Bijlage 1 - Bijlage bij set indicatoren (transformatie) sociaal domein
Tekst van het document
BIJLAGE bij de aangepaste set indicatoren (transformatie) sociaal domein januari 2026 Aanpassingen en aanvullingen ten opzichte van de set indicatoren d.d. 12 juni 2025 In deze bijlage zijn aanpassingen en aanvullingen ten opzichte van de op 12 juni 2025 door de gemeenteraad vastgestelde set indicatoren transformatie sociaal domein verwerkt. De set indicatoren die het college in januari ter vaststelling aan de raad voorlegt, is de ‘schone’ versie. In DEEL I (maatschappelijke effecten) treft u voor de overzichtelijkheid eerst de versie van 12 juni 2025 met de uitwerking op hoofdlijnen en daarna de volledige uitwerking van de effectindicatoren. Bij de ontwikkeling van het digitaal dashboard zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in de prestatieindicatoren (DEEL II) of opmerkingen toegevoegd in het dashboard, bijvoorbeeld omdat er nieuwere bronnen met (meer) leeftijdsgroepen beschikbaar waren. Maar het kan ook gaan om een tekstuele, redactionele aanpassing. Daar waar iets gewijzigd of aangevuld is ten opzichte van de versie van 12 juni 2025, is dit vet aangegeven in een rij onder de betreffende indicator. DEEL I Maatschappelijke effecten versie 12 juni 2025 met de hoofdlijn van de uitgewerkte versie MAATSCHAPPELIJK EFFECT A. Mensen voelen zich betrokken bij elkaar en kijken naar elkaar om B. De sociale basis in de buurten1 wordt sterker C.
Inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving D. Inwoners kunnen zich ontplooien E. Het beroep op individuele voorzieningen in het kader van de Wmo neemt af
VOORSTEL EFFECTINDICATOR(EN) Zie indicatoren van subdoel 1.4.2 in deel II
Hoofdlijn uitwerking Is verder uitgewerkt.
Is verder uitgewerkt. Zie indicatoren van subdoel 1.4.3 in deel II
Is verder uitgewerkt.
Is verder uitgewerkt. -gebruik van individuele voorzieningen in het kader van de Wmo
Het effect zoals hier benoemd, is in de uitwerking tevens een indicator, namelijk het gebruik van voorzieningen en de daarbij horende kosten. Dit komt ook terug bij effect K (Wmo en jeugdhulp). Om dubbelingen te voorkomen, komt in de nieuwe versie effect K in de plaats van E en F die daarmee vervallen.
1 In eerste instantie in de aandachtsgebieden, behalve de Westwijk
1
F.
Het beroep op individuele voorzieningen in het kader van de Jeugdwet neemt af G. Ondersteuning & zorg zijn goed vindbaar en goed toegankelijk voor inwoners H. Ondersteuning & zorg worden tijdig en zo dichtbij als mogelijk geboden
We zetten in op normalisering J. Door vroegtijdige signalering en vraaggericht, laagdrempelig en preventief aanbod wordt het beroep op (zwaardere) ondersteuning & zorg (gedeeltelijk) voorkomen of uitgesteld K. Voor inwoners die dit nodig hebben is (ook in de toekomst) tijdig passende ondersteuning of zorg beschikbaar L. De effectiviteit van de inzet binnen het sociaal domein verbetert M. De efficiëntie van de inzet binnen het sociaal domein verbetert
-gebruik van individuele jeugdhulpvoorzieningen
Inhoudelijk wijzigt er niets; de indicator blijft behouden. Zie hierboven.
Is verder uitgewerkt.
-wachttijd tot start ondersteuning of zorg in het kader van de Wmo en jeugdhulp -aantal jeugdigen op wachtlijst, uitgesplitst naar zorgtype -aantal inwoners op wachtlijst voor Wmo-voorzieningen, uitgesplitst naar zorgtype
I.
Is verder uitgewerkt.
Is vervallen, het is een leidend principe. Is verder uitgewerkt.
Kosten inzet individuele voorzieningen in het kader van de Wmo en jeugdhulp
Het effect is behouden en verder uitgewerkt als E (zie de toelichting hierboven bij E). Is verder uitgewerkt.
Is verder uitgewerkt.
DEEL I Uitwerking effectindicatoren MAATSCHAPPELIJK EFFECT A. Mensen voelen zich betrokken bij elkaar en kijken naar elkaar om
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
% Inwoners dat zich betrokken voelt bij de mensen die in hun buurt wonen2
5% ja, bij (bijna) iedereen, 24% ja, bij de meeste wel; 48% bij sommigen wel, sommigen niet; 13% nee, bij de meeste mensen niet; 10% nee, bij (bijna) niemand (2024)
2 Burgerpeiling 2024, tabel 33, p.28
2
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
B. De sociale basis in de buurten4 wordt sterker B1. Persoonlijk sociale basis: hieronder valt de steun die mensen kunnen ontvangen vanuit hun persoonlijk netwerk van familie, vrienden of buren, dit kan mantelzorg betreffen. (Bron: Movisie)
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
% Inwoners dat zich heeft ingezet voor de buurt in het afgelopen jaar3
8% vaak; 35% af en toe; 56% (bijna) nooit (2024)
Persoonlijke sociale basis % Inwoners dat vindt dat buurtbewoners altijd voor elkaar klaar staan5
58% helemaal) Eens; 29% niet eens/ niet oneens; 13% (helemaal) oneens (2024)
% Inwoners dat terecht kan bij vrienden of kennissen, wanneer hulp of zorg nodig is6
57% ja, zeker; 35% waarschijnlijk wel; 8% nee (2024) 23% ja zeker; 47% waarschijnlijk wel; 29% nee (2024) 5,7 (2023)
% Inwoners dat terecht kan bij mensen in de buurt, wanneer hulp of zorg nodig is7 Sociale cohesie Vlaardingen 8
B2. Gemeenschappelijke sociale basis: omvat initiatieven die vanuit de gemeenschap worden georganiseerd om mensen te helpen. Denk
De schaalscore (rechterkolom) is samengesteld op basis van antwoorden op een achttal stellingen, met de vraag in hoeverre ze het eens of oneens zijn met deze stellingen: - De mensen in de buurt kennen elkaar nauwelijks. - De mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om. - Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen. - Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen. - Ik heb veel contact met andere buurtbewoners - Ik ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt. - Als ik op vakantie zou gaan of langere tijd afwezig zou zijn, zou ik mijn huissleutel aan de buren durven te geven. - In deze buurt durven de mensen elkaar aan te spreken op onwenselijk gedrag. Gemeenschappelijke sociale basis % Inwoners dat deelneemt aan activiteiten die in de eigen buurt georganiseerd worden (zoals activiteiten in een buurtcentrum of een straatfeest)9
29% (helemaal) eens; 26% niet eens/ niet oneens; 45% (helemaal) oneens (2024)
3 Burgerpeiling 2024, tabel 34, p.29 4 In eerste instantie in de aandachtsgebieden, behalve de Westwijk 5 Burgerpeiling 2024, tabel 13, stelling 3b, p.21 6 Burgerpeiling 2024, tabel 90, vraag 47b, p.64 7 Burgerpeiling 2024, tabel 91, vraag 47c, p.64 8 CBS https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 9 Burgerpeiling 2024, tabel 98, vraag 44b, p.67. Is in 2004 voor de eerste keer uitgevraagd.
3
MAATSCHAPPELIJK EFFECT aan activiteiten vanuit verenigingen, buurtinitiatieven en andere laagdrempelige initiatieven die gericht zijn op het bieden van ondersteuning aan of het ontmoeten van mensen. (Bron: Movisie) B3. Institutionele basis: wordt gevormd door een diversiteit aan maatschappelijk betrokken, professionele organisaties en activiteiten. Voorbeelden zijn bibliotheken, buurtwerk en vrijwilligerscentrales (Bron: Movisie)
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
Institutionele sociale basis % Inwoners dat de weg naar organisaties weet te vinden (zoals het wijkteam, het jeugd- en gezinsteam of Rogplus), wanneer professionele hulp of ondersteuning nodig is10
62% (helemaal) mee eens, 20% niet eens/ niet oneens, 18% (helemaal) oneens (2024)
% Inwoners dat tevreden of ontevreden is over het aanbod (in de aandachtsgebieden) voor wat betreft:11 • zorgvoorzieningen
•
welzijnsvoorzieningen
•
ontmoetingsplekken
•
speelvoorzieningen
•
sportvoorzieningen
•
culturele voorzieningen
78% (zeer) tevreden; 15% niet tevreden/niet ontevreden; 8% (zeer) ontevreden (2024) 46% (zeer) tevreden; 38% niet tevreden/niet ontevreden; 16% (zeer) ontevreden (2024) 45% (zeer) tevreden; 34% niet tevreden/niet ontevreden; 21% (zeer) ontevreden (2024) 62% (zeer) tevreden; 20% niet tevreden/niet ontevreden; 18% (zeer) ontevreden (2024) 59% (zeer) tevreden; 26% niet tevreden/niet ontevreden; 14% (zeer) ontevreden (2024) 61% (zeer) tevreden; 26% niet tevreden/niet ontevreden; 13% (zeer) ontevreden (2024)
Toelichting op B1, B2 en B3 De redenering is dat investeren in een sterkere institutionele basis, leidt tot een betere gemeenschappelijke sociale basis die vervolgens de individuele sociale basis versterkt. De 10 Burgerpeiling 2024, tabel 97, vraag 44a, p.67. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd. 11 Burgerpeiling 2024, tabel 25 tot en met tabel 30, vanaf p.25. Er zijn wijkgegevens beschikbaar.
4
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
C. Inwoners kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving
D. Inwoners kunnen zich ontplooien
EFFECTINDICATOR(EN) aanname is dat hierdoor inwoners minder professionele ondersteuning nodig hebben omdat problematiek voorkomen wordt en ze binnen de sfeer van de persoonlijke sociale basis meer zelf kunnen regelen. Deze preventieve werking levert (naast een hogere kwaliteit van leven) een -mogelijke- besparing op bij de gemeentelijk gefinancierde ondersteuning (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet). (Bron: Movisie) % Inwoners dat zich geaccepteerd voelt door de samenleving12
Rapportcijfer voor de moeite die de gemeente neemt om inwoners te laten meedoen en meetellen in de gemeente13 % Werkzame beroepsbevolking (meestal 15-75 jaar)14 Ingezet voor anderen door middel van vrijwilligerswerk15 Deelname aan een vereniging (sportvereniging, gezelligheidsvereniging, culturele vereniging, religieuze of maatschappelijke vereniging en overige vrije tijdsvereniging)16 % Huishoudens met een laag inkomen17 % Inwoners dat het gevoel heeft dat ‘er niet bij te horen’/‘niet thuis te voelen’ een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven18 Extra vraag bij de volgende Burgerpeiling meenemen: % Inwoners dat deelneemt aan activiteiten op sociaal, cultuur en sportief gebied. % Inwoners dat het gevoel heeft dat lezen, schrijven of de taal spreken een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven19 % Inwoners dat het gevoel heeft dat moeite met rondkomen een negatieve invloed heeft op het leven of in de weg staan in het leven20 Aandeel huishoudens met bijstand21 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen
Laatst bekende data
79% (helemaal) eens; 16% niet eens/ niet oneens; 5% (helemaal) oneens (2024) 6,3 (2024)
71,3% (2024) 17% vaak, 17% af en toe, 66% (bijna) nooit (2024) 73% (2024)
12% (2023) 79% (bijna) niet, 15% lichte mate, 4% flinke mate, 2% ernstige mate (2024)
88% nee, (bijna) niet; 8% lichte mate; 3% flinke mate; 1% ernstige mate (2024) 78% nee, (bijna) niet, 17% lichte mate; 5% flinke mate; 1% ernstige mate (2024) 6,7% (van het totaal aantal huishoudens) (2025)
12 Burgerpeiling 2024, vraag 44c, p.68. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd. 13 Burgerpeiling 2024, vraag 49, p.11 14 CBS https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86088NED/table?dl=BE707 15 Burgerpeiling 2024, tabel 83, vraag 39d, p.60 16 Burgerpeiling 2024, tabel 79, vraag 38, p.59 17 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/werk-en-inkomen, cijfers CBS 2023 18 Burgerpeiling 2024, tabel 72, vraag 34f, p.56 19 Burgerpeiling 2024, tabel 70, vraag 34d, p.55 20 Burgerpeiling 2024, tabel 71, vraag 34e, p.55. NB optelsom klopt niet. 21 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen
5
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
E. Voor inwoners die dit nodig hebben is (ook in de toekomst) tijdig passende ondersteuning of zorg beschikbaar (WMO en Jeugd)
F. Inwoners kunnen toegankelijke ondersteuning en zorg goed vinden
G. Inwoners ontvangen tijdig en zo dichtbij mogelijk ondersteuning & zorg
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
% Kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen22 % Voortijdig schoolverlaters VO en MBO23 % Inwoners (18-64 jr) met voldoende regie over het eigen leven24 Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening WMO25
9% (2023)
Afname uitgaven WMO naar rato van de demografische ontwikkelingen26 Gerealiseerde uitgaven WMOmaatwerkvoorzieningen per inwoner 27 % Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp28 % Jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming29 % Jongeren van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering30 De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan, stijgt (kwalitatief)31 De mate waarin er na beëindiging van de hulp geen nieuwe jeugdhulp nodig is, stijgt (kwalitatief)32 Afname uitgaven Jeugdwet naar rato van de demografische ontwikkelingen33 % Inwoners dat de weg naar organisaties weet te vinden (zoals het wijkteam, het jeugd- en gezinsteam of Rogplus), wanneer professionele hulp of ondersteuning nodig34 Kwalitatieve indicatoren: - Meer (gebruik van) fysieke ontmoetingsplekken - Initiatieven/activiteiten die de toegankelijkheid bevorderen, nemen toe Bij 80% van de reguliere jeugdhulpvragen (geen spoed of crisis) vindt er binnen 5 werkdagen een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner plaats en wordt vervolgens binnen 6
nb
2,7% (2024) 89% (2024) 820 per 10.000 inwoners (2024)
€418 (2024) 10,5% (2024) 1,3% (2024) 0,7% (2024) -
nb 62% (helemaal) mee eens, 20% niet eens/ niet oneens, 18% (helemaal) oneens (2024)
-
22 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Vlaardingen 23 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/onderwijs 24 https://gezondheidinkaart.nl/jive?var=ggrls203_18 25 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv26
Mogelijke bron zijn rapportages van Rogplus. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 27 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein 28 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv29 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv30 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv31 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het dashboard. 32 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 33 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 34 Burgerpeiling 2024, tabel 97, vraag 44a, p.67. Is in 2024 voor de eerste keer uitgevraagd.
6
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
H. Door vroegtijdige signalering en vraaggericht, laagdrempelig en preventief aanbod wordt het beroep op (zwaardere) ondersteuning en zorg (gedeeltelijk) voorkomen of uitgesteld I. De effectiviteit van de inzet van partners binnen het sociaal domein verbetert
EFFECTINDICATOR(EN) weken een ondersteuningsplan opgesteld en de hulp tegelijkertijd gestart35 Mevis informeert 20% van de overige hulpaanvragers actief over de passende oplossing36 Gemiddelde wachttijd voor jeugdigen van: o de koppeling van een wijkteam aan jeugdprofessionals o (specialistische) jeugdhulp per hulpvorm o het aantal jongeren in verblijf dat klaar is met de behandeling maar vanwege gebrek aan een vervolgplek niet tijdig kan uitstromen37 Het aantal cliënten, dat aangeeft dat de door hun ontvangen hulp op maat was, en dichtbij in hun eigen wijk plaatsvond, neemt toe38 Aantal inwoners op wachtlijst voor Wmovoorzieningen, uitgesplitst naar type voorziening39 Aanvullend kwalitatief: Professionals werken meer wijkgericht Kwalitatief: Beschrijvingen van pilots en programmaactiviteiten, zoals vroegtijdig signaleren licht verstandelijke beperking
Laatst bekende data
-
-
-
-
Kwalitatieve indicator: Uitgaande subsidies leiden tot een betere realisatie van de maatschappelijke doelen
Effectiviteit (doeltreffendheid) vraagt naar de mate waarin een vooraf gesteld doel of effect gerealiseerd wordt. Oftewel leiden
35 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is
dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 36 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 37 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 38 Mogelijke bron zijn rapportages van Mevis. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard. 39 Mogelijke bron zijn rapportages van Rogplus. Dit wordt nagegaan. Data zijn mogelijk alleen in PDF of Word beschikbaar; is dat het geval dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het digitale dashboard.
7
MAATSCHAPPELIJK EFFECT investeringen tot verbeteringen. J. De efficiëntie van de inzet binnen het sociaal domein verbetert Efficiëntie gaat over maximale opbrengsten tegen zo laag mogelijke kosten (doelmatigheid).
EFFECTINDICATOR(EN)
Laatst bekende data
Kwalitatieve indicatoren: - Maatschappelijke doelen worden gerealiseerd bij gelijkblijvende of minder uitgaven naar rato van demografische ontwikkelingen - Meer gebruik van collectief aanbod - Meer inzet van vrijwilligers binnen het sociaal domein
8
DEEL II Wijzigingen en aanvullingen prestatie-indicatoren Daar waar iets gewijzigd of aangevuld is ten opzichte van de versie van 12 juni 2025, is dit vet aangegeven in een rij direct onder de betreffende indicator. MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 1: Vlaardingers zijn maatschappelijk actief en kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen DOEL Meer Vlaardingers INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN zijn zelfredzaam (1.1) BEKENDE DATA Subdoelen 2026 2028 1.1.1 Vergroten van de zelfredzaamheid onder Vlaardingers met een ondersteuningsvraag
1.1.2 Versterken preventie
1.1.3 Versterken welzijnsaanbod 1.1.4 Versterken vroegsignalering
% inwoners dat zelf hulp kan organiseren % inwoners dat makkelijk herstelt na tegenslag % inwoners dat beschikt over een sociaal netwerk % inwoners dat de weg naar welzijn, zorg en ondersteuning kan vinden
77%40
80%
85%
83%41
85%
87%
78%42
82%
85%
Eens 62%, niet eens/niet oneens 20%, oneens 18%43
Eens 65%, niet Eens 70%, niet eens/oneens 19%, eens/oneens 16%, oneens 16% oneens 14% % toegevoegd voor de categorieën niet eens/oneens en oneens
Aanbod met preventief Kwalitatieve indicator karakter is toegenomen De effectiviteit van het Kwalitatieve indicator. Deze indicator wordt geleidelijk verfijnd op preventieve aanbod is basis van de ervaringen. De resultaten worden in eerste instantie verbeterd beschreven. Aandeel inwoners met Kwalitatieve indicator ondersteuningsbehoefte dat gebruik maakt van preventief aanbod in plaats van maatwerkvoorzieningen Handelingsbekwaamheid bij Kwalitatieve indicator en toeleiding door signaleerders uit het vrijwilligersveld verbetert De inspanningen en vorderingen die deze doelen raken worden beschreven in de voortgangsrapportages
DOEL Meer Vlaardingers zetten zich in voor elkaar (1.2) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
1.2.1 Meer Vlaardingers zetten zich in als vrijwilliger of mantelzorger
% volwassenen dat vrijwilligerswerk doet
Vaak 17%, af en toe 17%, nooit 66%44
% inwoners dat mantelzorg biedt
Vaak 30%, af en toe 33%, nooit 37%45
STREEFWAARDEN
2026
2028
Vaak 21%, af en toe Vaak 25%, af en toe 21%, nooit 58% 25%, nooit 50% % toegevoegd voor de categorie nooit Vaak 32%, af en toe Vaak 40%, af en toe 38%, nooit 30% 42%, nooit 18% % toegevoegd voor de categorie nooit
40 Burgerpeiling 2024, Stelling 46c, p.66. Was 78% in 2022 41 Burgerpeiling 2024, Stelling 46a, p.65. Was 81% in 2022. 42 Burgerpeiling 2024, Vraag 35, p.58. Was 82% in 2022. 43 Burgerpeiling 2024, Vraag 44a, p.67. In 2024 voor eerste maal uitgevraagd i.v.m. de transformatie sociaal domein 44 Burgerpeiling 2024, Vraag 39d, p.60. Was respectievelijk 18%, 18% en 64% in 2022. 45 Burgerpeiling 2024, Vraag 39a, p.59. Was respectievelijk 29%, 34% en 37% in 2022.
9
De mate waarin formele ondersteuning en vrijwilligers en mantelzorgers samenwerken Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is gewijzigd in vrijwilligers en mantelzorgers Aanbod op gebied van deskundigheid, advies en ondersteuning is uitgebreid en/of meer vraaggericht Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is gewijzigd in vrijwilligers en mantelzorgers Vrijwilligers en mantelzorgers geven aan zich voldoende deskundig te voelen om ondersteuning te kunnen bieden Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is gewijzigd in vrijwilligers en mantelzorgers
Kwalitatieve indicator
DOEL De sociale cohesie in buurten/wijken is groter (1.3) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
1.3.1 Vlaardingers kunnen elkaar op buurt-/wijkniveau ontmoeten
Mogelijkheden voor ontmoeting tussen wijkbewoners zijn toegenomen % buurtbewoners dat deelneemt aan activiteiten op wijk/buurtniveau neemt toe
Kwalitatieve indicator
Sociale cohesie verbetert
5,749
1.2.2 Verbinding tussen formele en informele ondersteuning wordt versterkt
1.2.3 Voldoende aandacht voor deskundigheid, advies en ondersteuning van informele ondersteuners
1.3.2 Het aanbod in de wijk sluit aan bij de behoeften van wijkbewoners
Mate waarin aanbod in de wijk aansluit op behoeften van bewoners % buurtbewoners in de aandachtsgebieden dat
746
7,5
Hier is nog geen meting voor.
Kwalitatieve indicator
747
7,5
Hier is nog geen meting voor.
Kwalitatieve indicator
Eens 29%, niet eens/niet oneens 26%, oneens 45%48
STREEFWAARDEN
2026
2028
Eens 31%, niet eens/niet oneens 28%, oneens 41%
Eens 32%, niet eens/niet oneens 28%, oneens 40%
Streefwaarden zijn opgenomen 6,0 (in de 6,5 (in de aandachtsgebieden) aandachtsgebieden) Is in eerste instantie een kwalitatieve indicator. Wordt met behulp van enquêtes gemeten. Is op termijn te kwantificeren. Eens 29%, niet eens/niet oneens 26%, oneens 45%
32% eens, 24% niet eens/niet oneens,
35% eens, 22% niet eens/niet oneens,
46 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend. 47 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend. 48 Burgerpeiling 2024, Vraag 44b, p.67. 49 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887
10
deelneemt aan activiteiten op buurt of wijkniveau
(gemeentebreed beeld50)
44% oneens (in de aandachtsgebieden)
43% oneens (in de aandachtsgebieden)
% toegevoegd voor de categorieën niet eens/niet oneens en oneens 751 7,5
Rapportcijfer dat bewoners geven voor het aanbod in de wijk in de aandachtsgebieden (uitgedrukt in rapportcijfer)
Hier is nog geen meting voor. 1.3.3 Meer initiatieven van wijkbewoners
Aantal nieuwe wijkinitiatieven van bewoners in de aandachtsgebieden Waardering van bewoners in de aandachtsgebieden voor stimuleren en ondersteuning van initiatieven door de gemeente (uitgedrukt in een rapportcijfer).
Kwalitatieve indicator
752
7,5
Hier is nog geen meting voor.
DOEL Vlaardingen wordt een meer inclusieve samenleving (1.4)
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
Subdoelen 1.4.1 Tweedeling & discriminatie worden tegengegaan
De aanpak van discriminatie wordt geïntensiveerd % mensen dat zich gediscrimineerd heeft gevoeld in de afgelopen 12 maanden
Aantal meldingen door een inwoner van de gemeente bij een antidiscriminatievoorziening
STREEFWAARDEN
2026
2028
16,8%53
NTB
NTB
2054
Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden. NTB NTB
Kwalitatieve indicator
Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden. Aantal meldingen over een voorval in de gemeente bij een van de antidiscriminatievoorzieningen
1855
NTB
NTB
Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden.
50 De gebiedsindeling die bij de burgerpeiling wordt gehanteerd komt niet geheel overeen met de gebiedsindeling van de
aandachtsgebieden. Onderzocht wordt op welke manier hier congruentie in te verkrijgen is. Dit geldt ook voor de indicatoren onder subdoel 1.3.1 en 1.4.2 51 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend. 52 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend. 53 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 54 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam. Meldingen bij een anti-discriminatievoorziening: in de politie-eenheid Rotterdam zijn dit RADAR en Discriminatie Meldpunt Goeree-Overflakkee. Meldingen door een inwoner hebben niet automatisch betrekking op een voorval in de gemeente. Meldingen over een voorval in de gemeente kunnen gedaan zijn door een inwoner, maar ook door een niet-inwoner. Er kan een overlap tussen deze twee getallen zijn. 55 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam
11
Geregistreerde discriminatieincidenten bij de politie
1.4.2 Vlaardingers zijn betrokken bij elkaar en steunen elkaar
1.4.3 Vlaardingers voelen zich geaccepteerd in de samenleving
NTB
NTB
% inwoners dat vindt dat men elkaar helpt in de buurt
Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden. Bij bijna iedereen: Bij bijna iedereen: Bij bijna iedereen: 5%. 6%. 7%. Bij sommigen Bij sommigen Bij sommigen wel/bij sommigen wel/sommigen niet: wel/sommigen niet: niet: 47,9%. 50%. 53%. Bij bijna niemand: Bij bijna niemand: Bij bijna niemand: 10%57. 9% 8% (in (in aandachtsgebieden) aandachtsgebieden) In de Burgerpeiling en het dashboard is een uitgebreidere, vijfpuntensschaal aangehouden. Daarom komt de optelling hierboven niet uit op 100%. 47,7%58 50% (in 53% (in aandachtsgebieden) aandachtsgebieden)
% inwoners dat zich heeft ingezet voor de buurt in het afgelopen jaar
Vaak: 8,5% Af en toe: 35,1% Bijna nooit: 56,4%59
% inwoners dat zich thuis voelt bij mensen in de eigen buurt
50,1%60
Aandeel inwoners dat zich geaccepteerd voelt door de samenleving
Eens: 79%, Niet eens/niet oneens: 16%, Oneens: 5%61 6,362
% inwoners dat zich betrokken voelt bij de mensen die in hun buurt wonen
Waardering van inwoners voor inzet van de gemeente om meedoen te stimuleren 1.4.4 Vlaardingen is sociaal en fysiek toegankelijk voor iedereen met een beperking
4356
Aantal initiatieven/activiteiten dat de toegankelijkheid bevordert neemt toe
Vaak: 9% Af en toe: 38% Bijna nooit: 53% (in aandachtsgebieden) 53% (in aandachtsgebieden)
Vaak: 11% Af en toe: 40% Bijna nooit: 49% (in aandachtsgebieden) 56% (in aandachtsgebieden)
Eens: 81%, Niet eens/niet oneens: 15%, Oneens: 4% 6.5 (in aandachtsgebieden)
Eens: 83%, Niet eens/niet oneens: 14%, Oneens: 3% 7,0 (in aandachtsgebieden)
Kwalitatieve indicator
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 2:
DOEL Meer Vlaardingers zijn fysiek gezond (2.1) Subdoelen
Vlaardingers zijn (langer) vitaal en gezond INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN BEKENDE DATA 2026 2028
2.1.1 Het middelengebruik daalt
% inwoners met overmatig alcoholgebruik
13-16 binge drinken: 15,4% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 5,8%
13-16 binge drinken: 15% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 5%
13-16 binge drinken: 14,5% Overmatige drinkers 18-23 jaar: 4,5%
56 Monitor Discriminatie 2023 Regio Rotterdam 57 Burgerpeiling 2024, Vraag 4, p.28. 58 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 59 Burgerpeiling 2024, Vraag 34, p.29 60 CBS 2023. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85146NED/table?ts=1690377513887 61 Burgerpeiling 2024, Vraag 44c, p.68. In 2024 voor eerste maal uitgevraagd i.v.m. de transformatie sociaal domein 62 Burgerpeiling 2024, Vraag 49, p.11. Was 6,1 in 2022
12
2.1.2 Minder Vlaardingers zijn verslaafd/afhankelijk van middelen
2.1.3 Meer Vlaardingers bewegen (meer)
2.1.3 is nieuw toegevoegd
DOEL Meer Vlaardingers zijn mentaal gezond (2.2)
Overmatige Overmatige drinkers Overmatige drinkers 18-64 jaar: 18-64 jaar: 4% drinkers 18-64 jaar: 4,4% Overmatige drinkers 3,5% Overmatige 64+: 5,5%. Overmatige drinkers 64+: 6%63 drinkers 64+: 5% % inwoners dat rookt 13-16 jaar: 4,5%. 13-16 jaar: 4%. 13-16 jaar: 3,5%. 18-23 jaar: 21,3%. 18-23 jaar: 21%. 18-23 jaar: 20,5%. 18 jaar en ouder, 18 jaar en ouder, 18 jaar en ouder, mannen: 22,8%. mannen: 22,2%. mannen: 21,8%. 18 jaar en ouder, 18 jaar en ouder, 18 jaar en ouder, vrouwen: 15,6%. vrouwen: 15,2%. vrouwen: 14,6%. 65 jaar en ouder: 65 jaar en ouder: 65 jaar en ouder: 11,5%. 11%. 10,5%. 18-64 jaar: 21,9%. 18-64 jaar: 21%. 18-64 jaar: 20,5%. 13-16 jaar dat 13-16 jaar dat 13-16 jaar dat wekelijks vapet: wekelijks vapet: wekelijks vapet: 12,5%64. 12%. 11,5%. % inwoners dat drugs 13-16 jaar dat 13-16 jaar dat 13-16 jaar dat gebruikt cannabis rookt: cannabis rookt: 4%. cannabis rookt: 4,5%. 18-23 jaar dat 3,5%. 18-23 jaar dat cannabis rookt: 18-23 jaar dat cannabis rookt: 20%. cannabis rookt: 20,4%. 18-64 jaar dat 19,5%. 18-64 jaar dat cannabis rookt: 18-64 jaar dat cannabis rookt: 8,5%. cannabis rookt: 8%. 9,1%. 18-23 jaar dat drugs 18-23 jaar dat drugs 18-23 jaar dat drugs gebruikt (excl gebruikt (excl gebruikt (excl cannabis): 10%. cannabis): 9,5%. cannabis): 10,6%.
18-64 jaar dat drugs 18-64 jaar dat drugs 18-64 jaar dat drugs gebruikt (excl gebruikt (excl gebruikt (excl cannabis): 4,5%. cannabis): 4%. cannabis): 5,0%. 13-16 jaar lachgas: 13-16 jaar lachgas: 13-16 jaar lachgas: 0,5%. 0,4%. 0,6%. 18-23 jaar lachgas: 18-23 jaar lachgas: 18-23 jaar lachgas: 10%. 9,5%. 10,7%. 18-64 jaar lachgas: 18-64 jaar lachgas: 18-64 jaar lachgas: 0,6% 0,5%. 0,7%65. Voor de data hierboven (m.b.t. 2.1.1 en 2.1.2) geldt het volgende: ten opzichte van de data in de indicatorenversie van 12 juni, is de leeftijdsindeling aangepast op basis van de laatste data van de GGD: 13-16 jaar, 18-23 jaar en 18-64 jaar. Ook is lachgas toegevoegd. Bij de leeftijdsindeling valt op dat 17-jarigen niet zijn meegenomen. Nagegaan wordt wat hiervan de reden is. Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden. % Niet-sporters 48,6%66 NTB NTB
% Inwoners dat aangesloten is bij een sportvereniging % Inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn Nieuw toegevoegd
39,4%67
NTB
NTB
41,7%68
NTB
NTB
Nieuw toegevoegd
Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden.
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
63 Alle data zijn van de GGD 64 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 65 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 66 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/sport-en-cultuur 67 https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/sport-en-cultuur 68 https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50142NED/table
13
Subdoelen 2.2.1 Minder Vlaardingers ervaren eenzaamheid
2026 % Inwoners dat zich eenzaam voelt
Waardering onder inwoners van 65 en jonger voor het aanbod dat eenzaamheid tegengaat (in een rapportcijfer uitgedrukt) 2.2.2 Minder Vlaardingers kampen met psychische/psychosociale klachten
2.2.3 De weerbaarheid van jeugdigen wordt verhoogd
2028
13-16 jr dat zich 13-16 jr dat zich 13-16 jr dat zich vaak of altijd vaak of altijd vaak of altijd eenzaam voelt: eenzaam voelt: eenzaam voelt: 15,9%. 15%. 14,5%. Inwoners die zich Inwoners die zich Inwoners die zich matig tot ernstig matig tot ernstig matig tot ernstig eenzaam voelen: eenzaam voelen: eenzaam voelen: 48,8%. 48%. 47,5%. 65+ dat zich sociaal 65+ dat zich sociaal 65+ dat zich sociaal eenzaam voelt: eenzaam voelt: eenzaam voelt: 31,6%. 31%. 30,5%. 65+ dat zich 65+ dat zich 65+ dat zich emotioneel emotioneel emotioneel eenzaam voelt: eenzaam voelt: eenzaam voelt: 24,1%. 23,5%. 23%. 18-64 dat zich 18-64 dat zich 18-64 dat zich sociaal eenzaam sociaal eenzaam sociaal eenzaam voelt: 35,2%. voelt: 34,5%. voelt: 34%. 18-64 dat zich 18-64 dat zich 18-64 dat zich emotioneel emotioneel emotioneel eenzaam voelt: eenzaam voelt: eenzaam voelt: 30,9%.69 30%. 29,5%. De leeftijdscategorie 13-16 jaar is toegevoegd. Daarnaast is de leeftijdsindeling aangepast naar 18-64 jaar en 65+. Bij de leeftijdsindeling valt op dat 17-jarigen niet zijn meegenomen. Nagegaan wordt wat hiervan de reden is. Streefwaarden moeten nog geformuleerd worden. Vervallen, dit is niet meetbaar op stedelijk of wijkniveau omdat voor inwoners niet duidelijk is dat zij participeren in aanbod dat eenzaamheid tegengaat.
Op kleinere schaal (pilots, activiteiten en projecten) is het wel meetbaar omdat het hier om gerichte activiteiten en een specifieke doelgroep gaat.
% inwoners met psychosociale klachten
23,2%70
22%
20%
% jeugdigen met hoog risico op psychosociale problemen % 18-24 jr met symptomen van angst en depressie
8,9%71
8%
7,5%
14%72
14%
13%
Dit is 14% in plaats van 22% zoals in de 12 juni-versie is opgenomen. 64%73
De streefwaarden zijn aangepast.
% jeugd dat snel herstelt na een moeilijke periode
% dat het niet moeilijk vindt stressperioden te doorstaan
38%74
66%
68%
De streefwaarden zijn aangepast (zij waren eerst lager t.o.v. 64%). 40% 42%
69 Alle data zijn van de GGD en hebben een geldigheid tot 31 december 2026 70 CBS 2022 71 GGD 2022 72 GGD 2024 73 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 74 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023
14
2.2.4 De weerbaarheid van Vlaardingers wordt vergroot
% jeugd dat veel vertrouwen heeft in de toekomst % inwoners dat de draad makkelijk oppakt wanneer het tegenzit % inwoners dat vertrouwen heeft in de toekomst
2.2.5 Minder Vlaardingers zijn verslaafd/afhankelijk van middelen
54%75
54%
56%
Eens: 83% Niet eens/niet oneens: 13%, Oneens: 4%76 Eens: 62% Niet eens/niet oneens: 25% Oneens: 13%77
Eens: 85% Niet eens/niet oneens: 12%, Oneens: 3% Eens: 62% Niet eens/niet oneens: 25% Oneens: 13%
Eens: 86% Niet eens/niet oneens: 12%, Oneens: 2% Eens: 64% Niet eens/niet oneens: 24% Oneens: 12%
Zie onder 2.1.2
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 3:
DOEL Meer Vlaardingers kunnen (naar vermogen) meedoen in de samenleving (3.1)
Vlaardingers kunnen zich ontwikkelen en ontplooien INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN BEKENDE DATA
Subdoelen
2026
2028
In overleg met Stroomopwaarts wordt voor 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.4 bekeken op welke wijze data overgedragen kunnen worden, zodat zij verwerkt kunnen worden in het dashboard. Op dat moment worden ook de meest recente data ingevoerd. Streefwaarden worden in overleg met Stroomopwaarts geformuleerd. NB: niet alle data kunnen geleverd worden door Stroomopwaarts. Er zijn ook data uit de Armoedemonitor opgenomen. Dit voert het Kenniscentrum uit. Wanneer data alleen in PDF of Word beschikbaar zijn, dan kunnen zij niet ontsloten worden voor het dashboard. 3.1.1 Meer Vlaardingers met een baan
3.1.2 Minder Vlaardingers hebben een bijstandsuitkering 3.1.3 Vlaardingers met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen makkelijker meedoen/participeren door meer maatwerk te bieden (dagbesteding, beschut werk, vrijwilligerswerk)
Duurzame uitstroom uit Participatiewet naar werk Aantal mensen op traject gericht op uitstroom Langer dan 6 maanden uit de Participatiewet Aantal inwoners met uitkering Participatiewet
NTB in overleg met Stroomopwaarts
Aantal mensen met uitkering Participatiewet met een duaal traject of loonkostensubsidie (LKS) (bron cijfers: Begroting Stroomopwaarts 2025)
LKS gemiddeld 2024: 107
Aantal mensen met uitkering Participatiewet dat in een beschutte werkomgeving werkzaam is (Bron cijfers: Begroting 2025 Stroomopwaarts)
Beschut gemiddeld 2024: 79
NTB in overleg met Stroomopwaarts NTB in overleg met Stroomopwaarts 2.34678
Nieuwe aantallen bekend in Q1 2025 (ambitie gemiddeld aantal uitkeringen 2025: 2.35379) LKS gemiddeld: 168 LKS gemiddeld: 230
Beschut gemiddeld: 99
Beschut gemiddeld: 119
75 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 76 Burgerpeiling 2024, Stelling 46a, p.65 77 Burgerpeiling 2024, Stelling 46e, p.66 78 Rapportage Stroomopwaarts Aantal lopende uitkeringen peildatum 31.10.24 79 Begroting 2025 Stroomopwaarts
15
Aantal mensen met uitkering Participatiewet met dagbesteding Aantal mensen met uitkering Participatiewet dat vrijwilligerswerk verricht
NTB in overleg met Stroomopwaarts
DOEL Minder Vlaardingers ervaren (financiële) belemmeringen om te kunnen participeren in de samenleving (3.2) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
3.2.1 Afname schuldenproblematiek
Uitval bij schuldhulpverlening: % van de cliënten dat het traject niet afmaakt % succesvol afgeronde schuldregelingen Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening Aantal en % huishoudens met geregistreerde problematische schulden Percentage huishoudens dat gebruik maakt van één of meer armoede- of schuldenvoorzieningen stijgt: 7,2%* (2023) Aantal huishoudens dat aangeboden hulp vroegsignalering heeft geaccepteerd Aantal en % kinderen in armoede % werkende armen Aantal en % huishoudens met een laag inkomen Aantal en % huishoudens dat minstens 4 jr van een laag inkomen leven Aantal kinderen dat les krijgt over leren omgaan met geld Schulden bij jongeren tijdig aanpakken
3.2.2 Voldoende (gebruik van) inkomensondersteunende voorzieningen voor Vlaardingers die in armoede leven
3.2.3 Daling armoede86 onder kinderen, werkende armen en huishoudens
3.2.4 Kinderen leren vanaf jonge leeftijd met geld om gaan en (dreigende) schuldenproblematiek bij
NTB in overleg met Stroomopwaarts
STREEFWAARDEN
2026
2028
9%80
NTB
NTB
81%81
NTB
NTB
36282
NTB
NTB
3.900/11,1%83
NTB
NTB
7,2%84
NTB
NTB
9685
NTB
NTB
1.700/13,2%87
NTB
NTB
11,2%88 4.000/12,1%89
NTB NTB
NTB NTB
2.300/11.2%90
NTB
NTB
NTB Kwalitatieve indicator
80 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 81 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 82 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 83 Rapportages Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 84 Rapportage Stroomopwaarts 2023. Het % is excl. verstrekkingen Energietoeslag 2022 en leefgeld Oekraïners. Met deze
activiteiten erbij lag het voorzieningengebruik in 2023 op 13,5%. 85 Rapportage Stroomopwaarts 2023 86 I.v.m. de recente wijziging van de definitie van armoede zal in overleg met Stroomopwaarts bezien worden welke indicatoren als gevolg hiervan gewijzigd/aangevuld moeten worden. Deze wijzigingen worden eind 2025 bij de aanvulling van de set indicatoren meegenomen. 87 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 88 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 89 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023 90 Rapportage Stroomopwaarts en Armoedemonitor 2023
16
jongeren wordt tijdig gesignaleerd en aangepakt
Het aantal jongeren dat gebruik maakt van schuldhulpverlening
Niet bekend
NTB in overleg met Stroomopwaarts
DOEL Stimuleren van een leven lang leren & ontwikkelen (3.3) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
3.3.1 Onderwijsachterstanden worden voorkomen of ingelopen
% kinderen (peuters en basisschoolleerlingen) dat valt binnen de landelijke doelgroep kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand De indicator is toegevoegd; deze ontbrak in de 12 juniversie Aantal voortijdig schoolverlaters Nieuw ten opzichte van de versie 12 juni % Voortijdig schoolverlaters
3.3.2 Meer jongeren met een startkwalificatie
% jongeren 18-23 jaar met een startkwalificatie % peuters dat daadwerkelijk gebruik maakt van VVE (gerealiseerd bereik)
2026
2028
27%91
27%
27%
12292
143
124
2,7%93
Streefwaarden zijn alleen voor de aantallen aangegeven, zie de rij hierboven.
Recente data zijn verwerkt 39%94 73%95
39%
39%
75% (landelijke ambitie)
NTB (volgt in 2026)
Recente data zijn verwerkt
MAATSCHAPPELIJKE DOELSTELLING 4: Vlaardingers kunnen zo lang mogelijk zelfstandig en veilig wonen en leven DOEL Meer Vlaardingers INDICATOREN LAATST STREEFWAARDEN met een BEKENDE DATA ondersteuningsbehoefte krijgen tijdig passende zorg & ondersteuning (4.1) 91 Landelijk stelt OCW voor 15 procent van de kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand extra financiering
beschikbaar. Van het totaal van 7910 kinderen uit Vlaardingen (peuters en basisschoolleerlingen), valt 27 procent binnen deze landelijke doelgroep. Als dit percentage lager ligt dan 15 procent, dan behoren relatief minder kinderen tot de landelijke doelgroep met een hoger risico op een onderwijsachterstand. De indicator zegt iets over de uitdagingen voor het onderwijs maar zegt niets over de kwaliteit of inhoud van het gegeven onderwijs. De indicator biedt in combinatie met andere indicatoren (dus niet geïsoleerd) en autonome ontwikkelingen, input voor het maken van analyses op wijkniveau. Bron: https://dashboards.cbs.nl/v5/onderwijsachterstanden/ 92 Bron: ministerie van OCW/doorstroompunt regio Rijnmond. Het ministerie van OCW hanteert een landelijk maximumaantal VSV-ers: 18.000 per jaar in 2026 en 23.000 per jaar vanaf 2027. Het Doorstroompunt-regio Rijnmond heeft als ambitie gesteld de doelstelling van het Rijk te volgen in 2029/2030. Voor Vlaardingen betekent dit het volgende: voor 2026/2027 gaat het om een aantal van 122, voor 2027/2028 om een aantal van 143, voor 2028/2029 om een aantal van 124 en voor 2029/2030 om een aantal van 112. Voor de laatst bekende data is uitgegaan van het aantal 2026/2027. Meegaan met OCW-streefcijfers sluit aan bij de landelijke normering en vereist een aanzienlijke daling van VSV onder moeilijke regionale omstandigheden.
De streefcijfers zijn een richtlijn, geen gegarandeerd resultaat en monitoring en jaarlijkse bijstelling blijven cruciaal. De regio Rijnmond ziet deze cijfers als ambitiepad. 93 2024. https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/onderwijs 94 1 augustus 2025, bron Leerrecht 95 Peutermonitor 2025
17
Subdoelen
2026
2028
4.1.1 Ondersteuning(sbehoefte) wordt zo vroeg mogelijk gesignaleerd en geboden 4.1.2 Voorzieningen zijn goed vindbaar
(dreigende) Problematiek Kwalitatieve wordt tijdig gesignaleerd en indicator. passende hulp wordt tijdig Zie ook geboden. effectindicator H. Aandeel inwoners dat Eens: 62% Eens: 65% Eens: 67% voorzieningen voor Niet eens/niet Niet eens/niet Niet eens/niet ondersteuning of zorg (de oneens: 20% oneens: 20% oneens: 19% wijkteams, Rogplus), Oneens: 18% 96 Oneens: 15% Oneens: 14% welzijnsvoorzieningen (Minters, Seniorenwelzijn, Dock etc.), ontmoetingsplekken in de buurt en sportvoorzieningen goed kan vinden wanneer zij deze nodig hebben. 4.1.3 Er is sprake van integrale Professionals werken samen Kwalitatieve indicator ondersteuning waarbij integrale ondersteuning het uitgangspunt is Het aantal fysieke plekken in de wijken waar mensen informatie en advies kunnen krijgen over alle leefgebieden is (in eerste instantie in de aandachtsgebieden) neemt toe 4.1.4 Er is sprake van één Wijkteams zijn de eerste Kwalitatieve indicator integrale toegang toegang voor hulpvragen. Zo nodig vindt casusregie plaats vanuit het wijkteam In de versie van 12 juni zijn 4.1.1 tot en met 4.1.4 abusievelijk opgenomen onder maatschappelijke doelstelling 3. Zij horen echter bij maatschappelijke doelstelling 4 en dat is hiermee hersteld.
DOEL Meer Vlaardingers met een ondersteuningsbehoefte kunnen langer thuis blijven wonen (4.2) Subdoelen
INDICATOREN
4.2.1 Mantelzorgers worden ondersteund en zo nodig ontlast
Mantelzorgers voelen zich ondersteund door professionals Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is vervangen door mantelzorgers % mantelzorgers dat zich belast voelt De formulering is aangepast op basis van de bron (GGD): het gaat om het % mantelzorgers dat zich belast voelt (in de 12 juniversie stond het % mantelzorgers dat zich minder zwaar belast voelt).
LAATST BEKENDE DATA
STREEFWAARDEN
2026
2028
65+: 8% 18-64: 25% Streefwaarden zijn aangepast.
65+: 7% 18-64: 24% Streefwaarden zijn aangepast.
Kwalitatieve indicator
65+: 9%97 18-64: 26%98
96 Burgerpeiling 2024, Vraag 44a, p.67. Dit is in 2024 voor eerste maal uitgevraagd. 97 GGD 2022 98 GGD 2022
18
Aantal verpleegzorgplaatsen Aantal geclusterde woonvormen/nieuwe woonoplossingen Tevredenheid van vrijwilligers en mantelzorgers over de ondersteuning door professionals (uitgedrukt in rapportcijfer) Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is gewijzigd in vrijwilligers en mantelzorgers De mate waarin formele ondersteuners en vrijwilligers en mantelzorgers samenwerken Tekstuele aanpassing: informele ondersteuners is gewijzigd in vrijwilligers en mantelzorgers Ondersteuningsbehoefte wordt dusdanig tijdig gesignaleerd dat hulp adequaat geboden kan worden
4099 270100
DOEL Meer Vlaardingers hebben een veilige thuissituatie (4.3) Subdoelen
INDICATOREN
LAATST BEKENDE DATA
4.3.1 Afname aantal vechtscheidingen en verminderen van negatieve gevolgen
Afname huiselijk geweld en mishandeling ten opzichte van voorgaande jaren (indicator onder voorbehoud) Nagegaan wordt welke indicator(en) iets kunnen zeggen over vechtscheidingen, en daarnaast of er data beschikbaar zijn en of er iets gezegd kan worden over streefwaarden. Een optie kan zijn (naast meldingen huiselijk geweld) het aantal gezag- en omgangsonderzoeken dat de Raad van de Kinderbescherming uitvoert. Dit kan een indicator voor een complexe echtscheiding zijn. Maar een complexe scheiding is niet per se hetzelfde als een vechtscheiding. Bovendien kan de onderliggende problematiek bij gezag- en omgangsonderzoeken verder strekken dan een vechtscheiding.
4.2.2 Voldoende woningen en verschillende woonvormen voor zorgbehoevenden 4.2.3 Verbinding tussen formele en informele zorg voor senioren wordt versterkt
4.2.4 Voorkomen dak- en thuisloosheid jongeren
Er is geen duidelijke definitie van vechtscheidingen. Betrouwbare, continue data hierover zijn niet beschikbaar.
Beschrijvend vanuit het uitvoeringsprogramma wonen-welzijn-zorg ouderen 7101
7,5
Hier is nog geen meting voor.
Kwalitatieve indicator
Kwalitatieve indicator. Kwantitatieve data NTB
STREEFWAARDEN
99 Woonzorgvisie voor ouderen – Samen voor wonen leven en zorgen (berekend tekort voor 2025) 100 Woonzorgvisie voor ouderen – Samen voor wonen leven en zorgen (berekend tekort voor 2025) 101 Opties om dit te onderzoeken, worden verkend.
19