Bestemmingsplan A15-A20 (Tracebesluit) zonder bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
De inzichten op basis van het archeologisch onderzoek leiden voor het plangebied tot de volgende conclusies: de verbreding van de A20 heeft geen effect op archeologische waarden, omdat er binnen het bestaande ruimtebeslag van de A20 wordt gewerkt; de realisatie van het knooppunt A20-A24 leidt tot de vernietiging van vindplaatsen van nederzettingen uit ijzertijd, Romeinse tijd en late middeleeuwen; de realisatie van de Aalkeettunnel leidt tot de aantasting van gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en enkele oude kreekruggen of kreekgeulen en een oude woonheuvel; de realisatie van de Blankenburgtunnel leidt tot aanpassing van de Maassluissedijk. Deze dijk heeft een hoge informatieve archeologische waarde en is een historisch-geografisch element. Verder doorsnijden de tunnel en de toerit op de noordoever gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde; Het Scheur kent een lage archeologische verwachtingswaarde. De realisatie van de Blankenburgtunnel leidt daarom ter plaatse van het Scheur niet tot negatieve effecten. Door middel van karterend en waarderend inventariserend veldonderzoek (boren en proefsleuven) dient de huidige archeologische verwachting te worden geverifieerd en aangescherpt. Dit onderzoek is reeds uitgevoerd. De aangetroffen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen zijn door opgraven ex situ behouden te worden.
Bij het bureauonderzoek uit 2013 is een groot deel van het bestemmingsplangebied buiten beschouwing gelaten. De reden was dat hier enkel ingrepen werden verwacht die niet verstorend voor archeologische resten zouden zijn. Het betreft het gebied van de A20 binnen de bebouwde kom van Vlaardingen. Daarom is niet tot zeer beperkt inventariserend onderzoek uitgevoerd en is er geen archeologische verwachting voor dit terrein opgesteld. Door de gemeente Vlaardingen is in deze lacune voorzien middel een archeologische inventarisatiescan (Bijlage 5). De conclusie voor dit deel van het plangebied: Rondom het studiegebied is het nodige aan archeologische vondsten en sporen en kansrijke archeologische lagen aangetroffen uit verschillende perioden. Er is geen reden om aan te nemen
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
35
dat, ondanks de ophoging waarop de rijksweg ligt, dit niet voor het studiegebied geldt. Er liggen twee terreinen van archeologische waarde binnen het studiegebied. Een met vondsten en sporen uit de middeleeuwen en een met vondsten en sporen uit de romeinse tijd. Vondsten uit het neolithicum-Bronstijd kunnen aangetroffen worden ten westen van de Vlaardinger Vaart. Hoewel sommige onderzoeken hier een hoge verwachting voor uitspreken is de spreiding aan vondsten uit deze perioden zodanig gering dat een lage tot middelhoge archeologische verwachting meer op zijn plaats is. Ze lijken een hoogste voorkomen vanaf 3 meter onder NAP te kunnen hebben. Op basis van een zetting van 1 meter als gevolg van ophoging kunnen deze vondsten vanaf circa 4 meter onder NAP aangetroffen worden. Vondsten uit de IJzertijd en Romeinse Tijd kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen. Er is een middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van deze resten. Ze zijn rondom het plangebied aangetroffen / worden verwacht te worden aangetroffen vanaf circa 2 meter onder NAP. Op basis van een zetting van 1 meter als gevolg van ophoging kunnen deze vondsten vanaf circa 3 meter onder NAP aangetroffen worden. Ook vondsten uit de middeleeuwen/nieuwe tijd zijn rondom het plangebied aangetroffen. Plaatselijk geldt een hoge archeologische verwachting op het aantreffen ervan.
Op basis van oude hoogtekaarten lagen deze tot aan de aanleg van de huidige rijksweg op circa 1 meter onder NAP en dieper. Op deze niveaus worden ze ook wel aangetroffen of verwacht. Op basis van een zetting van 1 meter als gevolg van ophoging zou de ligging nu circa 2 meter onder NAP zijn. Kleine delen van het studiegebied zijn al voldoende onderzocht. Hier is de archeologische verwachting laag.
Figuur 4.1: Archeologische waarden en verwachtingen 4.10.3 Vertaling in bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan wordt een regeling opgenomen om archeologische resten te beschermen. 4.10.4 Conclusie Archeologische waarden en verwachtingen zijn beschermd middels een regeling. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
36
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
37
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een koppeling gemaakt tussen de in de voorgaande hoofdstukken beschreven elementen en de verbeelding (plankaart en regels). De verbeelding vormt het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en de legenda. Op de plankaart zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de plankaart zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.
5.2
Opzet regels
De regels zijn gestructureerd in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. De algemene regels (waaronder ook de parkeerregeling) zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
5.3
Bestemmingen
Artikel 3 Bedrijf Het bestaande tankstation aan de noordzijde van de A20 is bestemd als 'Bedrijf' met de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'. Artikel 4 Groen De groenstroken langs de A20 zijn bestemd met 'Groen'. Dit zijn onder andere de gebieden waar ruimte is gereserveerd voor de mitigerende en compenserende maatregelen voor natuur en de maatregelen voor landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. Binnen de bestemming is groen, water, bermen en beplanting, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
38
Artikel 5 Verkeer Het tracé van de A20 en A24 met de bijbehorende op- en afritten is bestemd als 'Verkeer'. Binnen deze bestemming zijn de kunstwerken zoals bruggen met een aanduiding aangegeven. Artikel 6 Verkeer - Railverkeer Binnen het plangebied ligt de metrolijn Hoek van Holland - Rotterdam Centraal. Dit traject is bestemd als 'Verkeer - Railverkeer'. Artikel 7 Water Binnen de bestemming 'Water' zijn de waterhuishoudkundige maatregelen bestemd. Dit betreft onder andere de realisatie van nieuwe waterpartijen en waterberging. Hiermee worden de demping van oppervlaktewater en toename van verhard oppervlak gecompenseerd. De totale watercompensatie is 8,8 hectare. Artikel 8 Verkeer - Voorlopig Werkterrein Binnen de grenzen van het Tracébesluit kunnen tijdelijke maatregelen, bouwwerken en voorzieningen in verband met de uitvoering van het Tracébesluit worden gerealiseerd of uitgevoerd. De voorlopige bestemming zal na de geldigheidstermijn automatisch veranderen naar de definitieve bestemming Groen of Water.
Leiding - Brandstof, Leiding - CO2, Leiding - Gas, Leiding - Riool, Leiding - Water, Leiding Warmtetransportleiding Ter bescherming van de in het plangebied aanwezige planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen zijn zes dubbelbestemmingen opgenomen: Leiding - Brandstof, Leiding CO2, Leiding - Gas, Leiding - Riool, Leiding - Water en Leiding - Warmtetransportleiding. Bouwen is slechts mogelijk op basis van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning, waarbij getoetst wordt aan het belang van de leiding. Voor het uitvoeren van een aantal werkzaamheden en werken, geen gebouwen zijnde, is een omgevingsvergunningplicht opgenomen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar voor zover het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad. De leidingbeheerder brengt hierover voorafgaand advies uit aan het bevoegd gezag. 20 Algemene aanduidingsregels 20.3 Geluidzone - industrie Binnen deze gebiedsaanduiding zijn de geluidzones van de drie industrieterreinen aangegeven. Dit betreft Botlek-Pernis, Vulcaanhaven/Koningin Wilhelminahaven, Klein Vettenoord en Conline. 20.4 Veiligheidszone - Vervoer gevaarlijke stoffen In verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water is de veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen opgenomen. Binnen deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Wel kan hier bij een omgevingsvergunning van worden afgeweken. 20.5 Vrijwaringszone - Vaarweg Deze zone is opgenomen ter bescherming van de veilige doorvaart van de scheepvaart. Binnen deze zone mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel kan hier bij een omgevingsvergunning van worden afgeweken.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
39
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar vormt de wettelijke verplichte doorverstaling van het Tracébesluit in een bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid is reeds aangetoond in het kader van het Tracébesluit.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er zijn drie zienswijzen ingediend. In bijlage 1 zijn deze zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Uitspraak Raad van State Op 22 mei 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan (uitspraak: 202201734/1/R3 ). Hierin heeft de Afdeling de gemeenteraad van gemeente Vlaardingen opgedragen om de in overweging 10.2 en 11.2 geconstateerde gebreken te herstellen, zie bijlage 7. Deze gebreken zijn hersteld en verwerkt in dit bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
40
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
REGELS
42
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
43
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Blankenburgverbinding A15/A20 (tracébesluit) met identificatienummer NL.IMRO.0622.0266bpBbvb2021-0032 van de gemeente Vlaardingen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.6 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.7 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.12 bouwgrens de grens van een bouwvlak.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
44
1.13 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.14 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.15 geluidzone - industrie de met de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' aangegeven zone, zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder. 1.16 gezoneerd industrieterrein een terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van bedrijven en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.17 hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.18 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
45
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
46
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
47
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen, met lpg': uitsluitend voor een verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief lpg, met daarbij behorende andere detailhandel en een autowasstraat; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. de gezamenlijke grondoppervlakte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 120 m2; b. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4 meter. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van andere bouwwerken de volgende bouwregels: c. de grondoppervlakte van een luifel mag niet meer bedragen dan 300 m2; d. de bouwhoogte van een luifel mag niet meer bedragen dan 6 meter; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de rijksweg mag niet meer bedragen dan 15 meter; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter.
3.3 Specifieke gebruiksregels Detailhandel is slechts toegestaan als ondergeschikt en niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf. 3.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.1 onder a ten behoeve van het vergroten van de gezamenlijke grondoppervlakte van gebouwen tot 225 m2; b. lid 5.2.2 onder a ten behoeve van het vergroten van de grondoppervlakte tot 1.000 m 2; met dien verstande dat voorwaarden kunnen worden gesteld aan de situering.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
48
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. landschappelijke inpassing; b. groen, water, bermen en beplanting, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel', een ondergronds gelegen landtunnel ten behoeve van wegverkeer; d. bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, oevers en oeververbindingen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, met een inhoud van ten hoogste 25 m3; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is een landtunnel mogelijk met bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het beheer, gebruik en onderhoud van de weg tot een hoogte van maximaal 10,0 meter ten opzichte van NAP. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. er mogen andere bouwwerken, geen overkapping anders dan speelvoorzieningen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van licht-, reclame- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 12 meter; c.
de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
49
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ontsluitingen met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, waarbij geldt dat voor de rijksweg A20 het aantal rijstroken niet meer mag bedragen dan 2 x 4 rijstroken, met de in- en uitvoegstroken medebegrepen; b. ter plaatse van de aanduiding 'brug' tevens voor een brug; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel', een tunnel ten behoeve van wegverkeer; d. wegen en paden; e. geluidswerende voorzieningen (wallen, schermen); f. parkeervoorzieningen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, water, oevers en oeververbindingen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, met een inhoud van ten hoogste 25 m3; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. er mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. b.
de bouwhoogte van licht-, reclame- en vlaggenmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter.de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de rijksweg, waaronder geluidswerende voorzieningen, mag niet meer bedragen dan 15 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
50
Artikel 6
Verkeer - Railverkeer
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen; b. spoorwegvoorzieningen; c. geluidswerende voorzieningen (wallen, schermen); d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, wegen, water, oevers en oeververbindingen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m2 per gebouw; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. b. c. d.
er mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; de bouwhoogte van constructies ten behoeve van de bovenleiding mag niet meer dan 6 meter bedragen, gemeten vanuit de bovenkant van de spoorstaaf; de bouwhoogte van licht-, reclame- en vlaggenmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
51
Artikel 7
Water
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterberging; c. waterhuishouding; d. waterlopen en waterpartijen; e. infiltratievoorzieningen; f. oevers; g. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel', een tunnel ten behoeve van wegverkeer; h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, kunstwerken en oeververbindingen. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m; c. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' is een landtunnel mogelijk met bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het beheer, gebruik en onderhoud van de weg tot een hoogte van maximaal 10,0 meter ten opzichte van NAP.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
52
Artikel 8
Verkeer - Voorlopig Werkterrein
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Voorlopig Werkterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. werk- en transportgebied ten behoeve van de aanleg van een weg; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals bouwwegen, bouwkranen, ketenpark, projectkantoor, kleed- en schaftruimten en sanitaire voorzieningen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals water, voorzieningen voor waterhuishouding en andere kunstwerken voor de waterhuishouding. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Gebouwen De bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 10 m. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m. 8.3 Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming De termijn waarvoor de voorlopige bestemming geldt zoals bedoeld in 8.1, bedraagt 5 jaar, gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Blankenburgverbinding A15/A20 (tracébesluit)'. 8.4 Definitieve bestemming Na afloop van de geldigheidstermijn zijn: a. ter plaatse van de aanduiding 'groen' de regels van artikel 4 van toepassing; b. ter plaatse van de aanduiding 'water' de regels van artikel 7 van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
53
Artikel 9
Leiding - Brandstof
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor (de bescherming va) een brandstofleiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 9.2 Voorrangsbepaling Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Leiding - Brandstof' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Leiding Brandstof. 9.3 Bouwregels 9.3.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 9.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 9.1; b. de inhoud van gebouwen mag niet meer bedragen dan 25 m3; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 9.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 9.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 9.1; b. de maximale bouwhoogte voor het bouwen van andere bouwwerken bedraagt 3,5 meter.
9.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.3.1 sub a en lid 9.3.2 sub a en toestaan dat ten behoeve van en volgens de regels van de secundaire bestemming en (eventuele) dubbelbestemming gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, en er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Brandstof zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 9.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 9.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 9.4 bedoeld;
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
54
b. c.
normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
9.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
55
Artikel 10
Leiding - CO2
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - CO2' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor (de bescherming va) een CO2-leiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 10.2 Specifieke gebruiksregels Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Leiding - CO2' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Leiding - CO2. 10.3 Bouwregels 10.3.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 10.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 10.1; b. de inhoud van gebouwen mag niet meer bedragen dan 25 m3; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 10.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 10.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van andere bouwwerken de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 10.1; b. de maximale bouwhoogte voor het bouwen van andere bouwwerken bedraagt 3,5 meter.
10.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.3.1 sub a en lid 10.3.2 sub a en toestaan dat ten behoeve van en volgens de regels van de secundaire bestemming en (eventuele) dubbelbestemming gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, en er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding. 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - CO2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 10.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 10.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 10.4 bedoeld;
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
56
b. c.
normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
10.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
57
Artikel 11
Leiding - Gas
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor (de bescherming van) een gasleiding met bijbehorende voorzieningen en met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 11.2 Voorrangsbepaling Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Leiding - Gas' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Leiding - Gas. 11.3 Bouwregels a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 11.1 genoemde bestemming uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwen betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
11.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.3 en toestaan dat ten behoeve van en volgens de regels van de onderliggende bestemming en (eventuele) dubbelbestemming(en), gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 11.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
11.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
58
11.6.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 11.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 11.4 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. betrekking hebben op graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. 11.6.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
59
Artikel 12
Leiding - Riool
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor (de bescherming van) een rioolpersleiding met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 12.2 Voorrangsbepalinng Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Leiding - Riool' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Leiding - Riool. 12.3 Bouwregels 12.3.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 12.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van gebouwen de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 12.1; b. de inhoud van gebouwen mag niet meer bedragen dan 25 m3; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 12.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van de in lid 12.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van andere bouwwerken de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming als bedoeld in lid 12.1; b. de maximale bouwhoogte voor het bouwen van andere bouwwerken bedraagt 3,5 meter.
12.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.3.1 sub a en lid 12.3.2 sub a en toestaan dat ten behoeve van en volgens de regels van de secundaire bestemming en (eventuele) dubbelbestemming gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, en er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding. 12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 12.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 12.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 12.4 bedoeld;
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
60
b. c.
normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
12.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 12.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
61
Artikel 13
Leiding - Warmtetransportleiding
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Warmtetransportleiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. ondergrondse warmtetransportleidingen met de daarbij behorende beschermingszone; Een en ander met de bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bijbehorende voorzieningen. 13.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd waarbij de volgende regels gelden: a. Uitsluitend mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in lid 13.1 genoemde bestemming. b. Bouwwerken, geen gebouwen zijn toegestaan tot een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, c. De hartlijn van de warmtetransportleiding wordt gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - warmtetransport' dan wel binnen een afstand van 1 meter uit deze aanduiding. 13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels als bedoeld onder 13.2 onder a, b en c voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, indien het leidingbelang niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder(s) en voorts onder de voorwaarde dat: a.
met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende bouwregels wordt gebouwd en het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Warmtetransportleiding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, daaronder mede begrepen lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het permanent opslaan van goederen. 13.4.2 Uitzondering op het verbod Het verbod van lid 13.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend;
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
62
b. c. d. e.
het normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten betreffen; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
13.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden, zoals in lid 13.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet wordt geschaad. Alvorens te beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 13.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s). Het vermelde advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
63
Artikel 14
Leiding - Water
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een ondergrondse waterleiding. 14.2 Specifieke gebruiksregels Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Leiding - Water' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Leiding - Water. 14.3 Bouwregels 14.3.1 Primair Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van niet meer dan 3 m. 14.3.2 Secundair Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 14.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.3.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde, dat: a. de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit toelaten; b. alvorens omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding.
14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden ten behoeve van het leidingbelang ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 14.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van burgemeester en wethouders: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uivoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 14.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het bepaalde in lid 14.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd in het kader van het onderhoud en beheer van de leiding; b. van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; c. niet van ingrijpende betekenis zijn. 14.5.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.5.1 wordt uitsluitend verleend indien gebleken is dat door de werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan de leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
64
14.5.4 Advies Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.5.1 schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
65
Artikel 15
Waarde - Archeologie 1
15.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden. b. Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie 1 en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, behalve de bestemmingen voor de leidingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie 1.
15.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.2.1 Verbod op werken, geen bouwwerken zijnde Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden grondbewerkingen uit te voeren, waartoe worden gerekend ploegen, graven en afgraven. 15.2.2 Uitzondering a. Het verbod zoals bedoeld onder lid 15.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden waarvan de bodemverstoring niet dieper gaat dan 2,0 meter onder NAP; b. Het verbod zoals bedoeld onder lid 15.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. Het verbod zoals bedoeld onder lid 15.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; d. Het verbod zoals bedoeld onder lid 15.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het verrichten van archeologisch onderzoek.
15.2.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het (mogelijk) aanwezige archeologische materiaal en een rapport wordt overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, is onderzocht waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders is gebleken dat het terrein in voldoende mate is vastgesteld. 15.2.4 Adviesprocedure Alvorens omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld onder lid 15.2.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijk archeoloog omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de archeologische waarden van het terrein onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
66
15.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Waarde - Archeologie 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
67
Artikel 16
Waarde - Archeologie 2
16.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden. b. Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie 2 en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, behalve de bestemmingen voor de leidingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming Waarde - Archeologie 2.
16.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.2.1 Verbod op werken, geen bouwwerken zijnde Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden grondbewerkingen uit te voeren, waartoe worden gerekend ploegen, graven en afgraven.
16.2.2 Uitzondering a. Het verbod zoals bedoeld onder lid 16.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden waarvan de bodemverstoring niet dieper gaat dan 2,0 meter onder NAP; b. Het verbod zoals bedoeld onder lid 16.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m²; c. Het verbod zoals bedoeld onder lid 16.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. Het verbod zoals bedoeld onder lid 16.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; e. Het verbod zoals bedoeld onder lid 16.2.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op het verrichten van archeologisch onderzoek.
16.2.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het (mogelijk) aanwezige archeologische materiaal en een rapport wordt overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, is onderzocht waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders is gebleken dat het terrein in voldoende mate is vastgesteld. 16.2.4 Adviesprocedure Alvorens omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld onder lid 16.2.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijk archeoloog omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de archeologische waarden van het terrein onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
68
16.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
69
Artikel 17
Waterstaat - Waterkering
17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de waterkering. 17.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 17.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 17.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 17.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
17.4.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen werken of werken die betrekking hebben op reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.
17.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de waterkering.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
70
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
71
Artikel 18
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor (de bescherming van) het (stroomvoerend deel van het) rivierbed, watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen en waterbergingsgebieden. . 18.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 18.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 18.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken bepaalde in lid 18.2 sub a toestaan dat ten behoeve van en volgens de regels van de secundaire bestemming en (eventuele) dubbelbestemming gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a.
a.
er sprake is van 1. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende vaarweg.
18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
18.4.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
72
a. b. c.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen werken of werken die betrekking hebben op reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.
18.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van het waterstaatswerk.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
73
Hoofdstuk 3
Artikel 19
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
74
Artikel 20
Algemene aanduidingsregels
20.1 Vrijwaringszone - dijk 20.1.1 Functie Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens aangewezen voor het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering. 20.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' a Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen of ophogen van de bodem met meer dan 0,25 m ten opzichte van het huidige maaiveld; b. het wijzigen of verwijderen van oeverwerken, de oeverbescherming en/of kademuren. b Uitzonderingen op het aanlegverbod Het in artikel 20.1.2 onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; c. waarvoor een watervergunning is verleend.
c Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 20.1.2 onder a bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de uitvoering ervan geen gevaar oplevert voor de waterkering of het goed functioneren ervan. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.