Beantwoording technische vragen omgevingsvisie Vlaardingen 2040
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Omgevingsvisie Vlaardingen 2040 Indiener (s): raadsleden de heren Van Pienbroek (ChristenUnie/SGP), Veugeler (CDA), Vleeschhouwer (D66), de dames Molenaar (VV2000/Leefbaar Vlaardingen) en Claessen (VVD) Datum vragen: 10 april 2025 Portefeuillehouder: K. Kegel Datum Beantwoording: 30 april 2025
Geachte raadsleden, Op 10 april jl. heeft u onderstaande vragen gesteld over de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 die niet mondeling zijn beantwoord. Hieronder de antwoorden op uw vragen. Indien u nog aanvullende heeft, horen wij dit graag via de griffie en zullen wij die vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden.
Een titel toevoegen Geachte heer Van Pienbroek, Op 10 april 2025 heeft u onderstaande vragen gesteld over de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 Hieronder het antwoord op uw vragen. Vraag 1: Wij missen in de omgevingsvisie de toekomstbestendigheid (generatietoets) Antwoord 1: In de raadsvergadering van 7 november 2019 heeft de raad een motie buiten de orde aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om op nieuwe beleidsstukken waar een generatietoets relevant is, deze uit te voeren. Er is een aantal dossiers waarbij de rijksoverheid experimenteert hóe zo'n generatietoets het beste vorm gegeven kan worden. Het zijn onderwerpen waar jongeren zich zorgen over maken: de toegankelijkheid van het onderwijs, de start op de arbeidsmarkt, betaalbare woonruimte en de mogelijkheid om een gezin te starten. Een doelstelling van de generatietoets is niet alleen om zo'n opstapeling van negatieve gevolgen van nieuw beleid te voorkomen, maar ook om samen met jongeren een voor hen passende manier van inspraak te organiseren. Bij de totstandkoming van deze omgevingsvisie zijn de jongeren in de leeftijd van 12 tot 25 jaar en van 25 tot 45 jaar actief betrokken, zoals vermeld in de participatienota als bijlage bij de omgevingsvisie.
Vraag 2: Hoe gaan de raadsvoorstellen in de toekomst eruit zien bij woningbouw? Antwoord 2: De woningbouwontwikkelingen vanuit de Woonvisie 2021-2030 zijn opgenomen in de omgevingsvisie en bieden een kader om tot uitvoer te brengen mits dit passend is in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan). Vraag 3: Hoe zit het met het maatschappelijke voorzieningenbeleid? Antwoord 3: In onze ambitie met betrekking tot sociale, aantrekkelijke gezonde woonomgeving moet er ruimte zijn voor welzijn en maatschappelijke voorzieningen. Hoe dat verder wordt vormgegeven wordt uitgewerkt in het thematisch omgevingsprogramma maatschappelijke voorzieningen die donderdag 17 april jl. als consulterende startnotitie aan de commissie is voorgelegd. Vraag 4: Hoe kijken wij naar kwetsbare minima en hoe dat terug in de visie? Antwoord 4: De omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving. De situatie rondom kwetsbare minima, hoe belangrijk dan ook, komt niet specifiek in deze omgevingsvisie terug.
Een titel toevoegen Geachte heer Veugeler, Op 10 april 2025 heeft u onderstaande vragen gesteld over de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 Hieronder het antwoord op uw vragen. Vraag 1: Welke programma’s geeft u prioriteit? Antwoord 1: Er zijn op dit moment drie verplichte omgevingsprogramma’s te weten: Actieplan geluid (recent vastgesteld), warmteprogramma (wordt aan gewerkt) en volkshuisvestingprogramma (afhankelijk van besluit Wet versterking regie volkshuisvesting door het Rijk). Voor de overige programma’s is nog geen prioriteitenlijst door het college van B&W vastgesteld. Vraag 2: Parkeerdruk -> verschillende bewoording -> Verschillende parkeermogelijkheid per wijk? Integraal? Antwoord 2: Aan de ene kant is het bieden van voldoende parkeergelegenheid noodzakelijk om de functies in de stad bereikbaar te houden voor bewoners, werknemers en bezoekers. Aan de andere kant legt automobiliteit een grote claim op de beschikbare ruimte in de stad, ruimte die schaars is en ook ten goede kan komen voor andere opgaven, zoals het vergroenen van de stad. Daarnaast heeft automobiliteit negatieve effecten op milieu- en omgevingskwaliteit.
Om deze redenen is het belangrijk om uitwerking te geven aan een omgevingsprogramma voor duurzame mobiliteit, waarin een strategie voor de lange termijn voor de lange termijn wordt bepaald voor het verduurzamen van mobiliteit (op basis van de principes van STOMP) én het bereikbaar houden van de stad gewaarborgd blijft. Vraag 3: Kades in de Rivierzone zijn verblijfsruimtes? Antwoord 3: Ja, in de afgelopen maanden heeft de gemeente in samenspraak met zowel huidige als toekomstige bewoners, ondernemers en gebruikers gesproken over onderwerpen als groen, klimaat, wegen, parkeren e.d. Er zijn werkateliers georganiseerd, ideeën konden worden aangereikt en sparren met experts. Vraag 4: Ambacht van het gas af, Oostwijk niet? Is er plan of visie? Antwoord 4: Warmteprogramma in de maak. De consulterende startnotitie komt naar de raad. Daarnaast is vorige raadsperiode de Transitievisie Warmte door uw raad vastgesteld, waar het Warmteprogramma de opvolger van zal zijn.
Een titel toevoegen Geachte heer Vleeschhouwer, Op 11 april 2025 heeft u via de mail onderstaande vragen gesteld over de omgevingsvisie. Hieronder het antwoord op uw vragen. Vraag 1: Hoe kan de raad in de omgevingsvisie het behoud van het cultureel erfgoed in de KW-haven borgen? Antwoord 1: In de omgevingsvisie wordt ingezet op het behoud en versterken van kunst, cultuur en erfgoed als onderdeel van de ambitie voor een sociale, aantrekkelijke en gezonde woonomgeving. Bij ontwikkelingen wordt de inbreng vanuit kunst, cultuur en erfgoed aan de voorkant meegenomen om daarmee het gewenste karakter voor de omgeving invulling te geven. Delen van de rivierzone, waaronder de KW-haven zijn aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Dit betekent dat de rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden vallen onder de Erfgoedwet (rijksmonumenten) en gemeentelijke bescherming (gemeentelijke monumenten en beeldbepalend) via de Erfgoedverordening en het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan KW-kades). Zowel de Erfgoedverordening als het omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. In de opvolgende ruimtelijke plannen en vergunningen wordt deze bescherming overgenomen en gerespecteerd. Indien noodzakelijk worden aanvullend privaatrechtelijke afspraken gemaakt met de verschillende initiatiefnemers.
Vraag 2: Bent u voornemens om een gebiedsprogramma Rivierzone in te stellen, waar de KW-haven onderdeel van uitmaakt? Zo nee, waarom niet? Antwoord 2: De gebiedsvisie Rivierzone Vlaardingen, waar de KW-haven onderdeel van uitmaakt, is op 13 oktober 2022 door de gemeenteraad vastgesteld waarin de kaders zijn aangegeven waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden en anderzijds communiceert het de ambities van de gemeente aan derden. Vooruitlopend op het proces rondom de omgevingsvisie was de gebiedsvisie Rivierzone met het plan-MER al in een vergevorderd stadium. Het visiedeel van deze gebiedsvisie is opgenomen in de omgevingsvisie. Er komt op dit moment geen apart gebiedsprogramma Rivierzone, omdat zowel de omgevingsvisie als de gebiedsvisie voldoende ambities en kaders stelt om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Vraag 3: Kan de borging van het cultureel erfgoed in de KW-haven onderdeel uitmaken van een gebiedsprogramma Rivierzone of een ander (gebieds)programma? Antwoord 3: Zie antwoord onder 1.
Een titel toevoegen Geachte mevrouw Molenaar, Op 10 april 2025 heeft u via de mail onderstaande vraag gesteld over de omgevingsvisie. Hieronder het antwoord op uw vraag. Vraag: Als we nu een ambitie vaststellen, evalueren en sturen we op een later moment bij? Antwoord: De opgaven, ambities en doelen zijn een momentopname. De context van ruimtelijke ontwikkeling is dynamisch en vraagt om frequent bijsturen, door een cyclisch proces van monitoren, evalueren en actualiseren of herzien. In de uitvoeringsparagraaf staat opgenomen om Iedere twee jaar een partiele evaluatie en actualisatie en iedere 4 jaar volledige evaluatie en herziening. We gebruiken de voortschrijdende inzichten uit beleidsdoorwerking en nadere onderzoeken (zie uitvoeringsparagraaf) als input voor actualisatie en herziening. Daarnaast kunnen ook andere ontwikkelingen, zoals nationaal, provinciaal of regionaal beleid of afspraken of in wet- en regelgeving aanleiding zijn om de omgevingsvisie aan te passen.
Een titel toevoegen Geachte mevrouw Claessen, Op 10 april 2025 heeft u onderstaande vragen gesteld over de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 Hieronder het antwoord op uw vragen. Vraag 1: Hoeveel ruimte is er al wij de omgevingsvisie moeten vaststellen voor 1 januari 2027. Antwoord 1: De Omgevingswet is nieuw en zo ook het instrument omgevingsvisie. Voor Vlaardingen betekent dit dat de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 als een 1.0 versie wordt gezien. Hierbij is voor ons als gemeente vooral onze ambitie de verschillende visies samen te brengen en een stip aan de horizon zetten tot 2040. Het betreft hier een beleidscyclus die in de uitvoeringsparagraaf is beschreven hoe om te gaan met monitoring, evaluatie en planning. De huidige planning is om de omgevingsvisie Vlaardingen 2040 vast te stellen bij de gemeenteraadsvergadering van 15 mei a.s. Door verschuiven van de behandeling van de omgevingsvisie is de vaststelling later dan in eerste instantie gepland. Vraag 2: Hoe gaat het college om met de kritiek van de Commissie mer? Antwoord 2: Bij de stukken voor de behandeling in de commissie van de omgevingsvisie heeft het college van B&W een notitie bijgevoegd hoe om te gaan met het toetsingsadvies van de Commissie mer.
Vraag 3: Wat zijn de dilemma’s die wij aanpakken? Antwoord 3: In de omgevingsvisie zijn voor de gebieden, wijken en bedrijventerreinen gebiedsspecifieke opgaven en dilemma’s benoemd. Dit vergt een integrale afstemming in de nog op te stellen omgevingsprogramma’s. Vraag 4: Welke omgevingswaarde gaan wij vaststellen? Antwoord 4: Het Rijk heeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omgevingswaarden vastgesteld zoals luchtkwaliteit, zwemwaterkwaliteit, veiligheid primaire waterkeringen en kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. Gemeenten mogen alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar het Rijk of Provincie geen omgevingswaarden hebben vastgesteld. De gemeente kunnen dan eventuele omgevingswaarden opnemen in het omgevingsplan en niet in de omgevingsvisie.