CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.08 - Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanbieden Profielschets burgemeester Vlaardingen aan commissaris van de Koning50.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

4.

Het is de exploitant van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, vijfde lid, toegestaan maximaal 6 keer per jaar zijn inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot maximaal 02.00 uur op maandag tot en met donderdag en zondag en tot maximaal 05.00 uur op vrijdag en zaterdag ten behoeve van een bijzondere aan de instelling gerelateerde activiteit overeenkomstig de statutaire doelstelling of bestemming, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.

5.

Een melding als bedoeld in het derde en vierde lid kan alleen worden gedaan in combinatie met een kennisgeving incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4.3 van deze verordening. Nadat de melding/kennisgeving is gedaan, is het de exploitant toegestaan om: -

af te wijken van de sluitingstijden; of

-

een incidentele festiviteit te houden; of

-

op dezelfde dag af te wijken van de sluitingstijden en een incidentele festiviteit te houden.

6.

Wanneer op grond van het derde of vierde lid wordt afgeweken van de sluitingstijden, mag de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon, in afwijking van de in artikel 249b, eerste tot en met zesde lid genoemde schenktijden, alcoholhoudende drank verstrekken tot de in het derde of vierde lid genoemde sluitingstijden.

7.

De burgemeester kan afwijking van de sluitingstijden als bedoeld in het derde en vierde lid verbieden indien hierdoor naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

21/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 2.49d Verbod extreme prijsacties horeca (‘happy hours’) Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter, lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende openbare inrichting of op het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 2.49e Voorschriften en beperkingen voor de vergunning De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en deze vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.

Artikel 2:49f Proeverijen in slijterijen Met inachtneming van artikel 3, eerste lid van de Winkeltijdenwet is het toegestaan proeverijen in slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld te houden. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan een proeverij moet voldoen.

Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2.50 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2.51 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2.52 Nachtregister Vervallen.

Artikel 2.53 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en dag van vertrek te verstrekken.

Afdeling 10 Voor publiek openstaande gebouwen Artikel 2.54 Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen 1.

De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een openbare inrichting als bedoeld in afdeling 8 - of een bij dat gebouw behorend erf.

2.

De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.

3.

Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

22/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

4.

Het is een ieder verboden een gebouw of erf als bedoeld in het eerste lid, te betreden, te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven, waarvan de sluiting is bevolen.

5.

Het in lid 4 genoemde verbod kan door de burgemeester tijdelijk worden opgeheven voor degene wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden wordt vereist.

6.

Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Afdeling 10a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2.54a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a.

exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

b.

beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

c.

bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

Artikel 2.54b Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten 1.

De burgemeester kan gebouwen, gebieden en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit artikel 2.54c van toepassing is.

2.

Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.

3.

Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

4.

Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

Artikel 2.54c Vergunning uitoefening bedrijf 1.

2.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a.

in een door de burgemeester op grond van artikel 2.54b, lid 1 aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

b.

indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van artikel 2.54b, lid 1 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a.

in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

b.

indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

c.

indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

23/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

d.

indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

e.

indien de exploitant of beheerder van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken;

f.

indien niet voldaan is aan de in artikel 2.54d gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;

g. 3.

indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer.

Artikel 2.54d Vergunningaanvraag 1.

De vergunning als bedoeld in artikel 2.54c, lid 1 wordt aangevraagd door de exploitant.

2.

Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

3.

Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

4.

a.

de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en/of beheerder;

b.

het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

c.

het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

d.

indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;

e.

een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;

f.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.

Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

Artikel 2.54e Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2.54c, lid 1 intrekken of wijzigen indien: a.

door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of

b.

door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of

c.

de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; of

d.

de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

e.

de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of

f.

er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of

g.

er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

24/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

h.

de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of

i.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of

j.

de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan.

Artikel 2.54f Sluiting bedrijf 1.

De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in strijd met het verbod uit artikel 2.54c wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2.54e van toepassing is.

2.

Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

3.

De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 2.54g Geboden en verboden exploitant 1.

De exploitant is verplicht ‘bij elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk een wijzigingsaanvraag in te dienen.

2.

Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken.

3.

De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.

4.

Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of een op de vergunning vermelde beheerder aanwezig is.

Artikel 2.54h Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen In afwijking van artikel 2.54c, lid 1 geldt het daarin gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2.54b genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

Artikel 2.54i Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.54c is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2.55 Betreden gesloten woning of lokaal 1.

Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2.

Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

25/223

29-04-2025, 13:30

3. 4.

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Op de ontheffingen is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.56 Plakken en kladden 1.

Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

2.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: a.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

b.

met kalk, teer of een kleur of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

4.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

5.

Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

6.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.

7.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Artikel 2.57 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1.

Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2.56.

Artikel 2.58 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal 1.

Het is verboden op de weg inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2.

Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

3.

Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels een tas of andere voorwerpen die er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken, bij zich te hebben of te vervoeren.

4.

Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de tas of andere voorwerpen niet bestemd zijn voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2.59 Betreden van plantsoenen en dergelijke Vervallen.

Artikel 2.60 Hinderlijk gedrag op of aan de weg https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

26/223

29-04-2025, 13:30

1.

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Het is verboden op of aan de weg: a.

te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b.

zich op te houden op een wijze die voor andere weggebruikers of bewoners en gebruikers van nabij die weg gelegen woningen of andere gebouwen onnodig overlast of hinder berokkent.

2.

De burgemeester kan ter voorkoming van hinderlijk gedrag openbare plaatsen of delen daarvan aanwijzen waar het op door hem te bepalen tijdstippen verboden is zich op te houden of te verblijven.

3.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

4.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2.60a Hinderlijk voetballen en dergelijke Vervallen.

Artikel 2.61 Mosquito Vervallen.

Artikel 2.62 Uitnodigen of aanlokken tot ontuchtige handelingen 1.

Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek toegankelijke plaats of op een plaats, zichtbaar vanaf de weg of vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats, iemand door woord, houding, gebaar of op enigerlei andere wijze tot ontuchtige handelingen uit te nodigen, dan wel aan te lokken.

2.

Een ieder die van een opsporingsambtenaar in het belang van de naleving van het eerste lid, het bevel krijgt zich van de daar bedoelde plaats te verwijderen is verplicht dit bevel onmiddellijk op te volgen.

3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2.63 Bouwmaterialen op of aan de weg Het is verboden op of aan de weg bouw- en/of sloopmaterialen te laten staan of te laten liggen op zodanige wijze dat deze materialen kunnen worden gebruikt voor het plegen van baldadigheden.

Artikel 2.64 Verboden drankgebruik 1.

Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te gebruiken indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.

2.

Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van de navolgende gebieden, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: a.

elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een station, bushalte of een taxistandplaats;

b.

winkelcentra, parkeergarages en overkappingen, alsmede het gebied dat om een dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen een afstand van 50 meter van de buitenste grenzen van dat object;

c.

onder bruggen, viaducten en in tunnels, alsmede het gebied binnen een straal van 10 meter van de buitenste grenzen van dat object;

d.

andere door het college aangewezen gebieden.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

27/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

3.

Het is verboden alcoholhoudende drank te gebruiken of al dan niet aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben op schoolpleinen, kinderspeelplaatsen, speelvelden, delen van de weg waarop kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken, trapvelden en hangplekken.

4.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

5.

a.

een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

b.

de plaats, niet zijnde een inrichting als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

De burgemeester kan in een vergunning als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid onder door hem te stellen voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden in het eerste of het tweede lid.

Artikel 2.65 Verboden drankgebruik op scholen en dergelijke Vervallen (opgenomen in artikel 2.64).

Artikel 2.66 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1.

2.

Het is verboden zonder redelijk doel: a.

zich in een portiek of poort op te houden;

b.

in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2.67 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in, bij of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor het openbaar vervoer, parkeergarage, winkel(passage), rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd.

Artikel 2.67a Messen en andere voorwerpen als wapen 1.

Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.

Artikel 2.67b APV [vervallen]

Artikel 2.68 Neerzetten van fietsen en dergelijke Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt, of als daardoor anderszins hinder wordt of kan worden veroorzaakt.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

28/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 2.69 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

Artikel 2.69a Overig hinderlijk gedrag Het is verboden op de weg kerstbomen, autobanden, pallets, brandbare en brandversnellende vloeistoffen en andere voorwerpen of stoffen te vervoeren en/of bij zich te dragen of anderszins voorhanden te hebben met het kennelijke doel deze op de weg te verbranden.

Artikel 2.70 Bespieden en heimelijk fotograferen/filmen van personen 1.

Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.

2.

Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.

Artikel 2.71 Alarminstallaties Vervallen.

Artikel 2.72 Het aanlijnen en het laten verblijven van honden 1.

2.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

b.

zowel binnen als buiten de bebouwde kom op de weg en in natuur- en recreatiegebieden als de hond niet is aangelijnd, uitgezonderd en op eigen risico in door het college als zodanig aangewezen hondenlosloop- en uitlaatgebieden;

c.

op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2.73 Verontreiniging door honden 1.

De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a.

op de weg;

b.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

c.

op een andere door het college aangewezen plaats.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die aan een rolstoel is gebonden of die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

3.

De strafbaarheid wegens overtreding van het verbod in het eerste lid wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond ervoor zorgdraagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

29/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

4.

Het college kan plaatsen aanwijzen waar de plicht tot het opruimen van de uitwerpselen niet geldt.

5.

De eigenaar of houder van een hond is verplicht een doelmatig opruimmiddel bij zich te dragen dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen. Dat geldt zowel aan het begin van de uitlaatronde als aan het eind ervan. De eigenaar of houder is verplicht dit opruimmiddel op eerste vordering te tonen aan de met toezicht belaste ambtenaar.

Artikel 2.74 Gevaarlijke en hinderlijke honden 1.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op de weg of op het terrein van een ander.

2.

Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3.

Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b.

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is, en

c.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.72, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

5.

De eigenaar of houder van een hond zorgt ervoor dat de hond niet hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort door aanhoudend geblaf of gejank.

Artikel 2.74a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

2.

Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a.

op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

b.

het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

c.

het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

Artikel 2.75 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.

2.

Het is verboden op de door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a.

aanwezig te hebben;

b.

aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels, of

c.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

30/223

29-04-2025, 13:30

3.

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.76 Loslopend vee 1.

De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting indien de weg het weiland of het terrein doorkruist.

Artikel 2.77 Bijen 1.

Het is verboden bijen te houden: a.

binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;

b.

binnen een afstand van dertig meter van de weg.

2.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale wegenverordening.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

4.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.78 Voederverbod (stads)duiven 1.

Het is verboden (stads)duiven of andere overlast veroorzakende vogels te voeren.

2.

Het is verboden anderen de gelegenheid te bieden (stads)duiven of andere overlast veroorzakende vogels te kunnen voeren.

3.

Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de eigenaar of de houder die hobbymatig of beroepsmatig duiven houdt en zijn duiven voert.

4.

Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in het eerste en tweede lid.

5.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.78a Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.

Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2.79 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: -

handelaar: de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

31/223

29-04-2025, 13:30

-

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

gewaarmerkt register: het Digitaal Opkopersregister of een ander door of namens de burgemeester gewaarmerkt register.

Artikel 2.80 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1.

De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te nemen: a.

het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b.

de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c.

een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;

d.

de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;

e.

de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2.

Het Digitaal Opkopersregister (DOR) geldt hierbij in ieder geval als een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register.

3.

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid.

4.

Op de aanvraag om vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.81 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a.

de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1.

dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

2.

van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;

3.

dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;

4.

dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.

b.

de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

c.

aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

d.

een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Artikel 2.82 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen Vervallen (opgenomen in artikel 2.81).

Artikel 2.83 Handel in horecabedrijven Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 onder artikel 2.46.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

32/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Afdeling 13 Vuurwerk Artikel 2.84 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder a.

consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit);

b.

vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden;

c.

beheerder: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in het vuurwerkverkooppunt.

Artikel 2.85 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1.

Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden zonder een vergunning van het college.

2.

Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels stellen.

3.

Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 kan de burgemeester de vuurwerkverkoopvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien:

4.

a.

in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed;

b.

de vergunninghouder of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed;

c.

de vergunninghouder of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

d.

de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer

e.

de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan zijn.

f.

geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit.

De vuurwerkverkoopvergunning kan tevens worden ingetrokken indien: a.

door de vergunninghouder ten minste een jaar lang geen vuurwerk wordt afgeleverd of verkocht;

b.

onvoorziene situaties of wijzigingen van de regelgeving dit noodzakelijk maken.

5.

De vergunningaanvraag wordt ingediend door de vergunninghouder van de inrichting.

6.

De vergunning is in de inrichting aanwezig.

7.

De vergunning vervalt: a.

indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden;

b.

zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd.

8.

De vergunning, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van een jaar.

9.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

33/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 2.86 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1.

Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

2.

Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek toegankelijke plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

3.

De verboden in het eerste en tweede zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.86a Carbid schieten 1.

Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat/gasfles op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

2.

Het is verboden carbid te schieten op een openbare plaats.

3.

Het is verboden materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het schieten van carbid.

Afdeling 14 Drugsoverlast Artikel 2.87 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2.88 Verzamelingen van personen in verband met drugs 1.

Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen.

2.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.

3.

Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.

Artikel 2.89 Openlijk drugsgebruik 1.

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.

2.

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw dat deel uitmaakt van de navolgende gebieden, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben:

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

34/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

a.

elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een station, bushalte of een taxistandplaats;

b.

winkelcentra, parkeergarages en overkappingen, alsmede het gebied dat om een dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen een afstand van 50 meter van de buitenste grenzen van dat object;

c.

onder bruggen, viaducten en in tunnels, alsmede het gebied binnen een straal van 10 meter van de buitenste grenzen van dat object;

d.

schoolpleinen, kinderspeelplaatsen, speelvelden, delen van de weg waarop kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken, trapvelden en hangplekken.

Artikel 2.89a Lachgasverbod 1.

Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

2.

Het is verboden op een openbare plaats die of openbaar water dat deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

3.

Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

Artikel 2.90 Weggooien van spuiten en dergelijke Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te doen.

Afdeling 15 Wijkverboden, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2.91 Wijkverbod 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen gedurende een in het verbod neergelegde periode.

2.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een wijkverbod als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een wijkverbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste dertig dagen te bevinden op de in dat wijkverbod aangewezen plaatsen.

3.

Een wijkverbod als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien de strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder wijkverbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd.

4.

De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid genoemde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

5.

Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd wijkverbod.

Artikel 2.92 Veiligheidsrisicogebieden (preventief fouilleren) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

35/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

De burgemeester kan in overeenstemming met artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2.93 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1.

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

2.

De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van voor ieder toegankelijke parkeerterreinen.

Artikel 2.94 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1.

Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2.

De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a.

geluid- of geurhinder;

b.

hinder van dieren;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d.

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1 Algemene bepalingen Artikel 3.1 Afbakening De artikelen 1.2 en 1.5 tot en met 1.8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3.2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.

advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

b.

bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

c.

escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;

d.

exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

36/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

e.

klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

f.

leidinggevende: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

g.

prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

h.

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

i.

prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het tot bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

j.

seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting van een seksbedrijf;

k.

seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

l.

werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.

Artikel 3.2a Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.7 genoemde belangen kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.

Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf Artikel 3.3 Vergunning 1.

Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2.

Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

3.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

4.

Er wordt voor ten hoogste één seksbedrijf een vergunning verleend. Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend.

5.

De vergunning voor een nieuwe exploitant wordt voor één jaar verleend en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

6.

Na verlenging van de vergunning heeft deze een geldigheidsduur van vijf jaar.

7.

Het bevoegd bestuursorgaan kan ten hoogste eens in de vijf jaar, degene aan wie een vergunning is verleend, verzoeken de juistheid van de bij het bestuursorgaan bekende gegevens omtrent degene aan wie of omtrent de activiteit waarvoor een vergunning is verleend, binnen een door een bestuursorgaan te stellen termijn te controleren.

8.

Degene aan wie het in het zevende lid genoemde verzoek is gedaan, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 3.4 Concentratie seksinrichtingen Vervallen.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

37/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 3.5 Maximum aantal vergunningen Het bevoegd bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksinrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend.

Artikel 3.6 Aanvraag 1.

Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

2.

Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a.

de persoonsgegevens van de exploitant;

b.

het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

c.

of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

d.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

e.

het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

f.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

g.

een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

h.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;

i.

een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

j.

bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

k.

het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.15;

l.

voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;

m.

voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.

3.

Als een leidinggevende is aangesteld, is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de leidinggevende.

4.

Het bevoegd bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3.7 Weigeringsgronden 1.

Een vergunning wordt geweigerd als: a.

de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat;

b.

de exploitant of de leidinggevende is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;

c.

de exploitant of de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

d.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

e.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

38/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

f.

er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

g.

de exploitant of de leidinggevende onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

h.

de exploitant of de leidinggevende minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;

i.

de exploitant of de leidinggevende minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

j.

1°.

bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen;

2°.

de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;

3°.

artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

4°.

de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto artikel 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

5°.

de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;

6°.

de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of

7°.

de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

een maximum als bedoeld in artikel 3.5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt.

k. 2.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, de leefmilieuverordening, het stadsvernieuwingsplan of een beheersverordening. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h wordt gelijkgesteld: a.

een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

b.

vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.

3.

De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking en/of weigering van deze vergunning.

4.

Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

5.

Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd indien: a.

de vestiging of de exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;

b.

er aanwijzingen zijn dat in het seksbedrijf of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

c.

voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3.9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met g, of tweede lid, aanhef onder a tot en met k, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11

39/223

29-04-2025, 13:30

Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving

d.

als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

e.

als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;

f.

als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd;

g.

indien de exploitant of leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

h.

als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.15, eerste en tweede lid;

i.

als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.17 gestelde verplichtingen zal naleven.

Artikel 3.8 Eisen met betrekking tot vergunning 1.

De vergunning vermeldt in ieder geval: a.

de naam van de exploitant;

b.

voor zover van toepassing, die van de leidinggevende;

c.

voor welke activiteit de vergunning wordt verleend;

d.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

e.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

f.

voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

g.

de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden;

h.

voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning;

i.

het nummer van de vergunning.

2.

De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15709750/1