Bestemmingsplan Kethelweg-Plein Emaus
Tekst van het document
In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het Hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
56
Conclusie In de huidige situatie is de locatie volledig verhard. Met de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak af. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde. Voor het overige zijn er geen effecten op het watersysteem. De rioolpersleiding met beschermingszone is voorzien van een toepasselijke dubbelbestemming.
5.10
Ecologie
Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied "Oude Maas" ligt op een afstand van circa 5,6 kilometer. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het NNN (de Nieuwe Maas) ligt op een afstand van circa 1,8 kilometer. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden en de geringe ontwikkeling kunnen ook verstoring, verandering van de waterhuishouding en vermesting/verzuring worden uitgesloten. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' is voor de realisatie- en gebruiksfase een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie bijlage 13 en ). Uit de berekeningen (zie ook bijlage 14 en 15) blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling.
Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve geheel worden uitgesloten. Soortenbescherming Het voornemen is om een gebied aan de Kethelweg te Vlaardingen te herbestemmen waardoor het mogelijk is om woningbouw te realiseren. Deze activiteit zou kunnen samengaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten (zie bijlage 16). In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien en gebouwen te slopen buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Zuid-Holland. Verder kan, op basis het verkennend veldonderzoek, de aanwezigheid van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes) en broedvogels met vaste rusten verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) in beide deelgebieden niet worden uitgesloten; effecten op deze soort(groep)en kunnen dan ook niet op voorhand worden uitgesloten. Om die reden is een gerichte veldinventarisatie in beide deelgebieden uitgevoerd, zie bijlage 17.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
57
Uit de resultaten van de veldinventarisatie komt naar voren dat in en direct rond de deelgebieden laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuizen foerageren. Er zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de vleermuizen er blijven foerageren. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Negatieve effecten op de vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Gedurende het onderzoek zijn ook geen gierzwaluwen of huismussen aangetroffen. Ook negatieve effecten op de gierzwaluwen of huismussen worden derhalve uitgesloten. Op grond van de onderzoeken worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen in de twee deelgebieden aan de Kethelweg te Vlaardingen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Conclusie Significante negatieve effecten op beschermde gebieden en negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten. Het aspect ecologie staat de beoogde functiewijziging niet in de weg.
5.11
Archeologie
Toetsingskader In de Monumentenwet 1988 is opgenomen dat de gemeenteraad bij de bestemming van de grond rekening houdt met de in de grond aanwezig dan wel te verwachten monumenten. Hoewel met het in werking treden van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 de Monumentenwet is vervangen, is via het overgangsrecht (hoofdstuk 9 van de Erfgoedwet) geregeld dat bepalingen uit de Monumentenwet 1988, waaronder de hier genoemde, nog altijd van toepassing zijn. Onderzoek en conclusie Het plangebied ligt in een gebied met middelhoge archeologische verwachting, zoals ook blijkt uit het vigerende bestemmingsplan. Archeologisch onderzoek is aan de orde bij grondwerkzaamheden groter dan 100 m2 of dieper dan 30 cm. Archeologisch onderzoek is voor de ontwikkeling dan ook aan de nodig. Dit onderzoek wordt na sloop van de huidige bebouwing uitgevoerd. Vooralsnog wordt een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan overgenomen. Hierdoor zijn de eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied gewaarborgd.
5.12
Cultuurhistorie
Toetsingskader In de Monumentenwet 1988 is opgenomen dat de gemeenteraad bij de bestemming van de grond rekening houdt met de in de grond aanwezig dan wel te verwachten monumenten. Hoewel met het in werking treden van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 de Monumentenwet is vervangen, is via het overgangsrecht (hoofdstuk 9 van de Erfgoedwet) geregeld dat bepalingen uit de Monumentenwet 1988, waaronder de hier genoemde, nog altijd van toepassing zijn. Onderzoek en conclusie Nabij het plangebied staat de molen Aeolus uit 1790. Deze molen heeft een molenbiotoop (beschermingszone) met een straal van 400 m. Binnen deze biotoop worden eisen gesteld aan de hoogte van nieuwe bebouwing en beplanting. De molenbiotoop is op de verbeelding aangegeven middels de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - Molenbiotoop 400 m'. De eisen zijn vastgelegd in de regels (zie 14.1 Molenbiotoop).
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
58
Bij de molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van cruciaal belang. Daarnaast staat met name de zichtbaarheid van de molen centraal. Doorgaans wordt de eerste 100 m obstakelvrij gehouden, vanaf 100 m loopt de hoogte van de bebouwing en beplanting langzaam op. Het plangebied ligt op een afstand van circa 240 meter vanaf de molen. Binnen een afstand van 100 tot 400 meter tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht en mag geen beplanting aanwezig zijn hoger dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk en de beplanting tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. De wieken van molen Aeolus staan circa 18 meter boven het maaiveld. De maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt ter hoogte van het plangebied 26 meter (240/30 + 18 meter). De bouwhoogte van de nieuw op te richten woningen bedraagt maximaal 13 meter, de bouwhoogte zal derhalve in geen geval meer dan de toegestane 26 meter bedragen. Hiermee wordt voldaan aan de regels van de molenbiotoop. Verder maakt het plangebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied.
5.13
Duurzaamheid
Vlaardingen wil in 2050 een klimaatneutrale stad zijn en in 2020 voor minimaal 20% gebruik maken van duurzame energie: zon, wind, rest- en aardwarmte, biomassa etc. Om dit doel te kunnen bereiken stimuleert de gemeente alle inwoners hier een steentje aan bij te dragen. Zelf heeft de gemeente geïnvesteerd in een energiezuinig stadskantoor. In paragraaf 2.5 is ingegaan op het gemeentelijk beleid met betrekking tot duurzaamheid. In het programma Duurzaamheid wil de gemeente een impuls geven aan energiebesparende maatregelen en het stimuleren van het gebruik van duurzame energie. Hiervoor zijn 8 opgaven geformuleerd: 1. Verbeteren van de energie-efficiëntie en het omschakelen naar duurzame energie; 2. Bevorderen van duurzame mobiliteit en transport; 3. Verminderen van geluidsoverlast, het bevorderen van schone lucht en aanvaardbare externe veiligheidsrisico’s; 4. Instandhouden van een groene en schone stad; 5. Bevorderen van duurzame bedrijvigheid, producten en diensten en duurzaam afvalbeheer; 6. Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering(adaptatie); 7. Bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling; 8. Vergroten van bewustwording en draagvlak voor duurzaamheid en de voorbeeldfunctie van de gemeente. In het Actieplan Wonen (actualisatie 2017) zijn kaders voor de milieuambities voor nieuwe woningen opgenomen.
De gemeente streeft naar energieneutrale en nul-op-de-meter-woningen. Bouwplan in relatie tot duurzaamheid De woningen worden zoals door de wet VET voorgeschreven gasloos gebouwd. Om wateroverlast in het plangebied te voorkomen, is het wenselijk om tuinen zo groen mogelijk in te richten en de eventuele verharding aan te leggen met waterdoorlatende bestratingsmaterialen. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat nieuwe investeringen klimaatbestendig moeten zijn en nieuwbouw moet voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen uit de Agenda Duurzaamheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
59
Mobiliteit Door de ideale ligging ten opzichte van het openbaar vervoer netwerk wordt het gebruik van het openbaar vervoer gestimuleerd, zie ook hoofdstuk 4. Gezondheid Uit de toets per milieuaspect in hoofdstuk 5 blijkt dat wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. In de huidige situatie is het plangebied volledig verhard. De ontwikkeling sluit door de afname van het verhard oppervlak aan bij de doelstelling voor klimaatadaptatie. Isolatie De bouwkundige schil van de woningen wordt geheel geïsoleerd op basis van de nieuwbouwnorm. Warmte-opwekking/zonnepanelen Uitgangspunten zijn: individuele bodemwarmtebronnen voor de grondgebonden woningen. Voor het halen van de BENG-eis zijn PV-panelen niet noodzakelijk, maar ze kunnen worden geplaatst; luchtwarmtepompen voor de appartementen. PV-panelen zijn hierbij nodig om aan alle eisen te voldoen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
60
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
61
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de uitgangspunten voor het plangebied. Om deze waarden te kunnen waarmaken dienen deze (voor zover ruimtelijk relevant en mogelijk) juridisch doorvertaald te worden. Het aangewezen planologische instrument hiervoor is het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de uitgangspunten vertaald zijn in het bestemmingsplan. In het algemeen kan worden gesteld dat in onderhavig bestemmingsplan wordt gestreefd naar bescherming en versterking van de aanwezige kwaliteiten aan de ene kant en naar voldoende flexibiliteit aan de andere kant. Voorkomen moet worden dat voor ruimtelijk aanvaardbare bouw- of andere initiatieven een afwijkingsprocedure dan wel een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan moet worden doorlopen. Het zoveel mogelijk voorkomen van binnenplanse afwijkingsbepalingen bevordert daarbij de rechtszekerheid. Het kan echter toch wenselijk zijn om enkele bouw- en/of gebruiksmogelijkheden op te nemen in de vorm van binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, zodat er een extra toetsingsmoment is. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden.
Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de kaart worden alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de kaart zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn ook afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden en aanlegregels opgenomen.
6.2
Opzet regels
De regels zijn gestructureerd in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. De algemene regels (waaronder ook de parkeerregeling) zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de overgangsen slotregels.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
62
6.3
Bestemmingen
In deze paragraaf is een beschrijving gegeven van de bestemmingen in het gebied. Enkelbestemmingen Artikel 3 Groen De huidige groene locaties aan de Kethelweg zijn bestemd als 'Groen'. Op deze gronden mogen er binnen deze bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, worden gerealiseerd. Artikel 4 Tuin Aan de voorzijde van de woningen is de bestemming 'Tuin' toegevoegd. Deze gronden zijn bestemd voor tuin en erf- en terreinafscheidingen. Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden opgericht. Een uitzondering geldt voor erkers en toegangsportalen, onder bepaalde voorwaarden. Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingswegen en parkeerplaatsen hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd. Artikel 6 Water De watergang is bestemd tot 'Water'. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd. Artikel 7 Wonen - 1 Voor de grondgebonden woningen is de bestemming 'Wonen - 1' opgenomen. Het maximum aantal wooneenheden bedraagt 21 grondgebonden woningen. Op de verbeelding is een maximale goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen vastgelegd. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Voor erfbebouwing is aangesloten bij de gemeentelijke erfbebouwingsregeling.
Artikel 8 Wonen - 2 Voor het appartementengebouw is de bestemming 'Wonen - 2' opgenomen. Het maximaal aantal wooneenheden bedraagt 16 appartementen. Op de verbeelding is langs de randen een maximale gooten bouwhoogte van gebouwen vastgelegd en voor het platte deel een maximale bouwhoogte. Dubbelbestemming Artikel 9 Leiding - Riool De aanwezig rioolleiding inclusief beschermingszone (4 m aan weerzijden) heeft de dubbelbestemming Leiding - Riool gekregen. Bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen mogen - op enkele uitzonderingen na - uitsluitend met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag worden gebouwd. De leidingbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad. Voor diverse werken en werkzaamheden geldt een omgevingsvergunningplicht. Artikel 10 Waarde - Archeologie - 2 Aan het gehele plangebied is een archeologische dubbelbestemming toegekend. Ten behoeve van de dubbelbestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen mogen slechts onder voorwaarden worden gebouwd. Daarnaast is voor diverse werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren ervan nodig. Een archeologisch rapport is in de in de regeling opgenomen gevallen indieningsvereiste bij de aanvraag om omgevingsvergunning ten behoeve van bouwen dan wel aanleggen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
63
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. Op grond van artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn plannen aangewezen waarvoor een dergelijk exploitatieplan moet worden opgesteld. Voor dit plan dient een exploitatieplan te worden vastgesteld. Artikel 6:12, lid 2 geeft aan dat de gemeenteraad kan besluiten géén exploitatieplan vast te stellen indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is b. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. In de onderhavige situatie wordt voldaan aan de bovenstaande voorwaarden, omdat het kostenverhaal van het project anderszins is verzekerd. Er is een anterieure overeenkomst afgesloten. De gemeente acht het plan economisch uitvoerbaar.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op 20 november 2018 is een informatieavond ten behoeve van het plan geweest. Hier hebben mensen hun op- en aanmerkingen en vragen kunnen toelichten op het plan. Het verslag hiervan is opgenomen in bijlage 18. In 2020 is een brief aan circa 1.100 woningen gestuurd. Ter ondersteuning hiervan is een website opgesteld (www.nieuwambacht.nl). Er zijn 59 reacties binnengekomen. De opmerkingen zijn verwerkt of met een reden, zoals de haalbaarheid, niet verwerkt in het plan. Een gebundelde reactie is naar omwonenden gestuurd, zie bijlage 19. Hiernaast is een klankbordgroep opgezet, zie bijlage 20 voor het verslag van het startoverleg op 20 januari 2021. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan aan diverse instanties toegezonden. De ontvangen reacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota van (overleg)reacties, zie bijlage 21.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
64
Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kon eenieder zienswijzen indienen. De Nota van Zienswijzen is opgenomen in bijlage 22. Naar aanleiding van een aantal zienswijzen is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld. In aanloop naar de vaststelling van het bestemmingsplan heeft over het zuidelijke deel van het plangebied (aan de zijde van de Jan Ligthartstraat) met 2 direct betrokken huishoudens nadere participatie plaatsgevonden. Deze nadere participatie heeft geleid tot een heroverweging met betrekking tot het maximum aantal wooneenheden en de maximale goot- en bouwhoogte ter plaatse. Deze heroverweging heeft uiteindelijk geleid tot een verlaging van de maximale bouwhoogte van de 3 ter plaatse geplande wooneenheden in de Jan Ligthartstraat met 2 meter. Deze maximale goot- en bouwhoogte wordt hiermee ten hoogste 7 respectievelijk 11 meter. Deze aanpassing komt voor een deel tegemoet aan de wensen van de betreffende omwonenden en wel die van een lagere bouwhoogte van deze woningen. Het maximum aantal wooneenheden is op basis van financieel-economische overwegingen niet verlaagd. De aanpassing van de maximale bouwhoogte (van 13 meter naar 11 meter) heeft geleid tot een aanpassing van de verbeelding, ter plaatse van de bestemming Wonen - 1 (ter plaatse van de 3 geplande wooneenheden aan de zijde van de Jan Ligthartstraat).
De verbeelding bevat op deze locatie nu een aanduiding voor een goot- en bouwhoogte van ten hoogste 7 respectievelijk 11 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Overzicht oppervlaktes
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 2 Verslag Welstandscommissie
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 3 Bezonningsstudie Plein Emaus
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 4 Bezonningsstudie Mauritssingel
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 5 M.e.r.-beoordelingsbesluit
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 6 Vormvrije mer-beoordeling
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 8 Advies veiligheidsregio
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek Kethelweg 22-44
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
Bijlage 10
Rho adviseurs voor leefruimte
Nader bodemonderzoek Kethelweg 22-44
161812.20171774
Bijlage 11
Rho adviseurs voor leefruimte
Saneringsplan Burg. de Bordesplein
161812.20171774
Bijlage 12
Rho adviseurs voor leefruimte
Watersleutels
161812.20171774
Bijlage 13
Rho adviseurs voor leefruimte
Memo stikstofberekening
161812.20171774
Bijlage 14 2024
Rho adviseurs voor leefruimte
Stikstofberekening realisatie- en gebruiksfase
161812.20171774
Bijlage 15
Rho adviseurs voor leefruimte
Stikstofberekening realisatiefase 2023
161812.20171774
Bijlage 16
Rho adviseurs voor leefruimte
Quickscan flora en fauna
161812.20171774