CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Amendement 1 Verwerven van gronden - D66

Raadscommissie 14 april 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Nota Grondbeleid 20221.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AMENDEMENT 1 GRONDNOTA DATUM: 12 mei 2022 Onderwerp: Verwerven van gronden

De gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen in openbare vergadering bijeen op @12 mei 2022, behandelend het raadsvoorstel Nota Grondbeleid 2022, constaterende dat:  

De Nota Grondbeleid ter vaststelling voorligt; De gemeenteraad met de Nota Grondbeleid kaders stelt voor het grondbeleid van de gemeente en het college op basis daarvan uitvoering geeft aan het grondbeleid;

Overwegende dat:  

Het wenselijk is aanvullende kaders op te nemen in de Nota Grondbeleid; De uitvoering van de Nota Grondbeleid en daarmee samenhangende uitvoeringsnota’s verregaande gevolgen kunnen hebben voor huidige en toekomstige grondbezitters;

Besluit: Het beslispunt als volgt te wijzigen: Van: De Nota Grondbeleid 2022 vast te stellen. Naar: De Nota Grondbeleid 2022 vast te stellen, met dien verstande dat: I.

na paragraaf 3.6 een paragraaf 3.7 wordt ingevoegd die komt te luiden:

3.7 Verwerving van gronden Verwerving van gronden is over het algemeen hét instrument om de regiefunctie bij de ontwikkeling van projecten optimaal te kunnen voeren. Vanuit de eigendomspositie ontstaat de grootste mogelijkheid om de ontwikkeling en het gebruik van de grond te sturen en te beïnvloeden. Verwerving vindt bij voorkeur minnelijk plaats, maar kan worden ondersteund door de instrumenten die de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet bieden. 3.7.1 Strategische grondaankopen Strategische grondverwerving betreft gronden die worden aangekocht voor de middellange en lange termijn. Wanneer het maatschappelijk gewenste ruimtegebruik daarom vraagt, kan

1

het noodzakelijk zijn om grondpositie(s) in te nemen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om toekomstige lange termijnplannen, zoals bedrijventerreinen of woningbouwlocaties die nog niet zijn uitgewerkt in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Voor deze gronden is vaak nog geen duidelijk ruimtelijk en/of functioneel kader opgesteld, maar er kan een actieve rol worden genomen door de gronden strategisch aan te kopen. Redenen voor strategische grondaankopen kunnen zijn:   

Versterking van de regie voor bepaalde gebiedsontwikkelingen of om juist ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan; Eigen gebruik om ontwikkelingen voor een publiek te realiseren; Als ruil- of compensatiegrond.

Wanneer de gemeente in de gelegenheid komt om strategisch onroerend goed te verwerven, is accuraat handelen van belang. Dit vereist duidelijkheid binnen de gemeentelijke organisatie over taken en verantwoordelijkheden, de wijze van verantwoording, de inzet en mogelijke reservering van financiële middelen en afspraken tussen de raad en het college. Bij de beoordeling van een situatie moet rekening worden gehouden met de termijn waarop een voorgenomen bestemming kan worden gerealiseerd. Verder moet het risico worden ingeschat, dat een ontwikkeling wordt vertraagd of zelfs niet doorgaat. Daarnaast is de hoogte van de verwervingsprijs van belang in relatie tot de financiële middelen van de gemeente. De combinatie van realiseringstermijn, risico en kosten en de verwachte haalbaarheid bepalen in onderlinge samenhang de noodzaak, wenselijkheid en tenslotte de prioritering om tot een aankoop te komen. In een dergelijke situatie kan het college binnen haar mandaat zelfstandig tot aankoop over gaan, na afweging van bovenomschreven belangen. Bij aankopen die buiten het mandaat vallen, kan dit alleen onder de ontbindende voorwaarde van instemming van de raad. Per situatie wordt beoordeeld in welke mate en op welke wijze tot verwerving kan en zal worden overgegaan.

Uitgangspunt bij verwerving is dat de gemeente zo lang mogelijk probeert om de gronden minnelijk te verwerven, zo nodig voorafgegaan door vestiging van een voorkeursrecht. 3.7.2 Minnelijke aankoop De voorkeur bij het verwerven van gronden ligt in het minnelijk traject: er met elkaar uit komen binnen het mandaat van het college. Hierbij is sprake van het uitvoeren van een aankoop van gronden en/ of opstallen, waarbij de gemeente met een grondeigenaar op vrijwillige basis overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor een eigendomsoverdracht naar de gemeente. In de regel laat de gemeente aan te kopen gronden taxeren door een beëdigd taxateur om de marktwaarde van de gronden te bepalen. Op basis van het taxatierapport worden onderhandelingen gevoerd onder voorbehoud van instemming van de raad. De grondeigenaar kan zich daarbij laten bijstaan door een deskundige. Uiteraard worden alle materiele schaden vergoed en wordt er in redelijkheid tegemoet gekomen aan gerechtvaardigde wensen van de grondeigenaar. Zodra consensus is bereikt wordt de raad geïnformeerd en voorgesteld om een aankoopkrediet beschikbaar te stellen. 3.7.3 Voorkeursrecht (onder Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) Voorafgaand aan minnelijke verwerving kan indien nodig eerst onaangekondigd een

2

voorkeursrecht gevestigd om te voorkomen dat speculanten positie innemen. Door minnelijke verwerving op te starten, maakt de gemeente kenbaar dat er in de (verre) toekomst een ontwikkeling plaats zal vinden. Dit leidt tot een redelijke verwachting van waardevermeerdering. Verkoop aan een andere ontwikkelende partij dan de gemeente kan dan interessant zijn voor de huidige grondeigenaar. Speculatieve aankoop en versnippering onder speculanten is een risico. Om die reden kan het wenselijk zijn om eerst onaangekondigd voorkeursrecht te vestigen. Het voorkeursrecht (onder de nader in te treden Omgevingswet), onder de Wro bekend als de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), maakt het gemeenten (maar ook het Rijk en de provincie) mogelijk om, door vestiging van een voorkeursrecht, bij voorrang gronden te verwerven. Is een dergelijk recht gevestigd op het perceel of percelen, dan is de eigenaar van de gronden of onroerende zaak bij een nemen tot verkoop verplicht deze eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Door het voorkeursrecht wordt de gemeente in staat gesteld bij voorrang gronden en opstallen in een plangebied te verwerven, indien zij dat wenst (directe werking). Het voorkeursrecht betekent een ondersteuning van het gemeentelijke verwervingsbeleid. Vooruitlopend op een actief grondbeleid krijgt de gemeente de gelegenheid om percelen aan te kopen als deze worden aangeboden.

Gedurende het planvormingsproces (van ontwerp tot uitvoering) is het voorkeursrecht tevens een beschermingsinstrument voor een gemeente en grondeigenaren: Enerzijds kunnen ongewenste verkopen worden tegengegaan (indirecte werking). Bijkomend voordeel is dat speculanten geen ruimte krijgen om mee te dingen in een eventueel biedingsproces en daarmee de prijs niet wordt opgevoerd. Anderzijds is het een beschermingsinstrument voor de grondeigenaren, omdat men hierdoor niet of minder gaat investeren in met de planontwikkeling strijdige ontwikkelingen, omdat de eigenaren weten dat zij de investering mogelijk niet meer terugverdienen. Het vestigen van een voorkeursrecht op gronden geeft geen garantie dat de gemeente de grond ook daadwerkelijk in handen krijgt. Verkoop vindt nog altijd plaats op basis van vrijwilligheid en grondeigenaren moeten hun gronden te koop aanbieden. Daarnaast is het vestigen van het voorkeursrecht een taak die nauwkeurig en secuur moet worden uitgevoerd, omdat er bij aanbieding van verkoop aan de gemeente juridische termijnen gaan lopen. Voor toekomstige (prioritaire) plannen kan het zinvol zijn om in voorkomende situaties het instrument voorkeursrecht toe te passen.

Daarbij gelden twee criteria: De grond mag geen agrarische bestemming krijgen en het huidige gebruik moet afwijken van het plan (uitzondering bij toepassing in het kader van stads- en dorpsvernieuwing). Het instrument voorkeursrecht is nu nog geregeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Met de invoering van de nieuwe Omgevingswet zal dit instrument blijven bestaan onder de noemer voorkeursrecht en worden opgenomen in de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. 3.7.4 Onteigening Wanneer voor planrealisatie benodigde grond niet op minnelijke wijze kan worden aangekocht en de grondeigenaar niet bereid is de bestemming zelf te realiseren, kan de gemeente besluiten tot onteigening van de gronden. Onteigening biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigenaar zijn eigendomsrecht te ontnemen. Onteigening kan alleen in

3

het algemeen belang van het ontwikkelen, gebruiken of beheren van de fysieke leefomgeving als onteigening noodzakelijk en urgent is. Onteigening is dan ook een instrument waartoe in principe pas op het laatste moment wordt overgegaan nadat het minnelijk overleg niet heeft geleid tot een aankoop. Onteigening betekent immers een belangrijke ingreep in het meest volstrekte recht van de burger, zijnde het eigendomsrecht. Om als gemeente het onteigeningsinstrument in te kunnen zetten dient het algemeen belang van hogere orde te zijn dan het belang van de individuele grondeigenaar. Tevens dient er sprake te zijn van een aangetoond nut, noodzaak en urgentie. Onteigening betekent een forse ingreep in het eigendomsrecht waardoor met het inzetten van dit instrument zorgvuldig moet worden omgegaan. In de Omgevingswet is de onteigeningsprocedure zorgvuldig vastgelegd. Er zal altijd eerst getracht worden om via uiterste inspanningen langs minnelijke weg tot overeenstemming met de grondeigenaar te komen. Alleen wanneer uiterste inspanningen niet tot succes leiden en het bestemmingsplan in de uitvoering tot onaanvaardbare vertraging dreigt te geraken, moet onteigening worden overwogen. Dit is ook aan de orde indien in een vroegtijdig stadium van onderhandelingen al blijkt, dat op geen enkele manier met de grondeigenaar tot overeenstemming kan worden gekomen.

Onteigening kan daarmee ook strategisch worden ingezet in de onderhandelingen voor verwerving. De grondslag voor onteigening (een onteigeningstitel) wordt meestal gelegd met een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan. Met de invoering van de nieuwe Omgevingswet gaat ook de onteigeningsprocedure over in de Aanvullingswet grondeigendom. De onteigening is verdeeld in de onteigeningsprocedure met een bekrachtigingsprocedure en een schadeloosstellingsprocedure. In de onteigeningsprocedure staan het algemeen belang, de noodzaak en urgentie van de onteigening centraal en wordt uiteindelijk door de gemeenteraad een onteigeningsbeschikking genomen. Deze treedt pas in werking nadat deze door de bestuursrechter is bekrachtigd op verzoek van de gemeenteraad. De bestuursrechter toetst hier ambtshalve (art. 16.107 Ow) op 4 onderdelen: vormvoorschriften, onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie. Bij de schadeloosstellingsprocedure wordt door de rechtbank de schadeloosstelling vastgesteld. De verwervende partij verkrijgt daarna het eigendom over de onroerende zaken die door de gemeenteraad in de onteigeningsbeschikking zijn aangewezen. Een onteigeningsprocedure is tijdrovend en kostbaar en vergt een nauwkeurig te volgen proces. Aandachtspunten bij een onteigeningsprocedure zijn:   

Er moet een redelijke poging zijn gedaan tot minnelijke, dus niet verplichte, verwerving. Er moet in ieder geval een schadeloosstellingsaanbod zijn gedaan; Het moet aannemelijk zijn dat binnen afzienbare tijd toch nog overeenstemming kan worden bereikt; De belanghebbende is bereid en in staat om de ontwikkeling zelf te realiseren (zelfrealisatie). Deze daarbij concrete en op uitvoering gerichte voornemens kenbaar heeft gemaakt. En de belanghebbende de ontwikkeling zal verwezenlijken op de door het bevoegd gezag beoogde manier (artikel 11.7 Omgevingswet).

Beleidsstandpunt 3: 

4

Primair inzetten op minnelijke aankoop van benodigde gronden in beginsel op basis van een taxatierapport van een beëdigd taxateur;

   

II.

Strategische grondaankopen indien dit uiteindelijk een gemeentelijk belang of een doelstelling van beleid dient; Waar wenselijk of noodzakelijk bij ruimtelijke planontwikkelingen voorkeursrechten vestigen; Bewust omgaan met het tijdstip van grondverwerving; Onteigening van gronden alleen overwegen indien minnelijke alternatieven niet tot succes (dreigen te) leiden. Alle navolgende beleidsstandpunten worden vernummerd.

NAAM EN FRACTIE, Indiener(s): D66

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11412919/1