

-

-

Salarislasten: De salarisstijging die is opgenomen in 2024 heeft een doorwerking in 2025. Ontwikkelagenda: In 2025 komt de 3e tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Deze is voor een groot deel toegerekend aan het programma Brandweer. Mutaties reserves: Ten opzichte van 2024 worden er minder kosten gemaakt die uit reserves worden gefinancierd. Dit heeft vooral te maken met de kosten voor bedrijfskleding. In 2024 661k aan kosten uit de hiervoor gevormde reserve betaald, in 2025 is dit 363k lager. Daarnaast dalen de kosten voor het project 25 KV dat uit de reserves wordt gefinancierd Indexering overige lasten: Dit betreft de indexatie op de overige lasten. Kapitaalslasten: Dit betreft een toename van de afschrijvingen als gevolg van ingebruikname van investeringen.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

42

-

Gemeentelijke bijdrage: Door indexatie en de toekenning van de 3e tranche van de ontwikkelagenda stijgt de gemeentelijke bijdrage.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

43

Risico- en Crisisbeheersing

Toelichting 2024:

-

Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden kosten gemaakt. Deze kosten worden volledig vergoed. Dit project zal in de loop van 2024 worden overgedragen aan de gemeente Vlaardingen. Verschuiving kosten: In 2023 en 2024 zijn er extra gelden opgenomen in de begroting voor de ontwikkelagenda en vanuit de BDUR voor crisisbeheersing. Deze kosten zijn voor een deel begroot bij het programma R&C. Een deel van deze kosten betreft kosten voor overhead, met name op het gebied van ICT. Deze kosten zijn in deze begroting verschoven naar de overhead.

Toelichting 2025

-

Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden in 2024 nog kosten gemaakt. Uitgangspunt is dat in 2025 dit project volledig is overgedragen. Salarislasten: De salarisstijging die is opgenomen in 2024 heeft een doorwerking in 2025. Ontwikkelagenda: In 2025 komt de 3e tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Deze is voor een deel toegerekend aan het programma R&C. BDUR: In 2024 zijn vanuit het ministerie extra gelden beschikbaar gesteld voor crisisbeheersing. De 2e tranche is incidenteel toegekend. In de loop van 2024 wordt duidelijk of deze baten omgezet worden naar structurele gelden. Indexering materiële lasten:

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

44

-

Gemeentelijke bijdrage: Door indexatie en de toekenning van de 3e tranche van de ontwikkelagenda stijgt de gemeentelijke bijdrage.

Overhead

Toelichting 2024:

-

Verschuiving kosten: In 2023 en 2024 zijn er extra gelden opgenomen in de begroting voor de ontwikkelagenda en vanuit de BDUR voor crisisbeheersing. Deze kosten zijn voor een deel begroot bij de programma Brandweer en R&C. Een deel van deze kosten betreft kosten voor overhead, met name op het gebied van personeel en ICT. Deze kosten zijn in deze begroting verschoven naar de overhead.

Toelichting 2025

-

Salarislasten: De salarisstijging die is opgenomen in 2024 heeft een doorwerking in 2025. Materiële lasten: Dit betreft diverse kosten bij middelen en overige kosten die zijn geïndexeerd. Ontwikkelagenda: In 2025 komt de 3e tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Deze is voor een deel toegerekend aan het programma overhead.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

45

3.4 Overzicht van baten en lasten

structureel en incidenteel

De incidentele lasten en baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraïners lopen door tot het 1e kwartaal van 2025. In 2024 is daarnaast de nacalculatie van de gemeentelijke bijdrage als incidentele bate opgenomen. Vanaf 2027 ontstaat er een negatief structureel saldo. Dit komt vooral door een stijging van de lasten voor het 2e loopbaanbeleid. Hiervoor zijn in 2027 en 2028 nog bestemmingsreserves beschikbaar. De onttrekking aan de bestemmingsreserve wordt gezien als een incidentele bate. Er zijn geen structurele mutaties in de bestemmingsreserves.

3.5 Overzicht van baten en lasten

taakvelden

Taakvelden 2e begrotingswijziging 2024:

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

46

Taakvelden begroting 2025:

3.6

Ontwikkeling van het Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve en de Bestemmingsreserves en kan voor de komende jaren als volgt worden weergegeven:

In bovenstaande tabel zijn de positieve resultaten vanaf 2025 niet verwerkt in de algemene reserve. Met het bestuur zullen afspraken worden gemaakt over hoe om te gaan met deze verwachte resultaten en of deze aan de reserve worden toegevoegd of niet,. Het eigen vermogen daalt in 2024 conform de prognose in de 2e begrotingswijziging. De daling wordt veroorzaakt door het lagere saldo van de bestemmingsreserves (zie toelichting verderop). Ook na 2024 wordt er meer aan de bestemmingsreserves onttrokken dan gedoteerd. Per saldo leidt dit dan ook tot een afname van de bestemmingsreserves. Omdat in deze opstelling de algemene reserve gelijk blijft vanaf 2025 daalt per saldo het eigen vermogen. Het verloop van de bestemmingsreserves kan als volgt worden gespecificeerd:

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

47

Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2024 zijn er de volgende mutaties:

De reserves zijn hieronder kort toegelicht. Tweede loopbaanbeleid Ter dekking van de kosten van de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid voor een periode van 10 jaar is in 2013 een bestemmingsreserve ingericht. Jaarlijks wordt een bedrag gedoteerd. Op basis van de huidige prognose bevat deze voorziening voldoende middelen om de kosten tot en met 2027 op te vangen. Er wordt gewerkt aan een nieuw plan in het kader van 2e loopbaanbeleid. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat de financiële consequenties zijn. De dotaties en onttrekkingen aan de reserve zijn nu nog bepaald op basis van de bestaande planning. Groot onderhoud gebouwen In 2021 is een nieuw meer jaren onderhoudsplan gemaakt en op basis van dit plan is de jaarlijkse dotatie opnieuw bepaald. Uitgangspunt daarbij is dat de voorziening per einde 2035 op nul staat. Op basis daarvan wordt in 2024 335k toegevoegd. Vanaf 2025 zijn de jaarlijkse dotaties Uitwerkingskader meldkamer i.v.m. transitie naar Politie Deze bestemmingsreserve is gevormd in het kader van de transitie van het beheer van de meldkamer naar de Politie. Hieraan ligt een sociaal plan ten grondslag dat tot 5 jaar na de transitie beschikbaar is voor de medewerkers die hier nog gebruik van willen maken. Op het moment zijn er geen medewerkers die hebben aan gegeven dat te willen gaan doen.

Het jaar 2024 is het laatste jaar dat medewerkers hiervan gebruik kunnen maken. In de begroting van 2025 is ervan uitgegaan dat de reserve volledig zal worden gebruikt. Spoor-incidentbestrijding Voor spoor-incidentbestrijding is een vast budget beschikbaar vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Alle incidentele lasten die dit budget te boven gaan, worden gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2025 zal worden opgemaakt. CBRN-steunpunt Voor het CBRN-steunpunt zijn in het verleden middelen ontvangen die niet allemaal zijn gebruikt. De komende jaren worden de kosten voor het CBRN-steunpunt die niet uit de reguliere middelen kunnen worden gedekt vanuit deze reserve gefinancierd. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2028 zal worden opgemaakt. Bedrijfskleding Om de piek in vervanging van bedrijfskleding op te vangen was een bestemmingsreserve gevormd. Hieraan is in 2023 nog een extra dotatie gedaan. Door o.a. kwaliteitsproblemen bij een deel van het kledingpakket schuift de uitlevering van bedrijfskleding v welk geprognotiseerd was voor 2023, op naar 2024. Dit is gedaan omdat het logistiek efficiënter is om alles in 1 keer uit te leveren. De bestemmingsreserve zal naar verwachting in 2024 volledig benut worden voor wat betreft de brandweerkleding.

Het gedeelte voor de overige kleding zal in 2025 volledig gebruikt worden.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

48

3.7 Ontwikkeling van de voorzieningen In de jaren 2024 tot en met 2028 is de verwachting dat de ontwikkeling van de voorzieningen als volgt verloopt:

Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2024 zijn er de volgende mutaties:

De verschillende voorzieningen zijn hieronder kort toegelicht. Voormalig personeel In 2023 is deze voorziening herijkt. Bij het opstellen van de jaarrekening is deze voorziening volledig vrijgevallen. In de 1e begrotingswijziging 2024 was nog een dotatie opgenomen voor 2024. Met het vrijvallen van deze voorziening is deze mutatie ook komen te vervallen. Verlofsparen Conform de CAO mogen werknemers sinds 2022 hun bovenwettelijk deel van de verlofuren inzetten voor spaarverlof. Dit spaarverlof kan ingezet worden voor een sabbatical of vervroegd pensioen. De BBV schrijft hierbij voor dat hiervoor een voorziening getroffen moet worden. Voor 2024 zal naar verwachting 377k worden toegevoegd. 500k. Hierbij is ook rekening gehouden met indexatie van de salarissen. Na 2025 wordt een jaarlijkse In 2024 zal een nadere prognose worden uitgewerkt ten aanzien van het verlofsparen. Hierbij wordt ook een prognose verwerkt van de opname. Ziektewet In 2023 is een nieuwe voorziening gecreëerd in het kader van de recente ontwikkelingen rondom werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan. De VRR is wettelijk verplicht om maximaal 2 jaar door te betalen voor een ex-werknemer. De BBV-regelgeving schrijft voor dat voor de verwachte lasten in 2024 en 2025 een voorziening getroffen dient te worden. Er is ook een bureau ingeschakeld dat helpt bij het re-integratietraject van deze ex-werknemer.

Naar verwachting zal 23k) in 2024 onttrokken worden aan de reserve. FLO Door veranderende regelgeving vanaf 2024 stijgen de kosten van FLO-brandweer en worden de kosten ook verschoven in de tijd. Dit betekent dat in de jaren 2024-2028 de kosten lager zijn dan in 2023 nog werd aangenomen maar na 2028 stijgen de kosten. Om de kostenstijging op te vangen zal onderzocht worden of het mogelijk is hiervoor een voorziening te vormen. Deze wordt dan gevormd door het voordelige verschil in kosten in de jaren 2024-2028 in de voorziening FLO op te nemen.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

49

3.8 Financiële positie EMU-Saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo is voor de komende jaren in onderstaande tabel opgenomen.

Geprognosticeerde begin- en eindbalans De meerjarig geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.

Het verloop van de bestemmingsreserves wordt toegelicht in hoofdstuk 3.6. Het verloop van de voorzieningen wordt toegelicht in hoofdstuk 3.7. De toelichting op de materiële vaste activa is opgenomen in hoofdstuk 3.9 en de toelichting op de financiering in hoofdstuk 2.4.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

50

De materiele vaste activa nemen toe door de verwachte investeringen de komende jaren. Aan de activakant nemen de uitzettingen korten dan 1 jaar in de loop van de tijd af. Deze middelen worden o.a. ingezet voor de investeringen in materiele vaste activa. De algemene reserve blijft vanaf 2025 gelijk. Hierbij is ervan uit gegaan dat de positieve resultaten in die jaren niet ten goede komen van de algemene reserve maar aan de gemeenten zullen worden terugbetaald. Aan de passivakant valt verder op dat het saldo leningen langer dan 1 jaar in de loop van de tijd daalt. Dit komt doordat er meer aan leningen wordt afgelost dan dat er aan nieuwe leningen bijkomt.

3.9 Ontwikkeling van de investeringen Van de in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde kapitaalgoederen is alleen de post gebouwen van toepassing op de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. In deze paragraaf wordt naast de post gebouwen ook aandacht besteed aan materieel. Waarderingsgrondslagen en afschrijvingsmethodiek Alle materiële vaste activa met een economisch nut worden geactiveerd. Investeringen worden lineair afgeschreven. Op grond en terreinen wordt niet afgeschreven. Nieuwe investeringen zijn opgenomen vaste activa, die nog niet in gebruik zijn genomen. Overzicht verloop materiële vaste activa 2023-2025 Ontwikkeling materiele vaste activa in 2024:

Ontwikkeling materiele vaste activa in 2025:

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

51

Investeringen: Meerjareninvesteringsoverzicht:

Investering 2024 en wijziging ten opzichte van de 1e begrotingswijziging:

De grootste investeringen in 2024 betreffen: Bedrijfsgebouwen: De strandwacht post in Hoek van Holland. Vervoersmiddelen: Dit betreft voor de ambulancedienst 6 ambulances en een Micu-voertuig. Tevens zijn als pilot 2 elektrische ambulances op de investeringskalender opgenomen. Voor de brandweer betreffen het diverse voertuigen zoals verkenningsvoertuigen, hoogwerkers en haakarmvoertuigen. Overige vaste activa: Voor de ambulancedienst betreft dit o.a. de aanschaf van nieuwe I-pads en MDT-sets. Voor de brandweer is de aanschaf van bedrijfskleding de grootste post (bij Daarnaast gaat het om portofoons, dompelpomp en diverse hardware. De grootste investeringen in 2025 betreffen: Vervoersmiddelen: Dit betreft o.a. 7 ambulances, 6 tankautospuiten waterwagens. Overige vaste activa: Voor de ambulancedienst is de grootste post vervanging van kleding. Voor de brandweer gaat het vooral om bepakking van diverse tankautospuiten. Ook de investeringen voor ICT, zoals laptops, I-pads, vallen hieronder.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

52

Kapitaallasten: Kapitaallasten 2024 en wijziging ten opzichte van 1e begrotingswijziging:

In de 2e begrotingswijziging 2024 zijn de rentekosten lager omdat enerzijds rekening is gehouden met lagere rentelasten omdat minder financiering nodig is, en anderzijds met rentebaten. De afschrijvingen vallen lager uit doordat investeringen zijn doorgeschoven. Kapitaallasten 2025

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

53

3.10 Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage voor 2024 verandert niet ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2024. Zoals in de kadernota 2025 is aangegeven is de gemeentelijke bijdrage voor 2025 bepaald op basis van de afspraken die daarover in het bestuur zijn gemaakt. Ten opzichte van 2024 stijgt de bijdrage als gevolg van indexering en de 3e tranche van de ontwikkelagenda.

Voor 2024 en 2025 zijn op basis van de daarover gemaakte afspraken, de gemeentelijke bijdragen als volgt verdeeld;

Op basis van het verwachte tekort zoals dat nu wordt voorzien komt de verwachte nacalculatie van de gemeentelijke bijdrage 2023 1.788.590. De verdeling van de nacalculatie gebeurt op dezelfde wijze als de basisbijdrage 2024 is verdeeld. Voor de jaren 2025-2028 worden positieve resultaten verwacht. Met het bestuur zal worden afgestemd hoe hiermee wordt omgegaan. In de volgende tabel is aangegeven voor 2024 wat het bedrag aan nacalculatie per gemeente is. Dit is met een positief bedrag aangegeven omdat het een aanvulling is op de basisbijdrage. Voor de jaren 2025-2028 is op basis van de verdeling van de basisbijdragen in die jaren wat het aandeel is van het resultaat van de betreffenden gemeente. Dit is met een negatief bedrag aangegeven. Als besloten wordt om de positieve resultaten terug te betalen dan is in deze tabel te zien wat het bedrag per gemeente is.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

54

3.12 Plustaken Met een aantal gemeenten zijn afspraken gemaakt voor aanvullende dienstverlening die niet in de basiszorgbijdrage is opgenomen. Dit betreft de zogenaamde plustaken. In een aantal gevallen zijn er tijdelijke contracten afgesloten. Bij de begroting 2024 en 2025 is ervan uit gegaan dat alle bestaande contracten zullen worden verlengd. Indien de contracten niet worden verlengd zullen de bedragen daarop worden aangepast. Er is nu rekening gehouden met de volgende bedragen:

De bedragen zijn voor de 2e BW 2024 niet gewijzigd t.o.v. de 1e BW 2024.

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

55

Bijlage 1: Meerjarenraming 2024-2028 per kostensoort

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

56

Staat van vereiste handtekeningen Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond d.d. 11 september 2024.

De secretaris

De voorzitter

Dhr. A. Littooij

Dhr. A. Aboutaleb

Algemeen Directeur

Voorzitter Algemeen Bestuur

Begroting 2025 (incl. 2e begrotingswijziging 2024)

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14156088/2