CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bij gemeentelijke belastingverordeningen 2026

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Belastingverordeningen 20261.411 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij gemeentelijke belastingverordeningen 2026 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De hoogte van de onroerende-zaakbelastingen wordt berekend als een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld met als waardepeildatum 1 januari van het voorafgaande jaar. Alle onroerende zaken worden of zijn getaxeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2025. Gelet op het tijdstip waarop de ozbtarievenpercentages moeten worden vastgesteld en de tijd die nodig is van concept tot raadsbehandeling, betekent het dat de tarieven berusten op een weloverwogen schatting, omdat de herwaardering nog niet volledig is afgerond. Omdat de hoogte van de onroerende-zaakbelastingen een combinatie is van de waarde en het tarief, is het niet mogelijk het gemeentelijke tarievenbeleid rechtstreeks toe te passen op het tarief, omdat bij de berekening rekening gehouden moet worden met de wijzigingen in de waarden. Daarom is ervoor gekozen om de totale ozb opbrengsten als uitgangspunt te nemen. Op basis van de hierboven bedoelde weloverwogen schatting van de waarde zijn de tarieven zo berekend dat de totale te verwachten opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen overeenkomt met de in de begroting opgenomen opbrengst. Bij de berekening van deze totale opbrengst is rekening gehouden met de vastgestelde indexering met 3,3%.

Dit betekent dat de tarieven worden gecorrigeerd naar rato van de veranderingen in het waardebestand. Naar verwachting zullen de woningen gemiddeld 12,5% in waarde stijgen en zal de waarde van de niet-woningen met gemiddeld 7,5% stijgen. In de tarieven van de niet-woningen is een extra opslag berekend voor de voeding van het ondernemersfonds. Dit betreft 5,95% van de totale OZB-opbrengst niet-woningen. Op basis van bovenstaande berekeningswijze luiden de tarievenpercentages 2026 als volgt: OZB eigendom woningen 0,1085% (2025: 0,1178%); OZB eigendom niet-woningen 0,8311% (2025: 0,8659%). Reinigingsheffingen Deze verordening omvat de onderdelen afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. 1. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing maakt onderdeel uit van de woonlasten. De tarieven zijn gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens. Deze heffing is gelijk gebleven. De tarieven afvalstoffenheffing 2026 luiden dus: Eénpersoonshuishoudens € 317,69 (2025: € 317,69); Meerpersoonshuishoudens € 406,20 (2025: € 406,20). 2. Reinigingsrechten In verband met de kostendekkendheid worden de reinigingsrechten verhoogd met de algemene prijsstijging van 3,3%. Rioolheffing Voor de gemeentelijke watertaken geldt het Programma Stedelijk Water (PSW). Hierin worden onder andere de kosten opgenomen die door middel van de rioolheffing worden gedekt.

Het tarief eigenarendeel stijgt voor 2026 met 2,5% en komt dan uit op € 212,07. De tarieven gebruikersdeel voor 2026 worden ook verhoogd met 2,5%. Leges De meeste legestarieven zijn verhoogd met 3,3%, met de navolgende uitzonderingen:

De wettelijke tarieven worden tot het maximum verhoogd. Ten tijde van het opstellen van dit voorstel zijn enkele wettelijke tarieven (waaronder reisdocumenten) nog niet officieel bekend. In de tarieventabel zijn hiervoor daarom de voorlopige maximumtarieven van het Rijk opgenomen. De verwachting is dat deze tarieven niet zullen wijzigen. Indien dit wel het geval is, zal er op een later moment een wijzigingsverordening volgen. Leges Publiek Er zijn in de tarieventabel tekstuele aanpassingen gedaan bij de basisregistratie personen onder artikel 10, 11 en bij artikel 19, sub e, onder lid 9. Er worden namelijk aanvragen gedaan die we niet kunnen leveren, maar waar dan wel werk aan is verricht. Door de tekst aan te passen naar “de behandeling van de aanvraag”, hoeven we de kosten voor de aanvraag niet terug te betalen. Nieuw toegevoegd bij Burgerlijke Stand artikel 19, sub e, onder lid 1: overige kosten 1a, 1b en 1c met tarieven. Omdat er al werkzaamheden zijn verricht nadat er een huwelijks- of partnerschapsdatum is gereserveerd, een dossier is aangemaakt, een babs is ingedeeld etc. worden er kosten berekend bij een annulering of wijziging van de datum. Het eenmalig benoemen van een babs (vriend/vriendin, familielid) gaat vaker voorkomen, omdat dit nu opgenomen is in het reglement burgerlijke stand. Daarom is er een passender tarief opgenomen onder artikel19, sub 3, lid 5.

Leges vanuit team OOV Leges standplaatsen Er wordt gekozen om de tarieven voor de seizoenstandplaatsen gelijk te trekken met de jaarstandplaats. Collega’s zijn in de praktijk even lang bezig met de aanvraag voor een standplaats van 3 of 6 maanden als voor de aanvraag van een jaarstandplaats. Leges evenementen Op basis van het aantal uren dat het kost om een vergunning te verwerken zijn de kosten ingeschat en is een tarief geadviseerd. Bijvoorbeeld: bij een A-evenement kost het een vergunningverlener gemiddeld 7 uur, bij een B-evenement 28 uur en bij een C-evenement 60 uur. Er wordt gerekend met een tarief van 25 euro per uur. Enkel voor de B-vergunning is gekozen om een lager tarief te hanteren dan wat uit de berekening komt, omdat het tarief anders in vergelijking met andere gemeenten erg hoog zou zijn. Daarnaast is gekeken naar wat andere gemeenten in de regio aan leges heffen voor evenementen. Op basis van het bovenstaande is besloten om leges te gaan vragen voor evenementen. Leges horeca Voor de exploitatievergunning van horeca is besloten om één tarief te hanteren, met of zonder terras, in plaats van dit uit te splitsen. We zijn gekomen tot dit besluit omdat het meeste werk in de Bibobtoets zit, die ongeacht met of zonder terras hetzelfde is. Het voornemen is om de voorlopige exploitatievergunning zonder of met terras te laten vervallen.

Dit is reeds opgestart, maar het is nog onduidelijk wanneer dit doorgang vindt. Aangezien dit nog niet zeker is, is wel het voorstel om het tarief gelijk te trekken voor met en zonder terras. Een seksinrichting is een risicocategorie en hier is hoogstwaarschijnlijk meer werk voor nodig in verband met een Bibob-toets. Om die reden wordt het tarief verhoogd. Om dezelfde reden wordt het tarief voor de Alcoholwetvergunning verhoogd. Eerder werd er onderscheid gemaakt in de duur van de aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, namelijk een periode van 12 maanden of een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd. Er is besloten om dit gelijk te trekken naar alle aanwezigheidsvergunningen voor een periode van vijf jaar. Het tarief per speelautomaat wordt tevens verhoogd naar het wettelijk tarief zoals dat in het (landelijk geldende) Speelautomaatbesluit 2000 is opgenomen, onder artikel 3, lid 3, wanneer de aanwezigheidsvergunning voor vier jaar of langer wordt afgegeven.

Leges Huisvesting De legestarieventabel 2026 is aangevuld met tarieven voor de verschillende vergunningen uit de Verordening beheer woonruimtevoorraad Vlaardingen 2025 (artikelen 21, 22 en 41 Huisvestingswet 2014). De opgenomen bedragen zijn kostendekkend vastgesteld op € 440,- voor een verlening en € 220,- voor een wijziging. Leges Omgevingswet Hierin zijn tekstuele wijzigingen aangebracht. Precariobelasting Hier is bij de meeste tarieven de inflatiecorrectie van 3,3% toegepast. Uitzonderingen hierbij: Bouwmaterialen op straat: deze tarieven worden verhoogd met circa 10%. De verhoging wordt voorgesteld omdat we in vergelijking met buurgemeenten hierin laag liggen. Bouwplaatsinrichtingen: deze tarieven worden verhoogd met circa 7%. De verhoging wordt voorgesteld door de consumentenprijsindex (CPI) tweemaal toe te passen (7%). Standplaatsen: hier is voor zowel vaste als tijdelijke standplaatsen nu een vast bedrag per m2 per dag opgenomen. De bedragen in de gehele tarieventabel zijn voortaan afgerond op 5 cent. Havengeld Bestaat uit de verordeningen: 1. havengeld pleziervaartuigen, recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen en historische schepen 2. ligplaatsgeld vaste ligplaatsen 3. zeehavengeld 4. binnenhavengeld 1.havengeld pleziervaartuigen, recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen en historische schepen Hier is de inflatiecorrectie van 3,3% toegepast. 2.

ligplaatsgeld vaste ligplaatsen Hier is de inflatiecorrectie van 3,3% toegepast. 3. en 4. zeehavengeld en binnenhavengeld Voor het zeehaven- en het binnenhavengeld geldt dat de gemeente Vlaardingen de tarieven binnen de gemeenschappelijke regelingen (Samenwerkingsovereenkomst Zeehavengeld 2006 en Samenwerkingsovereenkomst heffing en invordering Binnenhavengeld 1995) volgt. De tarieven worden pas in een later stadium vastgesteld door het geprivatiseerde Havenbedrijf Rotterdam, die de gemeenschappelijke regeling uitvoert. In de tarieventabellen wordt daarom aangesloten bij de tarieven, vermeld in 'General Terms and Conditions, including renewed port tariffs', zoals die worden vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.. Lijkbezorgingsrechten Bij de meeste tarieven is de inflatiecorrectie van 3,3% toegepast. Alleen het tarief voor begraving in een algemeen graf is extra verhoogd in verband met duurdere roefjes die bij de algemene graven onder het monument worden gelegd. Toeristenbelasting Dit tarief wordt met de inflatiecorrectie van 3,3% verhoogd en wordt € 3,54 per persoon per overnachting. Verordening eenmalig rioolaansluitrecht Hier is de inflatiecorrectie van 3,3% toegepast.

Parkeerbelastingen De parkeerbelasting kent een eigen parkeerbeleid (parkeernota). De verordening parkeerbelastingen is via een afzonderlijk raadsbesluit tegelijkertijd met de begroting vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177225/1