Bijlage 8 - Nota van Zienswijzen
Tekst van het document
GEMEENTE VLAARDINGEN
Nota van zienswijzen omgevingsplan en plan-MER AWZI Vergulde Hand
Team Ruimte en Milieu Augustus 2025 Versie 1.1
1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 Hoofstuk 2 Zienswijzen en reactie gemeente ......................................................................................................... 4 Zienswijze 1 ......................................................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ......................................................................................................................................................... 7 Zienswijze 3 ....................................................................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3 Conclusie .......................................................................................................................................... 12
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING Vanaf donderdag 10 april tot en met donderdag 22 mei heeft het ontwerpbesluit ‘TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand West Vlaardingen’, samen met het planMER ‘AWZI Vergulde Hand West, Vlaardingen’ ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Gedurende de periode van ter inzagelegging zijn er drie zienswijzen binnengekomen. Alle zienswijzen zijn ontvankelijk en zijn in hoofdstuk 2 anoniem samengevat weergegeven en voorzien van een reactie.
3
HOOFSTUK 2 ZIENSWIJZEN EN REACTIE GEMEENTE ZIENSWIJZE 1 a.
Zienswijze geurhinder
In de zienswijze wordt verzocht om in het omgevingsplan strengere geurnormen vast te leggen dan wettelijk vereist en structurele, frequente geurmonitoring, met bindende resultaatsverplichtingen, verplicht te stellen. Reactie gemeente In de geurberekeningen is de afstand tot geurgevoelige objecten en de geurbelasting op deze objecten meegenomen. Het betreft een uitgebreid onderzoek, dat is uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de wettelijke normen waardoor sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Er is sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn geen strengere normen dan wettelijk vereist benodigd. Voor zover wordt verzocht om bindende resultaatsverplichtingen wordt opgemerkt dat in de samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen gemeente en HHD is opgenomen dat er geen beperkingen mogen zijn voor de omliggende gebieden. Uit het bovenbeschreven onderzoek blijkt dat dit het geval is. Wel is ervoor gekozen om de wettelijke bepaalde geurnormen in het omgevingsplan op te nemen zodat voor eenieder duidelijk is welke normen gelden en aan welke normen wordt getoetst. In de omgevingsvergunning zullen daarnaast voorschriften met betrekking tot monitoring worden opgenomen.
Tot slot wordt opgemerkt dat de gemeente Vlaardingen met Hoogheemraadschap van Delfland heeft afgesproken dat die laatste een monitoringsplan opstelt. Daarmee zal worden voorzien in de monitoring van geurhinder vanwege de AWZI. Op grond van bovenstaande is de gemeente Vlaardingen van oordeel dat er sprake is van een sterke verbetering van de bestaande geursituatie en van een aanvaardbare geurbelasting op de omgeving. b. Zienswijze geluidsoverlast In de zienswijze wordt verzocht om uitsluitend door te gaan met alternatieven die de laagste geluidsbelasting veroorzaken (zoals alternatief 1b) en maximale geluidsniveaus vast te leggen in de omgevingsvergunning. Reactie gemeente Ook voor wat betreft het aspect geluid heeft uitvoerig onderzoek plaatsgevonden, uitgaande van de ligging van geluidgevoelige gebouwen. Alternatief 1b heeft, zoals ook in de zienswijze is aangegeven, de laagste geluidsbelasting. Alternatief 1b betreft het gekozen voorkeursalternatief. De wijziging van het omgevingsplan voorziet in de uitvoering ervan. Voor dit alternatief is aangetoond dat wordt voldaan aan grenswaarden voor geluid ten gevolge van het inwerking zijn van de AWZI-gebruiksfase. Ook in het kader van de omgevingsvergunning voor gebruik van de AWZI zal aangetoond moeten worden dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor geluid.
De effectbeoordeling voor geluid als gevolg van de aanlegfase (zijnde een aspect van uitvoering) wordt in de projectfase beschouwd in het project-MER ter onderbouwing van de aanvraag van de omgevingsvergunning. In dat kader zal moeten worden aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden (ook wat betreft maximale geluidsniveaus) zoals deze zijn opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Vlaardingen (onderdeel Bruidsschat) en in het Besluit bouwwerken leefomgeving. c.
Zienswijze visuele en ruimtelijke aantasting
4
In de zienswijze wordt verzocht om landschappelijke inpassing op te nemen in het plan en een onafhankelijke landschapsarchitect de visuele impact te laten beoordelen. Reactie gemeente Landschappelijk inpassing wordt nader uitgewerkt in de vervolgfase van het project, wanneer meer concreet is wat de ligging en dimensies zijn van de bouwwerken en installaties van de AWZI. In de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en HHD (SOK) zijn voor wat betreft de landschappelijke en ruimtelijke inpassing (op hoofdlijnen en samengevat) de volgende afspraken gemaakt: •
• • • •
• • •
HHD realiseert de watercompensatie voor toename van de verharding als gevolg van de AWZI, binnen de grenzen van de te verwerven percelen en streeft naar een groenblauwe inrichting van het AWZIterrein. De klimaatopgaven worden verder uitgewerkt in het landschappelijk ontwerp van de zuivering dat HHD in afstemming met de gemeente en andere belanghebbenden opstelt. HHD en Vlaardingen willen dat de inpassing van de nieuwe AWZI aansluit op het landschap op de grens van stad en landelijk gebied, groenstructuren en recreatieve verbindingen. Het biodiversiteitsbeleid van HHD is erop gericht om bij werkzaamheden flora en fauna te ontzien, en waar mogelijk verbeterkansen te benutten. Niet alleen in en om het water, maar ook op het land. Vlaardingen streeft naar waardevol, ecologisch groen (Blijvend groen). Dat betekent dat ruimtelijke initiatieven het gebruik en de beleving van groen stimuleren, bijdragen aan de structuur en netwerk ervan, de ecologie verrijken en zorgen voor een duurzame instandhouding van het groen. HHD zal het gehele terrein voorzien van groene randen De ruimte tussen installaties en gebouwen van de afvalwaterzuivering die niet nodig is voor transport, bediening of onderhoud, zal onverhard blijven. Waar technisch mogelijk, legt HHD groene daken aan op gebouwen en installaties van de AWZI.
In dat kader wordt een ruimtelijk ontwerp opgesteld door een landschapsarchitect. Het ruimtelijk ontwerp zal moeten voldoen aan eisen uit het beeldkwaliteitsplan dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De naleving van het beeldkwaliteitsplan is geborgd in het omgevingsplan, ook wat betreft de eisen rond landschappelijke inpassing en compensatie. Terzijde wordt benadrukt dat het plangebied van de AWZI op dit moment reeds een bedrijfsbestemming heeft, door de provincie op grond van de Omgevingsverordening is aangewezen als een bedrijventerrein, en dat het plangebied al enkele jaren in gebruik is geweest als gronddepot voor de Blankenburgverbinding en op dit moment voor de tijdelijke regionale opvangvoorziening Mrija. Van een relatief open, groene zone is dus nu al geen sprake. d.
Zienswijze verkeersdruk en veiligheid
De zienswijze verzoekt om intensief (zwaar) verkeer tot specifieke uren te beperken en te zorgen voor een alternatieve toegangsroute en veiligheidsmaatregelen. Reactie gemeente Ook voor dit aspect is van belang dat de locatie al decennia een bedrijfsfunctie (bestemming) heeft. Ook bij een autonome ontwikkeling van de locatie tot een regulier bedrijventerrein zal het verkeer toenemen ten opzichte van nu. Tijdens de bouw, zijnde een uitvoeringsaspect, zijn er tijdelijk extra verkeersbewegingen. De AWZI is, na ingebruikname, een functie met een beperkte verkeersaantrekkende werking. Zoals uit de MER blijkt is het de verwachting dat de bestaande verkeersstructuur voldoende is om dit op te vangen. Concrete maatregelen om de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de bouwfase te verhogen worden in de voorbereiding van de uitvoeringsfase uitgewerkt. 5
e.
Zienswijze gezondheidseffecten
In de zienswijze wordt verzocht om aanvullend gezondheidskundig onderzoek, met specifieke aandacht voor cumulatieve langetermijneffecten. Reactie gemeente Alle voor gezondheid relevante aspecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn beoordeeld in het plan-MER. Hieruit blijkt dat er sprake is van een lichte verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Benadrukt wordt dat de GGD, die vanaf het begin betrokken is bij de milieueffectrapportage, positief heeft geadviseerd op het thema gezondheid. f.
Zienswijze alternatief locatievoorstel
In de zienswijze wordt verzocht om een alternatief locatievoorstel te beoordelen, namelijk het voormalig bouwterrein van de Blankenburgverbinding. Reactie gemeente In het plan-MER is onderbouwd waarom er geen sprake is van reële alternatieve locaties of uitbreiding van het terrein van de huidige zuivering. Het in de zienswijze aangedragen alternatief op het voormalige bouwterrein van de Blankenburgverbinding is om meerdere redenen geen reëel te beschouwen alternatief: -
-
-
g.
Het oppervlak is te klein om daar een nieuwe AWZI te realiseren, die aan alle noodzakelijke en vereiste uitgangspunten voldoet; De huidige ruimtelijke functie van het terrein is groen, landschap en recreatie. Hiermee vormt het terrein een schakel in het aaneengesloten groene landschap van de dijk (In zienswijze 2c wordt dit terecht benoemd als een belangrijk gegeven). Voor het realiseren van een AWZI zou deze groene, landschappelijke/recreatieve functie moeten worden gewijzigd naar die van bedrijventerrein/AWZI; Het terrein ligt op een relatief smalle strook in de buitendijkse beschermingszone van de primaire waterkering. Een grotere oppervlakte dan alleen het werkterrein zou leiden tot een langgerekt kavel, wat negatieve effecten heeft op de bedrijfsvoering van de AWZI; De kosten voor het aanvoerend leidingstelsel zijn hoger. Hoewel het hier inderdaad geen bebouwd gebied betreft, zal voor minimaal een van de aanvoerende leidingen (Schiedam en Vlaardingen) een nieuw tracé moeten worden aangelegd, en dat over vrij grote afstand. Zienswijze conclusies en verzoeken
Bij conclusies en verzoeken wordt in aanvulling op de eerdergenoemde punten verzocht om actieve bewonersparticipatie te borgen bij monitoring, toezicht en klachtbehandeling. Reactie gemeente De initiatiefnemer, het Hoogheemraadschap van Delfland, heeft vanaf het begin van het project actief contact gelegd/proberen te leggen met de directe omwonenden op het terrein Vergulde Hand. Hiermee is en wordt de mogelijkheid geboden om als bewoner vroegtijdig inbreng te leveren, in elke fase van het project, van verkenning tot aan realisatie en in bedrijf hebben van de zuivering. Bij de vergunning voor de nieuwe afvalwaterzuivering wordt een monitoringsplan opgenomen. De gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben afgesproken dat er een klachtenregime wordt opgesteld aanvullend op de reguliere procedure. De indiener van de zienswijze wordt uitgenodigd om (voor zover nog niet gedaan) contact op het nemen met het Hoogheemraadschap van Delfland. 6
ZIENSWIJZE 2 a.
Zienswijze geen zicht op herhuisvesting van oorlogsvluchtelingen.
. Op herhuisvesting van de Oekraïense oorlogsvluchtelingen is geen enkel uitzicht, zeker is dat ontmantelen van de wijk medio 2026 de kinderen hun school ‘De Vriendschap’ kwijtraken, de bewoners de intussen vertrouwde leefomgeving moeten verlaten voor een, naar het ernaar uitziet, opnieuw ongewisse toekomst. De woonwijk gaat dan ook verloren voor huisvesting van lokale woningzoekenden tijdens jaren van grote woningnood. Reactie gemeente De locatie Vergulde Hand is al jaren is aangewezen als, en bestemd voor, een bedrijventerrein. Dit gebied is niet bedoeld, noch geschikt, voor permanente huisvesting. De reden dat de regionale opvanglocatie Mrjia op het bedrijventerrein aanwezig is, is vanwege een tijdelijke ontheffing die de gemeente heeft gekregen van de provincie voor het gebruik als tijdelijke opvanglocatie. De gemeente Vlaardingen is zonder meer begaan met de Oekraïense ontheemden. Echter, vanaf het begin is duidelijk geweest dat Mrija een kortdurende tijdelijke oplossing zou zijn als regionale opvangvoorziening van deze ontheemden, juist vanwege de komst van de AWZI. Desondanks stelt de gemeente het mogelijke in het werk om de ontheemden zoveel mogelijk een opvang te blijven bieden. Daarvoor is de gemeente echter sterk afhankelijk van inspanningen en toezeggingen van het rijk.
Op 10 juli 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met partiële voortzetting van de tijdelijke regionale opvangvoorziening, op het terrein naast de te bouwen AWZI. Op het moment dat het rijk instemt met de business case blijft een opvangvoorziening beschikbaar voor 750-800Oekraïense ontheemden. Medio 2026 sluit de school ‘De Vriendschap’ en wordt deze ontmanteld. De ontheemde kinderen zijn inmiddels langer dan twee jaar in Nederland en zijn op grond van de wet verplicht in te stromen in het reguliere onderwijs. De gemeente Vlaardingen heeft daarin geen zeggenschap. Hierdoor ontbreekt echter de noodzaak voor de aparte schoollocatie. Daarnaast blijft de gemeentelijke toezegging richting Vlaardingse woningzoekenden overeind: de 48 Heijmans Onewoningen die eigendom zijn van Waterweg Wonen en nu onderdeel zijn van de opvanglocatie Mrija, worden na 1 juli 2026 beschikbaar gesteld op een nieuwe locatie in de stad aan Vlaardingse woningzoekenden. Voor ontheemden die niet op Mrija kunnen blijven, zijn bestuurlijke afspraken gemaakt met regiogemeenten. Doel is een zorgvuldige uitstroom en nieuwe opvang op een nieuwe locatie in een andere gemeente, in lijn met de wens om ook bij vertrek humane opvang te waarborgen. b. Zienswijze onduidelijke volgorde besluitvorming De volgorde van besluitvorming is onduidelijk met voorbarige overeenkomsten tussen Gemeente en HH Delfland.
Zo is in 2021 is door de Raad een motie aangenomen waarin gesteld wordt dat de locatie niet geschikt is voor een dergelijke zuiveringsinstallatie. Voorts wordt gesteld dat de gemeente kennelijk twee tegenstrijdige- besluitsporen tegelijk heeft doorlopen. Als eerste het besluit voor de nieuwbouw AWZI en als tweede het besluit voor de opvang van Oekraïense ontheemden. De indiener van de zienswijze is van mening dat hier sprake is van tegenstrijdige belangen die zich niet lijken te verenigen met de rol van de gemeente als bevoegd gezag. Reactie gemeente De gemeente herkent zich niet in het geschetste beeld. In 2021 is in de raad inderdaad een motie aangenomen, op basis van hetgeen toen bekend was, waarbij de voorkeur werd uitgesproken voor renovatie. Naar aanleiding van nader onderzoek en beschouwing bleek deze motie echter niet uitvoerbaar. Voor een uitgebreide beschouwing over de noodzaak voor nieuwbouw ten opzichte van renovatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van het plan-MER. 7
Besluitvorming over de nieuwe AWZI en de tijdelijke regionale opvangvoorziening Mrija heeft vanaf voorjaar 2022 in goede afstemming tussen de gemeente en het hoogheemraadschap plaatsgevonden. Afspraken hierover zijn vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst en bijbehorende Nota van Uitgangspunten, die in december 2023 door partijen is gesloten en waarin ook de raad nadrukkelijk een rol had. Opvolgend is gestart met het planproces met de nu voorgenomen wijziging van het omgevingsplan met bijbehorende plan-MER als resultaat. Voor wat betreft de samenloop met de opvang van Oekraïense ontheemden wordt verwezen naar de reactie op de zienswijze onder a. Met daarbij de aanvullende kanttekening dat de gemeente Vlaardingen (en wat dat aangaat: heel Nederland) in het voorjaar van 2022 plots werd geconfronteerd met een grote toestroom van ontheemden waarvoor op zeer korte termijn noodopvang moest worden gevonden. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het realiseren van de opvanglocatie Mrija omdat dit op korte termijn de op dat moment enige beschikbare locatie was om deze grote groep op te vangen. Herhaald: vanaf het begin was duidelijk dat het een tijdelijke oplossing betrof. c.
Zienswijze Uitbreiding AWZI DGL aan de westzijde
De indiener van de zienswijze refereert aan een brief die op 13 februari 2025 is gestuurd naar het college van B&W van Vlaardingen en het bestuur van het Hoogheemraadschap Delfland, met vragen en argumenten op basis van technische en ruimtelijke mogelijkheden, om de huidige AWZI met toepassing en aanvulling van nieuwe bestaande technieken te renoveren en opwaarderen om aan de komende strengere eisen en toename van afvalwater te kunnen voldoen. Aanvullend stelt de indiener van de zienswijze dat renovatie van de huidige zuivering met uitbreiding naar de westzijde niet voldoende is onderzocht. Het betreft daar een nauwelijks recreatief gebruikt berkenbosje met een zelden gebruikt mountainbike paadje. Ook is niet onderzocht of op grond van het algemeen belang dit stukje te verwerven is. Reactie gemeente De indiener van de zienswijze is reeds in een reactie op de voornoemde brief aan de gemeente) gewezen op de onderzoeken die zijn gedaan naar renovatie en de overwegingen om het bestaande terrein niet uit te breiden. Specifiek voor het de voorgestelde uitbreiding aan de westzijde (Oeverbos) wordt het antwoord in onze brief aan de indiener hierbij herhaald: “Wij nemen aan dat u doelt op het Oeverbos, welk recent is heringericht in het kader van het Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland. Er is alleen gekeken naar een locatie waar nog geen bestaande functie op was ingevuld.
Dat was Vergulde Hand West, een leeg terrein met een bedrijfsbestemming. Daarom was er geen aanleiding om te zoeken op locaties met bestaande functies. “ Het Oeverbos is compensatiegebied voor de aanleg van de Blankenburgverbinding. Het oostelijke deel van het Oeverbos is heringericht en er is een nieuwe leeflaag opgebracht voor een betere ecologische kwaliteit. De fiets- en wandelverbinding tussen het Krabbepark en het Oeverbos zijn verbeterd en het gebied wordt recreatief toegankelijker gemaakt. Dit alles maakt dat een westelijke uitbreiding van de bestaande AWZI geen reële optie is. Verwezen wordt voorts naar paragraaf 2.3 van het plan-MER en de bijlagen bij het plan-MER (o.a. bijlage XVI), waarin is onderbouwd dat en waarom er geen sprake is van reële alternatieve locaties of uitbreiding van het terrein van de huidige zuivering. Daarom zijn de milieueffecten van deze alternatieven niet uitgewerkt. Het heeft immers geen zin om van alternatieven die niet reëel zijn de milieueffecten te onderzoeken.
8
d. Zienswijze Burgerparticipatie en inspraak uiterst miniem Burgerparticipatie en inspraak zijn uiterst miniem, slechts enkele informatieavonden waarbij voornamelijk (zo’n 95%) beroepsmatig bij het betrokkenen aanwezig waren. Reactie gemeente Vanaf 2021 zijn belanghebbenden en geïnteresseerden op verschillende manieren uitgenodigd om inbreng te leveren of contact op te nemen met het hoogheemraadschap. De zorgen over nieuwbouw die in 2021 met participatie zijn opgehaald, zijn in het vervolg van het project nader onderzocht en betrokken bij het maken van de afspraken tussen het hoogheemraadschap en de gemeente. De gemeenteraad heeft vervolgens ingestemd met de samenwerkingsovereenkomst, waarin ook de wijziging van het omgevingsplan is voorgenomen. Bij besluitvorming hebben beide besturen (gemeente en hoogheemraadschap) kennisgenomen van de opgehaalde inbreng en betrokken bij de verdere uitwerking en onderbouwing van het plan (zie motivering Omgevingsplan H.8 en bijlagen 3 en 4). Tot slot wordt opgemerkt dat, gelijk de gemeentelijke reactie onder de zienswijze 1g, de indiener van de zienswijze wordt uitgenodigd om (voor zover nog niet gedaan) contact op het nemen met het Hoogheemraadschap van Delfland. e.
Zienswijze Geen onderzoek op gelijkwaardig niveau naar renovatie
Uit het plan-MER AWZI Vergulde Hand blijkt overduidelijk dat er geen onderzoek op gelijkwaardig niveau naar renovatie met aanvullende technieken is uitgevoerd zoals de genoemde MER-adviescommissie in genoemd rapport van 9 oktober 2024 project nummer 3851 aangaf. Reactie gemeente De Commissie voor de mer heeft in het betreffende advies over de Nota Reikwijdte en Detailniveau aanbevolen om indien relevant alternatieve locaties of uitbreiding van de huidige zuivering te betrekken in het plan-MER en om, indien alternatieve locaties of uitbreiding niet in het plan-MER worden betrokken, dat uit te leggen. Uitwerking van alternatieve locaties of uitbreiding van de huidige zuivering zijn geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven. Deze zijn afgevallen om andere redenen dan milieu en hoeven niet verder te worden onderzocht in het MER. De door de Commissie MER aanbevolen uitleg hiervoor is opgenomen in paragraaf 2.3 van het plan-MER. f.
Zienswijze Externe veiligheid extra reden om nieuwbouw te heroverwegen.
Indiener citeert het plan-MER AWZI inzake de productie van biogas: ‘Er zijn geen aanvullend benodigde en/of gewenste mitigerende maatregelen geïdentificeerd. Een aandachtspunt voor het vervolg is de hoeveelheid biogas/groengas welke wordt opgeslagen (en aanwezig is in de vergistingsinstallaties). Indien de hoeveelheden groter gaan worden dan nu verwacht kan er sprake gaan zijn van een Seveso-inrichting. Vooralsnog is dat niet het geval’. Seveso-inrichting wil zeggen dat het bedrijf valt onder BRZO (Besluit Risico Zware Ongevallen. Noot: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het BRZO opgegaan in deze wet). Het hoogheemraadschap gaat uit van toename afvalwater in toekomst, maar hier even niet over biogas. Dit acht indiener geen juist uitgangspunt, gezien de bijna-ramp van een biogaslek ontstaan bij de afvalwaterzuivering aan de Voorschoterweg in Leiden. Indiener acht externe veiligheid een belangrijke reden om nieuwbouw op de Vergulde Hand West, liggend in een lage polder, te heroverwegen. Immers is dichter bij de Westwijk (met ruim 12.000 inwoners) en nabij onder andere de werkplaats van Stroomopwaarts voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 9
Reactie gemeente Bij het ontwerp van de nieuwe zuivering wordt uitgegaan van een toename van afvalwater in de toekomst. De zuivering wordt daarom ontworpen op 450.000 i.e. De verwachte hoeveelheid biogas, zoals vermeld in het plan-MER, is op dit ontwerp gebaseerd. Gelet op de maximale hoeveelheid biogas die in de nieuwe situatie op de locatie kan worden verwacht is geen sprake van een Seveso-inrichting. Omgevingsveiligheid geeft geen risico ten aanzien van de Westwijk of Stroomopwaarts. In het plan-MER is tevens aangegeven dat daarom vooralsnog geen aanvullende of mitigerende maatregelen nodig zijn. In de vervolgfase van het project zal op basis van het verder uitgewerkte ontwerp bekeken worden of het uitgangspunt voor de maximale opslag van biogas ongewijzigd blijft. Hiervoor wordt verder verwezen naar paragraaf 7.4 van de plan- MER. Aanvullend wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie onder zienswijze 3b. Ten aanzien van de notie dat de nieuwe AWZI in de polder wordt gebouwd, wordt opgemerkt dat bouwen in laaggelegen polders in deze regio een gegeven is, het plangebied reeds is aangewezen als bedrijventerrein door de provincie en dat het reeds als zodanig is bestemd ZIENSWIJZE 3 In deze nota van beantwoording wordt de nummering aangehouden van de brief van de zienswijze. a.
Zienswijze geurhinder en piekbelasting
In de zienswijze wordt verzocht om een aanvullende geurstudie te doen die specifiek de piekbelastingen in kaart brengt. Reactie gemeente De geuremissie van een waterzuivering wordt gekenmerkt door voornamelijk volcontinue bronnen. Er zijn geen piekbelastingen te verwachten. Om die reden is voor dergelijke bronnen het 98-percentiel een effectieve en de wettelijke maat om de geurhinder te onderzoeken en te beoordelen. Daarom zijn de wettelijke normen voor een AWZI op deze manier vastgelegd. Deze norm betekent dat 98 procent van de tijd de geurconcentratie lager is en maximaal 2 procent van de tijd hoger dan de norm. In het plan-MER is getoetst aan deze wettelijke norm en de voorgenomen activiteit voldoet hieraan. Voor het overige wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie op de onder zienswijze 1a. b. Zienswijze veiligheidsrisico’s en biogasproductie In de zienswijze wordt verzocht om een gedetailleerde risicoanalyse en veiligheidsplan, om veiligheid van omwonenden te waarborgen. Reactie gemeente Op pagina 92 van het plan-MER wordt ingegaan op de AWZI als mogelijke risicobron. Uit het op voorgeschreven wijze uitgevoerde onderzoek blijkt dat de effecten van omgevingsveiligheid als gevolg van de AWZI op haar omgeving beperkt zijn. De activiteiten slibvergisting en biogasopslag kennen geen wettelijk voorgeschreven of te berekenen veiligheidsafstanden.
Biogas wordt gezien als een Seveso-categorie P2 ‘ontvlambare gassen’ stof. De lage drempelwaarde voor P2 ligt op 10.000 kg. De totale hoeveelheid biogas aanwezig op de locatie is evenwel lager dan genoemde hoeveelheid. Hiermee is in geen van de alternatieven sprake van een overschrijding van de lage drempelwaarde. Een bedrijf dat gevaarlijke stoffen verwerkt, maar onder de lage drempelwaarde van de Seveso-richtlijn blijft, is geen Seveso-inrichting in de volledige zin van het 10
woord. Deze bedrijven vallen niet onder de strenge eisen voor Seveso-inrichtingen, zoals het moeten opstellen van een veiligheidsrapport, maar moeten wel maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. HHD hecht veel belang aan de veiligheid van de omgeving en van zijn medewerkers. Daarbij horen voor het hoogheemraadschap het uitvoeren van risicoanalyses en het hebben van een veiligheidsplan. Een en ander zal ook nog aan bod komen bij de voor de bouw en het in werking hebben van de AWZI benodigde omgevingsvergunning(en). Voor het overige wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie onder zienswijze 2f. c.
Zienswijze ontmanteling van de Oekraïense wijk Mrija
In de zienswijze wordt gepleit voor behouden van Mrija als woonwijk, eventueel voor andere doelgrepen zoals starters of spoedzoekers. Reactie gemeente Wij willen nogmaals benadrukken dat hier sprake van een regionale opvangvoorziening. Verder verwijzen wij naar de gemeentelijke reactie onder zienswijze 2a. d. Zienswijze alternatieve locaties en herontwikkeling bestaande AWZI In de zienswijze wordt verzocht om een transparante vergelijking van alternatieve locaties, inclusief herontwikkeling op de bestaande locatie van AWZI De Groote Lucht Reactie gemeente In paragraaf 2.3 van het plan-MER is onderbouwd dat en waarom er geen sprake is van reële alternatieve locaties of uitbreiding van het terrein van de huidige zuivering. Daarom zijn de milieueffecten van deze alternatieven niet uitgewerkt. Verwezen wordt verder naar hetgeen in de reactie op de zienswijze 1f en 2c is opgemerkt. e.
Zienswijze milieueffectrapportage en participatie
In de zienswijze wordt gesteld dat de milieueffectrapportage nog niet volledig is afgerond en dat nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. Er wordt verzocht om volledige transparantie en actieve betrokkenheid van omwonenden bij verdere planvorming. Reactie gemeente De constatering dat de milieueffectrapportage nog niet is afgerond is niet correct. Het plan-MER is afgerond en ligt ten grondslag aan het te nemen besluit tot het vaststellen van de omgevingsplanwijziging. Het besluit over vaststelling van het omgevingsplan door de gemeenteraad van Vlaardingen is voorzien op 30 oktober 2025. Wel volgen er in de volgende fase van het project nog vergunningaanvragen, waarvoor een project-MER opgesteld gaat worden. Vanaf 2021 zijn belanghebbenden en geïnteresseerden op verschillende manieren uitgenodigd om inbreng te leveren of contact op te nemen met het hoogheemraadschap (zie de toelichting bij het omgevingsplan H.8 en bijlagen 3 en 4). Ook in het vervolg van het project blijft het Hoogheemraadschap de omgeving informeren en betrekken op onderwerpen waarover zij kunnen meepraten. Indiener van de zienswijze wordt uitgenodigd om (voor zover nog niet gedaan) contact op het nemen met het Hoogheemraadschap van Delfland.
11
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE De inhoud van de zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan, noch tot een aanvulling op het MER.
12