Art. 34 vragen dhr. Boers (Heel de Stad) inzake nalatigheid wethouder
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN Op grond van artikel 34 van het Reglement van Orde Vlaardingen hebben raadsleden de mogelijkheid schriftelijk aan de burgemeester of het College van burgemeester en wethouders vragen te stellen .
DATUM: 7 februari 2025 Onderwerp: Nalatigheid wethouder Aan het college van B&W, TOELICHTING De casus van een oudere en minder mobiele inwoner van onze stad, legt niet alleen schrijnende tekortkomingen in de gemeentelijke dienstverlening bloot, maar roept ook ernstige vragen op over de manier waarop het college omgaat met democratische controle. Op 30 januari 2025 werd gemeenteraadslid Ron Boers van HEEL DE STAD tijdens het Vragenhalfuurtje de mogelijkheid ontzegd om kritische vragen te stellen over de aanhoudende nalatigheid van de gemeente in deze zaak. Dit terwijl het Vragenhalfuurtje juist bedoeld is voor actuele en dringende zaken. Daarnaast heeft wethouder Koen Kegel na afloop van de gemeenteraadsvergadering zelf aangegeven dat hij de zaak zou oppakken. Inmiddels is er een week verstreken en heeft de wethouder noch niemand anders van de gemeente, contact opgenomen met de inwoonster. Dit bevestigt wederom het patroon van bestuurlijke desinteresse of onkunde en passiviteit. Deze gang van zaken roept fundamentele vragen op over de bestuurscultuur binnen de gemeente Vlaardingen en het functioneren van het college als geheel.
De volgende vragen zal HEEL DE STAD dan ook stellen in de Agendacommissie of het Presidium: Waarom werd gemeenteraadslid Ron Boers op 30 januari de mogelijkheid ontzegd om tijdens het Vragenhalfuurtje vragen te stellen over een dringende en actuele kwestie, ondanks dat het reglement dit wel toestaat? Op basis van welke argumentatie of richtlijn werd besloten om deze vragen niet toe te laten, en wie was verantwoordelijk voor deze beslissing?
SCHRIFTELIJKE VRAGEN Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: 1. Waarom heeft wethouder Koen Kegel, ondanks zijn eigen toezegging om de zaak op te pakken, na een week nog steeds geen contact opgenomen of laten opnemen? 2. Is de wethouder bereid om met spoed het opritje aan te leggen en excuses aan te bieden aan de bewoonster?
NAAM EN FRACTIE, Indiener(s): Ron Boers Fractie(s): HEEL DE STAD
1
TOELICHTING In artikel 34 van het Reglement van Orde staat: In het Reglement van Orde, artikel 34 staat dat raadsleden het recht hebben om vragen te stellen en dat de vragen moeten gaan over onderwerpen die behoren tot het dagelijks bestuur van de gemeente. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor, dat de vragen terstond in afschrift aan de raadsleden, de steunleden, de burgemeester en de wethouders worden toegezonden. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaats vinden. De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het college toegezonden aan het betreffende raadslid en door de griffie door middel van plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van alle raadsleden en steunleden. Goede schriftelijke vragen hebben een politiek karakter, immers technische vragen kunnen direct ambtelijk afgedaan worden. Vragen moeten niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden.
U vraagt dus bijvoorbeeld naar wie, wat vind u, waarom, hoe. U bent zelf verantwoordelijk voor het onder de aandacht brengen van de media van uw vragen.
2