Bijlage Nadere onderbouwing raadsvoorstel
Tekst van het document
Nummer: 1863290 Bijlage ‘Nadere onderbouwing van het raadsvoorstel Eerste wijziging Havenverordening Vlaardingen 2019’ Behorende bij Raadsvoorstel 1863293 tot vaststelling van de Eerste wijziging Havenverordening Vlaardingen 2019 met bijbehorende toelichting. Nadere onderbouwing van het raadsvoorstel In dit document wordt een nadere inhoudelijke uitleg en motivering gegeven voor de voorgestelde wijzigingen zoals zijn opgenomen in het ontwerpraadsbesluit. In de eerste paragraaf wordt ingegaan op het voorstel in de havenbekkens en op de Rijksvaarwegen binnen de gemeentegrens een algeheel verbod voor zeeschepen in te stellen op het varend sjorren van containers. Vervolgens wordt in paragraaf 2 ingegaan op het fosfine incident en het als gevolg daarvan gewijzigde Plan van aanpak voor schepen waarvan de lading in het buitenland is ontsmet met fosfine. Ook wordt ingegaan op het voorstel om artikel 4.7 van de Havenverordening zodanig te wijzigen dat het mogelijk wordt eenieder die betrokken is bij dit plan van aanpak te kunnen aanspreken. Tot slot worden in paragraaf 3 de voorgestelde technische wijzigingen beschreven om een aantal omissies in de tekst en in de toelichting van de havenverordening te herstellen die na inwerkingtreding van de havenverordening op 6 januari 2020 zijn geconstateerd.
1 Verbod op varend sjorren Sjorren is het zeevast maken van containers aan boord van zeeschepen. Dit is een manuele handeling en door het werken op grote hoogte en tussencontainers in, is het een risicovolle activiteit. In de huidige havenverordening is in artikel 11.4.1 al een verbod opgenomen om aan boord van een zeeschip containers te sjorren. Op dit verbod is een uitzondering gemaakt voor enerzijds de bemanning van een zeeschip met een maximale lengte van 170 meter en anderzijds voor sjorders die in dienst zijn bij een sjorbedrijf dat in het bezit is van een vergunning. Aan het criterium voor de vergunningplicht ligt in hoofdzaak ten grondslag dat de kernbemanning die volgens internationale regelgeving aan boord moet zijn van een zeeschip tot 170 meter voldoende handen telt om veilig te kunnen sjorren gegeven het aantal containers aan boord. Uit onderzoek, mede aan de hand van dronebeelden, is gebleken dat in het havengebied ook varend sjorren plaatsvindt. Op dit moment geldt geen algeheel verbod op varend sjorren binnen de havenbekkens en op Rijksvaarwegen binnen de gemeente. Dit is ongewenst aangezien het varend sjorren van containers een zeer risicovolle activiteit betreft. Voorgesteld wordt het varend sjorren in havenbekkens en op Rijksvaarwegen te verbieden via wijziging van artikel 1.2 en hoofdstuk 11, afdeling 4.
Dit om ongevallen bij varend sjorren van containers aan boord van zeeschepen zoveel als mogelijk te voorkomen. Hiermee wordt aangesloten bij het internationale verbod op varend sjorren zoals vastgelegd in het VN-verdrag SOLAS (Safety Of Life At Sea). 2 Fosfine In december 2019 heeft een incident plaatsgevonden op een binnenvaartschip in Nieuwegein. Het incident was een gevolg van het feit dat het schip was geladen met bulklading die was geladen vanuit een zeeschip in Amsterdam. De lading in het zeeschip was in het buitenland ontsmet met fosfine(pillen). Deze pillen waren echter nog niet uitgewerkt. Fosfine is een zeer gevaarlijke chemische stof die reukloos is. Gevolg was dat de enkele personen aan boord van het binnenvaartschip (zwaar) gewond zijn geraakt. Geactualiseerd Plan van aanpak voor schepen waarvan de lading in het buitenland is ontsmet met fosfine Om dergelijke incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen, is door de Havenmeesters van Rotterdam, maar ook van Amsterdam samen een nieuw Plan van aanpak opgesteld voor de afhandeling van
zeeschepen die lading aan boord hebben die in het buitenland met fosfine (pillen) is behandeld. Het geactualiseerde plan, dat uitgebreid is afgestemd met de keten is inmiddels vastgesteld en in werking getreden op 1 januari 2021. Het Plan van aanpak, zoals is voorgeschreven in artikel 4.7, onder c, van de havenverordening, bevat een procedure voor alle betrokken partijen bij de overslag in de haven en verder vervoer van zeeschepen met lading die in het buitenland is behandeld met ontsmettingsmiddelen. De procedure is uitsluitend van toepassing binnen de grenzen van de gemeente. Het Plan van aanpak bevat regels die ervoor moeten zorgen dat zorgvuldig met de lading in het zeeschip wordt omgegaan, zodat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. In het Plan van aanpak is een grote rol weggelegd voor de gassingsleider die het proces van het lossen van de lading begeleidt, omdat deze functionaris over de hiervoor specifiek benodigde kennis beschikt. Een gassingsleider is een deskundige erkend krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden met aantekening Bevoegdheid voor Fosfine op het certificaat. Dat er een grote verantwoordelijkheid voor het veilig lossen van de lading ligt bij de gassingsleider wordt onderschreven door de keten, waaronder de gassingsleiders zelf.
Wijziging artikel 4.7 havenverordening – eenieder aanspreken Het huidige artikel 1.3 “Op wie is deze verordening van toepassing?” en artikel 4.7 “Lading die in het buitenland is ontsmet”, van de havenverordening bieden niet de mogelijkheid deze functionaris rechtstreeks aan te spreken op de taken die bij hem zijn belegd. Door artikel 4.7 te wijzigen zodat eenieder zich dient te houden aan het Plan van Aanpak wordt het mogelijk om de persoon aan te spreken die de werkzaamheden ook daadwerkelijk uitvoert, of laat uitvoeren. 3 Technische wijzigingen Na de inwerkingtreding van de Havenverordening Vlaardingen 2019 op 6 januari 2020 is een aantal omissies in de tekst en de toelichting van de verordening geconstateerd. Voorgesteld wordt om deze omissies te herstellen. Hieronder wordt kort toegelicht wat deze wijzigingen inhouden. Het betreft voornamelijk verduidelijkingen. Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Voorgesteld wordt aan het begrip ‘dienstverlenend schip’ toe te voegen dat schoonmaken zich in diverse vormen kan voordoen. Deze vormen, zowel open schoonmaken, gesloten schoonmaken als anderszins, worden aan het begrip ‘schoonmaken’ in de definitie van het begrip ‘dienstverlenend schip’ toegevoegd. Tevens wordt voorgesteld de omschrijving van het begrip ‘haven’ duidelijker weer te geven door het invoegen van sub a en sub b.
Daarnaast wordt voorgesteld het begrip ‘Rijksvaarwegen’ afzonderlijk toe te voegen aan de begripsomschrijvingen. Rijksvaarwegen binnen de gemeentegrenzen zijn de Nieuwe Maas en het Scheur. Verder wordt in het begrip ‘ontgasvoorzieningen’ verduidelijkt dat een ontgasvoorziening ook dienst kan doen tijdens de overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen, en niet alleen wanneer een schip uitsluitend ligplaats neemt om de ladingtanks gasvrij te maken. Artikel 1.2 Waar gelden deze regels? Het huidige derde lid dat verwijst naar paragraaf 13 vervalt, omdat in deze gereserveerde paragraaf 13 vooralsnog geen bepalingen zijn opgenomen. Het voorgestelde nieuwe derde lid is een verbijzondering van het tweede lid. Abusievelijk is bij de laatste wijziging niet onderkend dat de reikwijdte van artikel 11.1.3, met betrekking tot de eisen gesteld aan de schipper van een schip dat is ingericht en wordt gebruikt voor personenvervoer van 12 personen of meer buiten de bemanning, alle wateren binnen de gemeente omvat die aan getijden onderhevig zijn, met uitzondering van de Rijksvaarwegen. Artikel 3.2 Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Het college heeft de mogelijkheid bepaalde categorieën van schepen niet toe te staan in specifieke gebieden of op ligplaatsen in de haven.
Het is in voorkomend geval praktischer aan te geven welke bepaalde categorieën van schepen wél zijn toegelaten in een bepaald gebied.
Artikel 3.4 Deugdelijk afmeren In het tweede lid wordt in de onderdelen a en b onderscheid gemaakt in de lengte van zeeschepen. Een zeeschip voldoet slechts aan één van de voorwaarden, als bedoeld in de onderdelen a en b. Daarom wordt het woord ‘en’ tussen onderdelen a en b vervangen door ‘of’. Artikel 3.7 Gebruik van ankers en spudpalen Het gebruik van ankers en spudpalen is slechts toegestaan als het gebruik geen schade toebrengt aan de infrastructuur, in de onderwaterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oever- of kadeverdedigingswerken. Met de voorgestelde aanpassing is het ook mogelijk vroegtijdig te interveniëren als ankers of spudpalen worden gebruikt waar mogelijk schade kan worden toegebracht. Artikel 5.2 Toegelaten schepen in de petroleumhaven De bedoeling van artikel 5.2 is dat schepen zich alleen in een petroleumhaven mogen bevinden voor bepaalde activiteiten en niet om er voor langere tijd ligplaats te nemen. Dat wordt nu duidelijker in deze bepaling tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.4 Tankschepen met gevaarlijke stoffen Tankschepen mogen, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, ook buiten een petroleumhaven ligplaats nemen. In het geval de ladingtanks van schepen maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare dampen bevatten en gesloten blijven geldt dat ook voor binnentankschepen en niet alleen voor zeetankschepen.
In onderdeel b wordt nauwkeuriger tot uitdrukking gebracht welke stoffen de schepen mogen bevatten om buiten een petroleumhaven ligplaats te mogen nemen. Naast de genoemde stoffen gaat het om schadelijke stoffen die niet tevens ook gevaarlijke stoffen zijn. Het tweede lid van artikel 5.4, sub 2, wordt in twee subonderdelen gesplitst omdat het twee te onderscheiden situaties betreft. Artikel 5.5 Binnentankschepen met gevaarlijke stoffen Met het woord ‘vaste locatie’ is bedoeld een inrichting, dat wil zeggen een inrichting als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het begrip ‘inrichting’ is gedefinieerd in artikel 1. Door het gebruik van het begrip inrichting in onderdeel 2 is duidelijker de intentie van het voorschrift tot uitdrukking gebracht. Artikel 5.6 Zeetankschepen met gevaarlijke stoffen De verwijzing in het artikel is exacter gemaakt om duidelijk te maken dat een zeetankschip niet voor alle situaties een verklaring van een gasdeskundige nodig heeft. Artikel 14.3 Toezichthoudende ambtenaren De politie van de regionale eenheid Rotterdam, district zeehaven, houdt ook toezicht op de eisen die aan schepen en bemanning worden gesteld, de voorwaarden die aan bootsmannen en aan sjorbedrijven worden gesteld. Aan het tweede lid zijn de relevante artikelen toegevoegd.