Beantwoording aanvullende technische vraag CU/SGP - analyse jaarrekening
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp: Aanvullende vraag analyse resultaat jaarrekening Indiener(s): dhr. Van Pienbroek Datum vragen: 7-6-2021 Datum beantwoording: 7-6-2021 Vraag: Vorige week hebben wij vanuit het college beantwoording op onze vragen over de analyse van het resultaat jaarrekening ontvangen. Bij vraag 12 is ons een vraag gesteld en deze wil k toelichten: Vraag 12 Kunt u uitleggen hoe diverse bedragen bij de onroerend zaakbelasting tot stand komen? Antwoord In het raadsmemo ‘Analyse resultaat concept jaarrekening 2020’ d.d. 4 mei 2021 (kenmerk: 1842524) hebben wij de diverse componenten die het voordeel op de OZB-baten bepalen toegelicht. Wij vernemen graag van u welke informatie u daarin nog mist. In de analyse wordt een bedrag geplaatst bij oninbaar en het leegstandspercentage. Hoe worden deze bedragen of aantallen berekend? Wordt hier een historisch percentage, een landelijk gemiddelde oid voor gebruikt? Antwoord: Bij het bepalen van de OZB tarieven wordt voor de leegstand van niet-woningen en voor het percentage oninbaar met schattingen gewerkt. Deze schattingen zijn gebaseerd op de op dat moment recentste informatie die bij de RBG bekend is. De berekeningen voor de tarieven 2020 zijn in het najaar van 2019 gedaan. Er is toen gerekend met de op dat moment recentste beschikbare gegevens.
In de jaarrekening 2020 zien we de effecten van de daadwerkelijke leegstand en de daadwerkelijke oninbaarheid in de gerealiseerde cijfers terug. En zoals in het raadsmemo van 4 mei jl. aangegeven wijken de realisatiecijfers in positieve zin af van de eerdere verwachtingen.
1