Bijlage 1 - IHP primair (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs, incl. bewegingsonderwijs, 2025-2040, gemeente Vlaardingen
Tekst van het document
Gemeente Vlaardingen
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN Primair, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs, inclusief bewegingsonderwijs.
20252040
GEMEENTE VLAARDINGEN
Registratienummer 2045268 Vastgesteld dd ………………..
Actualisatie uitvoeringsprogramma Vooruitblik volgende planperiode
2025 - 2029 2030 - 2040
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Gemeente Vlaardingen
SCHOOLBESTUREN
2
Gemeente Vlaardingen
VOORWOORD Voor u ligt het Vlaardingse integraal huisvestingsplan primair, (voortgezet) speciaal, voortgezet onderwijs en bewegingsonderwijs 2025 - 2040. Oftewel, het ‘IHP 2040’. Dit IHP is tot stand gekomen in samenwerking en afstemming met de schoolbesturen Wijzer, UN1EK, SIKO, LeV-wn, Mantum, SIC, OSVS, Lentiz en St Jozefmavo. Vanwege de samenhang tussen onderwijs en bewegingsonderwijs, zijn de voorzieningen bewegingsonderwijs toegevoegd aan het IHP 2040.
Ik wil de schoolbesturen, de huisvestingsteams, projectleiders en beleidsmedewerkers bedanken voor hun inzet en de constructieve samenwerking bij realisatie van de projecten en het opstellen van het IHP 2040. De komende jaren werken we gezamenlijk het uitvoeringsprogramma voor de middellange termijn verder uit. Doel is te komen tot concrete voorstellen en ramingen die opgenomen kunnen worden in de P&C-cyclus. Een prettige schoolomgeving heeft een positieve invloed op het welbevinden en de leerprestaties van de kinderen. Dit heb ik zelf ook ervaren tijdens het geven van gastlessen op onze scholen. Om te komen tot goede, moderne en toekomstbestendige onderwijsgebouwen en gymzalen in Vlaardingen, ontkomen we niet aan bouwperioden met onrust en veranderingen. Een renovatie of (vervangende) nieuwbouw vraagt wat van de flexibiliteit en veerkracht van leerlingen, directeuren, leerkrachten en ondersteunend personeel, ouders en ook omwonenden. Het tijdig informeren en betrekken van belanghebbenden heeft de aandacht in iedere projectfase. De komende jaren bouwen we in Vlaardingen vele woningen. Onderwijshuisvesting, kinderopvang en andere maatschappelijke voorzieningen moeten daarin meegroeien. Een schoolgebouw kan multifunctioneel gebruikt worden.
De doorlopende leerlijn, de implementatie van inclusief onderwijs en de inzet van de school als maatschappelijk middelpunt, dragen bij aan de ontwikkeling van wijkbewoners en de sociale cohesie in een wijk. Dit vraagt nog wel om verdere uitwerking; inhoudelijk, ruimtelijk, financieel en organisatorisch. Het werkveld onderwijshuisvesting is in beweging. In het landelijke Programma Onderwijshuisvesting en Innovatie Programma Onderwijshuisvesting werken experts met vertegenwoordigers van gemeenten, schoolbesturen en ook de bouwsector samen aan verbeteringen en versnelling. Vanuit onze gemeente en schoolbesturen wordt geparticipeerd in deze netwerken, zodat er kennis wordt opgebouwd voor toepassing in Vlaardingen. Samen werken we naar een toekomst voor Vlaardingen, waarin scholen steeds meer het maatschappelijk middelpunt van de wijk worden en waar elk kind kan leren, groeien en dromen in een passende, toekomstbestendige en inspirerende omgeving.
Koen Kegel Wethouder Onderwijshuisvesting
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
In de afgelopen college- en raadsperiode is er beweging gekomen in onderwijshuisvesting. Meerdere projecten uit het eerste IHP (2020, reg nr. 1755109) bevinden zich inmiddels in de fase van bouwrealisatie. De gemeenteraad heeft dit mogelijk gemaakt door de middelen beschikbaar te stellen voor onderwijshuisvesting.
3
Gemeente Vlaardingen
INHOUDSOPGAVE
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN 20252040 VLAARDINGEN
1.1 Leeswijzer
2 Wettelijke kaders en actuele ontwikkelingen 2.2
Zorgplicht gemeente
8
2.3
Zorgplicht schoolbesturen
8
2.4
Eigendom schoolgebouwen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
10
3.1
Lokale kaders voor onderwijshuisvesting
12 12 13
3.3
18
Overige ontwikkelingen
Analyse bestaande situatie Vraag en aanbod
19 22
5.1
Leerlingprognose 2024
22
5.2
Primair onderwijs: aanbod per wijk
22
5.3
Speciaal basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs
25
Kwalitatieve analyse 6.1
8
11
3.2 Visie op onderwijshuisvesting
5.4 Voorschoolse educatie
7
8 8
3 Lokale kaders en visie op onderwijshuisvesting
6
7
2.1 Wetgeving
2.5 Wetsvoorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting”
4 5
2 3 4 6
Bouwkundige kwaliteit
Projecten - Uitvoeringsprogramma 2025-2029
26
27 27
29
7.1
Scenario’s uitvoering
29
7.2
Uitvoering per onderwijsgebouw primair onderwijs
29
7.3
Uitvoering per onderwijsgebouw voortgezet onderwijs
41
7.4 Tijdelijke huisvesting
43
7.5 Voorzieningen bewegingsonderwijs
44
Financiële kaders
45
8.1
(Vervangende) nieuwbouw en uitbreiding (prijspeil 2025)
45
8.2
(Volwaardige) renovatie (prijspeil 2025)
45
8.3 Voorfinanciering m2 voor de kinderopvang
45
8.4
Aanpassing afschrijvingstermijn van installaties
46
8.5
Kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT)
46
8.6
Post onvoorzien
46
8.7
Co-financiering
46
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Schoolbesturen Voorwoord Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
Gemeente Vlaardingen
INHOUDSOPGAVE
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN 20252040 VLAARDINGEN Uitvoeringsprogramma: financiën en planning
47
9.1 Planning en investeringsbedragen
47
9.2 Risico’s
48
9.3
Uitvoering
48
9.4
Rapportage
49
10 Planperiode 2030-2040
50
10.1 Middellange termijn
50
10.2 Inbreng schoolbesturen
51
10.3 Bewegingsonderwijs
52
10.4 Vooruitblik lange termijn 2034- 2040
53
10.5 Keuze projecten
53
BIJLAGEN
54
Bijlage 1: Leerlingprognose
55
Bijlage 2: Schoollocaties
56
Bijlage 3: Kinderopvang met VVE peutergroepen
57
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
9
5
Gemeente Vlaardingen
1
Inleiding
“Een goed schoolgebouw met een gezond binnenklimaat is een voorwaarde voor goed onderwijs. Om goede huisvesting voor leerlingen te verzorgen, gaan we onverminderd door met het uitvoeren van het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP). Bij de groei van de stad houden we rekening met onderwijshuisvesting”. Dit citaat is afkomstig uit het Coalitieakkoord 2022 – 2026 “Groei en bloei voor Vlaardingen”. Onderwijs legt een basis om volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij. De aanwezigheid van scholen levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in de verschillende wijken en de gemeente als geheel.
Door vanuit visie, beleid, landelijke en lokale ontwikkelingen, strategische keuzes te maken en inzicht te geven in bestaande en toekomstige behoefte aan onderwijshuisvesting, wordt het mogelijk om lange termijn beleid te ontwikkelen. De gemeente Vlaardingen maakt een IHP om de gewenste kwaliteit en benodigde kwantiteit van onderwijshuisvesting nu en in de toekomst te realiseren. De onderwijshuisvestingsopgave kent een cyclisch verloop, zowel op totaal niveau als per project. Schematisch weergave van de cyclus (bron: Programma onderwijshuisvesting, OC&W en Ruimte-OK).
Actualiseren Het IHP 2020-2029 is vastgesteld op 28 april 2020 (reg.nr. 1755109) voor de periode 2020-2029. In het voorliggende IHP 2040 zijn verwerkt: Voortgangsrapportages aan de raad en besluiten die daaruit zijn gevloeid Raadsbesluiten met betrekking tot projecten uit het IHP Actualisatie van de landelijke en lokale ontwikkelingen en wettelijke kaders Actualisatie van uitvoering-scenario's en planning van de projecten uit het IHP 2020-2029 Toevoeging van de basisscholen De Vriendschap, IBS De Walvis en de Rivierenschool De jaarlijks vastgestelde begroting en meerjaren-investeringsplan, zoals recent op 6 november 2025. De huisvesting van bewegingsonderwijs is toegevoegd. Het capaciteitsonderzoek bewegingsonderwijs is uitgevoerd door Synarchis en in mei 2025 (reg.nr. 2027563) vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van dit onderzoek is een aantal projecten bepaald, die zijn opgenomen in de recent vastgestelde (meerjaren-investerings-) begroting en het voorliggende IHP 2040.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
In een integraal huisvestingsplan (IHP) wordt invulling gegeven aan de wettelijk zorgplicht van de gemeente: het voorzien in voldoende, veilige en gezonde onderwijsgebouwen voor de kinderen die dagelijks in de gemeente Vlaardingen primair-, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs volgen. het voorzien in voldoende en veilige accommodaties voor het verzorgen van bewegingsonderwijs.
6
Gemeente Vlaardingen
Een actueel IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en ook kinderopvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en uit te voeren meerjarig huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang, zodat er in de gemeente Vlaardingen een duurzame en gezonde onderwijsomgeving kan worden gerealiseerd.
Het eerste tijdvak betreft de uitvoering van de projecten die in het IHP 2020-2029 zijn geconcretiseerd. Door verschillende oorzaken hebben de projecten een langere aanloopperiode gekend, dan vooraf was voorzien. Inmiddels bevinden meerdere projecten zich in de uitvoerende fase en de andere projecten in de voorbereidende fase. De investeringskredieten voor deze projecten zijn opgenomen in de vastgestelde begroting 2026 en de meerjaren-investeringsbegroting. De plannen voor de middellange zijn minder concreet. Ter voorbereiding op het uitvoeringsprogramma 2030-2033 werken gemeente en schoolbesturen de komende jaren gezamenlijk aan de uitwerking van businesscase. Hierbij wordt rekening gehouden met landelijke en regionale ontwikkelingen, veranderende regelgeving, nieuwe leidraden. Het uitvoeringsprogramma, inclusief investeringsraming, wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. De gemeenteraad besluit over de financiële kaders. Voor de lange termijn kunnen op dit moment alleen hoofdlijnen geschetst worden. In de komende jaren wordt hieraan stapsgewijs verder invulling gegeven in samenwerking met de schoolbesturen.
1.1 Leeswijzer De wettelijke kaders om te komen tot kwantitatief en kwalitatief goede onderwijshuisvesting, worden in hoofdstuk 2 uiteengezet. Ook de actuele landelijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting komen in dit hoofdstuk aan de orde. De vertaling van de wettelijke kaders en de actuele landelijke ontwikkelingen naar lokale kaders en een gemeentelijke visie worden in hoofdstuk 3 beschreven. De hoofdstukken 4 en 5 beschrijven de bestaande situatie en geven inzicht in de match tussen vraag en aanbod van onderwijshuisvesting op wijkniveau. De leerlingprognoses voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs komen hierbij aan de orde. Hoofdstuk 6 bevat een korte analyse van de bouwkundige kwaliteit van de schoolgebouwen. Het uitvoeringsprogramma 2025-2029is uitgewerkt in hoofdstuk 7. Per schoolbestuur wordt bij alle scholen beschreven welke werkzaamheden zijn uitgevoerd of welk uitvoeringscenario per school uitgevoerd gaat worden. Hierbij komen ook de projecten met betrekking tot accommodaties voor bewegingsonderwijs aan de orde. In hoofdstuk 8 worden de financiële kaders geschreven. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de geraamde investeringen en de planning van het uitvoeringsprogramma 2025-2029. In hoofdstuk 10 worden de beoogde plannen voor de middellange en lange termijn op hoofdlijnen beschreven.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
De planning is verdeeld in drie tijdvakken: korte termijn; van 2025 tot en met 2029; middellange termijn; van 2030 tot en met 2033 lange termijn; van 2034 tot en met 2040.
7
Gemeente Vlaardingen
2.
Wettelijke kaders en actuele ontwikkelingen
2.1
Wetgeving
De basis voor regelgeving over Onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. Bij het uitoefenen van deze taak dient de gemeente onder meer rekening te houden met de materiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Deze gelijkstelling houdt in dat alle scholen recht hebben op dezelfde voorzieningen in dezelfde omstandigheden. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Vlaardingen 2015. Deze wordt in hoofdstuk 3 verder toegelicht. Wet: ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’
Het doel van de wet: ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’ is om het aanbod van scholen beter te laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. Deze wet is in 2020 in werking gesteld. Met de wet gelden onderstaande (nieuwe) voorwaarden om een school op te richten: • de persoon die de school wil oprichten moet bewijzen dat er voldoende interesse is voor de nieuwe school. Dit kan bijvoorbeeld met verklaringen van ouders die aangeven interesse te hebben in de nieuwe school. Of door een marktonderzoek uit te laten voeren; • de Inspectie van het Onderwijs beoordeelt of de nieuwe school voldoende kwaliteit kan bieden; • de nieuwe wet stelt meer eisen aan bestuurders en interne toezichthouders; zij moeten bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent het Gedrag aanleveren.
2.2
Zorgplicht gemeente
Volgens de onderwijswetten heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: • uitbreiding; • (vervangende) nieuwbouw; • eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); • vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme); • bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs.
2.3
Zorgplicht schoolbesturen
2.3.1
Passend onderwijs
Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Dit noemen we passend onderwijs. In 2014 is de ‘Wet passend onderwijs’ ingevoerd. Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden om deze reden extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. In het kader van passend onderwijs hebben de schoolbesturen een verantwoordelijkheid om alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Ze worden daarbij ondersteund door de samenwerkingsverbanden. Met passend onderwijs moet bereikt worden, dat: • alle kinderen een plek krijgen die past bij de onderwijsondersteuningsbehoefte • een kind naar een reguliere school gaat als dat kan • een kind naar het speciaal onderwijs gaat als intensieve begeleiding nodig is • scholen de mogelijkheden hebben voor onderwijsondersteuning op maat • de kwaliteiten en de onderwijsbehoefte van het kind bepalend zijn, niet de beperkingen • kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten, omdat er geen passende plek is om onderwijs te volgen.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
2.1.1
8
Gemeente Vlaardingen
2.3.2
Inclusief onderwijs en NEN 9120
In 2024 heeft de landelijke overheid een beleidskader opgesteld: “Met elkaar voor alle kinderen en jongeren: werken aan een inclusieve leeromgeving”. Inmiddels heeft de overheid de ambitie uitgesproken dat alle scholen in het funderend onderwijs inclusief onderwijs gaan bieden. De verwachting is dat in 2035 inclusief onderwijs een wettelijk kader wordt.
Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. Er wordt vanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkeling van alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoort erbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam is multidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om alle kinderen onderwijs te bieden. Het daadwerkelijk bieden van inclusief onderwijs start met een inhoudelijke visie, inrichting van een goede zorgstructuur en adequate personele bezetting. Huisvesting is - in principe - faciliterend, waarbij gedacht kan worden aan de aanwezigheid van therapieruimten, verzorgruimten en het gebruik van materialen en kleuren. De schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs in Vlaardingen werken aan een visie op inclusief onderwijs. Ze werken hiervoor samen met de gemeente en het samenwerkingsverband Onderwijs Dat Past en het samenwerkingsverband NWN. De vertaling van de visie naar organisatie, onderwijshuisvesting, financiën en de implementatie verdienen nader onderzoek. Een eerste stap is te kijken wat scholen zelf al kunnen doen om inclusiever te zijn.
Voor volledig inclusief onderwijs zijn ook aanvullende financiële middelen nodig vanuit de landelijke overheid.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Op 3 februari 2025 is de NEN 9120 ‘Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen’ gepubliceerd. Deze norm kan worden gehanteerd bij nieuwbouw, renovatie, aanpassing, onderhoud en instandhouding van gebouwen. De norm is van toepassing op alle typen gebouwen. Uitgangspunt van de norm is dat iedereen een gebouw moet kunnen betreden en gebruiken, ongeacht eventuele beperkingen.
9
Gemeente Vlaardingen
2.4
Eigendom schoolgebouwen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Het eigendom van de onderwijsgebouwen is wettelijk geregeld. Uitgangspunt is dat het schoolbestuur juridisch eigenaar is van het onderwijsgebouw. Onder juridisch eigendom wordt verstaan: het eigenaar zijn van terrein en opstallen zoals beschreven in het Kadaster. Als juridisch eigenaar zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor het onderhoud van de schoolgebouwen en installaties. De gemeente heeft het economisch claimrecht, omdat de gemeente de realisatie van de onderwijsgebouwen financiert. Het economisch claimrecht betekent, dat wanneer het onderwijsgebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt, het juridisch eigendom van rechtswege vervalt aan de gemeente. Het economisch claimrecht van de gemeente beperkt het juridisch eigendom van het schoolbestuur in die zin dat het schoolbestuur een onderwijsgebouw niet mag verkopen of er een hypotheek op mag vestigen zonder toestemming van de gemeente. In het bestuurlijk overleg IHP d.d. 3 juli 2023 is besloten dat volgens artikel 28 van de Verordening Staat van onderhoud, er een bouwkundige opname plaatsvindt bij overdracht van schoolgebouwen naar de gemeente als het gebouw niet meer ingezet wordt voor onderwijs. Deze meting wordt uitgevoerd om eventueel achterstallig onderhoud vast te stellen.
Vervolgens komen gemeente en schoolbestuur gezamenlijk tot een oplossing over hoe om te gaan met het eventueel geconstateerde achterstallig onderhoud en wat er nodig is om het gebouw minimaal op conditiescore 3 te brengen (zie hfst 6). Hierbij wordt rekening gehouden met de toekomstige bestemming van het schoolgebouw. Bij nieuwbouw- en vernieuwbouwprojecten is het wettelijk uitgangspunt dat het bevoegd gezag optreedt als bouwheer. Daar kan het college van Burgemeester en Wethouders, in overleg met het schoolbestuur, van afwijken. Na oplevering van het gebouw wordt het juridisch eigendom door gemeente aan het schoolbestuur overgedragen. Voor het in standhouden van het onderwijsgebouw en voldoen aan de veiligheidseisen BBL is het schoolbestuur als juridisch eigenaar verantwoordelijk. Deze verantwoordelijkheid staat los van de vraag wie verantwoordelijk is voor het bekostigen van een voorziening huisvesting onderwijs. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen heeft het schoolbestuur te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente (voor de genoemde voorzieningen in paragraaf 2.2) en één vanuit de rijksoverheid. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekt aan de schoolbesturen een vergoeding voor de kosten van onderhoud en exploitatie.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Schoolbesturen en gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting van primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. Deze verantwoordelijkheid is wettelijk geregeld via het eigendom van de gebouwen en via de financieringsstromen.
10
Gemeente Vlaardingen
2.5
Wetsvoorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting”
Reed een aantal jaar is er een wetswijziging in behandeling waardoor het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting gaat veranderen: de wet “planmatige aanpak onderwijshuisvesting”. De meest recente beoogde datum voor de inwerkingtreding was 1 januari 2026. Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden.
Het wetsvoorstel bestaat uit een drietal maatregelen 1.
Gemeenten worden verplicht om een Integraal Huisvestingsplan (IHP) vast te stellen en schoolbesturen worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen;
2.
Het begrip ‘renovatie’ zal worden toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is;
3.
Het wordt in het primair onderwijs, in lijn met het voortgezet onderwijs, mogelijk gemaakt om exploitatieoverschotten te investeren in huisvesting (opheffen investeringsverbod).
Het voorliggende IHP past grotendeels in het kader dat in de beoogde wetswijziging beschreven wordt. De gemeente en schoolbesturen hebben en houden gezamenlijk de verantwoordelijkheid om de ontwikkeling van de wetswijziging te volgen en daar wanneer nodig op te anticiperen.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
(bron: Tweede Kamer, kamerstukken, samenvatting wetsvoorstel jan 2025): “Het doel van het wetsvoorstel is om het stelsel van onderwijshuisvesting te verbeteren zodat gemeenten en schoolbesturen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen. De regering zet onder andere in op het bevorderen van ‘total-cost-of-ownership’. Daarmee wordt bedoeld dat beslissingen wordt genomen met inachtneming van de totale kosten van bouw, onderhoud en exploitatie gedurende de gehele gebruiksperiode van het gebouw.“
11
Gemeente Vlaardingen
3
Lokale kaders en visie op onderwijshuisvesting
3.1
Lokale kaders voor onderwijshuisvesting
3.1.1a Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Vlaardingen 2015 De basale uitwerking van het beleid inzake onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Vlaardingen 2015’ oftewel, de verordening. Hierin is opgenomen welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig moet worden opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd tijdens het bestuurlijk overleg IHP. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Vlaardingen zal worden aangepast als het wetsvoorstel onderwijshuisvesting funderend onderwijs wordt aangenomen. 3.1.1b Financiële verordening gemeente Vlaardingen In de periode tot aanpassing kan het zijn dat de Verordening voorziening huisvesting onderwijs, 2015, niet in lijn is met de afspraken en mandateringsregeling in de Financiële verordening van de gemeente Vlaardingen.
In die gevallen is de Financiële verordening leidend, daar deze actueler is en geldt voor alle financiële processen en besluiten binnen de gemeente Vlaardingen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat bij ondertekening van beschikking en overeenkomsten de mandateringsregeling uit de Financiële verordening wordt gevolgd. 3.1.2 Projecten IHP in relatie tot de verordening Voor projecten voortkomend uit het IHP en waarvan de noodzaak al is aangetoond in het IHP, is het niet nodig om nog een formele aanvraag in te dienen volgens de verordeningsystematiek. De noodzaak voor deze projecten is met het IHP al overeengekomen tussen schoolbesturen en gemeente. Wel dient de verordeningssystematiek als toetsingskader en als vangnet wanneer er geen overeenstemming is over de uitgangspunten (bijvoorbeeld de actuele ontwikkeling van het leerlingenaantal en de daarmee samenhangende ruimtebehoefte). In plaats van het indienen van een formele aanvraag voor 1 februari, geeft het schoolbestuur aan wanneer het voorbereidingskrediet nodig is om het in het IHP geplande project op te starten. De raad wordt vervolgens verzocht om het voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. 3.1.3 (Spoed) aanvragen voorzieningen Naast de uitvoering van de projecten in het IHP kunnen er ook andere projecten een rol spelen.
Dit kan bijvoorbeeld gaan om een voorziening voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) Hiervoor geldt de reguliere jaarcyclus uit de verordening. Bij onvoorziene omstandigheden, zoals bijvoorbeeld stormschade / vandalisme / brand, kunnen voorzieningen aangevraagd worden volgens de procedure voor spoed aanvragen, zoals opgenomen in de verordening. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de Verordening.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
In het vorige hoofdstuk is het wettelijk kader geschetst zoals dat geldt voor alle schoolbesturen en gemeenten in Nederland. Binnen dit kader heeft de gemeente de ruimte om specifieke accenten te leggen op bepaalde thema’s rondom onderwijshuisvesting, zoals renovatie en de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC’s). De volgende sub-paragrafen beschrijven de pijlers van de bestaande lokale kaders voor onderwijshuisvesting.
12
Gemeente Vlaardingen
3.1.5 Bouwrealisatie overeenkomst In februari 2022 heeft het college de bouwrealisatie (raam)overeenkomst vastgesteld voor het primair onderwijs. Per nieuwbouw-, uitbreiding- en/of renovatieproject wordt deze overeenkomst op maat ingevuld en vastgesteld door het college. Hiermee worden afspraken en verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen vastgelegd. Voor het voortgezet onderwijs wordt per project bekeken of gebruik gemaakt kan worden van (onderdelen uit) de bouwrealisatie overeenkomst PO of een andere bouwrealisatie overeenkomst opgesteld dient te worden.
3.2
Visie op onderwijshuisvesting
Het IHP is een instrument om op lokaal niveau te komen tot een integrale aanpak voor de onderwijsgebouwen. Een IHP geeft antwoord op de vraag wanneer wat gedaan wordt met een onderwijsgebouw en welke kosten daarvoor zijn geraamd. De vraag waarom en wanneer bepaalde ingrepen plaatsvinden, gaat daaraan vooraf. In de paragrafen 3.2.1 t/m 3.2.6 wordt de visie van gemeente en schoolbesturen op een aantal onderwerpen toegelicht. Een school staat nooit op zichzelf. Het gebouw staat in een bebouwde omgeving en zowel het gebouw als de gebruikers hebben een interactie met de omgeving. Bij de voorbereiding en realisatie van uitbreiding, renovatie en (vervangend) nieuwbouw van een schoolgebouw is het van belang om alle aandachtsvelden en participanten te betrekken.
Onderwijs
Schoolbesturen & personeel
Klimaatadaptie
Kinderen
Geluid/ akoestiek
Ouders
Verkeer en parkeren
Omwonenden
Groen & openbare ruimte
Kinderopvang
Uitstraling en inpassing
Maatsch. voorzieningen en sport
Veiligheid Spelen, schoolplein Onderwijsaanbod in de omgeving
Faciliteit bewegingsonderwijs
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
3.1.4 Stadsbrede locatieonderzoek De gemeenteraad heeft in 2023 een stadsbreed locatieonderzoek primair onderwijs laten uitvoeren door een extern adviesbureau. De leden van de gemeenteraad hebben hiervoor locaties kunnen aandragen. De resultaten van dit locatieonderzoek (reg.nr.1945970) zijn op 20 juni 2023 vastgesteld. Het doel van dit locatieonderzoek was om inzicht te geven in potentiële onderwijslocaties voor onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs in heel Vlaardingen. Voor dit onderzoek zijn alle mogelijke ontwikkellocaties in beeld gebracht en getoetst op geschiktheid en welke inspanning nodig is om een school op een locatie te kunnen realiseren. Hiermee is een actueel en accuraat overzicht beschikbaar van potentiële onderwijslocaties voor scholen waarvoor nieuwbouw is voorzien.
13
Gemeente Vlaardingen
Per project voor uitbreiding, nieuwbouw en/of renovatie wordt in overleg met de gemeente, het schoolbestuur en een kinderopvangorganisatie gekeken wat nodig en mogelijk is om het IKC ruimtelijk te faciliteren. In februari 2022 heeft de gemeenteraad besloten (reg nr 1886701) om bij IKC-vorming de kapitaallasten van de m2’s huisvesting voor kinderopvangorganisaties voor te financieren. Het aanvullend te bouwen oppervlakte wordt berekend conform de normen die gelden voor kinderopvang. Het schoolbestuur wordt juridisch eigenaar van de aanvullend gebouwde oppervlakte (m2’s) voor de kinderopvang, gelijk aan het eigendom van het schoolgebouw. De gemeente sluit een overeenkomst met het schoolbestuur, waarin de afspraken over een jaarlijkse kostendekkende vergoeding voor de gemeente worden vastgelegd (dekking voorfinanciering). Het schoolbestuur sluit met een kinderopvangorganisatie een (huur)overeenkomst, waarin afspraken worden vastgelegd over de afdracht van huur, exploitatie- en onderhoudskosten. 3.2.2
Ruimte voor maatschappelijke organisaties in relatie met het integrale maatschappelijke voorzieningenbeleid Een onderwijsgebouw kan meer zijn dan een gebouw waarin onderwijs gegeven wordt. Bij uitbreiding, renovatie en nieuwbouw moet zowel bouwkundig als technisch rekening worden gehouden met de mogelijkheid van medegebruik door maatschappelijke organisaties. Buurtwerkers, accounthouders gebieds/wijkmanagers, orgnaisties en bewoners kunnen maatschappelijke voorzieningen aandragen die een plek kunnen krijgen in het onderwijsgebouw. Bij de aanvang van een bouwproject wordt gekeken wat de leerlingen en hun ouders van de school en de bewoners in de wijk nodig hebben aan (maatschappelijke) ondersteuning, welke voorzieningen hierbij passen en wat in lijn is met de doelstellingen van de school en welke partijen gebruik kunnen maken van ruimtes in de school onder en/of na schooltijd. Gezamenlijk wordt dan bepaald hoe de inpassing of gezamenlijke realisatie zowel inhoudelijk, organisatorisch als bouwkundig kan plaatsvinden. Daarbij zijn ook afspraken nodig over beheer, exploitatie- en onderhoudskosten. 3.2.3 Medegebruik van een (school)gebouw Wanneer op een bestaande locatie van een school een ruimtetekort ontstaat door bijvoorbeeld een toenemend aantal leerlingen, dan is medegebruik van een ander (school) gebouw een mogelijkheid om dit ruimtetekort van de school op te vangen.
Het college kan hiertoe besluiten. De andere school c.q. het andere onderwijsgebouw mag maximaal 2.000 meter verderop liggen gerekend over de voor kinderen meest begaanbare en veilige weg. Onderwijskundig kan een school maximaal over twee locaties binnen een gemeente gehuisvest worden.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
3.2.1 Ruimte voor ontwikkeling van Integraal Kind Centrum (IKC) In de beleidsnota onderwijskansenbeleid 2023- 2026 ‘Waar je wieg ook staat’ is de doorlopende leer- & zorglijn uitgewerkt. Het maken van afspraken over de doorgaande ontwikkelingslijn tussen voor- en vroegschool is een wettelijke taak van de gemeente. Een doorgaande lijn zorgt ervoor dat kinderen soepel door hun jonge leven heen kunnen bewegen en dat begint al vanaf 0 jaar. Een IKC is hier bij uitstek de ideale voorziening voor omdat een IKC vanuit een gezamenlijke pedagogische visie en beleid werkt. Dit maakt het voor een kind mogelijk om in een doorgaande lijn door te groeien vanaf de eerste dag in de opvang tot het moment dat een kind naar het voortgezet onderwijs gaat.
14
Gemeente Vlaardingen
3.2.4 Bepalen van omvang tijdelijke en permanente ruimtebehoefte De ruimtebehoefte van een basisschool is gerelateerd aan het aantal leerlingen dat op een school is ingeschreven. Aan de hand van een leerlingprognose kan de toekomstige ruimtebehoefte worden bepaald. De verordening hanteert een onderscheid tussen tijdelijke ruimtebehoefte en permanente ruimtebehoefte.
Bij renovatie- en nieuwbouwprojecten ontstaat een behoefte aan tijdelijke huisvesting om het onderwijs te laten doorgaan. Gemeente en schoolbesturen zoeken in onderling overleg naar oplossingen, waarbij de gemeente eindverantwoordelijke blijft voor het oplossen van de tijdelijke ruimtebehoefte. Bij tijdelijke huisvesting in het kader van renovatie/nieuwbouw kan het noodzakelijk zijn af te wijken van het streven naar maximaal twee locaties en maximaal 2.000 meter tussen de gebouwen. 3.2.4.2 Permanente ruimtebehoefte Indien een school kan aantonen dat er minimaal 15 jaren sprake is van extra ruimtebehoefte, kan de school aanspraak maken op permanente uitbreiding. In de praktijk ligt dan een fysieke uitbreiding van het hoofdgebouw voor de hand. Strikt formeel kunnen hiervoor ook leegstaande lokalen in een ander onderwijsgebouw of in een gebouw dat voor onderwijs geschikt is te maken, worden ingezet. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als genoemd in paragraaf 3.2.3. 3.2.4.3 Maatstaf voor bepalen permanente ruimtebehoefte Met de schoolbesturen is in het kader van het IHP overeengekomen dat de onderwijsgebouwen op duurzame wijze worden gehuisvest. Tijdelijke huisvesting, of inwoning bij andere scholen voor een periode langer dan vier jaar past daar bij voorkeur niet bij. Het opstarten van een project uit het IHP begint met de vragen; wat bouwen we voor wie en met welk budget.
Het bouwvolume is afhankelijk van het leerlingenaantal en de prognoses. In eerste instantie wordt de permanente ruimtebehoefte bepaald aan de hand van het verloop van het leerlingenaantal over de acht aankomende jaren. Bij het bepalen van het uiteindelijke bouwvolume wordt tevens rekening gehouden met de volumeafspraken, de (reeds vaststaande) plannen voor woningbouw in de wijk en daarmee samenhangende demografische ontwikkeling. 3.2.5 Volumeafspraken en doorverwijzen van leerlingen In paragraaf 3.2.4 is genoemd dat leegstaande lokalen in een onderwijsgebouw kunnen worden ingezet om de extra ruimtebehoefte van een andere school op te vangen, mits de afstand tussen de twee scholen niet meer dan 2.000 meter is en dat op basis onderwijskundige argumenten een school maximaal over twee locaties binnen een gemeente gehuisvest kan worden. De meeste schoolbesturen hebben in 2020 laten weten moeite te hebben met het op deze wijze oplossen van ruimtelijke knelpunten en dit is onveranderd in 2025. Ten eerste is het organisatorisch en logistiek ingewikkeld om enkele groepen uit te plaatsen naar een andere locatie terwijl de school van oudsher is ingericht om te functioneren op één locatie. Ten tweede kan inhuizing van een school in de praktijk een (verdere) terugloop in het aantal leerlingen van de school die de ruimte biedt tot gevolg hebben.
In alle opzichten achten de schoolbesturen het zogenaamde verwijzen naar leegstand onwenselijk.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
3.2.4.1 Tijdelijke ruimtebehoefte Indien een school aan de hand van de leerlingprognose kan aantonen dat er minimaal 4 en maximaal 15 jaren sprake is van extra ruimtebehoefte, kan de school aanspraak maken op tijdelijke huisvesting. Dit kunnen tijdelijke lokalen zijn, maar ook leegstaande lokalen in een ander onderwijsgebouw, of in een gebouw dat voor onderwijs geschikt gemaakt kan worden. Daarbij gelden de voorwaarden uit 3.2.3.
15
Gemeente Vlaardingen
Daar kan tegenin worden gebracht dat de gemeente niet wenst te bouwen voor leegstand. Indien een school bijvoorbeeld 300 m2 extra ruimtebehoefte heeft en een nabijgelegen school heeft 300 m2 leegstand, dan kan het als kapitaalsvernietiging worden gezien om het eerste onderwijsgebouw fysiek uit te breiden met 300 m2. Om dit dilemma op te lossen, hebben de schoolbesturen in 2020 de volgende onderlinge afspraken gemaakt, die door de gemeente zijn onderschreven.
1.
2. 3. 4.
5. 6.
De scholen maken volumeafspraken op wijkniveau. Het maximum aantal leerlingen dat op een locatie les kan krijgen, is daarbij de norm. Scholen groeien niet verder dan dit maximum. Besturen regelen onderling hoe ze de problemen in de wijk oplossen. Besturen kunnen ouders en kinderen doorverwijzen naar vergelijkbare scholen. Dat vindt plaats in de volgende volgorde: a. Doorverwijzen naar een school/IKC van het eigen bestuur. Dat kan ook naar een school/IKC in een aangrenzende wijk van het eigen bestuur. b. Doorverwijzen naar een school/IKC binnen de wijk. c. Inhuizen bij een nabijgelegen IKC of school in de wijk. Deze laatste optie heeft de minste voorkeur. Scholen werken niet met wachtlijsten en nemen alleen kinderen van elkaar over als het belang van het kind daar echt om vraagt. Besturen zijn bereid om vergaande samenwerking aan te gaan om problemen op te lossen. Deze samen werking maakt het mogelijk om maximale regie op de huisvesting aan te gaan. De prognose per wijk is leidend voor het aantal vierkante meters per wijk. In het IHP is dat nu als uitgangs punt genomen en dat leidt tot goede IKC-gebouwen zonder leegstand. Natuurlijk is er een licht overschot aan vierkante meters, maar dat is onvermijdbare frictieleegstand. Vierkante meters kunnen alleen maar toenemen als ook de prognose op wijkniveau omhoog gaat.
Besturen geven elkaar heldere informatie over mogelijke knelpunten. Als doorverwijzen niet lukt, dan bespreken de besturen onderling hoe ze dat oplossen. Bestuurders spreken elkaar aan op afwijkend gedrag van deze afspraken. Dit houdt ook in dat ‘de gezamen lijke besturen’ de gesprekpartner voor de gemeente zijn als het gaat om onderwijshuisvesting. Er worden geen bilaterale afspraken meer gemaakt.
In het najaar van 2025 hebben schoolbesturen PO en gemeente het aannamebeleid primair onderwijs herijkt (vaststelling verwacht in maart 2026). In samenhang daarmee zijn ook de hiervoor genoemde onderlinge afspraken tegen het licht gehouden.
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
De gezamenlijke besturen voor PO in Vlaardingen streven naar het binnen afzienbare tijd realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en veelkleurig palet van onderwijs (en opvang) voorzieningen voor alle kinderen in deze gemeente. Elke school/IKC is straks gehuisvest in eigentijdse, frisse en goed geoutilleerde gebouwen. Ieder kind kan thuisnabij naar een school of IKC in zijn/haar wijk. Thuisnabij is niet binnen de wijk als het gaat over een unieke school in de stad van één denominatie, richting of bijzonder onderwijsconcept. Op deze manier is de keuzevrijheid voor ouders gegarandeerd. Er is altijd een goede school/IKC voor ieder kind in Vlaardingen.
16
Gemeente Vlaardingen
Gebleken is de afspraken in de praktijk tot vraagstukken kan leiden. Een school die vanwege ruimtetekort de leerlingen verwijst naar naburige scholen, groeit niet in leerlingenaantal. Dan is het moeilijk om de behoefte aan uitbreiding van ruimten te onderbouwen, ook bij start van een project uit het IHP. In de prognoses wordt de groei van de leerlingen niet goed zichtbaar van de verwijzende school omdat de startaantallen niet groeien. De naburige ontvangende school heeft wel meer leerlingen en deze groei vertaalt zich dan ook in de prognoses. Er kan een vicieuze cirkel ontstaan. Daarnaast hebben sommige scholen toch meer leerlingen aangenomen; de klassen zitten dan voller. Op basis van het toegenomen leerlingenaantal wordt uitbreiding onderbouwd bij de start van een project uit het IHP, hetgeen tot spanningen leidt met eerdere afspraken en geraamde investeringskader.
Voorgestelde volumes: - enkelstrooms school - dubbelstrooms school
8 onderwijsgroepen 16 onderwijsgroepen
160 tot 240 leerlingen 320 tot 480 leerlingen
1.206 m2 2.212 m2
In 2026 zal verdere uitwerking plaatsvinden en kan de toepassing onderzocht worden bij bouwprojecten en beoordeling van aanvragen voor uitbreiding. Daarbij dient het totale onderwijsaanbod en de totale capaciteit aan onderwijshuisvesting in een wijk gemonitord te worden. De schoolbesturen van het voortgezet onderwijs hebben aangegeven dat de geschetste uitdagingen eveneens gelden voor hun scholen en dat een nadere analyse nodig is (bijv. voor welke leerlingenaantallen zijn de scholen gebouwd en geschikt).
IH P o nde r w ij s e n b eweging s ond er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Het hanteren van doordachte volumes als kaders bij (vervangende) nieuwbouw en verbouw, en ook tussentijdse ruimtevragen, kan hiervoor een oplossing bieden en ook recht doen aan groei en krimp. Immers, in het algemeen kunnen in eenzelfde klaslokaal zowel 20 leerlingen als ook 30 leerlingen worden geplaatst.
17
Gemeente Vlaardingen
Overige ontwikkelingen
•
De wijk Mrija is opgericht voor de (tijdelijke) opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. In deze wijk is de basisschool De Vriendschap gerealiseerd. Aan het einde van schooljaar 2025-2026 wordt de school opgeheven en wordt een deel van de woningen ontmanteld. Veel leerlingen zijn al overgestapt naar het regulier onderwijs op andere scholen. De laatste groep leerlingen begint per schooljaar 2026/2027 op andere scholen in Vlaardingen of elders.
•
Realisatie van woningbouwprojecten en nieuwe woningbouwplannen hebben invloed op de leerlingen groei per wijk en dus de vraag naar onderwijshuisvesting. Dit vraagt om periodieke monitoring en afstemming tussen verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente. Bij de opstart van een project uit het IHP moet worden gekeken naar de actuele plannen en planningen van woningbouw in de omgeving van de school. Daarnaast moeten scholen en gemeente kunnen anticiperen op groei en krimp. Flexibel bouwen kan daarbij helpen. Een flexibel schoolgebouw is eenvoudig intern- en extern aanpasbaar aan een veranderen de ruimtevraag en heeft ruimten die multifunctioneel te gebruiken zijn.
•
Klimaatadaptatie: bij renovatie en nieuwbouw moet rekening worden gehouden met het reduceren van hittestress en wateroverlast. Dit kan door de inrichting van groenblauwe schoolpleinen, de keuze van dakbedekking en realisatie van waterbergingen. Deze maatregelen moeten in de stichtingskostenraming worden meegenomen, waarna gezamenlijk bekeken kan worden hoe de dekking gerealiseerd kan worden (gemeente, schoolbestuur, fondsen en subsidies).
•
In het Programma onderwijshuisvesting en Innovatieprogramma onderwijshuisvesting werken Ministerie van OCW, Ruimte OK, VNG, PO raad en VO raad samen met het werkveld (schoolbesturen, gemeente, bouwsector) aan een aantal standaarden, leidraden en instrumenten. Dit gaat ook gemeente Vlaardingen en schoolbesturen helpen in de professionalisering en om projecten meer eenduidig te maken qua aanpak en berekeningswijze.
•
Routing en verkeersveiligheid bij scholen: Tijdens bewonersavonden over (aankomende) werkzaamheden bij scholen, is de verkeerssituatie rondom de school steeds vaker een onderwerp van gesprek. Steeds meer kinderen worden bij slecht weer of zelfs dagelijks met de auto naar school gebracht en van school opgehaald. Daarbij maken de ouders/verzorgers niet altijd goed gebruik van aanwezige kiss+ride stroken of parkeerplaatsen in de omgeving van de school. Vanuit de gemeente (Verkeer) wordt de samenwerking met de schooldirecteuren gezocht voor het analyseren van de situatie, zo mogelijk doorvoeren van veranderingen en het opstellen van verkeersprotocollen. Bij (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van onderhuisvesting zijn de routing voor voetgangers, fietsers en automobilisten en het parkeren van fietsen en auto's aandachtspunten in het project. Doel is enerzijds om de omstandigheden te optimaliseren en anderzijds om door communicatie en periodieke handhaving de gedragscomponent te beïnvloeden.
IH P o nd er wij s en b ewegin g sond e r w ij s 20 2 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
3.3
18
Gemeente Vlaardingen
4
Analyse bestaande situatie
In Vlaardingen bieden 25 scholen primair onderwijs aan. Leerlingen hebben de keuze uit christelijk (UN1EK), rooms-katholiek interconfessioneel (SIKO), openbaar (Stichting Wijzer in onderwijs), gereformeerd (LEV-WN), reformatorisch (Mantum) onderwijs en islamitisch onderwijs (Stichting Islamitisch College). Voor het voortgezet onderwijs hebben leerlingen de keuze uit openbaar (OSVS) en bijzonder onderwijs (Lentiz en St. Jozef Mavo) en de keuze uit de leerwegen VMBO, HAVO, VWO en gymnasium. Voor leerlingen die zich op een reguliere basisschool niet optimaal kunnen ontwikkelen, biedt het speciaal basisonderwijs (SBO De Kameleon) geschikt onderwijs. Het speciaal basisonderwijs is onderdeel van schoolbestuur Stichting Wijzer.
Het onderwijsveld in Vlaardingen is (o.b.v. leerlingenaantallen d.d.1 oktober 2025) als volgt verdeeld: Bestuur PO
Aantal scholen
Aantal locaties
Aantal leerlingen
%
Un1ek
9
12
2.860
46,59
Wijzer
9
10
1.582
25,77
SIKO
4
4
1.395
23,10
LEV -WN
1
1
105
1,74
Mantum
1
1
89
1,45
SIC
1
1
108
1,76
Totaal
25
29
6.139
100
Bestuur VO
Aantal scholen
Aantal locaties
Aantal leerlingen
%
OSVS
1
3
1.393
33,48
Lentiz
2
4
2.020
48,56
St. Jozef Mavo
1
1
747
17,96
Totaal
4
8
4.160
100
SBO/SO/VSO
Aantal scholen
Aantal locaties
Aantal leerlingen
%
Speciaal basisonderwijs
1
1
163
24,29
Speciaal onderwijs
1
1
111
16,54
Voortgezet speciaal onderwijs
1
1
152
22,65
Internationale Vos
1
1
245
36,51
Totaal
4
4
671
100
Het opgenomen aantal locaties is exclusief tijdelijke huisvesting van een aantal groepen op een ander adres.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Schoolbestuur Stichting Wijzer biedt op de Ericaschool speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan gericht op de ZML-doelgroep (Zeer Moeilijk Lerenden, cluster 3). Deze school heeft een regionale functie.
19
Gemeente Vlaardingen
Overzicht scholen en locaties Schoolbestuur
School IKC Ambacht - Locatie Goudsesingel IKC Ambacht - Locatie Chrysantstraat ’t Visnet IKC De Bavinck IKC Van Kampenschool- Locatie Paterstraat
UN1EK
IKC Van Kampenschool- Locatie Willem Pijperstr. IKC Van Kampenschool- Locatie Curaçaolaan IKC De Ark Het Anker Het Spectrum IKC Prins Willem Alexanderschool Avonturijn
SIKO
IKC De Hoeksteen IKC ‘t Palet Centrum IKC ‘t Palet Holy IKC Jan Ligthart IKC Jan Ligthart Jenaplanschool Vlaardingen
Wijzer
De Vriendschap IKC Erasmus OBS De Singel IKC Samen Wijs SBO De Kameleon De Globe IKC De Klimboom (V)SO De Ericaschool IKC De Wereldwijzer
LEV - WN
Het Christal
Mantum
Johannes Calvijnschool
Islamitisch College
IBS De Walvis
Schoolbestuur VO
School Groen van Prinstererlyceum
Lentiz
Geuzencollege onderbouw Holy Geuzencollege onderbouw West Geuzencollege onderbouw West Het College Vos
OSVS
Het Lyceum Vos De Mavo Vos Internationale Vos
St. Jozef Mavo
St. Jozef Mavo
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
De Schakel
20
Vlaardingen Holy (noord en zuid)
Vlaardingen Centrum, Oostwijk en Ambacht
I H P ond e r wi js e n b ewe gi ng so nd er wi js 202 5- 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Vlaardingen west
Gemeente Vlaardingen
Op de kaart: Locaties scholen en gymaccommodaties per wijk
Bron: Capaciteitsonderzoek bewegingsonderwijs Synarchis, 2025
21
Gemeente Vlaardingen
5
Vraag en aanbod
In dit hoofdstuk wordt op het niveau van de gehele gemeente en op wijkniveau, in beeld gebracht hoe de vraag naar onderwijshuisvesting zich verhoudt tot het aanbod ervan. De ruimtevraag wordt bepaald door de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Daarom wordt eerst weergegeven hoe de leerlingprognoses eruitzien.
5.1
Leerlingprognose 2024
De actualisatie van de leerlingprognoses in 2024 (teldatum 1/10/2023) heeft niet geleid tot andere inzichten, dan de prognoses 2019 die de basis vormden voor het IHP 2020-2029. De leerlingprognoses laten een stijgende lijn zien. De stijging heeft voor een groot deel te maken met het toevoegen van het aantal woningen aan de woningvoorraad, zoals de Rivierzone. Hierdoor stijgt de zogenaamde basisgeneratie, oftewel het aantal kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar.
prognose leerlingen primair onderwijs 6.800 6.600 6.400 6.200 6.000 5.800 5.600 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2035
2040
De leerlingenaantallen in de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn gebaseerd op de teldatum van 1 oktober van het voorgaande jaar. De andere jaren zijn op basis van de leerlingprognose primair onderwijs 2024.
prognose leerlingen voortgezet onderwijs 4.700 4.600 4.500 4.400 4.300 4.200 4.100 4.000 3.900 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2035
2040
De leerlingenaantallen in de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn gebaseerd op de teldatum van 1 oktober van het voorgaande jaar. De andere jaren zijn op basis van de leerlingprognose voortgezet onderwijs 2024. De prognose van het aantal leerlingen voortgezet onderwijs laat een stijgende lijn zien. De prognose is voor een gedeelte afhankelijk van de demografische ontwikkelingen in Schiedam en, in mindere mate, Maassluis. Er zijn kinderen uit Maasluis en Schiedam die voortgezet onderwijs volgen in Vlaardingen. Aan de andere kant gaan er ook kinderen vanuit Vlaardingen naar scholen voor voortgezet onderwijs in Schiedam en Maassluis.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
7.000
22
Gemeente Vlaardingen
5.2
Primair onderwijs: aanbod per wijk
In deze paragraaf wordt op wijkniveau aangegeven hoe de totale capaciteit aan onderwijsruimte zich verhoudt tot de totale ruimtebehoefte van scholen en wat in gebruik is door partners (kov). Ruimtebehoefte beschrijft het totaal aantal m2 bruto vloeroppervlak (bvo) dat scholen nodig hebben op basis van het totaal aantal leerlingen. Het verschil tussen capaciteit en ruimtebehoefte van onderwijs en kov wordt weergegeven in het gedeelte ruimtegebrek of leegstand. Voor elke wijk is een grafiek opgesteld.
Centrum 10.000 8.000
4.000 2.000 0 2024
2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
De grijze staven geven leegstand weer. In deze wijk is er voldoende onderwijscapaciteit om in de ruimtebehoefte van scholen te voorzien.
Westwijk
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2024
2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
De grijze staven geven leegstand weer. In deze wijk is er voldoende onderwijscapaciteit om in de ruimtebehoefte van scholen te voorzien. In bovenstaande grafiek is bij de beschikbare capaciteit geen rekening gehouden met de tijdelijke huisvesting van De Walvis op de Phillips de Goedestraat en met de tijdelijke huisvesting van de basisschool De Vriendschap in de wijk Mrija. Als beide tijdelijke huisvestinglocaties worden meegenomen in de beschikbare capaciteit, dan is in de komende jaren voldoende onderwijscapaciteit aanwezig in de Westwijk. Wat opvalt, is dat relatief veel ruimte in gebruik is door IKC-partners.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
6.000
23
Gemeente Vlaardingen
Oostwijk 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2024
2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
Holy Zuid
5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000 2024
2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
In Holy Zuid is sprake van ruimtegebrek gedurende een aantal jaren. De grijze staven onder de nullijn geven dit tekort weer. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de uitbreiding bij Palet Holy, oplevering begin 2027, en met de nieuwbouw van Samen Wijs, verwachte oplevering 2028/2029.
Holy Noord 8.000 6.000 4.000 2.000 0 -2.000 2024
2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
In Holy Noord is sprake van een ruimte tekort. De grijze staven onder de nullijn geven dit tekort weer. Dit tekort neemt de komende jaren toe. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de uitbreiding van de Hoeksteen, oplevering begin 2027, en nieuwbouw inclusief uitbreiding van Anker en Singel, verwachte oplevering 2029/2030.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
In de Oostwijk is nog ruimte om een eventuele lichte groei van leerlingen op te kunnen vangen binnen de beschikbare capaciteit.
24
Gemeente Vlaardingen
Ambachts Babberspolder 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 -2.000 2025
Ruimtegebrek-/ leegstand+
2026
2027
2028
2029
In gebruik door partner
2034 Ruimtebehoefte
In de wijk Ambacht/ Babberspolder ontstaat de komende jaren een tekort aan onderwijsruimte. De grijze staven onder de nullijn geven dit tekort weer. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de verhuizing van Het Christal naar het centrum en daardoor vrijkomende ruimte voor groei van de andere scholen in Ambacht / Babberspolder.
5.3
Speciaal basisonderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs
Voor het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs, wordt geen overzicht van vraag en aanbod op wijkniveau gegeven. Deze scholen werken wijk- en zelfs gemeente overstijgend. De leerlingprognoses 2024 laten voor zowel SBO als SO en VSO een vrij gelijkmatig verloop zien met een lichte stijging van het aantal leerlingen van 2029 tot 2040.
Prognose aantal leerlingen SBO SO VSO 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2024
2025
2026
2027 SBO
2028 SO
2029
2030
2035
2040
VSO
De SO/VSO scholen in Rotterdam hebben, door de groei van de vraag uit de eigen gemeente, minder capaciteit beschikbaar voor opvang van kinderen uit andere gemeenten. Het Samenwerkingsverband “Onderwijs dat past” heeft aangegeven dat er daardoor behoefte is aan uitbreiding van het aanbod binnen de regio Maassluis-Schiedam-Vlaardingen.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
2024
25
Gemeente Vlaardingen
5.4
Voorschoolse educatie
Voorschoolse educatie is een programma voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar dat hun ontwikkeling stimuleert op verschillende gebieden. Het wordt aangeboden op de peuterspeelzaal of bij de kinderopvang. Voorschoolse educatie is bedoeld voor kinderen die een achterstand hebben, bijvoorbeeld op het gebied van taal. Door het programma te volgen, kunnen zij hun achterstand inlopen en een goede start maken op de basisschool. Het consultatiebureau beoordeelt of een kind extra ondersteuning kan gebruiken en daarvoor een VE-indicatie krijgt. Kinderen met die indicatie kunnen deelnemen aan een voorschoolprogramma. In Vlaardingen zijn er (peildatum 1 dec 2025, bron LRK) 24 locaties die voorschoolse educatie aanbieden. Er zijn in totaal 822 kindplaatsen beschikbaar.
Bron: LRK, stand per 1/12/2025
aantal kindplaatsen (capaciteit)
WIJKEN
incl VE
Centrum
220
Oostwijk
92
Ambacht/ Babberspolder
93
Holy noord
92
Holy zuid
104
Westwijk
104
Broekpolder
117
Totaal
822
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Verdeling over de wijken:
26
Gemeente Vlaardingen
6
Kwalitatieve analyse
6.1
Bouwkundige kwaliteit
In de eerste helft van 2018 is voor alle onderwijsgebouwen van vóór 2016 de bouwkundige conditie gemeten. Gecertificeerde bouwkundigen hebben daartoe een conditiemeting aan de hand van de NEN 2767 norm verricht. Voor de verdere uitwerking van de plannen op de middellange en lange termijn zijn aanvullende en geactualiseerde bouwkundige conditiemetingen nodig bij een aantal panden.
De conditiemeting is voorwaardelijk voor de onderzoeksvraag die in 2020 is gesteld bij het opstellen van het IHP onderwijs: “Welke kosten zijn gemoeid met het opwaarderen van dit gebouw naar een algehele conditie 2?” 6.1.1 Conditiescores uitgelegd Hieronder volgt een korte omschrijving van de conditiescores 1 t/m 6: 1: zeer goed (nieuwbouw kwaliteit); 2: goed (acceptabel en vergelijkbaar met nieuwbouw, wel veroudering, geen onderhoudsschade of onderhoudsbehoefte); 3: redelijk (nog acceptabel, geen nieuwbouw, beperkte onderhoudsschade of onderhoudsbehoefte); 4: matig (duidelijke onderhoudsschade en een direct onderhoudsbehoefte); 5: slecht (grote onderhoudsschade en direct noodzakelijk groot onderhoudsbehoefte); 6: zeer slecht (grote onderhoudsschade echter door zeer slechte staat kan geen onderhoud meer gepleegd worden: technisch rijp voor de sloop, vervangen is noodzakelijk). 6.1.2 Bouwkundige conditie onderwijsgebouwen Voorafgaand aan het opstellen van het IHP in 2020 heeft de gemeente voor alle schoolgebouwen een bouwkundig rapport op laten stellen volgens de NEN 2767 norm, zoals beschreven in 6.1 en 6.1.1.> Vervolgens is samen met de schoolbesturen bepaald welke onderwijsgebouwen in aanmerking komen voor renovatie of voor vervangende nieuwbouw.
De huidige verordening bevat geen bruikbaar criterium op basis waarop een school in aanmerking zou kunnen komen voor vervangende nieuwbouw. De verordening stelt dat een onderwijsgebouw pas wordt vervangen indien onderhoud (renovatie) niet leidt tot een levensduurverlenging van 25 jaar. Bij een nadere analyse kan blijken dat bijvoorbeeld de kosten voor renovatie hoger zijn dan nieuwbouw (kapitaallasten), er vele onzekerheden zijn bij renovatie of dat nieuwbouw meer mogelijkheden biedt voor een duurzaam en toekomstbestendig gebouw.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
De NEN 2767 norm beschrijft op transparante, objectieve en éénduidige wijze hoe de technische toestand van een onderwijsgebouw of een deel daarvan moet worden vastgesteld. Dit gebeurt met een gestandaardiseerde methode voor het registreren, kwalificeren en kwantificeren van gebreken aan bouwdelen. Op basis van de gebreken die een bouwdeel bevat, wordt de mate van degradatie bepaald ten opzichte van nieuwbouw kwaliteit. Dit wordt uitgedrukt in een getalswaarde, de conditiescore van 1 t/m 6. In paragraaf 6.1.1 wordt dieper ingegaan op de conditiescores.
27
Gemeente Vlaardingen
Hiervoor wordt de volgende procedure gevolgd: • schoolbesturen geven zelf de opdracht voor het laten opstellen van een nieuw bouwkundig rapport als onderbouwing dat bijvoorbeeld het schoolgebouw niet meer te renoveren is, maar toe is aan nieuwbouw; • na ontvangst van het bouwkundig rapport door de gemeente, wordt dit door de gemeente beoordeeld; • Indien daar aanleiding voor is, wordt een second opinion uitgevoerd door een partij die door de gemeente is uitgekozen. Bij het uitvoeren van de second opinion is het bouwkundig rapport dat door de schoolbesturen is aangeleverd het uitgangspunt; • op basis van de second opinion wordt besloten of: het bouwkundig rapport dat door de schoolbesturen is aangeleverd wordt geaccepteerd met het schoolbestuur in overleg wordt gegaan, omdat er een verschil in uitkomst is tussen het bouwkundig rapport van de schoolbestuur en de second opinion van de gemeente.
IH P o nd er w ij s en b ewe gi ng son d er wi js 2 025 - 2040, Vlaard in g en - n r 2045268
Als schoolbesturen in aanmerking zouden willen komen voor een andere uitvoering van een project dan zoals deze in het IHP is opgenomen, dan is hiervoor een onderbouwing nodig.
28
Gemeente Vlaardingen
7
Projecten - Uitvoeringsprogramma 2025-2029
In de hoofdstukken 5 en 6 zijn de kwantitatieve en kwalitatieve aandachtspunten bij de schoolgebouwen benoemd. Om deze aandachtspunten op te lossen zijn verschillende scenarios mogelijk. In de voorliggende beschrijvingen is een actualisatie opgenomen voor het uitvoeringsprogramma 2025-2029. Uitgangspunten voor het bepalen van de omvang bij uitbreiding of nieuwbouw, zijn: het aantal leerlingen over een periode van 8 jaar van de laatste leerlingprognose, het aantal m2 bvo van het huidige onderwijsgebouw en de bouwkundige conditie van een gebouw.
a b c d e f
Scenario's uitvoering handhaven status quo in deze planperiode (volwaardige) renovatie vernieuwbouw vervangende nieuwbouw uitbreiding realiseren van ruimte voor kinderopvang
7.1.1 Handhaven status quo Voor sommige scholen wordt de status quo gehandhaafd in het uitvoeringsprogramma 2020-2029. Dit betekent dat deze gebouwen geen noemenswaardige kwantitatieve of kwalitatieve knelpunten kennen, die in het uitvoeringsprogramma tot 2029 aandacht behoeven. 7.1.2 Uitbreiding In de wijken Holy Noord, Holy Zuid en in Ambacht/Babberspolder is een tekort aan ruimte voor het primair onderwijs. Het tekort aan ruimte wordt berekend door de ruimtebehoefte af te zetten tegen de capaciteit van de onderwijsgebouwen. De ruimtebehoefte is gebaseerd op de leerlingprognose die in januari 2024 is opgesteld en is gebaseerd op teldatum 1 oktober 2023. Bij het bepalen van de capaciteit van de onderwijsgebouwen zijn de ruimten die in gebruik zijn door IKC-partners (zoals kinderdagopvang en peuteropvang) niet meegerekend. Het tekort aan onderwijsruimte kan worden opgelost door uitbreiding van de onderwijsgebouwen. 7.1.3 Ruimte voor kinderopvang Om Integrale Kindcentra (IKC) te realiseren wordt per project voor uitbreiding, nieuwbouw en/of renovatie in overleg met de gemeente, het schoolbestuur en een kinderopvangorganisatie gekeken of IKC-vorming realiseerbaar is en hoeveel ruimte dan gerealiseerd moet worden voor kinderopvang.