Bijlage 1 - Evaluatie toepassing risicoprofielen
Tekst van het document
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN
A.
Aanleiding en voorgeschiedenis
Op 6 april 2023 heeft de raad de Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Aanleiding was de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Achtergrond voor deze wetwijziging vormde de grote afstand tot die gemeenschappelijke regelingen (GR-en) die door gemeenteraden in Nederland werd ervaren. Daarmee kwam de democratische legitimatie van die GR-en ook onder druk te staan. Met andere woorden: de wijze waarop en de mate waarin een gemeenteraad invloed heeft op een GR werd als onvoldoende beschouwd. De wetswijziging bood mogelijkheden om de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het bestuur van een GR te verbeteren. De gemeente Vlaardingen heeft in de implementatienota ervoor gekozen bij het vergroten van die raadsbetrokkenheid de toepassing van zgn. risicoprofielen als sturingsinstrument centraal te stellen. Deze risicoprofielen hebben een tweeledig ‘sturend’ doel: a) ondersteunend en richtinggevend voor reguliere ambtelijke afstemming en (bestuurlijk) overleg; b) kaderstellend voor de onderbouwing van de zienswijzen op de ontwerpbegrotingen zoals die elk jaar in het voorjaar worden ingediend. De risicoprofielen worden opgesteld op basis van een Financiële Analyse (FA) en een Bestuurlijke Analyse (BA). Met behulp van vragenlijsten per analyse krijgt een GR een bepaald risicoprofiel toebedeeld, van Laag tot Hoog.
Op basis daarvan wordt een specifiek sturingspakket toegekend, met elk een eigen zwaarte van betrokkenheid van de raad, met daarbij voor elke gemeenschappelijke regeling specifiek te benoemen acties of handelingen. Er worden drie verschillende sturingspakketten onderscheiden: 1) Basis: geen aanpassing van hetgeen nu al gangbaar is bij begroting en jaarrekening 2) Versterking: schaalt rapportage- en overlegmomenten op; 3) Intensivering: scherpt dat nog verder aan. Die versterking en intensivering werd in de implementatienota in algemene zin1 omschreven. De praktijkvertaling van deze systematiek is in Bijlage 1 weergegeven. Deze bijlage is ook opgenomen in alle profielrapportages die het college jaarlijks vaststelt. De volledige beantwoording van de vragenlijsten zijn ook vaste bijlagen van die rapportages. Bij de commissiebehandeling van de implementatienota werd de toezegging (1417) gedaan jaarlijks een vast moment te kiezen om de stand van zaken van de toepassing Wet gemeenschappelijke regelingen in de praktijk te bespreken en om ook jaarlijks het functioneren van de GR-en te evalueren. Dit geschiedt door in het najaar de toepassing van de profilering in dat jaar met de Auditcommissie te bespreken. Ook in de nota zelf is opgenomen dat er één keer tijdens een raadsperiode, bij voorkeur halverwege, de GR-en integraal worden geëvalueerd.
Daartoe strekt deze evaluatieve rapportage, die toegespitst is op het gebruik van de Risicoprofielen na twee jaar van algemene toepassing in 2024 en 2025. B.
Pilot Rogplus 2023 en eerste toepassing in 2024
De pilot De keuze om met Rogplus deze pilot te doen was ingegeven door de veronderstelde complexiteit die in deze samenwerking vervat is. Het betreft namelijk een fors deel van de gemeentebegroting en het gaat om direct invoelbare uitvoering (ondersteuning kwetsbare personen; WMO, Beschermd Wonen en Jeugdhulp). Bovendien waren toen recent, per 1 januari 2023, de taken fors uitgebreid met de jeugdhulpopdracht. Het momentum was daarmee ook passend om Rogplus als pilot te gebruiken. De pilotbevindingen werden eind 2023 besproken met de Auditcommissie. Daarin werd vastgesteld dat het instrumentarium voor risicoprofilering alleen effectieve waarde kan behouden als het meebeweegt – evolueert – met de praktijk en met mogelijk herziene inzichten op het gebied van monitoring en bijsturingskaders. Deze pilot was daarmee feitelijk een eerste moment voor bijstelling van de kaders. Dat bleek ook nodig. De in de nota opgenomen vragen om het bestuurlijk risico en het financieel risico te kunnen beoordelen volstonden niet; deze bleken te algemeen en te globaal geformuleerd. Daarom is de bevraging uitgebreid en verdiept. Vanuit de gedachte van ‘permanente 1 In de implementatienota werd nog gesproken van pakketten Goud, Zilver en Brons. Die benaming werd na de
pilotfase veranderd in Basis, Versterkt en Intensief.
1
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN beleidsdynamiek’ werd jaarlijkse ‘controle’ op het gehele instrumentarium gewenst, hetgeen ook aansloot bij de eerder vermeldde toezegging voor jaarlijkse bespreking ervan. Daarnaast was er de wens om belangrijke onderdelen voldoende gewicht toe te kennen; niet alle vragen zijn immers even belangrijk voor het opmaken van een risico inschatting. Beoogd werd dit na de eerste toepassing in 2024 te overwegen. Eerste toepassing in 2024 Bij de eerste volledige uitrol was sprake van beperkte uitbreiding van de vragen. Een versnelde aanpassing betrof de technische berekening van het risico (door middel van gewogen scores). Omdat niet alle onderdelen van de vragenlijst als even zwaarwegend werden gezien én een kritisch oordeel over een zwaarwegend aspect ook echt voldoende moet meewegen in het eindbeeld, is een rekensystematiek gemaakt dat daar recht aan doet2. In naastliggende tabel staan de risicoscores per analyse en totaal. Tegelijkertijd werd een stap gezet om het gehele proces intern/ambtelijk te borgen. Daartoe is structureel overleg/afstemming met alle accounthouders ingesteld (Collegiale Leerkring GR-sturing). In maart stelde het college de risicoprofielen vast; de algemene uitkomsten werden met de Auditcommissie besproken.
Bij het opstellen van de zienswijzen op de ontwerpbegrotingen 2025 is rekening gehouden met de vastgestelde risicoprofielen. Vanwege het Versterkt Sturingspakket werd in de zienswijzen van Rogplus en Stroomopwaarts expliciet verwezen naar het risicoprofiel. Voor Stroomopwaarts betekende dat onder andere dat er in het najaar 2024 een Opdrachtbrief 3 werd opgesteld, waarin wij onze wensen en prioriteiten voor 2026 hebben aangegeven. C.
Tweede toepassing in 2025
In aanloop naar de vaststelling van de risicoprofielen 2025 is, net als in 2024, met alle GR-en gesproken over de concept-antwoorden en toelichtingen, over de soms andere scores dan in 2024, over het gebruik van de profielen in algemene zin en over de nieuwe vragen over bezwaarratio’s en bestuurlijke effectiviteit. Daarnaast werd de weging van scores aangepast, waardoor ‘slechtere scores’ relatief meer gewicht in de schaal leggen4. De actuele vragenlijsten 2025 FA en BA zijn als Bijlage 3 en 4 aan deze rapportage toegevoegd. Op 18 maart 2025 heeft het college de (bijgestelde) risicoprofielen vastgesteld en via de Auditcommissie aangeboden aan de raad. Om de uitkomst te kunnen vergelijken met die van 2024 zijn hieronder de scores van 2024 fictief aangepast naar de 2025-berekening:
2
Per vraag werd gewogen gescoord Laag-Middel-Hoog > Laag krijgt een score 1, Middel 2 en Hoog 3. Voor het totaal percentage per BA of FA wordt daarnaast een fictieve top (op 100%) ingesteld. 3 Vanaf de profielvaststelling 2025 wordt niet meer gesproken over een Opdrachtbrief, maar over een Kaderbrief. 4 Laag krijgt een score 1, Middel 3 en Hoog 5. Voor het totaal percentage per BA of FA wordt daarnaast een fictieve top (op 120%) ingesteld, zodat de uitkomsten ook passen binnen het realiteitsbeeld, en er nog ruimte voor ‘slechtere’ scores is aan de bovenkant.
2
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN (aangepast)
Kijkend naar de uitkomsten in 2025 valt op de totale gemiddelde risicoscore lager is (29%) dan het fictief verzwaarde gemiddelde in 2024 (33%). Die verbetering zit met name in de FA (van 35% naar 30%). Daarmee lijken de financiële risico’s dus iets kleiner te zijn geworden, met variatie per GR. Rogplus blijft hoog scoren (74%). Dat een aantal GR-en op BA hoger scoren is verklaarbaar door de matige scores op de nieuwe vragen op het gebied bezwaarratio en bestuurlijke effectiviteit (zie de vragen 11 en 12 van de BA, Bijlage 4). In vergelijking met 2024 is, naast Stroomopwaarts en Rogplus, een derde GR die met deze scores voor een Versterkt Sturingspakket in aanmerking komt: de GRJR. Deze drie GR-en binnen het Sociaal Domein vormen de - niet onverwachte - kopgroep. De eerste twee doen het nu beter dan vorig jaar. Er is geen causaal verband aan te wijzen, maar mogelijk is de aanscherping vanuit het Versterkt Sturingspakket voor beiden positief van invloed geweest. Links: de risicoprofielen 2025
Rechts: de sturingspakketten 2025
De inhoud van de sturingspakketten is - bij vaststelling van de risicoprofielen door het college bepaald in de integrale risicoprofielrapportages, waarin de hoofdlijnen van de FA- en BA-analyses worden besproken. Zoals eerder opgemerkt, hebben de risicoprofielen mede als doel de zienswijzen op de GRontwerpbegrotingen gerichter te kunnen onderbouwen, vanuit de Vlaardinger wensen om meer sturingsgrip voor de raad te bewerkstelligen. Daarom werd in alle raadsvoorstellen voor die zienswijzen op de ontwerpbegrotingen 2026 verwezen naar het betreffende risicoprofiel. Als er sprake is van een verhoogd risico wordt dat in de in te dienen zienswijze als specifiek aandachtspunt opgenomen. In de betreffende raadsvoorstellen werd ook expliciet de afweging gemaakt of het opstellen van een zgn. Kaderbrief deel uitmaakt van dat versterkte sturingspakket. Voor Rogplus en GRJR werd daarvan afgezien. Voor Stroomopwaarts heeft het college de Kaderbrief op 4 november 2025 vastgesteld, na raadsconsultatie over de hoofdlijnen/strekking van die brief.
3
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN D.
Evaluatie 2025
1. Reflectie door de Gemeenschappelijke regelingen Aan alle acht GR-en is gevraagd een vragenlijst in te vullen over hun ervaringen en opvattingen over de toepassing van risicoprofielen door Vlaardingen. In Bijlage 2 is een anoniem overzicht van de beantwoording opgenomen. Vastgesteld kan worden dat de GR-en in overwegende zin positief staan tegenover onze werkwijze. Deze uitkomst sluit aan uit de praktijkervaringen. Met alle GR-en werden de concept-antwoorden besproken. Soms gaf dat aanleiding tot aanpassing of nuancering in de toelichting. Deze GRbetrokkenheid wordt zeer gewaardeerd, door GR-en en door de gemeente Vlaardingen. GR-en die beleidsarm zijn iets terughoudender in hun oordeel, hetgeen vanuit die ‘uitvoerende taakstelling’ ook goed verklaarbaar is. Algemene verbetermogelijkheden liggen bij de toepasbaarheid (vragen 10 en 11), voor zowel de gemeente als voor de GR zelf, zo kan worden opgemaakt uit de antwoorden. De verwijzing naar de risicoprofielen is mogelijk niet expliciet, onvoldoende benoemd bij ambtelijke en bestuurlijke ‘handelingen’. De suggesties voor toekomstig gebruik zijn bemoedigend, zie onderstaande suggesties: - Gewoon doorgaan! - De governancerol van de gemeenten blijft van belang (de GR heeft daarnaast ook eigen verantwoordelijkheid). - De toepassing door Vlaardingen wordt als voorbeeld voor andere gemeenten genoemd.
- Is het een overweging om dit met alle gemeenten (samen) (ook voor andere GR-en) te doen? - Het is een relatief zwaar instrument voor beleidsarme GR. - Graag terugkoppeling hoe de raad het gebruikt. - Compliment voor gestructureerde aanpak en interactie. 2. Reflectie door de Auditcommissie Op 1 oktober 2025 werd met de Auditcommissie de evaluatieve kaders verkend en aan de commissie gevraagd welke onderdelen bij de evaluatie aandacht vergen. Daarbij werden o.a. de volgende aspecten benoemd: a) Gebruik bij zienswijze. In alle raadsvoorstellen werd verwezen naar de risicoprofielen en aangegeven of er, als nadere uitwerking van de zienswijze op de ontwerpbegroting, in het najaar een Kaderbrief zou worden opgesteld. Voor GR-en met een Versterkt Sturingspakket was dat een verplichte afweging. Bij de behandeling in commissies en raad vormden de risicoprofielen en die afweging geen onderwerp van bespreking. De grote informatie- en vergaderdruk in die raadsperiode (mei) was daar mogelijk mede debet aan. In elk geval kan worden vastgesteld dat de raadsbetrokkenheid om ‘beter aan de knoppen te kunnen draaien’ via dit proces nog niet uit de verf is gekomen. b) Inhoudelijk nog beperkt. Vanaf de start is het de bedoeling voor alle GR-en prestatie-indicatoren (PI’s) op te laten stellen (amendement Molenaar).
Alvorens vanuit deze algemene opdracht tot invulling per GR over te kunnen gaan, was het van belang de inhoud en het proces van de risicoprofilering voldoende ‘volwassenheid’ te laten krijgen. Dat is na twee toepassingsjaren het geval. Met ingang van 2026 zal het PI-onderdeel worden opgepakt, niet als uitbreiding van de vragenlijsten, maar als eigenstandig instrument. Binnen de risicoprofielrapportages zal daar ook op worden ingegaan, gekoppeld aan het vaststellen van sturingspakketten. Een sturingspakket kan de aanzet tot PI-keuzes leveren, maar er is ook sprake van wisselwerking als uit monitoring van vastgestelde PI’s aanleiding blijkt in het sturingspakket specifieke acties op te nemen (zie verder onder 3, hiernavolgend, voor het toekomstig perspectief). c) Feitelijke sturing door raad is gering. Beide hiervoor genoemde aspecten hebben ertoe bijgedragen dat de risicoprofieltoepassing tot nu toe te veel een instrument voor de ambtelijke organisatie en het college is geweest. Het versterken van de sturingspositie van de raad vergt meer dan tot nu mogelijk was. Herkenbare ontwikkelstappen om die positie te verbeteren zijn dan ook gewenst. Het wordt waardevol gevonden om jaarlijks (najaar) met de Auditcommissie de algemene GRvoortgang evaluatief te bespreken vanuit de risicoprofilering.
Het is ook een goede invulling van de toezegging om jaarlijks het algemeen functioneren van de GR-en te bespreken. d) Resultaten? De meerwaarde voor de ambtelijke afstemming en de bestuurlijke oriëntatie is aanwezig. Het is nog te kort dag om na te kunnen gaan of ‘scherpere zienswijzen’ ook effecten oplevert. De vraag “wat leveren onze inspanningen en suggesties op” is uiterst evenwel relevant. Daarom zal vanaf 2026 bij de
4
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN vaststelling van de risicoprofielrapportages extra aandacht worden gegeven aan de resultaten van onze ingebrachte wensen en suggesties. Als extra bijlage zal een Bestuurlijke Effectmonitor (BEM) worden toegevoegd, waarin samenvattend wordt gerapporteerd wat er door Vlaardingen in het voorafgaande jaar (2025) werd bepleit en of daar ook gevolg of invulling aan werd gegeven door de GR. 3. Doorgroei- en ontwikkelperspectief De GR-en en de Auditcommissie hebben diverse waarnemingen en suggesties aangedragen. De ‘dagelijkse praktijkwaarde’ voor m.n. ambtelijke afstemming kan meer aandacht krijgen. Verkennen van regionale toepassing van de Vlaardingse werkwijze vergt veel tijd, met waarschijnlijk niet veel zicht op spoedig vervolg (door andere gemeenten). Ook binnen MVS-verband – Stroomopwaarts en Rogplus – is dit een complex vraagstuk. De wens tot afstemming, ook om lobbykracht te bundelen, is wel aanwezig, maar gemeenten hechten aan hun eigen processen en instrumentaria. Het vaststellen van PI’s zal met ingang van 2026 worden opgepakt en ingevuld. Daarbij is de wijze waarop dit voor een deel al wordt ingevuld via de Kaderbrief voor Stroomopwaarts zowel een goed voorbeeld als een waardevol opletpunt. PI’s zijn er in veel soorten en maten.
Voor het versterken van de raadssturing is het van belang die PI’s ook specifiek te omschrijven en af te bakenen. Veel praktijkindicatoren (hoeveel personen maken gebruik van voorziening X, bijvoorbeeld) zijn niet vooraf beïnvloedbaar door een gemeenteraad. Om daar toe sturing aan te geven vergt goede doordenking van wat er precies als PI’s kan worden gekozen. Daarnaast zal dit voor de verschillende GR-en ook een divers beeld aan mogelijkheden opleveren. Dat heeft te maken met de aard van opdrachtstelling, als er bij de uitvoering weinig beleidsmatige beïnvloedingsruimte is. Daarnaast speelt het aantal partners binnen de GR ook een rol. Dit laatste aspect wordt in de Bestuurlijke Analyse al meegenomen, en heeft daar ook een substantieel effect op de betreffende scores (bijvoorbeeld voor de MRHD: Vlaardingen heeft binnen het AB 4% stemrecht). Alvorens deze stap te zetten, is het verstandig om met de (nieuwe) raad vóór het zomerreces in 2026 te verkennen welke kaders voor deze PI-vaststelling in acht genomen (kunnen) worden. In de volgende paragraaf (E) wordt hier nader op ingegaan. Voor 2026 staat ook een kleine uitbreiding van de vragenlijsten gepland. Aan GR-en zal worden gevraagd op welke wijze aandacht wordt besteed aan M&O-beleid (misbruik en oneigenlijk gebruik). Dit zal m.n. voor de GR-en met sociale voorzieningen relevant zijn.
Detailaanpassingen in de bevraging zullen jaarlijks altijd mogelijk zijn, waarbij de vergelijkbaarheid met voorafgaande jaren intact moet blijven (zie ook hieronder in paragraaf E). Ook zal er extra aandacht zijn voor het vastleggen van normenkaders voor de scorebeoordeling (Laag, Middel of Hoog) per vraag van de FA- en BA-analyses. In het Raadsmemo d.d. 18 maart 2025 heeft het college al een tipje van die sluier aangestipt: voor het beoordelen van bestuurlijke invloedsverhoudingen wordt al aan normenkader toegepast (i.c. vraag 12A van de BA; onder de 5% stemrecht wordt als geringe invloed gezien, en dat betekent risicoscore Hoog). Het werken met normenkaders wordt verder uitgebreid, zodat subjectieve waardering bij het toekennen van risicoscores zo veel mogelijk wordt vermeden. E.
Integraal Beleidskader Sturing Verbonden Partijen 2026-2030
De Nota Implementatie Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen was een momentopname: hoe pakt de gemeente Vlaardingen vanaf 2023 de opdrachten op die voortkomen uit de aanpassingen van de Wgr in 2022? In die implementatienota werden de algemene kaders geschetst: voor de GR-en gaan we met risicoprofielen werken, en op de overige verbonden partijen wordt separaat teruggekomen. Die laatst opdracht werd initieel aangehouden totdat er substantiële ervaring was opgedaan met de risicoprofielen. Vanuit die ervaringskennis kan immers onderbouwd worden of, en zo ja in welke mate, voor die overige Verbonden partijen5 op soortgelijke wijze het risicobeheer op het in eerste aanleg lager ingeschat belang kan worden vormgegeven. Inmiddels heeft de risicoprofilering een stevige basis gekregen. Er zijn forse uitbreidingen in de vraagstellingen gekomen en de werkwijze is goed ingeburgerd, ook bij de GR-en. Hoewel er nog een inhoudelijke verdiepingsslag moet worden gemaakt, lijkt het goed moment om een structurele balans
5 Dit betreft een vijftal deelnemingen die als vennootschap/corporatie opgenomen zijn binnen de
begrotingsverantwoording: IRADO, Evides, Bank Nederlandse Gemeenten, Stadsherstel Maassteden en Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland.
5
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN op te maken, en die ook (opnieuw) vast te laten leggen door de raad. Daarmee wordt de nu gegroeide praktijk ‘gemodificeerd’/bevestigd. Daartoe wordt voorgesteld om het college de opdracht te geven in het najaar 2026 een nieuwe Nota Sturing Verbonden Partijen aan de raad voor te leggen. In die nota worden de beleidskaders vastgelegd voor de (raads)sturing voor de bestuursperiode 2026-2030 op alle verbonden partijen: de acht GR-en, de vijf deelnemingen die begrotingsverantwoording kennen én de overige samenwerkingsverbanden waarbij sprake is van bestuurlijke vertegenwoordiging/afvaardiging en van een financiële relatie (bijvoorbeeld subsidie, zoals bij het CJG het geval is). Beoogd wordt deze kaders vierjaarlijks, aan het begin van een nieuwe raadsperiode, te herijken. Voor 2026 staat eerst nog een inhaalslag op de agenda. De inhoudelijke verdieping met PI’s krijgt vorm. Gestreefd wordt naar een overzichtelijk aantal PI’s per GR (10-15?) die gericht zijn op de verwachtingen die raad heeft voor sturing vanuit het perspectief van de eigen bevoegdheden en mogelijkheden. Met de nieuwe raad wordt vóór het zomerreces 2026 verkend of die opdrachtrichting gelijksoortig voor alle GR-en passend is, dan wel of er maatwerk geboden is.
Die verkenning zal ook direct een vervolg krijgen: het vaststellen van die PI’s wordt in de handen van de raad gelegd. Dat kan door de PI’s op te nemen in de Kaderbrief, min of meer analoog aan de bestaande werkwijze richting Stroomopwaarts. Met dien verstande dat de Kaderbrief: ➢ Door de raad wordt verstuurd/ondertekend, zoals ook met zienswijzen het geval is ➢ De Kaderbrief een vast/verplicht instrument wordt voor alle GR-en Momenteel is het opstellen van een Kaderbrief een mogelijkheid en optie binnen een toegekend Versterkt Sturingspakket. Deze Kaderbrief wordt door het college vastgesteld, gehoord (consulatie) de raad over de hoofdlijnen van die brief. Dat gaat in dit voorstel dus veranderen: het is een afweging en handeling van de raad. In overweging is nog of een ‘afwijkingsclausule’ mogelijk is; dan zou onder zwaarwegende argumentatie kunnen worden afgezien van PI’s en een Kaderbrief. Maar de regel zou worden: in beginsel voor alle GR-en van toepassing. Oók als er een Basis Sturingspakket is toegekend. Het college is van mening dat hiermee de inhoudelijke verdieping gekoppeld wordt aan het versterken van de sturingspositie van de raad. Schematisch kan het volledige risicoprofielproces als volgt worden geschetst:
In termen van beleidscycli kan dit proces als volgt worden weergegeven (zie afbeelding hiernaast), met de kanttekening/ aanvulling dat het ‘voorbereiden’ de facto ook het vastleggen van PI’s in Kaderbrieven omvat.
6
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN BIJLAGE 1
Sturingspakketten
De risicoanalyse geschiedt aan de hand van de volgende criteria: De omvang van het maatschappelijk belang Gemeenschappelijke Regelingen dienen over het algemeen een openbaar of maatschappelijk belang. De mate waarin de (lokale) keuzes mogelijk en wenselijk zijn met betrekking tot de invulling en uitvoering van de betreffende taak kan hierbij verschillen. Dat geldt dus ook voor de behoefte aan controle en bestuurlijke (bij)sturing. Het financiële belang of de risico's Hoe meer gemeentelijke middelen er omgaan in een regeling, des te groter de behoefte aan sturing zal zijn. Hierbij is de mate van inkadering van bestedingen en de omvang van eventuele financiële risico's van belang. Uitgangspunt is dat een GR geen onnodige reserves opbouwt. De mate van beïnvloeding De vorm van de samenwerking is bepalend voor de mate waarin invloed kan worden uitgeoefend. Een getalsmatig minder zware stem heeft in het beleid van een GR biedt ook minder ruimte aan eigen lokale sturing. De actualiteit Het kan zijn dat een GR aan de vooravond staat van een groot project of dat er een nieuw jaar na een veranderopgave wordt ingegaan of dat er net een grote bezuinigingsopgave is geweest. De actualiteit kan een reden zijn om een gemeenschappelijke regeling (tijdelijk) extra te volgen.
Kwalitatieve en inhoudelijke analyse Elke gemeenschappelijke regeling voert taken en/of diensten uit voor de gemeente of besteedt deze uit aan derden. Op basis van de beleidskaders die zijn gesteld worden per gemeenschappelijke regeling prestatie indicatoren opgesteld. Basis Pakket De gemeenteraad wordt over Gemeenschappelijke Regelingen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Dit gebeurt in de paragraaf Verbonden Partijen waar dus zowel publieke als publiek-private samenwerkingen zijn opgenomen. Versterking Pakket Aanvullend op het Basis Pakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage van de gemeente geïnformeerd over deze gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast zal het bestuurlijke en ambtelijke overleg met deze gemeenschappelijke regelingen intensiever zijn dan bij de Partijen in het Basis Pakket. Tot slot worden deze gemeenschappelijke regelingen ook periodiek geagendeerd in het college. Te overwegen is om deze gemeenschappelijke regelingen eens per half jaar (of kwartaal) ter informatie te agenderen in de raadscommissie. Intensivering Pakket Aanvullend op het Versterking Pakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke overleg nog verder geïntensiveerd. Dit houdt bijvoorbeeld in dat: • De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de P&C documenten van de gemeenschappelijke regeling.
Naast begroting en jaarstukken, gaat het daarbij om tussentijdse rapportages. • Zo nodig wordt de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd (ook buiten de P&C documenten om); niet alleen financieel maar ook op de inhoud. • Er is een (nog) hogere frequentie van bestuurlijk en ambtelijke overleggen. • De focus bij het rapporteren zit in de risico’s, financieel en inhoudelijk, die de gemeente loopt. Er worden vijf verschillende risicoprofielen onderscheiden: 1. Laag 2. Laag/gemiddeld 3. Gemiddeld 4. Gemiddeld/hoog 5. Hoog
7
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN
Er zijn drie sturingspakketten: Basis, Versterking en Intensivering. Risicoprofiel 1 Laag 2 Laag/middel 3 Gemiddeld 4 Gemiddeld/hoog 5 Hoog
Pakket Sturingsmaatregelen Basis Pakket Basis Pakket Versterking Pakket Intensivering Pakket Intensivering Pakket
8
Overweging om extra te volgen Nee Nee Kan, na goede afweging Aannemelijk, na goede afweging Ja
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN BIJLAGE 2
Reflectie door de GR-en
9
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN BIJLAGE 3
Vragen Financiële Analyse (FA) 2025
10
EVALUATIE TOEPASSING RISICOPROFIELEN GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN BIJLAGE 4
Vragen Bestuurlijke Analyse (BA) 2025
11