CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bomenverordening 2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bomenverordening 2021 en grens bebouwde kom artikel 4.1 Wet natuurbescherming2.962 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer: 1839643 Bomenverordening Vlaardingen 2021 De gemeenteraad van Vlaardingen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 april 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ter bescherming van houtopstanden; besluit: vast te stellen de Bomenverordening Vlaardingen 2021 en de daarbij behorende toelichting. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1 aanhef en onder a Wet natuurbescherming. b. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. c. Bomen Effect Analyse: een standaardbeoordeling van de gevolgen voor een boom vanwege voorgenomen bouw, een ophoging of aanleg van een werk, op basis van de meest recente versie van het Handboek Bomen Norminstituut Bomen, uitgevoerd door een boomdeskundige. d. Bomenfonds: gemeentelijk compensatiefonds met daarin geoormerkte gelden die bestemd zijn voor het herplanten van houtopstanden op basis van door het college te stellen regels. e. boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamdiameter van minimaal 20 cm gemeten op 1.30 m hoogte boven het maaiveld.

In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamdiameter van 20 cm geldt geen minimale stamdiameter bij toepasbaarheid van artikel 13 van deze verordening. f. boomdeskundige: een deskundige in bezit van minimaal het certificaat European Tree Worker afgegeven door een erkend instituut. g. boomwaarde: de monetaire of vervangingswaarde van een houtopstand, zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. h. college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen. i. dunning: een velling uitsluitend bedoeld als maatregel ter bevordering van groei van overblijvende bomen. j. hakhout: als hakhout aangelegde of beheerde houtopstand, die dicht bij de grond periodiek wordt teruggezet / gesnoeid, zodanig dat de stobben opnieuw kunnen uitlopen. k. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers of andere houtachtige gewassen. l. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien van de houtopstand. m. knotten: het afzagen van de kroon van de houtopstand. n. kweekgoed: houtopstanden, door een onderneming bedrijfsmatig gekweekt en bedoeld voor verkoop. o. Lijst met bijzondere houtopstand: door college vastgestelde lijst met Monumentale bomen en Waardevolle houtopstand die zich bevinden binnen de gemeentegrens. p.

Monumentale boom: boom binnen de gemeentegrens die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Lijst met bijzondere houtopstand. q. noodkap: het met spoed vellen van houtopstand in het kader van veiligheid, ter voorkoming van letsel en schade. r. rechthebbende: degene die krachtens eigendom of beperkt recht of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. s. vellen:

-

rooien, kappen, het snoeien van meer dan 30 procent van de boomkroon of het wortelgestel, met inbegrip van de eerste maal kandelaberen of knotten; - het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge zouden kunnen hebben. t. Waardevolle houtopstand: houtopstand binnen de gemeentegrens die aan de hand van door het college vastgestelde criteria is opgenomen op de Lijst met bijzondere houtopstand. u. zelfstandige eenheid houtopstand: houtopstanden die in ruimtelijke zin een aaneengesloten geheel vormen. Artikel 2 Lijst met bijzondere houtopstand 1. Het college stelt een Lijst met bijzondere houtopstand met bijbehorend register vast. 2. Herziening van de Lijst met bijzondere houtopstand vindt ten minste iedere drie jaar plaats na een vorige vaststelling. Artikel 3 Velverbod Monumentale boom en Waardevolle houtopstand 1. Het is verboden een Monumentale boom of een Waardevolle houtopstand zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te vellen of te doen vellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a.

een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet, of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag of burgemeester, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening; b. het periodiek snoeien, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vorm- en knotbomen; c. noodkap mits de burgemeester voor het vellen toestemming heeft verleend, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening. Artikel 4 Criteria verlenen omgevingsvergunning Monumentale boom en Waardevolle houtopstand 1. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een Monumentale boom of een Waardevolle houtopstand van artikel 3 kan, mits alternatieven tot behoud voldoende zijn onderzocht en niet uitvoerbaar zijn, door het bevoegd gezag worden verleend indien: a. sprake is van een Monumentale boom en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang dat opweegt tegen het belang van het behoud van de houtopstand; of b. sprake is van een Waardevolle houtopstand en een algemeen maatschappelijk of een zwaarwegend individueel belang van niet tijdelijke aard dat opweegt tegen het belang van het behoud van de houtopstand. 2. De omgevingsvergunning voor vellen kan tevens worden verleend: a.

indien de reden voor velling een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5: 42 Burgerlijk Wetboek is; of b. indien naar het oordeel van een boomdeskundige: - de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar of: - instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of ernstige schade; of - sprake is van noodzakelijke maatregelen tot behoud van de houtopstand, die niet vallen onder regulier periodiek onderhoud; of c. indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt. Artikel 5 Velverbod overig 1. Naast het verbod in artikel 3 is het verboden zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2. eerste lid, onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, houtopstand te vellen. Het verbod geldt voor de volgende houtopstanden: a. boom met een stamdiameter van meer dan 20 cm gemeten op 1.30 m hoogte boven het maaiveld; b. houtopstand aangeplant op grond van artikel 10 en 12 van deze verordening;

c. houtopstand aangeplant op grond van een overeenkomst met de Gemeente Vlaardingen, met oog op herplantcompensatie. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. een boom met een stamdiameter van meer dan 20 cm gemeten op 1.30 m hoogte boven het maaiveld in private eigendom op een perceel van in totaal minder dan 250 m2, waarbij woning of woongebouw met voor-, achter- en/of zijtuin een eenheid vormen. b. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet, of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag of burgemeester, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening; c. het periodiek snoeien, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vorm- en knotbomen; d. dunning van houtopstanden; e. velling van dode of niet meer te herstellen houtopstand in eigendom van de gemeente waarvan de toestand door een boomdeskundige is vastgesteld, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening; f. noodkap mits de burgemeester voor het vellen toestemming heeft verleend, onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van verplichtingen als in artikel 12 van deze verordening. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: a. fruitbomen, mits geen hoogstamfruitbomen; b.

windschermen om in werking zijnde boomgaarden; c. naaldbomen, niet ouder dan 20 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen; d. kweekgoed; e. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: i. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst; ii. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m, en iii. zijn aangelegd na 1 januari 2013. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet buiten de bebouwde kom voor: a. houtopstanden indien zij staan in een zelfstandige eenheid van: i. 10 are of meer; of ii. rijbeplanting van meer dan 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen, en b. alle overige houtopstanden, die niet vallen onder sub a. Artikel 6 Criteria verlening omgevingsvergunning overig 1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning om te vellen als bedoeld in artikel 5 weigeren of verlenen. 2. Het bevoegd gezag kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verlening als bedoeld in het eerste lid. 3.

De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand, op basis van één of meer van de volgende waarden: a. beeldbepalende waarde; b. waarde voor de leefbaarheid; c. natuurwaarde; d. cultuurhistorische waarde; 4. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning om te vellen vanwege bouw- of aanlegwerken of andere ruimtelijke (her)inrichting of reconstructie pas verlenen indien zekerheid bestaat of voldoende aannemelijk is dat de doorgang en voortgang van deze werken voldoende gewaarborgd is. 5. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder andere verlenen indien de reden tot velling, een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5: 42 Burgerlijk Wetboek is. Artikel 7 Indienen aanvraag omgevingsvergunning vellen

1. De omgevingsvergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van de rechthebbende. 2. In een aanvraag als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van bouw- of aanlegwerken of andere ruimtelijke (her)inrichting of reconstructies dient de aanvrager zekerheid te geven of voldoende aannemelijk te maken dat de doorgang en voortgang van deze werken voldoende gewaarborgd is. 3. Aanvullend op het eerste lid, kan het bevoegd gezag verzoeken tot overlegging van een Bomen Effect Analyse, een compensatieplan of een rapportage van nader onderzoek aan de houtopstand, opgesteld door een boomdeskundige. Artikel 8 Beperking geldigheidsduur 1. De omgevingsvergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt, indien daarvan niet binnen een termijn van maximaal 2 jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt. 2. Het bevoegd gezag kan op verzoek de in het eerste lid genoemde termijn met maximaal 1 jaar verlengen. Artikel 9 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening, waaronder onder andere het stellen van regels inzake het Bomenfonds en het stellen van criteria voor Monumentale bomen en Waardevolle houtopstand. Artikel 10 Bijzondere voorschriften omgevingsvergunning vellen 1.

Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan onder andere behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Indien niet of niet afdoende ter plaatse of in de nabijheid van de kaplocatie kan worden herplant, kan tot de voorschriften behoren dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het Bomenfonds. 3. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in het eerste lid kunnen tevens behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand of te behouden houtopstand. 5. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 11 Intrekking of wijziging van omgevingsvergunning en voorschriften 1. De omgevingsvergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; of b.

indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning geweigerd had kunnen worden; of c. indien de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen. 2. De voorschriften of beperkingen verbonden aan een omgevingsvergunning tot vellen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging van de voorschriften of beperkingen noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de voorschriften of beperkingen aan de omgevingsvergunning zijn verbonden. Artikel 12 Zelfstandige herplantplicht en instandhoudingsplicht 1. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de rechthebbende de verplichting opleggen, te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

2. Het opleggen van een herplantplicht is ook mogelijk indien de vrijstelling van artikel 3, tweede lid onder a, of artikel 5 tweede lid onder b van toepassing is. 3. Indien niet of niet afdoende ter plaatse of in de nabijheid van de kaplocatie kan worden herplant, kan tot de voorschriften behoren dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het Bomenfonds. 4. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 5. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de rechthebbende de verplichting opleggen om: a. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; b. een Bomen Effect Analyse door een boomdeskundige op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag. 6. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 13 Afstand tot de erfgrenslijn De afstand, als bedoeld in artikel 5: 42 tweede lid Burgerlijk Wetboek, is vastgesteld op 0,5 m voor bomen, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom en op nihil voor heesters en heggen. Artikel 14 Bestrijding van ziekten 1. Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders, is de rechthebbende – indien hij daartoe door het college is aangeschreven – verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: a. de houtopstand te vellen; b. de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het college, de in het eerste lid genoemde gevelde houtopstand of delen daarvan in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende ziekte kan verspreiden. 3. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en rekening van aangeschrevene, door of namens het college kunnen worden verricht. Artikel 15 Verplichting uitvoering noodkap 1.

De burgemeester kan de rechthebbende de verplichting opleggen tot het uitvoeren van noodkap, indien door instabiliteit van een houtopstand sprake is van ernstig gevaar voor zaken of personen of vergelijkbaar spoedeisend belang. 2. De rechthebbende is, indien hij daartoe door de burgemeester is aangeschreven, verplicht binnen de bij de last onder bestuursdwang of onder dwangsom opgelegde termijn aan de daarin gestelde verplichtingen en voorschriften te voldoen. Artikel 16 Bescherming gemeentelijke houtopstanden 1. Het is verboden houtopstand die eigendom van de Gemeente Vlaardingen is, te vellen, te beschadigen te bekladden of te beplakken, of daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door of namens ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak. 2. Het is verboden indien dit schade toebrengt of kan toebrengen, om één of meer voorwerpen in of aan een houtopstand in eigendom van de Gemeente Vlaardingen aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens schriftelijke toestemming van het college. Artikel 17 Strafbepaling 1. Degene die handelt in strijd met artikel 14, tweede lid, of artikel 16 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2. Bij de eis tot strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. Artikel 18 Toezicht

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren. 2. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn bevoegd terreinen te betreden zonder toestemming van de rechthebbende voor zover dit verband houdt met hun taak als toezichthouder voor hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald. Artikel 19 Overgangsbepaling 1. De vergunningen of omgevingsvergunningen die verleend zijn krachtens de Bomenverordening Vlaardingen 2010 blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij verleend werden, verstreken is, of totdat zij worden ingetrokken. 2. Aanvragen voor een vergunning of omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop deze verordening in werking is getreden. 3. Het door het college vastgestelde Besluit regels Bomenfonds 2005 blijft van kracht totdat het besluit wordt herzien en geldt als door het college vastgestelde regels in de zin van artikel 9 van deze verordening. 4. De Lijst met monumentale bomen uit 2006 blijft van kracht totdat deze wordt herzien. Artikel 20 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude verordening 1.

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking van de vastgestelde verordening en de vastgestelde grens bebouwde kom in het kader van de Wet natuurbescherming. De bekendmaking in het Gemeenteblad van beide vastgestelde besluiten vindt plaats op dezelfde dag dan wel nagenoeg dezelfde dag. 2. Op het moment van inwerkingtreding van de Bomenverordening Vlaardingen 2021 wordt de Bomenverordening Vlaardingen 2010 ingetrokken. Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Bomenverordening Vlaardingen 2021. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van d.d. ….

De griffier,

De voorzitter,

Jeroen Mimpen

Bas Eenhoorn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872126/1