Bijlage 1 - Beeldkwaliteitsplan Eiland Van Speyk
Tekst van het document
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
1
Eiland Van Speyk Vlaardingen Beeldkwaliteitplan september 2023
Het Eiland van Speyk is een uniek gebied in de stad. De naburige Koningin Wilhelminahaven en Buitenhaven met de diverse monumentale en beeldbepalende panden en de ligging aan de Nieuwe Maas geven het gebied een bijzondere kwaliteit. Het kleinstedelijke havenkarakter en de open ligging aan de rivier zijn uitgangspunt voor de inrichting en architectuur van de toekomstige woonbuurt. De Gebiedsvisie Rivierzone Vlaardingen (september 2020) vraagt om per deelgebied een eigen beeldkwaliteit te ontwikkelen, waarbij de relatie met de geschiedenis (vanwege de ligging in of aan de rand van het beschermd stadsgezicht) van belang is.
Eiland Van Speyk Vlaardingen Beeldkwaliteitplan
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
4
Doel en proces
Eiland Van Speyk is een planontwikkeling van het Consortium Rivierzone Vlaardingen. Hiervoor is, afgestemd op de Gebiedsvisie voor de Rivierzone, in 2020 een stedenbouwkundig plan vastgesteld op basis waarvan het bestemmingsplan is gemaakt. Dit beeldkwaliteitplan is een uitwerking van het Stedenbouwkundig Plan. In het Stedenbouwkundig Plan is ook een schetsontwerp voor de onbebouwde ruimte opgenomen. Gezamenlijk vormen ze de basis voor dit toetsingskader voor de architectonische en landschappelijke uitwerking van het plan. Het beeldkwaliteitplan leest het beste na raadpleging van het Stedenbouwkundig Plan. Vooruitlopend op de uitvoering in bouwplannen is het voorliggende beeldkwaliteitplan opgesteld. Hierin legt de initiatiefnemer de criteria voor waarmee de planuitwerking door verschillende architecten ter hand kan worden genomen. Het beeldkwaliteitplan dient daarnaast als toetsingskader voor de welstandscommissie. Er is advies gevraagd aan de welstandscommissie; het advies van 12 juli 2023 is verwerkt in de voorliggende versie. De welstandscommissie toetst alle ontwerpen ‘in de geest van de beoogde identiteit’ aan het doel van welstandszorg, de opgestelde regels van dit beeldkwaliteitplan zijn daarbij richtlijnen voor het gesprek.
De indiener wordt verzocht helder positie te kiezen ten aanzien van het architectonisch concept, passend binnen de gestelde regels voor beeldkwaliteit. De Commissie toetst de aanvragen aan de regels uit dit beeldkwaliteitplan. Binnen het kader van de regels zijn afwijkingen mogelijk bij innoverende initiatieven. Het streven is een gebiedsontwikkeling die gericht is op een duurzame architectonische kwaliteit. Met intensieve stedenbouwkundige planbegeleiding kan ruimte worden geboden aan verbetering en uitzondering.
*Disclaimer: Foto’s en verbeeldingen in dit beeldkwaliteitplan vormen enkel impressies. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
5
Relatie met Welstand
In oktober 2012 heeft de gemeente Vlaardingen het huidige welstandsbeleid vastgesteld. In de welstandsnota wordt vrijheid gegeven aan particulier initiatief binnen de bestaande woonomgeving, maar wordt ook de relatie gelegd met het erfgoedbeleid van de gemeente. Voor verschillende gebieden gelden verschillende criteria. In de welstandsnota is het Eiland van Speyk onderdeel van het deelgebied Koningin Wilhelminahaven. Het Eiland van Speyk ligt in zijn geheel in het beschermd stadsgezicht van Vlaardingen. Op het Eiland van Speyk is dan ook sprake van een beschermd welstandsniveau. De waarde van het gebied is gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een stenige, waterrijke omgeving bezien vanuit de openbare ruimte. Bij wijzigingen, zoals de invulling van een deel van de haven, blijft de gevellijn van historische bebouwing behouden, terwijl daarachter meer vrijheid mogelijk is in de invulling. Hierbij wordt aandacht geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.
Welstandsnota
VLAARDINGEN Va s t g e s t e l d , 2 5 o k t o b e r 2 0 1 2
welstandsnota, 2012
Stedenbouwkundige structuur (bebouwing en verkeer) Legenda beschermd stadsgezicht bebouwingskarakteristiek rooilijn, schaal en kapvorm/nokrichting rooilijn en schaal bijzonder ensemble verkeersstructuur van primair belang van secundair belang 0
© RCE, e-KS/BB 4 februari 2013 Topografie © Topografische Dienst Kadaster, Apeldoorn 2011
beschermd stadsgezicht Kaart 7
Deze welstandsparagraaf Eiland van Speyk is een uitwerking van het beleid zoals vastgelegd in de Vlaardingse welstandsnota.
gebiedsvisie, 2021
Stedenbouwkundige structuur (bebouwing en verkeer)
125
250 m
´
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
6
Ruimtelijk beeld
Eiland van Speyk krijgt vorm als een groot bouwblok met een landschappelijk binnenterrein dat is gelegen op de parkeergarage. Het bouwblok is opgebouwd uit een onderlaag van verschillende panden, bevat een zestal torens van verschillende hoogte, en reageert nadrukkelijk op de vier verschillende zijden. De bouwhoogte varieert in de eerste lijn tussen vier en vijf bouwlagen. Elke gevelwand heeft één of meer openingen (poorten) naar het verhoogd gelegen binnenterrein bovenop de parkeergarage. De bebouwing voegt vier nieuw gedefinieerde gevelwanden toe. De westelijke rooilijn volgt de historische gevellijn van de Oosthavenkade, waarmee de witte villa in een nieuwe gevelrij wordt opgenomen. De oostelijke rooilijn is bepaald op de bestaande en toekomstige bebouwingswand aan de Waterleidingstraat richting de Koningin Wilhelminahaven. De noordelijke rooilijn is bepaald door een gewenst ruimtelijk profiel in de Waterleidingstraat die vergroening toelaat en de bestaande gebouwen meer ruimte geeft. De zuidelijke rooilijn is afgestemd op de maat van het park aan de rivier. De bebouwing voegt zich in de omgeving en bouwt voort op het kadekarakter en de dynamiek van de rivier. Deze is robuust, stoer en sculpturaal vormgegeven. Vanwege de hoogwaterproblematiek kunnen zich geen primaire woonruimtes of andere gevoelige bestemmingen bevinden op straatniveau.
Ook de alzijdige geluidproblematiek is bepalend voor de architectonische expressie, in de vorm van afgesloten erkers en buitenruimtes, dove gevels en gevelschermen en extra geluidwering in de gevelopzet aan de openbare zijde. Bij de torens is de geluidproblematiek alzijdig; bij de bebouwing tot 5 bouwlagen is het binnenterrein geluidluw. De Oosthavenkade krijgt met compacte appartementengebouwen op de beide hoeken, en met duidelijk herkenbare kadewoningen ernaast, een nieuwe gevelwand van vier tot vijf bouwlagen. De witte villa is in de rooilijn opgenomen, maar springt er door de witte tint, de hoogte en de typologie als een “special” tussenuit. De bebouwing langs de Waterleidingstraat bestaat uit appartementengebouwen met een plint (entreelaag) met voorzieningen, werkruimten, techniek, fietsenstallingen en gebouwentrees. De gevel wordt onderbroken
door twee openingen naar het verhoogd gelegen binnenterrein. De gevelwand wordt in verschillende architectonische eenheden vormgegeven om aan te sluiten op de korrelgrootte van de bebouwing aan de overzijde van de straat en rondom de Koningin Wilhelminahaven. De iets teruggelegen hoogbouw die op drie plekken verrijst boven de gevelwand voegt een extra derde dimensie aan het ensemble toe. De onderbouw van het complex aan de rivier sluit in beeldkwaliteit aan op de bebouwingsrand langs de Waterleidingstraat. De gevels aan het park op het binnenterrein zijn open, rijk voorzien van balkons en buitenruimtes, en bevatten groen op de gevels. In de tweede lijn bevinden zich zes appartemententorens van verschillende hoogte, die aan de binnenzijde over de onderlaag vallen en hier tot de binnentuin reiken. De hoogbouw heeft een afwijkend, abstracter en meer transparant gevelbeeld dat is gericht op het weidse uitzicht. Openbare ruimte en landschap binnenterrein De robuuste en stoere vormgeving van de openbare ruimte vormt de sterkste referentie naar het bedrijvige verleden van het Schiereiland en de naburige Koningin Wilhelminahaven. In aansluiting op de havenbekkens en kades wordt de openbare ruimte stenig gematerialiseerd met in bestrating en meubilair verwijzingen naar het visserij- en industriële verleden. De Waterleidingstraat bevat robuuste bomenrijen.
Richting de Nieuwe Maas worden de ruimtes weidser. De oever van de Nieuwe Maas is gericht op recreatie, maar is ook relatief leeg en ruig vormgegeven: een plek om uit te waaien. Het landschap in het binnenterrein is juist stil, wind- en geluidsluw en wordt ingericht met zachte beplanting met hoge ecologische waarden. Hier is een hoge verblijfskwaliteit; het is de belangrijkste ontmoetingsplek voor de bewoners. Het daklandschap en is ruim genoeg voor een afwisseling van rust en reuring, spel en sport, gezamenlijke activiteiten en natuurbeleving. Dit uit zich ook in de relatie tussen het landschap en de architectuur van de gebouwen die eraan grenzen; de gevels zijn opener en de grens tussen binnen en buiten mag hier vervagen. De tuin van de witte villa wordt doorgezet in het binnenterrein.
enkade
nahave elmi Wilh
21
nkade
82
thav Wes
ngin Koni
ave
i
in W
ing
Kon
1
n ZZ
20
22
85a
23
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
Wilhe
n ZZ
ve
ha
na
lmi
gin
7
19
24
nin
Ko
26
19b
+5.32 NAP 18
Beelden uit het stedenbouwkundig plan
15
de
Galgka
Grote
in
rijple
Visse
85
13b
2
1
13a 2b
1
13
ter
3
stra ing leid
e
ad
lgk
Ga
25
Wa
nhaven
8
2a
87
Buite
z
3b-3
e
ad
gk
al
G
at
86
e nkad have
thaven
88
Oost
Wes kad e
9
87 88a
6a 6
5a
89
3a
92
1c
e
2
1a
ad
116-151
gk
Gal
Waterle
aat
gstr
idin
3
1
nhaven Buite
Wes
+2.4
Ta an laa n
nhav
enka
sm
Buite
thav
5 NAP
el Ab
24
en
20
Wes
de
22
de
2d 2e
8d
14
2g
8b
12
de
2f
8c
0 10
avenka
2c
8e
16
enka
2b
8f
Oosth
thav
2a
8g
18
4
2h
10
8a
olom Barth
4a
6h
4b
6g
4d
6e
4e
6d
68
nweg
26 t/m
Buere
4c
6f
eus van
4f
6c
4g
6b
6a
Wes
70 72
0
80-29
102
ade enk thav
5 NAP
+3.4
Oost e nkad have
5
36
421-4
06
401-4
4
78
407-409 417-419
16
411-4
106
301-339
76
+3.80 NAP +3.65 NAP
2 t/m
1 05
21-2 3
2
+3.30 NAP 97
Abel
+3.80 NAP
Tasm
sstraat
mbu
Colu
98
Buite
an anla
39
500-5
nhaven
99 100 102 103 104
42
g Bartholom eus van Buerenwe
17
19
27
29
31
33
35
37
39
43
41
45
47
51
49
53
55
59
57
61
63
65
87
85
83
81
79
77
75
73
71
69
67
112
89
111a
111
91
103
15
25
110
13
23
109
11
21
108
35
105 106 107
296-4
1 t/m
2
66-84
46-64
26-44
6-24
4
86-104
+2.00 NAP 2 rd
Maasbouleva
in
Deltaple
Referentiebeelden landschap
Maasboulevard
uwe
Nie
as
Ma
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
Ooghoogte vanuit Westhavenkade
Ooghoogte vanuit Westhavenkade
8
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
9
2b
aven 2a
t/m
minah
2h
in Wilhel Koning
81
en
NZ
inahav
1
2 in
haven
Wilhelm
Koning
Wilhe
Koningin Wilhelmina
21
nkade Oosthave
lmina
gin
Konin
1
haven ZZ
20
22
85a
23
en
ZZ 19
inahav in
Wilhelm
24
Koning
26
19b
18
15
Grote
Visserijplein
13b
2
1
13a
2b 13
2a
87
25
n
straat
eiding
Waterl
Buitenhave
3
88
Oosthaven kade
enkade Westhav
9
88a 5a
89 3a
2
at
3
dingstra Waterlei
92
1c
1a
116-151
1
en
Buitenhav
+2.45
Wes Wes
de
n
enka
Buitenhave
thav
NAP
de
100
ade avenk
enka
Oosth
thav
4
werknummer 102
nkade
Westhave
1811 kade
Oosthaven
301-339
5
4
opdrachtgever
21-205 3
97 Nieuwe Maas
99
doorsnede N-Z
n
Buitenhave
98 100 102 103 104 105 106 107
65
werk
103
108 109
110
stadium 111a
111
67
69
112
uwe
Doorsnede N-Z 2
as
Ma
Nie
2 6-24
4
+2.00 NAP
onderwerp tekening
Schiereiland schaal
1:500 formaat
A2 getekend
AR datum
17-06-2020 gewijzigd
tekeningnummer
T-WHK-000-00
2b
aven 2a
t/m
minah
2h
in Wilhel Koning
81
en
NZ
inahav
1
2 in
haven
Wilhelm
Koning
Wilhe
Koningin Wilhelmina
21
nkade
Oosthave
lmina
gin
Konin
1
haven ZZ
20
22
85a
23
en inahav in
ZZ 19
Wilhelm
24
Koning
26
19b
18
15
Grote
Visserijplein
13b
2
1
13a
2b 13
2a
87
25
eiding
Waterl
n Buitenhave
3
straat
88
kade
Oosthaven
enkade
Westhav
9
88a 5a
89 3a
at
3
2
dingstra Waterlei
92
1c
1a
116-151
1
en Buitenhav
+2.45 NAP
n
de
avenk Oosth
enka thav Wes
de
enka
Buitenhave
thav Wes
100
ade
4
werknummer
1811 102
nkade
Westhave kade Oosthaven
301-339
5
4
opdrachtgever
21-205 3
97 Nieuwe Maas
99
werk n
Buitenhave
98 100 102 103 104
doorsnede O-W
105 106 107
65
103
108 109
110 111a
111
69
67
112
uwe
Doorsnede N-Z 2
as
Ma
Nie
2 6-24
stadium
4
+2.00 NAP
onderwerp tekening
Schiereiland schaal
1:500 formaat
A2 getekend
AR datum
17-06-2020 gewijzigd
tekeningnummer
Fietsparkeren in de plint
Levendige plint
Variatie in de plint
T-WHK-000-00
Samenhang plintlandschap
Entreegebied is herkenbaar
Ruimte voor ontmoeting
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
10
Criteria voor de architectonische uitwerking Er wordt een onderscheid gemaakt tussen toetsingscriteria (zwart) en ambities die meegegeven worden voor de uitwerking (blauw).
3.
Relatie bestaande en nieuwe bebouwing 1. De bestaande waardevolle witte villa wordt ingepast. Aanpassingen aan de witte villa worden beoordeeld vanuit de bestaande kwaliteit van het gebouw. Een cultuurhistorische verkenning dient ter onderbouwing van de keuzes. 2. De bestaande omgeving (gebouwen en ruimtes) van het havengebied is het referentiekader voor schaal en maat van gebouwen. Aansluitend op de witte villa is de korrel van een pand het kleinst, aan de oostzijde (tegenover Kreber) het grootst. 3. De bebouwing voegt zich qua ritme en materialisering in de omgeving en bouwt voort op het haven- en kadekarakter en de dynamiek van de rivier. 4. Er wordt niet gevraagd om historiserende bebouwing te ontwerpen, maar om te ontwerpen met respect voor de havengeschiedenis.
4.
Volumes 1. De volumes hebben een ‘kloeke’ vorm: in de hoofdvorm orthogonaal met rechte hoeken. De gebouwen hebben gedefinieerde hoeken aan alle zijden en overwegend platte daken. 2. Volumes hebben een alzijdige uitstraling, met levendige functies gesitueerd aan alle kanten en nadrukkelijk geen achterkanten. De gebouwen zijn zowel vanuit het binnenterrein als vanuit de straten toegankelijk. 3. De grotere bouwblokken in de onderbouw worden opgedeeld in panden, waarbij de maatvoering van het stedenbouwkundig plan gevolgd wordt. Toren/ accent, onderbouw en plint vormen per pand één architectonisch geheel. Per pand varieert de daklijn in hoogte van de dakbeëindiging. 4. De volumes van de bovenbouw dienen bij te dragen aan een prettig microklimaat op maaiveld. De volumes van de hoogbouw worden teruggezet om setbacks te creëren. Gevels 1. Er wordt gebruik gemaakt van tijdloze, robuuste, natuurlijke en duurzaam verouderende materialisering. 2. De gevels hebben voldoende profilering. Vlakke gevels zijn ongewenst, er wordt diepte in de negges gevraagd. De profilering verhoudt zich goed tot de maat van het gebouw.
5.
Het ontwerp van gevels zet in op het maximaliseren van de relatie tussen binnen en buiten. Elke aan de gevel gelegen verblijfsruimte heeft een zo groot mogelijk te openen deel. Geluidwerende maatregelen worden zoveel mogelijk integraal in het gebouwontwerp meegenomen, zoals wintertuinen, geluidwerende ramen of een gesloten galerij aan de geluidbelaste zijde (afhankelijk van de typologie). Een galerij is onderdeel van de gebouwmassa en heeft dus altijd een gevel. Optimale oriëntatie op zonlicht; hierdoor is voorzien dat gevels op subtiele wijze een verschil krijgen gezien hun verschillende oriëntatie, nadrukkelijk met behoud van de coherente behandeling en alzijdige uitstraling.
Onderbouw 1. In de onderbouw heeft elk ‘pand’ een eigen materiaal, met voldoende onderscheid in toon en structuur ten opzichte van naastgelegen panden. Hierbij zijn twee dezelfde materialen met een andere kleur, verband, textuur/afwerking of profilering ook toegestaan. De materiaalkeuze bevindt zich binnen de bandbreedte zoals weergegeven in deze beeldkwaliteitsparagraaf. 2. De gevels aan de openbare zijde zijn robuust met voldoende dieptewerking en eigenschaduw. Gevelopeningen worden als heldere uitsparingen in het gevelmateriaal uitgevoerd. 3. De gevels aan het binnenterrein spreken in ritme en materialisering dezelfde taal, maar zijn meer open en transparant. Hier vindt een zachtere overgang plaats tussen binnen en buiten. Bovenbouw / torens 1. In de torens wordt de materialisering van de onderbouw op een abstractere manier doorgezet. 2. De torens mogen meer van elkaar verschillen dan de panden in de onderbouw van elkaar verschillen. Elke toren heeft een eigen herkenbare identiteit binnen de ‘familie’. 3. De torens hebben een duidelijk leesbare, orthogonale vorm met uitgesproken hoeken. Waar nodig verheldert een extern gevelgrid deze vorm. 4. De drie hoogste torens hebben een verbijzonderde beëindiging. Deze kan één of twee lagen hoog zijn. Hierin prevaleert een afwijkende, transparante materialisering, en kunnen luifels uitdrukking geven aan de verbijzondering. 5.
De bovenste verdieping van alle torens heeft bij voorkeur een hogere verdiepingshoogte.
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
11
Bestaande bebouwing omgeving
erle Wat
erle Wat
id i n
id i n
gs t r
gs
aat
t t ra a
Schema links: onderscheid tussen onderbouw en bovenbouw (torens) met in de drie hoogste torens de beëindiging aangegeven. Gebouw A voegt zich als geheel naar de omgeving.
Schema links: kleur en materialisering verschilt per pand. In de torens worden deze doorgezet (toren en onderbouw vormen één geheel). De torens mogen een eigen identiteit hebben binnen de familie.
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
6.
12
Gebouw A voegt zich als geheel naar de omgeving en mag als geheel (onderbouw en bovenbouw) benaderd worden als special. 2.
Plinten en begane grond 1. De plinten dienen zo levendig mogelijk te zijn, met maximale interactie met de straat. Dus zo veel mogelijk te openen delen (zowel ramen als deuren) en mee-ontworpen onderdelen (als bijvoorbeeld geïntegreerde bankjes bij ramen). Functies als fietsenstallingen of techniek hebben gelijkwaardig ontworpen gevels. 2. De adreszijde van de woningen, zowel de panden als de torens, ligt aan de openbare (buiten)zijde. Elke woning heeft hiernaast altijd, direct of via de entreehal, een toegang tot het binnenterrein. 3. In de onderbouw krijgt elk pand zijn eigen entree. Hybride vormen, waarbij twee panden dezelfde entree gebruiken, zijn mogelijk. Entreehallen hebben altijd een toegang vanaf de straat en een toegang op de eerste verdieping naar de binnentuin. 4. De plinten hebben een flexibele indeling en overbruggen het hoogteverschil tussen de openbare ruimte en de eerste volledige woonlaag (op circa 6.80 meter +NAP hoogte). 5. De plinten worden in hetzelfde materiaal uitgevoerd als de rest van de gevel. 6. Afval, logistiek, fietsparkeren en de ingangen naar de parkeergarage en de fietstallingen worden gebouwd opgelost. Techniek wordt in de gevel geïntegreerd. 7. Entrees en lobby’s hebben een prettige en sociaal veilige uitstraling. Ze zijn opgenomen in het bouwvolume en hebben een open en transparante zijde richting de publieke ruimte.
Het markeren van entrees door verrijkingen in het gevelmateriaal of een kleine inspringing wordt toegejuicht. Hierbij is bijzondere aandacht voor verlichting gewenst. 8. Aan de Oosthavenkade en het westelijk deel van de Waterleidingstraat heeft de plint een publieke uitstraling door een strategische programmering van functies (horeca, dienstverlening). 9. Vergroening of toepassing van verticale beplanting in de plint is welkom. 10. Lobby’s krijgen een semi-publiek karakter in uitstraling en mogelijk programmering. 11. Lobby’s hebben minimaal één uitnodigende trap, om beweging te stimuleren. Speciale elementen 1. Elementen zoals poorten, doorgangen, entreehallen
3.
4.
5.
6.
en hoeken krijgen in het ontwerp extra aandacht en het vergroten de differentiatie en menselijke schaal van het ensemble. De poorten en doorgangen tussen straat en binnengebied zijn vormgegeven als specials in de gevel. Ze voelen ruim, veilig, zorgen voor goede zichtassen en nodigen uit tot binnenlopen. De entreehallen van de panden zijn herkenbaar en transparant. Een zichtrelatie met het achterliggende binnenterrein is wenselijk. De entreehallen van de torens steken aan de straatzijde door de onderbouw; ook dit is een plek waar in de gevel een uitnodigend accent gemaakt wordt. Hoekpanden mogen als geheel pand een accent zijn wat betreft materialisering, gevelopbouw en ornamentiek. De identiteit van gebouw en gebied wordt waar mogelijk doorgezet in het interieurontwerp van de entreehallen.
Materiaal en kleurstelling 1. Er wordt gewerkt met een palet van kleuren, die genuanceerd van elkaar verschillen en niet contrasteren. Materialisering en alle kleurgebruik in aardetonen; zie hiervoor het kleurpalet in de bijlage. 2. De gebouwvolumes worden uitgevoerd in steenachtige, natuurlijke en mooi verouderende materialen. Deze hebben een hoogwaardige kwaliteit en uitstraling. Door te werken met steenachtige materialen ontstaat er samenhang in het gebied. De gebouwen hebben één hoofdmateriaal en benadrukken hiermee de alzijdige uitstraling. 3. In de torens wordt in principe de materialisering van de onderbouw doorgezet. Wel zijn deze abstracter vormgegeven, bijvoorbeeld door een meer abstracte verwerking van hetzelfde materiaal of de toevoeging van een ander bijpassend gevelmateriaal of het inkapselen in een gevelgrid. 4. Naastgelegen gebouwen worden op elkaar afgestemd en hebben een genuanceerde differentiatie door variatie in materiaal, textuur of kleurgebruik. Verschillen worden subtiel benadrukt door te variëren in kleur en of materiaal, grootte en ritmiek van de raamopeningen en type van de privébuitenruimten. 5. De gevels worden gekenmerkt door een ruimtelijke opbouw met voldoende dieptewerking. Vlakke gevels worden voorkomen. De invulling van de dagkanten kan in hetzelfde materiaal als het hoofdmateriaal worden doorgezet, of er kan
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
13
erle Wat
Referentiebeelden architectuur
id i n
gs t r
aat
Schema links: plekken als speciale accenten: entrees naar zowel de straat als het binnenterrein, poorten en doorgangen, hoeken. De witte villa is een bestaande special.
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
6.
7.
8.
worden gewerkt met een subtiel kader in een accentmateriaal of het kozijnmateriaal. Incidenteel kan het glas vlak worden gelegd in de gevel. De gebouwen kenmerken zich door een gelaagde gevelopbouw. Er kan naast het hoofdmateriaal gewerkt worden met een tweede materiaal of een andere textuur van hetzelfde materiaal, bijvoorbeeld om een entree te accentueren. De toegepaste hoofdmaterialen zijn hedendaags, hoogwaardig, tijdloos, en duurzaam. Materialen zijn bijvoorbeeld baksteen, beton, keramiek, natuursteen, hoogwaardig plaatmateriaal, aluminium en staal. De detaillering is geraffineerd, hoogwaardig en consequent. Er wordt zorgvuldig gedetailleerd, zodat vervuiling en veroudering van het gevelmateriaal worden tegengegaan. Bovendien worden materialen vanuit duurzaam oogpunt uitgezocht en op duurzame wijze toegepast. Hierbij kunnen ook hernieuwbare materialen worden toegepast.
Buitenruimtes 1. Balkons worden ‘verdeeld’ geplaatst, zodat een continu patroon ontstaat en balkons onderdeel vormen van de volumes en parcelering (geen plaatsing boven elkaar in ‘strengen’, geen aangehangen betonplaten). 2. Voor gebouw A geldt dat buitenruimtes half inpandig worden opgenomen. 3. Hekken en afscherming zijn open, maar hebben voldoende mate van privacy. De hekken zijn een integraal onderdeel van de architectuur en hebben een hoogwaardige uitstraling. Een bijzondere oplossing is nodig voor de keermuren en hekwerken rond de (verdiepte) tuin van de witte villa. Hier is maatwerk nodig. 4. Buitenruimtes zijn hoogwaardig – ze zijn optimaal georiënteerd op de zon, hebben voldoende maat en zijn een verlenging van het interieur – en zijn onderdeel van de kloeke volumes. 5. De appartementen aan het binnenterrein hebben een private tuin waarvan de afscherming meeontworpen is als integraal onderdeel van het landschapsontwerp. Hierbij wordt door goed ontwerp het plaatsen van eigen schuttingen en hekwerken voorkomen. De maximale hoogte van een afscheiding is 80cm.
Daken 1. Alle daken worden mee-ontworpen als ‘5e gevel’.
14
2.
3.
4.
5.
De daken zijn overwegend plat om de technische installaties, groenvoorzieningen en PV-panelen te situeren. Industriële kapvormen (zoals shed-daken) kunnen een waardevolle toevoeging vormen. De zichtbare daken op de vijfde bouwlaag worden uitgevoerd als groen dak. Aangrenzende appartementen hebben er een terras. Het merendeel van de daken dient ingezet te worden voor energieproductie. Dit is zo min mogelijk zichtbaar vanaf maaiveld en zoveel mogelijk gecombineerd met groen. Technische installaties op de daken bevinden zich tenminste 2,5 meter vanaf de dakrand.
Gebouwd parkeren en binnengebied 1. De parkeergarage is helder en pragmatisch, maar zorgvuldig vormgegeven als integraal onderdeel van het geheel. De garage voelt prettig en veilig door overzicht, lichtniveau, kleurstelling, toegangen en routes. 2. Constructie en hekwerken zijn leidend. Geen zichtbare technische onderdelen (te integreren in constructie). Specifieke aandacht voor de verlichting. 3. De parkeergarage heeft, behoudens de entree, geen zichtbare gevel aan de openbare ruimte. 4. De hoofdentree voor voetgangers vanuit de garage voert naar de binnentuin. Een verticale koppeling van het landschap is gewenst. 5. Enkele uitsparingen in de garage maken de toetreding van daglicht mogelijk, evenals het plaatsen van enkele grotere bomen in volle grond die het daklandschap verrijken en een prettig microklimaat (schaduw, verkoeling, schuilplaats, verse lucht) bieden. 6. Het interieur van de garage is niet alleen functioneel, maar geeft ook uiting aan het thuiskomen. 7. Eventuele hekwerken op de randen van het garagedak zijn verwant aan de toegepaste hekwerken aan balkons. 8. Het binnenterrein is een (dak)landschap; hiervoor is minimaal een gronddekking van gemiddeld 60cm nodig. 9. Het binnenterrein is minimaal geopend voor publiek van zonsopkomst tot zonsondergang. De hekken bij de poorten en doorgangen zijn zorgvuldig en subtiel vormgegeven.
Duurzame keuzes 1. Duurzaamheidsmaatregelen zijn een integraal
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
15
erle Wat
Referentiebeelden architectuur
id i n
gs t r
aat
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
Baksteen
4.
Metaal
3.
onderdeel van het gebouwconcept en de architectonische expressie. Gebouwen zijn voorzien van intensief en hoogwaardig groen ten behoeve van natuurinclusief en klimaatadaptief ontwerp, en zijn toegankelijk door middel van daktuinen en individuele en collectieve buitenruimten. De daken van de onderbouw worden voorzien van groene bedekking en waar nodig van waterbuffering (polderdak) met daarboven PVpanelen voor het opwekken van energie. Installaties worden opgelost in de bouwmassa, zijn niet zichtbaar vanaf de straat, en steken niet boven de dakrand uit.
Accenten
2.
16
Accenten
Metaal
Baksteen
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
17
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
18
Criteria voor de uitwerking van het landschap De onbebouwde ruimte is onderdeel van de planontwikkeling in opdracht van de initiatiefnemer. De inrichting van het aangrenzende deel van de Oosthavenkade volgt de planvorming vanuit de gemeente. De inrichting van de Waterleidingstraat is in profiel en gebruik vastgelegd in het stedenbouwkundig plan. De inrichting van het park aan de rivier en de daktuin binnen het bouwblok worden getoetst aan de hiernavolgende criteria.
4.
5. 6.
Het landschapsontwerp wordt gelijktijdig met de gebouwontwerpen voorgelegd ter toetsing.
7.
Park aan de rivier 1. Het park kent hoogteverschillen om zo goed mogelijk aan te sluiten op het binnenterrein. 2. Robuuste inrichting passend bij schaal en karakteristiek van de oeverzone. 3. Het park heeft zo veel mogelijk groen in de vorm van boomgroepen, heestervakken, vaste planten en grasvlakken van extensief gemaaid gras. Boomgroepen hebben geen massieve boomkroon om het uitzicht op de rivier en het park te waarborgen. 4. Langs de bebouwing is sprake van een verharde strook die toegankelijk is voor hulpdiensten, mindervaliden en bezoekers van het gebied. Deze verharde ruimte is goed verlicht, in beeld gekoppeld aan de poorten in de bebouwing. In het park zelf is de hoeveelheid verharding beperkt. (Half) verharding, paden in monolithische materialen. 5. Bij de zuidwestelijke entree is een terras ingepast in het park. Het terras sluit aan op de Oosthavenkade, het landhoofd en de hoogwaterkering. 6. In het park is ruimte voor toepassing van beeldende kunst, bij voorkeur verbonden aan meubilair of speelvoorzieningen. 7. Informele, stoere inrichtingselementen. Zitranden en treden van beton of steen langs de oever.
8.
Binnentuin 1. De binnentuin is publiek toegankelijk via meerdere toegangen/poorten. De poorten aan de straatzijden hebben altijd trappen vanwege het hoogteverschil met de omgeving, aan de rivierzijde zijn de hoogteverschillen beperkt. Toegankelijkheid voor mindervaliden aan de Waterleidingstraat wordt bouwkundig opgelost. 2. De poorten worden bij zonsondergang afgesloten met speciaal ontworpen hekken. 3. Er is minimaal 40cm gronddekking op de retentielaag, plaatselijk verhoogd tot 1.0m voor de
9.
aanplant van bomen. De binnentuin heeft een losse, tuinachtige inrichting met afwisseling van schaduwrijke en zonnige plekken. Er zijn collectieve paden van monolithisch materiaal en/of halfverharding, met strakke detailleringen. (Collectieve) plekken langs de gevel (toegangen tot de portieken, terrassen aan collectieve ruimtes) zijn van hout, grootformaat tegels en/of platen in beton of steen. Privé zones zijn mee ontworpen met de architectuur, hebben een groene uitstraling, zijn niet hoger dan 0.8m. De binnentuin is ruim voorzien van bomen, (boom-) heesters, vaste planten en grassen. Er is tenminste één groter grasveld voor spel en ontmoeting. De daktuin heeft een waterbergend vermogen van minimaal 6cm retentie.
Eiland Van Speyk Vlaardingen | Rijnboutt
19
Rijnboutt Amsterdam Moermanskkade 317 1013 BC Amsterdam T +31 (0)20 530 48 10 info@rijnboutt.nl rijnboutt.nl @rijnboutt