Bijlage 5 - concept Raadsbesluit Verordening lijkbezorgingsrechten Vlaardingen 2026
Tekst van het document
RAADSBESLUIT
Registr.nr.: 2041803 Datum: 11 december 2025 Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen
De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2025; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; b. Algemene nis: nis in beheer bij de gemeente waarin de gelegenheid wordt geboden tot het plaatsen van asbussen; c. Asbus: een bus ter berging van as van een overledene; d. Begraafplaats(en): de begraafplaats(en) Emaus en Holy; e. Particulier graf: een graf waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; f. Particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; g. Particuliere (urnen)nis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; h. Urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i.
Verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1 De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2 Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Belastingjaar 1 Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2 Met betrekking tot de rechten genoemd onder hoofdstuk 7 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag of gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1 De rechten, als bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als bedoeld in de tarieventabel verschuldigd voor zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. Artikel 8 Tijdstip van betaling en betaling in termijnen 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de lijkbezorgingsrechten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving of het aanslagbiljet.
2 In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3 Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00. 4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Niet opleggen van aanslagen 1 Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. 2 Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel 10 Kwijtschelding Van de op grond van deze verordening geheven rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1 De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Vlaardingen 2025’ van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking. 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4 Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten Vlaardingen 2026’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 11 december 2025. De griffier,
De voorzitter,
I.L.J.C. Konings LLM MA
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen