Bestemmingsplan Kethelweg-Plein Emaus
Tekst van het document
KETHELWEG-PLEIN EMAUS Vlaardingen bestemmingsplan 15 juni 2023
1/1
Kethelweg-Plein Emaus
Vlaardingen
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0622.0307bpKeth2021-0030
15-10-2021 17-02-2022 15-06-2023
concept ontwerp vastgesteld
projectnummer:
161812.20171774 opdrachtleider:
G.M. Boiten
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
10
1.4
Planproces
10
1.5
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Beleid
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Rijksbeleid
11
2.3
Provinciaal beleid
14
2.4
Regionaal beleid
20
2.5
Gemeentelijk beleid
22
Hoofdstuk 3
Gebiedsvisie
31
3.1
Inleiding
31
3.2
Bestaande situatie
31
3.3
Visie op gewenste ontwikkeling
32
Hoofdstuk 4
Verkeer en vervoer
37
4.1
Beleidskader
37
4.2
Ontsluiting
37
4.3
Verkeersveiligheid
38
4.4
Parkeren
39
4.5
Conclusie
40
Hoofdstuk 5
Onderzoek
41
5.1
Inleiding
41
5.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
41
5.3
Milieuzonering
42
5.4
Geluid
43
5.5
Luchtkwaliteit
46
5.6
Externe veiligheid
47
5.7
Kabels en leidingen
51
5.8
Bodem
51
5.9
Water
52
5.10
Ecologie
56
5.11
Archeologie
57
5.12
Cultuurhistorie
57
5.13
Duurzaamheid
58
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
4
Hoofdstuk 6
Juridische planbeschrijving
61
6.1
Algemeen
61
6.2
Opzet regels
61
6.3
Bestemmingen
62
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
63
7.1
Economische uitvoerbaarheid
63
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
63
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Overzicht oppervlaktes
Bijlage 2
Verslag Welstandscommissie
Bijlage 3
Bezonningsstudie Plein Emaus
Bijlage 4
Bezonningsstudie Mauritssingel
Bijlage 5
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 6
Vormvrije mer-beoordeling
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Bijlage 8
Advies veiligheidsregio
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek Kethelweg 22-44
Bijlage 10
Nader bodemonderzoek Kethelweg 22-44
Bijlage 11
Saneringsplan Burg. de Bordesplein
Bijlage 12
Watersleutels
Bijlage 13
Memo stikstofberekening
Bijlage 14
Stikstofberekening realisatie- en gebruiksfase 2024
Bijlage 15
Stikstofberekening realisatiefase 2023
Bijlage 16
Quickscan flora en fauna
Bijlage 17
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels
Bijlage 18
Verslag informatiebijeenkomst
Bijlage 19
Reacties planpresentatie 2020
Bijlage 20
Verslag klankbordgroep
Bijlage 21
Nota overleg
Bijlage 22
Nota van Zienswijzen
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
113
Artikel 1
Begrippen
113
Artikel 2
Wijze van meten
116
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
117
Artikel 3
Groen
117
Artikel 4
Tuin
118
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
119
Artikel 6
Water
120
Artikel 7
Wonen - 1
121
Artikel 8
Wonen - 2
123
Artikel 9
Leiding - Riool
125
Artikel 10
Waarde - Archeologie - 2
126
Hoofdstuk 3
Algemene regels
129
Artikel 11
Antidubbeltelregel
129
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
130
Artikel 13
Algemene bouwregels
131
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
132
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
133
Artikel 16
Algemene wijzigingsregels
134
Artikel 17
Overige regels
135
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
137
Artikel 18
Overgangsrecht
137
Artikel 19
Slotregel
138
Bijlagen regels Bijlage 1
Rho adviseurs voor leefruimte
Beleidsregel Parkeernormen 2019
161812.20171774
6
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
TOELICHTING
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Voor de locatie aan de Kethelweg en het plein Emaus is een herontwikkeling naar woningen beoogd. Hierbij is het voornemen om 37 woningen mogelijk te maken. Het woningbouwprogramma bestaat uit de volgende woningtypologieën: 16 appartementen, 10 twee-onder-één kap woningen en 1 vrijstaande woning op het noordelijke deel van het plangebied en 10 rijtjeswoningen in het zuidelijke deel van het plangebied. Omdat de herontwikkeling niet in het vigerende bestemmingsplan past, is dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld om het beoogde project juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in de gemeente Vlaardingen, in de wijk Vlaardinger Ambacht. Deze wijk aan de oostkant van Vlaardingen ligt nabij de A4 (Delft-Hoogvliet) en de A20 (Maassluis-Schiedam). Door het plangebied heen loopt de Kethelweg. De Kethelweg zorgt ervoor dat het plangebied als ware in een noordelijk en zuidelijk deel wordt ingedeeld. Ten noorden van de Kethelweg wordt de begrenzing van het plangebied gevormd door Plein-Emaus aan de westzijde, de Mauritssingel aan de noordzijde en de woningen aan de Burgemeester Verkadesingel aan de oostzijde. Ten zuiden van de Kethelweg wordt de begrenzing van het plangebied gevormd door aan de westzijde de Jan Ligthartstraat, de zuidzijde de Burgemeester de Bordesplein en aan de oostzijde de Asterstraat.
Figuur 1.1 Weergave ligging plangebied op luchtfoto Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
10
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan Ambacht zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen d.d. 14 januari 2010. Voor een weergave van de plankaart toebehorend aan dit bestemmingsplan zie figuur 1.2.
Figuur 1.2 Uitsnede plankaart bestemmingsplan Ambacht Op de locatie ligt een wijzigingsbevoegdheid van de bestemming 'Bedrijf' naar 'Wonen'. De ontwikkeling past niet in zijn geheel binnen het gebied voor de wijzigingsbevoegdheid. Om die reden is gekozen voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, in plaats van een wijzigingsplan.
1.4
Planproces
Er heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Diverse overleginstanties zijn in de gelegenheid gesteld om op het conceptontwerpbestemmingsplan te reageren. De overlegreacties zijn vervolgens in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan ligt op basis van artikel 3.8 van de Wro gedurende zes weken ter inzage. Binnen deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend door eenieder. Hierna volgt de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, al dan niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is het relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 3 is de gebiedsvisie opgenomen met een beschrijving van de bestaande situatie en de visie op de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Hoofdstuk 4 gaat in op verkeer en vervoer. Hoofdstuk 5 bevat de sectorale milieuonderzoeken. Het betreft de aspecten milieueffectrapportage, milieuzonering bedrijvigheid, industrielawaai, externe veiligheid en overige milieuaspecten. In hoofdstuk 6 is een toelichting op de juridische regeling van het bestemmingsplan opgenomen. Hoofdstuk 7 ten slotte gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
11
Hoofdstuk 2
2.1
Beleid
Inleiding
Hieronder is het relevante beleidskader op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven. Het samengevatte beleidskader in dit hoofdstuk is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar (sectoraal) beleid of (sectorale) beleidsnotities die in dit hoofdstuk niet zijn behandeld.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
12
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Duurzame energie en wonen zijn voor dit project het meest relevant. De komende jaren krijgt iedereen te maken met de overstap naar duurzame energie en tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een Stedelijk Netwerk Nederland. Een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s waarbij het potentieel van heel Nederland benut wordt. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking verbeteren we niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad. Toetsing Het project betreft een transformatie binnen bestaand stedelijk gebied, gericht op meer woningbouw. Het project wordt duurzaam en klimaatadaptief gebouwd. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (geconsolideerde versie 2020) Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Toetsing Het Barro staat de ontwikkeling niet in de weg.
2.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
13
De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen. Toetsing stedelijke ontwikkeling In dit geval worden 37 woningen mogelijk gemaakt op een locatie die geen woonbestemming heeft. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Beschrijving woningbehoefte Provinciale woningbehoefteraming Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan ruim 61.000 woningen. Bovendien zijn 22.150 woningen nog niet regionaal toegedeeld. Regionale afspraken en woningbehoefteraming In het Regioakkoord 2021-2030 (zie paragraaf 2.4.1) maken de 12 gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 72.600 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. In Vlaardingen is de opgave om tot 2030 5.388 woningen te bouwen, waarvan 30% sociaal, 25% middelduur en 45% in de dure categorie.
Inclusief de sloopvoornemens, neemt de totale voorraad naar verwachting tot met 4.409 woningen. Lokale woningbehoefte De woonvisie 2021-2030 van de gemeente Vlaardingen geeft aan dat er een tekort is aan woningen in alle prijsklassen in Zuid-Holland. Met de ambitie zoals opgenomen in de Woonvisie zorgt Vlaardingen er voor dat het in 2040 een woonstad is voor iedereen, zoals opgenomen in de Toekomstvisie. De ambitie is om door te groeien naar 39.000 woningen in 2030. Met de bouw van extra woningen en het opknappen en herstructureren van bestaande woningen wordt ingezet op een uitgebreid en evenwichtig woningaanbod. Hiermee wordt gewerkt aan een woonstad in balans met mogelijkheden voor iedere Vlaardinger. Vlaardingen zorgt voor een gevarieerd woonprogramma in een prettige, duurzame leefomgeving. Hierbij wordt uitgegaan van het bouwen van minimaal 50% van die nieuwe woningen in het duurdere koopsegment. Uitgangspunt bij het bouwen van nieuwe woningen is ook de juiste woning op de juiste plek. Dit om nieuwe woonmilieus bij gebiedsontwikkeling toe te kunnen voegen en bestaande woonmilieus te kunnen versterken. De grote woningambitie van de gemeente wordt ook gezien als een kans om te zorgen dat er meer geschikte woningen en nieuwe woonvormen voor ouderen worden gerealiseerd.
Dit ten gunste van doorstroming vanuit de bestaande woningvoorraad en het in gang zetten van een maximale verhuisketen. Maar er wordt ook ingezet op het bouwen voor starters en middeninkomens. De gemeente wil met de woonvisie in ieder geval de volgende ambities waarmaken: groeien naar 39.000 woningen in 2030; de woningvoorraad in balans brengen, ook in de wijken; extra aandacht geven aan mensen en buurten waar dit nodig is; verbeteren van de bestaande woningvoorraad door onderhoud en verduurzaming te stimuleren; Vlaardingen uitdragen als een prachtige, veelzijdige (woon)stad.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
14
De woonvisie beschrijft aanvullend dat in Vlaardingen maximaal wordt ingezet op het ontwikkelen van nieuwe woningen in de buurt van de bestaande openbaar vervoerslijnen. De nadruk ligt op het toevoegen van een groot aantal woningen in de buurt van het metrostation Centrum, waarmee in Vlaardingen een lang gekoesterde wens van het verbinden van de stad met de rivier vormgegeven kan worden. Met de nabijheid van de rivier, de historische binnenstad, het oude havengebied met haar pakhuizen en de aanwezige recreatiemogelijkheden, biedt dit een interessant en gevarieerd woonmilieu voor diverse doelgroepen. In de directe nabijheid van de stations en vlakbij de rivier is hoogbouw en een flinke dichtheid mogelijk. Daarmee ontstaat een meer hoogstedelijk woonmilieu dat goed aansluit bij de potenties van de plek. Juist in de buitendijkse gebieden wordt een appartement als een passende woonvorm gezien: uitzicht en comfort zijn hierbij belangrijke kwaliteiten. Het plangebied sluit hierbij aan. De gemeente stelt randvoorwaarden aan nieuwbouw om toekomstbestendigheid en kwaliteit te borgen. Voor appartementen geldt een minimale gebruiksoppervlakte van 50 m2 en voor eengezinswoningen een minimaal gebruiksoppervlakte van 100 m2 en een beukmaat van minimaal 4,80 meter. Conclusie De gemeente werkt op basis van de woonvisie toe naar een woningvoorraad van 39.000 in 2030.
De stand per 1 januari 2022 is 35.790. Dat betekent dat er nog 3.210 woningen moeten worden toegevoegd aan de voorraad. 50% moet worden toegevoegd in het duurdere segment. In regionaal verband is eind 2022 afgesproken dat Vlaardingen zich inzet voor een netto toevoeging van circa 4.400 woningen tot 2030. Dit plan is een van de initiatieven die nodig is om te kunnen voorzien in de grote woningbouwopgave en wordt opgenomen op de regionale planlijst.
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2022) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
15
De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Toetsing De ladder is in paragraaf 2.2.3 doorlopen. Het plangebied is door de provincie aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving.
Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing Met de transformatie van verouderde solitaire bedrijfslocaties binnen bestaand stedelijk gebied wordt binnenstedelijke ruimte beter benut. Dit geeft invulling aan de visie. 2.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2022) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3.
Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
16
4.
Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c.
de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is.
In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tm 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten relevant: Laag van de ondergrond Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
17
Bijzonder reliëf en aardkundige waarden Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Jonge zeeklei Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Geen relevante richtpunten. Laag van de stedelijke occupatie Steden en dorpen Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.
Bouwwerken voor energie-opwekking Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag van de beleving Geen relevante richtpunten. Toetsing Omdat sprake is van inpassen van woningen op een solitaire bedrijfslocatie in een bestaande woonwijk, wordt aan de gestelde voorwaarden voldaan. Het overige van artikel 6.9 is dan ook niet relevant. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2.
Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
18
3.
4.
Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.
Toetsing Door de herontwikkeling wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking: allereerst het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarna het benutten van locaties aansluitend aan stedelijk gebied. De herontwikkeling naar woningen sluit aan op het beter benutten van de bebouwde ruimte. Hiermee wordt de huidige bedrijfsfunctie omgezet naar een functie waaraan behoefte is binnen de gemeente Vlaardingen. Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van woningen wordt verwezen naar paragraaf 2.2. Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. Toetsing In dit geval worden geen sociale huurwoningen gerealiseerd. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Zie hoofdstuk 4. Artikel 6.10f Functiemenging Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing In dit geval is ervoor gekozen om woningen toe te voegen en daarmee zoveel mogelijk te voorzien in de grote woningbehoefte.
Er is al sprake van een gemengd stedelijk gebied. Artikel 6.25 Bescherming molenbiotoop 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
19
b.
2.
binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van: a. een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of b.
een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop, waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast.
Toetsing De ontwikkeling houdt rekening met de molenbiotoop. Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten minste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing Zie de paragrafen 3.3 en 5.9. Artikel 4.2 Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren 1. Dit artikel gaat over regionale wateren in beheer van de waterschappen. 2. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom als norm een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1/100 per jaar voor bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen, met uitzondering van glastuinbouw; b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw; c. 1/10 per jaar voor het overige gebied. (…) 7. Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. (…)
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
20
9. Bij de beoordeling of een gebied voldoet aan de norm kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied overeenkomstig de percentages genoemd in bijlage VI (maaiveldcriteria) behorende bij deze verordening, buiten beschouwing worden gelaten. BIJLAGE VI MAAIVELDCRITERIA Omgevingsverordening Norm gerelateerd aan vorm landgebruik Norm
Binnen bebouwde kom
Bebouwd gebied Glastuinbouw Overig gebied
1/100 1/50 1/10
Maaiveldcriterium (het gedeelte van het peilgebied dat buiten beschouwing kan blijven) 0% 1% 5%
10. In afwijking van het tweede, derde en negende lid gelden voor de gebieden met afwijkende maaiveldcriteria waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 4 in bijlage II, de maaiveldcriteria zoals aangegeven. 11. Uiterlijk 31 december 2027 voldoet de inrichting van de regionale wateren binnen de beheersgebieden van het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het waterschap Hollandse Delta en het hoogheemraadschap voor Schieland en de Krimpenerwaard aan de in het tweede, derde en krachtens het zevende lid opgenomen normen. Toetsing Zie paragraaf 5.9.
2.4
Regionaal beleid
2.4.1 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2021-2030 (januari 2023) Het Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de 12 regiogemeenten. Het gaat over de totale woningproductie, zowel door corporaties als marktpartijen, onderverdeeld naar verschillende prijssegmenten. De regio heeft de volgende doelstellingen: 1. De regio realiseert voldoende woningen in de totale voorraad: De gemeenten staan voor de uitdaging een netto groei van 71.600 woningen in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2030 te bewerkstelligen. Tabel 1 en 2 van dit Regioakkoord geven de inspanningen rondom deze doelstelling weer. 2. De regio realiseert voldoende woningen in de sociale voorraad, onderverdeeld in DAEB-corporatievoorraad, particuliere sociale huurvoorraad en sociale koopwoningen. 3. De regio realiseert voldoende woningen in de middeldure voorraad, onderverdeeld naar corporatievoorraad en particuliere voorraad. 4. De regio realiseert een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad. 5. Beschikbaarheid: De regio wil voldoende beschikbaarheid op lokaal niveau en een regionaal gelijkmatiger toegang tot de sociale voorraad van huurtoeslaggerechtigden. 6. Betaalbaarheid: De regio wil voldoende betaalbare woningen met een huur onder de bovenste aftoppingsgrens, zijnde € 678,66, prijspeil 2022, op lokaal niveau en meer balans van deze voorraad in de regio.
In Vlaardingen is de opgave om tot 2030 5.388 woningen te bouwen, waarvan 30% sociaal, 25% middelduur en 45% in de dure categorie. Inclusief de sloopvoornemens, neemt de totale voorraad naar verwachting toe met 4.409 woningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
21
Figuur 2.1 Doelstelling voldoende totale voorraad (Bron: Regioakkoord 2022) Toetsing Dit woningbouwproject past binnen de regionale afspraken.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
22
2.4.2 Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling De gemeente Vlaardingen heeft samen met andere gemeenten in de regio, Havenbedrijf Rotterdam, provincie Zuid-Holland, Deltalinqs en DCMR het Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling (RAK) ondertekend. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over ruimtelijke plannen in de omgeving van de gezoneerde industrieterreinen. Het doel van het RAK is een brede afstemming op regionaal niveau in een vroeg stadium van woningbouw- en havenontwikkeling om problemen in vergunningprocedures te voorkomen, elkaar niet te verrassen en geen onnodige kosten te maken. In het RAK wordt afgesproken met welke werkwijze de partners rondom haven en omgeving, binnen de geldende geluidkaders, samenwerken om zowel haven als omgeving te blijven ontwikkelen. Toetsing Zie paragraaf 5.4.
2.5
Gemeentelijk beleid
2.5.1 Woonvisie 2021-2030 (2021) In 2021 heeft de gemeente Vlaardingen een nieuwe woonvisie opgesteld met een horizon tot 2030. In Vlaardingen moet een woningzoekende een goede start kunnen maken en vervolgens ook een wooncarrière. Vlaardingen wil een aantrekkelijke woongemeente zijn voor alle inkomensgroepen met een mix van diverse soorten woningen. De huidige woningvoorraad is echter onevenredig verdeeld en er is schaarste op nagenoeg alle woningcategorieën. Hierdoor zijn de mogelijkheden om te starten op de woningmarkt, of om door te stromen naar een nieuwe woning, beperkt. Daarom gaat de gemeente bouwen en is er oog voor de bestaande woningvoorraad. Hierbij wordt rekening gehouden met het huidige tekort, de bevolkingsprognoses en variatie in aanbod. Ook nieuwe inwoners kunnen een plek vinden in de gemeente Vlaardingen. Wat wil de gemeente bereiken? 1. groeien naar 39.000 woningen in 2030; 2. de woningvoorraad in balans brengen, ook in de wijken; 3. extra aandacht geven aan mensen en buurten waar dit nodig is; 4. verbeteren van de bestaande woningvoorraad door onderhoud en verduurzaming te stimuleren; 5. Vlaardingen uitdragen als een prachtige, veelzijdige (woon)stad. Richtinggevende kaders nieuwbouw – stad in balans Met de stijgende druk op de woningmarkt verhoogt de gemeente Vlaardingen de woningambitie naar 39.000 woningen in 2030.
Minimaal 50% van deze nieuwe woningen moet in het duurdere koopsegment worden gebouwd. Uitganspunt bij het bouwen van nieuwe woningen is ook de juiste woning op de juiste plek. Dit om nieuwe woonmilieus bij gebiedsontwikkeling toe te kunnen voegen en bestaande woonmilieus te kunnen versterken. De gemeente werkt hiermee aan een betere spreiding over de stad van de sociale huur, de middeldure huur en diverse prijscategorieën in koop en zo een stad in balans. Uitgangspunt is daarom om ook in gebiedsontwikkeling gemengde woonwijken te realiseren. In Vlaardingen wordt maximaal ingezet op het ontwikkelen van nieuwe woningen in de buurt van de bestaande openbaar vervoerslijnen. De gebieden in de nabijheid van de drie metrohaltes in Vlaardingen bieden hiervoor voldoende mogelijkheden. De nadruk ligt op het toevoegen van een groot aantal woningen in de buurt van het metrostation Centrum. De grote nieuwbouwambitie van de gemeente wordt ook gezien als een kans om te zorgen dat er meer geschikte woningen en nieuwe woonvormen voor ouderen worden gerealiseerd. Dit ten gunste van doorstroming vanuit de bestaande woningvoorraad en het in gang zetten van een maximale verhuisketen. Maar er wordt ook ingezet op het bouwen voor starters en middeninkomens.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
23
Klimaatbestendige nieuwbouw Bij het bouwen van woningen is in Vlaardingen aandacht voor groen en moet rekening gehouden worden met de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling over een lange periode. Het uitgangspunt bij alle gebiedsontwikkelingen is dat de kwetsbaarheid van het bestaande gebied niet toeneemt. In Vlaardingen wordt duurzaam en klimaatadaptief gebouwd. Nieuwbouwlocaties worden daarmee plekken die beter bestand zijn tegen de gevolgen van extremen door klimaatverandering. Randvoorwaarden kwaliteit woningbouw Om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van woningen te borgen worden randvoorwaarden gesteld aan nieuw te bouwen woningen, zoals minimale gebruiksoppervlakte en beukmaat, en worden initiatieven aan de Vlaardingse pijlers voor woonkwaliteit getoetst. Deze pijlers zijn: Gedifferentieerd woningaanbod zowel in prijs en als in grootte Behouden en waar mogelijk versterken van het groene karakter van de stad Stimuleren en faciliteren ontmoeting Duurzaam en circulair bouwen Doorstroming bevorderen in de stad en in de wijk Voor appartementen geldt een minimale gebruiksoppervlakte van 50 m2 en voor eengezinswoningen een minimaal gebruiksoppervlakte van 100 m2 en een beukmaat van minimaal 4,80m. Bij bepaalde plannen kan gemotiveerd afgeweken worden van de gestelde kaders. Bijv. bij woningbouw voor specifieke doelgroepen of vernieuwende woonconcepten.
Particuliere initiatieven De gemeente Vlaardingen biedt ruimte aan particuliere initiatieven om nieuwe woningen te bouwen die passen binnen de kaders van het kwaliteitsbeleid en een bijdrage leveren aan een stad in balans. Deze initiatieven zorgen voor verdere variatie in de wijken en bieden mogelijkheden om kleinschalig op meerdere plekken woningen te realiseren. Het uitgangspunt hierbij is dat goede initiatieven mogelijk gemaakt worden maken, passend binnen de gedachte van de nieuwe Omgevingswet en met behulp van de zogenaamde intaketafel voor (woningbouw) initiatieven. Toetsing Het project zorgt voor meer woningaanbod. Hiermee geeft deze herontwikkeling meer ruimte aan toekomstige bewoners van Vlaardingen. 2.5.2 Coalitieakkoord (2022) Het doel voor de komende jaren is om te werken aan een stad waar het fijn, wonen, werken en recreëren is. Om dit te bereiken, benoemt de coalitie acht stadsprogramma’s waar de komende jaren extra aandacht aan wordt geschonken: Nieuwe Rivierzone Nieuwe Binnenstad Nieuwe Westwijk Nieuwe Energie Groen Vlaardingen Veilig Vlaardingen Leefbaar Vlaardingen Zorgzaam Vlaardingen De gemeente gaat minimaal 50% van de nieuwe woningen in het middeldure en dure segment bouwen. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat ook mensen die meer te besteden hebben hun plek kunnen vinden in de stad.
Dat kan overigens ook via een huurwoning zijn voor inwoners met een hoger inkomen. Daarnaast is er aandacht voor starters, ouderen en nieuwe woonvormen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
24
Toetsing Met het initiatief kan worden voorzien in een deel van de grote woningbehoefte. 2.5.3 Paraplubestemmingsplan Wonen (2020) Dit paraplubestemmingsplan introduceert of vervangt de definities van de begrippen huishouden, wonen en woning in alle geldende bestemmingsplannen op het grondgebied van de gemeente Vlaardingen. Waar wonen is toegestaan, is alleen maar toegestaan voor één huishouden of twee personen die niet tot een huishouden behoren. Daarmee wordt het mogelijk om op te treden tegen het verkameren (omzetten) van woningen of het huisvesten van meer dan twee personen die niet tot een huishouden behoren. Toetsing De betreffende begrippen zijn het in het onderhavige bestemmingsplan overgenomen uit het paraplubestemmingsplan. 2.5.4 Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 De toekomstvisie van Vlaardingen beschrijft 4 ambities richting 2040: 1. Vlaardingen is sociaal en veilig 2. Vlaardingen een woonstad voor iedereen 3. Vlaardingen als innovatieve opleider 4. De Vlaardingse binnenstad leeft De ambities genoemd onder 1 en 2 zijn het meest relevant voor dit initiatief. Ad 1. Vlaardingen is in 2040 een sociale gemeente, waar men voor elkaar klaar staat en samen redzaam is. In een samenleving die steeds verder individualiseert, onderscheidt Vlaardingen zich als stad waar saamhorigheid overheerst.
Vlaardingen is een plek waar iedereen, ongeacht inkomen, opleidingsniveau, leeftijd of achtergrond, zich thuis en gehoord voelt. Ad 2. Vlaardingen is in 2040 dé inclusieve woonstad in de metropoolregio. Er zijn woningen voor iedereen: bij de bouw van extra woningen en het opknappen en transformeren van bestaande woningen is ingezet op een gedifferentieerd en evenwichtig woningaanbod. Er zijn te weinig woningen voor starters en senioren. Met het oog op vergrijzing en vergroening neemt deze urgentie alleen maar toe. Vlaardingen in 2040: Er zijn huur- en koopwoningen, sociale huurwoningen en seniorenwoningen. Grote gezinnen, studenten, starters of gepensioneerden: in Vlaardingen kan iedereen terecht. Om aan de regionale woonafspraken te voldoen en de bevolkingsgroei in de regio te faciliteren, is er de afgelopen twintig jaar creatief omgegaan met de ruimte die Vlaardingen heeft. Rondom OV-knooppunten is verdicht, zodat op deze centrale punten meer mensen wonen. Zowel ouderen als studenten en forenzen zijn erg geholpen met deze woningen die centraal liggen en goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Toetsing Met het initiatief wordt met appartementen en grondgebonden woningen voor een brede doelgroep bijgedragen aan een gedifferentieerd en evenwichtig woningaanbod.
2.5.5 Parkeerbeleid (2020) De doelstelling van het is een evenwichtige verdeling op maat tussen vraag naar en aanbod van de beschikbare parkeerplaatsen voor alle vervoermiddelen. Het streven is dat in Vlaardingen de verschillende doelgroepen op redelijke afstand van de bestemmingen kunnen parkeren of dat er goede alternatieve vervoermiddelen zijn.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
25
Er heeft herziening van de parkeernormen plaatsgevonden. Er gelden ook fietsparkeernormen. De nieuwe parkeernormen zijn vastgelegd in de Beleidsregel Parkeernormen 2019. Deze is samen met het Paraplubestemmingsplan Parkeren op 30 januari 2020 vastgesteld. Toetsing In hoofdstuk 4 van deze plantoelichting is ingegaan op de nieuwe parkeernormen. 2.5.6 Actieplan Mobiliteit (2018) Het Actieplan Mobiliteit vormt het spoorboekje voor het uitvoeren van het verkeers- en vervoerbeleid tot 2030. In het Actieplan is een aantal kernopgaven geformuleerd. Deze kernopgaven vormen de basis voor de verdere uitwerking de komende jaren in diverse uitvoeringsprogramma’s. Het doel is om de verkeersstructuur zo in te richten, dat een duurzaam veilig wegennet ontstaat en een goede bereikbaarheid gegarandeerd is. De focus ligt daarbij op het verder uitbouwen van een prettige, leefbare en gezonde stad om te wonen, te verblijven, te recreëren en te ondernemen. Toetsing De uitgangspunten van het Actieplan Mobiliteit worden bij de beoogde ontwikkeling opgevolgd. Voor de Kethelweg is het optimaliseren van de fietsroute specifiek genoemd. De ontwikkeling staat deze opgave niet in de weg.
2.5.7 Integraal veiligheidsplan 2020-2023 (2019) De gemeente stelt voor in het integraal veiligheidsbeleid de volgende prioriteiten te stellen ten aanzien van Externe veiligheid/rampenbestrijding Externe veiligheid, de bescherming tegen (de gevolgen van) incidenten en rampen, scoort niet zo hoog in onderzoeken naar veiligheidsbeleving. Pas wanneer een incident plaats heeft en iets fout gaat in de bestrijding daarvan, blijkt het belang van een goede aanpak. Gezien de ligging van Vlaardingen, de enorme impact die een incident of ramp kan hebben en het altijd weer onverwachte karakter ervan, blijft maximale inzet op externe veiligheid noodzakelijk. De tendens dat de gemeente en met name de burgemeester hierbij een essentiële rol vervult is ongewijzigd van kracht. Dit rechtvaardigt de hoogste prioriteit voor externe veiligheid binnen het gemeentelijk veiligheidsbeleid. Het aantal incidenten wordt beïnvloed door het succes van preventieve activiteiten maar niet alleen daardoor. Schade en aantallen slachtoffers worden onder meer beïnvloed door repressieve activiteiten en geoefendheid. Als kader voor externe veiligheid/ rampenbestrijding moeten er twee rampenoefeningen per jaar worden gehouden. Toetsing Zie paragraaf 5.6.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
26
2.5.8 Visie externe veiligheid (2012) In de beleidsvisie Ruimte voor duurzame veiligheid staat de samenhang tussen ruimtelijke ordening, economie, beheersbaarheid en verantwoording van risico's centraal. Met deze beleidsvisie geeft de gemeente concreet richting aan een aanvaardbaar veilige invulling van haar ruimtelijke ontwikkelingen. Voor concrete bouwplannen of bij het opstellen van bestemmingsplannen geeft deze visie de planologische kaders voor het omgaan met risico's. Indien nodig worden hieraan voorwaarden gekoppeld die de risico's beheersbaar houden of zelfs geheel uitsluiten. Deze planologische kaders bieden vooraf duidelijkheid in de omgang met externe veiligheid bij ruimtelijke plannen. Dat geldt zowel voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van risicobronnen als voor nieuwe en bestaande risicobronnen. De beleidsvisie bestaat uit vier delen. In het eerste deel zijn de ambities weergegeven, die invulling geven aan het doel van de visie: “concreet richting geven aan een aanvaardbaar veilige en duurzame invulling van de ruimtelijke ontwikkelingen in Vlaardingen”. In het tweede deel is het wettelijk kader weergegeven en de huidige risicosituatie beschreven waaruit de beleidsuitgangspunten en ambities zijn ontstaan.
In het derde deel is het risicobeleid uitgewerkt voor specifieke onderwerpen zoals nieuwe en bestaande risicobronnen, veranderingen bij inrichtingen, advisering veiligheidsregio, GR-verantwoording en risicocommunicatie. In het vierde en laatste deel van de visie zijn de ambities uitgewerkt in concrete planologische kaders voor nieuwe ruimtelijke plannen. Bij het opstellen van de planologische kaders is onderscheid gemaakt in risicobronnen en gebieden. Toetsing Zie paragraaf 5.6. 2.5.9 Agenda Duurzaamheid 2020-2030 (2021) Vlaardingen gaat voor een duurzame toekomst met een leefbare, groene en gezonde leefomgeving.
Met de Agenda Duurzaamheid zijn de lopende en toekomstige inspanningen voor de volgende thema's onder één samenhangende kapstok gebracht: klimaatbestendige stad, met als streven een klimaatbestendig Vlaardingen in 2050; duurzame energie, met als streven een klimaatneutraal Vlaardingen in 2050 met een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor alle inwoners en bedrijven; waardebehoud van grondstoffen, met als doel meer hergebruik van grondstoffen in Vlaardingen en een lagere belasting van het milieu door restafval; schone lucht en duurzame mobiliteit, met als doel een betere luchtkwaliteit in Vlaardingen en minder uitstoot door verkeer en vervoer, terwijl de bereikbaarheid op peil blijft; duurzame gemeente en samenleving, met als streven dat duurzaamheid van alle Vlaardingers wordt. Nieuwe investeringen moeten klimaatbestendig zijn en nieuwbouw moet voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen. Toetsing Zie paragraaf 5.13. 2.5.10 Vlaardingen blijvend groen (2012) In het groenbeleid is het uitgangspunt dat groen een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de identiteit van de stad. Groen is goed voor de gezondheid van de inwoners en draagt bij aan een prettige woon en werkomgeving.
In de groenvisie (2012) wordt uitgegaan van: het stimuleren van het gebruik en de beleving van groen; het verbeteren van de groenstructuur en ruimtelijke identiteit; het vergroten van de biodiversiteit; een duurzame instandhouding van het bestaande en nieuw toe te voegen groen.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
27
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn zowel voor het reeds aanwezige groen en voor het nieuw aan te leggen groen uitgangspunten geformuleerd. Om voldoende kritische massa te hebben streeft Vlaardingen naar een aandeel groen en water van minimaal 20% van het oppervlak in de groenstedelijke gebieden. Toetsing In het ontwerp is rekening gehouden met de realisatie van groen. In bijlage 1 is een overzicht van alle oppervlaktes opgenomen. Het uitgangspunt voor deze locatie is dat tuinen voor 50% verhard zijn, zie paragraaf 5.9. Groen (474 m2) + Water (52 m2) + Tuin (1.162 m2) = 1.688 m2. Het plangebied heeft een oppervlakte van 7.723 m2. Dit betekent dat het aandeel groen en water 22% bedraagt. Hiermee wordt het streven naar minimaal 20% waar gemaakt. In de huidige situatie is de locatie volledig verhard, de beoogde ontwikkeling zorgt voor de toevoeging van groen. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het groenbeleid van de gemeente. 2.5.11 Nota Vlaardings Erfgoed (2017) en Kadernota Erfgoed Vlaardingen (2019) Op 21 december 2017 heeft de gemeenteraad van Vlaardingen de richtinggevende nota Vlaardings Erfgoed vastgesteld. In de erfgoednota beschrijft de gemeente het belang van het optimaal behouden, beschermen en benutten van het kwetsbare Vlaardingse erfgoed. Om dat te kunnen borgen moet het erfgoed bekend zijn, beheerd (kunnen) worden en toegankelijk zijn.
De gemeente neemt daarin de regie, stuurt aan op samenwerking met derden en stelt middelen beschikbaar. Objecten die als Vlaardings erfgoed zijn bestempeld, hebben een beschermde status. In die gevallen kan handhaving worden ingezet als middel om het erfgoed goed te kunnen beschermen. In de Kadernota Erfgoed Vlaardingen (2019) zijn de hoofdpunten van het erfgoedbeleid met beleidsmatige en financiële kaders onderbouwd. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt bij de verzameling objecten waar de gemeente invloed op heeft doordat het in eigendom is, er regels aan gesteld kunnen worden en/of er subsidies kunnen worden verstrekt voor de instandhouding ervan. Het gaat over: cultuurhistorische structuren en elementen (landschappelijk en stedelijk); gebouwen en objecten (monumenten en beeldbepalende panden/objecten); bekende en verwachte archeologische vindplaatsen en vondsten; archiefbescheiden. Toetsing Om archeologisch erfgoed te beschermen is in dit bestemmingsplan een regeling opgenomen. Zie paragraaf 5.11. 2.5.12 Visie op de Openbare Ruimte (2014) De gemeente heeft samen met bewoners bepaald welke waarden in de openbare ruimte ertoe doen, waarden die belangrijk zijn en de stad aangenamer maken: Identiteit: een plek met een sterke identiteit, een eigen waarde, bijvoorbeeld door een bomenrij, prachte plek om te zitten of een fantastisch uitzicht.
Gastvrij en bruikbaar voor iedereen: de buitenruimte moet uitnodigend zijn om elkaar te ontmoeten, te spelen en te bewegen, daarbij spelen veiligheid en comfort een belangrijke rol. Gezonde openbare ruimte: een aangename openbare ruimte is niet alleen goed voor bewoners en bezoekers, ook in aanraking komen met natuur is belangrijk voor de gezondheid. Duurzaam, door robuuste materialen en voorzieningen, samenwerking en innovatie zorgen we voor een duurzame (klimaatbestendige) leef- en werkomgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
28
Toetsing In het plan is veel aandacht besteed aan de aansluiting op de bestaande en omliggende wijk. De bomen aan de Kethelweg blijven behouden, zie paragraaf 3.3. 2.5.13 Beleid hogere waarden Vlaardingen (2016) Gemeenten hebben een zekere mate van beleidsvrijheid bij het vaststellen van hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder. De gemeente Vlaardingen heeft beleid ontwikkeld om richting te geven aan deze beoordelingsvrijheid. Het hogere waardenbeleid heeft als uitgangspunt dat wonen op geluidbelaste locaties niet hoeft te leiden tot een toename van de geluidhinder. Het uiteindelijke doel is het zoveel mogelijk voorkomen of verminderen van (nieuwe) geluidhindersituaties in de gemeente. In algemene zin wordt bij het ontwerp van een plangebied gestreefd naar een goede afscherming van geluid door vorm en situering van de bebouwing. Bij het vaststellen van een hogere waardenbesluit worden de volgende voorwaarden gesteld: a. minimaal één geluidluwe zijde of loggia; b. een geluidluwe buitenruimte (tuin/balkon); c. de meeste slaapkamers gesitueerd aan de geluidluwe zijde. Voor alle voorwaarden geldt dat een gelijkwaardig of beter alternatief (minimaal dezelfde effecten) ook mogelijk is. Deze voorwaarden gelden voor de geluidbronnen spoorweglawaai en wegverkeerslawaai, maar niet voor industrielawaai.
In het beleid wordt onder een geluidluwe gevel verstaan: Een geluidbelasting van spoorwegen = 55 dB, en Een geluidbelasting van wegverkeer = 53 dB, waarbij de geluidbelasting van alle wegen zonder aftrek wordt opgeteld. Het is mogelijk om (voor een gedeelte van een plan) gemotiveerd af te wijken van de bovenstaande voorwaarden. Het beleid gaat tevens in op de gecumuleerde geluidbelasting en de totale geluidbelasting. Toetsing Zie paragraaf 5.4. 2.5.14 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 en Strategie Klimaatadaptatie 2021 Deze bieden de kaders op het gebied van riolering en stedelijk water. Aan de hand van het grondwaterbeleid wordt gestreefd om nieuwbouw en de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk bestand te maken tegen de (geo)hydrologische situatie in Vlaardingen (zakkende polder met hoge grondwaterstanden) en de gevolgen van klimaatverandering (hevige neerslag, toename van kwel, droogte) en maaivelddaling. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 (vGRP) beschrijft hoe de gemeente Vlaardingen invulling geeft aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit plan vertaalt de gemeente de ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een strategie en daarvoor benodigde activiteiten.
De gemeente Vlaardingen werkt samen met haar gebiedspartners aan de thema's: • Schoon & Gezond; • Droog & Veilig; • Duurzaam & Doelmatig.
Rho adviseurs voor leefruimte
161812.20171774
29
In het vGRP is de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater omschreven: de gemeente streeft bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. • zoveel mogelijk hemelwater verwerken en vasthouden op eigen terrein; • overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater; • hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem óf in de riolering. De Strategie Klimaatadaptatie 2021 De klimaatstrategie heeft een integraal karakter. Vanuit meerdere vakdisciplines is gewerkt aan een onderwerp dat de verschillende afdelingen van de organisatie overstijgt. In de strategie zijn de knelpunten voor de thema's wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen geïdentificeerd, gekwantificeerd en vertaald naar scorekaarten. Deze methode is geschikt om de opgaven voor Vlaardingen te bepalen en de voortgang de komende jaren te monitoren. Toetsing Zie paragraaf 5.9. 2.5.15 Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen 2022 In de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen (hemel- en grondwaterverordening) worden voorwaarden gesteld aan het lozen van afstromend hemelwater en overtollig grondwater op het rioleringssysteem. Daarnaast is een verplichting opgenomen om bij nieuwbouw waterberging op particuliere percelen te realiseren.