Beantwoording technische vragen BP Stadshart eerste herziening
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Bestemmingsplan Stadshart, eerste herziening Indiener(s): Datum vragen: 23 juni 2022 Portefeuillehouder: I. Somers-Gardenier Datum beantwoording: 5 juli 2022 Geachte heer, mevrouw, Tijdens de commissievergadering op 23 juni 2022 zijn bij de behandeling van het bestemmingsplan Stadshart, eerste herziening een aantal vragen gesteld. Hieronder geef ik antwoord op deze vragen. Vraag 1 Hoe werkt het gebruik maken van de mogelijkheid tot verruiming van de openingstijden, ook wel het zogenaamde ‘verlaatje’ genoemd? Antwoord Ingevolge artikel 2.41, lid 6 van de Algemene plaatselijke verordening (APV), mag een horecaexploitant 10x per jaar zijn inrichting (met uitzondering van het bijbehorende terras) voor bezoekers geopend hebben tot 05.00 uur op maandag tot en met zondag, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, gemeld heeft. Dit kan tot 23:00. Hierbij geldt dat deze verruiming van openingstijden alleen betrekking heeft op de vergunde activiteiten. Vraag 2 Kunt u uitleggen wanneer dansen wel/niet is toegestaan in een horecazaak? En als dit is toegestaan, welke voorwaarden gelden daarbij? Antwoord In eerste instantie bepaalt de verleende exploitatievergunning of dansen is toegestaan. Deze vergunning is gebaseerd op hetgeen de exploitant heeft aangevraagd. Eén van de toetsingscriteria is het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan bepaalt welke maximale horecacategorie is toegestaan. Binnen het bestemmingsplan Stadshart vallen onder horecacategorie 2 horeca-inrichtingen waarbij de exploitatie primair is gebaseerd op het verstrekken van maaltijden/ eten. In horecacategorie 3 zitten de horecabedrijven waarbij de exploitatie primair is gebaseerd op het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en die voor een goed functioneren ook een gedeelte van de nacht geopend zijn. Daardoor kunnen zij een groter publiek aantrekken en daardoor aanmerkelijke hinder voor de omgeving met zich meebrengen. Hierbij merk ik op dat het bestemmingsplan uitgaat van een maximale horecacategorie. Dus als op een locatie maximaal categorie 3 is toegestaan, geldt dat categorie 1 en 2 ook zijn toegestaan op deze locatie. Het gelegenheid geven tot dansen wordt in geen van horecacategorieën 1 tot en met 3 expliciet genoemd. Gelet echter op voornoemde omschrijving is het goed te motiveren dat alleen binnen horecacategorie 3 en 4 dansen onderdeel is van de primaire exploitatie, mits dit ook is aangevraagd. Over het algemeen wordt namelijk dansen gecombineerd met het nuttigen van dranken en gebeurt dit in zaken die ook een gedeelte van de nacht zijn geopend. Dit sluit echter niet uit dat binnen horecacategorie 2 niet mag worden gedanst. Het gaat om de planologische uitstraling van de activiteiten vanaf de straat.
Daarnaast zijn er activiteiten die inherent zijn aan het restaurantwezen, waaronder het incidenteel verzorgen van live muziek of dat gasten na het eten gaan dansen. Zolang een pand is ingericht als restaurant met tafels, stoelen, een keuken met koks en bedienend personeel en het feitelijke gebruik bestaat in overwegende mate uit het serveren van maaltijden, is er sprake van een restaurant1. Vraag 3 Hoe verhoudt het sluiten van een horecabedrijf enerzijds zich met het verruimen van een vergunning anderzijds?
1
Zie uitspraak Raad van State, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:2427
1
Antwoord Ik ga ervan uit dat hier wordt gedoeld op het onderscheid tussen Horecazaak 1 en Horecazaak. Horecazaak 1 is recentelijk voor een week gesloten geweest. Dit naar aanleiding van meerdere klachten en geconstateerde overtredingen. Ten aanzien van Horecazaak 2 is er ook een melding ontvangen dat er zou worden gedanst. Hierop is er een horeca actie geweest en geconstateerd dat er in Horecazaak 2 niet wordt gedanst en iedereen aan een tafel zit. In navolging hiervan heeft er nog gesprek plaatsgevonden met de exploitant en is aangegeven dat er niet mag worden gedanst. De exploitant heeft hierop aangegeven dat dit ook niet (meer) gebeurt. Tijdens controles is dit ook niet geconstateerd. Beleidsmatig geldt het volgende. Horecazaak 2 is gelegen binnen het horecaconcentratiegebied. In dit gebied wordt een levendige en bruisende (binnen)stad gestimuleerd door ruimere sluitingstijden voor de daarin gevestigde openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2.33 APV of voor een daartoe behorend terras. Horecacategorie 3 inrichtingen worden binnen dit gebied als passend beschouwd. Dit geldt niet voor het gebied daarbuiten, zoals de Markt. Voor Horecazaak 2 is in 2014 een exploitatievergunning verleend voor de exploitatie van een grandcafé. Dit is op grond van het bestemmingsplan een horecacategorie 3 activiteit.
Gelet op de ruimtelijke onderbouwing, die onderdeel is van het voorliggende bestemmingsplan, kan dit als passend worden beschouwd. Dit zal echter niet het geval zijn bij Horecazaak 1. Horecazaak 1 heeft geen vergunning om als dansgelegenheid te fungeren. Als daar dansactiviteiten plaatsvinden die het reguliere gebruik te boven gaan en niet meer inherent zijn aan het gebruik als restaurant wordt daartegen handhavend opgetreden. Dit mede vanuit het oogpunt dat hier geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarbij geldt dat als sprake is van meerdere klachten ten aanzien van een bepaalde horeca-inrichting dit eerder zal leiden tot handhavingsinzet en vervolgens handhavingsacties. Dit laat onverlet dat mogelijk bij meerdere zaken wordt gedanst, maar dat dat niet wordt opgemerkt of dat daar geen klachten van overlast zijn. Met vriendelijke groet, I. Somers-Gardenier
2