CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.6 - Buurtpeiling Veiligheid Vlaardingen 2019

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanbieden Profielschets burgemeester Vlaardingen aan de commissaris van de Koning & benoemen leden Vertrouwenscommissie10.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buurtpeiling Veiligheid

2019

Versiebeheer Datum: 19 februari 2020 Versie: 2 Auteur: Kenniscentrum MVS mvs.incijfers.nl kenniscentrum@mvs-gemeenten.nl Foto omslag: Beeldbank Vlaardingen

2

Inhoud Bestuurssamenvatting 1 Inleiding 2 Woonomgeving en openbare ruimte 2.1 2.2 2.3

4 7 9

Voorzieningen Woning en woonomgeving Sociale kwaliteit

9 9 11

3 Veiligheid en buurtproblemen 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

14

Veiligheidsbeleving Dreiging en veiligheid Onveilige plekken Buurtproblematiek Beoordeling openbaar gebied en leefbaarheid Overlast

4 Vermoedens van criminaliteit 4.1 4.2 4.3

23

Criminele activiteiten Misdaadstatistieken en politiecijfers 2019 Meldings- en aangiftebereidheid

5 Preventie 5.1 5.2 5.3 5.4

14 16 17 18 20 21

23 27 27

29

Cameratoezicht Buurtpreventie Buurt Whatsapp Bijdrage aan het veiligheidsgevoel

29 29 30 31

Bijlage: buurtkaart Vlaardingen

32

3

Bestuurssamenvatting Woonomgeving en openbare ruimte Vlaardingers waarderen hun eigen koop- of huurwoning met een rapportcijfer van gemiddeld 7,8. Dat is eentiende punt hoger dan bij de vorige meting in 2017. De wijkscores variëren van een 7,5 in Westwijk tot een 8,1 in Oostwijk. Verder valt op dat het gemiddelde rapportcijfer voor koopwoningen in Vlaardingen (8,3) een stuk hoger ligt dan het rapportcijfer voor huurwoningen (7,3). Voor de woonomgeving geven de inwoners gemiddeld een 7,0. Dit is eentiende punt lager dan in 2017. Het cijfer is het laagst in Westwijk (6,4) en het hoogst in Vlaardinger Ambacht en Holy-Noord (7,4). Het voorzieningenniveau in de buurt (zoals winkels, openbaar vervoer, parkeergelegenheid en straatverlichting) krijgt gemiddeld een 7,0, uiteenlopend van een 6,7 in Centrum tot een 7,4 in Holy-Zuid. Het aandeel Vlaardingers dat de eigen buurt prettig vindt om in te wonen is gedaald van 90% in 2017 naar 86% in 2019. De buurtscores variëren sterk, van 100% in de Oranjebuurt (Vlaardinger Ambacht), Vaart Zuid (Holy-Zuid) en de Drevenbuurt (Holy-Noord) tot 61% in Hoogkamer (Westwijk). Het rapportcijfer voor sociale cohesie (de mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en op een prettige manier met elkaar omgaan) is gezakt van een 6,1 in 2017 naar een 5,9 in 2019. Overigens is deze dalende trend waarneembaar in grote delen van Nederland.

Ook hier zijn er weer grote verschillen tussen buurten, variërend van een 7,3 in de Oranjebuurt (Vlaardinger Ambacht) tot een 4,9 in Hoogkamer (Westwijk). Zo’n 70% van de Vlaardingers voelt zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Wat dit betreft zijn de verschillen tussen de wijken niet heel groot, uiteenlopend van 68% in Centrum tot 77% in Oostwijk. Het aandeel dat vindt dat buurtbewoners elkaar durven aan te spreken op onwenselijk gedrag is echter aanzienlijk lager: gemiddeld 26%, variërend van 18% in Westwijk tot 36% in Vlaardinger Ambacht. Veiligheid en buurtproblemen De gevoelens van onveiligheid nemen toe. Van alle inwoners voelt 56% zich soms of vaak onveilig in Vlaardingen in het algemeen. Bij de vorige meting in 2017 lag dit aandeel nog op 51%. Ongeveer 48% van de Vlaardingers voelt zich soms of vaak onveilig in de eigen woonbuurt. Dit is de hoogste waarde die in minimaal 14 jaar is gemeten. Ten opzichte van het Nederlands gemiddelde zijn deze waarden hoog; ze zijn vergelijkbaar met die van de grote steden. Tegelijkertijd wijzen politiecijfers uit dat de criminaliteit in Vlaardingen over de langere termijn afneemt. Belangrijke uitzonderingen hierop vormen de recente toename van internetfraude en straatroof.

De grote impact van straatroof èn de uitgebreide media-aandacht voor ondermijnende criminaliteit en drugshandel in de regio zouden de oorzaken kunnen zijn van de toename van onveiligheidsgevoelens ondanks de feitelijke afname van de criminaliteit. Toch kan er meer aan de hand zijn, in het bijzonder in Westwijk. Deze wijk vertoont enkele risicoindicatoren: de hoge onveiligheidsgevoelens in vergelijking met andere gemeenten, de plotselinge verslechtering van het veiligheidsgevoel, het hoge aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt, het te verwaarlozen verschil tussen het gevoel van onveiligheid in het algemeen en in de eigen woonbuurt en de tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid; de politiecijfers tonen 4

verbetering, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert. Het is niet uitgesloten dat veel inwoners van Westwijk in hun woonomgeving wel (aanwijzingen voor) criminaliteit zien, maar geen aangifte doen of melding maken, bijvoorbeeld uit angst voor de daders. In dit verband wordt wel gesproken van ‘zwijgwijken’. Vlaardingers geven gemiddeld een rapportcijfer 6,5 aan de veiligheid in de eigen woonbuurt, net als bij de vorige meting. De wijkscores variëren van een 5,7 in Westwijk tot een 7,1 in Holy-Noord. Westwijk wordt ook het vaakst genoemd als onveilige plek in Vlaardingen, gevolgd door Centrum (vooral het uitgaans- en winkelgebied) en het winkelcentrum bij het Veerplein en Liesveld (vooral na sluitingstijd). De leefbaarheid waarderen Vlaardingers met gemiddeld een 7,0, net als in 2017. Dit is iets lager dan het Nederlands gemiddelde (7,5). De wijkscores variëren van een 6,4 in Westwijk tot een 7,5 in Vlaardinger Ambacht. Buurtproblemen, zoals geluidsoverlast en rondhangende jongeren, komen volgens de inwoners iets vaker voor dan in 2017. Vuilnis naast de container / verkeerd aanbieden van huisvuil is volgens de respondenten het buurtprobleem dat de hoogste prioriteit verdient, gevolgd door parkeeroverlast en te hard rijden. Enkele groepen van buurtproblemen worden weergegeven in zogenaamde ‘indicatorscores’.

De indicatorscore voor dreiging (bedreiging, geweld, straatroof, drugs, lastig gevallen worden op straat) laat een verslechtering zien, vooral in Westwijk. Ook de indicatorscore voor overlast (van omwonenden en rondhangende jongeren) vertoont achteruitgang, in alle wijken met uitzondering van Holy-Zuid. Daarnaast is de indicatorscore voor verkeersoverlast (agressief verkeersgedrag, geluidsoverlast door verkeer, te hard rijden, parkeeroverlast) verslechterd. De indicatorscore voor fysieke verloedering (bekladding, vernieling, rommel en hondenpoep op straat) laat echter in alle wijken verbetering zien. Vermoedens van criminaliteit Ongeveer één op de vijf Vlaardingers ziet in de omgeving personen die veel geld (lijken te) hebben, maar heeft twijfels of zij er op een eerlijke manier aan komen. Iets dergelijks geldt voor winkels waar (bijna) nooit een klant lijkt te komen, maar die wel blijven bestaan. Vooral in de wijken Centrum en Westwijk bestaan dit soort vermoedens van zwart geld. Ongeveer 17% van de Vlaardingers vermoedt of weet zeker dat er sprake is van hennepteelt in de buurt, 26% denkt dat er harddrugs worden gemaakt of verkocht, 3% ziet aanwijzingen voor illegale prostitutie en 11% heeft vermoedens of kennis van ernstig geweld of bedreiging. Ook deze vormen van criminaliteit worden het vaakst vermoed in Centrum en Westwijk.

Overigens hoeven deze vermoedens niet per se te betekenen dat de criminele activiteiten ook in deze mate voorkomen, maar ze hebben zeker invloed op het veiligheidsgevoel. De mate waarin Vlaardingers deze activiteiten tolereren of zelfs accepteren verschilt nogal per type criminaliteit. De meeste inwoners hebben met hennepteelt of prostitutie minder moeite dan met het maken of verkopen van harddrugs, zeker als de hennepteelt voor eigen gebruik is en zolang prostitutie niet samengaat met overlast, dwang of minderjarigen. Voor geweld is de tolerantie duidelijk het laagst. Dit heeft gevolgen voor de bereidheid om aangifte te doen of melding te maken. Van de Vlaardingers die kennis hadden van een geweldsdelict heeft 29% melding gemaakt bij de politie en 10% bij andere organisaties, zoals de gemeente; van inwoners die wisten van hennepteelt heeft 9% de politie ingelicht en 12% andere organisaties. 5

Daarnaast is aan de respondenten die geen vermoedens hadden gevraagd wat zij zouden doen als zij erachter zouden komen dat iemand uit hun buurt zich bezig houdt met criminele activiteiten. Op deze vraag antwoordde een aanmerkelijk groter aandeel dat zij de politie of een andere organisatie zouden informeren. Vermoedelijk zijn deze hoge aandelen het gevolg van sociale wenselijkheid. De uitgesproken intentie is echter geen garantie voor het gedrag wanneer de situatie zich echt zou voordoen. Preventie Precies 84% van de Vlaardingers is voorstander van cameratoezicht in de openbare ruimte, voor bijna 14% maakt het niet uit en ruim 2% is tegenstander. Onder ouderen is het aandeel voorstanders nog hoger: 91% van de 65-plussers is voor cameratoezicht. Toch zijn er ook kritische geluiden, in het bijzonder onder Vlaardingers van 35 tot 50 jaar; hiervan is ruim 4% tegen cameratoezicht. Ruim driekwart van de Vlaardingers kent de buurtpreventieteams, die rondlopen in de wijk en bijzonderheden melden bij politie of gemeente. Deze bekendheid is toegenomen van 70% in 2017 naar 77% in 2019. Vooral onder eigenhuisbezitters is de bekendheid groot. Zo’n 3% van de inwoners zegt bereid te zijn mee te lopen, 29% wil dit overwegen en 1% doet dit al.

Hoewel de buurtpreventieteams onder jongeren tot 35 jaar vrij onbekend zijn, zegt van deze groep maar liefst 38% interesse te hebben om eventueel mee te lopen. Eén op de vijf Vlaardingers maakt gebruik van Buurt Whatsapp, om buren te waarschuwen voor verdachte situaties of personen. Ruim de helft kent de app wel, maar gebruikt deze niet en 29% kent de app niet. Ook de bekendheid van Buurt Whatsapp is toegenomen, van 66% in 2017 naar 72% in 2019. Van de inwoners die Buurt Whatsapp nog niet gebruiken, zegt één op de vijf dat te willen doen en 40% zegt het misschien te willen. Hoewel de bekendheid onder inwoners met een migratieachtergrond relatief klein is, is van deze vrij jonge groep een relatief groot deel juist wel geïnteresseerd in het gebruik van de app. Ongeveer één op drie Vlaardingers denkt dat buurtpreventieteams daadwerkelijk een bijdrage leveren aan de veiligheid in de buurt, 40% denkt dat het weinig tot niets helpt en 27% weet het niet. Voor Buurt Whatsapp zijn de cijfers iets gunstiger: 36% vindt dat de app iets bijdraagt, 37% denkt van niet en 27% weet het niet. Vaak zijn het Vlaardingers met een laag inkomen die onbekend zijn met preventiemaatregelen en die er ook weinig vertrouwen in hebben.

6

1 Inleiding Leefbaarheid is de mate waarin een stad aantrekkelijk is om te wonen, te werken en te recreëren. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde daarvoor. Leefbaarheid en veiligheid zijn niet alleen belangrijk voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van de stad, maar ze vormen ook bestuurlijke prioriteiten. Met enige regelmaat laat de gemeente Vlaardingen dan ook onderzoeken hoe de stad ervoor staat wat betreft leefbaarheid en veiligheid. In 2017 gebeurde dit met het onderzoek VLD Peilt! en in 2019 met de Buurtpeiling veiligheid. In dit rapport worden de uitkomsten van deze buurtpeiling gepresenteerd. Onderzoeksopzet De leefbaarheid en veiligheid zijn onderzocht door middel van een enquête, zowel op papier als via internet. De vragenlijst is deze keer samengesteld door de afdeling Veiligheid, Toezicht en Handhaving van de gemeente Vlaardingen. De lijst wijkt af van de vragenlijst van VLD Peilt! uit 2017; de vragen spitsen zich nu toe op de kwaliteit van de woning en woonomgeving, sociale cohesie, buurtproblemen, gevoelens van onveiligheid, criminaliteit en buurtpreventie. De enquête is in september 2019 uitgezet onder een steekproef onder Vlaardingers van 18 jaar en ouder en onder het Vlaardingse internetpanel.

Responsoverzicht In totaal zijn 8.743 inwoners uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen: 5.996 inwoners die uit het bevolkingsbestand zijn geselecteerd door middel van een aselecte steekproef en de 2.747 leden van het internetpanel. De Vlaardingers uit de steekproef hebben per post een papieren vragenlijst toegestuurd gekregen. Zij konden er echter ook voor kiezen om de vragenlijst online in te vullen. De leden van het internetpanel zijn per e-mail uitgenodigd en hebben de vragenlijst allen online ingevuld. In totaal hebben 2.145 inwoners de vragenlijst ingevuld. Daarmee komt de respons op 24,5%. Tabel 1.1 Overzicht respondenten per kanaal Bron Uitgenodigd Internetpanel 2.747 Steekproef

5.996

Totaal

8.743

Respons (aantal) 933 Schriftelijk: 909 Online: 303 Totaal: 1.212 2.145

Tabel 1.2 Overzicht respondenten per wijk Wijk Uitgenodigd Centrum 1.588 Westwijk 1.354 Oostwijk 1.384 Vlaardinger Ambacht 1.439 Holy-Zuid 1.373 Holy-Noord 1.569 Onbekend 36 Totaal 8.743

Respons (aantal) 414 319 285 361 384 369 13 2.145

Respons (perc.) 34,0% Schriftelijk: 15,2% Online: 5,1% Totaal: 20,2% 24,5%

Respons (perc.) 26,1% 23,6% 20,6% 25,1% 28,0% 23,5% 36,1% 24,5%

Vanwege hun geringe aantal zijn respondenten uit Broekpolder meegeteld bij Holy-Noord en uit Vettenoordse Polder bij Centrum. Om de representativiteit te verhogen, zijn de uitkomsten gewogen naar woonwijk, leeftijdscategorie en type woning (koop of huur). Uit onderzoeken in het verleden is gebleken dat deze drie variabelen sterk samenhangen met de beleving van leefbaarheid en veiligheid. 7

Inhoud van dit rapport Hierna komen eerst de woonomgeving en de openbare ruimte aan bod, met aandacht voor de sociale cohesie en de kwaliteit van de eigen (koop- of huur)woning. Daarna wordt ingegaan op veiligheid en buurtproblemen, zoals rommel op straat, parkeeroverlast en geluidsoverlast. Ook wordt aandacht besteed aan plekken in de stad die als onveilig worden ervaren. Verder komt aan de orde welk beeld Vlaardingers hebben van ernstige criminaliteit in hun buurt, zoals hennepteelt, productie van en handel in harddrugs, illegale prostitutie, bedreiging en geweld. Het laatste hoofdstuk gaat over preventie door middel van cameratoezicht, buurtpreventieteams en de Buurt Whatsapp. De samenvatting staat aan het begin van dit rapport.

8

2 Woonomgeving en openbare ruimte De leefbaarheid van buurten en wijken wordt mede bepaald door de kwaliteit van de woonomgeving, de beleving van de openbare ruimte en de sociale samenhang in een buurt. In het onderzoek hebben de inwoners de huidige situatie in hun woonbuurt dan ook beoordeeld aan de hand van zowel fysieke als sociale aspecten van leefbaarheid. 2.1 Voorzieningen Allereerst is gevraagd naar de mate van tevredenheid over het voorzieningenniveau in de eigen woonbuurt. Het gaat hierbij om de aanwezigheid van winkels, openbaar vervoer, parkeergelegenheid, groen, straatverlichting, scholen, enzovoort. Het gemiddeld rapportcijfer komt uit op een 7,0. Dat is gelijk aan de vorige meting in 2017. In de meeste wijken is de ontwikkeling van het rapportcijfer vrij stabiel. Uitzondering is Holy-Noord, daar is de waardering voor de voorzieningen 0,3 punt lager dan in 2017. Figuur 2.1 Gemiddeld rapportcijfer voorzieningen, naar wijk Wijk 2017 2019 Centrum 6,7 6,7 Westwijk 6,9 6,9 Oostwijk 6,9 7,0 Vlaardinger Ambacht 7,2 7,2 Holy-Zuid 7,4 7,4 Holy-Noord 7,3 7,0 Vlaardingen 7,0 7,0 2.2 Woning en woonomgeving In het onderzoek is gevraagd een rapportcijfer te geven voor de eigen koop- of huurwoning. Het gemiddelde van Vlaardingen komt uit op een 7,8. Dat ligt daarmee een fractie hoger dan bij de meting van 2017.

Figuur 2.2 Gemiddeld rapportcijfer woning, naar wijk Wijk 2017 2019 Centrum 7,6 7,7 Westwijk 7,4 7,5 Oostwijk 7,9 8,1 Vlaardinger Ambacht 7,8 8,0 Holy-Zuid 7,8 7,8 Holy-Noord 8,0 7,9 Vlaardingen 7,7 7,8 De woningen in Oostwijk en Vlaardinger Ambacht worden met een (ruime) 8 beoordeeld. Inwoners van Westwijk waarderen hun woning gemiddeld het minst. Het rapportcijfer voor koopwoningen is met een 8,3 een stuk hoger dan het rapportcijfer voor huurwoningen dat op een 7,3 ligt. De woonomgeving wordt met een rapportcijfer van 7,0 enigszins lager beoordeeld dan de woning. Dat is overigens een fractie lager dan bij de meting van 2017, toen dit op een 7,1 uitkwam.

9

Figuur 2.3 Gemiddeld rapportcijfer woonomgeving, naar wijk Wijk 2017 2019 Centrum 6,7 6,7 Westwijk 6,7 6,4 Oostwijk 7,2 7,1 Vlaardinger Ambacht 7,3 7,4 Holy-Zuid 7,3 7,1 Holy-Noord 7,5 7,4 Vlaardingen 7,1 7,0 In Westwijk is de waardering voor de woonomgeving weliswaar het laagst, maar nog wel voldoende. Overigens is de waardering wel met 0,3 punt afgenomen. Wat dat betreft is het beeld in Vlaardinger Ambacht en Holy-Noord een stuk positiever. Meer specifiek is gevraagd in hoeverre de eigen woonbuurt er schoon en opgeruimd uitziet. Gemiddeld vindt bijna de helft van de ondervraagden (47%) dat dit het geval is. Op wijkniveau zijn de verschillen echter groot. Zo vindt circa tweederde deel van de inwoners van Holy-Noord en Vlaardinger Ambacht dat de buurt er doorgaans schoon en opgeruimd uitziet. Inwoners van Westwijk en Centrum zijn het hier veel minder vaak mee eens. In deze wijken geldt dit slechts voor eenderde deel van de inwoners. Figuur 2.4 Stelling De buurt ziet er doorgaans schoon en opgeruimd uit: % (zeer) mee eens Holy Noord

67%

Vlaardinger Ambacht

63%

Oostwijk

47%

Holy Zuid

44%

Westwijk

34%

Centrum

33% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Naast vragen over de woning en de woonomgeving is ook een algeheel oordeel gevraagd over hoe prettig men de eigen buurt vindt om in te wonen.

86% vindt de eigen buurt (zeer) prettig om in te wonen (2017: 90%)

14% vindt de eigen buurt (zeer) onprettig om in te wonen (2017: 10%)

10

Van alle ondervraagden vindt 86% de eigen buurt prettig om in te wonen, 14% vindt dat niet. Daarmee is de mening over de eigen woonbuurt de laatste jaren enigszins gedaald. In 2017 vond nog 90% van de ondervraagden dat ze in een prettige buurt wonen. Holy-Noord en Vlaardinger Ambacht spannen de kroon: 96%, respectievelijk 91% van de inwoners van deze wijken vindt het er prettig wonen. Wat dat betreft is de situatie in Westwijk anders: hier geeft 72% van de ondervraagden aan in een prettige buurt te wonen. In 2017 was dat nog 84%. Figuur 2.5 Prettige buurt om in te wonen: hoogst en laagst scorende buurten (*) (zeer) prettig om te buurt wonen Vijf hoogst scorende buurten 1. Oranjebuurt (Vl. Ambacht) 100% 2. Vaart Zuid (Holy-Zuid) 100% 3. Drevenbuurt (Holy-Noord) 100% 4. Loper Noord (Holy-Noord) 98% 5. Loper Zuid (Holy-Zuid) 97% Vijf laagst scorende buurten 21. Babberspolder Oost (Vl.Ambacht) 82% 22. Zuidbuurt (Westwijk) 72% 23. Vettenoordse Polder Oost (Centrum) 66% 24. Lage Weide (Westwijk) 65% 25. Hoogkamer (Westwijk) 61% (*) Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten

Op buurtniveau zijn de verschillen vrij groot. In de top 5 van hoogst scorende buurten vindt vrijwel iedereen dat het er prettig wonen is. In de buurten die het laagst scoren loopt dit percentage terug tot net boven de 60%. 2.3 Sociale kwaliteit Het sociale klimaat van de omgeving is van invloed op de waardering voor het wonen. Daarnaast wordt verondersteld dat sociale cohesie de dominante factor is bij het versterken van leefbaarheid en veiligheid: betrokkenheid bij de buurt leidt er toe dat burgers zich actiever opstellen ten aanzien van omgang met de openbare ruimte en mede-inwoners. Om dit te kunnen meten is een rapportcijfer voor ‘waardering sociale kwaliteit’ opgesteld. Dit rapportcijfer is opgebouwd uit de oordelen op de volgende stellingen: • • • •

De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks. De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om. Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is. Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen.

Daarbij geldt: hoe hoger het rapportcijfer, des te beter het met de sociale cohesie is gesteld.

Rapportcijfer sociale cohesie: 5,9 (2017:6,1)

11

Figuur 2.6 Rapportcijfer sociale cohesie, naar wijk (hoe hoger, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 6,0 5,9 Westwijk 5,6 5,4 Oostwijk 6,4 6,3 Vlaardinger Ambacht 6,3 6,5 Holy-Zuid 6,0 5,9 Holy-Noord 6,3 6,2 Vlaardingen 6,1 5,9 Het rapportcijfer voor sociale cohesie vertoont een langzaam dalende trend. Zo is de score in 2019 op 5,9 uitgekomen terwijl dit in 2017 nog op 6,1 lag. Met uitzondering van Vlaardinger Ambacht is de daling in alle wijken zichtbaar. Met een score van 5,4 is de sociale cohesie het minst sterk in Westwijk. Op buurtniveau zijn de onderlinge verschillen groter (zie figuur 2.7). Figuur 2.7 Rapportcijfer Sociale cohesie: hoogst en laagst scorende buurten (*) Buurt rapportcijfer Vijf hoogst scorende buurten 1. Oranjebuurt (Vl. Ambachtl) 7,3 2. Vaart Zuid (Holy-Zuid) 6,9 3. Babberspolder Noord (Vl. Ambacht) 6,8 4. Drevenbuurt (Holy-Noord) 6,8 5. Babberspolder West (Vl. Ambacht) 6,7 Vijf laagst scorende buurten 21. Vettenoordse Polder Oost (Centrum) 5,4 22. Vogelbuurt Zuid (Holy-Zuid) 5,2 23. Lage Weide (Westwijk) 5,2 24. Zuidbuurt (Westwijk) 5,1 25. Hoogkamer (Westwijk) 4,9 (*) Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten

In de Oranjebuurt wordt de sociale cohesie als het sterkst ervaren. Het is de enige buurt waar de score boven de 7 uitkomt. De laagste waarden worden gemeten in buurten in Westwijk. Hoogkamer komt daarbij met een 4,9 als zwakste uit de bus. Naast het oordeel over in hoeverre het prettig wonen is en de sociale cohesie in de buurt zijn ook stellingen voorgelegd over medeverantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en het durven aanspreken op onwenselijk gedrag. Figuur 2.8 Stellingen over de buurt: aandeel (zeer) mee eens (in %) Ik voel mij mede In de buurt durven mensen Buurt Centrum Westwijk Oostwijk Vlaardinger Ambacht Holy-Zuid Holy-Noord Vlaardingen

verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt

elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag

68% 71% 77% 76% 70% 74% 72%

25% 18% 31% 26% 24% 36% 26%

12

Om en nabij de 70% van de ondervraagden voelt zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Per wijk zijn de verschillen niet zo heel groot. Dit loopt uiteen van 68% (Centrum) tot 77% (Oostwijk). Als het gaat om mensen durven aan te spreken op onwenselijk gedrag zijn de verschillen tussen de wijken groter. Gemiddeld zegt 26% van de Vlaardingers dat mensen elkaar durven aan te spreken bij onwenselijk gedrag. In Westwijk blijft dit met 18% enigszins achter bij het gemiddelde. In Holy-Noord is dit met 36% twee keer zo hoog.

13

3 Veiligheid en buurtproblemen Het gevoel van veiligheid hangt in hoge mate samen met de leefbaarheid van een buurt. Het verbeteren van de veiligheidssituatie is dan ook één van de speerpunten van het college. Enerzijds gaat het hierbij om veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. Onveiligheidsgevoelens worden echter veroorzaakt door een veelheid van factoren, waarvan daadwerkelijk slachtofferschap er slechts één is. Verhalen, gebeurtenissen in de omgeving van mensen en berichtgeving in de media blijken eveneens in belangrijke mate de veiligheidsbeleving te beïnvloeden. Daarnaast zijn allerlei buurtproblemen en overlastsituaties eveneens van invloed op de leefbaarheid van buurten en wijken. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de mate van (on)veiligheidsgevoelens, maar ook of er volgens inwoners sprake is van problemen op het gebied van leefbaarheid en overlast in hun buurt. 3.1 Veiligheidsbeleving Het deel van de Vlaardingers dat zich in het algemeen zelden of nooit onveilig voelt bedraagt 44%. Dit betekent logischerwijs dat 56% zich wel eens onveilig voelt. In de vorige meting lag dit aandeel op 51%. Als het gaat om onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt dan zijn de percentages weliswaar lager maar ook hier is een ongunstige ontwikkeling zichtbaar.

Het aandeel inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt bedraagt 48% en daarmee is dit het hoogste aandeel in minimaal 14 jaar dat is gemeten. Figuur 3.1 Voelt u zich wel eens onveilig? in het algemeen

in de eigen buurt

5%

7% zelden of nooit

44% 51%

soms

41%

vaak

52%

Naast de constatering dat de onveiligheidsgevoelens zich niet gunstig ontwikkelen, zijn deze ten opzichte van andere gemeenten bovendien zeer hoog; deze zijn vergelijkbaar met die van de grote steden in Nederland. Uiteraard speelt hierbij mee dat Vlaardingen deel uit maakt van een sterk verstedelijkte en dichtbevolkte regio met veel onderlinge interactie van mensen en verkeer. Dat betekent dat niet alleen voorvallen en gebeurtenissen die in Vlaardingen plaatsvinden, van invloed zijn op de veiligheidsbeleving van Vlaardingers, maar ook wat er zich in de buurgemeenten voordoet. Toch is het moeilijk om te verklaren waar deze ongunstige ontwikkeling door wordt veroorzaakt. De misdrijfgegevens afkomstig van de politie laten in ieder geval over de langere termijn een 14

tegengestelde (lees: gunstige) ontwikkeling zien. Wel is er in verschillende media steeds meer aandacht voor ondermijnende criminaliteit en drugsproblematiek. Op wijkniveau zijn de verschillen behoorlijk groot als het gaat om de onveiligheidsgevoelens die inwoners in de eigen woonbuurt ervaren (zie figuur 3.2). Zo geeft 37% van de inwoners in Holy-Noord aan zich wel eens onveilig te voelen in de eigen woonbuurt. In Westwijk gaat het om maar liefst tweederde van de inwoners. Figuur 3.2 Aandeel personen dat zich wel eens onveilig voelt in het algemeen en in de eigen woonbuurt op wijkniveau (in %) 53 54

Centrum

67 68

Westwijk 46

Oostwijk

53 40

Vlaardinger Ambacht

50

45

Holy Zuid

57 37

Holy Noord

52 0

20

40

in de eigen woonbuurt

60

80

in het algemeen

De algemene onveiligheidsgevoelens liggen dichter bij elkaar, ongeacht in welke wijk de respondenten wonen. Toch valt ook hier de situatie in Westwijk op; het aandeel inwoners van deze wijk dat zich in het algemeen onveilig voelt is sterk toegenomen, van 53% in 2017 naar 68% in de huidige meting. Bovendien laten Centrum en Westwijk bijna geen verschil zien in onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt ten opzichte van het algemene veiligheidsgevoel. Met name Westwijk vertoont risicoindicatoren die lector Marnix Eysink Smeets onderscheidt: de hoge onveiligheidsgevoelens in vergelijking met andere gemeenten, de plotselinge verslechtering van het veiligheidsgevoel, het hoge aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt, het te verwaarlozen verschil in algemene onveiligheidsgevoelens en die in de eigen woonbuurt en de tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid; de politiecijfers tonen verbetering, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert. Het is niet uitgesloten dat in Westwijk veel inwoners in hun woonomgeving wel (aanwijzingen voor) criminaliteit zien, maar bijvoorbeeld uit angst voor de daders geen aangifte doen 1 of melding maken. In dit verband wordt wel gesproken van ‘zwijgwijken’.

1

Bron: Marnix Eysink Smeets, lector Publiek vertrouwen in veiligheid van Hogeschool Inholland, Veiligheidsbeleving in Schiedam: hoe staat het ermee, noodzaak om wat te doen, wat kán je doen?, raadsbijeenkomst over veiligheid(sbeleving), Schiedam, 19 november 2019.

15

3.2 Dreiging en veiligheid De respondenten kregen een serie buurtproblemen voorgelegd met de vraag aan te geven in welke mate die zich in de eigen woonbuurt voordoen (zie ook paragraaf 3.4). Enkele aan (on)veiligheid gerelateerde problemen zijn gebundeld in de indicator ‘dreiging’. Het betreft een subjectief oordeel over problemen die in de buurt kunnen voorkomen. Men hoeft dus niet noodzakelijkerwijs zelf direct schade of hinder te hebben ondervonden van deze problemen. De indicatorscore dreiging is samengesteld op basis van het aantal keer dat de volgende voorvallen – in de beleving van de inwoners – voorkomen:  bedreiging;  mensen die op straat worden lastig gevallen;  dronken mensen op straat;  gewelddelicten;  straatroof;  drugsgebruik en -handel. De indicatorscore wordt uitgedrukt in een waarde van 0 tot en met 10, waarbij 0 staat voor ‘komt (bijna) nooit voor’ en 10 voor ‘komt vaak voor’. Naarmate de score hoger is, ervaren inwoners een meer dreigende sfeer in de buurt.

Indicatorscore dreiging: 1,6 (2017: 1,5) De indicatorscore dreiging komt voor geheel Vlaardingen uit op 1,6. Deze score geeft aan dat (ernstige) delicten die tot de categorie ‘dreiging’ behoren relatief weinig voorkomen. De score is een tiende van een punt gestegen in vergelijking met 2017. Figuur 3.3 toont de scores op wijkniveau. Figuur 3.3 Indicatorscore dreiging naar wijk (hoe lager, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 2,1 2,0 Westwijk 1,8 2,4 Oostwijk 1,7 1,8 Vlaardinger Ambacht 1,2 0,9 Holy-Zuid 1,4 1,3 Holy-Noord 0,6 0,8 Vlaardingen 1,5 1,6 Het meest opvallend is de score voor Westwijk. In deze wijk heeft de score zich ongunstig ontwikkeld omdat wijkbewoners aangeven dat er in hun ogen meer sprake is van drugsoverlast, gewelddelicten en dronken mensen op straat. In wijken als Vlaardinger Ambacht en Holy-Noord zijn de scores voor dreiging – zoals gebruikelijk – relatief gunstig. De respondenten is eveneens gevraagd een algemeen rapportcijfer te geven voor de veiligheid in de eigen woonbuurt (zie figuur 3.4). Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor komt uit op een 6,5, gelijk aan de meting in 2017.

16

Figuur 3.4 Gemiddeld rapportcijfer veiligheid in de eigen woonbuurt, naar wijk Wijk 2017 2019 Centrum 6,2 6,3 Westwijk 6,0 5,7 Oostwijk 6,6 6,5 Vlaardinger Ambacht 6,8 7,0 Holy-Zuid 6,6 6,6 Holy-Noord 7,1 7,1 Vlaardingen 6,5 6,5 Het is niet opmerkelijk dat ook hier de inwoners van Westwijk de veiligheid in de eigen woonbuurt het laagst beoordelen en de inwoners van Holy-Noord en Vlaardinger Ambacht de hoogste rapportcijfers geven. Ten opzichte van de vorige meting is te zien dat de meeste wijken hetzelfde rapportcijfer scoren. In Centrum en Vlaardinger Ambacht is zelfs sprake van een verbetering. Inwoners van Oostwijk en met name Westwijk zijn in deze meting kritischer op de mate van veiligheid in de eigen woonbuurt. 3.3 Onveilige plekken In het onderzoek kregen de respondenten de vraag voorgelegd of er bepaalde plekken in Vlaardingen zijn waar men liever niet komt, omdat men zich er onveilig voelt. Van de ondervraagden antwoordde 35% bevestigend en noemde vervolgens één of meerdere locaties. In totaal leverde dat 1.236 antwoorden op. In figuur 3.5 zijn de locaties weergegeven, die het vaakst zijn genoemd.

Figuur 3.5 Top 15 van door inwoners genoemde onveilige plekken in Vlaardingen Rang Locatie Aantal keer genoemd 1 Westwijk (in het algemeen) 179 2 Centrum (met name uitgaans- en winkelgebied) 111 3 Winkelcentrum Veerplein-Liesveld (vooral na sluitingstijd) 96 4 Winkelcentrum Westwijk (Dr. Wiardi Beckmansingel/Van Baerlestraat) 68 5 Winkelcentrum Holierhoek 67 VOP (CBS-buurt 12: met name Stationsstraat, PK Drossaartstraat, 6 60 Parallelweg en Mendelssohnplein) e e Oostwijk (met name 1 en 2 van Leyden Gaelstraat, Spoorsingel, 7 54 Oosterstraat, Oosthavenkade en Schiedamseweg) 8 Omgeving Dirk de Derdelaan 51 9 Broekpolder 40 10 Holy-Zuid (met name Vogelbuurt en Koninginnelaan) 33 11 Langs de Vlaardingervaart 33 12 ’t Hof / Oranjepark 30 13 Vlaardinger Ambacht (met name oude deel Van Hogendorplaan en MUWI 1) 29 14 Winkelcentrum De Loper 27 Wetering in Westwijk (net name Floris de Vijfdelaan, Valkenhof, 15 22 Fortunapad en omgeving achter het tankstation) Bovenaan deze lijst met onveilige plekken is Westwijk te vinden. Deze wijk is door de respondenten in het algemeen vaak genoemd als onveilige plek, maar ook zijn enkele straten en buurten specifiek benoemd. Zo zijn de winkelcentra in Westwijk (Dr. Wiardi Beckmansingel/Van Baerlestraat en Dirk de Derdelaan) apart genoemd als onveilige plek.

Aan de Van Baerlestraat gaat het veelal om de overlast op het parkeerterrein achter de Albert Heijn. Hier wordt door de inwoners zowel overdags als ‘s avonds hinder ondervonden van drugsgebruik en drugshandel. In de omgeving van de Dirk de Derdelaan is het de overlast rond de supermarkt MCD, de onprettige sfeer na sluitingstijd van de 17

winkels en de overlast rond de zogenoemde ‘Chinese flat’ of ‘Polenflat’ die voor gevoelens van onveiligheid zorgen. Vlaardingen Centrum wordt maar liefst 111 keer genoemd als onveilige plek. Het gaat dan voornamelijk om het uitgaans- en winkelgebied. Dit gebied wordt net als het winkelcentrum bij het Veerplein en Liesveld vooral in de avonduren onveilig bevonden. Dit laatste geldt overigens ook voor de andere winkelcentra in de top 15 zoals Holierhoek en De Loper waar volgens de respondenten na sluitingstijd van de winkels een onprettige sfeer hangt. In de VOP (CBS-buurt 12) en Oostwijk zijn het met name de doorgaande straten die door de respondenten zijn genoemd als onveilige plek. Verder valt het op dat het vooral afgelegen plekken zijn of locaties die vooral ’s avonds onveilig worden gevonden. De Broekpolder, de paden langs de Vlaardingervaart, het fietspad Rondom West, Surfplas/Krabbeplas, de industriegebieden, diverse parken, parkeerterreinen en de paden langs de trambaan aan de Europaboulevard zijn hier voorbeelden van. 3.4 Buurtproblematiek Aan de ondervraagden zijn 22 problemen voorgelegd met de vraag of deze vaak, soms of (bijna) nooit in hun buurt voorkomen. De uitkomsten van deze vraag zijn omgezet in een indicatorscore ‘buurtproblemen’. Dit houdt in dat op een schaal van 0 tot en met 100 de frequentie wordt weergegeven.

Een waarde 0 betekent dat een probleem nooit voorkomt, terwijl de waarde 100 weergeeft dat een probleem zich zeer vaak voordoet. Het gaat hier om een inschatting van de respondenten die niet gebaseerd hoeft te zijn op eigen ervaringen. Er wordt dus vooral een beeld gemeten van vervelende voorvallen in de eigen woonbuurt. Figuur 3.6 Rangorde buurtproblemen met bijbehorende scores (0=nooit, 100=vaak) Rang Buurtprobleem 2017 2019 1 rommel op straat 60 62 2 vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil 59 61 3 te hard rijden 57 57 4 hondenpoep op de stoep, straat of in de perken 64 57 5 parkeeroverlast 45 51 6 overlast van rondhangende jongeren 35 39 7 geluidsoverlast door verkeer 32 36 8 geluidsoverlast door omwonenden 31 35 9 agressief verkeersgedrag 34 33 10 vernieling van straatmeubilair 37 33 11 overige overlast door omwonenden 24 28 12 dronken mensen op straat 23 27 13 drugsgebruik of drugshandel 20 27 14 beschadiging of vernieling aan auto’s 32 26 15 bekladding van muren en/of gebouwen (bijv. graffiti) 21 16 16 wildplassen 15 16 17 bedreiging 14 12 18 gewelddelicten 12 12 19 mensen die op straat worden lastig gevallen 14 12 20 overlast van zwervers / daklozen 5 7 21 hinder van horecagelegenheden 6 6 22 straatroof 8 6 Gemiddeld 29 30

18

De gemiddelde score voor deze 22 buurtproblemen samen bedraagt 30. Dat is net iets hoger (en dus minder goed) dan bij de voorgaande meting. In figuur 3.6 is te zien dat enkele overlastsituaties volgens de respondenten minder vaak zijn voorgekomen dan in 2017. Het gaat dan met name om hondenpoep op straat, beschadiging aan auto’s en bekladding van muren en gebouwen. Deze positieve ontwikkeling wordt echter teniet gedaan door ongeveer de helft van de buurtproblemen zoals overlast van parkeren, rondhangende jongeren, omwonenden, dronken mensen, drugs en verkeerslawaai die volgens de inwoners van Vlaardingen vaker zijn voorgekomen. Op wijkniveau lopen de indicatorscores sterk uiteen. In Holy-Noord, Holy-Zuid en Vlaardinger Ambacht komen buurtproblemen minder vaak voor dan in andere delen van de stad. Met name in Centrum en Westwijk komen buurtproblemen relatief vaak voor. Bovendien is de indicatorscore voor buurtproblemen in Westwijk sterk gestegen ten opzichte van de meting in 2017. Figuur 3.7 Indicatorscore ‘buurtproblemen’ naar wijk (0=nooit, 100=vaak) Wijk 2017 2019 Centrum 35 35 Westwijk 32 36 Oostwijk 31 32 Vlaardinger Ambacht 25 25 Holy-Zuid 29 27 Holy-Noord 22 23 Vlaardingen 29 30 Op wijkniveau worden verschillende buurtproblemen als meest voorkomend beschouwd.

Wel komt de top-5 van figuur 2.6 (rommel op straat, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil, te hard rijden, hondenpoep en parkeeroverlast) in veel wijken voor. Figuur 3.8 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Centrum Westwijk 1. vuilnis naast de container/ 1. rommel op straat 72 verkeerd aanbieden huisvuil 2. vuilnis naast de container/ 67 2. rommel op straat verkeerd aanbieden huisvuil 3. hondenpoep 63 3. te hard rijden 4. parkeeroverlast 63 4. hondenpoep 5. te hard rijden 62 5. parkeeroverlast Oostwijk Vlaardinger Ambacht 1. rommel op straat 64 1. te hard rijden 2. vuilnis naast de container/ 63 2. hondenpoep verkeerd aanbieden huisvuil 3. te hard rijden 63 3. parkeeroverlast 4. vuilnis naast de container/ 4. hondenpoep 61 verkeerd aanbieden huisvuil 5. parkeeroverlast 58 5. rommel op straat Holy-Zuid Holy-Noord 1. rommel op straat 60 1. hondenpoep 2. vuilnis naast de container/ 2. te hard rijden 56 verkeerd aanbieden huisvuil 3. vuilnis naast de container/ 52 3. rommel op straat verkeerd aanbieden huisvuil 4. hondenpoep 49 4. te hard rijden 5. geluidsoverlast door verkeer 45 5. parkeeroverlast 19

76 72 58 57 48 57 55 54 51 50 57 53 51 48 43

Inwoners is tevens gevraagd wat volgens hen het belangrijkste probleem in de buurt is, waarvan men vindt dat het met voorrang moet worden aangepakt. De prioriteiten per wijk blijken niet veel te verschillen. Vuilnis naast de container / verkeerd aanbieden van huisvuil is in meerdere wijken en dus ook in Vlaardingen als geheel prioriteit nummer één. Parkeeroverlast en te hard rijden completeren de top 3 van de prioriteitenlijst. Hondenpoep en rommel op straat staan weliswaar niet meer in de top 3 van Vlaardingen, maar dat betekent niet dat dit probleem is verholpen. Vlaardingers geven aan andere buurtproblemen gewoonweg meer prioriteit. In Centrum en Westwijk geven inwoners relatief veel aan dat rommel op straat wel met voorrang moet worden aangepakt. Hondenpoep valt in Oostwijk en Holy-Noord net buiten de top 3, maar de aanpak ervan wordt in deze wijken zeer belangrijk gevonden. In Holy-Zuid vindt men dat jongerenoverlast en geluidsoverlast door verkeer eveneens prioriteit moet krijgen. In Westwijk en Oostwijk vindt ruim 10% van de wijkbewoners de problematiek rond drugsgebruik en drugshandel een prioriteit. Dit laatste is nog niet eerder in onderzoeken aangegeven en verdient zeker aandacht.

3.5 Beoordeling openbaar gebied en leefbaarheid De frequentie waarmee volgens inwoners bepaalde voorvallen of vervelende situaties in de buurt voorkomen, bepaalt mede de beleving van de fysieke kwaliteit van een buurt. Om dit te meten bestaat er een landelijke indicator ‘fysieke verloedering’. Er geldt: hoe lager de score, hoe beter. De indicator is opgebouwd uit de frequenties waarmee de volgende voorvallen of situaties voorkomen:  bekladding van muren en/of gebouwen;  rommel op straat;  hondenpoep op straat;  vernieling van straatmeubilair.

Indicatorscore fysieke verloedering: 4,2 (2017: 4,6)

Op een schaal van 0 (=nooit) tot en met 10 (=vaak) scoort Vlaardingen een 4,2. In vergelijking met de voorgaande meting is dat een daling (lees verbetering) van vier tienden van een punt. Met name hondenpoep op straat, bekladding en vernieling van straatmeubilair zijn volgens de inwoners minder vaak voorgekomen dan in 2017. Wel is er iets meer sprake van rommel op straat. Toch doet Vlaardingen het in dit opzicht niet heel goed. Uit landelijk onderzoek (CBS Veiligheidsmonitor) is bekend dat Vlaardingen op alle vier aspecten van verloedering onder het landelijk gemiddelde scoort. Op wijkniveau is in alle wijken een verbetering te zien. Verloedering doet zich het meest voor in Westwijk en het minst in Vlaardinger Ambacht. Figuur 3.9 Indicatorscore verloedering naar wijk (hoe lager, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 5,1 4,5 Westwijk 4,8 4,7 Oostwijk 4,6 4,2 Vlaardinger Ambacht 3,9 3,5 Holy-Zuid 4,6 4,0 Holy-Noord 4,1 3,9

20

De leefbaarheid in de buurt wordt gemiddeld gewaardeerd met een 7,0. Deze score is gelijk aan die van 2017, maar lager dan het landelijk gemiddelde (7,5). De leefbaarheid in Westwijk wordt het minst gewaardeerd en in Vlaardinger Ambacht en Holy-Noord geven inwoners het hoogste cijfer voor de leefbaarheid.

Rapportcijfer leefbaarheid: 7,0 (2017: 7,0)

Figuur 3.10 Rapportcijfer leefbaarheid naar wijk (hoe hoger, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 6,7 6,6 Westwijk 6,6 6,4 Oostwijk 7,1 7,0 Vlaardinger Ambacht 7,4 7,5 Holy-Zuid 7,2 7,0 Holy-Noord 7,5 7,4 3.6 Overlast Een ander aspect dat mede bepalend is voor het woongenot en de leefbaarheid in een wijk of buurt, is de mate van overlast die inwoners ervaren. Hiervoor is eveneens een indicatorscore berekend op basis van de vraag hoe vaak bepaalde vormen van overlast voorkomen in de buurt. Het gaat om de volgende overlastsituaties:  overlast van rondhangende jongeren;  geluidsoverlast door omwonenden;  overige overlast door omwonenden.

Indicatorscore overlast: 3,4 (2017: 3,0)

De indicatorscore voor overlast is in vergelijking met de meting in 2017 gedaald. Deze verslechtering van de score in de huidige meting wordt veroorzaakt doordat inwoners vinden dat alle drie de aspecten van overlast vaker zijn voorgekomen. Deze ongunstige ontwikkeling is in alle wijken, behalve in Holy-Zuid, te zien. In deze wijk geven de inwoners aan minder overlast te ervaren van omwonenden (zowel wat betreft geluid als overige overlast). De jongerenoverlast is overigens onverminderd hoog in Holy-Zuid. Figuur 3.11 Indicatorscore overlast naar wijk (hoe lager, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 3,5 3,8 Westwijk 3,3 4,3 Oostwijk 3,1 3,5 Vlaardinger Ambacht 2,2 2,6 Holy-Zuid 3,4 3,1 Holy-Noord 2,4 2,7

21

In Westwijk is de score het meest ongunstig en bovendien sterk gestegen. Dit geldt voor alle drie de aspecten van overlast. De indicatorscore voor verkeersoverlast is op dezelfde wijze op basis van een aantal vragen samengesteld. De score geeft op een schaal van 0 (=nooit) tot en met 10 (=vaak) aan in welke mate inwoners hinder van verkeer ervaren. Hoe hoger de indicatorscore, hoe meer overlast men ervaart. De indicatorscore verkeersoverlast is gebaseerd op de vragen naar:  agressief verkeersgedrag;  geluidsoverlast door verkeer;  te hard rijden;  parkeeroverlast.

Indicatorscore verkeersoverlast: 4,4 (2017: 4,2)

De indicatorscore verkeersoverlast komt in de gemeente Vlaardingen uit op een 4,4. Dat is iets ongunstiger dan bij de meting in 2017. In vergelijking met die meting is de parkeeroverlast en de geluidsoverlast door verkeer volgens de inwoners van Vlaardingen toegenomen. De andere twee aspecten (te hard rijden en agressief verkeersgedrag) zijn ongeveer gelijk gebleven. De grootste hinder ondervindt men van te hard rijden. Op wijkniveau is de situatie als volgt: Figuur 3.12 Indicatorscore verkeersoverlast naar wijk (hoe lager, hoe beter) Wijk 2017 2019 Centrum 4,8 5,2 Westwijk 4,3 4,5 Oostwijk 4,3 4,8 Vlaardinger Ambacht 4,0 4,3 Holy-Zuid 4,1 4,2 Holy-Noord 3,1 3,4 In alle wijken van Vlaardingen heeft de indicatorscore voor verkeersoverlast zich ongunstig ontwikkeld. Dit is naar de mening van de inwoners in elke wijk het gevolg van toegenomen parkeeroverlast. In Centrum is ook de geluidsoverlast door verkeer fors gestegen. In Oostwijk ziet men agressief verkeersgedrag vaker voorkomen, terwijl dit in de andere wijken niet is gestegen.

22

4 Vermoedens van criminaliteit De veiligheidsbeleving van de Vlaardingers wordt niet alleen bepaald door feitelijk slachtofferschap van henzelf of hun naasten, maar ook door het bestaan van vermoedens van of aanwijzingen voor misdrijven en criminaliteit in hun directe woonomgeving. 4.1 Criminele activiteiten Wanneer rechtstreeks gevraagd wordt naar vermoedens van het bestaan van zwart-geldstromen in de (directe) omgeving, valt op dat een bijzonder groot aantal respondenten aangeeft dat dit niet het geval is. Ook geeft een groot aandeel van de Vlaardingers aan dit niet te weten. Figuur 4.1 Vermoedens van illegitieme geldstromen in de directe omgeving Personen die veel geld (lijken te) hebben, maar waarvan u twijfelt of ze daar op een eerlijke manier aan komen

9%

14%

Andere bedrijfspanden waar (bijna) nooit een klant 3%7% lijkt te komen, maar die wel blijven bestaan

39%

46%

Horeca (zoals een restaurant of cafe) waar (bijna) 5% 10% nooit een klant lijkt te komen Winkels waar (bijna) nooit een klant lijkt te komen, 6% 13% maar die wel blijven bestaan

39%

44%

47%

44%

39%

37%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Ja, dat weet ik zeker

Ja, al weet ik dat niet helemaal zeker

Nee

weet niet / geen mening

2

Uit diverse onderzoeken blijkt dat dit vermoeden lang niet altijd verband houdt met de feitelijke criminaliteit in de omgeving. Ook buurt- en demografische kenmerken spelen hierbij een rol. Daarom gaat een belangrijk signaal uit van de veiligheidsbeleving en gegevens over de vermoedens van criminaliteit. Het is dus belangrijk deze vermoedens op wijknivau te analyseren. Wanneer de positieve antwoorden op bovenstaande vraag per wijk worden bekeken, blijkt dat de vermoedens van zwart-geldstromen met name in Centrum en in Westwijk leven. In alle wijken, met uitzondering van Centrum en Oostwijk, zijn de vermoedens van illegitieme gelden ten aanzien van de eigen buurtbewoners groter dan ten aanzien van bedrijven. Dit heeft te maken met de zichtbaarheid, bekendheid en herkenbaarheid.

2 Bijvoorbeeld: I. Glas, G. Engbersen & E. Snel “Gemeenten moeten zich bij aanpak onveiligheid niet blindstaren op buurten”, gebaseerd op artikel in: The British Journal of Criminology, 2019; Eysink Smeets, “Veiligheidsbeleving in Rotterdam”, 2016; J. Oppelaar en K. Wittebrood, “Angstige Burgers”, 2009; D. de Nooijer, “Het effect van buurtkenmerken op de veiligheidsbeleving in de buurt”, 2018.

23

Figuur 4.2 Vermoedens van illegitieme inkomsten in directe woonomgeving (antwoorden “Ja, zeker” plus “Ja, misschien” op wijkniveau 17% 9% Holy Noord 8% 7% 21% 13% Holy Zuid 8% 4%

Personen die veel geld (lijken te) hebben, maar waarvan u twijfelt of ze daar op eerlijke manier aankomen

18% 15% 15% 8%

Winkels waar (bijna) nooit een klant lijkt te komen, maar die wel blijven bestaan

Vlaardinger Ambacht

18% 23% Oostwijk 10% 12%

Horeca (zoals een restaurant of cafe) waar (bijna) nooit een klant lijkt te komen

Westwijk

34% 24% 29% 15%

Centrum

24% 28% 15% 12%

0%

20%

Andere bedrijfspanden waar (bijna) nooit een klant lijkt te komen, maar die wel blijven bestaan

40%

60%

80%

100%

Ook is gevraagd naar het (vermoeden van het) voorkomen van andere misdrijven en misdaden in de eigen woonomgeving, namelijk hennepteelt, handel in of productie van harddrugs, illegale prostitutie en geweld en bedreiging. In de volgende vier figuren treft u welke vermoedens er leven op wijkniveau. Bovenaan wordt het Vlaardingse cijfer vermeld. Figuur 4.3 Vermoedens of kennis van hennepteelt in eigen buurt Vlaardingen

12%

5%

55%

Holy Noord 3% 9%

59%

Holy Zuid2% 6%

29%

62%

Vlaardinger Ambacht

5%

Oostwijk

6%

Westwijk

5%

19%

Centrum

6%

16%

0%

29%

7%

64%

24%

55%

26%

13%

10%

30%

41%

35%

52% 20%

30%

40%

50%

27% 60%

70%

Ja, dat weet ik zeker Ik heb het vermoeden van wel, maar weet het niet zeker Nee Weet niet / geen mening 24

80%

90%

100%

Figuur 4.4 Vermoedens of kennis van het maken en/of verkopen van harddrugs in eigen buurt Vlaardingen

9%

17%

Holy Noord 4%

51%

14%

Holy Zuid

7%

16%

Vlaardinger Ambacht

8%

9%

Oostwijk

9% 14%

Centrum

12% 0%

59%

23%

52%

25%

60%

24%

19%

Westwijk

10%

23%

50% 25%

22% 39%

17%

21%

46%

20%

30%

40%

50%

25% 60%

70%

80%

90%

100%

Ja, dat weet ik zeker Ik heb het vermoeden van wel, maar weet het niet zeker Nee Weet niet / geen mening

Figuur 4.5 Vermoedens of kennis van illegale prostitutie in eigen buurt Vlaardingen 3%

72%

Holy Noord 1%

78%

Holy Zuid 2%

71%

Vlaardinger Ambacht 1%

76%

Oostwijk 2%

71%

Westwijk 4% Centrum

25% 20% 26% 21% 25%

63%

4% 0%

3

33%

71% 10%

20%

30%

40%

24% 50%

60%

70%

80%

90% 100%

Ja, dat weet ik zeker Ik heb het vermoeden van wel, maar weet het niet zeker Nee Weet niet / geen mening

3

De antwoordcategorie “Ja, dat weet ik zeker” is ten hoogste 1,47% (Oostwijk). Voor de leesbaarheid van de figuur zijn deze percentages weggelaten.

25

Figuur 4.6 Vermoedens of kennis van van ernstig geweld / bedreiging in eigen buurt Vlaardingen 4% 7%

63%

26%

Holy Noord 3%4%

70%

23%

65%

24%

Holy Zuid 4% 7% Vlaardinger Ambacht 1%4% Oostwijk 4% 7% Westwijk

7%

Centrum

6% 7%

0%

23%

63%

26%

50%

12%

10%

72%

31%

61% 20%

30%

40%

26% 50%

60%

70%

80%

90%

100%

Ja, dat weet ik zeker Ik heb het vermoeden van wel, maar weet het niet zeker Nee Weet niet / geen mening

Bovenstaande overziend, kan worden gesteld dat Centrum en Westwijk voor desbetreffende vier categorieën misdrijven het minst goed scoren. Op de vragen of het vermoeden bestaat of dat men weet heeft van het plaatsvinden van illegale prosititie in de eigen woonbuurt wordt het minst vaak positief geantwoord. Of dit is omdat het daadwerkelijk minder vaak plaatsvindt, ofwel dat het minder zichtbaar is of wordt herkend, kan op grond van de gestelde vragen niet worden achterhaald. Figuur 4.7 Ja ik er last van (heel erg + een beetje) dat deze criminele activiteiten in mijn buurt plaatsvinden 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

68% 57% 36%

35%

Hennepteelt (n=337)

Maken of verkopen van harddrugs (n=533)

Illegale prositutie Ernstig geweld of (n=75) bedreiging (n=220)

Uit deze figuur blijkt dat de maatschappelijke tolerantie voor – of acceptatie van – hennepteelt en illegale prostitutie hoger is dan die van harddrugs en geweldsmisdrijven. Zeker waar het hennepteelt betreft blijkt uit de antwoorden dat 49% van de mensen die zeker weten dat dit in hun omgeving geschiedt, dit niet echt erg vindt. Daarnaast geeft 20% aan het helemaal niet erg te vinden. Dit is opvallend omdat, wanneer bij de andere drie typen criminele activiteiten, gekeken wordt naar de verschillen tussen mensen die zeker zeggen te weten dat bepaalde misdrijven en misdaden in hun buurt worden begaan, zij veel vaker aangeven hier veel last van te hebben. Mensen die aangeven het vermoeden te hebben dat desbetreffende activiteiten plaatsvinden, geven vaker aan hiervan een beetje last te hebben. 26

4.2 Misdaadstatistieken en politiecijfers 2019 Een nadere blik op de beschikbare politiegegevens leert ons dat landelijk het aantal misdrijven in het afgelopen jaar is gestegen met zo’n 4%, waar dat in Vlaardingen 2% was. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan internetfraude. Het aantal woninginbraken daalt al een aantal jaren in Vlaardingen, maar kwam in 2019 (232) iets vaker voor dan in 2018 (224). Voor het aantal straatroven is er in 2019 (39) sprake van een stijging ten opzichte van 2018 (26). Dit is een stijging van 50%. Landelijk ligt de stijging van straatroof op 7%. Een verklaring voor de sterke toename in Vlaardingen is niet meteen voorhanden. Wel moet worden opgemerkt dat straatroof onder de noemer high impact crimes (HIC) vallen. Dit is een verzamelnaam voor delicten als woninginbraak, overvallen, straatroof en geweldsmisdrijven. Deze delicten hebben veel overeenkomsten zowel qua aard als qua dadergroepen en aanpak. De impact van HIC-delicten is groot, niet alleen voor het slachtoffer maar ook voor de directe omgeving. Het aantal overvallen is de afgelopen jaren zowel landelijk als in Vlaardingen stabiel. In 2019 lag het aantal overvallen op 9, het jaar ervoor op 8. In vergelijking met enkele jaren geleden is het aantal overvallen wel flink gedaald. In 2016 werden er nog 15 overvallen gepleegd.

4.3 Meldings- en aangiftebereidheid Om te kunnen bezien óf en zo ja, welke actie mensen ondernemen die zeker weten dat bepaalde activiteiten in hun directe omgeving plaatsvinden, is aan deze groep gevraagd wat zij met deze wetenschap hebben gedaan. Let wel, het gaat niet om slachtoffers van de desbetreffende typen criminaliteit, maar om mensen die kennis hebben van delicten. Figuur 4.8 Heeft u melding gemaakt van het vermoeden van desbetreffende activiteiten 100% 80% 60%

Nee 71%

53%

68% 68%

Bij een andere instantie of organisatie

40% 20% 0%

8% 6% 9% Hennepteelt

7% 4%

8%

17%

12%

2%

5% 5%

Bij de gemeente

29%

Bij de politie

Maken of Illegale prositutie Ernstig geweld of verkopen van bedreiging harddrugs

Ook hier blijkt de tolerantie voor hennepkweek en illegale prostitutie groter te zijn dan voor harddrugs en ernstig geweld en bedreiging. Waar bovenstaande grafiek daadwerkelijk gedrag meet, geeft grafiek 4.9 juist de intentie aan: aan de respondenten die hebben aangegeven dat de desbetreffende criminele activiteiten in hun omgeving niet voorkomen en de mensen die hebben aangegeven dit niet te weten, is gevraagd wat zij zouden doen. Zoals te verwachten was, blijkt uit de verschillen tussen 4 beide grafieken dat bij de intentie sociale wenselijkheid een grote rol speelt. 4

Sociale wenselijkheid of social desirability bias is een vertekening van de werkelijkheid bij het beantwoorden van enquêtevragen: respondenten hebben de neiging van om vragen te beantwoorden op een manier die door anderen positief wordt beoordeeld (Edwards, Allen, "The relationship between the judged desirability of a trait and the probability that the trait will be endorsed", 1953, in: Journal of Applied Psychology. 37 (2): 90–93).

27

Wanneer deze antwoorden worden vergeleken met de meldings- en aangiftepercentages van 5 slachtoffers van delicten , valt op dat deze ongeveer gelijk zijn. De gemiddelde meldingsbereidheid bij slachtoffersschap voor alle typen delicten in Nederland bedroeg in 2015 36,3%. Voor specifiek geweldsdelicten was dit meldingspercentage 44,1%, terwijl dit voor bevoorbeeld vandalisme slechts 18,7% bedroeg. Figuur 4.9 Wat zou u waarschijnlijk doen als u er achterkomt dat iemand in uw buurt zich bezighoudt met de volgende activiteiten? (n=1536) Ernstig geweld / bedreiging 1% Illegale prostitutie

59% 9%

35%

Harddrugs 4% Hennepteelt

0%

5%

13%

54%

6%

20%

30%

6%

40%

50%

12%

21%

3%

45%

10%

19%

2%

18%

16% 60%

70%

7%

15% 11%

10%

17%

10%

80%

90% 100%

Niets Melden bij de politie Melden bij de gemeente Melden bij Misdaad Anoniem Misschien melden, maar dat hangt van de situatie af Weet niet / geen mening

Aan de deelnemers aan de enquête is de mogelijkheid geboden een eigen antwoord in te vullen op de vraag welke actie zij zouden ondernemen wanneer zij er achter zouden komen dat iemand zich bezighield met de desbetreffende delicten. Voor hennepteelt stelt een aantal mensen dat zij bewust niets zouden doen, omdat zij het niet eens zijn met het softdrugsbeleid van de regering. De meeste mensen geven aan bij teelt voor (medicinaal) eigen gebruik niets te willen doen. Een aantal anderen zegt melding te zullen doen bij de verhuurder/ woningcorporatie of wijkagent. Bij de antwoorden op de vragen over meldingsbereidheid voor de handel in en de productie van harddrugs geven enkele respondenten aan geen vertrouwen te hebben in de verantwoordelijke instanties of bang te zijn voor represailles. Bij illegale prostitutie stellen veel respondenten dat zij het niet zouden melden zolang er geen sprake is van overlast, dwang of minderjarigen. Verder zouden sommigen het melden bij een andere instantie, zoals de woningcorporatie, Vereniging van Eigenaren, bewonersorganisatie of Belastingdienst. Voor wat betreft ernstig geweld en bedreiging geldt dat sommigen zeggen dat ze geen melding zouden durven te maken en dat ze uit de buurt van de geweldpleger zouden blijven. Anderen zeggen juist diegene persoonlijk aan te spreken.

Weer anderen zeggen dat ze het zouden melden bij een vertrouwensarts of bewonersorganisatie.

5

CBS, 2004-2011 Sociaaleconomische trends - Melding en aangifte van veelvoorkomende criminaliteit, Stand van zaken, trends en kenmerken, 2015.

28

5 Preventie Er zijn verschillende preventiemiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Niet alleen vanuit de overheid kunnen deze middelen worden ingezet, ook bewoners kunnen hieraan hun steentje bijdragen. Zo zijn er mogelijkheden voor sociale controle in de vorm van buurtpreventieteams en Buurt Whatsappgroepen. 5.1 Cameratoezicht Vlaardingen maakt gebruik van cameratoezicht, bijvoorbeeld op het Veerplein en in de Smalle Havenstraat, om criminaliteit en overlast tegen te gaan en het gevoel van veiligheid te vergroten. Op de vraag hoe men tegenover cameratoezicht staat, geeft 84% van de Vlaardingers aan vóór deze vorm van toezicht te zijn, 14% maakt het niet uit en slechts iets meer dan 2% is tegen. Figuur 5.1 Hoe staat u tegenover cameratoezicht? 2% 14%

ik ben vóór maakt mij niet uit ik ben tegen 84%

Hoe hoger de leeftijd, des te positiever staat men tegenover cameratoezicht. Onder Vlaardingers tot 35 jaar is 79% vóór en onder 65-plussers 91%. Jongeren zijn niet zo zeer tegen cameratoezicht, maar geven vaker aan dat het hun niet uitmaakt. De meest kritische groep vormen Vlaardingers in de leeftijd van 35 tot 50 jaar, van hen is ruim 4% uitdrukkelijk tegen cameratoezicht. 5.2 Buurtpreventie Buurtpreventie is een samenwerkingsverband tussen inwoners, ondernemers, gemeente en andere instanties, dat in diverse wijken in Vlaardingen actief is. Inwoners kunnen zich vrijwillig aanmelden. De deelnemers lopen op willekeurige tijden door de wijk en geven bijzonderheden door aan de gemeente en/of de politie. Er is gevraagd in hoeverre men bekend is met de buurtpreventieteams. Ruim driekwart van de Vlaardingers kent het concept. Hiervan loopt een klein deel (1%) zelf mee met een team. In 2017 was de bekendheid inclusief deelnemers nog 70%. De bekendheid van buurtpreventie is dus toegenomen in de afgelopen twee jaar. Op de vraag of men bereid is mee te lopen met het buurtpreventieteam in de eigen wijk, antwoordt iets meer dan 3% bevestigend. Zo’n 29% wil misschien deelnemen en 68% weet zeker dat hij dit niet wil.

Opvallend is dat de buurtpreventieteams onder jongeren tot 35 jaar minder bekend zijn dan bij de andere leeftijdsgroepen: bijna één op de drie geeft aan het concept niet te kennen. Maar onder deze jonge Vlaardingers geeft 38% aan wél interesse te hebben om mee te lopen met de wijkpreventieteams. Een ander opvallend punt is dat de bekendheid van de buurtpreventieteams

29

onder inwoners van een koopwoning hoger is dan onder inwoners van een huurwoning (81% tegenover 72%). De interesse om zelf mee te lopen ligt even hoog.

Figuur 5.2 Bekendheid met Buurtpreventie

Figuur 5.3 Bereidheid zelf mee te lopen

1%

3%

24% ja, ik loop zelf mee

29% ja

ja, ik ken het 76%

misschien 68%

nee

nee

5.3 Buurt Whatsapp Buurt Whatsapp is een Whatsappgroep voor buurtbewoners. Afwijkende of verdachte situaties of personen kunnen via deze appgroep met elkaar worden gedeeld. Buurtbewoners worden hierdoor gewaarschuwd en kunnen de verdachte situatie in de gaten houden. Veruit de meeste Vlaardingers (71%) zijn bekend met het concept Buurt Whatsapp en één op de vijf is zelf deelnemer. Bij de vorige meting was de bekendheid inclusief deelnemers nog 66%. Ook de bekendheid van Buurt Whatsapp is dus toegenomen in de afgelopen jaren. 6

Van de bewoners die nog geen deelnemer zijn, is 58% wel bereid om dit (misschien) te worden. 65-Plussers zijn het minst bekend met deze vorm van preventie en ook het minst bereid om deel te nemen. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het digitale aspect van deze vorm van preventie. Onder inwoners met een migratieachtergrond is de bekendheid met de Buurt Whatsapp maar half zo groot als onder inwoners met een Nederlandse achtergrond. Echter, de bereidheid om deel te nemen is onder inwoners met een migratieachtergrond juist hoger. De gemiddelde leeftijd onder inwoners met een migratieachtergrond is lager dan onder inwoners met een Nederlandse achtergrond en juist onder jongeren is het gebruik van apps populair. Figuur 5.4 Bekendheid met Buurt Whatsapp

29%

20%

Figuur 5.5 Bereidheid om zelf deel te nemen

19%

ja, ik ben deelnemer

misschien

42%

ja, ik ken het

nee

nee

40%

51%

6

ja

Door afrondingsverschillen tellen de twee aandelen in de grafiek op tot 59% en het totaal tot 101%.

30

5.4 Bijdrage aan het veiligheidsgevoel Zowel de buurtpreventieteams als de Buurt Whatsapp zijn beide bekende preventiemiddelen waarbij burgers een belangrijke rol vervullen; zeker bij de Whatsappgroepen is participatie een belangrijk onderdeel. Uit de resultaten blijkt dat één op de vijf Vlaardingers al deelneemt aan Buurt Whatsapp. Maar in hoeverre dragen de preventiemiddelen bij aan het versterken van het veiligheidsgevoel? Voor beide vormen van preventie zijn de meningen hierover sterk verdeeld. Een groot deel vindt dat het weinig tot niets toevoegt, eenderde vindt dat het wel degelijk het veiligheidsgevoel versterkt en ruim een kwart heeft geen mening of weet het niet. Hierbij is men iets positiever over het effect van Buurt Whatsapp dan dat van de buurtpreventieteams. Figuur 5.4 Bijdrage veiligheidsgevoel buurtpreventieteams en Buurt Whatsapp

Buurtpreventieteams

33%

40%

27%

weinig / helemaal niets redelijk veel / heel veel

37%

Buurt Whatsapp 0%

20%

36% 40%

60%

27% 80%

weet niet / geen mening 100%

Inwoners die niet bekend zijn met de vormen van preventie, hebben ook minder vertrouwen in de positieve invloed op het veiligheidsgevoel. Wat opvalt is dat dit met name Vlaardingers met een laag inkomen zijn. Verder hebben inwoners van de wijk Holy-Noord het meeste vertrouwen in een positieve bijdrage aan het veiligheidsgevoel en inwoners van de wijken Centrum en Westwijk het minste.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9653854/2