Bijlage 1 - Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026
Tekst van het document
Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026
Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen; overwegende dat het gewenst is om in verband met de maatschappelijke, sociale, sportieve en culturele participatie van kinderen nadere regels vast te stellen omtrent de activiteiten en de hoogte van de tegemoetkoming: gelet op artikel 3, artikel 4 en artikel 5 van de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026; besluit vast te stellen de volgende
Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026
Artikel 1 Begrippen Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026 en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Samenwerking externe partijen 1. Het college werkt samen met externe partijen die een kindpakket aanbieden. Er is een samenwerking met de Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland. 2. Het college kan besluiten om ook een samenwerking aan te gaan met andere externe partijen wanneer dit de maatschappelijke participatie van kinderen bevordert.
Artikel 3 Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden 1. De voorzieningen worden in natura aangeboden. 2. Via de Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden worden de volgende voorzieningen aangeboden: a. Fiets b. Computer of laptop c. Schoolspullenpas d. Kindpas e. Verjaardagsbox via Stichting Jarige Job f. Vergoeding schoolreis in samenspraak met scholen en in gedeelde verantwoordelijkheid. 3. In een jaarlijkse samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd welke maximumbedragen gelden voor de voorzieningen. Ook kunnen afspraken over aanvullende voorzieningen worden gemaakt. 4. Bijzonderheden ten aanzien van voorzieningen en de manier van aanvragen worden door de Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden bekendgemaakt op hun website.
Artikel 4 Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland 1. De voorzieningen worden in natura aangeboden.
2. Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland worden de volgende voorzieningen aangeboden: a. Een vergoeding in de kosten van sport ter hoogte van € 250,00 b. Een vergoeding in de kosten van cultuur ter hoogte van € 465,00 c. Een tegemoetkoming in de kosten van zwemles voor het halen van diploma A, ter hoogte van € 570,00 voor 1 jaar. Voor diploma B of C geldt een vergoeding van € 250,00. 3. Wanneer het bedrag in lid 2 onder a. of b. niet volledig besteed is aan de deelnamekosten in de vorm van contributie, abonnement en dergelijke, dan kunnen van het restant eventueel kleding of attributen betaald worden. Deze vergoeding is via een tegoedbon te besteden bij aangesloten winkels. 4. Het is niet mogelijk om voor zowel sport als cultuur een vergoeding te ontvangen. 5. In een jaarlijkse samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd welke maximumbedragen gelden voor de voorzieningen. Ook kunnen afspraken over aanvullende voorzieningen worden gemaakt. De samenwerkingsafspraken mogen de voorzieningen niet lager vaststellen dan deze Nadere regels bepalen. 6. Bijzonderheden ten aanzien van voorzieningen en de manier van aanvragen worden door de Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland bekendgemaakt op hun website.
Artikel 5 Peuteropvang 1. Aan inwoners kan een tegemoetkoming in de kosten van maatschappelijke participatie kinderen worden verleend voor peuteropvang in het kader van voorschoolse educatie. 2. Een tegemoetkoming wordt verstrekt aan de ouders van kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. 3. Ouders komen in aanmerking als ze voldoen aan de voorwaarden in artikel 5 van de Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2026. 4. De tegemoetkoming voor de ouderbijdrage wordt verleend voor maximaal 2 dagdelen per week.
Artikel 6 Betaling 1. Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland betalen de vergoedingen rechtstreeks aan de aanbieder/leverancier. 2. De tegemoetkoming in de kosten van peuteropvang wordt rechtstreeks aan de opvangorganisatie betaald.
Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding volgens het eerste lid worden de “Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2018” ingetrokken. 3. Deze nadere regels worden aangehaald als: “Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026”. Ondertekening Aldus vastgesteld door Burgemeester en wethouders van Vlaardingen in de vergadering d.d. <datum>. de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026
Algemeen De gemeente Vlaardingen is door tussenkomst van Stroomopwaarts MVS een samenwerkingsverband aangegaan met het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zuid-Holland verstrekt vergoedingen voor de contributie en in sommige gevallen kleding en attributen. Daarom hoeven de gemeenten zelf geen vergoedingen meer te geven voor activiteiten op het gebied van sport en cultuur. Om de kinderen meer in natura te verstrekken is de gemeente Vlaardingen ook een samenwerkingsverband aangegaan met Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden. Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden richt zich onder andere op schoolgaande kinderen uit gezinnen met minimale financiële middelen. Zij proberen sociale uitsluiting te voorkomen, door ervoor te zorgen dat kinderen mee kunnen doen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten.
Artikel 5: Het doel van voorschoolse educatie is het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taalen onderwijsachterstanden. Hierdoor kunnen de kinderen een betere start maken op de basisschool.
Wijzigingen verordening:
Algemeen De verordeningen zijn afzonderlijk opgesteld per gemeente, omdat dit de duidelijkheid ten goede komt en omdat er een paar inhoudelijke verschillen tussen de gemeenten zijn.
Artikelen Artikel 1 De omschrijving van het begrip ‘kind’ is aangepast omdat het vereiste van schoolgaand zijn niet past bij peuteropvang en bij het openstellen van de jeugdpas voor 0 tot 4-jarigen. De nieuwe definitie verwijst naar het begrip ‘ten laste komend kind’ volgens de Participatiewet. Het criterium ‘schoolgaand’ is ook uit andere onderdelen van de verordening gehaald. De omschrijving van ‘vermogen’ is uit de verordening gehaald omdat onze externe partijen geen vermogenstoets uitvoeren. Het ontbreken van een vermogenstoets is in de praktijk geen probleem omdat de financiële situatie van het betreffende gezin voldoende in beeld is en eigenlijk nooit sprake is van een (te) hoog vermogen. Omdat een vermogenstoets in de praktijk geen meerwaarde heeft, is die ook voor de peuteropvang niet meer van toepassing. Artikel 4 In artikel 4 is, net als in artikel 1, het vermogen als voorwaarde weggehaald. Zie de toelichting bij artikel 1. In het tweede lid is “120% van” tussengevoegd, omdat het wat onlogisch is om bij het bestaan van een schuldregeling een andere inkomensgrens te hanteren dan in ‘normale’ gevallen.
Wijzigingen Nadere regels: Algemeen In navolging van de verordeningen zijn ook de nieuwe Nadere regels per gemeente opgesteld.
Inhoudelijk In de nieuwe Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen gemeente Vlaardingen 2026 zijn ten opzichte van de Nadere regels Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2018 de volgende zaken gewijzigd:
In verband met de openstelling van de kindpas (artikel 3) voor kinderen van 0 tot 4 jaar en de tegemoetkoming voor kosten van peuteropvang is de indirecte leeftijdsgrens door de aanduiding ‘schoolgaand kind’ uit de regels gehaald. De voorziening voor de kosten van zwemles, die in de praktijk al wordt verstrekt, is nu ook in de nadere regels opgenomen. Bij beide externe samenwerkingspartijen is de officiële benaming doorgevoerd en er is een verwijzing naar de website opgenomen. Om flexibel te kunnen opereren is in de regels opgenomen dat in de samenwerkingsovereenkomsten met externe partijen afgeweken kan worden van hetgeen in de regels staat, mits dat een verbetering voor de ouder en/of het kind betekent.