Begroting 2025
Tekst van het document
Begroting 2025
Auteur(s) Documentnummer Datum Versie
: DCMR o.l.v. Vibart Westerhof : DMS : 20 maart 2024 : 0.1
Het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,
Gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond
BESLUIT Vast te stellen de Begroting 2025.
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 4 juli 2024,
De voorzitter,
De secretaris,
Dhr. M. Stolk
Mevr. R. M. Thé
Begroting 2025
Blad 2 van 22
Inhoud Deel 1: Beleidsbegroting
5
2
Beleidskader
5
3
Financieel kader
9
3.1 3.2
9 9
4
5
6
Financieel kader Uitgangspunten
Milieubeheer
11
4.1 4.2 4.3
11 11 12
Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?
Bedrijfsvoering
13
5.1 5.2 5.3
13 13 15
Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?
Paragrafen
16
6.1 6.2 6.3
16 17 18
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële en beleidsindicatoren Financiering
Deel 2: Financiële begroting
19
7
Overzicht van Baten en Lasten
19
8
Ontwikkeling financiële positie
21
Begroting 2025
blad 3 van 22
Inleiding Voor u ligt de begroting voor het jaar 2025 van DCMR Milieudienst Rijnmond. De begroting beschrijft hoe DCMR in opdracht van onze participanten werkt aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, en binnen welke financiële kaders de taken worden uitgevoerd. DCMR verleent vergunningen, controleert of bedrijven de wet- en regelgeving naleven en waar nodig wordt handhaving ingezet. Daarnaast adviseert DCMR in ruimtelijke plannen, ondersteunt bij beleidsontwikkeling, en monitort en bewaakt de milieukwaliteit. Het beleidsmatige kader en de prioriteiten in de DCMR-uitvoering zijn vastgelegd in het Meerjarenprogramma 2023-2026 (MJP), dat door het Algemeen bestuur is vastgesteld. In 2024 trad de Omgevingswet in werking. Samen met de participanten worden de nieuwe werkwijzen in praktijk gebracht. Dat vraagt om een vernieuwd samenspel tussen alle betrokken partijen en voor iedereen toegankelijke data over de milieukwaliteit in het gebied. Het belang van goede data wordt steeds belangrijker. DCMR ontwikkelt zich daarom steeds verder als datagedreven organisatie. Door informatiegestuurd werken kunnen we scherpere prioriteiten stellen in het toezicht en door digitalisering zorgen we ervoor dat in digitale vergunningen altijd de actuele voorschriften te vinden zijn.
Naast het verder ontwikkelen van werkwijzen en instrumenten verkennen we ook hoe kan worden ingespeeld op nieuwe inhoudelijke ontwikkelingen en opgaven. Dat geldt bijvoorbeeld voor de toegenomen maatschappelijke zorgen over gezondheidsrisico’s van schadelijke stoffen en daarom wordt in overleg met de opdrachtgevers verkend hoe we als omgevingsdienst hierin een actieve rol kunnen spelen. Het is de opgave voor ons als DCMR om samen met de participanten zo goed mogelijk in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen en vraagstukken die zich aandienen. De kennis en ervaring die door onze vakmensen is opgebouwd maken dat ik erop vertrouw dat DCMR ook komend jaar weer op een goede manier in uw opdracht kan werken aan een gezonde, veilige en duurzame regio. Rosita Thé, Directeur
Begroting 2025
Blad 4 van 22
Deel 1: Beleidsbegroting 2
Beleidskader
DCMR is als gemeenschappelijke regeling een samenwerkingsverband van de provincie ZuidHolland, gemeente Rotterdam en twaalf regiogemeenten in het Rijnmondgebied. DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van BRZO-taken voor de Provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer en bij de landelijke BRZO-coördinatie. In het vervolg van deze begroting wordt echter steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. DCMR is vergelijkbaar met een onderdeel van een gemeente of provincie, dat de uitvoering verzorgt van het programma milieu door het leveren van producten en diensten die moeten bijdragen aan het realiseren van vastgestelde milieudoelstellingen. In termen van het Besluit Begroten en Verantwoorden 2004 (hierna: BBV) moet deze begroting van de DCMR daarom worden gezien als informatie voor de sturing van de uitvoering (uitvoeringsinformatie). Het Rijnmondgebied wordt gekenmerkt door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid.
De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt een professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. Onze uitgangspunten zijn onze missie en visie. De missie van DCMR Wij werken aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Wij reguleren de bedrijvigheid in onze regio. Wij zien erop toe dat bedrijven veilig werken. Wij monitoren de milieukwaliteit, leveren en analyseren data, en informeren en adviseren met als doel een toekomst vast, veerkrachtig gebruik van onze leefomgeving. De visie van DCMR ➢ Wij zijn de omgevingsdienst van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in het Rijnmondgebied. Bij de grote risicobedrijven voeren we ook taken uit in Zeeland en werken we landelijk samen met andere inspectiediensten ➢ Wij zijn een deskundige organisatie waarin professionals worden uitgedaagd en zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun werk en hun ontwikkeling ➢ Wij realiseren ambities van onze opdrachtgevers in verbinding met de omgeving. Wij zijn open en toegankelijk. ➢ Onze inzet is efficiënt en effectief.
We zetten innovatie en technologie in om ons werk optimaal uit te voeren MJP als basis voor de uitvoering Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het Meerjarenprogramma (MJP). Het MJP bevat de inhoudelijke focuspunten en vormt het inhoudelijke kader voor de VTH- en adviestaken. In het MJP 2023-20261 zijn de volgende 12 focuspunten vastgesteld: - Procesveiligheid in de industrie; - Beperken gevolgen van incidenten; - Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen; - Ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen; - Geurhinder voorkomen; - Geluidhinder voorkomen; 1 Meerjarenprogramma (MJP) 2023-2026, vastgesteld door het AB d.d. 8 december 2022.
Begroting 2025
blad 5 van 22
-
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en PFAS verminderen; Stikstof en fijnstof verminderen; Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen; Energiebesparing; Energietransitie; Circulaire economie.
De wettelijke basis van de VTH-taken is de Omgevingswet die in 2024 inwerking trad. De implementatie van de Omgevingswet is in nauwe samenwerking met gemeenten en de provincie aangepakt. Indien de implementatie leidt tot vraagstukken of afwegingen die om bestuurlijke aandacht vragen, worden deze tijdig aan het bestuur voorgelegd. Nieuwe ontwikkelingen In het beleidskader van de begroting wordt ook jaarlijks aangegeven welke specifieke aandachtspunten of nieuwe ontwikkelingen in het komende begrotingsjaar/jaren om aandacht vragen. In de begroting 2024 ging dit bijvoorbeeld om de invoering van de Omgevingswet en de doorontwikkeling van de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten. Vooruitkijkend naar 2025 dienen zich vanuit wetgeving en landelijke beleidsontwikkelingen onderwerpen aan die betekenis hebben voor de taakuitvoering van omgevingsdiensten, en om nadere verkenning vragen, in nauwe samenwerking tussen participanten als opdrachtgever en DCMR als omgevingsdienst. Voor de hier genoemde onderwerpen geldt dat allereerst een nadere inhoudelijke verkenning zal worden opgesteld, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken hoe deze onderwerpen in samenwerking met andere overheidsorganisaties kunnen worden opgepakt. Dat geldt op de eerste plaats voor de samenwerking tussen de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten en de landelijke samenwerking binnen Omgevingsdienst NL.
Daarnaast zal samenwerking worden gezocht met regionale partners als GGD en VRR en landelijke diensten (ILT, RIVM, e.a.). Aan de hand van deze verkenningen zal worden vastgesteld op welke manier een gecoördineerde, programmatische aanpak mogelijk is en op welke wijze financiering hiervan plaatsvindt. Deze verkenningen en voorstellen zullen in het bestuur worden geagendeerd. Het betreft de volgende milieu-inhoudelijke onderwerpen: Gezondheid In het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV, 2023) over Industrie en omwonenden staat een duidelijke aanbeveling aan omgevingsdiensten: stel gezondheid meer centraal in het werk en communiceer transparant met de omwonenden over gezondheidsrisico’s. In de vergunningverlening worden door DCMR nu reeds zo scherp mogelijke eisen aan de emissies gesteld. De Onderzoeksraad adviseert om daarbij nadrukkelijker de effecten op het immissieniveau te beschouwen. Vanuit de omgevingsdiensten is aangegeven dat in de praktijk van VTH-uitvoering echter rekening moet worden gehouden met de grenzen die de bestaande wetgeving hierbij stelt. Verdergaande eisen ten aanzien van bijvoorbeeld cumulatie van emissies en het toepassen van het voorzorgsbeginsel vergen een betere wettelijke grondslag. De bevoegde gezagen en omgevingsdiensten zijn daarover in gesprek met het Rijk.
Hoe gezondheid beter in ons advieswerk, vergunningverlening, toezicht en handhaving kan worden meegewogen, zullen we moeten gaan uitvinden. Want het thema raakt al het werk en tegelijkertijd is het niet eenvoudig om dit te versterken, gezien de complexiteit van de materie. Daarbij zullen we samenwerking en afstemming zoeken met partners op dit terrein, zoals de GGD’s, het RIVM en de ILT, die ook een opdracht heeft op dit thema. Waterkwaliteit De waterkwaliteit in Nederland is al langer een thema dat vraagt om aandacht. De kwaliteit van de meeste wateren voldoet niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. In het verleden heeft dit onderwerp niet de hoogste prioriteit gekregen in het werk van de Omgevingsdiensten, die verantwoordelijk zijn voor het reguleren en het toezicht op de indirecte lozingen van bedrijven. Het verbeteren van de kwaliteit van ons water wordt nog urgenter als in 2027 de Kaderrichtlijn waterkwaliteit in werking zal treden. Die zal stevige maatregelen vergen. Op welke manier dit zal doorwerken in onze advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving, moeten we gaan bepalen. Ook hierbij geldt dat we dit niet alleen kunnen. Op dit terrein spelen waterschappen en Rijkswaterstaat een grote rol.
Begroting 2025
Blad 6 van 22
(Potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen en PFAS ZZS/PFAS is een thema waarop al lange tijd veel activiteiten worden ontplooid door DCMR. Tegelijkertijd is het niet altijd in samenhang met elkaar geweest, betreft het deels losse trajecten als de inventarisatie van ZZS-uitstoot en het dossier Chemours en andere PFAS-dossiers. Er kan nog niet gesproken worden van een coherente en alomvattende aanpak. Op Rijksniveau wordt in dit kader het Impulsprogramma Chemische Stoffen uitgevoerd en wordt met het bedrijfsleven samengewerkt in een Actieprogramma voor PFAS. Als reactie op het OvV-rapport startte het kabinet begin 2024 een Actie-agenda om te komen tot een meer samenhangende aanpak van onder andere PFAS. ILT ontwikkelt op dit terrein een programma om te komen tot een meer samenhangende aanpak van deze problematiek in Nederland. Zij doen in dat kader ook een onderzoek naar het functioneren van het VTH-stelsel op dit onderwerp tot nu toe. Dit zal in de loop van dit jaar verschijnen en ongetwijfeld leiden tot aanbevelingen om te komen tot een betere aanpak. Vooruitlopend daarop is het goed als DCMR met haar opdrachtgevers zelf al gaat kijken wat er op dit vlak meer en beter gedaan kan worden, bijvoorbeeld op het terrein van monitoring. Ook hierbij zal nadrukkelijk de samenwerking met andere omgevingsdiensten worden gezocht, zoals via het Zuid-Hollandse kennisschakelpunt voor ZZS.
Samenwerking Omgevingsdiensten in Zuid-Holland en Nederland De samenwerking tussen omgevingsdiensten in Nederland is sterk in ontwikkeling. Dit komt mede door initiatieven zoals de Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten, het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP) en de professionalisatie van het bureau van Omgevingsdienst NL. - Zuid-Holland. In 2021 is in opdracht van het college van Gedeputeerde Staten van ZuidHolland een onderzoek uitgevoerd naar de doorontwikkeling van de VTH-uitvoering door de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Het rapport concludeert dat een toekomstbestendige uitvoering van VTH-taken vraagt om intensievere samenwerking tussen de vijf diensten. De focus ligt in eerste instantie op arbeidsmarktcommunicatie en digitalisering. Deze inhoudelijke samenwerking wordt ingevuld binnen de bestaande begrotingskaders, aangevuld met middelen vanuit het Interbestuurlijk Programma “Versterking” VTH-stelsel”. Indien deze doorontwikkeling leidt tot een wijziging van de financiële inzet zal dit via de gebruikelijke weg van een begrotingswijziging worden voorgelegd aan het bestuur. - IBP VTH-versterking. In 2022 is het Interbestuurlijke Programma VTH opgestart naar aanleiding van de adviezen van de Commissie Van Aartsen.
Het programma bevat 6 pijlers, te weten: 1) robuuste omgevingsdienst en financiering, 2) bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging, 3) Informatievoorziening VTH, 4) kennisinfrastructuur, 5) Onafhankelijke uitvoering toezicht en handhaving en 6) Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Dit programma richt zich met name op het opstellen van beleid, richtlijnen en handreikingen. Het Ministerie van I&W verstrekt voor de jaren 2023 en 2024 een financiering aan onder andere Omgevingsdiensten. Het IBP-VTH programma loopt tot eind 2024 en vanaf 2024 zal gestart worden binnen de Omgevingsdiensten met de voorbereiding en implementatie. De voorbereiding zal vooral gericht zijn op de impact-analyse voor DCMR en de bestuurlijke gesprekken met het DCMR bestuur. De IBP-implementatie zal betrekking hebben op bijvoorbeeld: de robuustheidscriteria (mandatering, innovatie-agenda), financieringssystematiek, informatievoorziening en kennismanagement. Op landelijke niveau is nog geen duidelijkheid over de financiering van deze implementatiefase. - Omgevingsdienst NL. In 2023 is een directeur aangesteld voor het bureau van Omgevingsdienst NL. Hiermee is de verhoging van de professionaliteit begonnen. Het bureau geeft omgevingsdiensten een kans om meer samen te werken op gebieden als informatievoorziening, training & opleiding en kennisdeling.
De professionalisering van Omgevingsdienst NL wordt georganiseerd en gefinancierd door de 28 omgevingsdiensten. Artificial Intelligence (AI) en cybersecurity AI heeft zich in een rap tempo genesteld in onze maatschappij en is daarmee ook voor overheidsorganisaties in toenemende mate relevant. Het biedt ieder kansen maar ook bedreigingen en regels rondom AI zijn veelal nog in de maak. De Chief Information Officer (CIO) van het Rijk heeft een quickscan laten uitvoeren naar de impact van artificial intelligence waarmee iemand
Begroting 2025
blad 7 van 22
automatisch teksten, afbeeldingen, audio en andere content kan genereren (generatieve AI) op (IT-)overheidspersoneel. Daaruit is voorlopig gekomen dat bij gebruik van een generatieve AItoepassing geldt dat de overheid kiest voor de verantwoorde inzet van AI. Dit betekent voor overheidsorganisaties dat: 1. de overheid voldoet aan bestaande wet- en regelgeving; 2. voorafgaand aan het gebruik van AI per casus een risicoanalyse wordt uitgevoerd. Dit zijn een Data Protection Impact Assessment (DPIA) en een algoritme impact assessment; 3. de uitkomsten van de DPIA ter advies voorgelegd worden aan de CIO en Functionaris Gegevensbescherming (FG). In lijn met het bovenstaande wil DCMR een verkenning starten gericht op de kansen en bedreigingen die AI voor DCMR kunnen hebben om ons werk beter en efficiënter te gaan doen. De resultaten van de verkenning en eventuele financiële aspecten worden aan het bestuur voorgelegd. Ten aanzien van cybersecurity wordt de inzet door DCMR voortgezet. DCMR beschikt vanuit de VTH- en adviestaken over een grote hoeveelheid data en daarom heeft informatiebeveiliging hoge prioriteit. Hierbij wordt de samenwerking met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland geïntensiveerd om kennis en ervaringen zo goed mogelijk te delen. Naast de beveiliging van de eigen overheidsinformatie is in het kader van milieu en veiligheid de cybersecurity van bedrijven belangrijk.
Landelijk worden beleid en uitvoeringsafspraken hiervoor ontwikkeld, en regionaal werkt DCMR op dit gebied samen met onder andere de VRR en het Havenbedrijf.
Begroting 2025
Blad 8 van 22
3
Financieel kader
In dit hoofdstuk wordt weergegeven binnen welk financieel kader de beleidsinzet uit het vorige hoofdstuk wordt uitgevoerd.
3.1
Financieel kader
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in meerjarige financiële kaders van participanten: Tabel 1 – Meerjarenraming 2025 tot en met 2028 Meerjarenraming
Kader 2025
Kader 2026
Kader 2027
Kader 2028
Gemeente Albrandswaard
€
499.225
€
499.225
€
499.225
€
499.225
Gemeente Barendrecht
€
919.259
€
919.259
€
919.259
€
919.259
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
755.864
€
755.864
€
755.864
€
755.864
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
2.370.314
€
2.370.314
€
2.370.314
€
2.370.314
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
703.434
€
703.434
€
703.434
€
703.434
Gemeente Lansingerland
€
2.062.480
€
2.062.480
€
2.062.480
€
2.062.480
Gemeente Maassluis
€
649.831
€
649.831
€
649.831
€
649.831
Gemeente Nissewaard
€
1.409.637
€
1.409.637
€
1.409.637
€
1.409.637
Gemeente Ridderkerk
€
1.263.669
€
1.263.669
€
1.263.669
€
1.263.669
Gemeente Schiedam
€
1.815.717
€
1.815.717
€
1.815.717
€
1.815.717
Gemeente Vlaardingen
€
2.296.696
€
2.296.696
€
2.296.696
€
2.296.696
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.203.864
€
2.203.864
€
2.203.864
€
2.203.864
Gemeente Rotterdam
€
24.788.856
€
24.788.856
€
24.788.856
€
24.788.856
Provincie Zuid-Holland
€
33.459.808
€
33.459.808
€
33.459.808
€
33.459.808
Provincie Zeeland
€
4.897.848
€
4.897.848
€
4.897.848
€
4.897.848
Projecten
€
11.466.184
€
11.466.184
€
11.466.184
€
11.466.184
Totaal participanten
€
91.562.686
€
91.562.686
€
91.562.686
€
91.562.686
3.2
Uitgangspunten
De voorliggende begroting heeft betrekking op 2025. In de indexeringsbrief van gemeenten (zie punt 2) wordt naast de indexatie verwezen naar de financiële perspectieven vanaf 2026. In 2026 is er sprake van toenemende onzekerheden in overheidsfinanciën (waaronder ontwikkelingen in het Gemeente- en Provinciefonds). Zoals aangegeven in de indexeringsbrief vindt hierover op regionaal niveau overleg plaats tussen gemeenten en de diverse gemeenschappelijke regelingen. Tijdig bewustzijn en dialoog hierover is van belang, waarbij rekening moet worden gehouden met financiële kaders, de veranderende opgaven en het belang van financiële soliditeit van overheidsorganisaties. DCMR zal hierin samen optrekken met haar stakeholders. 1. De begroting is opgezet conform de financiële regelgeving BBV. Een onderdeel daarvan is een meerjarenraming. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming kennen onzekerheden, onder andere door de algemene dynamiek in de overheidsfinanciën. Ten aanzien van de meerjarige kaders voor DCMR zijn de jaarlijkse indexering en de waarborgen binnen de Gemeenschappelijke regeling relevant. In de begroting worden voor het meerjarige kader de bijdragen van het komende begrotingsjaar aangehouden gezien toekomstige indexeringen nog onbekend zijn. 2.
Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van +6,8% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief
Begroting 2025
blad 9 van 22
Gemeenten. De werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen bepaalt jaarlijks de hoogte van het indexeringspercentage. De basisindex 2025 bedraagt: 4,4% en de correctie voorgaande jaren 2,4%. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 3. Voor het structurele financiële kader van de Provincie Zuid-Holland wordt rekening gehouden met een indexering van +3,9% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Provincie Zuid-Holland. Deze gewogen indexering is als volgt opgebouwd: ⅓ materiële overheidsconsumptie (2,0% - imoc) en ⅔ prijs overheidsconsumptie: beloning medewerkers (4,9% - PO: bm) vanuit cMEV 2024. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. In het geval de indexen in de maartpublicatie 2024 gebaseerd op de MEV afwijkend zijn voor het jaar 2025 en op tijd beschikbaar zijn bij het opstellen van de conceptbegroting, zal het geactualiseerde indexatiepercentage worden toegepast conform het provinciale indexatiebeleid. 4. DCMR hanteert als uitgangspunt voor de indexering van de Provincie Zeeland dezelfde indexering als de Gemeenten zoals beschreven in punt 2. 5. CAO-ontwikkeling in 2025.
Voor een kostendekkende begroting en bedrijfsvoering is de ontwikkeling van de loonkosten relevant, vooral omdat de loonkosten het grootste deel van de DCMR-begroting vormen. IPO is verantwoordelijk voor de CAO. De huidige CAO liep tot 31 december 2023. De Cao-onderhandelingen zijn op 17 januari 2024 gestart en het is nog niet bekend voor welke looptijd de CAO zal worden opgesteld. De DCMR zal in lijn met Provincie Zuid-Holland de laatste index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CPB gebruiken als Caoindexatie. Gezien de laatste indexatie voor het vaststellen van de Begroting 2025 in maart 2024 is, kan nu niet exact worden aangegeven wat de CAO-indexatie voor 2025 zal zijn. Bij het vaststellen van de tarieven voor 2025 (in het DB van 11 april 2024 en AB van 4 juli 2024) zullen de meest recente inzichten worden gebruikt, waaronder de maartramingen van het CPB. Gelet op deze CAO indexatie onzekerheden zal in het najaar van 2024 de kostendekkendheid van de tarieven 2025 opnieuw worden bezien vanuit de dan beschikbare informatie van het CPB en eventuele Cao-ontwikkelingen. Eventuele aanpassingen zullen dan in het DB worden besproken. 6. DCMR streeft naar een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering. Enkele speerpunten zijn digitalisering en datagedreven werken, transparantie, duurzaam inkopen, beheersing van de kosten externe inhuur voor ondersteunende taken.
Zo ook HR-beleid: strategisch personeelsbeleid en het streven naar een inclusieve organisatie met creëren van participatiebanen en stageplekken. 7. De materiële budgetten staan onder druk en de ramingen kennen meer onzekerheden dan voorheen. Leveranciers rekenen kostenstijgingen door en nieuwe contracten (zoals onderhoud, ICT en schoonmaak) worden substantieel duurder. Voor materiële budgetten en inkoop moet rekening worden gehouden met deze kostenstijging. Deze verhogingen zullen mee worden genomen in de begroting. 8. DCMR voorziet voortdurende noodzaak tot het uitvoeren van projecten om de bedrijfsvoering te moderniseren. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaarlijks € 1.000.000,- in te passen in de exploitatiebegroting. Het bestuur is overeengekomen met een bestemmingsreserve te werken, omdat projecten vaak over jaargrenzen heenlopen. In de begroting wordt een dotatie van € 1.000.000,- aan de bestemmingsreserve opgenomen. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot. De begrote onttrekking en de gerealiseerde onttrekking wordt aan het bestuur voorgelegd.
Begroting 2025
Blad 10 van 22
4
Milieubeheer
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden binnen het programma Milieubeheer centraal staan.
4.1
Wat willen we bereiken?
In hoofdstuk 2 is het DCMR-beleidskader beschreven, waarin staat wat DCMR uiteindelijk wil bereiken. De exacte uitwerking daarvan wordt, binnen de kaders van de werkplannen, vertaald in een uitvoeringsprogramma volgens de hoofdlijnen die in de volgende paragraaf worden beschreven.
4.2
Wat gaan we daarvoor doen?
DCMR is een omgevingsdienst op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) en Advies en Monitoring. DCMR is te karakteriseren als een uitvoeringsorganisatie, welke handelt in opdracht van en voor haar financiers (participanten en externen). DCMR heeft drie hoofdtaken Vergunningverlening De DCMR maakt producten die voortvloeien uit onder andere de Omgevingswet. We maken deze omgevingsvergunningen voor bedrijven in opdracht van gemeenten en provincies. In de vergunningen leggen we vast aan welke eisen een bedrijf moet voldoen, bijvoorbeeld wat betreft het minimaliseren van de uitstoot van stoffen in de lucht, het voorkomen van geluidshinder en het waarborgen van de veiligheid. DCMR verleent vergunningen voor nieuwe activiteiten, en voor activiteiten die worden veranderd. Tevens voert DCMR de zogenaamde BRIKS-taken uit. Het gaat daarbij om de samenhang tussen omgevingsvergunningen voor bouw, reclame, inritten, kappen en slopen. Toezicht en handhaving DCMR houdt toezicht op de bedrijven in de Rijnmondregio en op de hoog-risicobedrijven in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. We onderzoeken overlast, brengen risico’s in kaart en voeren bedrijfscontroles uit. De Meldkamer van DCMR, die 24 uur per dag bereikbaar is, ontvangt meldingen van bewoners en bedrijven en bepaalt welke vervolgactie nodig is.
Inspecties organiseren we zowel branchegericht als gebiedsgericht. DCMR onderzoekt dan de fysieke installaties en voorzieningen van bedrijven, maar ook de veiligheidscultuur en de systemen voor milieuzorg. Inspecties vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. We handhaven bij overtredingen, zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk. Toezicht en Handhaving worden risicogestuurd en datagedreven aangepakt. Het doel van toezicht en handhaving is om maximaal bij te dragen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Dat doen we door te zorgen dat bedrijven regels en vergunningen naleven, door schadelijk gedrag door bedrijven te bestraffen en gewenst gedrag van bedrijven te stimuleren. Om dat te bereiken, maakt DCMR steeds meer gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten, inzicht in keteneffecten, monitoring op afstand en snelle analyse van grote hoeveelheden data. Datagedreven werken in het toezicht zorgt ervoor dat we een beter beeld hebben waar de risico’s zijn, en daardoor kunnen we onze interventies inzetten waar dat het meest nodig is. Advies en monitoring DCMR adviseert gemeenten en provincies over beleid en ruimtelijke planprocessen. Hiervoor geldt dat we continu balans zoeken tussen het creëren van een veilige, gezonde en duurzame (leef)omgeving en de ruimtelijke inpassingen van initiatieven die van belang zijn voor de lokale economie.
In het oppakken en verder ontwikkelen van de adviestaken sluit DCMR nadrukkelijk aan op de maatschappelijke- en beleidsopgaven van de opdrachtgevende gemeenten en Begroting 2025
blad 11 van 22
provincie. Door middel van haar advisering draagt DCMR bij aan omgevingsplannen en –visies en de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie. Daarvoor zet het de eigen expertise en ervaring op het gebied van ruimtelijke advisering en MER, veiligheid, bodem, lucht, geluid, energie, licht en afval en afvalwater in. Naast deze advisering heeft DCMR een eigen geaccrediteerd luchtmeetnet. De verschillende meetpunten voor luchtkwaliteit in het gebied geven informatie over de milieukwaliteit. Actieve monitoring op de informatie van de meetpunten en (jaarlijkse) rapportages dragen bij aan de actieve monitoring op de milieukwaliteit van de regio.
4.3
Wat mag het kosten?
De financiële omvang van het programma Milieubeheer is bepaald aan de hand van het jaarverslag 2023, de gewijzigde begroting 2024, voortschrijdend inzicht en het financieel kader 2025. Het programma Milieubeheer wordt enerzijds ingevuld vanuit de werkplannen en werkplanprojecten van de participanten en anderzijds door additionele projecten, die door participanten en niet-participanten worden gefinancierd. Tabel 2 Programma Milieubeheer (x € 1.000)
Begroting 2025
Primaire Begroting 2024
1e wijziging Begroting 2024
Jaarverslag 2023
Taakveld: milieubeheer - Baten €
62.427
€
55.842
€
59.857
€
53.983
- Lasten €
62.527
€
56.272
€
60.052
€
53.847
€
-100
€
-430
€
-195
€
137
Resultaat programma Milieubeheer
De begroting is een indicatie voor de omvang van het programma. Tijdens de werkplanbesprekingen worden concrete afspraken gemaakt over de invulling en financiële omvang.
Begroting 2025
Blad 12 van 22
5
Bedrijfsvoering
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer. Afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt en is onderdeel van het primaire proces. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2025 binnen het programma Bedrijfsvoering centraal staan.
5.1
Wat willen we bereiken?
De afdeling Bedrijfsvoering heeft zich en zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. Bedrijfsvoering faciliteert de organisatie efficiënt en effectief, dus zo optimaal mogelijk, bij het bereiken van haar doelstellingen en denkt mee met innovatievraagstukken van de organisatie. Missie BV: Samen streven naar een optimale dienstverlening voor onze organisatie en haar belanghebbenden, en bijdragen aan een gezonde, veilige en duurzame toekomst voor ons gebied. Visie BV: Focussen op het leveren van toegevoegde waarde aan onze (interne) klanten door optimale dienstverlening waarbij continu wordt gezocht naar de hoogst mogelijke kwaliteit en/of efficiëntie passend bij de onderhavige dienstverlening. BV draagt bij aan een fijne werkomgeving voor iedereen. Als afdeling BV werken we dagelijks aan onze missie door onder andere te zorgen voor goed werkende en veilige systemen, beheer en optimalisatie van gegevens en processen, goede informatievoorziening en ondersteuning, bewaking van de financiële gezondheid van de organisatie, optimale huisvesting en het bevorderen van een fijne werkomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn en waar ruimte is voor ontwikkeling en voor werkgeluk. De focus voor Bedrijfsvoering zijn de volgende hoofdthema's: Positionering & Transparantie, Procesoptimalisatie, Prioriteiten stellen, Integraal samenwerken, Cultuur van samen verbeteren en Duurzaamheid.
In paragraaf 5.2 zijn de grote doelen beschreven waaraan Bedrijfsvoering gaat werken. De exacte uitwerking van de Bedrijfsvoering plannen wordt binnen de geldende kaders opgesteld in samenspraak met het programma Milieubeheer.
5.2
Wat gaan we daarvoor doen?
Interbestuurlijk programma (IBP) - het implementeren van de uitkomsten Het IBP heeft een looptijd tot midden 2024 en worden de eindadviezen opgeleverd. Daar zal opvolging aan gegeven moeten worden, door middel van stakeholder gespreken bijv. DB/AB, gap analyses, waarna de stap naar implementatie gezet kan worden. Daarnaast wordt in het verlengde van het IBP de samenwerking met de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten op het gebied van informatievoorziening gecontinueerd. Bestaande initiatieven zoals gezamenlijke inkoop en informatiebeveiliging worden versterkt en waar van toegevoegde waarde, worden nieuwe initiatieven gestart. Datagedreven organisatie DCMR is op weg om een datagedreven organisatie te worden. Dit vraagt sturing op beschikbaarheid (dataplatform), datakwaliteit en het ontwikkelen van nieuwe dataproducten in samenwerking met de lijnorganisatie. De datagedreven strategie wordt langs vier lijnen opgezet; 1) beschikbaarheid (dataplatform), 2) datakwaliteit, 3) datacultuur en 4) waarde creatie. In 2024 is een vacature uitgezet voor de functie Programma Manager Datagedreven. Deze programma manager zal in 2025 zijn/haar programma plan moeten gaan implementeren. Begroting 2025
blad 13 van 22
Het doorontwikkelen van sturingsinformatie Sturingsinformatie is essentieel voor het goed sturen van de onderneming en draagt bij aan prospectieve inzichten. DCMR blijft werken aan steeds betere sturingsinfo en doet dit onder andere door het uitbreiden en doorontwikkeling van zowel overzichts- en domeindashboards in PowerBI. Daarnaast wordt er gebouwd aan een nieuw Datawarehouse wat historie kan opbouwen, zodat er vanuit de rapportages teruggekeken kan worden. Het borgen van Corporate Governance In 2024 zal een project worden gestart naar functies die mogelijk gegroepeerd kunnen worden onder de term Corporate Governance. Te denken valt aan Concern Control, Concern Jurist, Functionaris Gegevensbescherming, etc. Afhankelijk van de uitkomst zal dit in 2025 in de organisatie moeten worden geborgd. Duurzaamheid in bedrijfsvoering Als omgevingsdienst hecht DCMR veel belang aan duurzaamheid ook in de eigen bedrijfsvoering en in de contacten met externe organisaties. DCMR vindt het belangrijk dat in inhuur- en offertetrajecten de inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van producten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst.
Het doorontwikkelen en borgen van het dienstverleningsmodel In 2025 wordt het dienstverleningsmodel van Bedrijfsvoering verder geïmplementeerd. Met de één loket gedachte (toegankelijkheid bedrijfsvoering, click, call, face, track and trace) dat in 2024 is ontwikkeld, verloopt de aanvraag en afhandeling van diensten en producten via voorspelbare en transparante afhandelprocessen. Dit zal de manier van werken binnen DCMR effectiever en efficiënter maken. De kwaliteitseisen, kaders en randvoorwaarden van de dienstverlening worden samen met de organisatie bepaald, vastgelegd in een producten-dienstencatalogus en periodiek geëvalueerd. Het servicemanagement-systeem dat hierin ondersteunt, wordt geoptimaliseerd. Het continue versterken van zichtbaarheid DCMR DCMR heeft zijn visie op communicatie beschreven in het Communicatiehuis. Vanuit dit strategisch fundament zijn in 2022 implementatieplannen opgesteld voor externe, online, interne én visuele communicatie. In 2023-2024 zetten we verder in op het versterken van onze corporate communicatie en (visuele) identiteit, employer branding, contacten met externen en het ontwikkelen van goede content om onze zichtbaarheid te handhaven én te vergroten. In 2024-2025 zal internationalisering en de toegenomen aandacht van media en belangenverenigingen (in samenwerking met de actieve openbaarmaking/WOO) worden versterkt.
Public affairs zullen een centrale rol hebben voor de zwaardere zaken. Slimmer en modern samenwerken In 2022 is DCMR gestart met het hybride werken, waarin medewerkers plaats- en tijdonafhankelijk werken. Het hybride werken is reeds geborgd in de dagelijkse manier van werken. In 20242025 zal DCMR het slimmer en modern samenwerken dat in 2023 is ingezet, verankeren door een volledige implementatie van MS365 inclusief een ‘digitale werkplek’ Het continue blijven inzetten op informatiebeveiliging Binnen en buiten DCMR wordt het digitale gebruik van data en informatie steeds belangrijker. Medewerkers zijn gewend altijd en overal van applicaties en data gebruik te kunnen maken. Daarnaast zien we het aantal aanvallen en besmettingen met malware en ransomware toenemen. Blijvende aandacht voor informatiebeveiliging is daarom noodzakelijk. Aan de ene kant door blijvend aandacht te besteden aan bewustwording en gedrag voor nieuwe en bestaande medewerkers en aan de andere kant door technische maatregelen up-to-date te houden.
Begroting 2025
Blad 14 van 22
Applicatielandschap In de afgelopen jaren is een routekaart opgesteld waarin stappen zijn gedefinieerd voor het upto-date houden en verbeteren van het applicatielandschap. Deze kaart geeft richting aan wat we doen. Belangrijk hierbij is dat applicaties effectief en efficiënt worden ingezet. Dat betekent onder andere de juiste applicatie voor het juiste doel, dubbele functionaliteit beperken, lage kosten en veilig in gebruik. Blijven inzetten op vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling DCMR-medewerkers zijn de spil en de kracht van onze organisatie en daarom investeert DCMR nog meer in de (kennis) ontwikkeling van de medewerkers. De verantwoordelijkheden worden laag in de organisatie gelegd en dit vraagt leiderschap van medewerkers én management. Daarnaast is de focus op het ontwikkelen van onze medewerkers door het vergroten van kennis en kunde door middel van (online) trainingen, workshops en intervisie. DCMR zorgt ervoor dat onze medewerkers duurzaam en vitaal bij ons werken. DCMR maakt optimaal gebruik van de diversiteit van talenten en vermogens zowel binnen DCMR als op de arbeidsmarkt en streeft ernaar om mensen met arbeidsbeperkingen op te nemen. Tenslotte werkt DCMR aan haar werkgeversmerk, om zodoende de juiste talenten binnen te halen en te blijven binden en boeien.
Het zijn van een aantrekkelijke werkgever waar iedereen zichzelf kan zijn en waar ruimte is voor ontwikkeling en voor werkgeluk, zal in 2025 met onder andere een uitgewerkt D&I-beleid worden verankerd.
5.3
Wat mag het kosten?
In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt de geraamde lasten en baten zijn voor het programma Bedrijfsvoering. Tabel 3: Programma Bedrijfsvoering (x € 1.000)
Begroting 2025
Primaire Begroting 2024
1e wijziging Begroting 2024
Jaarverslag 2023
Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten €
29.136
€
26.551
- Lasten €
29.673
€
26.971
- Onttrekkingen en dotaties BR €
375
€
600
€ 23.995
€
26.866
€ 24.795
€
25.639
€ 800
€
-1.000
€
-335
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
- Overige dekkingsmiddelen €
263
€
250
€
-
€
-
€
-
€
100
€
430
€
-
- Post onvoorzien - Saldo financieringsfunctie
- Vennootschapsbelasting Resultaat programma Bedrijfsvoering
Begroting 2025
€
578 €
€
470
blad 15 van 22
6
Paragrafen
Dit hoofdstuk bevat een aantal paragrafen, dat op grond van het BBV worden opgenomen. 6.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen ratio geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het algemeen bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0 < x < 1,4. Beschikbare weerstandscapaciteit De optelling van de algemene reserve, het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves en de post onvoorzien vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit. Tabel 4: weerstandvermogen
Weerstandvermogen (x€ 1.000)
ultimo 2025
Algemene Reserve Mutatie Algemene Reserves Post onvoorzien
€ 2.006 €0 €0
Vrij besteedbaar deel bestemmingsreserve
€ 375
Totaal
€ 2.381
Benodigde Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. DCMR heeft afgesproken om de ratio tussen 1,0 < x < 1,4 te houden. De risicomanagementcyclus is de basis voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen. Alle risico’s geclassificeerd als ‘Zeer Hoog’ en ‘Hoog’ met een financieel effect worden meegenomen inclusief een opslag van 20%. 1. Focus managementsturing - € 740.000,Door een te lage focus van sommige DCMR-managers op management sturing, zoals dagdagelijkse sturing, zoals (tijdig) tijdschrijven, prognosticeren, management van het verlofstuwmeer, toetsen op inhoudelijke KPI’s, prioriteren van activiteiten) van de organisatie (aanleiding) kan een onvolledig sturingsinformatie beeld ontstaan (zoals management informatie, verlofsaldi, prognose) (impact). waardoor een kans ontstaat op verkeerde/onjuiste beslissingen die een operationeel of financieel effect kunnen hebben (gevolg) 2. Onzekerheid invoering Omgevingswet – €100.000,In 2024 is de Omgevingswet gestart en verwacht wordt dat de meeste implementatie moeilijkheden in het jaar 2024 opgelost zijn, maar mogelijk niet alles. Het risico is afgeschaald naar €100k voor 2025.
Het risico is: Door het herhaalde uitstel en het op landelijk, regionaal als DCMR niveau niet goed kunnen bepalen van de financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet (aanleiding), kan dit mogelijk leiden tot onverwachte kostenstijgingen (vb. extra capaciteit inzet) (impact), waardoor DCMR mogelijk een deel van haar uitgaven niet goed heeft begroot en terug zal moeten naar haar financiers zonder dat extra productie oplevert (gevolg). 3. Onzekerheid financiering nieuwe ontwikkelingen - €500.000,Doordat gemeentes en provincies in respectievelijk 2026 en 2027 mogelijk minder financiering ontvangen van het Rijk (aanleiding), kan dit mogelijk leiden tot een financiële tekorten bij gemeenten en provincie (impact), waardoor de aanpak van nieuwe ontwikkelingen zoals Gezondheid, Waterkwaliteit, pZZS/PFAS mogelijk niet te financieren zijn (gevolg)
Begroting 2025
Blad 16 van 22
Het benodigde weerstandsvermogen = 1.2 * (€740.000 + €100.000 + €500.000) = €1.608.000,Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen ratio (beschikbare/benodigde weerstandsvermogen) is 1.25 exclusief het nog te bestemmen deel van de bestemmingsreserve. Inclusief het nog te bestemmen deel van de bestemmingsreserve komt de ratio uit op 1.48. 6.2
Financiële en beleidsindicatoren
Tabel 5 : financiële indicatoren Financiële kengetallen
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
1,8% 21,7% 7,5%
-2,1% 19,0% 0,0%
-3,0% 14,0% -1,2%
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Een schatting waarbij de schuldquote in de Begroting 2025 ten opzichte van Jaarverslag 2023 en Begroting 2024 iets is gestegen. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting is dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van Jaarverslag 2023 zal dalen door het dalen van de omvang van de bestemmingsreserve Maatschappelijke Duurzaamheidopgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit valt binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2025 is dat de structurele lasten hoger zullen zijn dan de structurele baten wat leidt tot een negatief incidenteel resultaat, hierdoor is het ratio van de structurele exploitatieruimte negatief.
Begroting 2025
blad 17 van 22
Beleidsindicatoren Tabel 6: beleidsindicatoren Beleidsindicatoren
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Formatie (FTE per 1.000 inwoners)
0,16
0,16
0,17
Bezetting (FTE per 1.000 inwoners)
0,19
0,14
0,15
Apparaatskosten per inwoner
€ 19,63
€ 20,21
€ 22,44
Externe inhuur
13,2%
11,8%
11,3%
Overhead
32,6%
31,8%
32,0%
In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van de DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid-Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarde. Externe inhuur De beheersing van de omvang van de externe inhuur is ook in 2025 een nadrukkelijk punt van aandacht. De verwachting is dat deze indicator wat hoger zal zijn dan de begroting 2024 omdat naar verwachting veel vacatures bij de afdeling Bedrijfsvoering gedurende 2024 zullen worden ingevuld, waardoor er minder behoefte aan inhuur zal zijn. 6.3
Financiering
De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasury statuut. De wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) geeft aan dat de kasgeldlimiet maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. DCMR zal ernaar streven om hieraan te voldoen.
Begroting 2025
Blad 18 van 22
Deel 2: Financiële begroting 7
Overzicht van Baten en Lasten
In onderstaande tabel is een gespecificeerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van de baten en lasten van de DCMR. Vanaf 2025 is een stijging van de afschrijvingen opgenomen als gevolg van een mogelijke vernieuwing van het datacenter. Om tot een sluitende begroting te komen is deze stijging in gecompenseerd bij diensten derden. Tabel 7: Lasten en Baten
2025
2026
2027
2028
Brutosalarissen
€
44.126.000 €
44.126.000 €
44.126.000 €
44.126.000
IKB
€
9.971.000 €
9.971.000 €
9.971.000 €
9.971.000
Sociale lasten
€
7.454.000 €
7.454.000 €
7.454.000 €
7.454.000
Pensioenlasten
€
8.170.000 €
8.170.000 €
8.170.000 €
8.170.000
Functiekosten
€
69.721.000 €
69.721.000 €
69.721.000 €
69.721.000
Toelagen
€
700.000 €
700.000 €
700.000 €
700.000
Opleidingen
€
1.533.862 €
1.533.862 €
1.533.862 €
1.533.862
Overige personele lasten
€
1.891.000 €
1.891.000 €
1.891.000 €
1.891.000
Bijkomende kosten personeel
€
4.124.862 €
4.124.862 €
4.124.862 €
4.124.862
Inhuur personeel buiten formatie
€
1.667.000 €
1.667.000 €
1.667.000 €
1.667.000
Diensten door derden
€
1.500.000 €
1.500.000 €
1.127.282 €
910.195
Inhuur personeel / diensten derden
€
3.167.000 €
3.167.000 €
2.794.282 €
2.577.195
Afschrijvingen
€
688.824 €
834.716 €
861.892 €
851.368
Huisvesting
€
4.788.000 €
4.788.000 €
4.788.000 €
4.788.000
ICT
€
4.097.000 €
4.097.000 €
4.097.000 €
4.097.000
Documentatie
€
321.000 €
321.000 €
321.000 €
321.000
Communicatie
€
406.000 €
406.000 €
406.000 €
406.000
Overig materieel
€
532.000 €
532.000 €
532.000 €
532.000
Totale materiele kosten
€
10.832.824 €
10.978.716 €
11.005.892 €
10.995.368
Totale directe kosten
€
87.845.686 €
87.991.578 €
87.646.036 €
87.418.425
Dekking declarabele uren
€
87.348.186 €
87.348.186 €
87.348.186 €
87.348.186
Resultaat op declarabele uren
€
-497.500 €
-643.391 €
-297.850 €
-70.238
Verhuur verdieping en rentebaten
€
262.500 €
262.500 €
262.500 €
262.500
Overige opbrengsten
€
262.500 €
262.500 €
262.500 €
262.500
Inkopen op werkplannen en projecten
€
4.214.500 €
3.374.533 €
3.720.074 €
3.947.686
Kosten uren werkplannen en projecten
€
87.448.186 €
87.778.171 €
87.778.171 €
87.778.171
Totale kosten werkplannen en projecten
€
91.662.686 €
91.152.705 €
91.498.245 €
91.725.857
Totale opbrengsten werkplannen en projecten €
91.562.686 €
91.562.686 €
91.562.686 €
91.562.686
Resultaat op werkplannen en projecten €
-100.000 €
409.982 €
64.441 €
-163.171
€
40.000 €
29.091 €
29.091 €
29.091
Resultaat voor onttrekkingen en dotaties€
-375.000 €
-1 €
-0 €
-0
€
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven €
375.000 €
-
Inkopen op bestemmingsreserve
Onttrekkingen bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering
€
-
€
-
Dotatie bestemmingsreserves: Modernisering bedrijfsvoering
€
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Resultaat voor bestemming
€
-0 €
-0 €
-0 €
-0
Begroting 2025
blad 19 van 22
In onderstaande tabel 8 is inzicht gegeven in de baten en lasten per participant: Tabel 8:
Omschrijving
Lasten 2025
Baten 2025
Resultaat 2025
Gemeente Albrandswaard
€
499.225
€
499.225
€
-
Gemeente Barendrecht
€
919.259
€
919.259
€
-
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
755.864
€
755.864
€
-
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
2.370.314
€
2.370.314
€
-
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
703.434
€
703.434
€
-
Gemeente Lansingerland
€
2.062.480
€
2.062.480
€
-
Gemeente Maassluis
€
649.831
€
649.831
€
-
Gemeente Nissewaard
€
1.409.637
€
1.409.637
€
-
Gemeente Ridderkerk
€
1.263.669
€
1.263.669
€
-
Gemeente Schiedam
€
1.815.717
€
1.815.717
€
-
Gemeente Vlaardingen
€
2.296.696
€
2.296.696
€
-
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.203.864
€
2.203.864
€
-
Gemeente Rotterdam
€
24.788.856
€
24.788.856
€
-
Provincie Zuid-Holland
€
33.459.808
€
33.459.808
€
-
Provincie Zeeland
€
4.897.848
€
4.897.848
€
-
Projecten
€
11.466.184
€
11.466.184
€
-
Totaal participanten
€
91.562.686
€
91.562.686
€
-
Op de werkplannen van de participanten worden geen financiële resultaten begroot. Ontwikkeling werkplanbijdragen In onderstaande tabel is het verloop van de bijdragen van de participanten over de jaren zichtbaar gemaakt. Tabel 9: Ontwikkeling werkplanbijdragen Omschrijving
Raming baten na 2e begrotingswijziging 2023
Primaire raming Begroting 2024
Realisatie baten 2023
Raming baten 2024 na 1e begrotingswijziging
Raming baten 2025
Gemeente Albrandswaard
€
402.010
€
519.245
€
467.439
€
470.089
€
499.225
Gemeente Barendrecht
€
743.331
€
731.585
€
860.729
€
860.729
€
919.259
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
596.759
€
647.316
€
707.738
€
773.665
€
755.864
Gemeente Goeree-Overflakkee €
1.684.973
€
2.088.928
€
1.921.316
€
1.921.316
€
2.370.314
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
550.644
€
573.261
€
658.646
€
658.646
€
703.434
Gemeente Lansingerland
€
1.676.092
€
1.751.000
€
1.931.161
€
1.931.161
€
2.062.480
Gemeente Maassluis
€
498.489
€
485.662
€
644.323
€
639.728
€
649.831
Gemeente Nissewaard
€
1.269.273
€
1.478.903
€
1.319.885
€
1.319.885
€
1.409.637
Gemeente Ridderkerk
€
1.023.252
€
964.212
€
1.183.211
€
1.183.211
€
1.263.669
Gemeente Schiedam
€
1.649.196
€
1.584.553
€
1.782.579
€
1.700.110
€
1.815.717
Gemeente Vlaardingen
€
1.922.140
€
1.780.932
€
2.150.464
€
2.150.464
€
2.296.696
Gemeente Voorne aan Zee
€
1.826.250
€
1.908.775
€
2.063.543
€
2.063.543
€
2.203.864
Gemeente Rotterdam
€
21.603.045
€
21.820.956
€
23.412.369
€
23.422.352
€
24.788.856
Provincie Zuid-Holland
€
31.286.857
€
31.125.119
€
30.569.508
€
33.227.241
€
33.459.808
Provincie Zeeland
€
4.218.748
€
3.898.407
€
4.220.823
€
4.586.000
€
4.897.848
Projecten
€
8.312.173
€
6.648.280
€
8.500.000
€
10.996.304
€
11.466.184
Totaal participanten
€
79.263.232
€
78.007.134
€
82.393.734
€
87.904.444
€
91.562.686
Begroting 2025
Blad 20 van 22
8
Ontwikkeling financiële positie
In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans opgenomen. Tabel 10 ( € x € 1.000)
Per 31-12-2025
Per 31-12-2026
Per 31-12-2027
Per 31-12-2028
1.806 0
1.670 0
1.343 0
1.254 0
21.609 60 1.250 24.725
21.745 60 1.250 24.725
22.072 60 1.250 24.725
22.161 60 1.250 24.725
Per 31-12-2025
Per 31-12-2026
Per 31-12-2027
Per 31-12-2028
3.466 949
3.466 949
3.466 949
3.466 949
0
0
0
0
2.988 17.322 24.725
2.988 17.322 24.725
2.988 17.322 24.725
2.988 17.322 24.725
ACTIVA Materiële vaste activa Voorraden Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal generaal
PASSIVA Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal generaal
Toelichting mutaties: In onderstaande tabel wordt het verloop van de activa inzichtelijk gemaakt. Tabel 11 Investeringen (x € 1.000)
2023
2024
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Automatisering en telefonie TOTAAL Afschrijvingen (x € 1.000)
Boekwaarde ultimo (x € 1.000) Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Automatisering en telefonie TOTAAL
Begroting 2025
2026
2027
2028
64
50 50
50 50
50 50
50 -
196 260
735
525
625
425
525
1.230
625
725
525
575
2023
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Automatisering en telefonie TOTAAL
2025
245 250
2024
176 559 735 2023 644 831 1.475
2025
2026
2027
2028
25 76 588
54 105 676
64 100 697
74 105 672
79 96 489
689
835
862
851
664
2024
2025
2026
2027
2028
221 818 978
217 763 827
203 713 755
179 658 507
150 562 543
2.016
1.806
1.670
1.343
1.254
blad 21 van 22
De investeringen zijn veelal het resultaat van een project, waardoor het investeringsmoment soms lastig is in te schatten. Om deze reden is een verschuiving van het investeringsmoment met 2 jaar acceptabel. Aangezien het een inschatting betreft is een verschuiving binnen de verschillende categorieën acceptabel Eigen vermogen Algemene reserve Naar verwachting zal geen mutatie van de Algemene reserve plaatsvinden, maar verdere daling van de Algemene Reserves is niet gewenst in verband met de benodigde weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves: • Modernisering bedrijfsvoering - In het AB van december 2019 is besloten vanaf 2020 € 1.000.000 in te passen in de exploitatiebegroting, in de vorm van een jaarlijkse dotatie. De begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking worden toegelicht in het bestuur. • Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven – In het AB van december 2021 is besloten tot de vorming van deze nieuwe reserve ten behoeve van circulaire economie en energie transitie. De DCMR heeft voorgesteld deze reserve voor een periode van minimaal vier jaar te vormen vanuit het financieel resultaat 2020. De begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking worden toegelicht in het bestuur en vooraf afgestemd met DCMR-financiers en bedraagt naar schatting in 2025 € 375.000. Tabel 12: Omschrijving € × 1000 Algemene reserve
Saldo 1-1-2025 €
Toevoeging €
Onttrekking €
Bestemming resultaat €
Dotatie €
Saldo 31-12-2025 €
2.006 2.006
0 0
0 0
0 0
0 0
2.006 2.006
Bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven Subtotaal bestemmingsreserves
1.460 375 1.835
0 0
-1.000 -375 -1.375
1.000 0 1.000
0 -375 -375
1.460 0 1.460
Totaal
3.841
0
-1.375
1.000
-375
3.466
Begroting 2025
Blad 22 van 22