Bijlage 2.9 - Kadernota 2020
Tekst van het document
Registr.nr.
: 1789458
Kadernota 2020
Gemeente Vlaardingen
1
Raadsvoorstel Registr.nr. Datum besluit B&W Portefeuillehouder
: 1789458 : 2 juni 2020 : S. M. Nieuwland
Raadsvoorstel tot vaststelling van de Kadernota 2020
Vlaardingen, 2 juni 2020 Geachte leden van de raad, Ieder voorjaar bieden wij uw raad een kadernota (ook wel voorjaarsnota) aan. In de kadernota worden beleidsmatige en financiële keuzes aan u voorgelegd die vervolgens verder worden uitgewerkt in de programmabegroting voor het komende jaar. Onlangs heeft u het herstelplan “Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen” vastgesteld waarin de beleidsmatige speerpunten voor de komende jaren zijn beschreven. In de financiële paragraaf van het herstelplan is omschreven hoe onze gemeente er de komende jaren financieel voor staat. Wij benadrukken, dat wij het als onze opgave zien om nog in deze raadsperiode de slechte financiële positie van de gemeente te verbeteren door beleidsombuigingen. Medio april heeft u ter nadere duiding van de financiële situatie een raadsmemo (registratienummer: 1777299) van ons ontvangen. In dit raadsmemo is aangegeven wat de uitvoering van het herstelplan in financiële zin betekent en wat ons de komende jaren qua financiële discipline te doen staat. Het coalitieakkoord is door deze nieuwe werkelijkheid meer op de achtergrond gekomen. Beleidsmatige keuzes die leiden tot extra uitgaven zijn deze keer niet aan de orde. De uitvoering van het herstelplan heeft onze hoogste prioriteit om financieel weer gezond te worden.
Van onze provinciale toezichthouder hebben wij inmiddels groen licht gekregen om met de uitvoering van het herstelplan aan de slag te gaan, hoewel we onder preventief toezicht blijven staan. Dit laatste betekent dat we naast de uitvoering van het herstelplan alleen verplichtingen aan gaan die onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. Nieuw beleid zal steeds moeten leiden tot vermindering van bestaande kosten. In het raadsmemo zijn verder de volgende spelregels aanbevolen:
Stevig sturen op het onverkort uitvoeren van het herstelplan. Zoeken naar ombuigingsmogelijkheden ook op de andere beleidsterreinen dan genoemd in het herstelplan. Inzetten op het verwerven van extra inkomsten vanuit andere overheden. Beperken tot de uitvoering van reguliere taken binnen de daarvoor beschikbare budgetten. Heroverwegen van beleid dat een aanslag doet op onze reservepositie. Geen uitgaven doen die niet begroot zijn, ook niet incidenteel ten laste van reserves. Reserveren van alle meevallers om onze weerbaarheid te verhogen.
Deze kadernota gaat vooral over het formaliseren van deze aanbevelingen. In de Financiële paragraaf volgt een actualisatie van het financiële meerjarenbeeld en wat deze actualisatie betekent voor het weerstandsvermogen. Vervolgens gaan we in op de uitvoering van het herstelplan en geven wij op hoofdlijnen aan wat wij het komend jaar zullen ondernemen en of wij bij de uitvoering op schema liggen. In de laatste paragraaf schetsen wij een beeld van de gevolgen van het preventieve provinciale toezicht op de uitvoering van het coalitieakkoord en voor de geplande investeringen.
2
1. Financiële paragraaf Actualisatie financieel meerjarenbeeld e Inmiddels heeft uw raad enkele besluiten met financiële gevolgen genomen en hebben wij u de 1 voortgangsrapportage 2020 aangeboden. Daarnaast zit er een begrotingswijziging van de GRJR aan te komen. Deze begrotingswijziging zit ten tijde van het opmaken van deze kadernota in de zienswijzeprocedure. Per saldo hebben genoemde zaken een negatieve impact op onze meerjarenbegroting. De uitkomsten van de meicirculaire zijn op het moment van schrijven van deze kadernota nog niet bekend. De gevolgen van de coronacrisis zijn op dit moment nog niet volledig in beeld. Het merendeel van de uitgaven worden door verbonden partijen zoals de Veiligheidsregio, de GGD en StroomOpwaarts gedaan. Deze partijen kunnen op dit moment nog geen compleet beeld geven. Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten voor de financiële gevolgen van de coronacrisis gecompenseerd zullen worden. De uitkomst van deze toezegging is nog ongewis. In onderstaande tabel vindt u de actuele stand van de meerjarenbegroting:
3
x € 1.000 Saldo vastgestelde MJB 2020-2023 Inmiddels genomen raadsbesluiten: Correctie tarief afvalstoffenheffing (Raad 19-12-2019) Effecten 2e VGR 2019 (Raad 19-12-2019) Incidentele subsidie museum (raad 19-12-2019) Incidentele subsidie museum, onttrekking algemene reserve Amendement levendige binnenstad (raad 5 maart) Amendement levendige binnenstad, terugstorting naar reserve binnestad & parkeren Prijsbijstelling IHP (raad 23-4) Begrotingswijziging ROGplus (raad 23-4) *1 Financiele gevolgen genomen raadsbesluiten Het herstelplan Tabel 2 van de financiele paragraaf van het herstelplan Lasten, omzetting van constante naar lopende prijzen Baten, omzetting van constante naar lopende prijzen Vervallen taakstelling sociaal domein Verhoging rijksbijdrage BUIG Kapitaallasten nieuwe investeringsplanning *2 Omzetten budget inventaris onderwijs naar investering Diverse kleine budgetaanpassingen *3 Totaal tabel 2 van de financiele paragraaf van het herstelplan Tabel 6 van de financiele paragraaf van het herstelplan Saldi herstelplan (= totaal van tabel 5 van de financiele paragraaf) Correctie saldi herstelplan van constante naar lopende prijzen OZB verhoging, drie jaar achter elkaar 3% per jaar Taakstellende bezuiniging op de bedrijfsvoering Totaal tabel 6 van de financiele paragraaf van het herstelplan Overige Ontwikkelingen waarover uw raad nog niet heeft besloten: 1e
Voortgangsrapportage 2020 Begrotingswijziging GRJR *1 Totaal overige ontwikkelingen
2020 -5.775
2021 -4.665
2022 -4.796
2023 -3.774
471
619
197
300
200
200
-28 -1.748 -1.005
-57 -1.748 -986
-212 -1.748 -1.563
-5.580 3.005 -1.000 1.000 338 543 137 -1.557
-10.413 6.012 -2.100 1.000 306 543 137 -4.515
-14.299 9.195 -3.000 1.000 401 543 137 -6.023
-713
2.205 27 550 100 2.882
7.841 224 1.100 150 9.315
14.057 615 1.700 200 16.572
-1.388 -1.042 -2.430
-910 -1.140 -2.050
-835 -1.140 -1.975
-835 -1.140 -1.975
-299 -869 -75 75 400 -400 -1.748 -2.916
46 3 1.000 543 137 1.729
-713
Onderwerpen uit rapport Weterings, die middels afzonderlijke raadsvoorstellen zullen worden voorgelegd: *4 Onderhoud openbaar groen -209 -209 -209 -209 Exploitatie nieuwe sporthallen -135 -270 -270 -270 Onderhoud kapitaalgoederen, MJOP -350 -350 -350 -350 Ontvlechting ICT -423 -457 -35 -35 Cloud migratie -470 -380 Onderhoud interieur -110 -115 -140 -154 Opstellen van een vastgoedvisie -100 -100 Mogelijke financiele gevolgen MJB verdere uitwerking rapport Weterings -1.797 -1.881 -1.004 -1.018
Verwachte begrotingssaldi
-11.902
-8.276
-3.961
2.219
Verwachte begrotingssaldi bij herstelplan
-9.977
-7.946
-3.355
2.784
Verwachte verslechtering van de begrotingssaldi ten opzicht van herstelplan
-1.925
-330
-606
-565
Verwachte stand algemene reserve per 31-12 6.328 -1.948 -5.909 *1 De begrotingscijfers ROGplus en GRJR zijn in bovenstaande tabel in constante prijzen opgenomen. Omzetting naar lopende prijzen moet nog plaats vinden. *2 In het herstelplan is voor 2020 een bijstelling van de kapitaallasten opgenomen. In bovenstaande tabel staat deze voor 2020 nu op nul omdat de actualisatie van de kapitaallasten 2020 al in de 1e voortgangsrapportage 2020 is opgenomen. *3 In het herstelplan was onder overige kleine aanpassingen een structurele verhoging van de kosten van leerlingvervoer opgenomen. In bovenstaande cijfers is deze eruit gehaald omdat bijstelling van de kosten van leerlingvervoer in de 1 e voortgangsrapportage 2020 zit. *4 Dit betreft indicatieve bedragen. Bij de daadwerkelijke uitwerking zal pas blijken hoeveel er met deze voorstellen gemoeid is.
-3.690
4
e
De achteruitgang in de verwachte saldi komen voornamelijk door de negatieve uitkomst van de 1 voortgangsrapportage 2020 en de structureel met ongeveer € 280.000 negatief bijgestelde begrotingscijfers van de GRJR, welke momenteel in een zienswijzeprocedure zit. Het aangenomen amendement Levendige binnenstad heeft overigens een positief effect op de verwachte begrotingssaldi. Met dit amendement heeft uw raad op aangeven van de provincie besloten de in het coalitieakkoord toegekende middelen voor de binnenstad ad € 1,1 miljoen weer terug te draaien. In het verloop van de algemene reserve is rekening gehouden met het verwachte nadelige saldo van de jaarrekening 2019. Zoals hiervoor aangegeven is in bovenstaande tabel nog geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van de coronacrisis. Gevolgen voor weerstandsvermogen In het voornoemde raadsmemo (registratienummer: 1777299) van medio april hebben wij geschreven dat de algemene reserve naar verwachting eind 2022 leeg zal zijn en in 2023 een klein herstel zal vertonen. Bovenstaande ontwikkelingen hebben echter een nadelig effect op het geschetste beeld in dit raadsmemo. Onlangs hebben wij u geïnformeerd over de verwachte uitkomsten van de jaarrekening 2019. Wij verwachten dat de jaarrekening 2019 een nadelig resultaat van ongeveer € 2,3 miljoen zal laten zien. Dit zet ons weerstandsvermogen verder onder druk.
Op het moment van schrijven van deze kadernota zijn de uitkomsten van de jaarrekening 2019 overigens nog niet definitief. Wij zijn nog in afwachting van definitieve cijfers van enkele verbonden partijen. Bovenstaande ontwikkelingen zullen er naar verwachting voor zorgen dat de algemene reserve eind 2022 € 5,9 negatief wordt en eind 2023 iets zal herstellen naar € 3,7 miljoen negatief. Deze cijfers laten zien dat aanvullende ombuigingen zeer noodzakelijk zijn. In voornoemd raadsmemo scheven wij het volgende: “Om ons voor te bereiden op tegenvallers moeten we alle incidentele en structurele meevallers de komende jaren reserveren om onze weerbaarheid te vergroten. Daarnaast moeten we op zoek naar aanvullende ombuigingen. Onze buffers verdampen de komende jaren immers in elk denkbaar scenario. Zoals in de inleiding in het herstelplan staat is het noodzakelijk om naar al onze beleidsterreinen te kijken, op zoek naar mogelijkheden om effectiever en efficiënter te werken zonder afbreuk te doen aan de voorzieningen in de stad.” De in deze kadernota geschetste financiële ontwikkelingen maken de noodzaak om verdere ombuigingen te zoeken alleen maar groter. Hoeveel precies omgebogen moet worden hangt af van de vraag welk weerstandsvermogen minimaal noodzakelijk is.
Minimaal benodigd weerstandsvermogen In het coalitieakkoord “Handen uit de mouwen” van mei 2019 is aangegeven dat wij streven naar een weerstandsratio van minimaal 1,7. Dit betekent dat ons weerstandsvermogen (lees: de algemene reserve) 170% moet zijn van de omvang van de gecalculeerde risico’s. In de jaarrekening 2019 zijn de risico’s berekend op € 4,2 miljoen. De vorige berekening bij de programmabegroting 2020-2023 kwam uit op € 4,7 miljoen. Geconcludeerd kan worden dat dit getal aan fluctuaties onderhevig is. Uit voorzichtigheidsoverwegingen kan voor de lange termijn het beste van minimaal € 5 miljoen worden uitgegaan. Bij een weerstandsratio van 1,7 mag de algemene reserve dan nimmer onder de € 8,5 miljoen (1,7 x € 5 miljoen = € 8,5 miljoen) dalen. Wanneer we een ondergrens van € 8,5 miljoen voor de algemene reserve hanteren, dan zullen we tot eind 2022 nog ruim € 14 miljoen moeten ombuigen. Bijna € 5 miljoen per jaar dus! Zonder ombuigingen komen we zoals verwacht eind 2022 immers uit op een stand van de algemene reserve van € 5,9 miljoen negatief.
5
De vraag kan echter gesteld worden of een weerstandsratio van minimaal 1,7 echt noodzakelijk is. Als het antwoord op deze vraag “ja” is, is de vervolgvraag of het bereiken van een waarde van 1,7 haalbaar is. We zouden de komende drie jaar dan bijna € 5 miljoen extra per jaar moeten ombuigen. Wij denken dat het antwoordt op beide vragen “nee” is. Wij zijn van mening dat de absolute ondergrens voor de weerstandsratio 1,0 is. Bij een ratio van 1,0 houdt de omvang van het weerstandsvermogen gelijke tred met de omvang van de risico’s. Wij gaan er van uit dat de algemene reserve als absolute ondergrens daarom € 5 miljoen zou moeten bedragen. Verder zijn wij van mening dat een aanvullende ombuiging van bijna € 5 miljoen extra per jaar bovenop het herstelplan niet realistisch is. We zouden dan niet ontkomen aan het saneren van belangrijke voorzieningen. Daarmee komt de leefbaarheid van onze stad in het geding. Wij stellen voor om voor de komende drie jaar een weerstandsratio van 1,0 als absolute ondergrens te hanteren en een ondergrens van € 5 miljoen vast te stellen voor de omvang van de algemene reserve. Amendement weerstandsratio Op 9 juli heeft uw raad het amendement weerstandsratio aangenomen.
In dit amendement overweegt u dat: o Het wenselijk is dat de gemeente ten allen tijden de geschatte risico’s kan dragen, dit mede met het oog op de financiële gevolgen van de coronacrisis; o Het wenselijk is dat een verlaging van de weerstandsratio slechts van tijdelijke aard is, en slechts dient om de financieel gezien moeilijke jaren door te komen; Door middel van het vaststellen van dit amendement heeft uw raad besloten om de minimale weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7”. Het raadsbesluit hierna is dienovereenkomstig aangepast. Hoeveel moet er dan aanvullend omgebogen worden? Om eind 2022 op een stand van de algemene reserve van € 5 miljoen uit te komen is minimaal € 11 miljoen aan aanvullende ombuigingen cumulatief nodig over de jaren 2020 tot en met 2022. Oftewel ruim € 3,5 miljoen per jaar. Conclusies De conclusie kan getrokken worden dat we in nog zwaarder financieel weer zijn gekomen dan we bij het opmaken van het herstelplan dachten. Zelfs als we het herstelplan onverkort uitvoeren en alles volgens plan verloopt wordt ons weerstandsvermogen eind 2022 bijna € 6 miljoen negatief. Aanvullende ombuigingen zijn dus hard nodig. Deze zullen we moeten vinden buiten de vier domeinen van het herstelplan. Tegelijkertijd mag de leefbaarheid is onze stad hier niet onder gebukt gaan.
Dit is een stevige uitdaging die in de komende maanden richting de programmabegroting 2021-2024 uitgewerkt moet worden. Om invulling te geven aan een dergelijke omvangrijke ombuiging zullen de volgende aanbevelingen uit voornoemd raadsmemo concreet uitgewerkt moeten worden: Zoeken naar ombuigingsmogelijkheden ook op de andere beleidsterreinen dan genoemd in het herstelplan. Inzetten op het verwerven van extra inkomsten vanuit andere overheden. Beperken tot de uitvoering van reguliere taken binnen de daarvoor beschikbare budgetten. Heroverwegen van beleid dat een aanslag doet op onze reservepositie. Daarbij zullen de volgende spelregels afgesproken moeten worden: Geen uitgaven doen die niet begroot zijn, ook niet incidenteel ten laste van reserves. Reserveren van alle meevallers om onze weerbaarheid te verhogen. Het herstelplan zal verder uitgevoerd moeten worden binnen de financiële middelen die daarvoor in het herstelplan opgenomen zijn. De investeringen die in het herstelplan staan mogen in beginsel niet meer kosten dan aangegeven, tenzij extra uitgaven met een redelijke mate van zekerheid leiden tot hogere besparingen. Wij zullen voor de zomer samen met de provincie een begrotingsscan uitvoeren. Onderdeel van deze scan is een benchmark waarin onze begroting per taakveld wordt vergeleken met een groep vergelijkbare gemeenten.
Dit kan ons verdiepende inzichten geven op welke beleidsterreinen wij 6
relatief veel geld uitgeven. Dit kan ons helpen bij onze zoektocht naar aanvullende ombuigingsmogelijkheden buiten de vier pijlers van het herstelplan. Tot aan het zomerreces gaan wij samen met uw raad aan de slag om invulling geven aan de aanvullende ombuigingstaakstelling van € 3,5 miljoen per jaar bovenop het herstelplan. Daarbij verwachten van uw raad een kader om deze ombuigingen ook daadwerkelijk te kunnen vinden.
2. Herstelplan In de bijlage bij deze kadernota vind u de eerste rapportage over de voortgang van de uitvoering van het herstelplan. In deze voortgangsrapportage vindt u een overzicht van de concrete activiteiten die wij zullen ontplooien om de doelstellingen van het herstelplan te verwezenlijken. Per activiteit is aangegeven of we op schema liggen. Wij zullen u de komende jaren met regelmaat over de voortgang rapporteren. Op dit moment zijn er geen afwijkingen te melden met een financiële impact. Op 14 mei jl. heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen de colleges van Vlaardingen, Maassluis en Schiedam over de aanpak in het sociaal domein. De gemeente Vlaardingen heeft voorgesteld om de transformatie van het Sociaal Domein, zoals verwoord in het herstelplan, gezamenlijk op te pakken. Er is afgesproken dat de drie colleges gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de verdere transformatie in het Sociaal Domein en het realiseren van ombuigingen. Een programmateam met medewerkers uit de drie gemeenten stelt een analyse van het sociaal domein op als basis voor de verdere transformatie. Deze analyse zal gereed zijn op 1 juli 2020. Een uitvoeringsprogramma voor de transformatie is gereed voor 15 september 2020.
3. Preventief toezicht Sinds begin dit jaar staan wij onder preventief toezicht van de Provincie vanwege onze zwakke financiële situatie. Het preventief toezicht houdt onder meer in dat we nieuw beleid en nieuwe investeringen alleen mogen doen als deze onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn. In onderstaande tabellen vindt u de afgesproken nieuwe beleidsvoornemens uit het coalitie akkoord en de geplande investeringen. In beide tabellen hebben we door middel van onderstaande kleuren aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot het oordeel van de provincie. De posten die als kansarm of als kansrijk zijn aangegeven zijn nog niet van een definitief oordeel voorzien door de provincie. Dit betreft daarom onze eigen inschatting op basis van het provinciaal toetsingskader. De kansrijke onderwerpen betreft bestaand beleid of zaken die naar onze mening onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn.
Zit als onderwerp in het herstelplan, maar tegen aangepaste bedragen Goedgekeurd door Provincie Afgekeurd door Provincie Kansarm Kansrijk
7
Tabel: financien coalitie akkoord Voorstellen coalitie akkoord Investeringen Sociaal Domein Eenmalige impuls bouw 2000 woningen Extra formatie voor handhaving huisvestingsverordening IHP, uitvoering in 10 jaar, renovatie Groen van Prinsteren Subsidieverwerving Onderhoudsprogramma buitenruimte naar niveau B Mobiliteit: doorstroming verkeersonveilige situaties m.n. bij scholen en zorginstellingen Metropolitane fietsroute Vorming revolving fund duurzaamheid Revitalisering binnenstad
bedragen x € 1.000,2022 2023 -700 -700 -140 -140 -465 -1.332
2020 -700 -1.000 -140 -100 -390
2021 -700 -140 -234 -420
-420
-420
-200 -500 -400
-200 -300
-200 -30 -200
-200 -30 -200
2020 450 361 134 63 100 383 1.650 3.000 100 100 2.900 2.050 -1.060 1.200 100 320 865 400 -550 1.100 117 2.702 500 385 100 1.800
2021 450
Tabel: Bijgesteld Investeringsplan 2020 - 2023 Investering Verv. systeem hardware Huisvesting, verduurzaming Aanschaf tractiemiddelen Hondenpoepzuiger Begraafplaats Holy Ophoging Holy-noord Ophoogprogramma Onderhoudsniveau buitenruimte Uitvoering parkeerbeleid Aansluiting Abel Tasmanlaan Marathonweg/westlandseweg Reconstructie Marathonweg Verwachte bijdrage MRDH Herstructurering rotonde BPO Reconstructie rotonde Deltaweg Aanschaf verlichting Verkeersregelinstallaties Rotonde Zwanensingel Verwachte bijdrage MRDH Kademuren en glooiingen Ondh loswallen KW haven IHP (coalitie akkoord) Inventaris e.d. Onderwijs Aanpak binnenstad Verduurzaming sporthallen Vettennoordse Polder Lijnbaanhal Buitensportacc (kunstgras) Buitensportacc (verl) Krabbepark Verwachte bijdrage MRDH Metropolitane fietsroute Uitvoering nieuw GRP Rioleringsophoogprogramma Totaal geplande investeringen
20 500 -800 3.250 1.000 23.240
bedragen x € 1.000,2022 2023 450 450
134
134
134
440
440
430
1.650 3.000 100 400
1.650 1.576 100
1.650 1.576 100
900 320 175
320 175
13.855 500 385
1.218 500 385
4.900 1.000 26.385
3.600 1.000 11.538
1.000 -790 800 320 175
1.100 2.702 500 385 1.300 335 1.050 500 4.100 1.000 20.651
In bovenstaande tabel is de investeringsplanning opgenomen zoals uw raad deze bij het herstelplan heeft vastgesteld.
8
4. Voorstel Gelet op bovenstaande stellen wij uw raad voor: 1. De weerstandsratio op minimaal 1,0 te stellen. 2. In de programmabegroting 2021-2024 ombuigingsvoorstellen op te nemen die leiden tot een structurele ombuiging van minimaal € 3,5 miljoen per jaar. 3. Deze ombuigingen ook te zoeken buiten de vier domeinen van het herstelplan. 4. De komende jaren geen beleidsinitiatieven te nemen die leiden tot nieuwe uitgaven, ook niet ten laste van reserves. 5. De komende jaren alle financiële meevallers te reserveren.
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,
De burgemeester,
Gerrit van Hofwegen
Bas Eenhoorn
9
Raadsbesluit Registr.nr. Datum raadsvergadering
: 1789458 :
:
Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen
De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 juni 2020 Besluit: 1. De minimale weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7 . 2. In de programmabegroting 2021-2024 ombuigingsvoorstellen op te nemen die leiden tot een structurele ombuiging van minimaal € 3,5 miljoen per jaar. 3. Deze ombuigingen ook te zoeken buiten de vier domeinen van het herstelplan. 4. De komende jaren geen beleidsinitiatieven te nemen die leiden tot nieuwe uitgaven, ook niet ten laste van reserves. 5. De komende jaren alle financiële meevallers te reserveren.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 9 juli 2020.
De griffier, drs. J. Mimpen
10
De voorzitter, Bas Eenhoorn