Beantwoording technische vragen RvO en gedragscode (D66)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Reglement van Orde en Gedragscode Indiener(s): dhr. Van Nieuwenhuizen (D66) Datum vragen: 6 april 2021 Datum beantwoording: 6 april 2021 Vraag: RvO: 1. Artikel 5 lid 1: raadsvergadering duurt tot maximaal 23.45 uur. Wat te doen met het RV dat op dat moment aan de orde is? En wat gebeurt er met urgente RV’s die geen uitstel dulden, die na 23.45 uur op de agenda staan? Idem met actuele moties buiten de orde, die niet doorgeschoven kunnen worden? Gedragscode Integriteit: 2. Tekst code is gelijk voor raad, college en burgemeester. Wanneer stellen college en burgemeester de code vast? Is het bezwaarlijk als 1 van de drie genoemde gremia de code amendeert, zodat er tekstueel verschillende codes ontstaan? 3. In artikel 7.3 gaat over vermoeden van integriteitsschending. Hierbij heeft ook het presidium een rol. Kan de aanstaande openbaarheid van het presidium daarbij belemmerend werken?
Antwoord: 1. In artikel 5, vijfde lid van het Reglement van orde is opgenomen dat “indien de agenda van een vergadering, of een bespreekpunt, niet afgerond is als de beoogde eindtijd nadert, de voorzitter van de vergadering een voorstel doet aan de deelnemers van de vergadering wanneer de bijeenkomst wordt voortgezet.” Daaraan is nog toegevoegd dat “dit incidenteel een voortzetting op dezelfde avond kan zijn, of voortzetting tijdens een volgende vergadering”. Tijdens een raadsvergadering ligt het voor de hand om in ieder geval de behandeling van een raadsvoorstel dat op dat moment aan de orde is nog af te maken. Datzelfde geldt voor de voorstellen en de moties die niet doorgeschoven kunnen worden, ter beoordeling aan de raad. Op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de vergadering op een later moment voort te zetten. 2. Het college en de burgemeester stellen de gedragscode niet vast. In artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet is geregeld dat de raad ook voor de wethouders en de burgemeester een gedragscode vaststelt. Het is daarmee niet aan de orde dat de burgemeester of het college de gedragscode amendeert en er verschillende gedragscodes ontstaan. 3.
In artikel 28, negende lid van het Reglement van orde is geregeld dat “het Presidium kan besluiten in vertrouwelijkheid te vergaderen.” Daarmee hoeft het niet belemmerend te werken om het vermoeden van een integriteitsschending te bespreken in het Presidium.
1