Begrotingswijziging 2021 en begroting 2022
Tekst van het document
-
Het ongedekte deel van de incidentele kosten 2022 voor het Project Aanpak Wachttijden komt door de begrotingsvaststelling voor rekening van de deelnemende gemeenten. In het kader van de VNG-lobby (o.b.v. AEF-onderzoek) worden structurele extra middelen verwacht waarmee deze incidentele kosten in 2022 kunnen worden opgevangen. Het risico dat deze dekking niet beschikbaar komt ligt na vaststelling van de GR-begroting bij de gemeenten.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze kengetallen geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Ze geven daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid.
26
De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zijn op grond van de wet aansprakelijk voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of de GR over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn.
Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort naar rato van het vlaktaksmodel een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit financiële kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassingen. Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt bepaald door een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. Dit is niet van toepassing op de GRJR daarom is het EMU-saldo € 0. 27
EMU-saldo (berekening)
bedrag
(O-x) – (U-y) = EMU-saldo
€ 0
O staat voor de inkomsten (ontvangsten) in een jaar, U voor de uitgaven en x en y voor respectievelijk de inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. De opbrengst van de verkoop van aandelen telt dus niet als inkomsten, de aankoop niet als uitgaven. Verder telt lenen en het ontvangen van een aflossing niet als inkomen, en uitlenen en aflossen niet als uitgaven.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR.
28
Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst ondergebracht bij de gemeente Rotterdam.
De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: -
Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De werkelijke vraag van een gemeente naar specialistische hulp wordt (mede) door de lokale toeleiding (bijvoorbeeld door wijkteams) bepaald. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het
gebruik
en/of
volume
(uitgezonderd
maatregelen
in
het
kader
van
jeugdbescherming en jeugdreclassering welke een juridische basis kennen). -
De zorgaanbieders dienen hun declaraties via het berichtenverkeer in bij de deelnemende gemeenten. Via een betaaltool worden de deelnemende gemeenten in staat gesteld om na controle de goedgekeurde declaraties bij de uitvoeringsorganisatie in te dienen waarna voor uitbetaling zorg gedragen wordt. Ten aanzien van de toeleiding
29
naar specialistische zorg en voorzieningen voeren gemeenten lokaal een administratie van toekenningsbesluiten en zorgdeclaraties. -
De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord.
Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR niveau bij elkaar te brengen is de GRJR steeds meer in staat om op ook op het totaal van de specialistische jeugdhulp te gaan sturen. De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van de GRJR-taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen. 2022
Uitvoeringskosten Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda
4.522.378 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening wordt in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. Waar mogelijk steunt de accountant daarbij om interne beheersingsmaatregelen bij de Uitvoeringsorganisatie. Onderdeel van die intern beheersingsmaatregelen zijn interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit 30
van de Gemeente Rotterdam. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur geïnformeerd over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in 2021 mede naar aanleiding van de bevindingen van de accountant over 2020 verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen. Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader.
Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en regelgeving, ook voor het jaar 2022 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. De accountant heeft in 2020 aanbevelingen gedaan om het budgetbeheer te versterken zodat aankomende overschrijdingen vroegtijdiger worden gesignaleerd. Deze aanbevelingen zijn door het DB overgenomen en komen ook terug in de verbetering van de informatievoorziening.
31
Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Op accountantsaanbevelingen om de interne beheersing te versterken zijn, nadat medio 2020 de capaciteit van de uitvoeringorganisatie acties in gang gezet die voor de jaarverantwoording 2021 geëffectueerd moeten zijn. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
32
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
33
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten
Begroting 2022
Concept Definitieve Jaarrekening 2020 (AB juli 2021)
BEGROTING 2021 (AB juli 2020)
Definitieve Begroting 2022 (AB juli 2021)
Verschil Begroting 22 - 21
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage Rotterdam (Veilig Thuis 2017 Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
248.080.536
246.686.158
254.738.378
8.052.220
8.107.968 256.188.504
246.686.158
254.738.378
8.052.220
23.422.805 62.646.861 11.038.752 14.511.471 44.921.641 8.431.459 46.168.489
21.845.040 62.247.659 9.342.676 14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.637.712
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 54.966.783 9.655.598 45.801.711
2.452.489 3.257.4521.436.913 98.00311.085.921 187.655 2.836.001-
46.445.454 781.258 1.411.000 16.375.541 15.436.758 1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 7.623.284 3.626.839 3.521.445 100.000 75.000 300.000 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 -
2.879.45115.485 27.966 324.563 1.110.957 34.408 827.749 240.785 8.014 2.460.480 65.4522.000.000 66.907 51.900 1.425 5.700 200.000 200.000 -
256.188.505
249.370.855 -2.684.697 0 246.686.158
262.238.378 0262.238.378
12.867.523 2.684.697 15.552.220
-0
0
-7.500.000
-7.500.000
LASTEN A B C D E F G
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
H I
J i tl io ic ia iw
U z
z
SALDO
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Overige kosten Resultaat vorige boekjaren Totaal lasten Nog toe te wijzen taakstelling Extra taakstelling Vlaardingen Totaal lasten na Taakstelling
16.151.541 18.985.341 2.776.855 1.912.240 13.949.821 346.425 6.295.830 2.161.442 3.425.920 83.164 70.427 552.576
2.301 3.614.313 256.188.505
In de Kadernota 2022 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2022. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten na reactie van raden op de Kadernota zijn verwerkt in de begroting. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2022 afgezet tegen 2021.
34
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutaties Mutaties + Begroting 2021 inclusief taakstelling jaarschijf 2021 Taakstelling jaarschijf 2022 Vertrekpunt voor Begroting 2022 1Taakstelling 2022 verwerken over percelen A-E 5.369.394 2 Voorziening Transformatie en innovatie t.l.v. percelen A t/m E 2.000.000 3 Schuif van B naar C zit al in Raming 0 4 Perceel E Experimenteerruimte Capelle & Krimpen 5 GI ; vervallen drangtaak 6a Percelen A t/m I indexatie 3,24% voor 90% en 1,73% voor 10% 7.467.582 6b Indexeren met 2,01% definitieve OVA2021 ipv voorlopige OVA2021 3,24% 7 Bedrag onvoorzien (Risico’s Jeugdhulp 1,5% totale begroting excl Uitv) 8 Uitvoerings kosten Indexatie 1,9% 75.932 9 Informatievoorziening en inkoop 250.000 10 Programmateam Regio-agenda 200.000 11a Reële begroting A Pleeghulp 1.600.000 11b Reële begroting ASR 805.000 12 Projectmatige aanpak wachttijden 15.000.000 Totaal mutaties Begroting 2022
Mutaties -
Begroting 246.686.158 -2.684.697 244.001.461
-5.369.394 -2.000.000 -620.000 -3.800.000 -2.676.146 -65.452
18.236.917 262.238.378
1. Verwerking taakstelling 2022 (budgettair neutraal) Het maatregelenpakket werkt structureel door met de al vanaf 2021 ingeboekte 1% opbrengst en vanaf 2022 extra 1% opbrengst. Dit bedrag van € 5.369.394 wordt verwerkt in de budgetten 2022 voor de opdrachten A t/m E naar rato van het plan van aanpak dat bij de begroting 2021 was vastgesteld zoals hieronder weergegeven.
Plan van Aanpak (AB 1 juli 2020) maatregelen te verwerken in Begroting 2022 A. Meer ruimte voor preventie (lokaal ambulant en lokale keten) B. Sturen op de toegang (meer pleegzorg ipv opname; praktijkondersteuning huisartsen) C. Sturen op regie (casusregie) D. Sturen en monitoren (arrangementenmodel) E. Basis op orde (gemeentelijke administraties) F. Inkoop regionale jeugdhulp (lokaal inkopen) Te verwerken in Begroting 2022 o.b.v. aanname dat maatregelen 2021 in deze mate zullen zijn geslaagd voor 2022
Impact Impact Impact Impact Impact perceel A perceel B perceel C perceel D perceel E Bedrag 2022 2022 2022 2022 2022 2022 152.271 0 0 3.182.617 1.000.000 -1.337.119 1.845.706 -265.558 -756.709 0 0 0 188.800 -27.164 -77.405 0 0 0
0 0 -113.574 0 -11.618 0
0 -152.271 0 -2.845.498 -176.431 -533.435 0 0 -18.047 -54.566 0 0
5.369.394
-125.191
-194.478 -3.585.770
707.278 -2.171.233
2. Voeding voorziening Transformatie en innovatie (budgettair neutraal) Om de ingezette transformatie voort te zetten en nieuwe initiatieven buiten de inkoopafspraken mogelijk te blijven maken, wordt vanaf 2022 structureel €2,0 miljoen 35
toegevoegd aan deze voorziening. De benodigde €2,0 miljoen wordt vrijgemaakt door naar rato van de budgetten voor A t/m E te schuiven. Aangezien de begrote budgetten hoger zijn dat de met zorgaanbieders overeengekomen contractwaarden staan de huidige contracten deze verschuiving niet in de weg. 3. Schuif van B naar C voor kleinschalig wonen (technische wijziging, budgettair neutraal) In 2019 is gekozen om onder opdracht C: Langdurig verblijf een subsidie voor kleinschalig wonen mogelijk te maken voor cliënten die voor een langere periode behoefte hebben aan ondersteuning op maat. In de Kadernota 2022 is dit (zonder toelichting) technisch gecorrigeerd door in het meerjarenperspectief €1.500.000 te schuiven van B naar C. Deze technische correctie wordt nu ook in de begroting 2022 doorgevoerd. 4. Experimenteerruimte Opdrachten E (€ 620.000 voordeel) Gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel starten in 2022 met het experimenteren op E. Hierbij worden activiteiten uit perceel E vanuit de lokale toegang voor jeugd georganiseerd. Zo zijn onder andere specialistische J-GGZ, begeleiding bij complexe scheidingen en Opvoedondersteuning- en gezinsbegeleiding geïntegreerd in de hulp en dienstverlening vanuit het wijkteam. Deze ontwikkeling sluit aan bij de regiovisie waarbij deze taken vanaf 2023 ook lokale zullen worden georganiseerd.
Voor Capelle aan den IJssel betreft het een verschuiving van € 350.000 en voor Krimpen aan den IJssel € 270.000 van de regionale inkoop naar de lokale begroting voor de inzet van jeugdhulp. Naast een verschuiving van het budget zal dit ook leiden tot een verlaging van het aantal jeugdigen dat via de regionale inkoop dient te worden voorzien aangezien deze hulp lokaal al is geregeld. Bij de berekening van de inleg wordt in eerste instantie de vlaktaks toegepast op de niet verlaagde begroting. Om deze gemeenten conform Kadernota te faciliteren met experimenteerruimte, wordt het vooruit te betalen bedrag van de inleg met dit bedrag verminderd. 5. Gecertificeerde instellingen (€ 3.800.000 voordeel) Voor de begroting 2022 GI’s zijn in lijn met het programmaplan de voorlopige aanname gedaan dat de taken van de GI’s bij ‘drang’ (met en zonder verzoek tot onderzoek) worden overgenomen door de gemeenten. Het budget dat daarvoor in 2021 nog beschikbaar is gesteld wordt voor 2022 niet meer geraamd door de GRJR (-/- € 3,8 miljoen).
36
6. Indexatie van zorg gerelateerde kosten opdrachten A t/m I (totaal € 4.791.437 nadeel) In 2021 werd tot het allerlaatst gewacht met definitieve besluitvorming over indexering van de begroting 2021. Hierdoor was voor aanbieders en gemeenten zeer lang onduidelijk wat ze moesten verwachten. Bovendien stelde de doorvoering van tariefsverhogingen in zo’n laat stadium voor technische uitdagingen. Om herhaling te voorkomen is naar aanleiding van de AB-beraadslagingen van 15 december 2021 voor de begroting 2022 als uitgangpunt genomen, dat het op het moment van definitieve begrotingsvaststelling (juli 2021) beschikbare OVA-percentage wordt toegepast voor indexering van budgetten en tarieven. Deze beleidslijn sluit ook goed aan op de Norm voor opdrachtgeverschap waaraan de gemeenten zich hebben gebonden. De OVA is een indexcijfer voor arbeidskosten, terwijl de zorgtarieven op gemiddeld ca 10% materiële kosten zijn gebaseerd. Voor materiële kosten wordt een afzonderlijk indexpercentage gepubliceerd (de PPC) die doorgaans lager is dan de OVA. In het AB-besluit van december 2020 is al aangekondigd dat hier in toekomstige indexatie rekening mee kan worden gehouden. Hiermee sluit de GRJR overigens aan op de NZa. Ook de VNG hanteert deze methode bij de tarievenindexatie LTA-jeugd. In de raming van de budgetten voor de opdrachten A tot en met I zijn de volgende uitgangspunten toegepast: -
Voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten voor 90% met voorlopig OVA 2021 van 3,24% en voor 10% met PPC van 1,73%;
-
De definitieve indexatie in de begroting 2022 vindt plaats met de in juli 2021 bekende (definitieve) percentages OVA en PPC. Dit OVA-percentage is inmiddels vastgesteld op 2,01%, het teveel geïndexeerde is in de definitieve begroting gecorrigeerd.
In combinatie met deze budgetindexatie krijgt het dagelijks bestuur het mandaat om de tarieven voor arrangementen en van subsidies met dezelfde percentages te indexeren. 7. Bedrag onvoorzien/Risico’s Jeugdhulp, waaronder impact Corona (€ 65.452 voordeel) In 2017 is voor het budget ‘Risico’s Jeugdhulp’ een bandbreedte van1,5 tot 2,0 % vastgesteld. Tot op heden is steeds de ondergrens van deze bandbreedte toegepast. In de begroting 2022 is weer 1,5% van het totale budget opgenomen voor ‘Risico’s Jeugdhulp’, of beter gezegd als ‘Bedrag Onvoorzien’. Zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
37
8. Indexatie van uitvoeringskosten (€ 75.932 nadeel) De budgetten Organisatiekosten GRJR, ICT-kosten, Accountantskosten en Werk en onderzoek worden geïndexeerd conform de jaarlijkse richtlijn van de deelnemende gemeenten met een percentage van 1,90%. 9. Uitvoeringskosten informatievoorziening en inkoop (€ 250.000 incl. € 200.000 inc.) In 2020 is het budget ‘Organisatiekosten GR’ structureel verhoogd naar €3.438.245 (prijspeil 2020). Dit bedrag wordt als vergoeding beschikbaar gesteld aan de gemeente Rotterdam voor directe personeelskosten van de Uitvoeringsorganisatie GRJR, ondersteunende diensten en faciliteiten. In het kader van het verbeterplan wordt in 2021 gewerkt aan een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de gemeente Rotterdam, onderdeel hiervan is bezien of herijking van de gehanteerde tarieven nodig is.
Met eventuele
budgettaire gevolgen hiervan is in de begroting 2022 geen rekening gehouden. Naast deze vergoeding heeft de GR uitvoeringskosten die niet onder de interne dienstverlening van de gemeente Rotterdam vallen. Conform Kadernota zijn in de begroting 2022 de volgende extra uitgaven geraamd -
ICT kosten: structurele verhoging van €100.000 naar €150.000. Deze verhoging is nodig om de informatievoorzieningsfunctie van de GRJR structureel te versterken, zoals het periodieke sturingsinformatie en de monitor Kind in de Keten;
-
Projectbudget inkoop 2023 en implementatie wijzingen als gevolg van nieuwe aanbesteding: conform Kadernota wordt rekening gehouden met eenmalig €400.000 extra kosten gelijkelijk verdeeld over 2022 en 2023. Deze kosten betreffen onder meer projectadvisering, communicatie en trainingen.
[Om de aansluiting op de Kadernota te houden is deze verhoging niet geïndexeerd.] 10. Regionaal Programmateam Regio-agenda (€200.000 incidenteel nadeel) De samenwerkende gemeenten hebben een programmateam Regio-agenda ingericht, dat twee hoofdtaken heeft. Ten eerste het bewaken van de lokale vaststelling van de regiovisie in combinatie met het opstellen van de dynamische regioagenda. Dit is de inrichtingsfase. Ten tweede heeft het programmateam de taak om de regioagenda uit te voeren. In ieder geval tot en met 2023 om de samenhang met de nieuwe inkoopstrategie te borgen. Als het noodzakelijk is voor de transformatie in de jeugdhulp kan die regioagenda doorgezet worden tot en met 2025.
38
De samenstelling van het programmateam komt voort uit de wijze waarop de regioagenda is ingedeeld (met de thema’s regie, communicatie, transformatie en inkoop). De kwartiermaker is vooral noodzakelijk in het eerste en tweede jaar, maar die taken zijn eindig. Voor de uitvoeringsorganisatie geldt dat de benodigde fte’s beschikbaar zijn binnen het huidige personeelsbestand. Voor de gemeenten kan er 2fte vrijkomen door ambtelijke inzet uit te ruilen met het AOJ. Dit betekent dat waarschijnlijk alleen inzet van de kwartiermaker en communicatieadviseur om een extra investering vraagt van ca. €200.000. Deze is opgenomen in de begroting van de GRJR. 11. Reëel begroten Pleeghulp en ASR (€1.600.000 + €805.000 nadeel) Naar aanleiding van de oproep in de zienswijzen op de ontwerpbegroting is het realiteitsgehalte getoetst aan de hand van de realisatiecijfers 2020 en de beoogde doel- en taakstellingen. Dat heeft geleid tot bijstelling van deze twee budgetten. 12. Aanpak wachttijden (€15.000.000 nadeel) Voor de aanpak van de ver boven Treeknorm oplopende wachttijden is in 2021 een projectmatige aanpak in gang gezet. Omdat dit extra inzet van vooral ambulante jeugdhulp vergt is daaraan een projectbudget van €15.000.000 toegevoegd. Binnen het project wordt mogelijk ook ingezet op andere hulpvormen en kan in de realisatie nog geschoven worden.
4.1.2 Toelichting op de baten De gemeentelijke bijdragen bestaat uit twee delen: -
Bijdragen in kosten Jeugdhulp (via de vlaktaks)
-
Bijdragen in kosten Veilig Thuis Regio Rijnmond (specifieke verdeelsleutel)
Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde inleg per gemeente dient in vier termijnen1 steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Toelichting bijdrage in kosten Jeugdhulp (excl. VTRR)
1 Het betaalritme is door het AB op 17 september 2020 gewijzigd van maandelijks naar kwartaalgewijs om
liqiduiditeitstekorten te voorkomen. 39
Tussen
de
samenwerkende
gemeenten
is
afgesproken
te
werken
met
een
vereveningssystematiek die enerzijds de schommelingen van zorgkosten opvangt, maar anderzijds wel gemeenten afrekent op het werkelijke zorggebruik. Het gekozen vereveningsmodel model wordt het vlaktaksmodel genoemd en helpt om met risico’s te spreiden over de jaren. Bij deze bekostigingssystematiek betaalt iedere gemeente uiteindelijk de eigen kosten, maar eventuele schommelingen in de kosten worden gedurende twee jaar opgevangen. Hiermee blijft de prikkel om minder gebruik te gaan maken van specialistische voorzieningen behouden. Daarnaast is het zo dat een gemeente die in een jaar minder afneemt dan gefinancierd dit in de jaren daarna vertraagd terugkrijgt in de vorm van een lagere bijdrage aan de regeling. In 2019 is dit vlaktaksmodel geëvalueerd. Vanaf 2021 wordt de bijdrage van iedere individuele gemeente aan de gemeenschappelijke regeling bepaald door het zorggebruik te nemen over twee voorafgaande peiljaren (T-1 en T-2) met de verhouding 2/3. (T-1) en 1/3 (T-2) Tot en met 2020 was dit op basis van drie voorafgaande peiljaren (T-1, T-2 en T-3). Het vlaktaksmodel is als volgt toegepast: -
Stap 1: bepalen reële inleg: Deze inleg wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de feitelijke productie van 2 opeenvolgende jaren. Deze stap is voor het eerst volledig gerealiseerd in het jaar 2021. In dat jaar wordt het zorggebruik genomen van de twee voorafgaande peiljaren dit met de verhouding 1/3 voor 2018 (T-3) en 2/3 voor 2019 (T-2) voor de begroting 2021. De uitkomst van deze som is de percentuele inleg van de individuele gemeente over het begrotingsjaar.
-
Stap 2: productiecorrectiefactor: Naast het gebruik over t-2 en t-3 wordt binnen de rekenregel ook rekening gehouden met de geconstateerde werkelijke afwijkingen tussen inleg en productie over de voorgaande jaren. Vanaf t+2 wordt de gerealiseerde over- of onder productie over een periode van 2 jaar opgenomen in de berekening van de reële bijdrage.
NB De inleg voor het extra budget van €15 miljoen wordt na publicatie van de meicirculaire 2021 nog aangepast. In onderstaand overzicht wordt hierbij nog de vlaktaks gehanteerd; in de definitieve begroting wordt hiervoor de verdeling van de algemene uitkering gehanteerd zodat deze verhoging voor gemeenten zo budgettair neutraal mogelijk is.
40
De verdeelsleutel van de uitvoeringskosten wordt geheel gebaseerd op de bijdrage per gemeente in de zorgkosten Jeugd en daarin meegerekend, en is daarmee gelinkt aan het werkelijke zorggebruik van gemeenten. Onderstaande inleg is nog gebaseerd op de vlaktaks. Het gedeelte van €7,5 miljoen waarvoor de GR een beroep doet op geld dat het rijk via het gemeentefonds (AU) beschikbaar stelt, moet nog op basis van de AU worden toebedeeld. Zodra de details van deze verdeling bekend zijn, zal een erratum worden gemaakt van onderstaande tabel. Het gedeelte van €7,5 miljoen waarvoor (nog) geen middelen van het rijk beschikbaar zijn, moet vooralsnog niet worden gedekt met de inleg. Als de details van extra rijksmiddelen
jeugdhulp
voor
2022
bekend
zijn
kan
hiervoor
een
begrotingswijziging worden gemaakt.
Deelnemers GR Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
Definitief resultaat gebruik 2019 1,1% 2,7% 0,6% 5,2% 2,9% 2,7% 2,4% 3,7% 2,3% 7,5% 2,8% 6,6% 6,2% 0,7% 52,4% 100,0%
Voorlopig Resultaat 2020
Gemiddeld Begroting excl %* VTRR 0,9% 0,96% 2.365.846 2,7% 2,72% 6.672.430 0,8% 0,77% 1.884.031 5,3% 5,30% 13.018.936 2,8% 2,83% 6.939.325 2,9% 2,87% 7.035.418 2,3% 2,33% 5.729.205 3,2% 3,38% 8.309.233 2,3% 2,30% 5.639.527 8,1% 7,89% 19.380.319 3,3% 3,12% 7.658.759 5,3% 5,70% 14.000.753 5,7% 5,90% 14.489.966 0,6% 0,59% 1.458.518 53,8% 53,33% 130.956.008 100,0% 100,00% 245.538.274
Begroting VTRR 196.679 365.228 145.984 752.240 390.795 451.773 258.010 531.810 367.298 1.202.005 500.192 1.000.681 901.048 112.812 9.523.549 16.700.104
(Nog) niet met Verrekening Verrekening Basis-inleg inleg te dekken Begroting helft JR2019 helft vJR2020 2022 gedeelte Totaal 2.562.525 -72.492 -281.810 2.208.222 -73.288 7.037.659 -318.773 -199.013 6.519.873 -201.277 2.030.014 -197.279 70.557 1.903.292 -58.058 13.771.177 -1.121.781 -213.559 12.435.837 -393.855 7.330.120 571.004 380.190 8.281.313 -209.641 7.487.191 -382.658 260.880 7.365.413 -214.133 5.987.214 -144.012 -356.796 5.486.406 -171.234 8.841.043 801.004 2.356 9.644.403 -252.853 6.006.824 280.312 221.052 6.508.188 -171.795 20.582.324 -308.105 359.457 20.633.676 -588.653 8.158.951 163.334 478.445 8.800.730 -233.345 15.001.435 256.869 -1.515.172 13.743.132 -429.040 15.391.014 318.204 -342.977 15.366.242 -440.182 1.571.330 -544.714 -533.137 493.479 -44.940 140.479.557 699.087 1.669.529 142.848.173 -4.017.706 262.238.378 0 0 262.238.378 -7.500.000
Werkelijke Inleg
% verhouding inleg
2.134.934 6.318.596 1.845.234 12.041.982 8.071.672 7.151.280 5.315.172 9.391.550 6.336.393 20.045.023 8.567.385 13.314.092 14.926.060 448.539 138.830.467 254.738.378
0,8% 2,5% 0,7% 4,7% 3,2% 2,8% 2,1% 3,7% 2,5% 7,9% 3,4% 5,2% 5,9% 0,2% 54,5% 100,0%
Aanpassing inleg in verband met experimenteerruimte opdrachten D en E Om de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel gelegenheid te geven hun experimenteerruimte te financieren worden, conform de geamendeerd door het algemeen bestuur vastgestelde Kadernota, de kosten ad €350.000 resp. €270.000 in mindering gebracht op hun inleg op de programmabegroting 2022. Dit wordt achteraf verrekend. Bijdragen in kosten Veilig Thuis Voor VTRR geldt dat de bijdrage per gemeente gebaseerd wordt op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018.
41
Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen2. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GR-bestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling: Gemeente
Aantal inwoners per 1 jan 2021, bron: CBS) Aantal 17.423 50.049 40.296 85.403 14.903
Aandeel (%) 1,3% 3,8% 3,0% 6,4% 1,1%
Subtotaal € 60.520 € 173.848 € 139.971 € 296.652 € 51.766
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Lansingerland Ridderkerk Rotterdam
25.799 48.637 67.315 29.396 63.338 46.665 652.541
1,9% 3,7% 5,1% 2,2% 4,8% 3,5% 49,1%
€ 89.614 € 168.944 € 233.823 € 102.109 € 220.008 € 162.094 € 2.266.640
114 209 552 166 332 360 7.727
0,9% € 1,6% € 4,3% € 1,3% € 2,6% € 2,8% € 60,0% €
Maassluis Schiedam Vlaardingen
33.551 79.356 73.925
2,5% 6,0% 5,6%
€ 116.541 € 275.648 € 256.783
267 772 686
2,1% € 6,0% € 5,3% €
100% € 4.614.961
12.868
Brielle Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Nissewaard Westvoorne
Totaal
1.328.597
Aantal meldingen 2020 (bron Qrapportages VTRR) Aantal Aandeel (%) Subtotaal 91 0,7% € 85.464 231 1,8% € 216.947 332 2,6% € 311.802 964 7,5% € 905.353 65 0,5% € 61.046
Bijdrage VTRR 2022 Subtotaal € 145.984 € 390.795 € 451.773 € 1.202.005 € 112.812 € € € € € € €
196.679 365.228 752.240 258.010 531.810 500.192 9.523.549
250.756 € 725.033 € 644.265 €
367.298 1.000.681 901.048
100,0% € 12.085.143 €
16.700.104
107.065 196.285 518.418 155.901 311.802 338.099 7.256.909
2 Reden hiervoor is dat per DU VO regio eigen beleid voor de aanpak van huiselijk geweld wordt gevoerd waar
de GRJR geen bemoeienis bij heeft. De afgesproken naar rato verdeling was niet doorgevoerd in de begroting 2019, 2020 en 2021. Dit heeft te maken met de tussentijds verwerkte aanscherping meldcode per 1 januari 2019, waarvoor de centrumgemeenten extra bijdragen ontvingen en via de GR beschikbaar stelden. 42
4.3 Financieel perspectief Geprognosticeerde balans De GRJR heeft in 2020 een voorziening gevormd door rijksmiddelen ten behoeve van transformatieprojecten die meerdere jaren bestrijken en vanuit deze voorziening worden gesubsidieerd. Naar verwachting zal deze voorziening in 2021 volledig zijn benut. Zoals bij het Overzicht Baten en lasten is toegelicht, wordt vanaf 2022 uit de exploitatie jaarlijks een bedrag van €2.000.000 toegevoegd aan de voorziening Transformatie en innovatie, zodat nieuwe projecten kunnen worden ondersteund. Meerjarenraming Definitieve Jaarrekening 2019 (AB juli 2020)
Concept Definitieve Jaarrekening 2020 (AB juli 2021)
224.915.078
248.080.536
246.686.158
254.738.378 244.353.681 240.962.852 239.511.352
339.466 2.600 10.673.854 235.930.998
8.107.968 256.188.504
246.686.158
254.738.378
244.353.681
240.962.852
239.511.352
23.422.805 62.646.861 11.038.752 14.511.471 44.921.641 8.431.459 46.168.489
21.845.040 62.247.659 9.342.676 14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.637.712
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 54.966.783 9.655.598 45.801.711
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 39.966.783 9.655.598 45.801.711
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 39.966.783 9.655.598 45.801.711
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 39.966.783 9.655.598 45.801.711
46.445.454 781.258 1.411.000 16.375.541 15.436.758 1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 7.623.284 3.626.839 3.521.445 100.000 75.000 300.000 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 9.883.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 9.683.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 9.683.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 -
262.238.378 0262.238.378
247.038.378 -2.684.697 0 244.353.681
246.838.378 -5.369.394 -506.133 240.962.852
246.838.378 -5.369.394 -1.957.632 239.511.352
-7.500.000
0
0
0
Meerjarenbegroting 2022-2025
BEGROTING 2021 (AB juli 2020)
Definitieve Begroting 2022 (AB juli 2021)
Raming GR 2023
Raming GR 2024
Raming GR 2025
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage Rotterdam (Veilig Thuis 2017 Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten LASTEN A B C D E F G
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen
21.347.688 64.309.648 8.687.920 13.793.253 43.864.471 9.152.639
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
H I
J i tl io ic ia iw
U z
z
SALDO
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Overige kosten Resultaat vorige boekjaren Totaal lasten Nog toe te wijzen taakstelling Extra taakstelling Vlaardingen Totaal lasten na Taakstelling
13.943.147 57.836.904
2.995.328 342.066 1.936.072 156.050 122.414 432.604
6.123
16.151.541 18.985.341 2.776.855 1.912.240 13.949.821 346.425 6.295.830 2.161.442 3.425.920 83.164 70.427 552.576
235.930.998
2.301 3.614.313 256.188.505
235.930.998
256.188.505
249.370.855 -2.684.697 0 246.686.158
0
-0
0
43
De meerjarenraming gaat uit van ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van 2021, met uitzondering van: -
Uitvoeringskosten: deze zijn in verband met de voorbereiding en implementatie van de Inkoop 2023 en ten behoeve van de uitwerking van de Regio-agenda in 2022 en 2023 incidenteel hoger geraamd.
-
Ophoging budgetten Pleeghulp en ASR.
-
Aanpak wachttijden. Het begrotingstekort in 2022 van €7,5 miljoen is nadrukkelijk incidenteel een gevolg van het, vooruitlopend op extra rijksmiddelen via de algemene uitkering naar de GRJR, projectmatig wegwerken van de boven Treeknorm opgelopen wachttijden. Zodra daarover meer bekend is zal een begrotingswijziging 2022 worden voorbereid. Dit project wordt (na afloop van de huidige inkoopcontracten per 31 december 2022) mogelijk nog met een jaar, dus tot in 2023, verlengd. Tot slot wordt benadrukt dat maatregelen in het bestaande beleid structureel moeten voorkomen dat de wachttijden weer boven het acceptabele niveau uitstijgen. Mocht dat beleid niet effectief blijken dan geldt dat het project aanpak wachttijden uiterlijk 2023 stopt en dus niet het dan ontstane probleem zal ondervangen.
Conform plan van aanpak taakstellingen bij de Begroting 2021 is voor 2023 en 2024 een nog toe te wijzen oplopende, structurele taakstelling. Dit is ongewijzigd in de meerjarenraming gehandhaafd en wordt pas bij de Kadernota 2023 opnieuw beoordeeld. Herstelplan Vlaardingen In verband met herstelplan Vlaardingen in het kader van het preventieve toezicht was in de begroting 2021 voor deze gemeente een extra taakstelling opgenomen vanaf 2024. Een tabel met aansluiting met dit herstelplan is in de bijlage van deze begroting opgenomen. Vanwege de vlaktaks die binnen de begroting van de GRJR gehanteerd wordt is het zo dat de effecten van besparingsmaatregelen qua effect doorwerking hebben in de jaren T+1 en T+2. De taakstellingen 2021 en 2022 zijn inmiddels verwerkt. Samen met de nog toe te wijzen taakstelling voor 2023 en 2024 en de extra taakstelling werkt dit als volgt door in de te verwachten bijdrage van Vlaardingen. In onderstaande tabel is zichtbaar hoe op de bedragen uit het herstelplan van Vlaardingen middels deze systematiek wordt aangesloten:
44
Het bedrag van de bezuinigingsopdracht van Vlaardingen dat aanvullend is op de verwerkte taakstellingen, is afzonderlijk als nog in te vullen taakstelling in de meerjarenbegroting opgenomen.
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. In de eerste plaats is er geen sprake van een onderneming in fiscale zin, daaronder begrepen een uiterlijk met een onderneming overeenkomende werkzaamheid. Er worden geen diensten op de markt verkocht. En er is geen te verwachten winst. Voor zover er bij de GRJR overschotten of tekorten ontstaan, worden die naar rato verrekend met de aangesloten gemeenten.
Als er geen onderneming is, is er geen belastingplicht en ook geen aangifteplicht.
45
In de tweede plaats kan een beroep worden gedaan op de samenwerkingsvrijstelling. Het gaat bij de jeugdhulp om de uitvoering van een overheidstaak waarmee niet in concurrentie wordt gedreven. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de gemeenten naar evenredigheid van de afgenomen activiteiten bijdragen aan de kosten van het samenwerkingsverband. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de bij de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten. De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTWheffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds.
4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht conform BBV zijn de baten en lasten per taakveld uitgesplitst. Taakveld
Baten
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal
Lasten
199.133.340 54.421.064 8.683.974 262.238.378
Saldo
191.633.340 54.421.064 8.683.974 254.738.378
7.500.0007.500.000-
De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: Budget
Taakvelden
A
Pleeghulp
Maatwerkdienstverlening 18-
B
Opname
Maatwerkdienstverlening 18-
C
Langdurig verblijf
Maatwerkdienstverlening 18-
D
Daghulp
Maatwerkdienstverlening 18-
E
Ambulante hulpverlening
Maatwerkdienstverlening 18-
F
Crisis
Maatwerkdienstverlening 18-
G
Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
Geëscaleerde zorg 18-
2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
Maatwerkdienstverlening 18-
3. KSCD
Maatwerkdienstverlening 18-
46
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
I
Overige
Geëscaleerde zorg 18- en 18+
1. Buitenregionale plaatsingen (incl. pleegzorg)
Maatwerkdienstverlening 18-
2. Adolescente Strafrecht (ASR)
Maatwerkdienstverlening 18+
3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ
Maatwerkdienstverlening 18Geëscaleerde zorg 18Naar rato van totale lasten A t/m H per taakveld
Uitvoeringskosten
47
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
48
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 2 juli 2021,
J. Bokhove Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
49
ONTWERP BEGROTINGSWIJZIGING 2021 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2021 van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Dit is een ontwerpbegrotingswijziging waarop de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze kunnen geven. Pas daarna zal het bestuur van de GRJR hierover definitief besluiten. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2021 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2021 3. Aanpassingen risicoparagraaf 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2021 In de periode tot juli 2021 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2021 beïnvloeden. Het gaat hierbij om: - Een check hoe reëel de begroting is - Druk op spoedhulp en oplopende wachttijden mede als gevolg van Coronamaatregelen. Reële begroting tegen het licht van realisatie 2020, rekening houdend met de taakstellingen De vastgestelde begroting 2021 is gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2019 geleverde zorg constant blijft, en dat daarnaast een besparingseffect optreedt van taakstellingen (met name transformatieplannen). Om na te gaan of de hierop gebaseerde begroting voldoende reëel is, is gekeken naar de getalsmatige ontwikkeling van de jeugdhulpverlening. Overigens is deze cijferexercitie met de nodige slagen om de arm gedaan; de informatievoorziening is immers een onderdeel van het verbeterplan van de GRJR. Opdracht A Pleeghulp In 2019 ontvingen ca 1.840 jeugdigen met pleeghulp. De budgetten in de begroting ‘21 is berekend op ditzelfde aantal (uitgaand van gelijkblijvende gemiddelde kosten en prijspeil ‘21). - Daar komt bovenop dat de taakstelling in de begroting ‘21 voorziet in extra pleeghulp, omdat daarmee een besparing mogelijk wordt op hulp met verblijf.
Dit is vertaald in extra budget voor pleeghulp; voor 2021 genoeg voor ca 30 extra, in totaal 1.870 jeugdigen. - Uit de voorlopige jaarcijfers 2020 blijkt dat meer dan 2.100 unieke jeugdigen zijn bereikt met pleeghulp. De gerealiseerde kosten zijn ca. €23,4 miljoen. Omdat in 2021 een grote campagne gaande is om meer pleeggezinnen te werven, moet worden aangenomen dat het aantal pleegkinderen, en de feitelijke uitgaven, minimaal op dit niveau zullen komen. Deze wenselijke ontwikkeling komt daarmee hoger uit dan het geraamde taakstellingseffect. Voorgesteld wordt om voorzichtigheidshalve de begroting ’21 voor pleeghulp minstens te verhogen naar het realisatieniveau 2020, waarbij om hetzelfde aantal jeugdigen te blijven bereiken dient te worden geïndexeerd naar prijspeil ’21. Dit betekent een verhoging met €2,2 miljoen. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de geraamde baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Subsidiëring voor jeugdhulptrajecten in het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) Bij deze vorm van jeugdhulp is de instroom van casuïstiek is niet beïnvloedbaar door de gemeenten en de GRJR. Voor 2020 was extra subsidietoekenning noodzakelijk. In de jaarrekening 2020 is dan ook een overschrijding van €0,77 miljoen zichtbaar. Op dit moment is al zeker dat voor 2021 minimaal eenzelfde overschrijding onvermijdelijk is. Het budget is voor 2021 slechts geïndexeerd, voorgesteld wordt om de begroting ’21 met de onvermijdelijke extra uitgaven op te hogen (met geïndexeerde bedragen). Dit komt neer op €0,78 miljoen extra.
3
Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Spoedhulp - Onder meer in onze regio zijn al langere tijd zorgen over de wachttijden met name in de specialistisch ambulante jeugdhulp (opdracht E) en meer recent de grote druk op de ambulante spoedhulp. Oorzaak van de stijging van de druk is een combinatie van maatschappelijke gevolgen van Covid-19, de al langer bestaande wachttijden en een gelimiteerd budget voor ambulante hulp door het sturen op het budgetplafond. Deze trend zet zich vooralsnog voort in 2021. Voor onze regio verwachten de aanbieders dat het aantal jeugdigen dat spoedhulp nodig heeft – en noodzakelijke vervolghulp - met circa 250 jeugdigen zal stijgen ten opzichte van 2020. Dit is instroom die wij niet kunnen opvangen met het huidige budget. - De ontstane situatie heeft het GRJR-bestuur doen besluiten om voor 2021 het budgetplafond in opdracht E met € 4 miljoen te verhogen en via de kwartaalrapportages te monitoren hoe de uitnutting van de budgetten in E zich ontwikkelt. Er is gerekend op ca. 200 kinderen extra met een gemiddeld bedrag van ca €20.000 per spoedtraject (6 weken stabilisatie plus gemiddeld 43 weken behandeling). Deze verhoging van het budgetplafond is in maart per brief aan de gemeenteraden kenbaar gemaakt.
- Inmiddels is bekend dat het Ministerie van VWS extra geld beschikbaar stelt voor “tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ zodat aan de grote zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoetgekomen wordt (specifieke uitkering € 50 mln).” VWS heeft aangegeven “deze middelen te verstrekken via een specifieke uitkering aan een beperkt aantal coördinerende gemeenten op basis van een ingediend plan. Daarin worden specifieke bestedingsdoelen opgenomen zodat de middelen beschikbaar komen voor aanbieders en jongeren. De kern is een tijdelijke uitbreiding crisiscapaciteit zodat aan de grote extra zorgvraag tegemoetgekomen kan worden.” - Voorgesteld wordt de begroting 2021 voor spoedhulp in lijn met te brengen met het AB-besluit van maart 2021 door het budget voor E met €4,0 miljoen te verhogen. Dekking: Om deze incidentele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om voor hetzelfde bedrag baten te ramen uit beschikbaarstelling van specifieke uitkering (via coördinerende gemeente). Het aandeel voor de regio Rijnmond zal naar verwachting ca €4 miljoen bedragen maar het risico dat dit lager uitpakt moet worden opgenomen in de risicoparagraaf. De opgenomen bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK) is gebaseerd op de brief van de Minster van VWS aan de Tweede Kamer. Op 23 april heeft het kabinet besloten om voor 2021 €613 miljoen beschikbaar te stellen.
Hiervan is €50 miljoen specifiek voor de tijdelijke uitbreiding (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-ggz (hierna: acute jeugd-ggz) zodat aan de grotere zorgvraag mede als gevolg van corona tegemoet gekomen kan worden. Deze €50 miljoen wordt, conform afspraak tussen het Rijk en de VNG verstrekt middels een specifieke uitkering (SPUK) aan medeoverheden op grond van de Kaderwet VWS. Samen met de VNG, de Nederlandse GGZ en de NVvP wordt uitgewerkt op welke wijze deze middelen terecht komen bij de aanbieders die deze zwaardere zorg verlenen én die nu acute problemen ervaren. Momenteel wordt op rijksniveau concreet uitgewerkt welke aanbieders hierin betrokken zijn en welke gemeenten dan als coördinerende gemeenten zal worden aangewezen. (Dit gaat niet rechtstreeks via de GRJR omdat niet in iedere regio een GR voor jeugdhulp bestaat.) Het ligt voor de hand dat dit voor de regio Rijnmond de gemeente Rotterdam zal zijn en de
4
door de GRJR gecontracteerde aanbieders in perceel E Ambulante hulp die spoedhulp verlenen. Over de precieze omvang en financieel-technische handelwijze zal afstemming tussen gemeente Rotterdam en GRJR plaatsvinden.
Aanpak wachttijden - Met name voor ambulante hulp zijn de wachttijden al langer hoog. Sinds eind 2020 zien we een stijging van de wachttijd en het aantal wachtenden. Dit is mogelijk ook een effect van de tweede lockdown in verband met Corona. Dit leidt tot andersoortige en zwaardere problematiek (zoals eetstoornissen, suïcide), meer spoed/nood op de wachtlijst, langere trajecten door afzeggen consulten (dus minder ruimte voor nieuwe instroom) en tot slot uitval van personeel (waardoor nog minder ruimte voor instroom). - Deze ontwikkelingen waren het afgelopen halfjaar aanleiding tot diverse acties en maatregelen. In de eerste plaats blijven we de gezamenlijke aanbieders van ambulante hulp verantwoordelijk houden voor maximale benutting van de capaciteit. We ontwikkelen samen met de aanbieders een nieuwe aanpak om de wachttijden naar beneden te brengen waarin triage en trajectregie centraal staan. Daarnaast geven we vorm aan een doorbraakaanpak voor kinderen met jeugdbeschermingsmaatregel. Ondertussen sturen we erop dat gegevens over kinderen op de wachtlijst bekend zijn bij de betreffende gemeente, zodat waar mogelijk alternatieve oplossingen worden ingezet. Ter ondersteuning van de sturing op de wachttijden verbeteren we met voorrang de informatievoorziening hierover.
- Als gemeenten en aanbieders in de regio hebben we in februari 2021 een gezamenlijke brief aan het Ministerie van VWS gestuurd met een oproep voor extra budget. VWS heeft inmiddels bekend gemaakt dat via de Algemene Uitkering extra geld beschikbaar komt voor zowel regionale inzet (255 miljoen) als lokale inzet (238 miljoen): “Dit deel richt zich op meer regie op het beperken van de oplopende onverantwoorde wachttijden i.c.m. de escalatie van de wachtlijsten a.g.v. de toegenomen en geëscaleerde zorgvraag door corona. Daarmee heeft dit bedrag twee dimensies: o Daar waar bij specialistische jeugdhulp wachttijden zijn die boven een redelijke norm stelt het de (samenwerkende) gemeenten in staat de wachtlijsten terug te brengen naar de norm. Dit vereist een actieve inzet van gemeenten in een goede samenwerking met zorgaanbieders. o Daar waar bij de specialistische jeugdhulp de wachttijden reeds zijn teruggebracht tot op of onder de norm is dat veelal ten koste gegaan van andere noodzakelijke uitgaven dan wel lastenstijgingen en bieden de extra middelen soelaas om die verdringing te compenseren. De raming is gebaseerd op het bedrag dat nodig is voor het in zorg nemen van de kinderen die bij regionaal ingekochte specialistische jeugdzorg onnodig lang wachten op zorg.
Aangezien er geen landelijk beeld is, is dat cijfer gebaseerd op een extrapolatie van de via de VNG door gemeenten aangeleverde input.” - De bedragen en extrapolaties die VWS noemt zijn in overwegende mate afkomstig van de regio Rijnmond. In de lobby hebben wij de omvang van de wachtlijst uitgedrukt als voorraad ‘onderhanden werk’ waarvan de omvang uitkomt op circa €15 miljoen euro per jaar. Dit is
5
gebaseerd op het aantal kinderen dat langer wacht dan de zgn. Treeknorm (14 weken), vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per jaar voor hulp waarop wordt gewacht. - Voor de acute aanpak van de wachttijden voor de regionale hulp worden momenteel concrete plannen uitgewerkt. Deze projectmatige aanpak met de huidige regionaal gecontracteerde zorgaanbieders is erop gericht om binnen de huidige contracten meer wachtenden te helpen zodat de gemiddelde wachttijd weer onder de Treeknorm komt. Deze projectmatige aanpak komt náást de ingezette structurele maatregelen (transformatie, nieuwe inkoop, uitwerking regiovisie) en moet ook leiden tot een structurele aanpak om het opnieuw oplopen van de wachttijden vanaf 2023 te voorkomen. - Voor de aanpak van de wachttijden is in samenspraak met de aanbieders een periode van drie jaar (steeds met €15 miljoen op jaarbasis) ingeschat. In de projectaanpak kunnen voor 2023 nog geen verplichtingen worden aangegaan omdat de huidige contracten lopen tot 31 december 2022. Ook is het wenselijk om eerst preciezer te bepalen welke projectdoelen binnen de lopende contractperiode moeten worden bereikt. Een en ander komt terug in de Kadernota 2023 en wordt in de meerjarenbegroting nu nog als PM opgenomen.
Voorgesteld wordt om voor 2021 (en 2022 (de lopende contractperiode)) tweemaal incidenteel €15 miljoen op jaarbasis extra in te zetten om het project Aanpak wachttijden uit te voeren. Voor 2021 komt dit neer op extra investering in het tweede halfjaar van €7,5 miljoen. Extra budget E Project Aanpak Wachttijden (X € 1 miljoen) Begroting 2021
Te begroten bedrag
Er was begroot
Verschil
7,5
0 (def)
+7,5 (wijz)
Dekking: Ter dekking van deze incidentele lastenstijging wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten voor 2021 en voor 2022 met €7,5 miljoen te verhogen. In de separate agendapost vaststelling begroting 2022 wordt voorgesteld om de begroting 2022 met een incidenteel tekort van €7,5 miljoen vast te stellen. Gezien de concrete toelichting op de extra middelen van VWS wordt voor dekking hiervan een beroep gedaan op de in 2021 incidentele extra algemene uitkering van €15 miljoen.
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting:
6
Begroting 2021
Begroting 2021 vastgesteld
Ontwerp 1e wijziging
Begroting 2021 na wijziging
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten
246.686.158
Bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK)
10.480.000
257.166.158
4.000.000
4.000.000
Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds
0
Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis"
0
Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
0 246.686.158
14.480.000
261.166.158
A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
21.845.040
2.200.000
24.045.040
B Weer naar huis (Opname)
62.247.659
LASTEN
C
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)
62.247.659
9.342.676
9.342.676
D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
14.513.379
14.513.379
E Pakket thuis (Ambulante hulp)
43.880.862
F Crisishulp
9.467.944
9.467.944