Bijlage 2 - Set indicatoren (transformatie) sociaal doemein
Tekst van het document
Set indicatoren (transformatie) sociaal domein januari 2026
1
Besluitvorming initiële set indicatoren - 12 juni 2025 In juni 2024 heeft de gemeenteraad van Vlaardingen de visie op de transformatie sociaal domein vastgesteld. Vervolgens heeft het college in december 2024 ingestemd met het concept uitvoeringsprogramma 2025-2026 Samen Veranderen en dit samen met een concept set indicatoren voor sturing op de transformatie ter consultatie aan de gemeenteraad voorgelegd. Beide stukken zijn door de raadscommissie op 6 februari 2025 in consulterende zin besproken. Op 12 juni 2025 heeft de gemeenteraad de set indicatoren transformatie sociaal domein vastgesteld; daarnaast heeft het college in het voorjaar van 2025 het uitvoeringsprogramma 2025-2026 definitief vastgesteld. De set kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren is afgeleid van de vier maatschappelijke doelstellingen voor het sociaal domein: 1) Vlaardingers zijn maatschappelijk actief en kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen 2) Vlaardingers zijn (langer) vitaal en gezond; 3) Vlaardingers kunnen zich ontwikkelen en ontplooien en 4) Vlaardingers kunnen zo lang mogelijk zelfstandig en veilig wonen en leven. Bij de set indicatoren die op 12 juni 2025 door de raad is vastgesteld, is aangegeven dat deze set wordt doorontwikkeld door de aanvulling met de uitgewerkte effectindicatoren die de gemeenteraad begin 2026 krijgt voorgelegd door het college.
Op basis van de set indicatoren die de gemeenteraad vaststelde, is een digitaal dashboard transformatie sociaal domein ontwikkeld, welke op 2 oktober 2025 aan de raadswerkgroep sociaal domein is gepresenteerd. Vervolgens zijn alle raadsleden geïnformeerd over de toegang tot het dashboard. Voor een goed begrip van de indicatoren, lichten we nogmaals toe wat we hieronder verstaan in de voorliggende set. Indicatoren Om de prestaties, voortgang en de resultaten van het programma, de activiteiten en pilots die worden uitgevoerd te meten, zijn kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren geformuleerd. Deze zijn in de set onderverdeeld per maatschappelijke doelstelling, in een doel en subdoel. De indicatoren geven inzicht in de mate waarin de (sub)doelen worden bereikt, maar kunnen ook aanleiding geven tot extra inzet op een bepaald onderwerp. Bij het duiden van kwantitatieve indicatoren worden autonome ontwikkelingen betrokken zoals personele tekorten, dubbele vergrijzing, wetswijzigingen en ontwikkelingen op de woningmarkt. Ook relevant voor de duiding van indicatoren is kennis van wijken en buurten, betrokkenheid van doelgroepen of sleutelpersonen en kan aanvullend kwalitatief onderzoek nodig zijn. Het formuleren van de indicatoren is mede gebaseerd op passages over indicatoren in de nota Standaard voor de beleidscyclus Vlaardingen 2025-2028.
Effectindicatoren (deel I) De effectindicatoren zijn relevant om de transformatiebeweging die we willen maken te kunnen monitoren. Deze indicatoren meten het uiteindelijke effect (outcome) van activiteiten die in het kader van de transformatie plaats vinden. Ze zijn gericht op het lange termijnresultaat en focussen op de vraag of met de transformatie de gewenste maatschappelijke doelstellingen en (sub)doelen worden behaald. Een voorbeeld hiervan is de afname van het beroep op individuele maatwerkvoorzieningen voor jeugdhulp door het creëren van passend collectief aanbod op het gebied van jeugdhulp. Prestatie-indicatoren (deel II) Prestatie-indicatoren zijn meer gericht op de korte termijn en met de output; van de activiteiten (bijvoorbeeld de pilots) die in het kader van het programma Samen veranderen plaats vinden.
2
De prestatie-indicatoren zijn veelal kwantitatief van aard (bijvoorbeeld de daling van het aantal mensen dat zich sociaal eenzaam voelt), maar kunnen ook kwalitatief, meer beschrijvend van aard zijn (bijvoorbeeld de mate van tevredenheid van deelnemers die aan een pilot met groepsgericht aanbod tegen eenzaamheid hebben deelgenomen). Zowel de effectindicatoren als de prestatie-indicatoren spelen een rol bij het opstellen van volgende tweejaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, voortgangsrapportages en evaluaties. Doorontwikkeling van de monitor - incidentele inzet in 2026 en jaarlijkse onderhoudsronde De set indicatoren (schriftelijke monitor) wordt nog doorontwikkeld en dat geldt ook voor het digitale dashboard dat op de set gebaseerd is. Incidentele werkzaamheden Verschillende (incidentele) werkzaamheden worden in 2026 opgepakt: • Het invoegen van effectindicatoren in het digitale dashboard. • Het verkennen van mogelijkheden van het inlezen van teksten zodat kwalitatieve indicatoren in het digitale dashboard verwerkt kunnen worden; een mogelijkheid is een upgrade van Power BI, dat ten grondslag ligt aan het dashboard. • Verschillende kwantitatieve data uit de schriftelijke monitor kunnen niet verwerkt worden in het digitale dashboard; deze data komen uit een PDF of een Word-document en kunnen daardoor niet als dataset geautomatiseerd ingelezen worden in het digitale dashboard.
Het gaat hier om data van Stroomopwaarts, de Armoedemonitor (Kenniscentrum), de Monitor Discriminatie Regio Rotterdam en -op termijn- mogelijk ook data van Mevis en Rogplus. Met deze organisaties zullen (on)mogelijkheden verkend worden voor het uitwisselen van data op basis van Excel of CSV-bestanden. Specifiek voor Stroomopwaarts geldt dat met deze organisatie reeds een traject loopt voor data-uitwisseling waarbij bekeken wordt op welke wijze data overgedragen kunnen worden, zodat zij verwerkt kunnen worden in het digitale dashboard. Op dat moment worden de meest recente data ingevoerd. Tot slot worden voor anti-discriminatie bronnen verkend die geautomatiseerd ingelezen kunnen worden. Voor nu betekent een en ander dat deze schriftelijke monitor meer data bevat dan het digitale dashboard. • Het verkennen van hoe resultaten van pilots en activiteiten toegevoegd kunnen worden aan het digitale dashboard. • Voor sommige indicatoren worden nog bronnen gezocht (bijvoorbeeld voor vechtscheidingen), voor andere bronnen wordt bekeken of een nieuwe vraag aan de Burgerpeiling kan worden toegevoegd. Voor een deel van de indicatoren moeten nog streefwaarden geformuleerd worden met beleidsadviseurs en betrokken uitvoerende organisaties. • Voor een aantal indicatoren is het de bedoeling om data te verzamelen voor de aandachtsgebieden Ambacht, VOP en MUWI.
De wijkindeling van de Burgerpeiling is gebaseerd op die van het CBS en komt niet geheel overeen met de gebiedsindeling van de aandachtsgebieden die wij binnen het programma Samen veranderen hanteren. In 2026 wordt dan ook bekeken hoe de data het best verzameld kunnen worden voor de aandachtsgebieden, dit kan bijvoorbeeld door op postcode in te zoomen (afhankelijk van responsiviteit en privacy voorwaarden) of gericht naar bronnen zoeken die op wijk- of buurtniveau rapporteren (zoals de Buurtatlas van het RIVM). Structurele werkzaamheden Structurele werkzaamheden betreffen het reguliere beheer, zoals het doorvoeren van mutaties wanneer nieuwe data beschikbaar zijn. Ook wordt gedacht aan een jaarlijkse onderhoudsronde, omdat er op termijn nieuwe bronnen naar voren komen, die wellicht geschikter zijn voor monitoring. Daarnaast zijn er nu nog relatief veel kwalitatieve indicatoren, die te zijner tijd omgezet kunnen
3
worden in kwantitatieve data. De uitkomsten daarvan worden uiteraard weer in de schriftelijke monitor en het dashboard verwerkt. Hierdoor verbetert de monitor stapsgewijs. Toelichting op de voorliggende set indicatoren Op 12 juni 2025 heeft de gemeenteraad de eerste set indicatoren transformatie sociaal domein vastgesteld. In deze set waren de maatschappelijke effectindicatoren nog niet uitgewerkt. In voorliggende aangevulde set zijn de effectindicatoren per maatschappelijk effect verder uitgewerkt (DEEL I). Per maatschappelijk effect worden meerdere indicatoren gehanteerd. Eén enkele indicator voldoet namelijk niet met oog op de reikwijdte van het maatschappelijk effect. Het gaat immers om bredere veranderingen die we voor de langere termijn voor ogen hebben. De meeste effectindicatoren komen ook terug bij de prestatie-indicatoren. Dit heeft als voordeel dat in totaliteit met een beperkte, continue en openbare bronnen- en dataset gewerkt kan worden. Overzichtelijkheid, meerjarig inzicht en betrouwbaarheid worden hiermee gediend. Bij de ontwikkeling van het digitaal dashboard zijn daarnaast enkele aanpassingen doorgevoerd in de prestatie-indicatoren (DEEL II) of opmerkingen toegevoegd in het dashboard, bijvoorbeeld omdat er nieuwere bronnen met (meer) leeftijdsgroepen beschikbaar waren. Maar het kan ook gaan om een tekstuele, redactionele aanpassing.
4
DEEL I BEOOGDE MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN VAN DE TRANSFORMATIE SOCIAAL DOMEIN MAATSCHAPPELIJK EFFECT
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
% Inwoners dat zich betrokken voelt bij de mensen die in hun buurt wonen1
5% ja, bij (bijna) iedereen, 24% ja, bij de meeste wel; 48% bij sommigen wel, sommigen niet; 13% nee, bij de meeste mensen niet; 10% nee, bij (bijna) niemand (2024) 8% vaak; 35% af en toe; 56% (bijna) nooit (2024)
A. Mensen voelen zich betrokken bij elkaar en kijken naar elkaar om
% Inwoners dat zich heeft ingezet voor de buurt in het afgelopen jaar2 B. De sociale basis in de buurten3 wordt sterker
B1. Persoonlijk sociale basis: hieronder valt de steun die mensen kunnen ontvangen vanuit hun persoonlijk netwerk van familie, vrienden of buren, dit kan mantelzorg betreffen. (Bron: Movisie)
Persoonlijke sociale basis % Inwoners dat vindt dat buurtbewoners altijd voor elkaar klaar staan4
58% helemaal) Eens; 29% niet eens/ niet oneens; 13% (helemaal) oneens (2024)
% Inwoners dat terecht kan bij vrienden of kennissen, wanneer hulp of zorg nodig is5
57% ja, zeker; 35% waarschijnlijk wel; 8% nee (2024) 23% ja zeker; 47% waarschijnlijk wel; 29% nee (2024) 5,7 (2023)
% Inwoners dat terecht kan bij mensen in de buurt, wanneer hulp of zorg nodig is6 Sociale cohesie Vlaardingen 7 De schaalscore (rechterkolom) is samengesteld op basis van antwoorden op een achttal stellingen, met de vraag in hoeverre ze het eens of oneens zijn met deze stellingen: - De mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks. - De mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om. - Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen. - Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen. - Ik heb veel contact met andere buurtbewoners - Ik ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt. - Als ik op vakantie zou gaan of langere tijd afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel aan de buren durven te geven.
1 Burgerpeiling 2024, tabel 33, p.28 2 Burgerpeiling 2024, tabel 34, p.29 3 In eerste instantie in de aandachtsgebieden, behalve de Westwijk 4 Burgerpeiling 2024, tabel 13, stelling 3b, p.21 5 Burgerpeiling 2024, tabel 90, vraag 47b, p.64 6 Burgerpeiling 2024, tabel 91, vraag 47c, p.64 7 CBS https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887
5
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
B2. Gemeenschappelijke sociale basis: omvat initiatieven die vanuit de gemeenschap worden georganiseerd om mensen te helpen. Denk aan activiteiten vanuit verenigingen, buurtinitiatieven en andere laagdrempelige initiatieven die gericht zijn op het bieden van ondersteuning aan of het ontmoeten van mensen. (Bron: Movisie)
EFFECTINDICATOR(EN) - In deze buurt durven de mensen elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag. Gemeenschappelijke sociale basis % Inwoners dat deelneemt aan activiteiten die in de eigen buurt georganiseerd worden (zoals activiteiten in een buurtcentrum of een straatfeest)8
Institutionele sociale basis % Inwoners dat de weg naar organisaties weet te vinden (zoals het wijkteam, het jeugd- en gezinsteam of Rogplus), wanneer professionele hulp of ondersteuning nodig is9
B3. Institutionele basis: wordt gevormd door een diversiteit aan maatschappelijk betrokken, professionele organisaties en activiteiten. Voorbeelden zijn bibliotheken, buurtwerk en vrijwilligerscentrales (Bron: Movisie)
% Inwoners dat tevreden of ontevreden is over het aanbod (in de aandachtsgebieden) voor wat betreft:10 • zorgvoorzieningen
•
welzijnsvoorzieningen
•
ontmoetingsplekken
•
speelvoorzieningen
•
sportvoorzieningen
•
culturele voorzieningen
Laatst bekende data
29% (helemaal) eens; 26% niet eens/ niet oneens; 45% (helemaal) oneens (2024)
62% (helemaal) mee eens, 20% niet eens/ niet oneens, 18% (helemaal) oneens (2024)
78% (zeer) tevreden; 15% niet tevreden/niet ontevreden; 8% (zeer) ontevreden (2024) 46% (zeer) tevreden; 38% niet tevreden/niet ontevreden; 16% (zeer) ontevreden (2024) 45% (zeer) tevreden; 34% niet tevreden/niet ontevreden; 21% (zeer) ontevreden (2024) 62% (zeer) tevreden; 20% niet tevreden/niet ontevreden; 18% (zeer) ontevreden (2024) 59% (zeer) tevreden; 26% niet tevreden/niet ontevreden; 14% (zeer) ontevreden (2024) 61% (zeer) tevreden; 26% niet tevreden/niet ontevreden; 13% (zeer) ontevreden (2024)
8 Burgerpeiling 2024, tabel 98, vraag 44b, p.67. Is in 2004 voor de eerste keer uitgevraagd. 9 Burgerpeiling 2024, tabel 97, vraag 44a, p.67. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd. 10 Burgerpeiling 2024, tabel 25 tot en met tabel 30, vanaf p.25. Er zijn wijkgegevens beschikbaar.
6
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
EFFECTINDICATOR(EN) Toelichting op B1, B2 en B3 De redenering is dat investeren in een sterkere institutionele basis, leidt tot een betere gemeenschappelijke sociale basis die vervolgens de individuele sociale basis versterkt. De aanname is dat hierdoor inwoners minder professionele ondersteuning nodig hebben omdat problematiek voorkomen wordt en ze binnen de sfeer van de persoonlijke sociale basis meer zelf kunnen regelen. Deze preventieve werking levert (naast een hogere kwaliteit van leven) een -mogelijke- besparing op bij de gemeentelijk gefinancierde ondersteuning (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet). (Bron: Movisie) % Inwoners dat zich geaccepteerd voelt door de samenleving11
C. Inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving
Rapportcijfer voor de moeite die de gemeente neemt om inwoners te laten meedoen en meetellen in de gemeente12 % Werkzame beroepsbevolking (meestal 15-75 jaar)13 Ingezet voor anderen door middel van vrijwilligerswerk14 Deelname aan een vereniging (sportvereniging, gezelligheidsvereniging, culturele vereniging, religieuze of maatschappelijke vereniging en overige vrije tijdsvereniging)15 % Huishoudens met een laag inkomen16 % Inwoners dat het gevoel heeft dat ‘er niet bij te horen’/‘niet thuis te voelen’ een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven17 Extra vraag bij de volgende Burgerpeiling meenemen: % Inwoners dat deelneemt aan activiteiten op sociaal, cultuur en sportief gebied. % Inwoners dat het gevoel heeft dat lezen, schrijven of de taal spreken een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven18
Laatst bekende data
79% (helemaal) eens; 16% niet eens/ niet oneens; 5% (helemaal) oneens (2024) 6,3 (2024)
71,3% (2024) 17% vaak, 17% af en toe, 66% (bijna) nooit (2024) 73% (2024)
12% (2023) 79% (bijna) niet, 15% lichte mate, 4% flinke mate, 2% ernstige mate (2024)
88% nee, (bijna) niet; 8% lichte mate; 3% flinke mate; 1% ernstige mate (2024)
11 Burgerpeiling 2024, vraag 44c, p.68. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd. 12 Burgerpeiling 2024, vraag 49, p.11 13 CBS https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86088NED/table?dl=BE707 14 Burgerpeiling 2024, tabel 83, vraag 39d, p.60 15 Burgerpeiling 2024, tabel 79, vraag 38, p.59 16 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/werk-en-inkomen, cijfers CBS 2023 17 Burgerpeiling 2024, tabel 72, vraag 34f, p.56 18 Burgerpeiling 2024, tabel 70, vraag 34d, p.55
7
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
D. Inwoners kunnen zich ontplooien
E. Voor inwoners die dit nodig hebben is (ook in de toekomst) tijdig passende ondersteuning of zorg beschikbaar (WMO en Jeugd)
F. Inwoners kunnen toegankelijke ondersteuning en zorg goed vinden
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
% Inwoners dat het gevoel heeft dat moeite met rondkomen een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven19 Aandeel huishoudens met bijstand20 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen % Kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen21 % Voortijdig schoolverlaters VO en MBO22 % Inwoners (18-64 jr) met voldoende regie over het eigen leven23 Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening WMO24 Afname uitgaven WMO naar rato van de demografische ontwikkelingen25 Gerealiseerde uitgaven WMOmaatwerkvoorzieningen per inwoner 26 % Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp27 % Jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming 28 % Jongeren van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering29 De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan, stijgt (kwalitatief)30 De mate waarin er na beëindiging van de hulp geen nieuwe jeugdhulp nodig is, stijgt (kwalitatief)31 Afname uitgaven Jeugdwet naar rato van de demografische ontwikkelingen32 % Inwoners dat de weg naar organisaties weet te vinden (zoals het wijkteam, het jeugd- en gezinsteam of Rogplus), wanneer professionele hulp of ondersteuning nodig33 Kwalitatieve indicatoren: - Meer (gebruik van) fysieke ontmoetingsplekken - Initiatieven/activiteiten die de toegankelijkheid bevorderen, nemen toe
78% nee, (bijna) niet, 17% lichte mate; 5% flinke mate; 1% ernstige mate (2024) 6,7% (van het totaal aantal huishoudens) (2025) 9% (2023) 2,7% (2024) 89% (2024) 820 per 10.000 inwoners (2024) nb € 418 (2024) 10,5% (2024) 1,3% (2024) 0,7% (2024) -
nb 62% (helemaal) mee eens, 20% niet eens/ niet oneens, 18% (helemaal) oneens (2024)
19 Burgerpeiling 2024, tabel 71, vraag 34e, p.55. NB optelsom klopt niet. 20 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen 21 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen 22 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/onderwijs 23 https://gezondheidinkaart.nl/jive?var=ggrls203_18 24 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv25
Mogelijke bron zijn rapportages van Rogplus. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 26
https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein
27 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv28 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv29 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv30 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is
dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het dashboard. 31 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 32 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 33 Burgerpeiling 2024, tabel 97, vraag 44a, p.67. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd.
8
MAATSCHAPPELIJK EFFECT G. Inwoners ontvangen tijdig en zo dichtbij mogelijk ondersteuning & zorg
H. Door vroegtijdige signalering en vraaggericht, laagdrempelig en preventief aanbod wordt het beroep op (zwaardere) ondersteuning en zorg (gedeeltelijk) voorkomen of uitgesteld I. De effectiviteit39 van de inzet van partners binnen het sociaal domein verbetert
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
Bij 80% van de reguliere jeugdhulpvragen (geen spoed of crisis) vindt er binnen 5 werkdagen een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner plaats en wordt vervolgens binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld en de hulp tegelijkertijd gestart34 Mevis informeert 20% van de overige hulpaanvragers actief over de passende oplossing35 Gemiddelde wachttijd voor jeugdigen van: o de koppeling van een wijkteam aan jeugdprofessionals o (specialistische) jeugdhulp per hulpvorm o het aantal jongeren in verblijf dat klaar is met de behandeling maar vanwege gebrek aan een vervolgplek niet tijdig kan uitstromen36 Het aantal cliënten, dat aangeeft dat de door hun ontvangen hulp op maat was, en dichtbij in hun eigen wijk plaatsvond, neemt toe37 Aantal inwoners op wachtlijst voor Wmovoorzieningen, uitgesplitst naar type voorziening38 Aanvullend kwalitatief: Professionals werken meer wijkgericht Kwalitatief: Beschrijvingen van pilots en programmaactiviteiten, zoals vroegtijdig signaleren licht verstandelijke beperking
-
-
-
Kwalitatieve indicator: Uitgaande subsidies leiden tot een betere realisatie van de maatschappelijke doelen
34 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is
dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 35 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 36 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 37 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 38 Mogelijke bron zijn rapportages van Rogplus. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 39 Effectiviteit (doeltreffendheid) vraagt naar de mate waarin een vooraf gesteld doel of effect gerealiseerd wordt. Oftewel leiden investeringen tot verbeteringen.
9
MAATSCHAPPELIJK EFFECT J. De efficiëntie40 van de inzet binnen het sociaal domein verbetert
40
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
Kwalitatieve indicatoren: - Maatschappelijke doelen worden gerealiseerd bij gelijkblijvende of minder uitgaven naar rato van demografische ontwikkelingen - Meer gebruik van collectief aanbod - Meer inzet van vrijwilligers binnen het sociaal domein
Efficiëntie gaat over maximale opbrengsten tegen zo laag mogelijke kosten (doelmatigheid).
10
DEEL II PRESTATIE INDICATOREN PER MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 1: Vlaardingers zijn maatschappelijk actief en kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen DOEL Meer Vlaardingers INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN zijn zelfredzaam (1.1) BEKENDE DATA Subdoelen 2026 2028 1.1.1 Vergroten van de zelfredzaamheid onder Vlaardingers met een ondersteuningsvraag
1.1.2 Versterken preventie
1.1.3 Versterken welzijnsaanbod 1.1.4 Versterken vroegsignalering
% inwoners dat zelf hulp kan 77%41 80% 85% organiseren % inwoners dat makkelijk 83%42 85% 87% herstelt na tegenslag % inwoners dat beschikt over 78%43 82% 85% een sociaal netwerk % inwoners dat de weg naar Eens 62%, niet Eens 65%, niet Eens 70%, niet welzijn, zorg en eens/niet oneens eens/oneens 19%, eens/oneens 16%, ondersteuning kan vinden 20%, oneens 18%44 oneens 16% oneens 14% Aanbod met preventief Kwalitatieve indicator karakter is toegenomen De effectiviteit van het Kwalitatieve indicator. Deze indicator wordt geleidelijk verfijnd op preventieve aanbod is basis van de ervaringen. De resultaten worden in eerste instantie verbeterd beschreven. Aandeel inwoners met Kwalitatieve indicator ondersteuningsbehoefte dat gebruik maakt van preventief aanbod in plaats van maatwerkvoorzieningen Handelingsbekwaamheid bij Kwalitatieve indicator en toeleiding door signaleerders uit het vrijwilligersveld verbetert De inspanningen en vorderingen die deze doelen raken worden beschreven in de voortgangsrapportages
DOEL Meer Vlaardingers zetten zich in voor elkaar (1.2) Subdoelen
INDICATOREN
1.2.1 Meer Vlaardingers zetten zich in als vrijwilliger of mantelzorger
% volwassenen dat vrijwilligerswerk doet % inwoners dat mantelzorg biedt De mate waarin formele ondersteuning en vrijwilligers en mantelzorgers samenwerken Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door
1.2.2 Verbinding tussen formele en informele ondersteuning wordt versterkt
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
2026 Vaak 17%, af en toe Vaak 21%, af en toe 17%, nooit 66%45 21%, nooit 58% Vaak 30%, af en toe Vaak 32%, af en toe 33%, nooit 37%46 38%, nooit 30% Kwalitatieve indicator
747
2028 Vaak 25%, af en toe 25%, nooit 50% Vaak 40%, af en toe 42%, nooit 18%
7,5
41 Burgerpeiling 2024, Stelling 46c, p.66. Was 78% in 2022 42 Burgerpeiling 2024, Stelling 46a, p.65. Was 81% in 2022 43 Burgerpeiling 2024, Vraag 35, p.58. Was 82% in 2022 44 Burgerpeiling 2024, Vraag 44a, p.67. In 2024 voor eerste maal uitgevraagd i.v.m. de transformatie sociaal domein 45 Burgerpeiling 2024, Vraag 39d, p.60. Was respectievelijk 18%, 18% en 64% in 2022 46 Burgerpeiling 2024, Vraag 39a, p.59. Was respectievelijk 29%, 34% en 37% in 2022 47 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend
11
1.2.3 Voldoende aandacht voor deskundigheid, advies en ondersteuning van informele ondersteuners
professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) Aanbod op gebied van deskundigheid, advies en ondersteuning is uitgebreid en/of meer vraaggericht Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) Vrijwilligers en mantelzorgers geven aan zich voldoende deskundig te voelen om ondersteuning te kunnen bieden
Kwalitatieve indicator
748
Kwalitatieve indicator
DOEL De sociale cohesie in buurten/wijken is groter (1.3) Subdoelen
INDICATOREN
1.3.1 Vlaardingers kunnen elkaar op buurt-/wijkniveau ontmoeten
Mogelijkheden voor ontmoeting tussen wijkbewoners zijn toegenomen % buurtbewoners dat deelneemt aan activiteiten op wijk/buurtniveau neemt toe
Kwalitatieve indicator
Sociale cohesie verbetert
5,750
1.3.2 Het aanbod in de wijk sluit aan bij de behoeften van wijkbewoners
1.3.3 Meer initiatieven van wijkbewoners
DOEL Vlaardingen wordt een meer inclusieve samenleving (1.4)
Mate waarin aanbod in de wijk aansluit op behoeften van bewoners Rapportcijfer dat bewoners geven voor het aanbod in de wijk in de aandachtsgebieden (uitgedrukt in rapportcijfer)
7,5
LAATST BEKENDE DATA
Eens 29%, niet eens/niet oneens 26%, oneens 45%49
STREEFWAARDEN
2026
2028
Eens 31%, niet eens/niet oneens 28%, oneens 41%
Eens 32%, niet eens/niet oneens 28%, oneens 40%
6,0 (in de 6,5 (in de aandachtsgebieden) aandachtsgebieden) Is in eerste instantie een kwalitatieve indicator. Wordt met behulp van enquêtes gemeten. Is op termijn te kwantificeren.
Aantal nieuwe wijkinitiatieven van bewoners in de aandachtsgebieden Waardering van bewoners in de aandachtsgebieden voor stimuleren en ondersteuning van initiatieven door de gemeente (uitgedrukt in een rapportcijfer).
Kwalitatieve indicator
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
751
7,5
752
7,5
STREEFWAARDEN
48 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend 49 Burgerpeiling 2024, Vraag 44b, p.67. 50 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 51 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend 52 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend
12
Subdoelen 1.4.1 Tweedeling & discriminatie worden tegengegaan
1.4.2 Vlaardingers zijn betrokken bij elkaar en steunen elkaar
1.4.3 Vlaardingers voelen zich geaccepteerd in de samenleving
2026
2028
De aanpak van discriminatie wordt geïntensiveerd % mensen dat zich gediscrimineerd heeft gevoeld in de afgelopen 12 maanden
Kwalitatieve indicator 16,8%53
NTB
NTB
Aantal meldingen door een inwoner van de gemeente bij een antidiscriminatievoorziening Aantal meldingen over een voorval in de gemeente bij een van de antidiscriminatievoorzieningen Geregistreerde discriminatieincidenten bij de politie % inwoners dat zich betrokken voelt bij de mensen die in hun buurt wonen
2054
NTB
NTB
1855
NTB
NTB
4356
NTB
NTB
Bij bijna iedereen: 5%. Bij sommigen wel/bij sommigen niet: 47,9%. Bij bijna niemand: 10%57.
% inwoners dat vindt dat men elkaar helpt in de buurt
47,7%58
Bij bijna iedereen: 6%. Bij sommigen wel/sommigen niet: 50%. Bij bijna niemand: 9% (in aandachtsgebieden) 50% (in aandachtsgebieden)
Bij bijna iedereen: 7%. Bij sommigen wel/sommigen niet: 53%. Bij bijna niemand: 8% (in aandachtsgebieden) 53% (in aandachtsgebieden)
% inwoners dat zich heeft ingezet voor de buurt in het afgelopen jaar
Vaak: 8,5% Af en toe: 35,1% Bijna nooit: 56,4%59
% inwoners dat zich thuis voelt bij mensen in de eigen buurt
50,1%60
Vaak: 9% Af en toe: 38% Bijna nooit: 53% (in aandachtsgebieden) 53% (in aandachtsgebieden)
Vaak: 11% Af en toe: 40% Bijna nooit: 49% (in aandachtsgebieden) 56% (in aandachtsgebieden)
Aandeel inwoners dat zich geaccepteerd voelt door de samenleving
Eens: 79%, Niet eens/niet oneens: 16%, Oneens: 5%61 6,362
Eens: 81%, Niet eens/niet oneens: 15%, Oneens: 4% 6.5 (in aandachtsgebieden)
Eens: 83%, Niet eens/niet oneens: 14%, Oneens: 3% 7,0 (in aandachtsgebieden)
Waardering van inwoners voor inzet van de gemeente om meedoen te stimuleren
53 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 54 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam. Meldingen bij een anti-discriminatievoorziening: in de politie-eenheid
Rotterdam zijn dit RADAR en Discriminatie Meldpunt Goeree-Overflakkee. Meldingen door een inwoner hebben niet automatisch betrekking op een voorval in de gemeente. Meldingen over een voorval in de gemeente kunnen gedaan zijn door een inwoner, maar ook door een niet-inwoner. Er kan een overlap tussen deze twee getallen zijn. 55 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam 56 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam 57 Burgerpeiling 2024, Vraag 4, p.28. 58 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 59 Burgerpeiling 2024, Vraag 34, p.29 60 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 61 Burgerpeiling 2024, Vraag 44c, p.68. In 2024 voor eerste maal uitgevraagd i.v.m. de transformatie sociaal domein 62 Burgerpeiling 2024, Vraag 49, p.11. Was 6,1 in 2022
13
1.4.4 Vlaardingen is sociaal en fysiek toegankelijk voor iedereen met een beperking
Aantal initiatieven/activiteiten dat de toegankelijkheid bevordert neemt toe
Kwalitatieve indicator
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 2:
DOEL Meer Vlaardingers zijn fysiek gezond (2.1) Subdoelen
Vlaardingers zijn (langer) vitaal en gezond INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN BEKENDE DATA 2026 2028
2.1.1 Het middelengebruik daalt
% inwoners met overmatig alcoholgebruik
2.1.2 Minder Vlaardingers zijn verslaafd/afhankelijk van middelen
% inwoners dat rookt
% inwoners dat drugs gebruikt
2.1.3 Meer Vlaardingers bewegen (meer)
% Niet-sporters
13-16 binge drinken: 15,4% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 5,8% Overmatige drinkers 18-64 jaar: 4,4% Overmatige drinkers 64+: 6%63 13-16 jaar: 4,5%. 18-23 jaar: 21,3%. 18 jaar en ouder, mannen: 22,8%. 18 jaar en ouder, vrouwen: 15,6%. 65 jaar en ouder: 11,5%. 18-64 jaar: 21,9%. 13-16 jaar dat wekelijks vapet: 12,5%64. 13-16 jaar dat cannabis rookt: 4,5%. 18-23 jaar dat cannabis rookt: 20,4%. 18-64 jaar dat cannabis rookt: 9,1%. 18-23 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 10,6%. 18-64 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 5,0%. 13-16 jaar lachgas: 0,6%. 18-23 jaar lachgas: 10,7%. 18-64 jaar lachgas: 0,7%65. 48,6%66
13-16 binge drinken: 15% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 5% Overmatige drinkers 18-64 jaar: 4% Overmatige drinkers 64+: 5,5%.
13-16 jaar: 4%. 18-23 jaar: 21%. 18 jaar en ouder, mannen: 22,2%. 18 jaar en ouder, vrouwen: 15,2%. 65 jaar en ouder: 11%. 18-64 jaar: 21%. 13-16 jaar dat wekelijks vapet: 12%. 13-16 jaar dat cannabis rookt: 4%. 18-23 jaar dat cannabis rookt: 20%. 18-64 jaar dat cannabis rookt: 8,5%. 18-23 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 10%. 18-64 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 4,5%. 13-16 jaar lachgas: 0,5%. 18-23 jaar lachgas: 10%. 18-64 jaar lachgas: 0,6%.
13-16 binge drinken: 14,5% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 4,5% Overmatige drinkers 18-64 jaar: 3,5% Overmatige drinkers 64+: 5%. 13-16 jaar: 3,5%. 18-23 jaar: 20,5%. 18 jaar en ouder, mannen: 21,8%. 18 jaar en ouder, vrouwen: 14,6%. 65 jaar en ouder: 10,5%. 18-64 jaar: 20,5%. 13-16 jaar dat wekelijks vapet: 11,5%. 13-16 jaar dat cannabis rookt: 3,5%. 18-23 jaar dat cannabis rookt: 19,5%. 18-64 jaar dat cannabis rookt: 8%. 18-23 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 9,5%. 18-64 jaar dat drugs gebruikt (excl cannabis): 4%. 13-16 jaar lachgas: 0,4%. 18-23 jaar lachgas: 9,5%. 18-64 jaar lachgas: 0,5%.
NTB
NTB
63 Alle data zijn van de GGD 64 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 65 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 66 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/sport-en-cultuur
14
DOEL Meer Vlaardingers zijn mentaal gezond (2.2)
% Inwoners dat aangesloten is bij een sportvereniging % Inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn
39,4%67
NTB
NTB
41,7%68
NTB
NTB
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
Subdoelen
2026
2028
13-16 jr dat zich vaak of altijd eenzaam voelt: 15,9%. Inwoners die zich matig tot ernstig eenzaam voelen: 48,8%. 65+ dat zich sociaal eenzaam voelt: 31,6%. 65+ dat zich emotioneel eenzaam voelt: 24,1%. 18-64 dat zich sociaal eenzaam voelt: 35,2%. 18-64 dat zich emotioneel eenzaam voelt: 30,9%.69 23,2%70
13-16 jr dat zich vaak of altijd eenzaam voelt: 15%. Inwoners die zich matig tot ernstig eenzaam voelen: 48%. 65+ dat zich sociaal eenzaam voelt: 31%. 65+ dat zich emotioneel eenzaam voelt: 23,5%. 18-64 dat zich sociaal eenzaam voelt: 34,5%. 18-64 dat zich emotioneel eenzaam voelt: 30%. 22%
13-16 jr dat zich vaak of altijd eenzaam voelt: 14,5%. Inwoners die zich matig tot ernstig eenzaam voelen: 47,5%. 65+ dat zich sociaal eenzaam voelt: 30,5%. 65+ dat zich emotioneel eenzaam voelt: 23%. 18-64 dat zich sociaal eenzaam voelt: 34%. 18-64 dat zich emotioneel eenzaam voelt: 29,5%. 20%
% jeugdigen met hoog risico op psychosociale problemen % 18-24 jr met symptomen van angst en depressie % jeugd dat snel herstelt na een moeilijke periode
8,9%71
8%
7,5%
14%72
14%
13%
64%73
66%
68%
% dat het niet moeilijk vindt stressperioden te doorstaan % jeugd dat veel vertrouwen heeft in de toekomst % inwoners dat de draad makkelijk oppakt wanneer het tegenzit
38%74
40%
42%
54%75
54%
56%
Eens: 83% Niet eens/niet oneens: 13%, Oneens: 4%76 Eens: 62%
Eens: 85% Niet eens/niet oneens: 12%, Oneens: 3% Eens: 62%
Eens: 86% Niet eens/niet oneens: 12%, Oneens: 2% Eens: 64%
2.2.1 Minder Vlaardingers ervaren eenzaamheid
% Inwoners dat zich eenzaam voelt
2.2.2 Minder Vlaardingers kampen met psychische/psychosociale klachten
% inwoners met psychosociale klachten
2.2.3 De weerbaarheid van jeugdigen wordt verhoogd
2.2.4 De weerbaarheid van Vlaardingers wordt vergroot
% inwoners dat vertrouwen heeft in de toekomst
67 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/sport-en-cultuur 68 https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50142NED/table 69 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 70 CBS 2022 71 GGD 2022 72 GGD 2024 73 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 74 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 75 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 76 Burgerpeiling 2024, Stelling 46a, p.65
15
Niet eens/niet oneens: 25% Oneens: 13%77 2.2.5 Minder Vlaardingers zijn verslaafd/afhankelijk van middelen
Niet eens/niet oneens: 25% Oneens: 13%
Niet eens/niet oneens: 24% Oneens: 12%
Zie onder 2.1.2
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 3:
DOEL Meer Vlaardingers kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving (3.1)
Vlaardingers kunnen zich ontwikkelen en ontplooien INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN BEKENDE DATA
Subdoelen 3.1.1 Meer Vlaardingers met een baan
3.1.2 Minder Vlaardingers hebben een bijstandsuitkering 3.1.3 Vlaardingers met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen makkelijker meedoen/participeren door meer maatwerk te bieden (dagbesteding, beschut werk, vrijwilligerswerk)
DOEL Minder Vlaardingers ervaren (financiële) belemmeringen om te kunnen participeren in de samenleving (3.2)
2026 Duurzame uitstroom uit Participatiewet naar werk Aantal mensen op traject gericht op uitstroom Langer dan 6 maanden uit de Participatiewet Aantal inwoners met uitkering Participatiewet
NTB in overleg met Stroomopwaarts
Aantal mensen met uitkering Participatiewet met een duaal traject of loonkostensubsidie (LKS) (bron cijfers: Begroting Stroomopwaarts 2025)
LKS gemiddeld 2024: 107
Aantal mensen met uitkering Participatiewet dat in een beschutte werkomgeving werkzaam is (Bron cijfers: Begroting 2025 Stroomopwaarts) Aantal mensen met uitkering Participatiewet met dagbesteding Aantal mensen met uitkering Participatiewet dat vrijwilligerswerk verricht
Beschut gemiddeld 2024: 79
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
2028
NTB in overleg met Stroomopwaarts NTB in overleg met Stroomopwaarts 2.34678
Nieuwe aantallen bekend in Q1 2025 (ambitie gemiddeld aantal uitkeringen 2025: 2.35379) LKS gemiddeld: 168 LKS gemiddeld: 230
Beschut gemiddeld: 99
Beschut gemiddeld: 119
NTB in overleg met Stroomopwaarts
NTB in overleg met Stroomopwaarts
STREEFWAARDEN
77 Burgerpeiling 2024, Stelling 46e, p.66 78 Rapportage Stroomopwaarts Aantal lopende uitkeringen peildatum 31.10.24 79 Begroting 2025 Stroomopwaarts
16
Subdoelen
2026
2028
Uitval bij schuldhulpverlening: % van de cliënten dat het traject niet afmaakt % succesvol afgeronde schuldregelingen Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening Aantal en % huishoudens met geregistreerde problematische schulden Percentage huishoudens dat gebruik maakt van één of meer armoede- of schuldenvoorzieningen stijgt: 7,2%* (2023) Aantal huishoudens dat aangeboden hulp vroegsignalering heeft geaccepteerd Aantal en % kinderen in armoede % werkende armen Aantal en % huishoudens met een laag inkomen Aantal en % huishoudens dat minstens 4 jr van een laag inkomen leven Aantal kinderen dat les krijgt over leren omgaan met geld Schulden bij jongeren tijdig aanpakken Het aantal jongeren dat gebruik maakt van schuldhulpverlening
9%80
NTB
NTB
81%81
NTB
NTB
36282
NTB
NTB
3.900/11,1%83
NTB
NTB
7,2%84
NTB
NTB
9685
NTB
NTB
1.700/13,2%87
NTB
NTB
11,2%88 4.000/12,1%89
NTB NTB
NTB NTB
2.300/11.2%90
NTB
NTB
Niet bekend
NTB in overleg met Stroomopwaarts
DOEL Stimuleren van een leven lang leren & ontwikkelen (3.3) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
3.3.1 Onderwijsachterstanden worden voorkomen of ingelopen
% kinderen (peuters en basisschoolleerlingen) dat valt binnen de landelijke
3.2.1 Afname schuldenproblematiek
3.2.2 Voldoende (gebruik van) inkomensondersteunende voorzieningen voor Vlaardingers die in armoede leven
3.2.3 Daling armoede86 onder kinderen, werkende armen en huishoudens
3.2.4 Kinderen leren vanaf jonge leeftijd met geld om gaan en (dreigende) schuldenproblematiek bij jongeren wordt tijdig gesignaleerd en aangepakt
NTB Kwalitatieve indicator
27%91
2026
2028
27%
27%
80 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 81 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 82 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 83 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 84 Rapportage Stroomopwaarts 2023. Het % is excl. verstrekkingen Energietoeslag 2022 en leefgeld Oekraïners. Met deze
activiteiten erbij lag het voorzieningengebruik in 2023 op 13,5%. 85 Rapportage Stroomopwaarts 2023 86 I.v.m. de recente wijziging van de definitie van armoede zal in overleg met Stroomopwaarts bezien worden welke indicatoren als gevolg hiervan gewijzigd/aangevuld moeten worden. Deze wijzigingen worden eind 2025 bij de aanvulling van de set indicatoren meegenomen. 87 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 88 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 89 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 90 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 91 Landelijk stelt OCW voor 15 procent van de kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand extra financiering beschikbaar. Van het totaal van 7910 kinderen uit Vlaardingen (peuters en basisschoolleerlingen), valt 27 procent binnen
17
3.3.2 Meer jongeren met een startkwalificatie
doelgroep kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand Aantal voortijdig schoolverlaters % Voortijdig schoolverlaters % jongeren 18-23 jaar met een startkwalificatie % peuters dat daadwerkelijk gebruik maakt van VVE (gerealiseerd bereik)
12292
143
2,7%93
Streefwaarden zijn alleen voor de aantallen aangegeven, zie de rij hierboven. 39% 39%
39%94 73%95
75% (landelijke ambitie)
124
NTB (volgt in 2026)
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 4: Vlaardingers kunnen zo lang mogelijk zelfstandig en veilig wonen en leven DOEL Meer Vlaardingers INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN met een BEKENDE DATA ondersteuningsbehoefte krijgen tijdig passende zorg & ondersteuning (4.1) Subdoelen 2026 2028 4.1.1 Ondersteuning(sbehoefte) wordt zo vroeg mogelijk gesignaleerd en geboden 4.1.2 Voorzieningen zijn goed vindbaar
4.1.3 Er is sprake van integrale ondersteuning
(dreigende) Problematiek wordt tijdig gesignaleerd en passende hulp wordt tijdig geboden. Aandeel inwoners dat voorzieningen voor ondersteuning of zorg (de wijkteams, Rogplus), welzijnsvoorzieningen (Minters, Seniorenwelzijn, Dock etc.), ontmoetingsplekken in de buurt en sportvoorzieningen goed kan vinden wanneer zij deze nodig hebben. Professionals werken samen waarbij integrale ondersteuning het uitgangspunt is
Kwalitatieve indicator. Zie ook effectindicator H. Eens: 62% Niet eens/niet oneens: 20% Oneens: 18% 96
Eens: 65% Niet eens/niet oneens: 20% Oneens: 15%
Eens: 67% Niet eens/niet oneens: 19% Oneens: 14%
Kwalitatieve indicator
deze landelijke doelgroep. Als dit percentage lager ligt dan 15 procent, dan behoren relatief minder kinderen tot de landelijke doelgroep met een hoger risico op een onderwijsachterstand. De indicator zegt iets over de uitdagingen voor het onderwijs maar zegt niets over de kwaliteit of inhoud van het gegeven onderwijs. De indicator biedt in combinatie met andere indicatoren (dus niet geïsoleerd) en autonome ontwikkelingen, input voor het maken van analyses op wijkniveau. Bron: https://dashboards.cbs.nl/v5/onderwijsachterstanden/ 92 Bron: ministerie van OCW/doorstroompunt regio Rijnmond. Het ministerie van OCW hanteert een landelijk maximumaantal VSV-ers: 18.000 per jaar in 2026 en 23.000 per jaar vanaf 2027. Het Doorstroompunt-regio Rijnmond heeft als ambitie gesteld de doelstelling van het Rijk te volgen in 2029/2030. Voor Vlaardingen betekent dit het volgende: voor 2026/2027 gaat het om een aantal van 122, voor 2027/2028 om een aantal van 143, voor 2028/2029 om een aantal van 124 en voor 2029/2030 om een aantal van 112. Voor de laatst bekende data is uitgegaan van het aantal 2026/2027. Meegaan met OCW-streefcijfers sluit aan bij de landelijke normering en vereist een aanzienlijke daling van VSV onder moeilijke regionale omstandigheden. De streefcijfers zijn een richtlijn, geen gegarandeerd resultaat en monitoring en jaarlijkse bijstelling blijven cruciaal.
De regio Rijnmond ziet deze cijfers als ambitiepad. 93 2024. https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/onderwijs 94 1 augustus 2025, bron Leerrecht 95 Peutermonitor 2025 96 Burgerpeiling 2024, Vraag 44a, p.67. Dit is in 2024 voor eerste maal uitgevraagd.
18
4.1.4 Er is sprake van één integrale toegang
Het aantal fysieke plekken in de wijken waar mensen informatie en advies kunnen krijgen over alle leefgebieden is (in eerste instantie in de aandachtsgebieden) neemt toe Wijkteams zijn de eerste toegang voor hulpvragen. Zo nodig vindt casusregie plaats vanuit het wijkteam
Kwalitatieve indicator
DOEL Meer Vlaardingers met een ondersteuningsbehoefte kunnen langer thuis blijven wonen (4.2) Subdoelen
INDICATOREN
4.2.1 Mantelzorgers worden ondersteund en zo nodig ontlast
Mantelzorgers voelen zich ondersteund door professionals % mantelzorgers dat zich belast voelt Aantal verpleegzorgplaatsen Aantal geclusterde woonvormen/nieuwe woonoplossingen Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) De mate waarin formele ondersteuners en vrijwilligers en mantelzorgers samenwerken Ondersteuningsbehoefte wordt dusdanig tijdig gesignaleerd dat hulp adequaat geboden kan worden
Kwalitatieve indicator
DOEL Meer Vlaardingers hebben een veilige thuissituatie (4.3) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
4.3.1 Afname aantal vechtscheidingen en verminderen van negatieve gevolgen
Afname huiselijk geweld en mishandeling ten opzichte van voorgaande jaren (indicator onder voorbehoud)
NTB
4.2.2 Voldoende woningen en verschillende woonvormen voor zorgbehoevenden 4.2.3 Verbinding tussen formele en informele zorg voor senioren wordt versterkt
4.2.4 Voorkomen dak- en thuisloosheid jongeren
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
2026
65+: 9%97 18-64: 26%98 4099 270100
2028
65+: 8% 65+: 7% 18-64: 25% 18-64: 24% Beschrijvend vanuit het uitvoeringsprogramma wonen-welzijn-zorg ouderen 7101
7,5
Kwalitatieve indicator
Kwalitatieve indicator. Kwantitatieve data NTB
STREEFWAARDEN
97 GGD 2022 98 GGD 2022 99 Woonzorgvisie voor ouderen – Samen voor wonen leven en zorgen (berekend tekort voor 2025) 100 Woonzorgvisie voor ouderen – Samen voor wonen leven en zorgen (berekend tekort voor 2025) 101 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend
19
BIJLAGE bij de aangepaste set indicatoren (transformatie) sociaal domein januari 2026 Aanpassingen en aanvullingen ten opzichte van de set indicatoren d.d. 12 juni 2025 In deze bijlage zijn aanpassingen en aanvullingen ten opzichte van de op 12 juni 2025 door de gemeenteraad vastgestelde set indicatoren transformatie sociaal domein verwerkt. De set indicatoren die het college in januari ter vaststelling aan de raad voorlegt, is de ‘schone’ versie. In DEEL I (maatschappelijke effecten) treft u voor de overzichtelijkheid eerst de versie van 12 juni 2025 met de uitwerking op hoofdlijnen en daarna de volledige uitwerking van de effectindicatoren. Bij de ontwikkeling van het digitaal dashboard zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in de prestatieindicatoren (DEEL II) of opmerkingen toegevoegd in het dashboard, bijvoorbeeld omdat er nieuwere bronnen met (meer) leeftijdsgroepen beschikbaar waren. Maar het kan ook gaan om een tekstuele, redactionele aanpassing. Daar waar iets gewijzigd of aangevuld is ten opzichte van de versie van 12 juni 2025, is dit vet aangegeven in een rij onder de betreffende indicator. DEEL I Maatschappelijke effecten versie 12 juni 2025 met de hoofdlijn van de uitgewerkte versie MAATSCHAPPELIJK EFFECT A. Mensen voelen zich betrokken bij elkaar en kijken naar elkaar om B. De sociale basis in de buurten1 wordt sterker C.
Inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving D. Inwoners kunnen zich ontplooien E. Het beroep op individuele voorzieningen in het kader van de Wmo neemt af
VOORSTEL EFFECTINDICATOR(EN) Zie indicatoren van subdoel 1.4.2 in deel II
Hoofdlijn uitwerking Is verder uitgewerkt.
Is verder uitgewerkt. Zie indicatoren van subdoel 1.4.3 in deel II
Is verder uitgewerkt.
Is verder uitgewerkt. -gebruik van individuele voorzieningen in het kader van de Wmo
Het effect zoals hier benoemd, is in de uitwerking tevens een indicator, namelijk het gebruik van voorzieningen en de daarbij horende kosten. Dit komt ook terug bij effect K (Wmo en jeugdhulp). Om dubbelingen te voorkomen, komt in de nieuwe versie effect K in de plaats van E en F die daarmee vervallen.
1 In eerste instantie in de aandachtsgebieden, behalve de Westwijk
1