Bestuurlijke Managementsamenvatting Jaarverslag 2020 VRR
Tekst van het document
Bestuurlijke Samenvatting Jaarverslag 2020
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
Aan het begin van het 2020 ging de VRR vol goede moed van start om de gemaakte afspraken uit de Begroting 2020 te realiseren. In maart 2020 werd de hele planning echter flink door elkaar geschud door COVID-19. In deze bestuurlijke samenvatting hebben wij voor u samengevat wat de impact van COVID-19 op de VRR is geweest en wat we ondanks de pandemie toch hebben bereikt van de oorspronkelijke planning. Door de COVID-19 pandemie werd bijna alles anders. Als crisisorganisatie werd als vanzelfsprekend de crisisstructuur ingericht om de crisis te bestrijden. Hierdoor kwam er veel werkdruk bij een kleine groep mensen die continu aan de slag is en weinig tijd heeft om bij te komen. Bijna wekelijks werden noodverordeningen bijgewerkt en werden er zorghotels ingericht om de IC’s te ontlasten. Collega’s die hun reguliere taken niet uit konden voeren, werden ingezet om op andere taken te ondersteunen. Voor de ploegen op de kazernes en de ambulancemedewerkers werden veel maatregelen genomen, zodat zij zo veilig mogelijk konden werken. Oefenprogramma’s werden stilgelegd en kennisoverdracht werd digitaal gedaan. En het dagdienstpersoneel ging thuiswerken. Ook de GHOR is tijdens de pandemie danig op de proef gesteld. Zij zijn bij geneeskundige crises de spin in het web van alle netwerkpartners. Plotseling waren zij van de mondkapjes, bedden en daklozen.
Voor een dergelijke crisis is de GHOR ruim onder bemenst. Om alles in goede banen te leiden is de GGD-GHOR Corona-organisatie opgezet, waarbij processen op gang zijn geholpen, veel van de talenten en kwaliteiten van de VRR zijn ingezet en waar nodig nog expertise is binnengehaald. Bij de Ambulancezorg heeft het afgelopen jaar grotendeels in het teken van COVID-19 gestaan. Gedurende de gehele periode vergden de ritten met COVID-verdachte patiënten extra aandacht. Na deze ritten dienden de ambulances op de post ontsmet te worden. Hierdoor is een ambulance ongeveer één uur langer niet opnieuw inzetbaar. Hierdoor is er op zo’n moment minder ambulancecapaciteit beschikbaar. Net als in de gehele zorg was er bij de ambulancedienst sprake van een hoger ziekteverzuim en stagneerde de instroom van opgeleide ambulanceverpleegkundigen doordat opleidingen zijn vertraagd. Om de paraatheid op een aanvaardbaar niveau te houden zijn de regionale nascholingen weer voor een belangrijk deel stilgelegd en dit zal zeker impact hebben op de toekomstige paraatheid. Het jaar 2020 was voor de ambulancezorg ook een transitiejaar. Ondanks de pandemie is de nieuwe ambulance-organisatie voorbereid op inbedding in de VRR per 1 januari 2021. Bij de brandweer is het Plan Brandweerzorg 2017-2020 geëvalueerd.
Er is een plan van aanpak opgesteld met een achttal verbeterpunten en sturingsmechanismen die de voorgestane doorontwikkeling ver vorm gaan geven. Een deel van deze verbeterpunten wordt meegenomen in het programma Brandweer Rotterdam-Rijnmond Toonaangevend. Dit programma is onder leiding van de nieuwe directeur Michiel van Kruijsbergen gestart en bevat de eerste onderwerpen voor de doorontwikkeling van de brandweerorganisatie. Trefwoorden daarbij zijn vakmanschap en bekwaamheid, betere besluitvorming en strategisch vermogen, versterking van de piketorganisatie en meer samenwerking met de rest van de VRR. Voor de brandweer heeft COVID-19 o.a. veel effect gehad op het voorkomen van besmettingen, zowel tijdens inzetten als het zoveel mogelijk voorkomen van uitwisseling (en zorgen voor een veilige overdracht) tussen ploegen. Op het gebied van risicobeheersing is er veel aandacht geweest voor de komst van de Wet omgevingsveiligheid en de Wet kwaliteitsborging bouw. Deze ontwikkeling zorgt voor een andere kijk op het onderwerp veiligheid. Om gemeenten te laten weten welke bijdrage de VRR kan leveren aan het creëren van een veilige leefomgeving is gestart met het ontwikkelen van een producten- en dienstencatalogus. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met de gemeenten over dit onderwerp.
Het afstemmen van processen en het aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet zijn daarbij belangrijke onderwerpen, zodat er straks een effectieve integrale samenwerking met de gemeenten en partners staat. De uitbraak van COVID-19 heeft er voor gezorgd dat er het afgelopen jaar weinig evenementen zijn geweest, maar binnen de VRR is er toch veel aandacht geweest voor evenementenadvisering. Er is een centraal opererend team ingericht, dat voor alle adviesaanvragen een integraal en risicogericht
advies opstelt en dit afstemt met interne en externe partners. Naast advies voor evenementen geven zij ook advies ten aanzien van standplaatsen, terrassen, filmopnames, demonstraties en ontbrandingstoestemmingen voor vuurwerk Financieel Ten opzichte van de 2e begrotingswijziging wordt over 2020 € 621k meer over gehouden. In 9maandsrapportage. In de 9-maandsrapportage was overigens al € 400k aan saldo geprognosticeerd. In onderstaande toelichting en tabel ziet u een opsomming van de verschillen die leiden tot het resultaat: -
-
-
-
-
Groot onderhoud: Vanwege het COVID-besmettingsgevaar voor de uitrukploegen is er geen toegang verleend tot gebouwen. Dit heeft er toe geleid dat een deel van de activiteiten gerelateerd aan groot onderhoud niet plaats heeft kunnen vinden. Er vindt daarom ook een lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve plaats. Deze achterstand gaat in twee jaar ingehaald worden en wordt uitgevoerd naast het reguliere onderhoudsprogramma. Spoorincident Bestrijding: de activiteiten van het project Spoor Incident Bestrijding lagen door COVID in 2020 op een lager niveau (zo is veel projectpersoneel ingezet op COVID-activiteiten en zijn bijvoorbeeld leveringen uit het Verenigd Koninkrijk voor Spoorincident Bestrijding uitgesteld). Er vindt daarom een lagere onttrekking aan de reserves plaats. Kapitaalslasten: De afschrijvingen zijn lager dan begroot, dit kan in twee hoofdoorzaken worden gesplitst: 1) door de vertragingen die zijn opgelopen als gevolg van COVID (vertraagde levering) en 2) doordat een aantal investeringen abusievelijk al als “in gebruik” per 1 januari 2020 waren opgenomen in de 2e BW 2020. Het betreft hierbij vooral de portofoons, SNS MOI en de toegangscontrole. Vrijval (bestemmings)reserve transitie Meldkamer: In de begroting is rekening gehouden met mogelijke nagekomen kosten als gevolg van de Transitie Meldkamer.
In 2020 zijn deze lasten niet gekomen, waardoor een deel van de hiervoor aangelegde bestemmingsreserve vrijvalt. Vergoeding actiecentra: Met de overdracht van de meldkamer aan de LMS heeft de VRR een deel van de bijbehorende BDUR-opbrengsten ingeleverd en deze opbrengsten worden nu door de LMS ontvangen. Uit deze BDUR-opbrengsten werden door de VRR onder meer de actiecentra betaald. Voor 2020 heeft de politie aangegeven een deel van de bij ons gemaakte kosten te vergoeden (zie risicoparagraaf). Daarmee blijft echter € 240k niet vergoed. De VRR is in gesprek met de LMS over een structurele overname van deze kosten. Doorgeschoven activiteiten: Om het risico op COVID-besmettingen bij de uitrukploegen zo klein mogelijk te houden zijn diverse activiteiten rondom oefeningen en trainingen uitgesteld. Deze activiteiten worden in 2021 ingehaald.
Bedragen x € 1000,Resultaat voor bestemming
2e BW 2020 659
Gerealiseerd resultaat 2.391
Verschillen 1.732
Lager groot onderhoud
765
Lagere kosten Spoor Incident Bestr.
346
Lagere kapitaalslasten
531
Vrijval reserve Meldkamer
266
Actiecentra deels onvergoed
-240
Doorgeschoven activiteiten
242
Diverse posten
-177
Mutaties Reserves
679
-432
-1.111
Verminderde onttrek. Groot onderhoud
-765
Verminderde onttrek. Spoor Incident Bestr.
-346
Resultaat na bestemming
1.337
1.958
621
(Positieve bedragen in deze tabel betekenen lagere kosten / hogere opbrengsten en negatieve bedragen betekenen hogere kosten / lagere opbrengsten).
De belangrijkste afwijkingen die geen effect hebben gehad op het resultaat (omdat er opbrengsten tegenover staan) betreffen de extra kosten als gevolg van de COVID-crisis (€ 13.845k in totaal deels al gemeld in de 2e BW), de zorgbonus voor ambulancepersoneel (€ 539k) en extra FLO-lasten Brandweer (€ 546k: a.g.v. affinanciering door het verlaten van de bezwarende functie). Het absolute saldo in 2021 is € 1.958k positief. Dit saldo is nagenoeg geheel incidenteel en wordt voor circa driekwart veroorzaakt door lage kapitaalslasten als gevolg van de grote hoeveelheid investeringen die nog gepland staat voor 2021 en verder. Het verdere incidentele resultaat wordt door diverse incidentele posten veroorzaakt waaronder additionele baten (UWV, detachering, etc). Risico’s In de paragraaf weerstandsvermogen zijn een tweetal wijzigingen op de risico’s opgenomen: Deeltijdregeling: Er is een eerste conceptbedrag van € 3.600k opgenomen voor het risico van de deeltijdregeling (taakdifferentiatie) op basis van een landelijk rekenmodel. Omdat het een model betreft en het proces rondom de deeltijdregeling nog niet is uitgelopen moet het genoemde bedrag als een vroege schatting worden gezien. Uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor de consequenties van de deeltijdregeling.
Piketorganisatie en vakbekwaamheid: De VRR is een bestuurlijk traject “Ontwikkelagenda” gestart om met het bestuur in gesprek te gaan over de taak, rol en het gewenste ambitieniveau van de VRR. Door COVID-19 is de bestuurlijke conferentie uitgesteld naar 26 mei 2021. Door het niet doorgaan van de bestuurlijke conferentie is er nog geen richting bepaald en zijn er ook nog geen keuzes gemaakt. De door Berenschot uitgevoerde onderzoeken laten echter zien, dat de kwaliteit op een aantal basistaken wegzakt en de financiën krap zijn. Het oppakken van nieuwe taken is ten koste gegaan van de kwaliteit op een aantal basistaken. Deze discrepantie wordt zoveel mogelijk met improviseren opgelost, maar is niet structureel vol te houden. Daarnaast zien we dat maatschappelijke veranderingen ook invloed hebben op de kwaliteit van een aantal basistaken. De taken waar dit het meest zichtbaar is, zijn de pikettaken en vakbekwaamheid. Voor deze taken zijn nu risico’s opgenomen. Wat betreft de piketorganisatie vinden er steeds meer en meer complexe incidenten plaats, waardoor er meer inzet van piketfunctionarissen vereist is (er is sprake van verdubbeling van incidenten waar piketinzet voor vereist is) en ook steeds meer deskundigheid wordt vereist. Doordat deze functie naast de niet-repressieve taak wordt gedaan, gaat dit ook ten koste van de capaciteit van de niet-repressieve taak.
Hieruit volgt een noodzaak tot modernisering van de piketorganisatie. M.b.t. vakbekwaamheid is er sprake van o.a. een groter verloop van vrijwilligers en beroeps. Waar vrijwilligers eerder hun werkzame leven ook vrijwilliger bleven, zien we nu dat er na een aantal jaar afscheid genomen wordt, waardoor er veel meer vrijwilligers moeten worden opgeleid en getraind voor de basisbrandweertaak. Deze trend is in heel het land waarneembaar. Daarnaast is er steeds meer sprake van complexe incidenten waarvoor specifiekere kennis benodigd is. Deze ontwikkelingen leggen een grote druk op de vakbekwaamheid, waardoor het kritische niveau nu genaderd is.